Tagarchief: geel

Herik Sinapis : arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

sinapis-arvensis-herik-05

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele trossen 4-tallige bloemen en
– de bovenste, donkergroene bladeren met onregelmatig getande rand

 

 

april290410_4921

 

 

 

Algemeen

 

Herik is een eenjarige, zeer algemeen voorkomende plant van 30 tot 80 hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond in akkers en bermen, op dijken en braakliggende terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Herik bloeit vanaf mei tot en met september met gele bloemen, die in trossen aan het einde van de stengel en zijstengels staan. De bloemen hebben 4 kroonbladen en 4 kelkbladen. Als de bloem in volle bloei staat, staan de 4 kelkbladen recht af.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn liervormig met grote eindlob, soms ongedeeld. De bovenste zijn langwerpig met een onregelmatig getande rand en niet stengelomvattend, zoals de bovenste bladeren van raapzaad en koolzaad. Ook de kleur is anders; alle bladeren van herik zijn donkergroen, de bovenste van raapzaad en koolzaad zijn blauwgroen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De hele plant is te eten. Jonge bladeren en scheuten, geplukt voor de bloei, hebben een fris scherpe smaak en kunnen toegevoegd worden aan salades. Oudere bladeren kunnen gegeten worden als groente, na ze eerst ongeveer een half uur te koken en ook de bloemknoppen zijn, na een paar minuten koken, te eten. Van de zaden kan mosterd gemaakt worden. Dat wordt zelden gedaan, omdat de mosterd niet echt smakelijk is.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Herik kan jarenlang verdwijnen, maar bijvoorbeeld na ploegen weer opduiken. De oliehoudende zaden behouden hun kiemkracht zeer lang en kunnen na vele jaren weer ontkiemen en uitgroeien tot nieuwe planten.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 80 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m september
– tros
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig of liervormig
– top spits
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– rolrond of meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Grote ratelaar : Rhinanthus angustifolius

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bloeiwijze

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele lipbloemen met paarsblauwe, soms witte tanden en
– de bleke schutbladen

 

 

104-640

 

 

 

Algemeen

 

Grote ratelaar is een eenjarige plant, die haar naam te danken heeft aan de zaden die rammelen in de vrucht. Op sommige plaatsen in de Lage landen komt grote ratelaar nog vrij algemeen voor, maar zij gaat sterk in aantal achteruit. Ze heeft een voorkeur voor natte tot vochtige, voedselrijke grond in hooilanden, bermen, polderboezems, grienden, duinvalleien, aan slootkanten en op dijken.

Grote ratelaar bloeit van mei tot en met oktober met 1,5 tot 2,5 cm grote gele lipbloemen met een gesloten keel en donker paarsblauwe, soms witte, tanden aan de bovenlip. Ze wordt 10 tot 80 cm hoog. De 4-tandige kelk is opgeblazen en zijdelings afgeplat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengelbladeren zijn langwerpig tot lancetvormig en hebben een gezaagde rand. De schutbladen zijn bleekgroen, lang toegespitst, breed driehoekig, ingesneden getand met ongelijke tanden. De vierkantige stengels zijn al of niet vertakt en hebben vaak kleine zwarte streepjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

ALGEMEEN

 

 bremraapfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– plaatselijk vrij algemeen
– 10 tot 80 cmBloem
– geel
– vanaf mei t/m oktober
– eindelingse tros
– lipbloem
– 15 tot 25 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– stengelbladeren :
– lancetvormig
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– veernervig
– schutbladen :
– bleekgroen
– breed driehoeking
– lang toegespitst
– getand met ongelijke tanden

Stengel
– rechtop
– glad en kaal of weinig behaard
– scherp vierkant
– vaak met kleine donkere streepjesµ

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Groot streepzaad : Crepis biennis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

0aaabb0ab69c4085abf1308f03ae2ad0

 

 

Goed te herkennen aan
– de paardenbloemachtige bloemhoofdjes, waarvan
– de onderste omwindselblaadjes uitstaan en
– de ruw behaarde, veerdelige, onderste bladeren

 

 

streepzaadgroot-110430-079

 

 

 

Algemeen

 

Groot streepzaad is een overblijvende plant van 40 tot 120 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke grond in graslanden, op dijken en in bermen. Ze is vrij algemeen voorkomend in de Lage landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Groot streepzaad bloeit vanaf mei tot en met augustus met paardenbloemachtige bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit gele lintbloemen. De onderkant van de buitenste lintbloemen is geel, in tegenstelling tot paardenbloemstreepzaad, klein streepzaad, gekroesde- en gewone melkdistel. De omwindselblaadjes zijn behaard en hebben gelige of zwarte klierborstels. De onderste omwindselblaadjes staan van het hoofdje af.

