Category / categorie : Video
.
Angels, the introduction / Engelen, inleiding

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.


.
.
.
.
.
.
.
Hij sprak tot Hagar ivm haar nakomelingen (Genesis 16:10-12). Zij erkende Zijn Persoon (v 13) –
Hij volgde de Joden in de wildernis (1 Korintiërs 10:4) –
Hij bereidde de weg voor de inname van Kanaän (Exodus 23:20-33) –
Hij werd “Ik zelf” genoemd (verwijzend naar God) (Exodus 32:34; 33:14; Jesaja 63:9) –
Hij sprak tot Mozes vanuit de brandende braamstruik (Exodus 3:2,4,14; Johannes 8:58) –
Hij was de boodschapper (engel) van het verbond (Maleachi 3:1) –
Jezus was niet slechts een mens, hij bestond voor zijn incarnatie (vleeswording Johannes 1:14; 1 Timoteus 3:16), Hij was met God en in de gedaante van God (Johannes 1:1-3; Filippenzen 2:5-8). –
Hij spreekt nu voor de Vader tot de mens (Hebreeën 1:3; Johannes 12:49-50; 1:1,14)
.
.
.
.
.
a) geestelijke wezens (Matteus 22:30) – hemelse/onsterfelijke wezens
b) Geschapen wezens (Kolossenzen 1:16)
c) Bestonden als “zonen” voor de schepping van de wereld (Job 38:4-7); ze zijn niet de geesten van dode mensen.
d) Bezitten verschillende ranken en rollen (1 Tessalonissenzen 4:16; Judas 9; Daniël 8:16; Lukas 1:19,26)
e) Hebben een hogere rank dan de mens (Psalm 8:5 en hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen – SVV)
f) Bezitten: intellect (1 Petrus 1:12); wil (Galaten 1:8; 2 Petrus 2:4; Judas 6); emotie (zoals de mens) (Lukas 15:10)
g) Sommigen zondigden lang geleden en kregen een straf van God (2 Petrus 2:4)
.
.
.
Sommige voorbeelden zijn:
a) Eén engel: Elia moest zijn eigen leven bewaren (1 Koningen 19:5)
b) Twee engelen: Lot moest vluchten van Sodom (Genesis 19:15)
c) Drie engelen: Abraham zou een zoon en een volk krijgen (Genesis 18:10,18) Merk op: wie was de derde engel? (Genesis 18:2-4,17,22; 32:1-2)
d) Vele engelen: Bemoedigden Jacob op 2 verschillende momenten (Genesis 28:12; 32:1-2)
.
.
.
1. Johannes de Doper (Maleachi 3:1)
2. Paulus (Galaten 4:14 maar gij naamt mij aan als een engel Gods )
3. Boodschappers van de plaatselijke gemeenten (Openbaring 2:1,8,…)
.
.
.
.
.
.
.
.

Satan, de opperbevelhebber van de demonen
Pasteltekening van John Astria
In Genesis 6:2 wordt gesproken over de ‘zonen Gods’. De Septuaginta vertaalt hier in het Hebreeuws voor ‘zonen Gods’ met het Griekse woord voor engelen. De Hebreeuwse term ‘zonen Gods’ komt zes maal in het Oude Testament voor:
* 2x in Genesis – Hs. 6: 2 en 4;
* 3x in het boek Job – Hs. 1:6, 2:1 en 38:7, waar het heel duidelijk betrekking heeft op engelen;
* 1x in Daniel – Hs. 3:25 in het enkelvoud, waar koning Nebukadnezar tot zijn ontzetting constateert, dat er geen drie, maar vier mannen wandelen in de brandende oven. Het uiterlijk van de vierde geleek op dat van een zoon der goden.
Dat de zonen Gods van Genesis 6:2 engelen waren, wordt in het Nieuwe Testament bevestigd door 1 Pet. 2:4-5 en Judas, vers 6:
“…en dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden; zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur.”
Judas laat in zijn brief (geheel in lijn met Gen. 6:1-4) zien, dat de engelen hun oorsprong ontrouw werden en dat zij ander (menselijk) vlees achterna liepen. Zij vierden hun hoererij bot op dezelfde wijze als Sodom en Gomorra. Deze engelen werden hun oorsprong ontrouw, ja, zij verlieten hun eigen woning. Het woord voor ‘woning’ komt slechts twee keer in de Bijbel voor. Hier in Judas, vers 6 en in 2 Korinthe 5, vers 2:
“Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt; een eeuwig huis. Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden, als wij maar bekleed, en niet naakt, zullen bevonden worden.”
Deze tekst leert ons, wat Judas precies bedoelde. Deze ‘eigen woning’ was geen gebouwd huis ergens in de hemel, maar een woonstede in de betekenis van 2 Korinthe 5:2. Het was een geestelijk lichaam, behorende tot lichamen van een hogere orde dan de aardse lichamen, die Paulus hier vergelijkt met een aardse tent. Paulus verlangt hier in 2 Korinthe 5:2-3 met zo’n geestelijk lichaam overkleed te worden.
Het was Bullinger die aantoonde dat de engelen, en dus ook de zonen Gods van Genesis 6, hun geestelijke woning, hun lichaam, verlieten. Zij materialiseerden zich op aarde, werden aards, om zo seksuele omgang met de dochters der mensen te kunnen hebben. Vrijwillig verlieten deze engelachtige wezens hun geestelijk lichaam en gaven al de privileges en kenmerken op die aan deze hogere lichamen verbonden zijn. Zij gebruikten hun intrinsieke macht om te materialiseren en zich hierna op ongerijmde wijze te verenigen met de vrouwen op aarde.
Uit de verbintenis tussen deze engelen en de dochters der mensen kwamen de Gibbor, de geweldigen, de machtigen, voort: ‘mannen van naam’. Het was een geslacht van reuzen, van half-goden: half engel, half mens.
De Griekse mythologie vertelt uitvoerig, hoe de ‘zonen Gods’ Zeus en de goden van de Olympus zich op aarde gedroegen. Zij worden afgeschilderd als wezens belust op seks en genot. Met name Zeus gaat de andere goden hierin voor . Zijn seksuele avonturen en uitspattingen zijn talrijk, evenals die van zijn mede-goden.
De beroemde Griekse schrijvers, Sophocles, Plutarchus, Euripides, Homerus, enz., informeren ons uitvoerig over welke intriges, moord, overspel tussen de goden van de Olympus en hun nakomelingen de ‘halfgoden’ voorkwamen. De wereld van de voortijd, de wereld van Noach, was zo boos en zo verdorven (Gen. 6:5, 11-13), dat God die wereld oordeelde door de zondvloed. Petrus maakt hier melding van en laat ons zien, dat God de engelen (2 Pet. 2:4) en de mensen (vers 5) niet spaarde:
“Want indien God engelen, die gezondigd hadden, niet gespaard heeft, maar hen, door hen in de afgrond te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren; en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht…”
Dit houdt in dat alle mensen de dood vonden, behalve de acht mensen in de ark. De engelen, die hun oorsprong ontrouw geworden waren, werden volgens Petrus en Judas niet gedood! Hun nakomelingen, de Gibbor, de geweldige mannen van naam (half engel, half mens) vonden de dood evenals de (gewone) mensen, maar zij niet. De Griekse mythologie vertelt ons, dat deze nakomelingen sterfelijk waren, maar de goden van de Olympus zelf waren onsterfelijk. Dat engelen inderdaad onsterfelijk zijn, laat ook de Here Jezus zien in Lukas 20, waar Hij in een gesprek is met de Sadduceeën over de opstanding:
“…maar die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuwen aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk…”

