Tagarchief: geheimen

Het Rozenkransgebed

Standaard

Categorie: religie

 

 

Het Rozenkransgebed

 

 

 

 

 

1: Het Rozenkransgebed Begin de rozenkrans met het maken van een kruisteken:

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

 

2: Het Onze Vader

2: de 12 artikelen van het geloof

Ik geloof in God de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde. En in Jezus
Christus, zijn enig Zoon, onze Heer, die
ontvangen is van de Heilige Geest, en
geboren uit de maagd Maria, die geleden
heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd,
gestorven en begraven, die nedergedaald
is ter helle, de derde dag verrezen uit de
doden, die opgestegen is ten hemel, zit aan
de rechterhand van God, de almachtige
Vader, vandaar zal Hij komen oordelen,
de levenden en de doden. Ik geloof in de
Heilige Geest, de heilige katholieke Kerk, de
gemeenschap van de heiligen, de
vergiffenis van de zonden, de verrijzenis
van het lichaam, en het eeuwig leven. Amen.

 

3• Ik groet u, Maria, dochter van God
de Vader. Wees gegroet Maria…
4• Ik groet u, Maria, moeder van God
de Zoon. Wees gegroet Maria…
5• Ik groet u, Maria, bruid van God
de Heilige Geest. Wees gegroet Maria…

Wees gegroet Maria, vol van genade.
De Heer is met u. Gij zijt de gezegende
onder de vrouwen en gezegend is Jezus,
de vrucht van uw schoot. Heilige Maria,
Moeder van God, bid voor ons zondaars,
nu en in het uur van onze dood. Amen.

 

6: Het Onze Vader

 

7: eerste geheim van de 4 grote geheimen

7: Bij elke kleine kraal wordt het
Wees gegroet Maria gebeden.

 

8: Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige
Geest. Zoals het was in het begin en nu en
altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

 

8: het Onze Vader

Onze Vader die in de hemel zijt, Uw Naam
worde geheiligd, Uw rijk kome, Uw wil
geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood en
vergeef ons onze schulden, zoals ook wij
vergeven aan onze schuldenaren, en breng
ons niet in beproeving, maar verlos ons
van het kwade. Amen.

 

8: Oh mijn Jezus, vergeef ons onze zonden, behoed ons van het vuur van de hel, breng alle zielen naar de hemel, vooral diegenen die uw barmhartigheid het meest nodig hebben

 

 Daarna volgt een geheim

 

9,11,13,15: zie 7

 

10,12,14: zie 8

 

Het rozenkransgebed wordt besloten door het kruisteken en de woorden:
In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

 

 

Dit zijn de ‘geheimen’ van de rozenkrans

 

Vijf blijde geheimen hebben te maken met de geboorte van Jezus: maandag en zaterdag

• De engel Gabriël brengt de blijde
boodschap aan Maria.
• Maria bezoekt haar nicht Elisabeth.
• Jezus wordt geboren in een stal van Betlehem.
• Jezus wordt in de tempel aan God opgedragen.
• Jezus wordt in de tempel wedergevonden.

 

Vijf droevige geheimen gaan over het lijden en sterven van Jezus: dinsdag en vrijdag

 

De droevige geheimen zijn:
• Jezus bidt in doodsangst tot zijn hemelse Vader.
• Jezus wordt gegeseld.
• Jezus wordt met doornen gekroond.
• Jezus draagt zijn kruis naar de berg van Calvarie.
• Jezus sterft aan het kruis.

 

Vijf glorievolle geheimen staan stil bij de verrijzenis van Jezus: woensdag en zondag

 

De glorievolle geheimen zijn:
• Jezus verrijst uit de doden.
• Jezus stijgt op ten hemel.
• De Heilige Geest daalt neer over Maria en
de apostelen.
• Maria wordt in de hemel opgenomen.
• Maria wordt in de hemel gekroond.

 

Vijf geheimen van het licht hebben te maken met het openbaar leven van Jezus: donderdag

 

De geheimen van het licht zijn:
• Jezus wordt gedoopt in de Jordaan.
• Jezus openbaart zich op de bruiloft te Kana.
• Jezus verkondigt het Rijk Gods en roept op tot bekering.
• Jezus verandert van gedaante op de berg Tabor.
• Jezus stelt de eucharistie in tijdens het Laatste Avondmaal.

 

Deze twintig geheimen omvatten het hele leven van Jezus. Daarom wordt de rozenkrans ook wel een “samenvatting van heel het Evangelie” genoemd.

 

 

Elk jaar op 7 oktober viert de Rooms-katholieke Kerk de Gedachtenis Heilige Maagd Maria van de Rozenkrans. Daaromheen is de hele maand oktober uitgegroeid tot Rozenkransmaand. Vroeger werd de rozenkrans veel gezamenlijk in de gezinnen gebeden. Tegenwoordig wordt hij veel gebeden tijdens bedevaarten, in kleine
groepen in de parochie en bij mensen thuis, of gewoon individueel. Veel katholieken dragen de rozenkrans altijd bij zich.

De kracht van de rozenkrans ligt in de eenvoud en in de herhaling. Door steeds weer het Onze Vader te bidden met de tien Weesgegroeten (de ‘tientjes van de rozenkrans’), ontstaat een cadans en een soort concentratie. Hierin kun je de geheimen uit het leven van Jezus overdenken en verdiepen. Je kunt aan de ‘tientjes van de rozenkrans’ ook intenties verbinden. Mensen aan wie je je gebed hebt beloofd of noden in de wereld die je ziet, kun je zo op voorspraak van Maria aan God voorleggen.

De Nederlandse bisschoppen riepen in 2018 op om elke maand op een speciale dag de rozenkrans te bidden met als intentie de vrede in de wereld. De oproep volgde op het 100-jarig jubileum van de verschijningen van de Heilige Maagd Maria in Fatima (13 mei – 13 oktober 2017). Paus Franciscus vraagt zo vaak mogelijk
de rozenkrans te bidden, “omdat dit gebed helpt de aanwezigheid van Christus in ons leven te kunnen herkennen” (ontmoeting met delegaties uit Maria bevaartsoorden, 8 oktober 2016).

Wist je dat de rozenkrans is ontstaan in kloosters, waar elke week alle 150 Psalmen werden gebeden? Voor lekenbroeders of -zusters verving men de Psalmen door het bidden van 150 maal het Onze Vader. In de middeleeuwen werd dit steeds vaker het Weesgegroet. Geleidelijk aan verbond men dit gebed met de overweging van momenten uit het leven van Jezus.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De eeuwige moederliefde van God

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

hildegard

.

 

 

Een psalm van Hildegard: Laus Trinitati:

 

Geloofd zij de Drieëenheid, die klank en leven geeft

.

in het bestaan van alle schepselen 

 

.

 

scivias-t-11

 

 

Het mooiste visioen uit de Scivias is dat van de Drieëenheid (T 11 II,2): een mensengestalte omgeven door een cirkel van rood trillend vuur met daar omheen een cirkel van helder licht.

Hildegard heeft zelf geen titel aan dit visioen gegeven. Wel beschrijft ze in de tekst de Moederliefde van God: de ‘materna dilectio amplexionis Dei’ (de moederlijke liefde van Gods omhelzing).
Ze duidt de Vader aan door het zilver (trillend, levend licht), de Heilige Geest door goud (trillende, levende warmte) en het Mensgeworden Woord door saffierblauw, de Zoon (daaruit voortgekomen).

Hildegard ervaart in het visioen van de drie-enige God een levend licht. Dit levende licht komt naar haar toe en opent voor haar de geheimen van God. In dit visioen wordt voor haar een verborgen werkelijkheid getoond. Ze wordt betrokken in een diepte die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten.

Ze moet dit opschrijven: “Zoals het overeenkomt met de wil van degene, die alles weet, alles ziet en alles in de verborgenheid van zijn geheimenissen ordent.” (God, de algeest, alwetend, alwijs, alliefhebbend, almachtig) God werkt. God openbaart zich in haar visioenen, die zichtbaar worden door een goddelijke kracht. Ze ziet een volheid, die een dynamiek in zich heeft en die alles uit zichzelf tevoorschijn brengt en het een eigen bestaan geeft.

In dit visioen geeft de levende God aan zich te ervaren als oerkracht. God openbaart zich als een volheid die met een scherpe kracht overal ‘stroompjes van kracht’ (L. ‘rivulos fortium’: stroom van kracht, krachtstroom; van ‘rivus’ stromen) heeft geplant.

Deze ‘volheid’ verwijst naar de geheimen van God, de grond van alle dingen, waarin ‘al wat is’ leeft, beweegt en is. Alle schepselen zijn in hun oorsprong geplant door de levende God. In ieder mens, dier en ding bevindt zich een stroompje, een klein beekje (een stromende krachtbron, de geest) dat door Gods kracht is aangelegd.

 

 

 

Het stroompje van kracht

.

Dat betekent, dat al het geschapene niet in zichzelf bestaat. De oorsprong van alles ligt in de hand van de schepper, die de schepping ontworpen en geordend heeft. In hun oorsprong zijn alle schepselen verbonden met hun schepper. Ieder schepsel heeft een geheim in zich, dat in zijn oorsprong verwijst naar de levende God.

