categorie: Religie/video/Openbaring
Bijbel College Openbaring deel 12
preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget
.
.
.
Hematiet is een vrij zware, zilver tot ijzerachtig glanzende edelsteen. Net als ijzer roest hematiet als het nat wordt. De ruwe steen heeft vaak roodbruine verweringskorsten, die doen denken aan geronnen bloed of wondkorsten.
Poedervormige hematiethoudende klei staat bekend als rode oker, dat als kleurstof wordt gebruikt. Bevat dit mengsel ingesloten water, dan is het geel en wordt het gele oker genoemd.
De hematiet kent vele uiterlijke vormen en bijhorende namen. Voorbeelden zijn ijzerglans, ijzerglimmer en rode glaskop.
Hematiet kent vele vormen en bijhorende namen:
Hematiet is in alle tijden gebruikt omdat hij ervaren wordt als een goede talisman en mooie steen om te dragen. Lange tijd was fijngemalen hematiet bestanddeel van rouge. Tegenwoordig is hematiet weer in als gefacetteerde edelsteen.
De hematiet is een zelfreinigende steen: hij laat opgenomen energie afvloeien naar de aarde. Om die reden wordt hij gebruikt om andere stenen te ontladen.
Hematiet is de ideale steen om de atmosfeer in een vertrek te reinigen. De steen helpt zeer goed bij het absorberen van aardstraling. Plaats een bol of grote trommelsteen op de grond in de ruimte waar de aardstraling is geconstateerd.
Hematiet is een belangrijk ijzererts. Het is de nationale steen van Zweden, en ook van de staat Alabama in Amerika. Zogenoemde redbeds, rode steenlagen, danken hun kleur aan hematiet. Ze zijn belangrijk als bouwmateriaal. De schattige roze cottages in Engeland zijn ervan gebouwd.
.
.
.
.
De hematiet staat al duizenden jaren bekend als heelsteen. Hij werd al gebruikt in het oude Babylon, in het oude Egypte, bij de Grieken en Romeinen, in de Middeleeuwen, daarna en nu nog steeds. De steen is steeds gebruikt bij bloedarmoede en voor het stelpen van bloedende wonden.
In de prehistorie was rode oker, het mengsel van hematiet en klei, een heilig poeder waarmee het lichaam van doden werd ingesmeerd. Er zijn resten oker gevonden in graven uit ca. 3000 v. Chr.
In het Egyptisch Dodenboek (ongeveer 2500 v.Chr.) wordt de hematiet genoemd als een amulet, die op het hoofd gedragen wordt. Bij het uitpakken van mummies kwamen scarabeeën van hematiet tevoorschijn, Het waren amuletten voor de reis naar het Dodenrijk. Hematiet werd gebruikt als medicijn tegen hysterie en ontstekingen.
In graven uit de tijd van het oude Babylon (ongeveer 3000 – 1500 v.Chr.) zijn rolzegels en amuletten van hematiet gevonden.
In de Romeinse tijd associeerde men rode hematiet met Mars, god van strijd en oorlog. De mannen geloofden dat hematiet hen zou beschermen tegen verwondingen. Dames gebruikten gepolijste plaatvormige hematiet (speculariet) als spiegel. Schrijver/wetenschapper Plinius de Oudere (23-79 n.Chr.) noemt in zijn Historia Naturalis hematiet als hét middel tegen allerlei ziektes van het bloed. Hematiet zou bescherming bieden tegen bloedingen en een krachtig amulet zijn.
De gezaghebbende Grieks/Romeinse arts Galenus van Pergamum (132-201 n.Chr.), beval hematiet aan als geneesmiddel tegen ontstoken oogleden en hoofdpijnen.
Hematiet was ook in de Middeleeuwen zeer geliefd. De steen werd gebruikt voor sieraden (broches, ringen en armbanden) en ook voor beeldjes. Er zijn prachtige rozenkransen van hematiet gevonden. De hematiet werd als krachtig amulet beschouwd. Hij zou beschermen tegen hekserij en het boze oog, en zou via dromen waarschuwen voor naderend onheil. Poedervormige oker was in gebruik als pigment om verf van te maken.
.
.
.
.
In de 13e eeuw werd vermalen hematiet gebruikt als geneesmiddel tegen bloedarmoede, bloedspuwen en maagbloedingen.
In de 17e eeuw maakten de Europese kolonisten in Noordoost-Amerika kennis met de Mi’kmaq. Deze mensen hadden als bijnaam ‘de roodgeverfde mensen’, omdat ze zich voor allerlei rituelen insmeerden met rode oker. Sindsdien worden alle oorspronkelijke bewoners van Amerika roodhuid genoemd.