De engelen die geheel vrijwillig hun geestelijke lichaam verlaten hadden stierven niet bij de zondvloed. Er is niets in de tekst van 2 Petrus 2:4 dat daarop wijst. Petrus laat ons zien dat God hen niet spaarde, maar zij vonden niet de dood. Petrus zegt in hoofdstuk 2:4 dat zij verwezen werden naar de afgrond.
Het normale woord voor ‘afgrond’ is in het Grieks: ‘Abyss’. Het komt vele malen voor in de Bijbel. Het woord dat hier echter gebruikt wordt is: ‘Tartarus’. Dit woord komt maar één keer in de Bijbel voor en wel hier in 2 Petrus 2:4.
In de Griekse mythologie is de Tartarus de gevangenis van Cronos en de Titanen. Het is een verschrikkelijke, duistere afgrond.
Volgens theologen duidt het woord Tartarus op de laagste delen in de atmosfeer, die de aardbol omhult, namelijk de lucht. De engelen, die hun oorsprong ontrouw waren geworden en die hun geestelijk lichaam uit eigen beweging verlaten hadden (vermoedelijk verleid door satan, dat zij door verbintenis met de mens ‘de boom des levens’ op de cherubs konden veroveren), zaten nu voortaan gekluisterd op aarde.
Hun geestelijk lichaam hadden zij eens zelf verlaten door zich aards te materialiseren, en hun vernederd lichaam waar zij nu in verbleven, verloren zij door de zondvloed, hoewel zij niet – zoals de mens – konden sterven. Het gevolg was dat zij nu als geesten, demonen (Grieks: Daimonion, Hebreeuws: Seirim en Shedhim) gekluisterd waren in de tartarus, waar er voor hen geen ontkomen is.
In de tartarus, de lucht om deze aarde, wachten deze gevallen engelen, deze Nephilim, nu ontlichaamd, als geesten, boze geesten, demonen, op het oordeel van de grote Dag. Als gevolg van het verlies van hun lichaam zoeken zij belichaming, zoals de Here Jezus o.a. in Mattheüs 12:43-45 laat zien en in al die gevallen waarin Hij demonen uitdrijft.
De demonen vormen met elkaar de boze geesten in de lucht, de wereldbeheersers dezer duisternis (Efe. 6:12). Hun overste is satan, die hen aanvoert als de overste van de macht der lucht (Efe. 2:2). Zij bezetten de lucht en verontreinigen als demonen de nederste delen van de atmosfeer rond de aarde. Hun aantal is onbekend. In de dagen van de rondwandeling van Christus op aarde zien wij herhaaldelijk hoe Christus hun werken verbreekt en hen uitwerpt als zij belichaming in mensen hebben gezocht. Zij zijn zich ervan bewust dat hen het oordeel wacht op de grote Dag, maar desondanks zullen zij in de toekomst onder aanvoering van hun overste zich verenigen in Babylon (Openb. 18:2) en tegen het Lam oorlog voeren.

demon in de mens
Pasteltekening van John Astria
In verband met het oordeel t.a.v. de gevallen engelen en t.a.v. het verdorven menselijk ras, is het goed om stil te staan bij de moeilijke vraag, wie toch de geesten in de gevangenis zijn, waarover Petrus spreekt in 1 Petrus 3, vers 19 en 20:
“Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, Die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis, die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.”
De verklaring die gewoonlijk gegeven wordt van 1 Petrus 3:18-20 is dat de Geest van Christus na Zijn sterven het Evangelie in het dodenrijk gepredikt heeft aan de geesten van mensen uit Noachs dagen, die eertijds het Evangelie ongehoorzaam waren. Deze verklaring is gebaseerd op de veronderstelling, dat de geest van vers 18 de Geest van Christus is in het graf en dat de geesten in de gevangenis van vers 19 de geesten van mensen zijn uit de dagen van Noach. Dit dit is niet correct.
In de eerste plaats is het duidelijk in de tekst dat het woord geest tegenover het woord ‘vlees’ wordt gebruikt. Christus kwam in het vlees als het vleesgeworden Woord met het doel om te sterven voor de zonde. En Hij stierf ook in het vlees. Echter Hij werd opgewekt uit de dood en verrees in een geestelijk lichaam en Hij is nu een levendmakende Geest (1 Kor. 15:44-45). De geest van vers 18 slaat niet op de Geest van Christus in het graf, maar op de levendmakende Geest, waarin Hij opstond.
Uit de tekst van 1 Petrus 3:18-19 wordt dus duidelijk dat Christus niet, toen Hij in de dood was, ‘in het graf’ gepredikt heeft, maar dat Hij gepredikt heeft nadat Hij levend gemaakt is in een geestelijk lichaam, “in welke Hij ook heengegaan is” naar de hemel. Uit de tekst blijkt dat onze Heiland werkelijk “heenging” naar een andere plaats.
In de tweede plaats lijkt niets te staven dat de geesten in de gevangenis (vers 19) geesten van mensen zijn. Het woord pneuma wordt gebruikt voor demonen (zie Matt. 8:16; Luk. 10:20; 11:18) en engelen (Hebr. 1:7,14), maar nooit voor de geesten van mensen, als dit er niet uitdrukkelijk bij wordt vermeld. En er is geen enkele aanwijzing dat dit het geval is in 1 Petrus 3:19. Wij hebben hier niet te maken met geesten van mensen uit de dagen van Noach, maar met de gevallen engelen uit de dagen van Noach, die nu als “geesten in hun gevangenis” begrensd zijn tot de lagere delen in de atmosfeer rond de aarde.
In de derde plaats wordt hier in 1 Petrus 3:18-20 niet gezegd, dat Christus een Evangelie (een blijde boodschap van verlossing) predikte. De boodschap, die de opgestane Heer richtte tot de gedetineerde geesten, die wegens hun ongehoorzaamheid gestraft waren, was niet een boodschap van genade en vergeving, maar één van berisping en oordeel. Satanisch geïnspireerde engelen hadden een misdaad begaan van zo’n enorme omvang in Gods ogen, dat zij als geesten (demonen) gekluisterd werden in de laagste delen van onze atmosfeer.

Aanbidding van de geldgod, de mammon
Aan deze geesten, aldus gevangen in onze atmosfeer, wordt ook gerefereerd in Efeziërs 4, vers 8-10:
“Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen. Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten? Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.”
Ook dit is een tekst, waar vaak vragen over zijn. Meestal leert men dat Christus in het dodenrijk is nedergedaald en dat hij bij Zijn opstanding zielen heeft vrijgemaakt uit de banden des doods en deze heeft meegevoerd naar den hoge. Met de uitdrukking ‘de lagere aardse gewesten’ (NBG) of ‘de nederste delen der aarde’(SV) wordt niet het dodenrijk, maar de aarde bedoeld.
Verder is er niets in deze tekst of in Psalm 68:19, waaruit deze tekst geciteerd is, om aan te nemen dat de krijgsgevangenen verloste zielen zijn die vastzaten in het dodenrijk. Deze krijgsgevangenen zijn vijanden van Christus. Zij zijn door Christus gevangen genomen, net zoals zij in de psalm gevangen genomen waren door de God van Israël. De Statenvertaling heeft: “Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven.” Dit staat veel dichter bij de grondtekst.
Christus is op aarde gekomen om het werk, dat de Vader Hem te doen had gegeven, te volbrengen. Hij kwam niet alleen om de zonde weg te doen op het kruishout, maar Hij kwam ook om de dood te overwinnen, de werken des duivels te verbreken en de duivel teniet te doen. Christus heeft met Zijn opstanding bewezen, dat de dood Hem niet kon houden en dat Hij de zonde en de dood overwonnen had. Hij bracht onvergankelijk leven aan het licht.
Met Zijn hemelvaart toonde Hij aan dat Hem alle macht gegeven was in de hemelen en op aarde, en dat de duivel en zijn werken absoluut teniet gedaan zullen worden. Dit was de boodschap, die Hij proclameerde aan “de geesten in de gevangenis”, de demonen die gevangen en gekluisterd zijn aan deze aarde ( 1 Pet. 3:19). Christus overwon en Hij heeft hun gevangenis gevangen genomen, wat zeggen wil in het licht van Kolossenzen 2:15 “Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.”
Christus heeft bij Zijn opstanding en bij Zijn hemelvaart laten zien dat niet satan alle macht heeft, maar dat Hij alle macht bezit in de hemelen en op aarde. Hij bezit de sleutels van de dood en het dodenrijk, en de overheden en de machten der duisternis zullen hun oordeel niet ontlopen. De “Meesters der Wijsheid” waar Satanisten, Kabbalisten, Gnostici, Mystici, New Agers, enz., zo lovend over spreken, zijn niets anders dan gevallen engelen, die als boze geesten, demonen, op aarde gekluisterd, wachten op hun oordeel.
Bij de hemelvaart van Christus konden ze de Here Jezus niets doen. Hij zegevierde openlijk over hen toen Hij de vijandelijke linies doorging. Zij doen zich voor als “Verhoogde Meesters”, maar er is niets verhogends aan. Zij zijn geworpen op de grond, op de aardbodem en wachten op hun definitief oordeel op de grote oordeelsdag. Dit oordeel zullen zij niet kunnen ontlopen.