 

 

groot streepzaad

 

 

 

 

 

 

 

paardenbloem

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn verspreid ruw behaard, vaak rood aangelopen en in de bovenste helft vertakt, waardoor de bloemhoofdjes gerangschikt staan in een tuil. De bladeren zijn zeer variabel van vorm en eveneens ruw behaard vooral aan de onderkant. De onderste bladeren zijn veerdelig met slippen die richting de bladvoet wijzen. De bovenste zijn langwerpig, soms bochtig getand en met pijlvormige voet min of meer stengelomvattend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 40 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m augustus
– hoofdjes in een tuil
– alleen lintbloemen
– 2 tot 3,5 cm
– stijlen geel

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half)stengelomvattend of
gevleugeld
– veernervig
– verspreid ruw behaard

Stengel
– rechtop
– verspreid ruw behaard
– gegroefd
– vaak rood aangelopen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Gele helmbloem : Pseudofumaria lutea

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

pseudofumaria-lutea-gele-helmbloem-02

 

 

Goed te herkennen aan
– dicht bebladerde tere plant met
– trossen gele lipbloemen en
– dubbel geveerde bladeren met toegespitst topje

 

 

25-gele-helmbloem

 

 

 

Algemeen

 

Gele helmbloem is een dicht bebladerde, overblijvende, tere plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit in pollen op zonnige tot licht beschaduwde stenige plaatsen, zoals op oude muren (van kastelen, kaden of tuin), rotswanden, puinhellingen en tussen stoeptegels. Gele helmbloem wordt in tuinen aangeplant, waar ze zich sterk kan uitbreiden. Vanuit tuinen kan ze ook verwilderen. In het wild is ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot de herfst met 1 tot 2 cm grote gele bloemen, die in trossen van 5 tot 16 bloemen bij elkaar staan. Ze staan horizontaal of schuin omhoog op rechte steeltjes, die aan de bovenkant afgeplat zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam in stedelijke gebieden
– wettelijk beschermd
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf mei tot de herfst
– tros
– 10 tot 20 mm
– gespoord
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top stomp met een klein puntje
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop of (over)hangend
– sterk vertakt
– glad en kaal
– bovenkant afgeplat, verder rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Geel nagelkruid : Geum urbanum

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

geel-nagelkruid

 

 

Goed te herkennen aan
– aan de kleine 5-tallige, lang gesteelde, gele bloemetjes met tussen de kroonbladen uitstekende spitse kelkbladen en
– aan de hoofdjes met vruchtjes, die een haakvormige, roodachtige snavel hebben

 

 

25-geel-nagelkruid

 

 

 

Algemeen

 

Geel nagelkruid of gewoon nagelkruid is een in de Benelux vrij algemeen voorkomende, 30-60 cm hoge kruidachtige plant uit de rozenfamilie(Rosaceae). De soort urbanum is afgeleid van het Latijnse woord voor stad, omdat de soort vroeger vooral in de buurt van steden en dorpen voorkwam.

Ze groeit op half beschaduwde plaatsen met vochtige tot droge grond in loofbossen en onder struikgewas, aan slootkanten, op noordhellingen in de duinen en op braakliggende terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Geel nagelkruid bloeit vanaf mei tot en met juli (september) met kleine gele, 5-tallige, lang gesteelde bloemetjes. De ei-ronde kroonbladen zijn ongeveer even lang als de smalle kelkbladen, die tussen de kroonbladen te zien zijn. Na de bloei worden de kelkbladen terug geslagen.

