Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Psalm 89 • When hardship doesn’t make sense
.
Psalmen 89 . Wanneer ontbering geen zin heeft
.
Paul LeBoutillier
.




.


Pasteltekening van John Astria

Geisha kimono
Volgens de oude Chinese annalen uit de 3e eeuw n.C. droegen de Japanners slechts grote stukken stof waarin een gat voor het hoofd was gemaakt. Daarna moet men er iets geciviliseerder uit hebben gezien want er zijn kleifiguren gevonden uit de 3e tot 7e eeuw en die tonen kledingstukken bestaande uit 2 delen, zowel bij de mannen (een broek en een soort hes) als bij de vrouwen (rok met een hes). Beiden hadden ook een band om als een riem.
Met de komst van het boeddhisme en met het aanhalen van de contacten met China, zien we ook dat men in Japan kleding van de Chinese Tang (dynastie) gaat dragen. In de Heiantijd (ong. 800-1200) als het hofleven een zeer kunstzinnige vorm gaat aannemen, dragen de vrouwen verschillende zijden (kimono-achtige) kleden over elkaar heen, men noemt dit ‘junihitoë’.
In de Kamakura-periode (ong. 1200-1300) gingen de mensen thuis ‘kosode’ dragen, aanvankelijk als een soort onderkleding maar dit ontwikkelde zich in de Muromachi-periode (ong. 1100-1573) tot formele buitenkleding. Deze kleding werd, met enige veranderingen in de loop van de tijd, de huidige kimono.
De kimono werd standaardkleding in de Azuchi-Momoyama-periode (1574-1600) en de ‘obi’, de huidige brede ceintuur, deed zijn intrede vanuit Korea, maar de ‘obi’ begon als een soort koord, die een aantal keren rond het lichaam werd gewikkeld. Er waren ook al verschillende patronen op de kimono’s.
In de Edo-periode (1602-1867) verdwenen de patronen van de kimono’s en werden de ‘obi’ breder. Dan volgt de Meiji-periode waarin de kimono standaardkleding wordt en ook als formele kleding geaccepteerd wordt. De daarop volgende Taisho-periode (begin 20ste eeuw), als de invloed van het Westen, na de openstelling van Japan, groter wordt, raakt men ook geïnteresseerd in de Westerse kleding, maar tot de Tweede Wereldoorlog blijft de kimono de standaarddracht.
Na de Tweede Wereldoorlog verdwijnt de kimono meer en meer. Nu ziet men oudere vrouwen nog kimono’s dragen op straat en de jonge vrouwen soms tijdens speciale dagen, zoals bij het trouwen, Nieuwjaarsdag, Meerderjarigheidsdag e.d. maar dit wordt wel steeds minder. De echte zijden kimono’s zijn erg duur (duizenden euro’s) en om die reden worden ze wel gehuurd als er een nodig is voor een speciale gelegenheid.
Tegenwoordig ziet men veel de kunststof kimono’s (veelal polyester) voor bijv. dagelijks gebruik, die veel goedkoper zijn (vanaf 50 euro). Hier hoeft geen grote obi bij gebruikt te worden maar volstaat een smal ceintuur. Bij het aantrekken van een dergelijke kimono gaat eerst de rechterkant over het lichaam en daarna wordt de linkerkant over de rechterkant getrokken.
De ceintuur wordt dubbelgeknoopt en zodanig gedraaid dat de knoop op de rug komt te zitten. Dit geldt voor vrouwen en voor mannen. Ook mannen droegen vroeger kimono’s, die vrijwel gelijk waren aan die van de vrouwen, behoudens de kleurstelling en motief. Mannen droegen meestal donkere kimono’s waarbij de ceremoniële kimono’s vaak versierd waren met het familiewapen.
De vrouwen in Japan dragen de veelal kleurrijke kimono. Tegenwoordig gebeurt dit overigens bijna uitsluitend nog bij speciale, min of meer formele gelegenheden. Men kent verschillende typen kimono’s. Zo onderscheidt men de furisode, een formele kimono met lange zakachtige mouwen, gedragen door ongetrouwde vrouwen, zodra zij volwassen zijn geworden (na viering van seijin no hi, de volwassenheidsdag).
Tijdens de huwelijksceremonie draagt een bruid veelal een uchikake, een witte bruidskimono en is zij eenmaal getrouwd dan draagt de vrouw bij formele gelegenheden een hômongi of een tomesode. Ook dit zijn formele kimono’s, maar de tomesode is veelal zwart en wordt gedragen bij een huwelijksceremonie van een familielid.
Als sokken onder de kimono draagt men de ‘tabi’, een witte sok met een aparte ruimte voor de grote teen, waardoor men als schoeisel de ‘geta’ kan dragen, een soort houten sandalen, of de ‘zori’, sandaalachtige schoenen van stro of tegenwoordig van kunststof.
furisode