Het einde van de draak (666) door het kruis
Pasteltekening van John Astria
De hogere geestelijke wereld, waar New Agers over spreken, is in werkelijkheid een demonische wereld, die zich dicht om ons heen bevindt. Deze demonische wereld is een realiteit. De invloed van demonen door middel van valse leer en met behulp van geestesmanifestaties in de New Age Beweging, de Oecumenische Beweging en Charismatische kringen is enorm. De realiteit van demonen kan men niet zomaar wegredeneren, zoals sommigen doen.
Demonen zijn boze geesten die in feite achter elke vorm van afgoderij staan. De afgod is van zichzelf niets. Die is gemaakt van hout, steen of edelmetaal. Maar achter de aanbidding van deze beelden staan wel degelijk demonen, die mensen tot afgoderij verleiden met als uiteindelijk doel: de aanbidding van hun overste, satan (1 Kor. 10:19-21; Openb. 9:20; Deut. 32:17).
Waar de NBG ‘boze geesten’ vertaalt in 1 Korinthe 10, daar staat letterlijk ‘demonen’:
“Wat wil ik hiermede dan zeggen? Dat een afgodenoffer iets is, of dat een afgod iets is? Integendeel, dat hun offeren een offeren is aan demonen en niet aan God en ik wil niet, dat gij in gemeenschap komt met de demonen. Gij kunt niet de beker des Heren drinken en de beker der demonen, gij kunt niet aan de tafel des Heren deel hebben en aan de tafel der demonen.”
Deze demonen zijn een realiteit achter de afgodendienst. Als zij niet zouden bestaan, dan had de apostel Paulus dit hier ongetwijfeld aan de Korintiërs gezegd. Maar hij waarschuwt met nadruk voor het gevaar, dat gelovigen in gemeenschap met de demonen kunnen komen, als zij niet oppassen. De Schrift verbiedt het de demonen te raadplegen (Lev. 19:31; 20:6; Deut. 18:9-14). Onder Israël stond daar de doodstraf op (Lev. 20:27). Demonen sidderen voor God (Jak. 2:19): “Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wel, maar dat geloven de demonen ook en zij sidderen.”
Zij erkennen Christus als Heer en zien Hem als hun toekomstige Rechter: “Van velen voeren ook demonen uit, roepende en zeggende: Gij zijt de Zoon van God. En Hij bestrafte hen en liet hun niet toe te spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.” (Luk. 4:41) “En zie, zij schreeuwden, zeggende: Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?” (Matt. 8:29)
Deze demonen zijn reëel en hun bestaan berust niet op fictie. De wereld om ons heen is een demonische wereld, die wij niet kunnen waarnemen. God heeft die aan ons oog onttrokken na de zondeval, maar dat wil nog niet zeggen dat die wereld niet bestaat. Helaas kan de mens die wereld wel binnentreden, ook al heeft God dit verboden (Exod. 20:3-5; Lev. 19:31; 20:6,27; Jes. 8:19-22; 2 Kron. 33:6).
In de Schrift maken demonen deel uit van het rijk der duisternis. Er is sprake van een hiërarchie binnen dit rijk bestaande uit: demonen, engelen, en luchtvorsten. Satan staat aan het hoofd als de ‘overste van de macht der lucht” (Efe. 2:2; Matt. 25:41; Openb. 12:7). Satan is dus overste van een luchtmacht. Alle aardse overheden, machten en koninkrijken worden door deze luchtmacht gecontroleerd.
Het rijk der duisternis is in hoge mate georganiseerd (Matt. 12:26; Joh. 18:36; Matt. 4:8-11; Luk. 4:5-8; Joh. 14:30). Het staat achter de aardse overheden en beïnvloedt die (2 Sam. 24: 1; 1 Kron. 21: 11; 1 Kon. 22:19-23; Job 1:6-7; 2:1-2). Dit is Satans engelen- en demonenwereld. De apostel Paulus spreekt hen gezamenlijk aan als: ‘de overheden, de machten, de wereldbeheersers dezer duisternis, de boze geesten in de hemelse gewesten’. (Efe. 6) Hun machtsgebied is de duisternis. De wereld bevindt zich in die duisternis en satan is “de overste van deze wereld.” Alleen God kan de mens uit deze macht der duisternis verlossen en hem overbrengen in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde (Hand 26:18, Kol. 1:13).

De wapenuitrusting van God
Pasteltekening van John Astria
De vijanden waartegen wij hebben te worstelen zijn niet van bloed en vlees, maar geestelijk:
“…want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.” (Efe. 6:12)
Deze worsteling is een geestelijke strijd. Het is de goede strijd des geloofs. De inzet is hierbij altijd de verkondiging van het Evangelie (Efe. 6:19-20), de gezonde leer (2 Tim. 4:3-5), het Woord der Waarheid (2 Tim. 2:15-26), waarin Christus overwint en satan teniet gedaan wordt:
“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad, dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.” (Gen. 3:15)
Tegen deze boodschap brengen de boze geesten, de demonen, altijd hun valse leringen in. Zij verspreiden dwalingen onder de mensen en trachten de gelovigen te verleiden met valse leringen over God en Zijn Woord, over satan en het kwaad, over de mens en de dood, over Christus en Zijn verlossing, enzovoort (1 Tim. 4:1-2).
“Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van demonen volgen, door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn.” (1 Tim. 4)
De demonen vinden altijd leugensprekers door wie zij heen kunnen spreken. Als wij niet blijven staan in de volle wapenrusting Gods met o.a. het zwaard des Geestes in de hand (dat is het Woord van God, Efe. 6:17), dan lijden wij de nederlaag. Dan raken wij verstrikt in valse leer. Dan raken wij het spoor des geloofs bijster. Ons geloof kan daardoor zelfs schipbreuk lijden (1 Tim. 1:19). Maar wij hoeven niet te vrezen. Wij mogen de wapenrusting Gods aandoen om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels. En wij mogen er verzekerd van zijn, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch machten, noch krachten, noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.” (Rom. 8:38-39)



.