Per bloemetje worden ongeveer 80 vruchtjes gevormd. De vruchtjes hebben een lange snavel met een weerhaakje, waardoor ze makkelijk in de vacht van dieren of aan de kleding van mensen blijven hangen en zo verspreid worden.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels en bladeren zijn behaard. Het stengelblad is samengesteld en bestaat uit drie spitse ruitvormige deelblaadjes en grote, bladachtige steunblaadjes. De wortelbladeren zijn oneven geveerd, bestaan uit 2 tot 4 paar, getande deelblaadjes, die zeer ongelijk van grootte zijn, met kleine tussenblaadjes en een niervormig afgerond, ondiep gelobd topblad.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Geel nagelkruid wordt al eeuwen als geneeskruid gebruikt en kent vele toepassingen. De wortel bevat een zwak giftige, vluchtige olie, die naar kruidnagels ruikt (vandaar de naam nagelkruid) en die een pijnstillende en antiseptisch werking heeft. In de volksgeneeskunde wordt de olie gebruikt als middel om te gorgelen bij mond- en keelontsteking. In de homeopathie wordt de plant gebruikt bij hevige transpiratie.

Gedroogde wortels en verse, voor de bloei geplukte bladeren van de plant werden vroeger als aftreksel gebruikt tegen maag- en darmstoornissen, diarree, en tegen ontsteking. In de Middeleeuwen werd nagelkruid gebruikt om kruidenwijn uit te brouwen en ook werd het toegevoegd aan bier om te voorkomen dat het zuur zou worden.

Tegenwoordig wordt van de gedroogde plant nog wel thee gemaakt. De bladeren kunnen, mits voor de bloei geplukt, worden gebruikt in salades en soepen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 60 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m juli (september)
– lang gesteeld alleenstaand
– 8 tot 15 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 bijkelkblaadjes
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– wortelbladeren :
– oneven veervormig
– niervormig topblad
– top afgerond
– stengelbladeren :
– 3 ruitvormige deelblaadjes
– grote steunblaadjes
– top spits
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

De gerbera, een kleurrijke bloem

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De gerbera

 

Whatever a man’s age, he can reduce it several years
by putting a bright-colored flower in his button-hole.

Mark Twain

 

 

 

Algemeen

 

De gerbera zou een goede keus geweest zijn voor de suggestie die Mark Twain doet. De gerbera is namelijk een bloem met zeer intense, felle en heldere kleuren. Het is dan ook een bloem met een hoge decoratieve waarde die zich ook prima staande houdt als enkele bloem in een vaas.

 

 

Oranje en gele gerbera's

 

 

De gerbera heeft zijn oorsprong in Azië, Zuid-Amerika en Tasmanië. De Leidse botanicus Gronovius heeft de plant in 1737 ontdekt en deze vernoemd naar zijn collega, Traugott Gerber, een Duitse arts die op het Deense Jutland bloemen verzamelde. De huidige Gerbera-rassen stammen af van de Gerbera Jamesonii die werd ontdekt en vernoemd naar Jameson, een plantenverzamelaar. Gerbera’s spreken met hun kleuren. Ze stralen vrolijkheid en levendigheid uit.

 

 

Soorten

 

De gerbera behoort tot het plantengeslacht Asteraceae. Er bestaan grootbloemige en kleinbloemige soorten. Voorbeelden van bekende Gerberasoorten zijn:

 

 

Grootbloemig

 

 

Optima (oranje)

 

 

GERB019 optima

 

 

 

 

 

Serena (roze)

 

suzie-fall-2 serena

 

 

 

 

 

Ruby Red (rood)

 

rubyred

 

 

 

 

 

Ferrari (rood)

 

red-gerbera-daisies_015754 ferrari

 

 

 

 

 

Tamara (geel)

 

tamara

 

 

 

Kleinbloemig

 

 

Flolili (oranje)

 

gerbera-flolili

 

 

 

 

 

Salsa (rood)

 

salsa

 

 

 

 

 

Illusion (geel)

 

illusion 1

 

 

 

 

 

Kaliki (geel)

 

Kaliki

 

 

 

 

 

Jaimy (rood)

 

jaimy

 

 

 