Dit geheim duidt Hildegard aan als ‘het beekje van kracht’ (de geest als stromende bron). Ieder schepsel heeft daardoor de mogelijkheid ontvankelijk te zijn voor de levende God. Ieder beekje is verbonden met de volheid, die de grote stroom van Gods leven is.

Deze ‘beekjes van kracht’ zijn altijd aanwezig en gaan aan alles vooraf. Door dit beekje ondergaat ieder schepsel de werking van Gods geheimen, ook de mens. De mens kan er niet over beschikken. Het geheim is er altijd, ook als de mens zich ervan afkeert, ervan vervreemd is en in zonden leeft.

 

 

.

levenskracht

levenskracht

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De moederliefde van God

.

De levende God wil werkzaam zijn als scheppende kracht. Zolang de beekjes onder stenen bedolven zijn en met ijs bedekt (de toestand van onbewuste vereenzelviging), kan de volheid niet naar het beekje toestromen. Zolang de mens in zichzelf besloten is (de stroom voor zichzelf houdt), kan de levende God de mens niet herscheppen en vernieuwen.

Hildegard beschrijft in dit visioen, hoe wij weer in verbinding met dit beekje van kracht kunnen komen. Daarvoor is het belangrijk dat dit beekje van kracht bevrijd wordt. In dit visioen beschrijft Hildegard hoe zij ziet, hoe God zichzelf opent en zich aan ons geeft (als Jezus, Gods Zoon). Dit aanbod krijgt gestalte in moederliefde. Deze moederliefde beschrijft Hildegard als natuurlijk, gevoelsmatig en opvoedend.

Als moederliefde stelt God zich geheel beschikbaar als voedende en behoedende. Als opvoedster leert de moederliefde van God de mens boetvaardigheid, opdat de band met de levende God wordt hersteld. De moederliefde van God opent de mens, waardoor hij deze liefde kan ontvangen en bevrijd wordt van de zonde.

Het is de moederliefde van God die ons weer in contact brengt met het beekje van kracht, waardoor wij ons kunnen openen voor de werking van Gods geheimen.  Dit proces beschrijft Hildegard in dit visioen. Hildegard ziet in dit visioen dat God werkt als een scheppende kracht in drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze dynamiek openbaart zich door met ons iets te doen en door ons om te vormen.

Deze omvorming heeft als doel dat wij weer contact krijgen met het oorspronkelijke leven dat ons is ingeschapen, namelijk het beekje van kracht, het geheim dat verbonden is met de geheimen Gods. Deze omvorming wordt door de moederliefde Gods in gang gezet. Hildegard gebruikt het moederbeeld om de verlossing te beschrijven.

.

 

 

Het visioen vanuit de spiritualiteit benaderd

.

Onder spiritualiteit wordt verstaan de voortgaande omvorming van een persoon, betrokken op een onvoorwaardelijke aanspraak. Er is sprake van spiritualiteit waar iemand antwoord geeft op de uitnodiging en het appèl, die de Eeuwige onontwijkbaar op hem of haar richt. Aan Mozes openbaarde deze Aanspraak zich als ‘Ik ben er’. Voor Jezus droeg zij de naam Abba, Vader.

Voor Hildegard van Bingen draagt zij de naam: het Levende Licht. Zij wordt door dat licht persoonlijk geroepen. Haar antwoord hierop krijgt vorm in haar leven, werk en haar geschriften. In het visioen van de Drieëenheid ontstaat er een betrokkenheid tussen de drie goddelijke personen, die zich als één licht en één kracht wil geven aan Hildegard.

Deze betrokkenheid is een uitnodiging aan Hildegard om zich te laten betrekken in Gods levende licht, dat aan haar de geheimen Gods openbaart. Het visioen is een mystieke ervaring. Mystiek betekent de ervaring van een verborgen zin of onzichtbare werkelijkheid, waarin iemand binnengevoerd wordt. De betekenis van de geheimen wordt aan haar getoond, doordat zij in deze verborgen werkelijkheid betrokken wordt.

Deze ervaring zet een proces in gang en brengt een verandering teweeg. Dit proces wordt vanuit de spiritualiteit een omvorming genoemd. Dit proces houdt in: loskomen uit de oude vorm (de oude mens) en ingaan in de nieuwe vorm (de nieuwe mens). Deze omvorming voltrekt zich als een geestelijk proces. De oude mens is een mens die nog ongevormd is ten aanzien van de vorm die als mogelijkheid aanwezig is (het beekje van kracht) en ongeordend voor zover hij hiervan afwijkt.

In dit visioen is het de moederliefde Gods die de oude mens bevrijdt en hem in contact brengt met het ‘stroompje’ van goddelijk leven (de menselijke geest), opdat de ‘volheid’ van Gods kracht (de algeest) de mens kan herscheppen naar Gods beeld en gelijkenis. Er is een voortdurende werking van de goddelijke kracht die de mens omvormt van ‘onvolmaaktheid’ naar ‘volmaaktheid’.

De goddelijke kracht duidt Hildegard in haar visioen aan als ‘volheid waaraan niets ontbreekt’ (de algeest). Deze werkt en ontvouwt zich in de ervarende persoon, opdat ‘al wat leeft’ tot ontwikkeling en voltooiing komt. Dit proces is daarom niet alleen dynamisch, maar ook structurerend, wat zich verwerkelijkt in de ervarende persoon.

In deze omvorming zijn de goddelijke dynamiek en de menselijke ervaring op elkaar betrokken. Als schering en inslag zijn ze voortdurend met elkaar verweven. Dit is een nooit eindigend proces. In het eerst visioen ‘De Verlosser’ heeft Hildegard gezien dat de schepping geschied door de drie goddelijke personen. De Vader ziet ze als een hellicht vuur, de Zoon als een hemelsblauwe vlam die in de zachte adem van de heilige Geest brandt.

Van deze goddelijke personen gaat een neerdalende beweging uit naar de mensheid op aarde. Deze beweging zet de geschiedenis in gang vanaf de schepping ‘in den beginne’ tot aan de menswording van de Zoon van God. De menswording van de Zoon van God is de openbaring van dit visioen: God deelt zichzelf mee.

In het visioen van de drie-enige God is er geen neerdalende beweging te zien van God uit naar de mensheid, maar een innerlijke beweging tussen de drie personen. Er is een levende dynamiek tussen hen. De personen van de goddelijke Drieëenheid werken op elkaar in, om zichzelf te openen als drie-enige God voor de mens.

Hildegard ziet dit als een dynamisch proces tussen het heldere licht en het rode vuur. Ze stromen door elkaar heen. ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur doorstroomt weer heel het heldere licht. En dit heldere licht en dit rode vuur stromen door heel deze mensengestalte zodat het één licht en één kracht van mogelijkheden vormt’.

Verder valt op dat er in het visioen van de drie-eenheid van God gesproken wordt over ‘een allerhelderst licht’ en een ‘allerzoetst rood vuur’. In dit visioen hebben het licht en het vuur een intensiteit in de hoogste mate. Ook valt op dat de hemelsblauwe vlam zich ontwikkeld heeft tot een ‘mensengestalte’ in de kleur van saffierblauw.

 

 

de ware en de valse Drievuldigheid

de ware en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

De tekst van het visioen over de drie personen :

Daarom zie je een allerhelderst licht, dat zonder smet van begoocheling (misleiding, onwaarheid), zonder smet van verduistering (gebrek aan inzicht) en zonder smet van bedrog (onwaarheid) de Vader aanduidt. (‘Vader’, licht, komt overeen met: denken).

En daarin de mensengestalte in de kleur van saffierblauw, die zonder smet van verharding (harteloosheid), zonder smet van (gevoelens van) afgunst en zonder smet van onrechtvaardigheid de Zoon openbaart, die voor de tijden als God uit de Vader is geboren en in de tijd als mens is geïncarneerd. (‘Zoon’, komt overeen met: voelen)

Datgene wat geheel brandt met een allerzoetst rood vuur, een vuur zonder smet van dorheid (levenloosheid), zonder smet van sterfelijkheid (levenskracht) en zonder smet van duisternis (bewustzijn) wijst op de heilige geest (‘Heilige Geest’, komt overeen met: bewuste kracht, waarnemen en willen), waaruit dezelfde eniggeborene van God, naar het vlees ontvangen en uit de maagd in de tijd geboren, een licht van ware helderheid in de wereld uitgoot.

Maar dat dit heldere licht geheel dit rode vuur doorstroomt en ditzelfde heldere licht en rode vuur weer samen de hele mensengestalte doorstromen, zodat het één licht in één kracht van mogelijkheden vormt. Dat betekent dat de Vader, die de rechtvaardigste gelijkheid is, niet zonder de Zoon en niet zonder de heilige Geest bestaat de goddelijke eenheid is onafscheidelijk in deze drie personen van kracht .

.

Waar dit Woord (Jezus) al het goede tot stand bracht, hen (de mensen) door zijn zachtmoedigheid naar het leven terugvoerde, die door de onreinheid van zonde (door de onbewuste vereenzelviging) verworpen waren en die niet meer in de heiligheid, die zij verloren hadden, in staat waren terug te keren (Jezus, komt overeen met voelen).