Satan, de slang
Pasteltekening van John Astria
.
De geschiedenis van Satan, de duivel, wordt in de Bijbel beschreven in Jesaja 14:12-15 en Ezechiël 28:12-19. Deze twee passages bevatten ook verwijzingen naar de koning van Babylon, de koning van Tyrus en de geestelijke kracht die achter deze koningen zat.
Waarom werd Satan uit de hemel verstoten? Zijn val werd veroorzaakt door hoogmoed. Deze hoogmoed kwam voort uit zijn verlangen om zelf God te zijn in plaats van een dienaar van God te zijn. Satan was de hoogste van alle engelen, maar hij was niet gelukkig. Hij verlangde ernaar om zelf God te zijn en over het universum te heersen. God wierp Satan uit de hemel, als een gevallen engel.
Jesaja 14: 12-15
12 Morgenster, zoon van het ochtendlicht, wat ben je diep gevallen!
Jij die over de volken heerste, bent neergeslagen.
13 En je dacht nog wel: ‘Ik zal opstijgen naar de hemel,
en hoog boven de sterren van God mijn troon neerzetten.
Ik zal op mijn troon zitten op de berg
waar de engelen voor de troon van God samenkomen,
ver in het noorden.
14 Ik zal hoog boven de wolken op mijn troon zitten.
Ik zal net zo machtig zijn als de Allerhoogste God.’
15 Maar wat is er van je geworden?
Je bent in het dodenrijk neergestort,
in het diepst van de aarde!
Ezechiël 28: 12-19
11 De Heer zei tegen mij: 12 “Mensenzoon, zing dit treurlied over de koning van Tyrus:
.
U was volmaakt.
U was vol van wijsheid en volmaakt mooi.
13 U woonde in Eden, de tuin van God.
U was helemaal bedekt met allerlei edelstenen:
sardis, topaas, diamant,
turkoois, sardonyx, jaspis,
saffier, robijn, smaragd.
Al die stenen waren met gouden zettingen op u vastgezet.
Op de dag dat u gemaakt werd, werden ze voor u gemaakt.
14 Ik had u een taak gegeven: u was een beschermende engel.
Ik had u een plaats gegeven op mijn heilige berg.
U mocht tussen de vurige stenen komen.
15 Vanaf de dag dat Ik u maakte, leefde u zoals Ik het wil.
U was volmaakt.
Totdat u op een dag slecht werd.
16 Want doordat u zo rijk werd, kreeg het kwaad u in zijn macht.
U leefde niet langer zoals Ik het wil.
Daarom stuurde Ik u weg van mijn heilige berg.
U, beschermende engel, mocht niet langer tussen de vurige stenen komen.
17 U was er trots op geworden hoe prachtig u er uitzag.
Daardoor verloor u uw wijsheid.
Ik wierp u neer op de aarde.
Koningen van andere landen liet Ik zien hoe het slecht met u afliep.
18 Door uw slechte en oneerlijke manier van leven
heeft u uw heiligdommen bedorven.
Daarom heb Ik uw stad tot aan de grond afgebrand.
Er is alleen nog as van over.
19 Alle volken die u hebben gekend,
zijn geschokt over wat er met u gebeurd is.
Het is vreselijk met u afgelopen.
U bent voor altijd van de aardbodem verdwenen.”

de ware- en de valse Drievuldigheid
Pasteltekening van John Astria
De duivel wordt vaak als een karikatuur afgeschilderd: een stripboekachtige boef met rode horentjes en een drietand; het is daarom niet verwonderlijk dat mensen de geschiedenis van Satan in twijfel trekken. Maar, zijn bestaan is niet op fantasie gebaseerd. Het wordt bevestigd door hetzelfde boek dat het leven en dood van Jezus beschrijft (Genesis 3:1-16, Jesaja 14:12-15; Ezechiël 28:12-19; Matteüs 4:1-11).
Genesis 3: 1-16
1 De slang was sluwer dan alle andere wilde dieren die de Heer God had gemaakt. Hij zei tegen de vrouw: “God heeft toch gezegd dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?” 2 De vrouw antwoordde: “We mogen van alle vruchten van alle bomen in de tuin eten. 3 Alleen niet van de vruchten van de boom die in het midden van de tuin staat. Daarvan heeft God gezegd: ‘Van die boom mogen jullie niet eten. Jullie mogen hem zelfs niet aanraken. Want anders zullen jullie sterven.’ ” 4 Maar de slang zei tegen de vrouw: “Jullie zullen helemaal niet sterven. 5 God weet dat als jullie daarvan eten, jullie de waarheid zullen zien. Jullie zullen net als God weten wat goed en wat kwaad is.” 6 Toen wilde de vrouw erg graag van de vruchten in de boom eten. Ze zagen er zó aantrekkelijk uit! Ze wilde er zo graag van eten omdat ze dan wijs zou worden. Ze plukte een vrucht van de boom en at hem op. Ze gaf er ook één aan haar man, die bij haar stond. Hij at de vrucht op. 7 Toen zagen ze de waarheid: ze zagen dat ze naakt waren. Daarom maakten ze twee schorten van de bladeren van een vijgenboom. Zo hadden ze iets om aan te trekken.
8 Toen hoorden ze de stem van de Heer God, die door de tuin wandelde in de avondwind. Haastig verstopten de man en zijn vrouw zich voor de Heer. Ze verborgen zich tussen de bomen van de tuin. 9 Maar de Heer God riep Adam en zei: 10 “Waar zit je?” Adam antwoordde: “Toen ik uw stem in de tuin hoorde, werd ik bang. Want ik ben naakt. Daarom heb ik me verstopt.” 11 De Heer zei: “Wie heeft jou verteld dat je naakt bent? Heb je van de boom gegeten waarvan Ik had gezegd dat jullie daar niet van mochten eten?” 12 Adam zei: “De vrouw die U aan mij heeft gegeven, gaf mij een vrucht van de boom. Die heb ik opgegeten.” 13 Toen zei de Heer tegen de vrouw: “Waarom heb je dat gedaan?” De vrouw zei: “De slang heeft mij bedrogen. Hij zei dat ik ervan moest eten en toen heb ik dat gedaan.”
14 Toen zei de Heer God tegen de slang: “Omdat je dit hebt gedaan, ben je voortaan zwaar vervloekt. Je hele leven zul je op je buik kruipen en stof eten. 15 En jij en de vrouw zullen elkaars vijanden zijn. En jouw kinderen en haar kind zullen elkaars vijanden zijn. Haar kind zal jouw kop verpletteren en jij zal de hiel van haar kind verpletteren. ”
16 Tegen de vrouw zei Hij: “Voortaan zul je veel meer problemen hebben als je in verwachting bent. En als je kinderen worden geboren, zal dat veel pijn doen. Altijd zul je naar je man verlangen en hij zal over je heersen.”
Mattheüs 4: 1-11
1 Daarna stuurde de Heilige Geest Jezus naar de woestijn. Daar moest Jezus door de duivel op de proef worden gesteld. 2 Hij bleef 40 dagen in de woestijn. Al die tijd at Jezus niets. Tenslotte kreeg Hij honger.
3 Toen kwam de duivel. Hij zei tegen Hem: “Als U Gods Zoon bent, zeg dan tegen deze stenen dat ze in broden moeten veranderen.” 4 Maar Jezus antwoordde: “In de Boeken staat: ‘Je kan niet alleen van brood leven. Alles wat God zegt, heb je óók nodig om te leven.’ ”
5 Toen nam de duivel Hem mee naar Jeruzalem. Daar zette hij Hem op de rand van het dak van de tempel. 6 En hij zei tegen Jezus: “Als U Gods Zoon bent, spring dan naar beneden. Er staat toch in de Boeken: ‘God zal zijn engelen de opdracht geven dat ze U op hun handen moeten dragen. Dan zult U uw voeten niet aan een steen stoten.’ ” 7 Jezus antwoordde: “Maar er staat ook in de Boeken: ‘Je mag je Heer God niet uitdagen.’ ”
8 Daarna nam de duivel Jezus mee naar een hoge berg. Vanaf die berg liet hij Jezus alle koninkrijken van de wereld zien, met al hun macht en rijkdom. 9 En hij zei tegen Jezus: “Dat geef ik allemaal aan U, als U voor mij neerknielt en mij aanbidt!” 10 Toen zei Jezus: “Ga weg, duivel! Er staat toch ook in de Boeken: ‘Aanbid je Heer God en dien alleen Hém.’ ”
11 Toen liet de duivel Hem met rust. En er kwamen engelen om Hem te dienen.
Christenen geloven dat Satan de leider is van de gevallen engelen. Deze demonen, die in de onzichtbare geestenwereld bestaan maar toch op onze stoffelijke wereld inwerken, kwamen tegen God in opstand, maar staan uiteindelijk toch onder Zijn heerschappij. Satan vermomt zichzelf als een “engel van het licht” en bedriegt zo de mensheid, net zoals hij in het begin Eva bedroog.
Jezus getuigde Zelf van het bestaan van Satan. Tijdens Zijn bediening kwam Hij persoonlijk oog in oog te staan met de verleidingen van de duivel (Matteüs 4:1-11), dreef Hij demonen uit die mensen hadden bezeten (Lucas 8:27-33), en versloeg hij deze kwaadaardige engel en zijn legioen demonen aan het kruis. Christus hielp ons ook om de voortdurende geestelijke strijd tussen God en Satan te begrijpen; de strijd tussen goed en kwaad (Jesaja 14:12-15; Lucas 10:17-20).
Lucas 8: 27-33
Daar gingen ze aan land. Er kwam uit de stad een man naar Hem toe, die al jaren in de macht van duivelse geesten was. Hij droeg geen kleren meer en woonde niet in een huis, maar in de graven. 28 Toen hij Jezus zag, begon hij te schreeuwen en liet zich voor Jezus op de grond vallen. Hij riep luid: “Wat moet U van Mij, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God? Ik smeek U mij geen kwaad te doen!” 29 Want Jezus had de duivelse geest het bevel gegeven uit de man weg te gaan. Want de geest had de man al heel vaak met geweld meegesleurd. Om hem te bewaken werd hij wel eens met ijzeren ketenen en voetboeien vastgezet. Maar dan brak hij de boeien weer stuk en werd hij door de geest naar eenzame plaatsen gejaagd.
30 Jezus vroeg hem: “Hoe heet je?” Hij zei: “Ik heet ’t Leger.” Hij zei dat, omdat er heel veel geesten in hem zaten. 31 De geesten smeekten Hem dat Hij hen niet naar de bodemloze put zou sturen. 32 Nu werd er op de berg een kudde varkens gehoed. En de geesten smeekten Hem of ze in de varkens mochten gaan. Dat vond Hij goed. 33 De geesten vertrokken uit de man en gingen in de varkens. En de hele kudde sloeg op hol. De varkens stortten van de steile berghelling af, het meer in. Alle dieren verdronken.
Lucas 10: 17-20
17 Na een poos kwamen de 70 leerlingen heel blij weer bij Jezus terug. En ze zeiden: “Heer, ook de duivelse geesten gehoorzamen ons in uw naam!” 18 Jezus zei: “Ik zag de duivel als een bliksem uit de hemel vallen. 19 Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen. Ik heb jullie macht gegeven over het hele leger van de vijand. Niets zal jullie kwaad kunnen doen. 20 Maar wees er niet blij over dat de duivelse geesten jullie gehoorzamen. Wees er liever blij over dat jullie naam staat opgeschreven in de hemel.”
Met Jezus Christus aan onze zijde hoeven we niet bang te zijn voor de beperkte macht die Satan heeft (Hebreeën 2:14-15). Maar we moeten wijs zijn en zijn tactieken weerstaan:
“We leven wel in deze wereld, maar vechten niet met de wapens van deze wereld. De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.” (2 Korintiërs 10:3-5)
Hebreeën 2: 14-15
14 Die kinderen zijn van vlees en bloed. Daarom is ook Jezus een mens van vlees en bloed geworden. Zo kon Jezus door zijn dood de duivel zijn macht afnemen. De duivel heeft niet langer de macht over de dood. 15 En zo kon Hij alle mensen bevrijden die hun leven lang slaven van het kwaad waren door hun angst voor de dood.
2 Korintiërs 10: 3-5
3 Want we zijn wel gewone mensen die in deze wereld leven, maar we gebruiken geen menselijke wapens. 4 De wapens van onze strijd zijn geen menselijke wapens, maar geestelijke wapens. Het zijn sterke wapens van God, die elke geestelijke muur kunnen afbreken. 5 Als mensen God niet willen gehoorzamen, kunnen we met die wapens elke redenering van hen uit de weg ruimen. Alles wat in de weg staat om God werkelijk te leren kennen, kunnen we als het ware gevangen nemen: alle verkeerde gedachten, redeneringen en ideeën. En daarna kunnen we die gehoorzaam maken aan Christus.