Gezien de decoratieve kracht en veelzijdigheid van de toepassing van de gerbera in zowel boeketten als in een compositie van alleenstaande bloemen, worden ook regelmatig nieuwe variëteiten ontwikkeld. Zo zijn onder andere de volgende soorten ontstaan:

 

 

 

Extreme (oranje met gele punten)

 

orange-yellow-gerbera-flower-extreme-close-up-24980916

 

 

 

 

Trianimo (geel met een oranjerood hart)

 

Cornice trianimo

 

 

 

 

 

Pincky Eye (lichtroze)

 

GERB020 pinkey eye

 

 

 

 

Dalma (wit met een zwart hart)

 

gerbera-floraco-dalma

 

 

 

 

Evergreen (lichtgroen)

 

Gerbera-Evergreen-Head-350_a7ff1c4a

 

 

 

 

 

Combat (roodbruin)

 

gerbera combat

 

 

 

 

 

Bentley (roodbruinpaars)

 

895250e1ca3e4b106b0d7586b76c1fe1 bentyley

 

 

 

 

Spetter (geel met een oranjerood hart)

 

Kaliki

 

 

 

 

 

Tri-Exotica (oranje met gele punten)

 

gemitriexotica

 

 

 

 

 

Thunder (oranje met gele punten)

 

potted-gerbera-daisy-plant_365 thunder

 

 

Kenmerken

 

De kleurenvariatie is heel groot, maar de meest geliefde zijn oranje, geel, rood, paars, zalm, wit, roze en tweekleurig. De lange stengels van de gerbera zijn behaard, waardoor ze er wollig uitzien en zacht aanvoelen. De bloemen bloeien aan het einde van de bladloze stengel en hebben een doorsnee van 12 – 16 centimeter.

 

 

Bijzonderheden

 

De oranje gerbera is het symbool van de Wereld Niet Roken Dag op 31 mei, ooit begonnen in Scandinavië. Op deze dag wordt de Gerbera Award uitgereikt aan een organisatie of persoon die zich sterk heeft gemaakt voor niet-roken bevorderende maatregelen.

 

 

Verzorgingstips

 

Gerbera’s in gemengde boeketten of alleen in een vaas vragen dezelfde verzorging, op het voedsel na.

Alleen gerbera’s in de vaas:

  • Zet gerbera’s in een goed schoongemaakte vaas
  • Snijd de stelen schuin af (voorzichtig wegens de tere steel)
  • Voeg een paar chloordruppels toe aan het water
  • Houd tijdens het schikken rekening met het omhoog groeien van gerbera’s in de vaas
  • Zorg voor een niet te hoog waterniveau in verband met gevoeligheid voor rot in de stengel
  • Houd de bloem verwijderd van tocht, warmte, zon en rijpend fruit
  • Ververs zo nodig het water en snijd dan opnieuw de stelen aan

Gemengde boeketten:

  • In plaats van chloordruppels snijbloemenvoedsel toevoegen

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

                                           

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Muscoviet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Muscoviet is een mica soort. Het kan onder andere roze, bruin, groen, geel of helder van kleur zijn en heeft een gelaagde structuur. Fuchsiet is een groene muscoviet variant. Muscoviet is een van de meest voorkomende mica’s, en het komt in een grote verscheidenheid aan gesteenten voor, maar voornamelijk in stollingsgesteente, zoals graniet.

.

.

ruw

.

.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Muscoviet wordt onder andere gevonden in Rusland, Brazilië, Zwitserland, Oostenrijk, Australië en de Verenigde Staten.

.

.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: KAl2(AlSi3)O10(OH)2

hardheid: 2 – 2,5

dichtheid: 2,82

.

.

.

.

ster muscoviet

.

.

muscoviet met albiet

.

.

Muscoviet
Mineraly.sk - muskovit.jpg
Mineraal
Chemische formule KAl2(AlSi3)O10(OH)2
Kleur Wit, grijs, zilverkleurig, bruinwit of groenwit
Streepkleur Wit
Hardheid 2 – 2,5
Gemiddelde dichtheid 2,82 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien
Dubbele breking (0,035-0,049)

 

.

.

.

muscoviet en rozenkwarts

.

