Tagarchief: maïs

God schiep de Maya’s

Standaard

categorie : religie

 

 

.

ec819cccc0130b5adeceea1b20c3e592 (1)

 

.

 

Met arendsogen speuren wij naar wat onze voorouders geloofden en wat ons tot op vandaag met hen verbindt.


Darío Caal Xi

.

De Maya’s zijn Gods eigen schepping. Als volk, als man en vrouw zijn wij door hem geschapen. Wij zijn deel van zijn lichaam, de tenen van zijn voeten, de vingers van zijn handen. God heeft ons gemaakt, hij is de Schepper en Vormgever. Als mannen en vrouwen werken wij met God mee; samen vervolmaken wij de schepping.

Ons leven is beweging en actie. Samen met anderen spannen wij ons in. Ons zweet valt op de aarde. Wij bewerken de grond tot we blaren op onze handen hebben. Ons werk, onze gedachten en woorden vormen een eenheid. Ons leven is zinvol en gelukkig wanneer er harmonie bestaat tussen de beweging van onze handen en ons hart.

De aarde is onze moeder. Zij voedt ons, beschermt ons en houdt ons in leven. Op de aarde is onze hoop gesteld. Talloze broeders en zusters, oude mannen en kinderen, volwassenen en jongeren hebben de aarde bewerkt, haar liefgehad en verdedigd. Hun inspanningen, hun zweet en bloed hebben de aarde tot onze aarde gemaakt.

Ons leven en onze spiritualiteit vinden hun oorsprong in de blijdschap. Blijdschap bij het zaaien van de maïs, wanneer de eerste plantjes opkomen, bij de oogst en bij het eten van de jonge maïs. Blijdschap wanneer een kind geboren wordt of wanneer een kind opgroeit en zelf aan het werk gaat. Blijdschap wanneer we nieuwe grond ontginnen of een nieuw huis bouwen. De blijdschap die we beleven aan onze dieren. De vreugde die we ondervinden bij het gemeenschappelijk werk voor ons dorp of ons volk.

Wij zijn een volk met een eigen geschiedenis. Wij zijn de vrucht van de ervaringen en inspanningen van onze voorouders. Wij geloven in onze eigen scheppende kracht, die zijn wortels heeft in onze eeuwenoude Maya-cultuur.

Onze cultuur is een cultuur van het leven. Wij voelen ons verbonden met de hemel en de aarde, met alle mannen en vrouwen, met God die Vader en Moeder is. Door ons werk herscheppen wij het aangezicht van Moeder Aarde. Door middel van symbolen zoeken wij gemeenschap met alles wat bestaat. Wij ervaren God op onze eigen Maya-wijze.

Onze cultuur vormt ons en voedt ons op. Onze cultuur verschaft ons medicijnen voor onze gezondheid. Wij leven in gemeenschap. Door te delen zijn wij rijk, door onze eenheid staan wij sterk bij conflicten.

Wij geloven in de God van het leven die recht zal verschaffen. Hij zal een einde maken aan honger en ellende, aan onrecht en ongelijkheid, aan bedrog, discriminatie en uitbuiting. Voor de Maya’s bestaat de zonde erin dat wij de Schepper en Vormgever beledigen, dat wil zeggen, dat wij ons afsluiten voor Hart van de Hemel, Hart van de Aarde. Elke scheiding tussen woord en daad, tussen gedachte en werk is bedrog en verbreekt het evenwicht. Onze idealen zijn goedheid, vrede, geluk, blijdschap, gemeenschapszin en vrijheid.

Voor ons is politiek dienst aan de gemeenschap. Wie dient, heeft gezag. De dienst bestaat in concrete actie tegen alles wat ons als persoon of als volk bedreigt. Wie dient, is trouw en houdt zich aan zijn woord. De wijze oude mannen en vrouwen zijn onze gids, omdat zij zijn gevormd in de harde leerschool van het leven. Dienstbaarheid van mannen en vrouwen en van heel ons volk hoort tot het wezen van ons bestaan.

Het juiste evenwicht in de wereld en in het leven van ieder mens is de vrucht van onze gezamenlijk inspanning. Harmonie kenmerkt ook het leven van God zelf. Al onze menselijke verlangens stemmen wij af op Gods eigen hart.

.