demon in de mens
Pasteltekening van John Astria
Door de geschiedenis van Satan heen is hij geïdentificeerd met het kwaad, omdat hij het tegenovergestelde is van Gods karakter. Gods heilige standaard, die we in de Bijbel kunnen vinden, brengt kwaad aan het licht. Als we niet op de waarheid van de Bijbel vertrouwen, dan kunnen we gemakkelijk gaan dwalen:
Elk van deze benaderingen behaagt de duivel. Hij wil dat we hem ontkennen, vrezen, gehoorzamen of aanbidden. Tenzij we de betrouwbare bron, de Bijbel, volgen, zal hij ons bedriegen (Efeziërs 6:10-11).
Johannes 3: 18-19
18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God. 19 Die mensen zullen worden veroordeeld omdat het Licht in de wereld is gekomen, en ze liever het donker hadden dan het Licht. Dat is omdat ze slechte dingen doen.
2 Korintiërs 11: 14-15
14 Maar dat is niets vreemds. Want de duivel zélf doet alsof hij een engel van het licht is. 15 Dan is het niet vreemd dat zijn dienaren ook doen alsof ze dienaren van de waarheid van God zijn. Maar aan het eind zullen ze hun verdiende loon krijgen voor wat ze doen.
Efeziërs 6: 10-13
10 Tenslotte, broeders en zusters: wees sterk in de kracht van de Heer. 11 Doe de hele wapenrusting van God aan. Dan kan de duivel jullie met zijn sluwe streken geen kwaad doen. 12 Want we strijden niet tegen mensen, maar tegen de onzichtbare leiders, machten en heersers van deze donkere wereld. Dus tegen de duivelse geesten in de geestelijke wereld. 13 Doe daarom de hele wapenrusting van God aan. Dan kun je je verdedigen als het kwaad je aanvalt. En dan kun je ook blijven staan als je alles hebt gedaan wat je moest doen.

De wapenuitrusting van God
Pasteltekening van John Astria
In ons wetenschappelijk, rationeel tijdperk worden geestelijke overtuigingen als bespottelijke mythen van de hand gewezen. Maar Satan heeft absoluut geen moeite met mensen die de realiteit van gevallen engelen of demonen ontkennen. Door zichzelf te vermommen kan hij mensen verleiden en bedriegen zonder herkend te worden. De wijzen onder ons zullen nooit vergeten dat Satan en zijn demonen vastberaden zijn om mensen te bedriegen en een werkelijke strijd aan te gaan met de hemelse engelen.
Satan overtuigt of verleidt zijn prooi om hem te volgen, of zij zich dat nu realiseren of niet. Misschien zijn ze wel gewoon onwetend of verward. Velen geloven liever menselijke theorieën dan de Goddelijke openbaring en de natuurwetten. Ongeacht of ze blind, bedrogen of bereidwillig zijn, ze volgen Satan allemaal naar een fatale bestemming. Ze veroordelen zichzelf tot een eeuwigheid in de hel.
Hoewel Satan machtiger is dan wij mensen, laat God ons niet hulpeloos aan hem over (Efeziërs 6:10-11). Toen de Heer hem terechtwees, sidderden Satan en zijn demonen en zij ontvluchtten Hem (Jakobus 2:19; Judas 1:9). Toen Jezus stierf, overwon Hij hen (Kolossenzen 2:15). Alleen onder het gezag van Jezus heeft een mens de macht om zich tegen de duivel te verweren. Mensen die van hun zonden gered zijn, door de dood van Jezus aan het kruis, worden beschermd; mensen die niet van Satans macht zijn gered zullen met hem vergaan (Johannes 3:16; 1 Petrus 5:8-10).
Met wie zul jij de eeuwigheid doorbrengen? Heb jij het feit aanvaard dat je een zondaar bent en dat Jezus aan het kruis stierf en uit de dood is opgestaan?
Jacobus 2: 19-20
Jullie geloven dat God Eén is? Dat is goed, maar dat geloven de duivelse geesten ook, en ze beven van angst voor Hem. 20 Wat zijn jullie toch dwaas! Waarom begrijpen jullie niet dat het geen zin heeft om te geloven, als jullie verder niet doen wat God van jullie vraagt?
Judas 1: 9-10
9 De engel Michaël had ooit ruzie met de duivel over het lichaam van Mozes toen Mozes gestorven was. Michaël is één van de belangrijkste engelen. Toch wilde hij de duivel niet zelf veroordelen. Hij zei alleen: “De Heer zal je straffen!” 10 Maar die mensen over wie ik het heb, maken alles belachelijk wat ze niet kennen of begrijpen. Ze gedragen zich als domme dieren die niet kunnen nadenken. Ze begrijpen alleen dat wat ze kunnen zien. Het loopt dan ook slecht met hen af
Kolossenzen 2: 15
15 We waren ongehoorzaam doordat het kwaad macht over ons had. Maar nu heeft Hij aan het kruis het kwaad ontwapend, overwonnen en voor iedereen te kijk gezet.
Johannes 3: 16-18
16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.
1Petrus 5: 8-10
8 Wees verstandig en let goed op. Jullie vijand, de duivel, loopt rond als een brullende leeuw die een prooi zoekt. Hij zoekt wie hij kan verslinden. 9 Verzet je tegen hem, sterk in je geloof. Vergeet niet dat je broeders en zusters over de hele wereld dezelfde problemen meemaken als jij.
10 Maar de God die één en al liefde en goedheid is, heeft jullie in Christus geroepen om voor eeuwig bij Hem te zijn. Hij zal jullie, na een korte tijd van lijden, volmaakt en sterk maken. 11 Van Hem is alle eer en macht, voor eeuwig! Amen! Zo is het!

Helend bloed van Christus
Pasteltekening van John Astria


.
.
.
.
Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?
1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”
Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.
.
.

.
.
Richtlijnen om te onthouden:
.
Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:
Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”
Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”
Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”
Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”
1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”
Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”
1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”
.
.

.
.
.
De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”
.
.
God doet twee soorten beloften
.
De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.
De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.
.
.

.
.
.
Ex.23:20 Zie, Ik zend een engel vóór uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb.
1 Sam 25:34 Maar zo waar de Here, de God van Israël, leeft, die mij ervoor bewaard heeft u kwaad te doen
Ps.20:2 De Here antwoordde u ten dage der benauwdheid, de naam van Jakobs God make u onaantastbaar;
Ps.31:21 Gij verbergt hen in het verborgene van uw aanschijn voor de samenscholing der mensen; Gij bergt hen in een hut voor het getwist der tongen.
Ps.34: 8 De Engel des Heren legert Zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen.
Ps.59:10 Mijn sterkte, op U wil ik acht slaan, want God is mijn burcht.
Ps.59:17 .. Gij waart mij een burcht, een toevlucht ten dage toen ik benauwd was. 18 Mijn sterkte, U wil ik psalmzingen; want God is mijn burcht.
Ps.61:4 Want Gij zijt mij een schuilplaats geweest, een sterke toren tegen de vijand.
Ps.62:3 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet te zeer wankelen.7 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen. 8 Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God. 9 Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht; God is ons een schuilplaats.
Ps.91: 1 1 Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen. 2 Ik zeg tot de Here: Mijn toevlucht en mijn vesting, mijn God, op wie ik vertrouw. 3 Want Hij is het, die u redt van de strik des vogelvangers, van de verderfelijke pest. 4 Met zijn vlerken beschermt Hij u, en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht; zijn trouw is schild en pantser. 5 Gij hebt niet te vrezen voor de verschrikking van de nacht, voor de pijl, die des daags vliegt; 6 voor de pest, die in het duister rondwaart, voor het verderf, dat op de middag vernielt. 7 Al vallen er duizend aan uw zijde, en tienduizend aan uw rechterhand, tot u zal het niet genaken; 8 slechts zult gij het met uw ogen aanschouwen, en de vergelding aan de goddelozen zien. 9 Want Gij, o Here, zijt mijn toevlucht. De Allerhoogste hebt gij tot uw schutse gesteld; 10 geen onheil zal u treffen, en geen plaag zal uw tent naderen; 11 want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen; 12 op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. 13 Op leeuw en adder zult gij treden, jonge leeuw en slang zult gij vertrappen. 14 Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden; Ik zal hem beschutten,
Ps.116:6 De Here bewaart de éénvoudigen; ik was verzwakt, maar Hij heeft mij verlost.
Ps.125:1 Wie op de Here vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altijd blijft. 2 Rondom Jeruzalem zijn bergen; zo is de Here rondom zijn volk van nu aan tot in eeuwigheid.
Ps.145:20 De Here bewaart allen die Hem liefhebben,
Ps.121:7 De Here zal u bewaren voor alle kwaad, Hij zal uw ziel bewaren. 8 De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.
Spr.3:26 Want de Here zal uw betrouwen zijn, Hij zal uw voet bewaren, zodat hij niet gegrepen wordt.
Spr.12:21 De rechtvaardige zal generlei onheil treffen, maar de goddelozen zijn vol van rampspoed.
Spr.18:10 De naam des Heren is een sterke toren; de rechtvaardige ijlt daarheen en is onaantastbaar.
Matt.10:29 Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit? En niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder dat uw Vader het weet. 30 En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld. 31 Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven.
Joh.10:29 Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders.
Fil.4:5 De Here is nabij. 6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.
1 Thess.5:23 En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.
Openb.3:10 Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.
Judas 1:24 Denk aan Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde
.
.

.
.

.
.
.
.



.
.
.
.
Doe eerst de voor jou bekende ontspanningsoefening. Je lichaam en geest dienen zo diep mogelijk ontspannen en leeg te zijn om de informatie direct te absorberen zonder tussenkomst van je mind. Zoals altijd zijn ze vandaag ook met velen aanwezig. Aartsengel Michael en Meester Saint Germain zijn klaar om ons over het karmische patroon van schuld te informeren en het karma, dat gedurende de vele levens is gecreëerd rondom dit patroon te transmuteren. Vergeet niet om nog eens expliciet je bereidheid aan het Universum te verklaren om het karma omtrent schuld los te laten. Sta nu open om de zegening en de onmetelijke liefde te ontvangen.
.
.
.
.
.
Vandaag gaan we het laatste karmische patroon behandelen en Meester Saint Germain zal met zijn violette straal het karma dat rondom dit patroon is opgebouwd tijdens al jullie incarnaties op aarde, transformeren. Karma is in de nieuwe tijd, de Eenheid, niet meer nodig. De karmische patronen zijn dan niet meer actueel. Deze behoren alle zeven in de derde dimensie en bij het dualistische bewustzijn. In het eenheidsbewustzijn is er geen plaats meer voor enige vorm van karma, behalve het karma die jullie iedere moment bij iedere emotie, gedachte, actie en reactie creëren en die onmiddellijk afgelost wordt.
Het karmische patroon van schuld ontstaat bij ieder van jullie in de eerste levensjaren door de aard van het dualistische bewustzijn van de ouders, opvoeders, en die van jezelf. Als dingen niet gaan zoals gewenst, hebben jullie de neiging om direct een schuldige aan te wijzen. In een dualistisch bewustzijn moet er altijd een schuldige zijn. Er is dus altijd iemand die schuld heeft en iemand die “onschuldig” is en die er “niets aan kan doen”, of een slachtoffer. Zoals jullie nu begrijpen, dit is een illusie. Schuld is onmogelijk in het eenheidsbewustzijn waar alles en iedereen met elkaar verbonden is en waar oorzaak en gevolg heersen in plaats van schuld en onschuld.
Jullie groeien op met een basisprogrammering en een basisovertuiging dat jullie schuldig zijn bij alles wat er om je heen gebeurt. Schuldig, ook in de zin van slecht of niet goed genoeg zijn. Dat is omdat iemand die schuldig is in jullie cultuur als een slecht persoon wordt gezien. Degene die onschuldig is, is altijd de goede of het slacht- offer. Als in jullie jeugd traumatische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, als de omgeving waarin jullie opgroeiden onrustig was, met weinig liefde, met woede of geweld is jullie basis gevoel van schuld groot.
Bij degenen die in een harmonieuze, liefdevolle omgeving opgegroeid zijn is het basisschuldgevoel klein. Maar iedereen die afgescheiden is van de bron, iedereen met een driedimensionaal bewustzijn denkt in termen van schuld, onschuld, slecht en goed. Vanuit het basisschuldgevoel ontstaan handelingen die onaangename consequenties hebben voor jezelf en ook voor anderen.
.
.
.
.
Vanuit schuldgevoel kunnen zelfs oorlogen ontstaan. Uit schuldgevoelens kunnen mensen anderen doden en pijn doen. Maar het ergste is dat schuldgevoel je steeds meer en meer afsluiten van je kern. Schuldgevoelens maken je liefde dood. Schuldgevoelens wakkeren alleen maar angst aan. Soms zijn schuldgevoelens niet met de rede te begrijpen.
Dat komt omdat schuldgevoelens ontstaan zijn in de vroege jeugd toen de rede nog niet ontwikkeld was. Het woord schuld wordt dagelijks gebruikt. Hoe vaak zeggen jullie niet: Dat is mijn schuld, sorry of neen het is jouw schuld dat… of dat is de schuld van de overheid, de ambtenaren, de baas, de rijken, de armen, de buitenlanders, het naburige volk dat bommen naar ons heeft afgevuurd dus we moeten ook dat land met onze bommen plat bombarderen. Maar dit is niet onze schuld, het is de schuld van degene die begonnen is met bommen sturen.
.
.
.
.
Maar is dat eigenlijk wel zo, lieve vrienden? Kijk diep in je hart. Is het mogelijk dat als er iets gebeurt, dat er alleen maar een “schuldige” aan te wijzen is? Natuurlijk niet. Niets gebeurt zomaar uit het niets. Alles wat plaats vindt, heeft met elkaar te maken. Alles wat plaats vindt, gebeurt in samenwerking met een of meerdere personen en alles wat er gebeurt is het gevolg van iets anders wat eerder in de tijd heeft plaats gevonden.
En dat is omdat alles met elkaar verbonden is en omdat alles wat er gebeurt consequenties heeft en reacties uitlokt. Actie en reactie hebben dezelfde verhouding als de kip en het ei. Met andere woorden het zijn cyclische patronen. Er kan dus niets gebeuren zonder actie en er bestaat geen reactie zonder actie en geen actie zonder reactie.
Het is niet belangrijk wie of hoe een gebeurtenis begon. Het is niet belangrijk of de actie eerder was dan de reactie omdat iedere actie gebaseerd is op een eerdere reactie, een eerdere gebeurtenis. Jullie driedimensionaal denken is heel beperkt, lineair en denkt simpelweg: hij doet iets wat niet goed is en ik reageer er gewoon op. Echt, ik heb niets gedaan, ik heb alleen maar gereageerd, alsof reactie geen actie zou zijn.
Maar jou reactie, lieve vriend, ontketent een nieuw reactie en de oorspronkelijke actie is ook een reactie op een eerdere actie. Lieve vrienden, children of love, er bestaat geen schuld of onschuld. Er bestaat alleen oorzaak en gevolg. Nog de oorzaak nog het gevolg kun je als goed, minder goed of slecht betitelen en nooit kun je ze afzonderlijk benaderen.
.
.

.
.
Beide, actie en reactie, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Alles wat plaatsvindt binnen in jezelf, binnen in je eigen universum van denken en voelen, alles wat er gebeurt buiten jou in het universum, buiten jezelf, is met elkaar verbonden. Er is een voortdurende wisselwerking van actie en reactie. Als je je schuldig voelt is dat energetisch gezien, op zichzelf al een actie.
Want het is een gevoel en gevoel is energie in beweging, het zet iets op gang en daarom lokt het ook een reactie uit. Het is hetzelfde principe als slachtofferschap. Ook daar is er geen verschil tussen een dader en een slachtoffer. Beide hebben een rol gespeeld in een gebeurtenis, iets wat zich intern afspeelt en zich naar buiten verplaatste.
Schuldgevoelens leiden tot slachtofferschap, maar schuldgevoelens kunnen ook leiden tot gewelddadige acties. Waarom? Omdat schuldgevoelens afkomstig zijn vanuit angst. Schuldgevoelens behoren bij het donkere gebied waar geen liefde kan komen. Schuldgevoelens zijn niet slecht, maar liefdeloos. Zonder liefde is er angst en deze lokt gewelddadige of onaangename gebeurtenissen naar zich toe.
Kijk diep naar binnen, vrienden, en ontdek bij jezelf de aspecten van schuld. Bij de meeste van jullie zijn schuldgevoelens zeer subtiel, zo subtiel dat ze moeilijk door het bewustzijn op te merken zijn. Dat vergt een secuur waarnemingsvermogen en een openheid om dat te aanvaarden zonder schuldgevoelens.
Aanvaard je schuldgevoelens zonder je schuldig of niet goed genoeg, te voelen. Kijk eens hoe vaak je op een dag vanuit schuldgevoelens reageert. Kijk eens hoe vaak schuldgevoelens het motief van je handelingen zijn. Waarom bezoek je een vriend? Uit vreugde of uit schuldgevoel? Waarom help je anderen, je kinderen, je ouders? Is dat uit zuivere liefde, is het uit pure vreugde of misschien vanuit de overtuiging ‘ik moet helpen anders ben ik een slecht mens of anders vinden anderen mij niet aardig.’
Alweer liggen schuldgevoelens onder het moeten. En nu hoor ik jullie vragen: Waarom creëren schuldgevoelens karma? Ik help toch iemand, of dit nou uit liefde is of uit schuldgevoel? Wat maakt het uit? Een logische vraag, vrienden, begrijpelijk vanuit het lineair denken. Voor ons is dit volstrekt onbegrijpelijk, onmogelijk.
.
.
.
.
Als je vanuit schuldgevoel een ander helpt doe je jezelf geweld aan en dat is net zo “slecht” in jullie woorden, als helemaal niets doen. Het maakt namelijk niet uit wie je helpt. Of je nu jezelf helpt, goed voor jezelf zorgt of dat je jezelf opoffert vanuit schuldgevoelens om er voor iemand anders te zijn, dat maakt het Universum niets uit. Waar het om gaat, is dat op het pad dat jullie nu bewandelen andere normen en waarden en andere wetten gelden. Geen schuldgevoelens meer, maar gevoelens van liefde, van respect voor jezelf, respect voor alle anderen.
In die zin betekent iemand helpen vanuit schuldgevoelens, gebrek aan respect voor jezelf en voor de ander. Heeft de ander wel expliciet om je hulp gevraagd?
Vaak zien we dat jullie vanuit schuldgevoelens her en der rondspringen, de helpende hand aanreiken zonder gevraagd te zijn om te helpen. Schuldgevoelens zien we vaak in de relatie tussen ouders en kinderen. We zien dat ouderschap beladen is met schuldgevoelens. Schuldgevoelens dat je geen goede ouder bent geweest, of bent, en dat je de opvoeding verknald hebt als je kind in de problemen zit.
We zeggen jullie lieverds, er bestaan geen goede of slechte ouders.
Er zijn gewoonweg ouders en kinderen. In oorsprong is een relatie gebaseerd op onvoorwaardelijke pure liefde. In de derde dimensie vermomd in vormen als de plicht om een goede opvoeder te zijn, geschikte en ongeschikte ouders, goed, moeilijk en bijzonder moeilijk opvoedbare kinderen en daarmee gepaard gaande een vracht aan schuldgevoelens.
Zien jullie in, lieve vrienden, dat jullie een hele wereld hebben geschapen met jullie mind, jullie manier van denken en overtuigingen van generatie tot generatie doorgegeven, leven na leven meegenomen? Een enorme pool van driedimensionale overtuigingen, die dikke sluiers vormen en de zuivere liefde het licht afnemen. Van alle karmische patronen is niet een reëel, echt of waarachtig. Ze zijn allemaal producten van jullie mind, jullie denken in goed en kwaad.
We horen ook een andere vraag: Is een moordenaar dus onschuldig? Moet hij niet veroordeeld en gestraft worden als zodanig? We zeggen jullie: Neen, een moordenaar is niet schuldig. De moordenaar en het slachtoffer hebben de daad samen tot stand gebracht zodat beiden iets konden leren, konden ervaren. Het is altijd een afgesproken daad ergens in het verre verleden van ziel tot ziel.
.
.
.
.
En ja, daders dienen er op aangesproken te worden, maar niet gestraft. En ja, sommige daders dienen buiten de samenleving geplaatst te worden om ze voor zichzelf en de samenleving te beschermen. Sommige daders hebben op zielsniveau gekozen om van hun daad te leren en daarom hebben ze rust en liefde nodig in een beschermde omgeving. Gelukkig zijn er in deze tijd weinig zielen die als doel hebben om levenslang een dader te zijn.
In het verre verleden toen jullie aarde volledig in het driedimensionale bewustzijn verankerd was, was dat wel het geval. Toen incarneerden meerdere zielen als daders, misdadigers, om het daderschap te ervaren. De daders van nu werken in dienst van een hoger doel. En dat is groei en overgang naar de Eenheid. Een enkele keer is het een aflossing van oud karma. Maar ook dat is niet meer aanwezig sinds ongeveer het jaar 2000.
Meester Saint Germain heeft nu jullie karma met zijn violette vlam getransformeerd. Nu jullie karma is getransformeerd heeft dat consequenties. De komende tijd zullen jullie min of meer geconfronteerd worden met het bewust worden van eigen schuldgevoelens in verschillende situaties en omstandigheden. Dat kan gebeuren door het aantrekken van gebeurtenissen of door vragen die op jullie af zullen komen en die je schuldgevoelens zullen triggeren.
Laat je er niet door meeslepen. Voel je ook niet schuldig daarover. Het proces van het afleren om in schuldgevoelens te denken, te handelen en te reageren zal door jullie eigen bewustzijn gedaan worden. Daarin mogen we jullie niet helpen. We mogen jullie wel helpen de kracht en moed te vinden om iedere keer je eigen schuldgevoelens onder ogen te komen, te erkennen, te bedanken en los te laten.
.
.
.
.
Nogmaals zeggen we jullie: Schuldgevoelens en alle andere karmische patronen zijn niet “slecht”. Slecht en goed bestaat binnenkort niet meer. Alle karmische patronen waren in dienst van het Grote Bewustzijn, die jullie de grenzen aangaf waarbinnen jullie driedimensionale bewustzijn kon groeien en zich verder kon ontwikkelen. Jullie hoeven je er niet voor te schamen. Jullie hoeven je nergens schuldig over te voelen, jullie kunnen nu jezelf aanvaarden, respecteren zoals je Nu bent. God in een fysiek lichaam op weg naar de eenheid.
De weg naar de Eenheid heeft hobbels, soms kom je moerassen tegen, soms kom je steile hellingen tegen, soms gladde stukken.We hebben veel respect voor jullie lieve children of love, voor jullie moed om af te dalen in de derde dimensie om van daaruit stapje voor stapje terug naar de bron te keren.
Laten we ons nu met elkaar ons verbinden. Wij, de Meesters en de Engelen en jullie onze fysieke broeders en zusters. Stel je een gouden bol voor boven je hoofd als symbool voor je Hogere Zelf. Laat vanuit je hart een energielijn gaan naar je hogere zelf en zie hoe deze direct op antwoord door een verbindingslijn te maken met je hoofd en je hart.
Als jullie eenmaal met je Hogere Zelf verbonden zijn, kun je je met ons en met alles wat leeft op aarde, in het universum en buiten de universa verbinden. Laat vanuit je hogere zelf verbindingslijnen sturen naar de mensen om je heen, naar je geliefden, je vrienden, de mensen in delen van de wereld die honger en pijn lijden. Laat je verbindingslijnen gaan naar het dieren- en plantenrijk, naar alles en iedereen waarmee je je wilt verbinden en voel vervolgens de levensenergie en onvoorwaardelijke liefde die erdoorheen stroomt en jou met alles verbindt. Voel onze onmetelijke liefde, lieverds, want
We houden onvoorwaardelijk van jullie broeders en zusters,
Ik ben, Michael
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
20.15 u
.
.
.
Mijn kind, wanneer je werkt voor Mijn Zoon, Jezus Christus, moet je te allen tijde gehoorzaamheid betonen.
Trek Zijn heilig woord nooit in twijfel want hij spreekt de waarheid en niets dan de waarheid.
Vanaf het begin trekken zo veel van Mijn kinderen elk woord dat Hij zegt in twijfel. Voor eenieder die Zijn heilig woord gehoorzaamt, zoals vervat in Mijn Vaders Boek, is er altijd een ander die Zijn woord op een andere manier interpreteert.
Jij moet onder de leiding van Mijn Zoon alles doen wat van jou gevraagd wordt. Zwicht nooit voor diegenen die verlangen dat Zijn woorden aangepast worden aan hun interpretatie.
Mijn kind, ga nu met spoed te werk om de boodschappen over te brengen die door Mijn Zoon aan de wereld gegeven worden om de zondaars, die verdwaald zijn, te redden.
Mijn Zoon heeft maar één bedoeling en dat is zielen redden.
Heb geen angst, Mijn kind, want alles wat Mijn Zoon jou vertelt, is niet strijdig met de Leer van Zijn Allerheiligste Kerk op aarde.
Zijn geschenken aan Mijn kinderen zijn zeer bijzonder en worden in deze tijd, de eindtijd, gegeven voor alle zielen.
Mijn Zoon is zo edelmoedig en barmhartig dat Hij de zondaars wil overspoelen met bijzondere genaden om hun redding te verzekeren.
Iedereen die probeert Mijn Zoon te stoppen in Zijn missie om de wereld voor te bereiden op Zijn Tweede Komst, zal door de hand van Mijn Eeuwige Vader tegengehouden worden.
Dit werk, om het Boek der Waarheid te onthullen zodra de zegels verbroken worden, is voor Mijn Vader één van de belangrijkste missies op aarde.
De waarheid werd aan de wereld beloofd in deze tijd.
De waarheid moet aan alle zielen, gelovigen en niet-gelovigen, verteld worden want zij zijn zo ver verwijderd van de Kerk dat het hen op deze manier gegeven moet worden.
Alle engelen werden naar de aarde gestuurd om de mensheid te beschermen tegen de Bedrieger en de leugens die hij over de waarheid van de eeuwige redding verspreid.
De mensheid wil de waarheid misschien niet horen en er zullen veel hindernissen op je weg gelegd worden, Mijn kind, maar het zal nutteloos zijn.
Niemand zal verhinderen dat het Boek der Waarheid aan de wereld geopenbaard wordt want als zij zouden proberen om dit te doen, zal de kracht van Mijn Vader ontketend worden als vlammen van vuur die uit de Hemel stromen.
Mijn kind, twijfel nooit aan deze boodschappen zoals ze jou gegeven worden.
Verander nooit één woord om ze te schikken naar diegenen die proberen ervoor te zorgen dat jij het woord van God wijzigt.
Er kan slechts één meester zijn en dat is God, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Ga nu voort met de zekerheden die je nodig hebt.
Denk eraan dat deze boodschappen van Mijn Zoon voor al de kinderen van God zijn en niet enkel voor Zijn Katholieke Kerk of voor Zijn uitverkoren volk, de Joden. Zij zijn voor iedereen!
Elke ziel wordt door Mijn Vader evenzeer bemind. Geen enkele ziel wordt belangrijker geacht dan een andere.
Jullie Hemelse Moeder
Moeder van de Verlossing
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

.
Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen. Rechts van haar naderen zes welwil-lende gelovigen terwijl zich links van haar drie personen vijandig gedragen. Deze mensen over wie we reeds spra-ken, komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich be-vindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel be-langrijks in de geschiedenis van de Verlossing. Hildegard geeft deze Godskracht of deugd de naam Scientia Dei wat betekent het ‘Weten of kennen van God’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt.
In de eerste zin heeft men het over de mens die aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. In de tweede zin heeft men het over diegene die kennis wil vergaren over God. Hier komt de schei-ding der geesten. Zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed. Zij die zonder kleed wil-len binnen dringen worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat door zijn dienaars liet ophalen opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter geëist dat hij zich presenteert in een feest-kleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er gevolg aan willen geven.
Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren. Velen zijn geroe-pen maar weinigen uitverkoren, om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uit-verkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God, in zijn godde-lijke ijver om de vijand te verslaan, gaat beginnen samen met de gelovigen de drie gemetselde muren op te trek-ken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het in strenge discipline.
Met de gegevens van de vorige miniaturen is de kleurencombinatie hier gemakkelijk te ontleden. Dat zilveren driehoekje is een gedeelte van de lichtgevende muur, welke we opgetrokken weten van het oosten naar het noorden. De overeenkomst tussen de vergulde vrouwenfiguur en een Maria-voorstelling is zeker niet toevallig.
.
.
.
.