Tagarchief: spoorwegen

Inkarnaatklaver : Trifolium incarnatum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

266px-trifolium_incarnatum2

 

 

Goed te herkennen aan
de opvallende dieprode, ronde tot langwerpige klaverhoofdjes

 

 

287

 

 

 

Algemeen

 

Inkarnaatklaver is een eenjarige, behaarde plant, die oorspronkelijk uit Zuid-Europa komt. In Nederland komt ze van nature niet voor. Ze wordt gekweekt als voederplant en verwilderd soms, maar houdt zelden stand. Je kunt haar vinden in bermen, langs spoorwegen en akkers en op braakliggende terreinen. Ze wordt 15 tot 60 cm hoog.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met juli met opvallende dieprode bloemhoofdjes, die eerst bolvormig zijn, maar tijdens de bloeiperiode langwerpig uitgroeien en 3 tot 7 cm lang worden. Soms zijn de bloemhoofdjes roze of geelachtig wit. Ze staan op behaarde, meestal onvertakte, stevige, rechtopstaande stelen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De gesteelde bladeren bestaan uit 3 omgekeerd eironde, behaarde deelblaadjes. Vooral de onderste bladeren hebben lange stelen.

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– adventief of verwilderd
– 15 tot 60 cm

Bloem
– dieprood, soms roze of geelachtig wit
– vanaf mei t/m juli
– gesteeld hoofdje
– 3 tot 7 cm
– vlinderbloem
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

botanische-tekening-extragr-inkarnaatklaver

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Grote klaproos : Papaver rhoeas

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_1695-m-grote-klaproos

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, scharlakenrode, tere kroonbladen, die elkaar overlappen
– en de afstaand behaarde stengels
– en de omgekeerd eironde kale vruchtdozen met (6-)8-13 stempelstralen

 

 

papaver_rhoeas

 

 

 

Algemeen

 

De grote of gewone klaproos (Papaver rhoeas) is een plant uit de papaverfamilie. Het is een eenjarige plant, die 20 tot 60 cm hoog wordt. Ze komt overal algemeen voor. Ze groeit op open plaatsen met omgewerkte, vochtige tot vrij droge, voedselrijke grond in akkers, bermen, op bouwterreinen en langs spoorwegen. Ze wordt ook uitgezaaid langs wegen.

Vroeger werd gedacht dat de plant groeide op de plaats waar iemand vermoord was en dat het bloed door de plant werd opgenomen en bewaard in de bloembladen. Daarom dacht men dat dit de oorzaak was van de vele klaprozen op het slagveld. In werkelijkheid is de oorzaak dat de zaden pas kiemen als ze aan licht worden blootgesteld. Doordat het slagveld omgewoeld werd, kwamen de zaden aan het licht en kiemden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is van eind mei tot en met juli. De knoppen worden omsloten door twee kelkbladen, die afvallen zodra de knop zich opent. De bloemen staan op lange stelen, worden 7 tot 10 cm breed en zijn scharlakenrood. De vliesdunne kroonbladen overlappen elkaar en vallen vaak al na één dag af.

Bloemstelen, bladeren en knoppen zijn borstelig behaard. De kale doosvrucht is omgekeerd eirond met (6-)8-13 zwart-paarse stempelstralen, die elkaar in het midden van de schijfvormige stempel overlappen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De zaden worden door de wind uit de vruchtdozen geschud. Jarenlang kunnen ze in de grond blijven liggen zonder hun kiemkracht te verliezen. Zodra ze aan licht worden blootgesteld gaan ze kiemen. Vandaar dat klaprozen soms massaal voorkomen op omgewerkte grond.