Afbeelding (15)

éénheid van man en vrouw

 

pasteltekening van John Astria

 

Een mens is nooit alleen, wij zijn altijd een paar. Omdat wij een paar zijn is er nieuw leven mogelijk, is er geschiedenis, vindt er verandering plaats, zijn wij gemeenschap en volk. Als paar, als man en vrouw, hebben wij eerbied voor elkaar en beminnen wij elkaar.

Personen, families en volken kunnen alleen maar bestaan wanneer er wederkerigheid is tussen man en vrouw, tussen hemel en aarde, de mens en de schepping. Wederkerigheid tussen God en mens, tussen vaders en moeders, grootouders en kleinkinderen, ouders en kinderen, tussen water en vuur, zon en maan, wind en bergen, maïs en regen, tussen zaaien en oogsten.

Man en vrouw zijn samen als een boom die leven geeft. “Ik kijk naar jou en jij kijkt naar mij; ik zorg voor jou en jij zorgt voor mij, zodat wij samen groeien. Ik geef jou schaduw en jij geeft mij schaduw. Alleen samen zijn wij compleet. Samen zijn wij een boom; wij hebben hetzelfde vlees en bloed, dezelfde wortels, dezelfde tronk, dezelfde takken en bladeren. Alleen samen brengen wij bloesem en vruchten voort.”

Wij zijn deel van de schepping, van de wereld, van de kosmos. Vader Zon beschermt ons, geeft ons licht, warmte en gezondheid. Grootmoeder Maan ontvangt ons wanneer wij geboren worden en ons eigen licht ontstoken wordt. De maan is het symbool van de oude mannen en vrouwen die ons met wijsheid richting geven. Onze Vader Regen verwekt het leven door Moeder Aarde te bevruchten. De regen is een zegen van God.

Moeder Aarde is het symbool van de vruchtbaarheid en van het heilige karakter van iedere vrouw. In haar schoot worden wij gevormd; zij voedt ons, zij geeft ons beschutting. Op de aarde lopen wij, zij is onze woonplaats. Moeder Aarde is heilig omdat zij ons leven geeft. Wanneer wij sterven, keren wij naar haar terug. Als maïskorrels worden wij in Moeder Aarde gezaaid. Liefdevol neemt zij ons op, in haar rusten wij. Moeder Aarde is Gods eigen gezicht.

Moeder Water zuivert ons, geeft ons leven en gezondheid. Het water is het bloed van Moeder Aarde. Vader Vuur is het symbool van verbondenheid en eenheid binnen de gemeenschap. Vuur nodigt uit onze ervaringen met elkaar te delen. Vuur brengt ons samen en wijst ons de weg. Vader Wind geeft ons levenskracht. Wind is beweging en adem. In de wind klinkt ons lachen en ons schreien. Wind is kracht en actie; wind bemiddelt tussen God en mens.

Moeder Maïs is ons voedsel, het leven dat door onze aders stroomt. De maïs is heilig; zij is als een moeder die haar leven geeft voor haar kinderen. Onze vaders en moeders de bergen zijn de plek waar God aanwezig is, daar treden wij met hem in contact. De bergen zijn het aangezicht van de aarde; op de bergen ervaren wij Gods eigen vrede en rust. De bergen beschermen ons; bij alles wat wij ondernemen zijn zij onze getuigen.

Wij mensen horen bij elkaar, hoe verschillend wij ook zijn. Alleen samen zijn wij vruchtbaar. In gemeenschap werken wij, vieren wij feest, beleven wij ons geloof. Samen vormen wij de tijd, samen trekken wij voort tot de dageraad aanbreekt.

Wij zijn zonen en dochters van God, die Vader en Moeder is. God is het Hart van de Hemel, het Hart van de Aarde. Aan God behoren de dag en de nacht, de bergen en de dalen, alle dieren en ook wijzelf. God is het hart van het water, van de zee en van de rivieren. God is onze oorsprong, de eigenaar van alles wat dichtbij en veraf is. God is een heilige Vader en een heilige Moeder, het middelpunt van de gemeenschap en van de vier hoeken van de wereld. God leeft en waakt zonder ophouden over ons. God is de bron van alle leven.