uchikake

tomesode

Onder de kimono, maar over het gewone ondergoed, wordt een speciaal onderkleed gedragen, ‘nagajuban’ genoemd. Daarover heen komt dus de kimono, die door de obi wordt dichtgehouden. De obi is dus een brede ceintuur, die om het lichaam gewikkeld en vervolgens op de rug geknoopt wordt.
Men kent verschillende soorten knopen. Om deze obi op zijn plaats te houden, komt er weer een soort koord om de obi heen, de obijime. Ook dit koord wordt geknoopt, maar dan aan de voorkant. De uiteinden van dit koord kunnen, als de knoop is gelegd, op verschillende manieren achter de obijime worden gestopt.
nagajuban

obijime

Om de kimono dicht te houden, wordt als eerste een smalle ceintuur, een soort ‘hulp-obi’ omgedaan, de ‘date-jime’, met daar weer een klein riempje omheen om de date-jime dicht te houden. Dit riempje heet ‘koshihimo’. Dan komt de obi, een paar meter lange en ong. 30 cm brede ceintuur.
Om de obi aan de achterkant goed op zijn plaats te houden en het knopen te vergemakkelijken worden nog een paar hulp-ceinturen gebruikt, zoals de ‘arijimo’ (die ziet men niet) en de ‘obi age’. Deze wordt aan de voorzijde mooi geknoopt en zit direct boven de obi.
Om de obi stijf te houden wordt er nog een hulpstuk tussen geschoven, de ‘obi ita’. Dan wordt om de obi een smal koord geknoopt, de ‘obijime’. Deze kan rond of plat zijn, verschillende kleuren hebben en verschillend geknoopt zijn. De hier getoonde is de ‘fuji musubi’. De uiteinden hiervan (met de pluimpjes) wijzen normaal gesproken omhoog. Bij droevige gebeurtenissen, zoals begrafenissen, wijzen de uiteinden omlaag.
koshihimo

fuju musubi

Ook mannen droegen vroeger kimonoachtige kleding en tegenwoordig zijn de mannenkimono’s half hoge kimono’s, donker van kleur en soms met het familiewapen erop, de ‘montsuki’ of ‘haori’. Daaronder wordt een soort rok gedragen, de ‘hakama’. Ook de man heeft een obi, maar deze is smaller en eenvoudiger. De ‘tabi’ en ‘geta’ horen hier, net als bij de vrouwen, ook bij.
montsuki

hakama

tabi

.
.
.
.
.
Zwarte peper etherische olie heeft een fris, pikant, kruidig aroma met een vleug pepergeur.
.
| De olie komt van de Zwarte Peper, Piper nigrum, een klimplant die tot 5 meter hoog kan worden en ovale bladeren en kleine, witte bloemen heeft.
De peperbessen groeien in lange trossen, verkleuren van groen, geel, oranje, rood naar zwart en worden in de verschillende stadia geoogst. Eén plant levert dus verschillende pepersoorten. Het land van herkomst is India. |
.
.
De etherische olie wordt gewonnen door stoomdestillatie van de gedroogde, geplette en nog niet helemaal rijpe peperbessen.
30 tot 50 kilo gedroogde peperbessen leveren 1 kilo olie.
Het is een vaalgele olie met een frisse, houtachtige, kruidige geur die donkerder kleurt naarmate hij ouder wordt.
Maar slechts een klein gedeelte van de oogst wordt gebruikt voor de productie van etherische olie en de meeste olie wordt in de voedingsmiddelen industrie gebruikt.
| Peper is één van de duurste specerijen ter wereld en is al ruim 4000 jaar in gebruik voor medicinale doeleinden.
Peper etherische olie is verwarmend en stimulerend voor zowel de geest als het lichaam. |
.
Peper olie heeft stimulerende en krachtige antiseptische eigenschappen en wordt in de aromatherapie onder meer gebruikt bij: spierpijn en stijve spieren, pijnlijke gewrichten, artritis, reumatische pijn, winter- handen en voeten, gebrek aan concentratie, koorts, vermoeidheid, constipatie, misselijkheid, griep, bacteriële- en virusinfecties.
Zwarte Peper etherische olie stimuleert de geest en schenkt energie aan het lichaam.
Peper geeft je een zetje in de richting als het leven vast lijkt te zitten, het geeft je energie vooral als je geen motivatie hebt en er donkere wolken, in de vorm van naar beneden halende gedachten, zich boven je hoofd samenpakken. Peper zal je een zetje in de goede richting te geven zodat je niet toe geeft aan zwaarmoedigheid.
Adem de olie gedurende korte tijd in als oplettendheid en concentratie geboden zijn. De olie helpt blokkades opheffen die de energiestromen tussen de chakra’s onderling beletten, in het bijzonder die tussen de zonnevlecht- en hartchakra.
.
| Bij gewrichtspijnen werkt deze olie verwarmend.
Ook wordt de bijzondere werking van peper gewaardeerd voor het behandelen van bijholteontstekingen. Het inhaleren van zwarte peperolie vermindert slijmvorming. Peper werkt ontgiftend en is een goed middel om te mengen in een olie tegen cellulitis en vermageren. De bloedsomloop wordt gestimuleerd en werkt verwarmend. |
Helpt ook bij winterhanden en voeten, ondersteunt een betere doorbloeding van de benen.
Peper stimuleert de spijsvertering en is antiseptisch voor de urinewegen en geslachtsorganen. De hete kruidige olie werkt opwekkend en stimulerend op de geslachtsdrift.
Let op: niet onverdund op de huid gebruiken, kan irritaties veroorzaken. Niet gebruiken in combinatie met homeopatische geneesmiddelen, Zwarte Peper beinvloedt de werking hiervan negatief.
Zwarte peper etherische olie kan goed gemengd worden met bijvoorbeeld wierook, sandelhout, lavendel, rozemarijn, marjolein en andere specerij-oliën zoals kaneel en kruidnagel.
.
Bij reumatische problemen en artritis: neem een warm bad met een mengsel 10-15 druppels peper met een beetje melk, room of een lepeltje honing. Voeg dit mengsel toe aan een warm bad en baad hierin 20 minuten.
Bij stijve spieren na het sporten: meng 4 druppels peper, 5 druppels rozemarijn, 5 druppels pepermunt, 5 druppels rozenhout en 2 druppels citroen met 20 ml. plantaardige olie. Met dit mengsel de stijve spieren dagelijks meerdere malen masseren.
Een massageolie voor winter- handen en voeten: meng 3-5 druppels peper met 1 eetlepel tarwekiem-olie en masseer de handen/voeten meermaals dagelijks.
Voor meer energie verdamp het volgende mengsel in een diffuser: 1 druppel peper, 1 druppel pepermunt en 2 druppels rozemarijn.
Verdrijf dufheid door 3 druppels zwarte peper, 3 druppels den en 3 druppels pepermunt te verdampen in een aromalamp of diffuser.
.
Dit is de eerste gedrukte Bijbel van ons land. Het is de gedrukte versie van een middeleeuwse vertaling, die dus is gemaakt vanuit het Latijn. Deze vertaling is ontstaan in de omgeving van Brussel, en de taal is daarom Zuid-Nederlands. Hij bevat alleen het OT zonder de Psalmen. De vertaling dateert van ca. 1360 en de druk van 1477.
.
.
Dit is de eerste complete Bijbel die in ons land verscheen. Hij dateert van kort na de Delftse Bijbel (ca. 1480), maar er is een nieuwe vertaling voor gemaakt die dus ruim 100 jaar jonger is dan die van de Delftse Bijbel. De uitgang-staal was ook nu Latijn. Deze Bijbel werd gedrukt te Keulen in het Hoogduits en het Westnederduits. Dat laatste werd gesproken in het oosten van ons land.
.
.
.
.
Luther was de eerste die de Bijbel begon te vertalen uit het Grieks en het Hebreeuws. De Liesveldtbijbel is een vernederlandsing van de Lutherbijbel. Het is daarmee de eerste Nederlandse Bijbel die niet teruggaat op de La-tijnse tekst. Van Liesveldt werkte in Antwerpen; de taal van de vertaling is Brabants. Luther vertaalde nogal vrij, en dit kenmerkt dus ook de Liesveldtbijbel. Deze Bijbel is lange tijd zeer populair geweest in ons land; het was de voornaamste Bijbel van de reformatie.
.
.
De Deux Aes Bijbel is ontstaan in de tweede helft van de zestiende eeuw (eerste druk 1561-62). De vertaling, een bewerking van de Liesveldtbijbel, is een reactie op die volgens Luther die men toch te vrij was gaan vinden. Dit is de voornaamste Nederlandse Bijbel geweest tijdens de tachtigjarige oorlog.
.
.
De Biestkensbijbel is een vertegenwoordiger van de Bijbelvertalingen in gebruik bij religieuze minderheden, in dit geval de doopsgezinden (en lange tijd ook de Luthersen). De eerste druk van ca. 1560 was de eerste Bijbel in ons land waarin de hoofdstukken in verzen waren ingedeeld.
.
De Statenvertaling was een bewuste poging om te komen tot een (reformatorische) standaardbijbel. Bij de verta-ling werd niet uitgegaan van één min of meer toevallig handschrift met de oorspronkelijke tekst, maar van een zo goed mogelijk gereconstrueerde grondtekst (Textus Receptus). Ook werd niet vertaald door één man maar door een groep predikanten. Omdat deze uit het hele land bijeengeroepen werden was de taal van deze vertaling voor het hele land aanvaardbaar. Men heeft zelfs wel gezegd dat de gemeenschappelijke taal er juist door de Staten-vertaling is gekomen. Het vertalen duurde van 1626 tot 1636; de eerste druk dateert van 1637.
.
.
Sinds de negentiende eeuw is de Statenvertaling aanmerkelijk herzien. Spelling en taal werden aanzienlijk gemo-derniseerd, zonder evenwel het wezen van de vertaling zelf aan te tasten.
.
De Leuvense Bijbel was het katholieke antwoord op de steeds grotere verspreiding van protestantse Bijbels. De Moerentorf-versie stamt van 1599 en is dus ouder dan de Statenvertaling. Het was, getrouw aan het standpunt van de kerk, een vertaling uit het Latijn. Moerentorf was geheel alleen verantwoordelijk voor de vertaling. Het was uiteraard een Zuid-Nederlandse vertaling.
.
.
De vertaling door de vereniging Petrus Canisius is de eerste Nederlandse katholieke vertaling die niet meer is uitgegaan van het Latijn, maar van de oorspronkelijke talen. Het Nieuwe Testament werd uitgebracht in 1929 en het Oude in 1937. De complete Bijbel kwam na de oorlog in 1948 beschikbaar.
.
De Willibrord Vertaling is de thans gangbare katholieke vertaling. Hij wordt gekenmerkt door een moderner taal-gebruik, dat echter gepaard gaat met een vrijere opvatting van vertalen (dynamisch-equivalent methode).
.
De Nieuwe Vertaling van het Nederlandse Bijbelgenootschap is kort na de oorlog uitgebracht als een opvolger van de Statenvertaling. Er is aan gewerkt door theologen van verschillende richtingen, om hem acceptabel te ma-ken voor mensen met uiteenlopende kerkelijke achtergrond. Om vooral het conservatieve deel van het publiek niet af te schrikken is het taalgebruik nadrukkelijk conservatief gehouden, zodat het verschil met de oude Staten-vertaling niet te groot zou worden.
.
.
De Groot Nieuws Bijbel is een moderne vertaling in de “omgangstaal”, die door het NBG en de KBS (katholieke Bijbelstichting) gemeenschappelijk is gemaakt en uitgebracht. Het taalgebruik is zeer hedendaags, maar de verta-ling is daardoor wel veel vrijer geworden. In 1996 is er een herziene versie uitgebracht die meer een parafrase is.
.
‘Het Boek’ is een voorbeeld van een zogenaamde parafrase waarbij het verhaal meer naverteld dan vertaald wordt.
.
De Nieuwe Bijbel Vertaling is een tiental jaar geleden verschenen (oktober 2004). Deze wordt beschreven als een interconfessionele vertaling. Aan deze vertaling hebben naast protestantse en katholieke kerken ook de joodse gemeenschap meegewerkt (het Oude Testament). De bedoeling was om in modern Nederlands (doeltaalgericht) zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Ook wordt meer aandacht geschonken aan de taalstijl van het origi-neel. Er is momenteel nog enige discussie over deze vertaling.
.
De Herziene Staten Vertaling is een poging om het oude woordgebruik van de Statenvertaling te moderniseren zonder de vertaalprincipes van de Statenvertaling los te laten. De HSV is dan ook wel geschikt als studiebijbel. Wel is het jammer dat voor het Nieuwe Testament de eis vanuit conservatieve kring is ingewilligd om uitsluitend ge-bruik te maken van de Textus Receptus, en dus geen gebruik te maken van alle andere handschriften die sinds-dien ontdekt zijn en de veel betere kennis die er tegenwoordig is. Het Oude Testament is vrij van deze tradities omdat daarvoor een dergelijke standaardtekst niet bestaat.
.
Het doel van de de NBG met de Bijbel in Gewone Taal is een volledig doeltaal gerichte vertaling te zijn. Het leest daardoor wel gemakkelijk. Daarmee lijkt het enigszins op een parafrase. Het is daardoor niet geschikt als studie-bijbel, maar voor dat doel zal het ook niet aangeschaft worden. De vertalers zijn zich sterk bewust dat hun eigen visie op de betekenis van de tekst meer zichtbaar is dan bij andere vertalingen. Hun opvattingen over de beteke-nis worden dus leidend voor de vertaling. Dat heeft er, bijna vanzelfsprekend, wel toe geleid dat bepaalde kerkelijk dogma’s veel beter worden ondersteund dan in een wat meer brontaal gerichte vertaling.
Normaal zou je zeggen, als iemand onbekend is met de Bijbel: lees eerst iets eenvoudigs, en ga daarna met een studiebijbel verder. Het probleem met deze Bijbel is echter dan wel dat je blik al gekleurd is hoe je een tekst op moet vatten. En dan is het de vraag of de schrijver inderdaad bedoelde wat de vertalers er van gemaakt hebben. In sommige gevallen zal dat zeker wel zo zijn, in andere gevallen is dat veel minder waarschijnlijk. Zeker is dat je met deze vertaling minder naar weerklanken kunt luisteren.
.
.
.
.
Porfierieten zijn evenals porfieren vulkanische gesteenten (vulkanieten), maar ze hebben een andere samen- stelling. Porfieren, met name kwartsporfieren of rhyolieten bevatten talrijke eerstelingen van kaliveldspaat en kwarts. Plagioklaas is vaak wel, maar soms ook niet aanwezig. Bij porfierieten bestaan de veldspaateerstelingen vrijwel uitsluitend uit plagioklaas. Kaliveldspaat komt in de vorm van eerstelingkristallen niet of in geringe percentages voor. Porfierieten zijn de vulkanische equivalenten (=uitvloeiingsgesteenten) van plagioklaasrijke graniet (granodioriet), tonaliet en dioriet, terwijl kwartsporfier dat is van normale graniet. Porfirieten behoren tot de zwerfstenen.




aland graniet porfiriet









Goed te herkennen aan
– de grote, paarse 5-tallige bloemen met
– kelkslippen ongeveer even lang als de kroonslippen en
– een onderstandig vruchtbeginsel, dat lijkt op een kantige steel
Algemeen
Groot spiegelklokje is een eenjarig plantje van 10 tot 40 cm hoog, dat groeit op open, vochtige, kalkhoudende grond in graanakkers en open bermen. Ze staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ze is ook te koop als tuinplant.

Bloem
Groot spiegelklokje bloeit vanaf juni tot en met augustus met 5-tallige paarse bloemen, die samen een losbloemige pluim vormen. De cultuurplanten zijn vaak wit. De bloemen lijken op een lange, driekantige steel te staan, maar dat is het onderstandige vruchtbeginsel. De 5 kroonbladen zijn vergroeid en tot iets minder dan de helft gespleten. De kroonslippen van volledig geopende bloemen staan vlak af, zijn iets uitgerand en hebben een spitsje.

Algemeen
– klokjesfamilie (Campanulaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– 10 tot 40 cm
Bloem
– paars
– vanaf juni t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 15 tot 25 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand zwak gekarteld
– voet (half)stengelomvattend of
aflopend
– kromnervig
Stengel
– rechtop
– weinig behaard
– kantig
zie wilde bloemen










