Want door deze levensbron (Jezus) kwam de moederliefde van Gods omhelzing tot ons die ons tot leven voedde en die onze helpster (parakleitos) in gevaren is en die de diepste en allerzoetste liefde is, door ons boetvaardigheid te leren (Jezus, komt overeen met voelen).

.

 

 

Gods krachtstroom in de mens

.

Hildegard wordt betrokken in een diepte, die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten. In deze diepte doorschouwt ze de grond van alle dingen. Hildegard ziet dat de geheimen van God de absolute oorsprong zijn van alle schepselen. In de diepte ziet ze een oerkracht die al het geschapene heeft geplant: ‘Deze volheid heeft met een scherpe kracht stroompjes van kracht geplant’. De volheid van Gods levenskracht heeft beekjes geplant.

Ieder schepsel heeft een ‘beekje van kracht’, dat ontspringt aan de volheid van Gods levensstroom. In dit visioen ziet ze dat de schepping niet is ontstaan uit een niets of uit een oerknal. Ze schouwt de geheimen van God als een levensbron, als een volheid waar al wat leeft uit voortkomt. Hildegard schouwt dat de oorsprong van de dingen niet in de dingen zelf ligt. De schepping bestaat niet in zichzelf. God is de bron van al wat bestaat.

Het stroompje van kracht (de geest als bron) bevindt zich in ieder schepsel. Daar bevindt zich de levenskracht. Door dit stroompje is ieder schepsel met de volheid van Gods geheimen verbonden. Door dit stroompje kan God naar het geschapene stromen. Ieder heeft de mogelijkheid om ontvankelijk te zijn voor en om deel te nemen aan de volheid van Leven. Iedereen kan deelnemen aan deze goddelijke levenskracht. God is een stuwende kracht, die zich wil openen om naar de stroompjes toe te stromen.

Hildegard schouwt in haar visioen, dat er een relatie is tussen God en heel Gods schepping. De relatie tussen God en al wat geschapen is, is wezenlijk, opdat God zich kan ontvouwen in de schepselen. Goddelijk leven is overal aanwezig als een stroompje van kracht, waardoor Gods levenskracht in alle schepselen werkzaam kan zijn. God verhoudt zich tot heel de schepping als een volheid tot alle stroompjes van kracht, die in al het zichtbare en onzichtbare leven aanwezig zijn.

 

 

 

God in drie personen

.

Het goddelijke leven laat zich zien als een allerhelderst licht, als rood vuur (warmte) en een mensengestalte in de kleur van saffierblauw. Het rode vuur duidt op de Heilige Geest. Het is een vuur zonder smet van dorheid. Dit lijkt een tegenstrijdigheid, omdat vuur immers door hitte alles verdort. Het voorafgaande visioen over de verlosser werpt een licht op deze tegenstrijdigheid. Daar wordt dit rode vuur in verband gebracht met de plaats, waar het goddelijke woord kan incarneren.

Deze plaats wordt aangeduid als ‘morgenrood’, het vuur, waarin God zijn ‘Woord vol verlangen’ zond. God gaf dit woord als een ‘vruchtbrengende vrucht’ en liet het ‘als een geweldige bron tevoorschijn komen. Wie van deze bron drinkt, zal nooit meer van dorst vergaan. In dit licht van het morgenrood ontbrandde een buitengewone wil. Want in de glans van het rode licht toonde zich de groene kracht (viriditas, levenskracht, de Heilige Geest komt overeen met: willen) van het grote oude raadsbesluit.

 

 

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Samengebundelde kracht van goddelijk leven

.

Nu gaat er iets nieuws gebeuren. In het visioen ontstaat beweging. Het heldere licht en het rode vuur (de ongevormde oertoestand) stromen door elkaar heen en worden één om samen de gehele mensengestalte te doorstromen (de gevormde toestand). In het goddelijke leven is beweging zichtbaar. Het licht en het vuur en de mensengestalte stromen zo door elkaar heen, dat ze worden tot één krachtbundel: ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur stroomt weer door heel het heldere licht.

En dit heldere licht en en dit rode vuur stromen door geheel deze mensengestalte, zodat het één licht in een kracht van mogelijkheden vormt’. Deze samengebundelde kracht van goddelijk leven is een beginsel, een concentratie van mogelijkheden. Dit beginsel is een stuwende kracht die in beweging zet; een krachtbron voor al wat leeft (door de geestelijke vermogens). Deze kracht heeft een rijkdom aan mogelijkheden.

 

 

 

God werkt in drie personen

.

God is werkzaam als een dynamische kracht in drie personen (drie vormen). De Vader is werkzaam als ‘rechtvaardigste gelijkheid’. Rechtvaardig staat in verband met trouw en goedheid. Als ‘rechtvaardigste gelijkheid’ laat de Vader ieder schepsel tot zijn recht komen op ‘gelijke’ wijze. Ieder schepsel heeft eenzelfde ‘krachtstroom’.

De Heilige Geest maakt een beweging naar de gelovigen. Zij worden aangeraakt en in vuur en vlam gezet door de Geest. De Zoon is de ‘volheid van de vruchtbaarheid’. Hij draagt de mogelijkheid in zich heel de schepping vruchtbaar te doen zijn: ‘alles is door hem geworden en zonder hem is niets geworden wat geworden is’. Deze volheid van vruchtbaarheid is in alle dingen.

Het is een alomvattende kracht die met heel de schepping is verbonden en die ‘al wat is’ leven geeft. Alles is met de Zoon in de oorsprong verbonden. De hele schepping draagt een kiem van deze volheid. De Vader als de rechtvaardigste gelijkheid, de Heilige Geest als de ontsteker van de harten van de gelovigen en de Zoon als de volheid van de vruchtbaarheid, bestaan niet zonder elkaar.

Ze werken samen. De drie goddelijke personen vormen een eenheid en zijn als personen met elkaar verweven en op elkaar betrokken. In de goddelijke natuur zijn ze met elkaar verbonden. De drie personen van de Drieëenheid zijn tot een eenheid samengevoegd. De ene persoon staat niet boven de ander, ‘ze zijn één God in een onverdeelde majesteit’.

Ze zijn niet verdeeld, maar werken wel afzonderlijk als personen (de geestelijke vermogens). Als personen staan ze met elkaar in relatie. De Vader wordt kenbaar gemaakt door de Zoon. De Zoon weerspiegelt het allerhelderste licht dat de Vader is. ‘De Zoon wordt kenbaar gemaakt door de oorsprong van de schepselen’.

De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon is aanwezig in alle schepselen. ‘De heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door dezelfde menswording van de Zoon’. De Vader bracht zijn Zoon voort in eeuwigheid. Dit is niet aan tijd gebonden: de Vader schept in eeuwigheid. Bij de Zoon begint de schepping. Door hem worden alle schepselen geboren uit de Vader.

Alle dingen hebben hun oorsprong in de Zoon. In de Zoon komen alle schepselen aan het licht (de gevormde toestand). De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon kan zich in alle schepselen openbaren. Ieder schepsel is vruchtbaar en kan tot voltooiing komen, dat is: worden zoals de Vader het in zijn allerhelderste licht heeft bedoeld. De Heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door de menswording van Gods Zoon. De Heilige Geest, die zichtbaar werd als een duif bij de doop in de Jordaan, maakt Jezus Mensenzoon.

 

.

 

God verlangt naar de mens

.

God verbindt zich tot één licht en één kracht, als de ene God in drie personen, die verlangt naar een relatie met de mensen. De ene God wil zich openen en de mensen uitnodigen zich te laten betrekken in Gods leven: ‘De mens mag nooit vergeten, mij, de ene God in deze drie personen, aan te roepen’.
God wordt persoonlijk en verlangt naar een relatie met de mens: de mens mag mij aanroepen.

In het Latijn staat ‘invocare’, wat zowel aanroepen als inroepen betekent. De ene God aanroepen is vragen om contact en zich toewenden (het streven naar de hereniging). God inroepen is zich openen om God binnen te laten komen. God neemt er geen genoegen mee verzonken te zijn in zichzelf en wil betrokken zijn op mensen. God wil zichzelf te buiten gaan.

God wil zich niet opsluiten in zijn eigen wezen, in tegendeel, deze ene God in drie personen wil bestaan in een onbegrensde openheid naar de mensen toe, ‘want daartoe heb ik hen aan de mens geopenbaard, opdat de mens des te heviger aangeraakt in liefde tot mij ontbrande’. De bedoeling van Gods openbaring is dat de mens aangeraakt wordt in liefde en dat er een verlangen wakker wordt gemaakt, waardoor onze liefde tot God ontwaakt.

De mens is als schepsel in aanleg geschapen om de volle diepte van Gods liefde te ontvangen en van daaruit te leven. Daarnaar verlangt God en daartoe openbaart God zichzelf in de drie personen … opdat zij beseffen, dat de diepste beweging tussen God en mens er een is van liefde.

 

.

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

Gods initiatief

.