Klaprozen danken hun naam aan een oud kinderspelletje. Je kunt een kroonblad tot een bolletje vouwen. Het zo ontstane zakje kun je op de rug van je hand of tegen je voorhoofd kapot slaan. Het knapt dan met een klap uit elkaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– eenjarig
– algemeen tot minder algemeen
– 20 tot 60 cm

Bloem
– scharlakenrood
– vanaf mei t/m juli
– gesteeld alleenstaand
– 7 tot 10 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– (6-)8-13 stempelstralen

Blad
– verspreid
– veerdelig met duidelijke eindlob
– top spits
– rand gezaagd
– veernervig
– borstelig afstaand behaard

Stengel
– rechtop
– borstelig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Bonte wikke

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

SONY DSC

 

 

Goed te herkennen aan
– de trossen helder roze tot paarse vlinderbloemen,
– al dan niet met lichter gekleurde zwaarden en
– de behaarde stengels en bladeren
(het duidelijkste onderscheid met vogelwikke)

 

 

viciavil

 

 

 

Algemeen

 

Bonte wikke is een eenjarige plant, die voorkomt in heel Europa op bouwland, langs wegen en op spoordijken. Vaak komt de plant in groepjes voor. De plant klimt met ranken via andere planten omhoog. Elders is ze zeldzaam. Ze groeit op open, vochtige, vaak omgewerkte grond in bermen, aan spoorwegen, in akkers en op verlaten (bouw)terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bonte wikke bloeit vanaf mei tot en met augustus. De vlinderbloemen zijn bont van kleur, variërend van paars via helder roze naar blauwpaars, al dan niet met lichter gekleurde zwaarden, meestal lichtblauw of lila. De bloemen staan in gesteelde rijkbloemige trossen (meer dan 6 bloemen). De trossen staan in de bladoksels.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren eindigen in een vertakte rank, waarmee de plant zich vasthecht en zo omhoog klimt tot wel 1,5 meter.
Bladeren en stengels zijn behaard en die beharing kan sterk variëren; van afstaand tot aangedrukt, kort of lang en van weinig tot veel.

 

 

 

 

 


Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– vrij zeldzaam
– 30 tot 150 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m augustus
– tros
– vlinderbloem
– 1 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– smal eirond tot langwerpig
– zeer kort gesteeld
– top spits met spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– behaard

Stengel
– liggend of klimmend
– behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-extragr-bonte-wikke

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Bleke klaproos

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

_dsc4610bleke_klaproosweb

 

 

 

Goed te herkennen aan

– de welbekende klaproosbloem, vaak bleker van kleur dan die van de grote klaproos en
– de aanliggend behaarde stengel en
– de kegelvormige doosvrucht met 5-9 stempelstralen

 

 

27

 

 

 

Algemeen

 

Bleke klaproos is een jarige tere plant van open, omgewerkte, vochtige tot droge, matig voedselrijke grond in akkers en bermen, op braakliggende- en bouwterreinen, en langs spoorwegen. Ze wordt 20 tot 60 cm hoog en is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bleke klaproos bloeit vanaf mei tot en met augustus met oranje tot scharlakenrode bloemen, vaak bleker van kleur dan de grote klaproos. De kroonbladen zijn vliesdun en soms aan de voet zwart gevlekt.

 

 

 

 

 

Blad en vrucht

 

Het blad van bleke klaproos heeft in tegenstelling tot het blad van de grote klaproos geen duidelijke eindlob.
De doosvruchten hebben 5-9 stempelstralen. Vooral na de bloei is de bleke klaproos goed te onderscheiden van de grote klaproos. De doosvrucht van de bleke klaproos is lang kegelvormig met versmalde voet, terwijl die van de grote klaproos eirond is.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– eenjarig
– algemeen
– 20 tot 60 cm

Bloem
– oranje tot scharlakenrood
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 3 tot 7 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 5-9 stempelstralen

Blad
– verspreid
– veerdelig zonder duidelijke eindlob
– top spits
– rand gaaf of iets gekarteld
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– aanliggend behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-bleke-klaproos

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Smalle aster : Aster lanceolatus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

.

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de op madeliefjes lijkende, witte of zacht lila bloemhoofdjes
– in een pluim-vormige bloeiwijze
– aan struik-vormige, grote bestanden vormende plant

 

.

 

.

 

 

Algemeen

 

Smalle aster is een uit Noord-Amerika afkomstige aster, die als sierplant in Europa is ingevoerd. Tegenwoordig zie je haar meer in het wild dan in siertuinen en daarom wordt ze als ingeburgerd beschouwd. Ze is plaatselijk al-gemeen voor komend in de Lage landen. Door ondergrondse uitlopers kan smalle aster zich in korte tijd sterk uitbreiden en groeit daardoor vaak in grote bestanden. Ze wordt 50 tot 120 cm hoog en groeit op natte tot vochtige, voedselrijke grond aan rivier- en kanaaloevers, en langs spoorwegen.

.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf augustus tot en met oktober. De hoofdjes staan in een pluim-vormige bloeiwijze. Ze hebben witte of licht lila gekleurde straalbloemen en in het hart gele buisbloemen. Van oudere bloemhoofdjes worden de buisbloemen rozerood.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn langwerpig, verwijderd scherp gezaagd en hebben een aflopende, soms iets geoorde voet. Ze zijn niet half stengelomvattend, zoals de bladeren van gladde aster en Nieuw-Nederlandse aster. De rand van de bovenste bladeren is nagenoeg gaaf. De blaadjes in de bloeiwijze zijn lijnvormig en aanzienlijk kleiner.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast smalle aster wordt er in flora’s en op internet ook gesproken over kleine aster (Aster tradescantii). Beide planten lijken zo sterk op elkaar dat volgens Heukels ze niet duidelijk in 2 groepen te splitsen zijn. Volgens de Flora van Weeda is kleine aster in alles wat kleiner (en dan hebben we het over millimeters) en heeft ze geen geoorde bladeren.

Twee andere asters, gladde aster (Aster laevis) en Nieuw-Nederlandse aster (Aster novi-belgii) zijn ook afkomstig uit Noord-Amerika en worden als sierplant in tuinen gekweekt. De eerste verwildert zelden, de tweede vaker.

En tot slot zijn er nog de speciaal voor de tuin gekweekte herfstasters (Aster x versicolor). Ze lijken het meest op gladde aster, maar missen de blauwgroene kleur. Ook de herfstasters verwilderen vaak vanuit tuinafval.

De verwilderde asters vormen onderling kruisingen. Omdat ze veel op elkaar lijken en door de vorming van kruisingen blijft het lastig om asters juist te determineren.

.

 

kleine aster

.

 

.

smalle aster : geen stengelomvattende bladeren, soms wel iets geoord

 

 

smalle aster

 

 

 

 

.

gladde aster : middelste en bovenste bladeren duidelijk half stengelomvattend, blauwgroen, tuinplant, zelden verwilderd

 

 

gladde aster

 

 

 

 

Nieuw-Nederlandse aster : middelste en bovenste bladeren duidelijk half stengelomvattend, niet blauwgroen, tuinplant, vaak verwilderd

 

 

Nieuw-Nederlandse aster

 

 

 

zomerfijnstraal : straalbloemen zijn talrijker en smaller dan bij de asters, staan in meerder rijen. Ook zijn de omwindselblaadjes nauwelijks wisselend in lengte en vallen daarom ook niet dakpansgewijs over elkaar heen.

 

 

zomerfijnstraal

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen tot zeldzaam
– meestal verwilderd
– 50 tot 120 cm

Bloem
– wit of zeer licht gekleurd
– vanaf augustus t/m oktober
– hoofdje
– 12 tot 20 mm
– witte straalbloemen
– gele buisbloemen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig of lancetvormig
– top spits
– rand verwijderd gezaagd
– voet aflopend, soms geoord
– veernervig

Stengel
– rechtop
– verspreid kort behaard
– soms paarsrood aangelopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

Boerenwormkruid : Tanacetum vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

.

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de talrijke gele schijfvormige bloemhoofdjes en
– de geveerde bladeren en
– de groei in grote pollen

 

 

.

.

 

Algemeen

 

Boerenwormkruid is een sterk ruikende, overblijvende plant van 60 tot 120 cm hoog. Ze vormt grote pollen door ondergrondse uitlopers. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Je vindt boerenwormkruid op vochtige tot droge, omgewerkte grond op dijken en in bermen, de uiterwaarden, langs spoorwegen en aan akkerranden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juli tot en met september met gele bloemen, die schermvormige pluimen vormen aan het einde van de stengel.

 

 

.

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren doen wat denken aan varenbladeren. In het volle zonlicht richten zij zich plat naar het zuiden. Als ze gewreven worden geven ze een kruidige geur af. De stengel is enigszins verhout en bovenaan sterk vertakt.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Boerenwormkruid kent vele toepassingen. Zo is het een insecten werend middel en verjaagt onder andere vlie-gen, muggen, mieren en vlooien. Vroeger werd het bij mens en dier gebruikt als middel tegen wormen. Verder is ze zeer geschikt voor droogbloem boeketten, omdat de bloemen bij droging mooi hun gele kleur behouden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– vrij zeldzaam in het noordelijk   zeekleigebied
– 60 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juli t/m september
– hoofdje
– schermvormige pluim
– alleen buisbloemen
– 7 tot 13 mm
– omwindselblaadjes vliezig gerand

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel afgebroken veerdelig
– top spits of toegespitst
– rand scherp gezaagd
– voet gevleugld
– veernervig
– bovenste niet gesteeld

Stengel
– rechtop
– enigszins verhout
– glad en kaal
– bovenaan vertakt
– meerkantig

zie wilde bloemen

 

.

.

 

 

 

 

Witte honingklaver : Melilotus albus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

.

Goed te herkennen aan
de witte vlinderbloemen, die los gerangschikt zitten in smalle langgerekte trossen

 

 

.

 

 

Algemeen

 

Ze houdt van zon en groeit op open, droge tot vochtige, omgewerkt grond in bermen, langs spoorwegen, indus-trieterreinen en braakliggende terreinen. Witte honingklaver is een tweejarige plant, die tot 1,5 meter hoog kan worden. Ze wordt ook uitgezaaid en is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

Witte honingklaver

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf juli tot en met september. Witte honingklaver heeft witte geurende vlinderbloemen, die gerangschikt staan in een losse, langgerekte, smalle tros. De vlag van de bloemen is duidelijk langer dan de zwaarden, die ongeveer even lang zijn als de kiel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De meerkantige stengels zijn wijd vertakt, waardoor witte honingklaver een struikachtig uiterlijk kan krijgen. De bladeren zijn samengesteld en bestaan uit drie lancetvormige scherp getande deelblaadjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

vergelijkbare soorten

 

Vergelijkbare soorten zijn kleine honingklaver, goudgele honingklaver en citroengele honingklaver. Witte honing-klaver is de enige met witte bloemen, de andere drie hebben gele bloemen.

.

 

kleine honingklaver

 

 

goudgele honingklaver

 

 

citroengele honingklaver

.

 

.

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– tweejarig
– algemeen tot zeldzaam
– 30 tot 150 cm

Bloem
– wit
– vanaf juli t/m september
– losse langgerekte tros
– vlinderbloem
– 4 tot 5 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– handvormig
– deelblaadjes lancetvormig
– top stomp
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

Lange ereprijs : Veronica longifolia

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de rijk-bloemige trossen blauwe ereprijs bloemetjes aan het einde van de stengel én in de bovenste bladoksels

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Lange ereprijs is een beschermde, overblijvende plant van 60 tot 120 cm hoog, die groeit op natte, matig voedselrijke, zandige grond aan oevers en langs spoorwegen. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend. Ze heeft ondergrondse uitlopers en groeit daardoor in pollen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Lange ereprijs bloeit in juli en augustus. De bloeiwijze is een rijk-bloemige, aarvormige tros aan het einde van de hoofdstengel en in de oksels van de bovenste bladeren. De bloemetjes zijn blauw, in de zon wat paarser.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren staan tegenover elkaar of in kransen van 3 of 4. Ze zijn onderaan het breedst, duidelijk gesteeld, met onregelmatig gezaagde, aan de voet dubbel gezaagde rand en aan beide zijden kaal of zeer kort behaard.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– plaatselijk vrij algemeen
– ook verwilderd vanuit tuinen
– 60 tot 120 cm

Bloem
– blauw
– juli en augustus
– aarvormige tros
– stervormig
– 6 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig tot langwerpig
– top spits
– rand (dubbel) gezaagd
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kort behaard
– rolron

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hazenpootje : Trifolium arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de donzige, roze bloemhoofdjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hazenpootje is een eenjarige klaversoort, die groeit op open tot grazige, droge, meestal kalkarme zandgrond, zoals in bermen, graslanden, de duinen, langs akkerranden en spoorwegen. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze wordt 5 tot 30 cm hoog en bloeit vanaf juli tot de herfst. De cylindervormige bloemhoofdjes bestaan uit talrijke witte vlinderbloemen, die voor een groot deel niet zichtbaar zijn door de beharing van de kelk. De kelktanden zijn roodachtig en samen met de lange beharing krijgen de hoofdjes daardoor een roze, donzig uiterlijk, wat het plantje heel herkenbaar maakt en goed geschikt voor droogbloemboeketten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Behalve de kelk zijn ook de stengel en de bladeren dicht behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Sinds de Middeleeuwen wordt hazenpootje als geneeskruid gebruikt tegen diarree. Het bevat looistoffen en vluchtige olie.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– plaatselijk algemeen
– 5 tot 30 cm hoog

Bloem
– roze, donzige hoofdjes met
– witte vlinderbloemen
– vanaf juli tot de herfst
– lang gesteeld
– 1 tot 2,5 cm

Blad

– verspreid
– handvormig samengesteld
– langwerpige deelblaadjes
– top toegespits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop of liggend
– dicht behaard
– sterk vertakt
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wouw : Reseda luteola

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de smalle, zeer lange, aarvormige bloeiwijze
– met kleine, lichtgele, 4-tallige bloemen en
– de ongedeelde lijn- tot lancetvormige bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wouw is een overblijvende plant van 50 tot 100 cm hoog die vrij algemeen voorkomt. Ze groeit op open, droge, omgewerkte, vaak kalkhoudende grond langs spoorwegen, op dijken, in bermen en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met zeer lange smalle aarvormige trossen. De licht gele kort gesteelde bloemen hebben 4 kroonbladen en 4 kelkbladen.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn allemaal lijn- tot lancetvormig.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Wouw bevat de kleurstoffen luteoline en apigenine die de plant geschikt maken voor gele verfstof. Al ver voor het begin van onze jaartelling was wouw daarvoor de belangrijkste leverancier. Mogelijk is het gebruik van wouw in textiel al ouder dan dat van meekrap (voor rood) en wede (voor blauw).

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort 

 

Een vergelijkbare soort is de wilde reseda. Wilde reseda heeft bloemetjes met 6 (soms 7) kroonbladen, bloeit eerder en met bredere aarvormige trossen, heeft gedeelde bladeren en wordt minder hoog.

 

 

wilde reseda

 

 

 

Algemeen

 

– resedafamilie (Resedaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 0,5 tot 1 m

Bloem
– lichtgeel
– vanaf juni t/m september
– smalle, zeer lange, aarvormige tros
– stervormig
– 6 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– meer dan 12 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of gegolfd
– voet gevleugeld
– 1-nervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend

Stengel
– rechtop
– niet of weinig vertakt
– kaal
– geribd

zie wilde bloemen