Onze gebeden richten zich spontaan tot God wanneer wij de dageraad aanschouwen of de ondergang van de zon, wanneer wij een berg bestijgen of de aarde bewerken, bij het zien van de bloemen en de vruchten die de aarde voortbrengt. God eren wij met muziek en zang, met dansen en met feesten. Tot God bidden wij om maïs, grond en water. Hem vragen wij kracht om als volk te groeien en onze cultuur te verdedigen. Onze Maya-priesters en zieners, onze ouderen en vroedvrouwen gaan ons daarbij voor

De vier hoeken van de wereld zijn het huis dat wij bewonen. Daar groeien wij op en bewegen wij ons; het is de ruimte waar wij lachen en huilen. Op de wereld worden wij geboren, op de wereld sterven wij. De wereld is heilig, want hij is doordrongen van het leven van God. De wereld is het middelpunt, het begin van de weg die ons naar God zelf voert.

Wij zijn verbonden met alle volken, in het oosten en het westen, in het noorden en het zuiden. Wij zijn het leven van wie reeds gestorven zijn, wij zijn de dood van wie na ons komen. Wij verenigen in ons verleden, heden en toekomst. De dood is een deel van ons leven; door de dood worden de levenden en de voorouders met elkaar verbonden.

Ook al sterven wij, wij leven voort in onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. De doden zijn vertrokken, maar zij zijn niet weg; wij zetten hun bestaan voort. In de dood ervaren wij de eenheid van levenden en doden. Daarom verandert ons verdriet om de dood in vreugde. Wij huilen om het leven omdat het ons zo dierbaar is.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

 

 

De ontdekking van de maïs volgens de Maya’s.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

DE ONTDEKKING VAN DE MAÏS

 

.

copan.02

.

 

 

Lang geleden leefde er in de bergen van Santa Cruz een man die Pablo heette. Op een nacht droomde hij van een vreemde vogel, die hem over de maïs sprak.

 

Pablo vroeg zich nieuwsgierig af wat dat toch voor een gewas kon zijn. Daarom stuurde hij alle dieren, grote en kleine, er op uit om de maïs te zoeken. Die zochten het hele bos af. Zij vroegen het aan de bomen, aan de wolken en de wind, aan de regen en de rivieren, maar niemand wist te zeggen waar de maïs te vinden was.

 

 

De mieren

.

Op een dag kroop een groep mieren in de spleet van een rots, en daar lagen de maïskorrels waarnaar iedereen op zoek was. Snel vertelden de mieren Pablo van hun vondst. Die haalde er een paar sterke kerels bij om de rots te splijten en de maïskorrels te voorschijn te halen. Maar hoe ze ook hun best deden, ze slaagden er niet in de rots te breken.

 

 

De specht

 

Daarop riep Pablo de hulp in van de specht. Die pikte en pikte, tot hij uitkwam bij een zacht deel van de rots. Op dat moment klonk er een geweldige explosie, zoals wanneer een vulkaan uitbarst. De maïskorrels vlogen alle kanten op. Sommige korrels verbrandden en andere niet; daarom zijn er nu verschillende kleuren maïs.

Personen die toevallig in de buurt waren raapten snel de witte maïskorrels op, maar de zwarte lieten zij liggen. Toen Pablo arriveerde, gaven ze hem alleen maar zwarte maïs, de witte hielden zij verborgen.

Daarop begon iedereen te zaaien. Na een paar maanden stond de akker van Pablo er prachtig bij, vol groene maïsplanten die bogen onder het gewicht van de kolven. Maar de witte maïs was nog niet eens opgekomen. De akkers lagen er nog net zo bij, als op de dag dat de maïs werd gezaaid.

De mensen die de witte maïs hadden gezaaid vroegen zich af: “Waarom is onze oogst mislukt? Pablo heeft volop maïs en wij lijden honger.” Daarop riepen zij een hagedis te hulp. Die moest gaan kijken wat Pablo precies deed alvorens de maïs te zaaien.

 

 

De hagedis

.

De hagedis kroop hoog in een boom; vandaar kon hij alles zien wat er gebeurde. Uren gingen voorbij. Eindelijk, toen de zon al was ondergegaan en de maan aan de hemel stond, verscheen Pablo, vergezeld van zijn familie en nog een aantal personen. De hagedis zag hoe er kaarsen werden aangestoken en wierook werd gebrand.

Heel de nacht werd er gebeden. De God van Hemel en Aarde, van de heuvels, de bergen en al wat bestaat werd aangeroepen om de maïskorrels te zegenen. Er werd vergiffenis gevraagd aan de planten en de bomen die plaats hadden moeten maken voor de aanleg van het maïsveld. Toen de dag aanbrak, at iedereen kippensoep en warme maïskoeken, en werd de heilige chocoladedrank genuttigd.

De hagedis vertelde aan zijn opdrachtgevers alles wat hij had gezien en vroeg: “Hoeveel gaan jullie mij nu betalen? Ik heb mijn opdracht voltooid. Honger en kou heb ik geleden om te zien hoe de maïs door Pablo werd gezaaid.” “Voorlopig krijg je niets”, was het antwoord. “Wacht eerst maar eens tot de oogst is aangebroken.”

Vervolgens zaaiden de eigenaars van de witte maïs de korrels, precies zoals de hagedis hun had uitgelegd. Na een paar maanden hadden zij een overvloedige oogst. Maar een beloning voor de hagedis was er niet bij; hij werd niet eens op een maaltijd uitgenodigd.

 

.

Wraak van de dieren

.

De hagedis was diep teleurgesteld en vertelde zijn ongenoegen aan de honden, de muizen, de knaagdieren en de mieren. Uren overlegden zij met elkaar, hoe zij de ondankbare opdrachtgevers van de hagedis een lesje konden leren. Samen gingen zij op pad en ze aten alle maïs op, de maïs die nog op het veld stond en de maïs die al was geoogst.

De volgende morgen zagen de eigenaars van de maïs wat er was gebeurd. “Wij hebben een grote fout gemaakt”, zeiden zij. “Wij vragen u vergiffenis, God, omdat wij geen rekening hebben gehouden met de dieren. Ook zij zijn uw schepping. Bescherm hen en geef hun het voedsel dat zij nodig hebben.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

De raad van een Maya-priester

Standaard

categorie : religie

 

 

.

mayan-priest-copy (1)

.

 

 

De raad van een Maya -priester

 

Het geloof, door onze voorouders overgeleverd,
is voor ons een groot goed.
Wanneer wij onze Maya-tradities vergeten,
ontstaat er een barst in het gelaat van de zon.

Laten wij bidden tot God om veel kracht.
Onze tradities zijn prachtige bloemen,
die God liet bloeien met hel rode kleur.
Daarna zijn wij de kerk in gedreven,
heeft men ons gelaat bedekt.
Onze eigen bloemen, onze eigen tradities,
daar is het ons om te doen.

Overal staan tegenwoordig kerken.
Vaak worden wij beledigd
door wie onze tradities niet kennen.
Zij vergelijken ons met dieren.

Ook wijzelf gaan niet vrijuit,
omdat wij ons geloof zijn kwijt geraakt.
De eerbied van vroeger is verloren gegaan.
Daarom zijn er zoveel ziekten,
daarom doet ons lichaam pijn.

De woorden van het Onze Vader zijn mooi:
“Onze Vader, u bent in de hemel.
Kom naar ons toe, op deze dierbare aarde.
Laat alles geschieden volgens uw wil,
en niet zoals wij het verlangen.”
De woorden zijn prachtig,
maar er wordt niet naar geleefd.

Ons lichaam is gevormd uit maïs.
Wij zijn slechts een voor in Moeder Aarde,
wij zijn een schamel stukje grond.
Ons bestaan op deze wereld doet pijn.

Wees blij als er een ritueel wordt uitgevoerd,
want God zelf daalt naar ons af,
heel stil, als in een doodstille nacht.
Hij is de Heer van de maïs,
de ziel van de gele en de witte kolven.

U allen druk ik op het hart:
wordt niet moe ons geloof te beleven.
Het Maya-geloof is geen zaak van een ogenblik,
van een dag, twee dagen of een maand.

Er zijn mensen die enkel aan God denken
wanneer er moeilijkheden zijn.
Als er iemand ziek is zeggen zij:
“Laten we een ritueel uitvoeren.”
Dat doet mij verdriet, dat doet mij pijn.
Daarom zeg ik: “Houd ons geloof in ere.”

Bid dagelijks tot God,
bid steeds in naam van Hart van de Hemel,
Hart van de Aarde.
Dank zij God is er goedheid,
veel welzijn en veel vreugde.

Vergeet ons geloof niet.
Houd de Maya-tradities steeds voor ogen,
vertel ze door aan uw kinderen.
Laat die ernaar luisteren,
op de aarde geknield.
Hun leven moet nog beginnen.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria

De Maya’s en de schepping.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

DE SCHEPPING

 

 

Uit de Pop Wuj, het heilige boek van de Maya’s

.

 

Maya San bart

 

.

Scene uit het scheppingsverhaal, Maya, – ca. 100v. Chr. De maisgod Hun Hunapah (midden) deelt gaven uit. Hij staat op de rug van een machtige slang.

.

In het begin was er alleen maar stilte en rust. Niets bewoog, niets gaf geluid. Er waren nog geen mensen, geen dieren, geen vogels of vissen, geen bomen, geen stenen, geen grotten of ravijnen, geen struiken en geen bossen. Er was alleen de hemel, de aarde was nog niet zichtbaar. Al wat bestond was de kalme zee en de uitgestrekte hemel.

In de stilte van de donkere nacht bevond de Schepper en Vormgever zich in het water, omgeven door licht en bedekt met groene en blauwe veren. ‘Hart van de Hemel’ is zijn naam.

Daarop sprak de Schepper en Vormgever: “Laat de ruimte zich vullen, laat het water terugtreden, zodat de aarde verschijnt. Laat het licht worden, laat de dag aanbreken in de hemel en op aarde. Onze schepping mist luister en glans zolang er geen mensen zijn.”

Zo werd de aarde geschapen. Gehuld in nevels en wolken rezen de bergen op uit het water. Als door een wonder werden de bergen en dalen gevormd, en terstond schoten cipressen en pijnbomen op.

De Schepper en Vormgever was verrukt over zijn werk en sprak: “Nu zal ons werk tot voltooiing worden gebracht.” Zo werden eerst de aarde, de bergen en de dalen gevormd. Het water werd gescheiden en vrij stroomden de rivieren tussen de bergen door.

Aldus vond de schepping van de aarde plaats. Zij werd gevormd door Hart van de Hemel, Hart van de Aarde, toen de hemel nog leeg was en de aarde gedompeld was in water. Een schitterend werk was het, waar diep over was nagedacht.

 

 

De dieren

.

Vervolgens werden de dieren geschapen, herten, vogels, leeuwen, tijgers en allerlei soorten slangen. Ieder kreeg zijn eigen plaats toegewezen, de herten langs de rivieren en in de dalen, de vogels in de bomen en de struiken.

Toen de schepping van de vogels en de viervoeters was voltooid, sprak de Schepper en Vormgever: “Laat alle dieren spreken, roepen en fluiten, ieder op zijn eigen manier en naar best vermogen. Roep onze naam, prijs ons die jullie vader en moeder zijn, aanbid Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.” Maar de dieren konden niet spreken zoals de mensen. Ze krijsten, krasten en kakelden, ieder op zijn eigen wijze, maar spreken was er niet bij.

Toen sprak de Schepper en Vormgever: “Jullie hebben onze naam niet kunnen uitspreken. Daarom zullen wij menselijke wezens scheppen die ons kunnen aanbidden. Jullie woonplaats zal voorgoed in de bossen en dalen zijn, en jullie vlees zal worden opgegeten.”

“Laten wij een nieuwe poging doen”, sprak de Schepper en Vormgever. “Het wordt al licht, de dageraad is al nabij. Laten we wezens maken die ons gehoorzamen, ons onderhouden en voeden, die ons aanroepen en onze herinnering op aarde levend houden. Want onze eerste poging is jammerlijk mislukt.”

.

 

.

 

 

Van aarde en hout

.

Daarop werd de mens gevormd en geschapen. Uit aarde, uit slijk werd het vlees van de mens gemaakt. Maar de Schepper en Vormgever zag dat het niet goed was. De mens van aarde was zacht en viel uit elkaar. Hij kon niet bewegen en had geen kracht. Zijn hoofd zakte naar opzij, zijn ogen waren zwak en hij kon niet omkijken. Aanvankelijk praatte hij wel, maar hij begreep zijn eigen woorden niet. Al gauw werd de mens van aarde nat en toen was het snel met hem gedaan.

De Schepper en Vormgever zei: “De mens die we hadden gemaakt, kon niet lopen of zichzelf voortplanten. We moeten ons werk verbeteren om goede schepsels te maken die ons aanbidden en aanroepen, die ons onderhouden en voeden en de herinnering aan ons levend houden.”

Daarop riep de Schepper en Vormgever de hulp in van de grootvader en grootmoeder. Die wierpen het lot met de maïskorrels en zeiden: “Er komen goede schepsels als ze gesneden worden uit hout.” Aldus geschiedde. Met zorg sneed de Schepper en Vormgever beeldjes uit hout. Het leken echte mensen en ze bevolkten de aarde. Ze kregen zonen en dochters, maar ze hadden geen ziel en geen verstand. Op handen en voeten liepen ze doelloos rond.

Omdat zij zich hun Schepper en Vormgever niet herinnerden, vielen de mensen van hout in ongenade. Zij waren slechts een proef, een poging om mensen te maken. In het begin spraken zij wel, maar hun gezicht was dor en droog. Hun handen en voeten waren krachteloos. Zij hadden geen bloed en hun lijf was mager en vormloos. Ze hadden ingevallen wangen en hun vlees was geel van kleur. Daarom waren zij niet in staat aan hun Schepper en Vormgever te denken, die hun het leven had geschonken en over hen waakte. Zo waren de eerste mensen en zij waren zeer talrijk.

Daarop veroorzaakte Hart van de Hemel een overstroming die alle mensen van hout verzwolg. Duisternis daalde over de aarde neer en overdag en ’s nachts viel er een zwarte regen. Dat was de straf omdat de mensen van hout zich hun vader en moeder, Hart van de Hemel, niet herinnerden.

.

 

maya

 

.

 

De wraak

.

Toen kwamen de grote en kleine dieren in opstand tegen de mensen van hout en ook de potten en pannen, heel de huisraad, het pluimvee en de honden. Zij sloegen de mensen van hout in het gezicht. “Jullie hebben ons schandalig behandeld, jullie hebben ons opgegeten en nu is het onze beurt de tanden in jullie te zetten”, zeiden de honden en het pluimvee.

“Jullie hebben ons pijn gedaan”, zeiden de maalstenen. “Dag na dag, bij nacht en ontij hebben jullie al malend ons gezicht bekrast, en wat konden wij er tegen doen? Maar nu jullie geen mensen meer zijn, is het onze beurt. Jullie vlees zullen we tot poeder fijn malen.”

En de honden spraken: “Waarom hebben jullie ons geen eten gegeven? We hoefden maar jullie kant uit te kijken of we werden al weggejaagd. En wie ons wilde slaan, vond altijd wel een stok. Slecht hebben jullie ons behandeld, en wij konden niet praten. Hebben jullie er nooit aan gedacht dat zoiets ook jullie zou kunnen overkomen? Nu zijn wij aan de beurt, nu zullen jullie onze tanden voelen.” En meteen beten de honden de mensen van hout in het gezicht.

En de potten en pannen zeiden: “Jullie hebben ons veel pijn en ellende veroorzaakt. Onze mond en ons gezicht zitten vol roet. Wij werden op het vuur geplaatst alsof we geen gevoel hadden. Maar nu gaan wij jullie verbranden.” Daarop wierpen de gloeiende potten en pannen zich op hun slachtoffers.

De mensen van hout renden wanhopig alle kanten uit. Ze probeerden op de daken te klimmen, maar de huizen zakten in. Ze zochten hun toevlucht in bomen, maar die schudden hen van zich af. Ze vluchtten grotten in, maar die sloten zich als vanzelf.

Dat was de ondergang van de mensen die waren geschapen en gevormd. Ze werden verwoest en vernietigd, hun mond en gezicht werden vermorzeld. Er wordt beweerd dat de apen afstammen van de mensen die werden gesneden uit hout. Daarom lijken apen op mensen.

 

 

 

 

 

Mensen van maïs

.

Dit is het begin van de schepping van de mens, toen werd besloten hoe het vlees van de mens moest worden gemaakt. De Schepper en Vormgever sprak: “De tijd van de dageraad is aangebroken, ons werk moet worden voltooid. De mens moet verschijnen die ons onderhoudt en voedt, de verlichte mens, de beschaafde dienaar op deze aarde.” Het moment was nabij waarop de zon, de maan en de sterren zouden verschijnen boven het hoofd van de Schepper en Vormgever.

Toen kwamen er vier dieren, die gele en witte maïskolven brachten. Uit het deeg van de gele en witte maïs werden vlees en bloed gemaakt. Uit maïs schiep de Schepper en Vormgever de eerste mensen.

De aarde was prachtig toen de eerste mensen werden gemaakt, vol gele en witte maïskolven, cacao, allerlei vruchten en honing. Er was een overvloed aan de lekkerste spijzen, overal stonden grote en kleine planten. De dieren wezen de weg naar de witte en gele maïskolven. Die werden gemalen en uit de krachtige drank van de maïs werden de spieren gemaakt, die het lichaam stevig en sterk maken.

Uit gele en witte maïs werd het vlees van de eerste mensen gemaakt, uit het deeg van de maïs hun armen en benen. Alleen uit maïs bestond het vlees van onze vaders, van de vier mannen die als eersten werden geschapen.

De eerste mensen die werden gevormd en geschapen, hadden geen vader of moeder. Zij werden niet uit een vrouw geboren, noch verwekt door de Schepper en Vormgever. Door een wonder, door toverkracht werden zij geschapen en gevormd. Zij leken op mensen en het waren mensen. Zij spraken, zagen, hoorden, liepen en pakten al het geschapene vast. Het waren goede en prachtige mensen, mannen waren het.

 

 

 

.

 

Een waas over de ogen

.

De eerste mensen waren begiftigd met verstand en hun blik was zo scherp dat ze alles zagen wat er op aarde was. Alles wat zij bekeken, was meteen dichtbij. Met hun scherpe blik aanschouwden zij het gewelf van de hemel en de wijde omtrek van de aarde. Er bestond voor hen geen afstand, en er waren geen geheimen. Groot was hun wijsheid. Hun blik reikte tot aan de bossen, de rotsen, de meren de zeeën, de bergen en de dalen. Het was werkelijk een wonder.

Daarop vroeg de Schepper en Vormgever aan de eerste mensen: “Wat vinden jullie ervan? Zien jullie, horen jullie? Zijn jullie spraak en tred goed? Kijk naar de wereld, naar de bergen en dalen, probeer goed te kijken!”

Toen de eerste mensen alles zagen wat er op de wereld was dankten zij de Schepper en Vormgever. “Wij danken u uit heel ons hart. Wij zijn geschapen, wij hebben een mond en een gezicht ontvangen. Wij spreken, wij horen, wij denken en wij lopen. Wij zien en kennen alles wat veraf en wat dichtbij is, de grote en de kleine dingen. Wij danken u, Schepper en Vormgever, omdat u ons hebt geschapen en ons het zijn hebt gegeven.”

Maar de Schepper en Vormgever maakte zich zorgen. “Het is niet goed dat onze schepsels alles weten, al het grote en het kleine. Wat moeten wij doen? Het is beter dat zij alleen maar aanschouwen wat dichtbij is, dat ze alleen maar een stukje van de aarde zien. Het zijn immers maar eenvoudige schepsels. Moeten zij ook nog goden zijn? Misschien willen zij zich niet voortplanten wanneer de dageraad aanbreekt. Laten wij hun verlangens een beetje beteugelen, want het is niet goed dat zij alles zien. Misschien willen zij wel gelijk worden aan ons, die hun Schepper zijn, wij die grote afstanden kunnen overbruggen en alles weten en zien.”

Zo sprak Hart van de Hemel, de Schepper en Vormgever. Daarop legde hij een waas over hun ogen, zoals wanneer je over een spiegel ademt. Hun ogen raakten verduisterd en zij konden alleen nog helder zien wat dichtbij was. Zo werden de wijsheid en kennis van de vier eerste mensen vernietigd. Zo werden onze grootouders geschapen en gevormd door Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.

Vervolgens werden ook de vier echtgenoten gemaakt. God zelf vormde ze met grote zorg. Terwijl de mannen sliepen, naderden de vrouwen en zij waren werkelijk heel mooi. Toen de mannen wakker werden en de vrouwen zagen, waren zij zeer verheugd.

De eerste mensen plantten zich voort. Uit hen werden grote en kleine stammen geboren. Ook wij stammen van hen af. Veel priesters en offeraars brachten zij voort.

 

.

De dageraad

.

Veel mensen werden geboren en in de duisternis plantten zij zich voort. De zon was nog niet opgegaan en er was nog geen licht. Zij waren talrijk en trokken rond in het oosten. Maar God vereerden zij niet. Zij richtten enkel hun gelaat naar de hemel en wisten niet wat zij zo ver waren gaan zoeken.

Zij spraken met elkaar en vol ongeduld wachtten zij op de komst van de dageraad. Met hun gelaat naar de hemel gekeerd richtten zij hun smeekbeden tot God:

 

“Zie ons, hoor ons,
laat ons niet alleen, vergeet ons niet.
God, die in de hemel en op aarde bent,
Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.

Geef ons kinderen,
geef ons nakomelingen,
zolang de zon haar baan aflegt en het licht is.

Laat het licht worden,
laat de dageraad aanbreken.

Geef ons goede, vlakke wegen.
Dat de volken vrede kennen, veel vrede en geluk.
Geef ons een goed en nuttig leven”.

 

Zo spraken zij, terwijl zij baden om de opgang van de zon en de komst van de dageraad. En tegelijk met de opkomende zon aanschouwden zij de morgenster, die aan de komst van de zon voorafgaat, die de hemel en de aarde beschijnt en de voetstappen verlicht van de mensen die gevormd zijn en geschapen.

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Kruiden van oudsher: letter M en O

Standaard

.

.

.

 

 

 

Maïs

 

Maïs werkt uitstekend bij reuma en jicht, problemen met de urinewegen, bedplassen of oedeem. De thee zorgt voor een betere werking van de gal en meer galproductie, om zo de gal te verdunnen en de galstroom te vergroten. De thee drijft vocht af, maar spaart mineralen.

 

 

 

 

 

Maanzaad

 

Knabbel op de zaadjes en je valt binnenkort in slaap.

 

 

 

 

 

Madeliefje

 

Madeliefjes zijn helend voor je mond wanneer je last hebt van zweertjes (aften) en bij stofwisselingsstoornissen, leverklachten en huidziekten.

 

 

 

 

 

Maretak

 

Onderzoek is gaande om de maretak te kunnen gebruiken als kankerbestrijdend middel. Ga er niet zelf mee experimenteren, want de witte bessen zijn giftig. Als je teveel maretakbessen naar binnen krijgt, kan je diarree en braakneigingen krijgen. Thee van maretak heeft een heilzame werking op de bloedsomloop, maar raadpleeg daarvoor eerst je arts of apotheker.

 

 

 

 

 

Mariadistel

 

Mariadistel helpt tegen reisklachten.

 

 

 

 

 

Marjolein

 

Zit je geplaagd met een griep of een verkoudheid, haal dan maar marjolein boven. Er zitten allerlei waardevolle stoffen in die je er weer vlug bovenop kunnen helpen.

 

 

 

 

 

Meidoorn

 

Meidoorn verbetert de bloedsomloop en versterkt zo de hartspier en geeft levenskracht.

 

 

 

 

 

Melkwei

 

Melkwei heeft ongeveer dezelfde zuurtegraad als de menselijke huid. Hierdoor is de reinigende melkwei heel geschikt als lotion, tegen puistjes en als gezichtsreiniger.

 

 

 

 

 

Mierikswortel

 

Mierikswortel staat gekend voor haar sterk reinigende werking en helpt tegen verkoudheid, voorjaarsmoeheid, astma, reuma en hoofdpijn.

 

 

 

 

 

Mirre

 

Mirre werkt goed als mondwater en versterkt het tandvlees.

 

 

 

 

 

Moederkoren

 

De alkaloïden en aminen in het gif vernauwen de bloedvaten en stelpen daardoor de bloedingen.

 

 

 

 

 

Moederkruid

 

In de overgrote meerderheid van de gevallen verlicht dit migraine. Diegenen die het kruid gebruiken beginnen nu ook goedaardige bijverschijnselen te melden, zoals het verdwijnen van depressies, misselijkheid en jichtpijnen.

 

 

 

 

 

Moerasspirea

.

Moerasspirea wordt gebruikt tegen nierstenen, hoofdpijn en ontstekingen

 

 

 

 

 

Munt

 

Munt verheldert de geest en houdt de aandacht wakker. Alleen de geur al stimuleert de werkzaamheid van de geest.

 

 

 

 

 

Oost-Indische kers

 

Deze kers bezit een natuurlijk antibioticum dat onze darmflora niet aantast. Daardoor kan onze weerstand verhogen, als we er voldoende van eten.