Het initiatief van de liefde ligt niet bij de mensen, maar bij God. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’ (liefdadigheid), de liefde die in God woont. Deze liefde openbaart zich, doordat God zijn eniggeboren Zoon aan de mensheid schenkt. Het doel hiervan is, dat wij zullen leven. De zelfgave van God in zijn Zoon betekent leven voor ons. God deelt zichzelf mee en schenkt liefde aan de mensheid door de menswording van zijn Zoon, die hij heeft gezonden ‘tot verzoening van onze zonden’.

Christus is mens geworden opdat wij wegtrekken uit de duisternis van de zonde. De zonde is dat de mensen zich hebben afgewend van God (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Zij hebben geen contact meer met ‘het stroompje dat God zelf in hen heeft geplant’. Zij zijn hiervan vervreemd (ze zijn onbewust geworden, vervreemd van zichzelf als geest) en hebben dit goddelijke bewustzijn verloren. God wil deze relatie herstellen door zichzelf te geven in zijn Zoon, om zo de oorspronkelijke verbinding te herstellen.

Deze liefde duidt Hildegard aan met het woord ‘dilectio’. Deze liefde leidt tot het schenken van genade (‘genade’: welwillendheid). Het woord dilectio komt van ‘diligere’, dat uitkiezen en liefhebben betekent. God kiest ons uit door ons te beminnen en zo aan ons onze oorspronkelijke waarde terug te geven. Doordat God ons heeft bemind ‘is een ander heil ontstaan, dan wat wij bij onze eerste oorsprong bezaten’.

Onze eerste oorsprong duidt op de schepping van de eerste mensen in het paradijs, die leefden in verbondenheid met hun goddelijke oorsprong en die de erfgenamen waren van onschuld en heiligheid.
De eerste mensen konden nog geen onderscheid maken tussen goed en kwaad. Daarom kon het niet anders dan dat onze onschuld en heiligheid beproefd werden (op de aarde als leerschool).

Deze beproevingen zijn een kans om te groeien. Want in de beproevingen heeft de hemelse Vader aan ons zijn liefde laten zien, zegt Hildegard. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’. De liefde van God ervaren wij als een beproeving. Over deze beproevingen schrijft ze in het visioen van de oorsprong van het kwaad: ‘De grote heerlijkheid en eer, die aan de mensen gegeven is, kan niet zonder beproeving blijven, anders zou de mens nietig en ijdel zijn.

Goud moet in het vuur gelouterd worden, kostbare stenen moeten gereinigd en geslepen worden. Ook de mens, die volgens beeld en gelijkenis van God is geschapen, moet, om te kunnen bestaan, beproefd worden. Meer dan ieder wezen moet de mens beproefd worden en zijn toetsstenen zijn (zijn omgang met) de schepselen.

De geest toetst zich aan de geest (in de ontmoeting met medemensen), het vlees aan het vlees. Zo wordt de mens door ieder schepsel beproefd in het paradijs, op aarde en in de onderwereld. Willen wij groeien naar Gods beeld en gelijkenis, dan is het noodzakelijk dat wij (onze zelfstandigheid en vermogen de juiste keuzes te maken) worden beproefd, anders zouden wij nietig en ijdel blijven.

.

 

 

In de ban van de zonde

.

God laat zijn liefde zien als een beweging naar de mensen toe: Hij openbaart zijn ene Woord voor de mensenkinderen als een mogelijkheid voor hen om zich te laten betrekken in het goddelijke leven (de hereniging). Ze blijven ontvankelijk voor dit Woord, ondanks hun duisternis: ‘En het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet aangenomen’ (Joh. 1:5).

De mensen kunnen niet zelf uit hun duisternis (onbewustheid) breken. Toch wil God hen openen om opnieuw met hen de relatie aan te gaan. Dat kan enkel gebeuren ‘door een hemelse kracht’ die de Vader naar de wereld zendt, in zijn ene Woord, namelijk door de menswording van het ene Woord in Jezus Christus: ‘Het ware licht, dat ieder mens verlicht, kwam in de wereld’ (Joh. 1:9).

Dit mensgeworden Woord werkt al het goede uit: ‘door zijn zachtmoedigheid voert het Woord de mens terug tot het leven’. Niet door hardheid, niet door de macht, maar door zachtheid en mildheid wordt de mens teruggevoerd naar het leven.

Ondanks hun duisternis (onbewustheid) blijven de mensen de mogelijkheid behouden om open te staan voor deze hemelse kracht. Door de zonde zijn zij ervan af gekeerd en vervreemd, en kunnen niet op eigen kracht terugkeren, omdat de macht van de zonde hen in de ban heeft (door de onbewuste vereenzelviging met de stof).

 

 

Vader liefde en moeder liefde

Vader liefde en moeder liefde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

De moederliefde van God

.

De levensbron van God ontsluit zich als moederliefde, die als een omhelzing tot ons komt. De levensbron opent zich voor ons, opdat wij open worden voor God. De liefde, die uit deze levensbron stroomt, biedt een opening voor ons. Gods liefde maakt zich kenbaar als moederliefde. Deze liefde maakt een verbinding naar ons, opdat er tussen God en ons een relatie kan ontstaan.

Zoals een moeder zichzelf beschikbaar stelt met lichaam en ziel, opdat haar kind zal leven, zo voedt de moederliefde van God de mens ten leven. Zoals de moeder haar kind behoedt, zo is de moederliefde van God onze helpster (parakleitos, de heilige Geest) in gevaren. Hildegard duidt deze aspecten van moederliefde aan met het woord ‘dilectio’: de liefde, die de mens bevrijdt uit de duisternis, de liefde die werkt als een genade.

Waar de mens geopend is, kan Gods liefde naar de mens toestromen. Waar de mens kan ontvangen, kan God geven. Dit is één gebeuren. Dit wordt ervaren als ‘de diepste en allerzoetste liefde’. De moederliefde van God is er voor de mensen en nodigt hen uit tot leven. In deze relatie kan de mens bij zichzelf en bij God komen.

In deze aanwezigheid van God kan het besef doorbreken van zondig zijn, dat wil zeggen: van vervreemd zijn van God, afgesneden en niet zichzelf. Dit besef zet de mens op de weg naar terugkeer en herstel (bekering), ‘zo leert God ons te leven in boetvaardigheid’.

 

 

.

De innerlijke bewogenheid van God met de mens

.

God wil de relatie met de mens herstellen en dat gebeurt doordat God zich de mens herinnert. God heeft immers de mens geschapen uit liefde. Het beeld van de mens ligt onuitwisbaar in het geheugen van God getekend. Het is de herinnering aan het grote werk van God, die de mens geboetseerd heeft uit het slijk der aarde. God heeft de mens geschapen uit goddelijke kracht als ‘zijn kostbaarste parel’. De schoonheid van de mens ligt als een parel in het binnenste van God getekend.

De mens is geschapen als een parel én de parel ligt in de herinnering van God. Hier raken God en mens elkaar (het streven naar de hereniging). God heeft de mens tot leven gewekt door hem levensadem in te blazen. Zo werd de mens bezield met goddelijke geest. God heeft de mens gewekt, maar hij is nog niet tot voltooiing gekomen. Het krachtstroompje ligt nog bedolven. De kostbare parel, die in de diepte verborgen ligt, is nog niet aan het licht gekomen (door de onbewuste vereenzelviging).

Een parel groeit in de zee als parelmoerstof in het lichaam van een pareloester. Door onze(!) stroompjes zijn we verbonden met de ‘zee’, met de volheid (de goddelijke algeest), waaraan onze ‘stroompjes’ ontspringen. Door middel van onze stroompjes kunnen we op zoek gaan naar de parel (jezelf als geest) die daar in de diepte (van de ziel) verborgen ligt.

Gods herinnering aan de mens is vol barmhartigheid. God is bewogen met de mens, die hij tot leven heeft gewekt. Zoals een moeder de vrucht draagt tot haar dagen vervuld zijn, zo draagt God de mens in zijn innerlijk tot de vruchten voldragen zijn. God zet met zijn scheppende liefde een proces in gang en gaat een verbintenis aan met het leven, dat verwekt is. Gods barmhartigheid, die gestalte krijgt als moederliefde van God, voedt en behoedt als een zwangere vrouw dit komende leven opdat deze verbintenis tot voltooiing komt.

God verlangt naar ons en is met ons begaan. Deze bewogenheid is een stuwende kracht van verlangen, die naar ons kan toestromen als we worden bevrijd (van onze toestand van vereenzelving met de stof). Dan kan de volheid, waar alle leven uit voortkomt, naar onze stroompjes toestromen en ons herscheppen.

 

 

.

In de spiegel van Gods barmhartigheid

.

Gods moederliefde stelt zich beschikbaar voor ons en nodigt ons uit tot leven. Gods liefdevolle aanwezigheid betekent niet dat alles wordt toegedekt. We mogen onszelf tegenkomen in heel ons doen en laten (bewustworden door zelf ervaringen op te doen en te verwerken met onze vermogens). Gods barmhartigheid houdt ons een spiegel voor en confronteert.

In deze spiegel beseffen we onze zelfgenoegzaamheid, onze zelfzuchtigheid (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Deze houding noemt Hildegard hoogmoed en deze schrijft zij toe aan de duivel. Hier staan God en duivel tegenover elkaar. God die de mens wil verlossen en de duivel die hoogmoedig is en de mens in zijn ban heeft.

In aanwezigheid van Gods moederliefde kunnen we uit deze ban worden bevrijd en afdalen, opdat we nederig worden. In de Latijnse tekst van Hildegard staat ‘humilitas’, nederigheid. Dit woord is afkomstig van ‘humus’ en ‘humilis’. Humus betekent ‘grond’. Humilis betekent ‘laag bij de grond’, eenvoudig, deemoedig, nederig.

Nederigheid betekent: bij de grond zijn, buigen naar de aarde. Nederigheid maakt ontvankelijk (de geest is daardoor een ‘leegte’ en staat open voor God). Iemand die nederig is, vervult zichzelf niet met alles wat hij heeft en is. De duivel kent geen nederigheid. Die wil zelf op de plaats van God zitten. Dit zijn de hoogmoedige verzinsels van de listige slang.

Hoogmoed staat tegenover nederigheid. Hoogmoed verbeeldt zichzelf heel wat, terwijl nederigheid zichzelf ontledigt. Hoogmoed vervult zichzelf en is gericht op zichzelf (zelfgerichtheid), nederigheid is een houding van louter ontvangen in verbondenheid met de grond van het bestaan, waar onze stroompjes van kracht ontspringen.

 

 

 

Herschepping door liefde

.

Het initiatief tot onze verlossing neemt God als moederliefde die naar ons toekomt en ons bevrijdt. Barmhartigheid raakt de naam van God in het hart: Ik ben er. Barmhartigheid is teder én houdt ons een spiegel voor. Barmhartigheid omvat zowel de tedere kant als de confronterende kant van God. Deze twee aanzichten heeft de moederliefde van God. Gods moederliefde is een bron van genade, die uitnodigend is, opdat wij leven én houdt ons een spiegel voor, waarin wij onszelf kunnen tegenkomen (en zo tot zelfkennis kunnen komen).

Gods liefde is nabij én schept afstand. Zo komen wij in aanraking met ons stroompje van kracht en kunnen naar binnen keren om de diepte in te gaan, waar het diepste leven gewekt kan worden: de parel (geest) die vanaf onze oorsprong in ons aanwezig is (die wij vanaf onze oorsprong zelf zijn, maar onbewust).

Als barmhartige keert God zijn hart naar ons toe en verlangt ernaar ons te betrekken in zijn scheppende liefde, opdat wij worden tot wie wij zijn: schepsel naar het beeld van de ene God. God noemt Hildegard hier Schepper en Heer. De Zoon duidt Hildegard aan als Hoofd en Verlosser. Zijn levenskracht is van eeuwigheid werkzaam in alles wat leeft en omvat hemel en aarde.

Christus is een Verlosser, die onze zonden heeft afgewassen. Hij is onze zielverzorger, die ons verpleegt en verzorgt (voelen). Hij maakt onze wonden schoon. De Zoon van God is werkzaam als een verpleegkundige, een arts, die de mens geneest. Uit Christus komt het geneesmiddel voort, waardoor wij geheeld worden.

Deze werkzaamheid van het goddelijke leven is er altijd, zegt Hildegard. De geheimen van God zijn van eeuwigheid werkzaam. God kan ons ieder moment herscheppen. De mens heeft de mogelijkheid om door het krachtstroompje (de menselijke geest) deel te nemen aan de volheid, die oneindig diep is en waaraan niets ontbreekt (de goddelijke algeest). Deze kan zich ontvouwen in ieder schepsel en het voltooien (door geestelijke ontwikkeling).

De stroompjes blijven altijd aanwezig, ondanks het feit dat wij aan tegenslagen en veranderlijkheid onderhevig zijn. Door de stroompjes kunnen wij steeds weer opnieuw in contact komen met de geheimen van God waarin de drie goddelijke personen bewegen en die ‘ondeelbaar levend in de eenheid van de goddelijkheid’ zijn.

 

.

 

Slotbeschouwing

.

Als zwangere gaat Gods moederliefde een verbintenis aan met de mens, opdat het leven, dat gewekt is, voldragen wordt. Als zwangere draagt God het vruchtwater in zich, waarin mensen gedragen worden tot de tijden zijn vervuld, opdat zij opnieuw geboren worden (zelfverwerkelijking en hereniging).
Ook heel de schepping wacht op voltooiing: ‘De hele natuur kreunt en lijdt in barensweeën, altijd door’ (Rom. 8:23).

Waar God ons herschept, ervaren we dat we niet zelf de oorsprong en ontwerper zijn van het leven. Ons leven kent een dieper geheim. Betrokken op dit levensgeheim beseffen we dat we verbonden zijn met een alomvattende kracht die in heel de schepping aanwezig is en die ‘al wat is’ leven geeft (de goddelijke algeest). In ons zit dit geheim als een parel verborgen (wijzelf als de menselijke geest), die de belofte is van een nieuwe schepping.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

Elfde miniatuur : tweede visioen van het tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

Museum – Hildegard von Bingen

 

 

 

elfde miniatuur : tweede visioen van het tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2011_Boek%20II,2

 

 

Bij het beschouwen van deze eenvoudige maar tevens belangrijkste miniatuur van heel Scivias luisteren we naar wat het levende Licht hierover tot Hildegard sprak:

“Dit is de diepe zin van het grote goddelijk geheim dat helder door je aanschouwd werd, dat je zou inzien, hoe groot die volheid wel is, welke geen oorsprong kent en nooit vermindert en aan wier kracht alle levensstromen ontspringen. Immers, als bij de Schepper en Heer de eigen levenskracht leeg zou zijn, wat zou dan zijn schepping niet leeg zijn; naar waarheid zou zij ijdel zijn. Nu erkent men in het volmaakte werk het diepste wezen van de Maker zelf.”

 

Duidelijk klimt Hildegard hier van de zichtbare orde der geschapen dingen op naar de innerlijke rangorde van God zelf. Wat zich in het vorige visioen bij God naar buiten openbaarde door de schepping en verlossing vinden we hier terug in het innerlijke leven van God zelf. In dit visioen schrijft zij als volgt:

“Vervolgens zag ik een zuiver licht en in dat licht een mensenbeeld in de kleur van saffier. En deze mensengestalte was omgeven door een zacht trillend vuur. Het zuivere licht overstroomt het trillende vuur en dit overstroomt op zijn beurt het zuivere licht. Maar dit zuivere licht en dat trillende vuur verenigen zich, om zich samen uit te storten over het mensenbeeld. Aldus vormen vuur, licht en mensenbeeld slechts één licht en als het ware één hevigheid (volheid) van macht”.

 

Er is m.a.w. sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (komt overeen met zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

 

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

 

Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

 

Het allerhelderste licht … is ‘zonder smet van bedrog’ (is: waarheid) … en duidt de Vader aan.
(m.a.w. Vader – waarheid: denken)

Het allerzoetste rode vuur … is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is: levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is: bewustzijn) … en duidt de Heilige Geest aan.
(m.a.w. Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)

De mensengestalte … is ‘zonder smet van verharding’ (is: zachtmoedigheid) … en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(m.a.w. Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.”

 

 

Drieëenheid kenmerken vermogens
Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

Door de uitleg van Hildegard zelf wist de kunstenaar al, dat het licht God de Vader voorstelt, het vuur de H. Geest en het mensenbeeld het mensgeworden Woord, en dat die drie onderscheiden Personen slechts één en onverdeelde goddelijke majesteit vormen.

In de heraldische kleurentaal meende de miniaturist te kunnen volstaan met een cirkel van zilver voor het licht. Binnen deze lichtcirkel is een kleinere cirkel van bladgoud, die verlevendigd wordt door rode golflijnen om daarmee het teken van vuur nog duidelijker te maken. En in het hart van die twee cirkels een mensenfiguur.

Om zowel het onderscheid als de doordringing van elkaar uit te beelden, heeft de miniaturist vanuit de grote zilveren cirkel een fijne dunne lijn van zilver tussen de gouden schijf en het mensenbeeld getekend. Merken we op dat die zilveren lijn boven langs het hoofd naar beneden komt, zich rondom de mensenfiguur voortzet en langs boven weer uitgaat naar de zilveren cirkel.

Voor een gecultiveerde geest van de twaalfde eeuw was het meer dan duidelijk, dat het in deze eenvoudige voorstelling gaat om de drie onderscheiden Personen van God en de éénheid van de onverdeelde goddelijke majesteit. Haar diepste zin ontleent deze miniatuur aan het beeld waaronder het mensgeworden Woord ons wordt geopenbaard.

Met uitzondering van de witte ogen en het zwarte haar is deze mensenfiguur uitgevoerd in de kostbaarste kleur die de miniaturist tot zijn beschikking had nl. saffierblauw. Tot onze verbazing is de Mensenzoon hier niet uitgebeeld als een Heerser, maar als een smekende figuur’. De overeenkomst in houding met het kleine figuurtje aan de voet van de berg op de tweede miniatuur is opvallend.

Treffender kon Hildegard haar mystieke ervaring, dat God zich het liefst in de kleine arme medemens aan ons openbaart, niet uitbeelden. Deze voorstelling wijkt volledig af van het byzantijns koningsbeeld, dat eeuwenlang in het christendom het traditionele beeld van God en de Godmens heeft beheerst. Een beeld trouwens waarvan Hildegard zich ook niet helemaal heeft kunnen losmaken, zoals uit andere miniaturen wel blijkt.

Maar hier heeft zij haar diepste mystieke ervaring gestalte willen geven, hoe God nl. het meest tegenwoordig is in het kind en in de arme- en hulpbehoevende evenmens. Ieder die enigszins thuis is in de christelijke iconografie zal opmerken dat deze triniteitsvoorstelling uniek is in de kunstgeschiedenis, hetgeen wijst op een zeer persoonlijke mystieke ervaring.

Naast het feit dat de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid is voorgesteld als een kleine mensengestalte, valt ons op, dat Hij helemaal in het blauw is weergegeven.

 

 

Zoeken we naar de reden hiervan, dan komen drie vragen op ons af:

 

a) Is deze kleur een uitdrukking van een bepaalde emotie of van een bepaald gevoel bij Hildegard?

b) Is hier sprake van een uitdrukking van een heraldische betekenis van blauw?

c) Is het de uitdrukking van een symbolische zingeving? Zo ja, waarvan is blauw het symbool?

 

Het vraagt een uitvoerige studie om na te gaan of er betrekkingen bestaan tussen deze drie vragen en hoogst waarschijnlijk sluiten zij elkaar niet uit. Uit de kleurensymboliek van de byzantijnse iconen is bekend, dat rood verwijst naar de Godheid en blauw naar de Mensheid van de tweede Persoon der Drieëenheid.

Dit impliceert dat rood als machthebbend en blauw als uiting van ondergeschikt-zijn wordt aangevoeld. Rood is agressief, geel veel minder en blauw is eigenlijk de stille zachtmoedige kleur. Rood doet denken aan vuur en hitte, blauw aan heldere hemel en koel water. Tevens is blauw de kleur van de communicatie. Het was immers Christus die de blijde boodschap verkondigde.

Blauw geeft met haar aanverwante kleur groen een gevoel van veiligheid en is een aanduiding van bestaanszekerheid. Denken we maar aan het vegetatieve leven dat ons tot voedsel dient. Zo kan men begrijpen waarom Hildegard de gevoelens van bestaanszekerheid en barmhartigheid niet beter tot uitdrukking wist te brengen dan met de kleur blauw, en wel in haar zuiverste en edelste vormgeving van een stralende saffier.

Saffier is tevens de naam waarmede de kleur blauw in de Bijbel aangeduid wordt. Onwillekeurig denken we aan water, zowel de waterdamp die voor ons het blauw van de stralende hemel teweegbrengt, als het water dat op aarde het blauw van de hemel weerspiegelt. En het is slechts een kleine stap bij water te denken aan moederschap, zowel door het feit van ons lichamelijk leven dat zich ontwikkelt in water van de moederschoot als dat van ons geestelijk leven dat ontspruit aan het water van het doopsel. Ook de Heilige Maagd Maria wordt bijna altijd in blauwe kledij afgebeeld.

Ook Hildegard heeft bij het blauw in het centrum van de Drieëenheid aan moederschap gedacht.  Ze ziet de edelste vorm van de goddelijke liefde als een omhelzing van moederliefde. Een visie op het innerlijke leven van God zoals die in de westerse theologie zelden uitgesproken is, maar die in de oosterse theologie meer ter sprake komt. We kunnen zelfs over een oergegeven spreken omdat er een brug geslagen zou kunnen worden naar de boeddhistische godservaring, waarin meer dan bij ons gesproken wordt over de moederrol van God.

Het is mogelijk, dat Hildegard dit vrouwelijk aspect in Gods wezen, ook heeft willen uitdrukken door de tweede Persoon hier zonder baard uit te beelden. In de andere miniaturen stelt zij zowel God de Vader als de Zoon steeds met een baard voor, zoals de traditie sinds Byzantium dit had vastgelegd. Ieder is vrij om dit in twijfel te trekken. De bedoeling is slechts te wijzen op het feit, dat de visioenen en de miniaturen van Hildegard alleen te begrijpen zijn, wanneer men ze ziet in het vrouwelijk denkpatroon. De volgende miniatuur in deze serie toont dit ook duidelijk aan.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Hoe is de Kabbala ontstaan?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Met de tweeëntwintig letters van het alfabet heeft God de wereld gecreëerd. Elke combinatie van letters is een formule. Zoals chemische symbolen de samenstelling van een stof uitdrukken. Of het nu om concrete voorwerpen of onbenoembare krachten gaat.
– uit: De Kabbalist

 

kabbala-1

.

 

De Legende

.

Volgens de legende begint de geschiedenis van de Kabbala bij Adam. God zou Adam alle geheimen van de Schepping en het universum onthuld hebben. Deze onthullingen gingen verloren door de zondeval van Adam en Eva.

De tweede keer dat God zijn geheimen onthulde was aan Abraham die ze mondeling doorgaf aan zijn zoon Isaac. Isaac gaf ze door aan zijn zoon Jacob en die gaf ze weer door aan zijn zoon Jozef. Maar Jozef verzuimde de kennis door te geven en nam de geheimen mee in zijn graf.

God onthulde voor een derde keer zijn geheimen aan Mozes op de berg Sinaai. Behalve de geschreven wet (de Thora, waaronder ook de tien geboden) gaf God ook de mondelinge onthullingen aan Mozes, uitsluitend bestemd voor ingewijden.

De kabbalistische kennis is gebaseerd op de geheime leer die Mozes mondeling ontving. Mozes wordt dan ook als de eerste kabbalist beschouwd.

 

.

De vroegste sporen

.

Tussen de derde en zesde eeuw voor Christus circuleert er een manuscript, Sefer Yetzirah (Het boek van de Creatie), waarvan de auteur onbekend is. Het is slechts enkele bladzijden lang maar wordt als één van de oudste en belangwekkendste kabbala teksten beschouwd. De auteur onthult de diepere lagen van het Bijbelboek Genesis. Hij stelt dat de schepping op twee verschillende niveaus heeft plaatsgevonden.

Op het niveau van ‘een concept’ en het niveau van ‘de fysieke manifestatie van dat concept’. God had een idee en toen maakte hij dat idee tot realiteit. Het proces om van idee tot realiteit te komen onthult alle basisprincipes zoals die in het hele universum in elk leven werken.

Dit manuscript beschrijft voor het eerst de kabbala basisbegrippen zoals Sefirot (de tien eigenschappen of krachten van God) en de diepere betekenis van het Hebreeuwse alfabet. In de interactie tussen die tien eigenschappen en de tweeëntwintig letters werd alles in het universum gecreëerd. Het zijn de bouwstenen van het heelal. Het boek legt uit dat wie deze 32 elementen werkelijk kent en hun proces begrijpt, de formules kan creëren om te scheppen zoals God.

 

.

sefirot

sefirot

 

.

Pythagoras

.

Deze theorie is nauw verwant met de ideeën van de filosoof en wiskundige Pythagoras. Niet zo verwonderlijk; van Pythagoras is bekend dat hij tijdens zijn jeugdige rondreizen in Babylon les kreeg van de Joodse profeten Daniël en Ezechiël.

Pythagoras ging er van uit dat het universum kon terug gebracht worden tot wiskundige formules. De genetische code en de nummering van de chemische elementen zijn verwant aan de numerologische opvattingen die de Kabbala bestudeert.

 

.

pythagoras-and-the-pythagorean-theorem-1-728

 

 

Akiva

.

Rond het jaar 40 staat een nieuwe grote kabbalist op. Akiva, een extreem nederige man, die tot zijn 30ste niet schrijven kon en daarom les ging volgen te midden van schooljongetjes. Hij studeerde twaalf jaar lang en vond de code die in de Bijbel verborgen zat. Elk woord, elke letter, zelfs de vorm van de letters verborg een geheime, diepere betekenis, ontdekte hij.

In de eeuwen die volgden leefde de kabbala een sluimerend bestaan. De nieuwe ontdekte geheimen werden van generatie op generatie mondeling doorgegeven door de aller wijste rabbijnen. Het duurde tot de Middeleeuwen voor de Kabbala tot volledige bloei kwam.

 

akiva

 

.

Isaac de Blinde

.

Rond 1150 dook er in Frankrijk een manuscript op, Sefer Ha Bahir (Het boek der Glans), dat beschouwd wordt als de eerste officiële kabbalistische tekst. Het boek geeft een mystieke interpretatie van de Bijbel. Dit boek werd nauwgezet bestudeerd door Isaac de blinde, de eerste man die de naam ‘kabbala’ verbond aan de mystieke leer.

Hij ontwikkelde een theorie, gebaseerd op het boek Genesis, hoe de tien eigenschappen van God het universum creëerden. Het is verbazingwekkend hoe deze theorie bijna als een blauwdruk geldt voor de huidige, wetenschappelijke big bang theorie.

Isaac de Blinde toont ook aan hoe de mens een manifestatie is van goddelijke energie in de fysieke wereld. De Thora, stelde hij, was de sleutel tot de ontraadseling van deze geheimen. In de Thora had God een boodschap voor de mens verborgen over de aard en het wezen van het leven en het universum. De ideeën van Isaac de Blinde verspreidden zich over Europa en vooral in Spanje.

.

de-jose-ribera-der-blinde-isaak-segnet-jacob-08388

 

.

De Zohar

.

In 1280 wordt uiteindelijk de Bijbel van de kabbalisten gepubliceerd, de Zohar, Het boek der Schittering. Daar waar de Bijbel een fysiek beeld schetst van hoe de wereld gecreëerd werd, gluurt de Zohar tussen de kieren van het theatergordijn om ‘de grote tovenaar’ in actie te zien.

“Het boek der schittering” of ‘Pracht’. Het is een commentaar op de Thora geschreven in Aramees en Hebreeuws. Het beschrijft de wandeltochten van vier rabbijnen (waarvan Sjimon bar Jochaj de belangrijkste is) die onderweg inzichten aan elkaar onthullen over de geheimen van de Thora.

Het boek bevat mystieke discussies over de schepping van de mens, de aard van goed en kwaad en hoe onze daden de bestemming van onze ziel beïnvloeden. Andere onderwerpen zijn de natuur van God, het ontstaan en de structuur van het universum, de eigenschappen van zielen, zonde, berouw, verlossing enzovoort.

Het eerste deel van het boek bestaat uit allegorieën over de natuur en het zielenleven. Het tweede deel onderzoekt de eigenschappen van God, de wereld en de ziel. In het laatste deel heeft bar Jochaj een conversatie met Mozes over de geheimen van de tien geboden.

De basisgedachte is dat alles met alles verband houdt. Niets gebeurt toevallig. Alles is oorzaak en gevolg en er is voortdurend een immense interactie tussen alle onderdelen van het universum. De schepping is een ononderbroken proces in plaats van een eenmalige gebeurtenis in het verleden.

 

 

200px-zohar

 

.

De auteur van de Zohar

.

Zoals bij vele kabbalistische werken is ook van de Zohar het auteurschap omstreden. De persoon die men als auteur beschouwde, Moshe de Leon, ontkende dat hij het boek geschreven had. De Leon beweerde dat het boek in de 2de eeuw na Christus geschreven werd door het hoofdpersonage van de Zohar, Sjimon bar Jochaj.

De Leon beweerde dat het manuscript eeuwenlang verborgen was in een grot in de buurt van Tsfat waar het uiteindelijk door een kabbalist gevonden werd en zo na omzwervingen bij De Leon in Spanje was terecht gekomen. Maar de man van wie De Leon het manuscript gekregen zou hebben, was dood, en kon dus niet om bevestiging worden gevraagd.

Een leerling van deze kabbalist ontkende dat zijn meester dit manuscript ooit in zijn bezit had. De Leon inviteerde de leerling om bij hem thuis naar het manuscript te komen kijken. Maar nog voor ze zijn huis bereikten, stierf De Leon. De weduwe van De Leon ontkende dat haar man een dergelijk oud manuscript in huis zou hebben gehad. Ze zei dat hij het zélf geschreven had, jarenlang, nacht na nacht. Volgens haar had hij het verhaal van Sjimon bar Jochaj verzonnen om zijn werk meer gezag te geven.

Tot op heden is dit raadsel niet opgelost al gaan de meeste geleerden ervan uit dat De Leon de vermoedelijke auteur en samensteller is van de Zohar. Diverse kabbala centra werken aan een integrale vertaling van dit omvangrijke werk.

 

moshe-de-leon

 

.

Tsfat

.

Deze generatie was uitverkoren om de schijnbaar mystieke Kabbala te vertalen, begrijpbaar en concreet te maken. Daarna zou dit krachtige extract nog enkele honderden jaren rijpen vooraleer het grote massa’s in vervoering zou brengen. Pas in de eenentwintigste eeuw van hun jaartelling had Sjimon Bar Jochaj geschreven, zou de Kabbala de zielen van miljoenen mensen in vuur en vlam zetten.

Rond de helft van de 16de eeuw kwam de Kabbala tot grote bloei. Het brandpunt van alle ontwikkeling was een onooglijk bergstadje in Noord Galilea, vlakbij het meer van Tiberias; Tsfat.

Tsfat werd bevolkt door kabbalisten die gevlucht waren uit alle streken van Europa waar Joden vervolgd werden, vooral uit Spanje. Al snel ontstonden er maar liefst 21 synagogen en 18 kabbalascholen in Tsfat.

Algemeen werd Cordovero erkend als de grootste kabbalist van Tsfat. Cordovero had zich omringd met een kring van mannen die de hoogste morele eisen aan zichzelf stelden. Ze brachten hun dagen door in contemplatie en het interpreteren van kabbalistische teksten, vooral de Zohar. Cordovero had een feilloos instinct om uit alle kabbalistische geschriften die bestonden het kaf van het koren te scheiden.

Daaruit distilleerde hij de zuivere grondbeginselen van de kabbala. Hij stierf op 48 jarige leeftijd en de legende wil dat bij zijn begrafenis een zuil van vuur van zijn graf naar de hemel steeg. Cordovero werd opgevolgd door Itschak Luria. Luria verdiepte de inzichten van Cordovero, verklaarde ze en had een kennis die, naar men zei, het goddelijke benaderde.

Hij was de eerste die de kabbala praktisch toepasbaar maakte in het leven van alledag. Luria zelf schreef bijna niets gedurende zijn leven. Hij gaf de exclusieve toestemming aan Chaim Vital om zijn geheime leer op te schrijven.

 

tsfatisrael

 

.

Newton

.

Hij wilde de auteur van de Bijbel naar de kroon steken.
Hij wilde God worden.
Maar God had zijn boek al geschreven.

.

Honderd jaar na de dood van Itschak Luria kwamen de geschriften van Chaim Vital in het bezit van Knorr van Rosenroth en Francis van Helmont. Zij besloten deze teksten, alsook grote gedeeltes van de Zohar, te vertalen.

De Vlaming Francis van Helmont, een arts, werd door de Engelse gravin Anne Finch uitgenodigd op haar landgoed om haar te genezen van migraine. Van Helmont zou vijftien jaar lang op haar kasteel, Ragley Hall, blijven wonen.

De gravin was immers de spil van het Onzichtbare College, een netwerk van Europese kabbalisten en alchemisten, die elkaar ontmoetten op het landgoed. In Ragley Hall werkte Van Helmont verder aan de vertaling van wat het boek “Kabbala Denudata” zou worden; “De Kabbala Ontsluierd”. Het zou een werk van groot gezag worden dat een brug probeerde te slaan tussen de Joodse mystiek en het christendom.

Isaac Newton, ook lid van het Onzichtbare College en regelmatige bezoeker van Ragley Hall, kwam op deze manier in contact met de kabbala. Isaac Newton was een groot bewonderaar van het boek en had uiteraard een exemplaar in zijn bibliotheek.

Zijn exemplaar is bewaard gebleven in de bibliotheek van de universiteit van Cambridge. Dr Seth Pancoast schreef: “Newton ontdekte de wet van de aantrekking en afstoting dankzij zijn studie van de kabbala”.

Van Helmont bleef tot Finch’s dood op haar landgoed Ragley Hall wonen. Hij schreef verder onder meer het boek The Alphabet of Nature waarin hij aantoonde dat het Hebreeuws de oertaal van de mensheid was omdat de letters precies correspondeerden met de natuurlijke positie van de spreekorganen.

 

newton

 

 

 

Vandaag de dag

.

De theorieën van Luria, opgeschreven door Chaim Vital, vormen de basis en inspiratie van de kabbala zoals die vandaag bestudeerd wordt. Maar de Kabbala ontwikkelt zich nog elke dag. De Kabbala onthult zichzelf iedere keer weer opnieuw met nieuwe inzichten in elk tijdperk.

Zo onthulde het boek “De Bijbelcode” uit 1997 de code die de Joodse hoogleraar in de wiskunde, Eliyahu Rips, ontdekt had. Hij plaatste de 5 boeken van de Thora in een computerprogramma en ontdekte dat alle grote gebeurtenissen uit de menselijke geschiedenis als in een cryptogram verborgen zaten in de code. Van de moord op Rabin, tot de aanslagen van 11 september, tot en met alle belangrijke personen die ooit geleefd hebben met hun belangrijkste werken.

Ook Isaac Newton onderzocht trouwens op zijn manier deze code die de wereldgeschiedenis voorspelde. Hij deed dit aan de hand van het bouwplan in het Bijbelboek Ezechiel van de Tempel van Salomo.

De voorspelling dat de kabbala in deze tijd grote groepen mensen zou raken, is in elk geval uitgekomen. Pionierswerk is hierin verricht door het Amerikaanse Kabbalah Center die een manier ontwikkelden om de hermetische kabbala toegankelijk en begrijpelijk te maken voor iedereen.

Maar werkelijk bekend werd de kabbala pas toen Madonna deze eeuwenoude mystieke leer ging bestuderen. Miljoenen mensen over de hele wereld bestuderen inmiddels de kabbala. Op Madonna’s vorige CD Confessions on a dancefloor, zong zij het lied Isaac.

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

De kracht van de rozenkrans

Standaard

categorie : religie

 

.

Zuster Lucia over de kracht van de rozenkrans

 

”Het verval in deze wereld is zo groot omdat er niet voldoende gebeden wordt. En het is precies daarom dat de Maagd met zoveel nadruk het bidden van de Rozenkrans heeft aanbevolen. En omdat de rozenkrans na de Heilige eucharistische liturgie het meest aangewezen gebed is om het geloof in onze zielen te bewaren, heeft de duivel zijn offensief ingezet tegen dit gebed. We zijn jammer genoeg getuige van al het onheil dat hij heeft gesticht.

We kunnen en mogen ons niet laten tegenhouden door de duivel, en zoals Onze Heer het zegt, de zonen van de duisternis mogen de strijd niet winnen tegen de zonen van het Licht. De Rozenkrans is daartoe het machtigste wapen in deze strijd.”

 

 

Hoe bid ik de Rozenkrans?

.

 

Gebed voor de Rozenkrans 

.

O Koningin van de Heilige Rozenkrans, U heeft zich verwaardigd om naar Fatima te komen om aan de drie herderskinderen de schatten van genade, verborgen in de Rozenkrans, te onthullen.

Beziel mijn hart met een oprechte liefde voor deze devotie opdat ik, door het overwegen van de Mysteries van onze Verlossing die hierin herdacht worden, verrijkt mag worden door de vruchten ervan en zo vrede voor de wereld, bekering voor de zondaars en Rusland, en de genaden die ik U vraag door deze Rozenkrans

(vermeld hier je verzoek) mag verkrijgen. Ik vraag dit tot meerdere eer en glorie van God, voor Uw eigen eer en voor het welzijn van de zielen, maar ook voor mijzelf. Amen.

 
.
.
.
 

Rozenkrans

.

 

1. Je begint bij het kruis: je maakt een kruisteken en bidt :

 

“In de naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest, Amen.”

en daarna bid je de geloofsbelijdenis:

 

Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde.

En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer,
die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;
die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven,
die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden,
die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God de almachtige Vader,
vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest,
de heilige katholieke kerk, de gemeenschap van de heiligen,
de vergeving van de zonden,
de verrijzenis van het lichaam,
en het eeuwig leven, Amen.

 
 

 

2. Je bidt een “Onze Vader”:

 

 

Maria en de Rozenkrans

 

 

 

Onze Vader die in de hemelen zijt

Geheiligd zij Uw naam.

Uw rijk kome,
Uw wil geschiede op aarde als in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden
gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
En leid ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade.
Amen.

 
 
 
 

3. Je bidt:”Ik groet U, dochter van God de Vader.”

 

     Vervolg met een Weesgegroet.

Weesgegroet, Maria, vol van genade,

de Heer is met U

gezegend zijt Gij boven alle vrouwen

en gezegend is de vrucht van Uw lichaam, Jezus,

Heilige Maria Moeder Gods,

bid voor ons, arme zondaars,

nu en in het uur van onze dood. Amen.

 
 
 

 4. “Ik groet U, moeder van God de Zoon.”

Vervolg met een Weesgegroet.

5. “Ik groet U, bruid van God de Heilige Geest”

      Vervolg met een Weesgegroet.

6. Bid: “Glorie zij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijd en alle eeuwen der eeuwen. Amen.”

Noem en overweeg het eerste geheim (zie onderaan)
Bid het Onze Vader”.

7. Bid bij elke bolletje een Weesgegroet, dus tienmaal.

8. Bid het gebed “O mijn Jezus”:

 “O mijn Jezus, vergeef ons onze zonden, behoed ons voor het vuur van de hel, breng alle zielen naar de Hemel, vooral diegenen die uw barmhartigheid het meeste nodig hebben”.

  Noem en overweeg het tweede geheim. “Onze Vader”.

9. Bid tien maal een Weesgegroet.

10.Bid het gebed “O mijn Jezus”.

Noem en overweeg het derde geheim. “Onze Vader”.

11. Bid tien maal een Weesgegroet.

12. Bid het gebed “O mijn Jezus”.

Noem en overweeg het vierde geheim. “Onze Vader”.

13. Bid tien maal een Weesgegroet.

14. Bid het gebed “O mijn Jezus”.

Noem en overweeg het vijfde geheim. “Onze Vader”.

15. Bid tien maal een Weesgegroet.

16. Bid het gebed “O mijn Jezus”.

 

.

Gebed na de Rozenkrans

.

Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid,

ons leven, onze vreugde en onze hoop, wees gegroet. 

Tot U roepen wij, bannelingen, kinderen van Eva.

Tot U smeken wij, zuchtend en wenend in dit dal van tranen.

Daarom dan, onze Voorspreekster,

sla op ons uw barmhartige ogen.

En toon ons, na deze ballingschap,

 Jezus, de gezegende vrucht van uw schoot.

O goedertieren, o liefdevolle, o zoete Maagd Maria.

Bid voor ons, Heilige Moeder van God,

opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

 

.

Laat ons bidden:

 

O God, uw eniggeboren Zoon heeft ons

door Zijn leven, dood en verrijzenis

de beloning van het eeuwig leven geschonken,

geef dat wij door het overwegen van deze geheimen van de Rozenkrans van de Gezegende Maagd Maria

mogen navolgen wat ze bevatten

en verkrijgen wat zij beloven,

door dezelfde Christus onze Heer. Amen.

 

Sluit af met het kruisteken.

.

.

.

De geheimen van de rozenkrans

.

De blijde geheimen:

.

1. De Engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria en God de Zoon wordt mens.

2. Maria bezoekt haar nicht Elisabeth en Johannes wordt door Jezus geheiligd

3. Jezus wordt geboren in een stal te Bethlehem
4. Jezus wordt in de tempel opgedragen en Maria wordt gezuiverd volgens de oudtestamentische wet
5. Jezus wordt in de tempel door zijn verontruste ouders wedergevonden terwijl Hij de leraars van de Wet onderwijst.

 
 
.
 

De geheimen van het Licht:

.

1. De doop van Jezus in de Jordaan

2. Het wonder op de bruiloft te Kanaän

3. Jezus verkondigt het Rijk Gods en roept op tot bekering

4. De gedaanteverandering van Jezus

5. De instelling van de Eucharistie op het Laatste Avondmaal

 
 
 
.

De droevige geheimen:

.

1. Jezus bidt in doodsangst tot Zijn hemelse Vader
2. Jezus wordt bloedig gegeseld
3. Jezus wordt met doornen gekroond
4. Jezus draagt Zijn kruis naar de berg van Calvarië
5. Jezus sterft aan het kruis

 
 
.
 

De glorievolle geheimen:

.

  1. 1. Jezus verrijst uit de doden
    2. Jezus stijgt op ten hemel
    3. De heilige Geest daalt neer over de apostelen door de voorspraak van Maria
    4. Maria wordt in de hemel opgenomen
    5. Maria wordt in de hemel gekroond.
 
.
 

“Pak vol vertrouwen de rozenkrans weer op.  Herontdek het rozenkransgebed in het licht van de heilige Schrift,  in overeenstemming met de liturgie en in de context van het leven van alledag. 
Moge mijn oproep niet voor niets zijn!”  
Johannes Paulus II, 16 oktober 2002.

 
 
.
.
 

Kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid

 

In 1933 gaf God aan Zuster Faustina een opmerkelijk visioen van Zijn barmhartigheid.

.

 

De zuster vertelt ons:

 

‘Ik zag een groot licht, met God de Vader in het midden daarvan. Tussen dit licht en de aarde zag Ik Jezus aan het kruis genageld, zodanig dat God, bij het willen aanschouwen van de aarde, doorheen de wonden van Onze Heer moest kijken en ik begreep dat God ter wille van Jezus de aarde zegende.’

 

 

 

Of in een ander visioen, op 13 september 1935, schrijft zij:

 

‘Ik zag een engel, de uitvoerder van Gods toorn… op het punt staan de aarde te treffen… Ik begon vanwege de wereld vurig tot God te smeken met woorden die ik innerlijk hoorde. Terwijl ik op deze manier bad, zag ik de hulpeloosheid van de engel en hij kon de rechtvaardige straf niet uitvoeren…’ De volgende dag leerde een innerlijke stem haar het Kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid op de kralen van een gewone rozenkrans.

.

 

Jezus zegde later aan Zuster Faustina:

 

‘Bid het Kroontje dat Ik je geleerd heb onophoudelijk. Iedereen die dit bidt, zal grote barmhartigheid ontvangen in het uur van de dood. Priesters zullen het zondaars als laatste hoop aanbevelen. Zelfs de meest verharde zondaar zal, als hij dit Kroontje slechts één keer bidt, de genade van Mijn oneindige barmhartigheid ontvangen. Ik wil onvoorstelbare genaden schenken aan diegenen die op Mijn barmhartigheid vertrouwen.’

‘Wanneer zij dit Kroontje bidden in aanwezigheid van de stervende, zal Ik – niet als de Rechtvaardige Rechter maar wel als de Barmhartige Redder – tussen Mijn Vader en de stervende persoon staan.’

 

 

 

 

Uitleg over de eindtijden door John Astria

Uitleg over de eindtijden
door
John Astria

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA