Category / categorie : video
Angels, the saints, devotions and the conclusion
Engelen, de heiligen, devoties en de conclusie

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



.
.
.
.
.
.

.
.
De laatste miniatuur, de vijfendertigste, moet men wel de minst geslaagde van heel de serie noemen, maar dat lag ook wel enigszins aan de opgave. Immers in het laatste visioen van Scivias laat Hildegard alle hemelbewoners op hun beurt een lied zingen. Eerst zingen ze ter ere van Maria, dan ter ere van de engelen, vervolgens voor de profeten en de apostelen, martelaren en belijders en tenslotte het lied van de maagden.
.
.
.
.


.
.
.
.
.
.
1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie
Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.
.
.
Als we kijken naar deze geschiedenis, dan moeten we terug naar de middeleeuwse kerk. Deze kerk was de samenvoeging van spiritualiteit, macht, wetenschap en de rechtelijke macht. Dit gaf de mens duidelijkheid. Er werd verteld dat er een opperwezen was die voor iedereen zorgde en dat was genoeg wetenschap voor de burger.
Maar de combinatie spiritualiteit en wetenschap werd hoe langer hoe meer een onhoudbare combinatie. De Kerk had namelijk statements over de aarde als middelpunt van het heelal die wetenschappelijk onhoudbaar waren.
Aan het begin van de renaissance ontstond er een langzame splitsing tussen kerk en wetenschap met dien verstande dat deze wetenschap geen onderzoek zou doen naar de relatie tussen mens en God, engelen, wonderen, paranormale verschijnselen en andere aspecten die als domein van de godsdienst en dus de kerk golden.
De vroege wetenschap ging zich zodoende toeleggen op de materiële wereld. De ontdekkingen kwamen snel en werden toegelegd op natuurkunde, scheikunde, wiskunde en andere abstracte deelgebieden. Nieuwe technologieën werden gevonden en energiebronnen ontdekt. De industriële revolutie kwam op gang en de mens werd in kaart gebracht en kon beter gemaakt worden door medicijnen.
De kerk moest geleidelijk inboeten en de oude afspraak tussen kerk en wetenschap begon scheuren te vertonen. Vooral de medische wetenschap had hier een sterke invloed op. De mens raakte zijn zekerheid in zijn herkomst en zijn ware aard kwijt en kreeg daar een wetenschappelijke zekerheid voor terug. De spiritualiteit van de kerk is teruggebracht tot een eenmalig zondagse bijeenkomst wat binnen de christelijke kringen meer een moeten dan een willen is.
.
.
Deze wetenschappelijke zekerheid werd geleidelijk obsessief. Het weten werd, en is nu nog steeds, belangrijker dan het voelen. Alles moet bewijsbaar en meetbaar en herhaalbaar zijn. Dezelfde wetenschap, die eerst voor een nieuwe zekerheid zorgde, was midden de 20e eeuw tevens de bron van een grote onzekerheid.
De natuurkunde (Einstein) kwam terug op eerdere uitspraken dat het universum materialistisch is. Er waren bewijzen en ideeën van ingewikkelde energievelden en -patronen, tijd en ruimte waren niet meer lineair, en eenzelfde elementair deeltje kon op 2 plaatsen tegelijk zijn.
Tegelijkertijd werden atoomwapens uitgevonden en begon de wapenwedloop. Ook kwamen de eerste berichten dat de industriële revolutie ook zijn nadelen had op mens en milieu. De zekerheid die de mens eerst bij de kerk had en later bij de wetenschap bleek een schijnwerkelijkheid.
.
.
Deze schijnwerkelijkheid resulteerde dat de mens opnieuw op zoek ging naar een nieuwe werkelijkheid. De ervaring leerde dat deze niet gevonden kon worden in de dogmatische kerk en ook niet in de wetenschap. En zo ontstond er in de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw een variatie van stromingen welke ‘new-age’ en ‘alternatief’ genoemd werd.
Het accent dat bij het 1e inzicht genoemd werd “kritische massa” is ook hier van belang. Pas als een bepaalde groepsgrootte met spiritualiteit bezig is zal het kunnen evalueren. Het 2e inzicht legt dus de nadruk op de terugkeer naar het spirituele. Dat kunnen we nu ook plaatsen omdat de toevalligheden uit het 1e inzicht geen toevalligheden meer zijn maar intuïties die lessen herbergen.
Nu we ons open stellen voor deze intuïtie en ook kennis hebben dat we ons niet kunnen vertrouwen op datgene wat anderen beweren (kerk, dogma’s en wetenschap) moeten we wel in onszelf gaan zoeken naar de antwoorden.
Dit klinkt logisch, maar is moeilijk. We zijn enorm gebonden aan fundamentele overtuigingen, verwachtingspatronen, structuren, rationele argumentatie, weten in plaats van voelen, regels en orde. Vanuit dat besef leven en handelen we voornamelijk en dit blokkeert de intuïtie. Het loslaten van deze blokkades is het werkterrein van het 2e inzicht.
.
.
• wat ik graag wil veranderen is…
• ik zou graag meer…
• ik blijf maar denken aan…
• over een jaar zou ik graag…
• ik zou het heerlijk vinden als ik…
• waarom zie ik het dan niet ?
.
.
.
.
.
.
.
.
.






.


.
.
.
.
.
.
.
Hij sprak tot Hagar ivm haar nakomelingen (Genesis 16:10-12). Zij erkende Zijn Persoon (v 13) –
Hij volgde de Joden in de wildernis (1 Korintiërs 10:4) –
Hij bereidde de weg voor de inname van Kanaän (Exodus 23:20-33) –
Hij werd “Ik zelf” genoemd (verwijzend naar God) (Exodus 32:34; 33:14; Jesaja 63:9) –
Hij sprak tot Mozes vanuit de brandende braamstruik (Exodus 3:2,4,14; Johannes 8:58) –
Hij was de boodschapper (engel) van het verbond (Maleachi 3:1) –
Jezus was niet slechts een mens, hij bestond voor zijn incarnatie (vleeswording Johannes 1:14; 1 Timoteus 3:16), Hij was met God en in de gedaante van God (Johannes 1:1-3; Filippenzen 2:5-8). –
Hij spreekt nu voor de Vader tot de mens (Hebreeën 1:3; Johannes 12:49-50; 1:1,14)
.
.
.
.
.
a) geestelijke wezens (Matteus 22:30) – hemelse/onsterfelijke wezens
b) Geschapen wezens (Kolossenzen 1:16)
c) Bestonden als “zonen” voor de schepping van de wereld (Job 38:4-7); ze zijn niet de geesten van dode mensen.
d) Bezitten verschillende ranken en rollen (1 Tessalonissenzen 4:16; Judas 9; Daniël 8:16; Lukas 1:19,26)
e) Hebben een hogere rank dan de mens (Psalm 8:5 en hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen – SVV)
f) Bezitten: intellect (1 Petrus 1:12); wil (Galaten 1:8; 2 Petrus 2:4; Judas 6); emotie (zoals de mens) (Lukas 15:10)
g) Sommigen zondigden lang geleden en kregen een straf van God (2 Petrus 2:4)
.
.
.
Sommige voorbeelden zijn:
a) Eén engel: Elia moest zijn eigen leven bewaren (1 Koningen 19:5)
b) Twee engelen: Lot moest vluchten van Sodom (Genesis 19:15)
c) Drie engelen: Abraham zou een zoon en een volk krijgen (Genesis 18:10,18) Merk op: wie was de derde engel? (Genesis 18:2-4,17,22; 32:1-2)
d) Vele engelen: Bemoedigden Jacob op 2 verschillende momenten (Genesis 28:12; 32:1-2)
.
.
.
1. Johannes de Doper (Maleachi 3:1)
2. Paulus (Galaten 4:14 maar gij naamt mij aan als een engel Gods )
3. Boodschappers van de plaatselijke gemeenten (Openbaring 2:1,8,…)
.
.
.
.
.
.
.
.