Tijdens het Victoriaans tijdperk (1837-1901) was hematiet een zeer geliefd materiaal voor sieraden en juwelen. Toen koningin Victoria in de rouw was, werd hematiet verwerkt in rouwsieraden en rozenkransen.
.
.
* Hematiet is aardend, zorgt dat je met beide benen op de grond blijft staan, niet gaat ‘zweven’.
* Hematiet versterkt het zilveren koord waarmee de ziel verbonden is aan het fysieke lichaam. Vooral bij pasgeboren baby’s, en ook bij kinderen en volwassenen die zware operaties ondergaan.
* Hematiet maakt wilskrachtig, geeft kracht en moed, maakt je bewust van wat je nodig hebt. De steen beschermt tegen negatieve invloeden en transformeert het negatieve naar het positieve.
* Hematiet harmoniseert yin en yang, brengt balans tussen uitersten.
* Timide en verlegen mensen durven meer met hematiet. De steen maakt verdraagzaam en geduldig, en ook sterk en zelfbewust.
.
.
Hematiet is een ijzeroxide en heeft dezelfde chemische samenstelling als roest. De kristallen zijn echter verschillend. Hematiet heeft een trigonaal-hexagonaal kristalstelsel en vormt vaste kristallen. Roest is poederig.
.
Samenstelling: Fe2O3 + Mg, Ti (+ Al, Cr, Mn, Si, HO, Th)
Hardheid: 5,0 – 6,5 (aardachtige aggregaten slechts 1,0)
Glans: metaalglans, mat
Transparantie: ondoorzichtig, (zeldzaam) doorschijnend
Breuk: ruw, schelpvormig, onregelmatig, ruw, vezelig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 4,95 – 5,3
Kristalstelsel: trigonaal-hexagonaal (Als ijzerglans heeft hematiet romboëderachtige kubusvormige kristallen. Perfecte kubussen heten Duivelsdobbelstenen.)
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Haliet bestaat uit zout plus veel extra mineralen en sporenelementen. Het is goed in water oplosbaar en je kunt het prima als smaakmaker in de keuken gebruiken. Normaal keukenzout bestaat uit zuiver zout. Haliet zonder ingesloten stoffen – erg zeldzaam – is kleurloos of wit. Door die ingesloten stoffen kan haliet allerlei kleuren hebben: lichtgrijs, geel, oranje, roze, rood, roodbruin, bruin, blauw, zwart.
Nederland kent zijn eigen haliet soorten. Deze worden door Akzo Nobel gewonnen bij Boekelo en Hengelo. De ondergrondse haliet wordt in heet water opgelost, opgepompt en verder verwerkt. Een bijzondere soort haliet is Himalayazout. Dit is ongeveer 500 miljoen jaar geleden ontstaan, en is het oudste zout ter wereld. Het een na oudste zout is Dode Zeezout. Dat is ongeveer 450 miljoen jaar geleden ontstaan.
Himalayazout wordt in het Himalayagebergte gevonden. Na winning wordt het gewassen in water waarin steenzout is opgelost. Daardoor blijven alle mineralen en sporenelementen behouden. Van alle soorten zout bevelen wij Himalayazout aan, omdat dit het minst verontreinigd is en de meeste mineralen bevat.
Himalayazout en andere steenzouten kun je op veel manieren gebruiken, bijvoorbeeld als geneesmiddel, als schoonheidsmiddel en als verzamelobject. Haliet heeft een zuiverende, beschermende werking. Het helpt ongewenste gewoonten en vastgeroeste patronen te doorbreken. Blokkades kunnen letterlijk ‘oplossen’ dankzij meditatie met een brok haliet of een positieve gedachte (affirmatie) op een papiertje onder een brok haliet.
.
Het gebruik van haliet is al eeuwen oud. Reeds 3000 v. Chr. (in de Bronstijd) werd steenzout gewonnen in zoutmijnen.De rustgevende en helende werking van zout water op huidklachten was al 2000 v. Chr. bekend. In bijbelse tijden werd de Dode Zee al gebruikt als kuuroord. Aan de westkant van de Dode Zee staat een grote formatie haliet van 210 meter hoog. Deze formatie wordt Berg Sodom genoemd. Waarschijnlijk heeft het bijbelse verhaal van de vrouw van Lot zijn oorsprong in deze pilaar.
Toen Lot met zijn vrouw en kinderen uit Sodom vluchtten, mochten ze niet omkijken. Zijn vrouw kon het toch niet nalaten, wierp een blik over haar schouder en veranderde in een zoutpilaar. Waarschijnlijk lag Sodom aan de westkust van de Dode Zee.
Bij de Romeinen was zout een kostbaar goed, haast kostbaarder dan goud. Zij gebruikten veel zeezout, maar importeerden ook steenzout, onder meer uit Midden-Europa. Het werd gebruikt om bederfelijke waren te conserveren en het was natuurlijk (net als nu) een belangrijke smaakmaker. Er waren ook andere toepassingen, zoals het kleurecht maken van verfstoffen en mummificeren. Zout was tevens in gebruik als schoonheidsmiddel, cosmetica en kunstmest.
Het Oostenrijkse plaatsje Hallstatt – dat zou letterlijk ‘zoutstad’ betekenen – heeft zijn naam aan een hele periode en cultuur gegeven. De Hallstatt-cultuur beleefde zijn hoogtepunt tussen 800 en 500 v. Chr. en was te danken aan de aanwezigheid van winbaar zout.
De Hallstatt-cultuur was verspreid over een zeer groot gebied in Centraal Europa. Uit deze tijd stammen de diepe zoutputten in de buurt van Salzburg – dat letterlijk ‘zoutburcht’ betekent. Sommige van die zoutmijnen zijn tot in de 18e eeuw in gebruik gebleven.
In de Middeleeuwen werd zout vooral gewonnen in Duitsland en Polen. Het werd toen het witte goud genoemd, het was schaars en daardoor duur. Voor de invoering van muntgeld speelde zout een belangrijke rol als betalingsmiddel. Wie zich zout kon veroorloven, moest er belasting over betalen. In Nederland bestond die zoutbelasting tot in de negentiende eeuw. Dit leidde tot spreekwoorden als ‘hij verdient het zout in zijn pap niet’ (hij verdient bijna niets).
In de Middeleeuwen was zout belangrijk voor het conserveren van voedsel (door het te ‘pekelen’). Zout werd gebruikt bij het looien van leer, om het lekker zacht en soepel te maken. Zout was ook een belangrijke component in verfstoffen en medicijnen, schoonmaakmiddelen en buskruit.
In Europa speelde en speelt zout nog steeds een belangrijke rol in allerlei rituelen, feesten en (bij)geloof. Bijvoorbeeld: schenk pasgeboren baby’s een zakje zout om hen te beschermen tegen onheil. Of: zout in jas of broekzak beschermt tegen hekserij en onheil.
Zout is een vrij zacht gesteente, waaruit gemakkelijk voorwerpen of vormen gesneden kunnen worden. Van deze eigenschap is gebruikgemaakt bij de Zout Kathedraal in Zipaquirá, Colombia. Deze kerk ligt 200 meter onder de grond, uitgehakt in een voormalige zoutmijn. De iconen en ornamenten zijn uitgehakt in haliet.
Zout wordt al zeer lang heelkundig gebruikt. Baden in zout water was een universeel middel tegen uiteenlopende klachten als onvruchtbaarheid, impotentie, hysterie, darmklachten en ademhalingsproblemen. Haliet is ook al eeuwen beschermer tegen negatieve invloeden, energetisch vampirisme en entiteiten (geesten).
.
blauwe haliet
.
.
Tussen zout en haliet is chemisch geen verschil. In de natuur- en scheikunde spreekt men over natriumchloride, in de biologie over keukenzout of natriumchloride, in de geologie over steenzout en in de mineralogie over haliet. Toch praten we steeds over hetzelfde goedje, namelijk natriumchloride. Kristalzout is een handelsnaam voor hoogwaardige steenzout, zoals bijvoorbeeld Himalayazout. Handelsnamen zijn vaak misleidend; zout is een kristallijne materie en dus is elk soort zout eigenlijk kristalzout.
Haliet bevat naast natriumchloride veel extra mineralen en sporenelementen. Vooral het ijzer is kleurbepalend; haliet is meestal rozig door het ingesloten ijzer. Blauwe tinten worden veroorzaakt door stralingsschade aan het kristalrooster. Resten van ooit levende organismen geven een bruine tot zwarte verkleuring.
.
.
.
actinium, aluminium, antimoon, arsenicum, astaat, barium, beryllium, bismut, boor, broom, cadmium, calcium, cerium, cesium, chloride, chroom, dysprosium, erbium, europium, fluor, fosfor, francium, gadolinium, gallium, germanium, goud, hafnium, holmium, ijzer, indium, iridium, jodium, kobalt, koolstof, koper, kwik, lanthaan, lithium, lood, lutetium, magnesium, mangaan, molybdeen, natrium, neptunium, nikkel, niobium, osmium, palladium, platina, plutonium, polonium, raseodymium, protactinium, radium, renium, rhodium, rubidium, ruthenium, samarium, scandium, seleen, silicium, stikstof, strontium, tantaal, tellurium, terbium, thallium, thorium, thulium, tin, titaan, uranium, vanadium, waterstof, wolfraam, ytterbium, yttrium, zilver, zink, zirkonium, zuurstof en zwavel

roze haliet
.
Samenstelling: NaCl + Br, C, Fe, J, K, Mg
Hardheid: 2,5
Glans: glasachtig
Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: zeer goed
Dichtheid: 2,16 (zuivere NaCl)
Kristalstelsel: kubisch
.

witte haliet

groene haliet

lamp van haliet
.
.
.
Goed te herkennen aan
– de lila tot witte bloemen en vlezige bladeren en
– de plaats waar ze groeit; op het strand en in de duinen
Algemeen
Zeeraket is een eenjarige plant van 10 tot 60 cm. Ze komt voor langs de kusten van bijna heel Europa. Ze is bij ons vrij algemeen en groeit op het strand, in de zeereep (de eerste rij duinen na het strand) en in de binnen- duinen. Kom je haar elders tegen dan is ze vrijwel zeker aangevoerd met duinzand.

Bloem
De bloeiperiode is vanaf juni tot en met oktober en ze bloeit met lila tot witte, naar nectar ruikende, 4-tallige bloemen, die doen denken aan pinksterbloemen.

Blad, stengel en vrucht
De bladeren staan verspreid langs de stengel en zijn vlezig. De vruchten zijn gedrongen en staan op een korte, dikke steel. De zaden hebben een kurkachtige wand, blijven daardoor drijven en worden door getijde- en zeestromingen verspreid.
Algemeen
– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– vrij algemeen in de duinen
– 10 tot 60 cm
Bloem
– lila tot wit
– vanaf juni t/m oktober
– tros
– 10 tot 15 mm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn/lancet- tot veervormig
– top stomp
– rand gaaf of getand
– voet gevleugeld
– veernervig
– vlezig
Stengel
– opstijgend
– glad en kaal
– rolrond of meerkantig
zie wilde bloemen
Goed te herkennen aan
– de smalle, zeer lange, aarvormige bloeiwijze
– met kleine, lichtgele, 4-tallige bloemen en
– de ongedeelde lijn- tot lancetvormige bladeren
Algemeen
Wouw is een overblijvende plant van 50 tot 100 cm hoog die vrij algemeen voorkomt. Ze groeit op open, droge, omgewerkte, vaak kalkhoudende grond langs spoorwegen, op dijken, in bermen en in de duinen.

Bloem
Ze bloeit vanaf juni tot en met september met zeer lange smalle aarvormige trossen. De licht gele kort gesteelde bloemen hebben 4 kroonbladen en 4 kelkbladen.

Blad
De bladeren zijn allemaal lijn- tot lancetvormig.

Toepassingen
Wouw bevat de kleurstoffen luteoline en apigenine die de plant geschikt maken voor gele verfstof. Al ver voor het begin van onze jaartelling was wouw daarvoor de belangrijkste leverancier. Mogelijk is het gebruik van wouw in textiel al ouder dan dat van meekrap (voor rood) en wede (voor blauw).
Vergelijkbare soort
Een vergelijkbare soort is de wilde reseda. Wilde reseda heeft bloemetjes met 6 (soms 7) kroonbladen, bloeit eerder en met bredere aarvormige trossen, heeft gedeelde bladeren en wordt minder hoog.
Algemeen
– resedafamilie (Resedaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 0,5 tot 1 m
Bloem
– lichtgeel
– vanaf juni t/m september
– smalle, zeer lange, aarvormige tros
– stervormig
– 6 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– meer dan 12 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of gegolfd
– voet gevleugeld
– 1-nervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend
Stengel
– rechtop
– niet of weinig vertakt
– kaal
– geribd
zie wilde bloemen