.

aquamarijn met muscoviet

.

.

muscoviet op albaniet

.

.

fuchsiet

.

.

.

.

Mosagaat

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Mosagaat is een halfedelsteen. De steen dankt zijn naam aan de groenige insluitsels die op mos lijken. Mosagaat is een variëteit van agaat. De witte ondergrond van het mosagaat bestaat uit kwarts. De dendritische insluitsels zijn chloriet of ijzer en mangaanmineralen die een grote gelijkenis hebben met mos.

Afhankelijk van de valentie van het metaal vertonen de insluitsels andere kleuren. Mosagaat bevat dus ondanks de naam geen organisch materiaal. De steen wordt gevormd uit verweerd vulkanisch gesteente. De chemische structuur van mosagaat is identiek aan die van jaspis, vuursteen en hoornkiezel, alle eveneens varianten van kwarts.

De groen/blauw/rood/geel en bruine stenen worden gepolijst/geslepen gebruikt voor sieraden of als talisman. Mosagaat is een agaatsoort met een groen/bruin/witte tekening. De steen is licht doorschijnend en heeft een matte tot zijdeglans.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

roze/rood

 

 

 

Eigenschappen

 

Chemische samenstelling: SiO2

Kristalstelsel: Trigonaal

Kristalklasse: chalcedoon, oxiden

Splijting: geen

Kleur: meestal rood of groen

Streepkleur: wit

Glans: glasglans

Hardheid (Mohs): 6 – 7

Gemiddelde dichtheid: 2,58 – 2,62

Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend

 

 

 

 

 

 

 

 

roze

 

 

 

Vindplaatsen

 

De belangrijkste vindplaatsen van mosagaat zijn India, China, Vs en soms in Zuid-Afrika en Brazilië. Mosagaat wordt in de Verenigde Staten onder andere gevonden in de afzettingen van de Yellowstone River en zijn zijrivieren. In deze variant, Montana mosagaat genoemd, wordt de rode kleur veroorzaakt door ijzer-oxide en het zwart door mangaan-oxide.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mookaiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Mookaiet , ook Australische jaspis genoemd,  is een variëteit jaspis en is geel, bruin of roodachtig van kleur.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: SiO2

hardheid: 6-7

dichtheid: 2,64

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blaartrekkende boterbloem : Ranunculus sceleratus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-ranunculussceleratus-bloem-hr

 

 

 

Goed te herkennen aan
– plant aan de waterkant met
– kleine gele bloemetjes met in het midden een groen vruchthoofdje  met talrijke vruchtjes

 

 

 

bloem4-g

 

 

 

Algemeen

 

Blaartrekkende boterbloem is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige plant met kleine gele bloemetjes. Ze kan 70 cm hoog worden. Ze groeit op open, natte, stikstofrijke grond aan sloten, op drooggevallen plaatsen, soms in het water, maar dan met grote drijvende bladeren en niet bloeiend. Van alle boterbloemen is de blaartrekkende boterbloem het meest giftig. Het sap geeft bij contact rode vlekken, blaren en zweren op de huid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Blaartrekkende boterbloem bloeit vanaf mei tot ver in de herfst. De bloemen hebben 5 kroonbladen en 5 teruggeslagen kelkbladen. Beiden zijn geel. De kroonbladen zijn nauwelijks langer dan de kelkbladen. Terwijl kroon- en kelkbladen nog niet afgevallen zijn groeit in het midden van de bloem het groene vruchthoofdje met talrijke vruchtjes.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn gesteeld en getand of diep ingesneden, de bovenste ongesteeld en 3-slippig. Alle bladeren zijn glanzend. De stengels zijn dik, vlezig en hol.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 70 cm

Bloem
– bleekgeel
– vanaf mei t/m oktober
– gesteeld alleenstaand
– 5 tot 10 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 teruggeslagen kelkbladen
– kroon even lang als kelk of iets langer
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 60 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– vlezig, van boven glanzend
– verdeeld in 3 lobben
– bovenste bladeren niet gesteeld
– top stomp
– rand getand of diep ingesneden
– voet hartvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop
– vrijwel kaal
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-extragr-blaartrekkende-boterbloem

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria