Category, categorie : A complete animated overview of the bible
.
.
Book of 1 Samuel, summary
.
Boek Samuël, samenvatting
.
.








.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.



De frisse citrusgeur van grapefruit etherische olie, Citrus X Paradisi, lijkt veel op de geur van de sinaasappel, maar is iets kruidiger.
De etherische olie, Oleum grapefruit, wordt gewonnen door koude persing van de verse schillen. Grapefuit olie heeft rijke antioxidatieve eigenschappen en kan bij vele therapievormen ingezet worden.
| De olie werkt ontgiftend voor de organen, samentrekkend voor de huid en activeert de levenslust door haar frisse aroma.
En ze heeft een gunstige invloed op de spijsvertering omdat ze alkaloïde bevat en alkaloïde activeert de vorming van spijsverteringssappen. |
Grapefruit essentiële olie wordt in de aromatherapie o.a. gebruikt bij; trage spijsvertering, slapte na ziekte, acne, verstopte huid, cellulitis, oedeem, stijfheid, griep, koude rillingen, stress, verkoudheid, vette huid, spanningen, depressiviteit, hoofdpijn, geestelijke uitputting, vermoeidheid en voorjaarsmoeheid
Ook brengt de olie het hormoonsysteem in balans, wat zeer goed is voor alle huidaandoeningen die veroorzaakt worden door een verstoorde hormoonbalans. Het is een van de meest gebruikte oliën bij depressies en fobieën en kan ook de behandeling van anorexia ondersteunen.
Grapefruit kan goed gemengd worden met Citroen, Palmarosa, Bergamot, Neroli, Rozemarijn, Cipres, Lavendel, Geranium en Kardemom.
De geur van grapefruit heeft nog een leuk verrassend neveneffect: ze misleidt mannen en bedriegt hun inschattingsvermogen.
Amerikaans onderzoek naar het effect van verschillende geuren bij middelbare vrouwen op mannen, wees uit dat geen enkele geur invloed had op de perceptie van de mannen.
Alleen grapefuit maakte een verschil. Die geur deed een vrouw zes jaar jonger lijken in de ogen van mannen!
Voor alle mannen: Helaas geldt het omgekeerde niet want de grapefruitgeur had op vrouwen geen effect.
.
.
Iedere ochtend en avond 1 druppel biologische grapefruit olie in een glas water opdrinken zorgt voor een goede ontgifting en helpt het lichaam bij de vetverbranding en het verminderen van cellulite.
Daarnaast kan je het proces van buiten ondersteunen door dagelijks na het douchen de dijen en billen met de volgende massageolie te masseren:
meng 10 druppels Grapefuit, 5 druppels Ceder of Cypres en 5 druppels Rozemarijn met 70 ml. kokos olie, jojoba-olie of Aloë Vera gel.
Cellulite is niet in 1 dag ontstaan dus verwacht ook niet dat de cellulite in 1 dag weer weg is. Geef het lichaam de tijd om de cellulite af te breken en de gifstoffen af te voeren. Hou de behandeling minstens 2-3 maanden vol en drink ook minimaal 2 liter water per dag.
| Bij spanningen; 5 druppels Grapefruit, 2 druppels YlangYlang en 3 druppels Koriander mengen in 30 ml. basis olie. Met dit mengsel het lichaam licht masseren.
Of de druppels mengen met een beetje melk of room en oplossen in een warm bad. Verdampen: 6 druppels Grapefruit in een diffuser bestrijden vermoeidheid en verhogen de concentratie. Werkt door haar verfrissende geur ook zeer goed bij voorjaarsmoeheid. |
Grapefruit is vochtafdrijvend, rijk aan anti-oxidanten en verfrist en verheldert de geest.
Een pure weldaad voor lichaam en geest
.
.

.
.
.
Mandarijnen en clementines zijn fruit enorm goed voor onze gezondheid. Wij zetten even op een rijtje welke bijzondere krachten deze vruchten hebben.
.
.
Als je elke dag twee clementines eet, heb je al de helft van je dagelijkse hoeveelheid vitamine C binnen. Vitamine C stimuleert ons immuunsysteem en zorgt er dus voor dat we goed gewapend zijn tegen alle ziektes en bacteriën die in de lucht hangen tijdens deze koude dagen.
.
.

.
.
.
De oranje vruchten zijn ook enorm goed voor ons vaatstelsel. Ze zitten boordevol stoffen, meer bepaald flavonoïden, die het risico op allerlei hart- en vaatziektes enorm doen afnemen.
.
.
Niet enkel melk, maar ook deze citrusvruchten zijn een zegen voor onze botten. De carotenoïden in het fruit beschermen én verstevigen onze beenderen.
.
.

.
.
.
Clementines bevatten veel vitamine A, en dat zorgt ervoor dat we goed blijven zien. De vitamine gaat de afbreuk van visuele functies tegen.
.
.
Naast A en C, vinden we ook veel vitamine E in de vrucht, en dat draagt bij tot het regenereren van huidcellen. Daardoor zijn clementines net als onze favoriete dagcrème het perfecte middel om rimpels tegen te gaan.
.
.

.
.
.
Het oranje fruit beschermt zelfs een van onze belangrijkste organen: ons hart. Dankzij de vitamine B die talrijk aanwezig is, want dat vermindert de kans op hartaandoeningen.
.
.
Kalium mag het rijtje afsluiten van gezonde bestanddelen van de clementine. Dit mineraal is in grote hoeveelheden aanwezig in het fruit en vermindert krampen.
.
.

.
.

.
.

De 7 stralen vormen 7 kosmische sferen van het licht rondom de Grote Centrale Zon. Deze 7 sferen zijn de verzamelplaatsen van de universele informatie van positief karma, de positieve ervaringen afkomstig van alle levende wezens in de Kosmos. Op het moment dat de ziel geboren wordt in de witte vuurkern van de Grote Centrale Zon krijgt ze ruim de tijd de vibraties van de 7 sferen van het Goddelijk bewustzijn in zich op te nemen.
De ziel vormt dan rondom haar eigen witte vuurkern, haar causale lichaam die uit 7 sferen bestaat (dit is de exact hetzelfde formatie als de Grote Centrale Zon). In iedere sfeer van het causale lichaam ligt een bepaald talent van de ziel opgeborgen die ze in haar reïncarnaties gaat ontdekken, ontwikkelen en toepassen voor het vervullen van haar persoonlijke Goddelijke opdracht.
Iedere ziel krijgt de kans het Pad van alle 7 stralen te bewandelen in haar vele levens. Iedere keer als de ziel goed karma maakt stijgt de energie van haar positieve ervaring naar een van de 7 sferen. Op die manier groeit ieder persoonlijke causale lichaam naarmate de ziel zich op haar pad van zelf bewustwording bevordert.
Als de ziel haar tijd doorbrengt in de materie, behaalt ze stap voor stap meesterschap over alle 7 stralen van het Goddelijke bewustzijn. Uiteindelijk mag de ziel haar vrije keus maken welke straal de hoofdstraal van haar persoonlijke ontwikkeling zal worden.
In de vibraties van deze hoofdstraal wordt ze gedisciplineerd en voorbereid om haar Hemelvaart te behalen. Tijdens het proces van inwijding in het Meesterschap van de hoofdstraal en op het hele traject van spirituele Pad van discipelschap wordt de ziel in contact gebracht met de chohan ofwel de Heer van de gekozen straal. De Chohan van de straal is een opgevaren meester die als een geestelijk hoofd over de hiërarchie van de desbetreffende straal voor de hele planeet dient.
De chohan werkt samen met adepten van dezelfde straal, dat zijn de gevorderden leerlingen van de hoofdmeester. Iedere straal wordt ondersteund door de legioenen van de engelen die samen met de chohan en zijn leerlingen op dezelfde straal dienen. De ziel die aan de eisen voor de Hemelvaart voldoet, krijgt persoonlijke begeleiding en correctie van een chohan, adepten en engelen van haar gekozen straal in voorbereiding van haar ritueel van de Hemelvaart.
Deze training stimuleert de ziel haar zelfdiscipline, zelfbeheersing, zelfcontrole te ontwikkelen en haar zelfstudie te verrichten. Nadat het heilige ritueel van de Hemelvaart plaats heeft gevonden wordt de ziel een opgevaren meester van de straal van haar keuze.


.
.
.
.
Thomas van Aquino
.
.
Aristoteles
.
.
Vanaf het einde van de 12e eeuw werden de eerste Europese universiteiten opgericht. De wetenschapsbeoefening aan deze middeleeuwse onderwijsinstituten wordt wel de ‘scholastische methode’ genoemd. In de 13e eeuw werd deze universitaire leermethode sterk beïnvloed door de filosofie van Aristoteles.
Thomas van Aquino (1225-1274), afkomstig uit het Italiaanse Aquino, was halverwege deze eeuw als docent werkzaam aan de universiteit van Parijs. Hij was degene die er het beste in slaagde een synthese tussen Aristoteles en het christelijke geloof tot stand te brengen.
.
.
.
Aquino was van mening dat er geen tegenstelling bestond tussen de verhalen van de religie en die van de filosofie. Hij was er van overtuigd dat er nu eenmaal sprake was van ‘natuurlijke theologische waarheden’, die met behulp van zowel de Bijbelse openbaring als met het verstand verklaard konden worden.
Eén van deze natuurlijke theologische waarheden was voor hem het bestaan van God. Hoe zag hij voor zich dat we niet alleen in God konden geloven, maar God ook konden ‘verklaren’?
.
.
.
Thomas van Aquino ontwikkelde allereerst een visie op de mens en wereld die radicaal anders was dan het idee dat Augustinus er in navolging van Plato op na had gehouden. Aquino baseerde zich namelijk op het gedachtegoed van Aristoteles, in wiens filosofie de zintuiglijke waarneming een belangrijke rol vervulde.
Op dit idee bouwde Aquino voort. Hij legde niet de nadruk op introspectie, maar was juist naar buiten gericht: kennis ligt niet ergens opgeslagen in ons hoofd maar halen we uit de dingen die we zien.
.
.
.
Vervolgens stelde Aquino vast dat de wereld zoals hij die waarnam, puur bestond uit individuele dingen. Hij kon wel een vrouw zien lopen en kolibries zien vliegen, maar het was simpelweg niet zo dat hij ergens de algemene begrippen mens of vogel zag zweven. Op basis van zijn waarneming kon hij echter in zijn hoofd die algemene begrippen construeren en categorisch ordenen.
Dit betrof een proces van abstractie: hij was in staat het algemene begrip ‘dier’ af te leiden uit individuele verschijnselen van schapen, paarden en honden. Ook de menselijke ziel, die volgens Aquino in principe leeg was, werd als het ware gevuld met behulp van de zintuiglijke waarneming.
.
.
.
Aquino was van mening dat we met de wisselwerking tussen waarneming en verstand slechts een deel van de werkelijkheid konden bevatten. Een essentiële aanvulling hierop was het geloof. In religie vond hij de bevestiging en zekerheid van veel dingen die hij grotendeels ook met zijn verstand kon beredeneren.
Filosofie en religie waren als twee ‘indrukken’ die elkaar aanvulden: zoals een dove aan de hand van bliksem kan zien dat het onweert, komt een blinde door het horen van de donder tot dezelfde conclusie. De twee indrukken sluiten elkaar niet uit; de vereniging van beide, zien én horen, maakt de ‘kennis’ juist tot een krachtiger geheel. Zo werkte het volgens Aquino ook met geloof en rede.
.
.
.
Aristoteles beschreef God dan wel niet letterlijk, maar het idee van God kon volgens Aquino gemakkelijk op diens filosofie worden geprojecteerd. Om Gods creatie te zien hoefde Aquino alleen maar om zich heen te kijken: Gods schepping was waarneembaar, maar directe kennis over God was slechts uit de bijbel te halen. Hij verwierp hiermee het ‘ontologisch godsbewijs’ van Anselmus: God is immaterieel, niet waarneembaar, en dus kunnen we geen directe kennis over hem krijgen.
Toch dacht Aquino het bestaan van God op een ‘logisch-empirische’ manier te kunnen verklaren, alleen al aan de hand van verandering: we zien immers dat alles continu verandert. Deze verandering moet wel ergens in gang zijn gezet, en wel door de Onbewogen Beweger, oftewel God. Hetzelfde geldt voor oorzakelijkheid: alles wordt veroorzaakt door iets. Er moet dus ook een ‘Eerste Oorzaak’ zijn.
.
.

.
.
.
Kortom: als we naar de wereld om ons heen kijken en alle verschijnselen proberen te verklaren, komen we volgens Aquino uiteindelijk onvermijdelijk uit bij die ene conclusie: God bestaat. Op dergelijke gedachtegangen van Aquino is in latere eeuwen wel de nodige kritiek gekomen.
Hoe weten we bijvoorbeeld zo zeker dat veranderingen niet oneindig zijn? Waarom bevinden oorzaken zich niet in een circulaire, herhalende keten? De fout die Aquino maakte in zijn theorie, net als Anselmus dat deed, is dat hij in zijn argumentatie al veronderstelde wat hij wilde bewijzen, namelijk het bestaan van God.
.
.
.
In de loop van de 13e eeuw kwam er tegelijkertijd toenemende kritiek op de vele verzoeningspogingen die tussen geloof en rede plaatsvonden. De spanning tussen de heidense leer van Aristoteles en de christelijke leer leidde in 1277 zelfs tot een veroordeling van het werk van Aquino door de bisschop van Parijs. Er gingen veel stemmen op dat beide denktradities simpelweg hun eigen domein moesten hebben. Deze kritiek zou geloof en rede langzaam maar zeker weer uit elkaar drijven.
.
.
.
.
.
.