Category/categorie: religion/religie/video
Christians in the Tribulation!
Christenen in de Grote Verdrukking!
Robert Breaker

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget




Mirtefamilie (Myrtaceae)
Latijnse benaming: Pimenta officinalis of Pimenta racemosa
Etherische olie verkregen door distillatie van het fruit
Een etherische olie die nauw verwant is met die van de Piment. Door haar hoofdbestanddeel, de eugenol, herinnert ze eveneens aan de etherische olie van kruidnagel, maar deze laatste is er door verzadigd en de vergelijking stopt daar. Behalve eugenol (tussen 40 en 50 %) bevat ze monoterpenen en vrij gevarieerde monoterpenolen.

Ze is gekend om de hoofdhuid te tonifiëren en de haargroei te stimuleren. Ze bestrijdt de kaalheid en de schilfers. Ze helpt de talgproductie te beperken. Ze wordt dus vooral gebruikt voor de vette haren en de vette haren met droge punten. Gebruik haar bijvoorbeeld als masker, door haar toe te voegen aan jojoba olie. De etherische olie is antibacterieel en kan gebruikt worden voor de infecties van de lage luchtwegen, zoals bronchitis. Ze knapt de vermoeide organismes op en helpt personen die last hebben van pijnen van om het even welke etiologie.
De etherische olie van Bay St. Thomas stimuleert de vitale kracht die zowel nodig is voor de werking als de expressie van de gevoelens. Ze is geschikt voor spraakgestoorde en teruggetrokken personen.



Toch blijven er voldoende redenen om dagelijks ruimschoots groenten en fruit te eten. Tal van andere onderzoeken hebben immers wel sterke aanwijzingen gevonden dat een ruime consumptie van groenten en fruit het risico op sommige kankers verkleint, met name kankers in het hoofd-hals-gebied, de slokdarm en de maag.
Hoewel het beschermende effect van de groente- en fruitconsumptie mogelijk niet zo groot is als aanvankelijk gedacht, kan ze niet worden ontkend. Bovendien is er eenduidig bewijs voor een beschermend effect van groenten en fruit op hart- en vaatziekten en vormen ze een onmisbare bron van vitaminen, mineralen en andere gezondheidsbevorderende stoffen.
Het onderzoek betreft een gecombineerde analyse van de “Nurses Health Study” en de “Health Professionals Follow-up Study”. Na analyse van het voedingspatroon van meer dan 100.000 personen, zowel mannen als vrouwen, werd geen verschil gevonden in het optreden van kanker naargelang de groente- en fruitconsumptie. Voor hart- en vaatziekten werd wel een beschermend effect van groenten en fruit gevonden.
Behalve het eetpatroon kunnen ook ander factoren van invloed zijn op de onderzoeksresultaten, bijvoorbeeld de leefstijl, het rookgedrag, het alcoholgebruik. Om de invloed van dergelijke factoren uit te sluiten, passen onderzoekers correctiefactoren toe. Deze kunnen echter verschillen per onderzoek.
Daarnaast kunnen ook de samenstelling van de onderzochte groepen, de periode dat ze gevolgd werden en de precieze bepaling van de groente- en fruitconsumptie aanleiding geven tot verschillende resultaten. Een brede analyse van de vakliteratuur is dan ook essentieel alvorens algemene aanbevelingen te doen.
Naast sterke aanwijzingen voor een gunstige relatie tussen het eten van groenten en fruit en de preventie van sommige kankers is er veel eenduidig bewijs dat groenten en fruit het risico op hart- en vaatziekten verlagen en de bloeddruk verbeteren. Zij verkleinen mogelijk ook de kans op bepaalde oogziekten (bijvoorbeeld staar en macula-degeneratie) en aandoeningen van de luchtwegen (COPD).
Ten slotte helpen groenten en fruit een gezond gewicht te behouden. Ze leveren immers in verhouding tot hun volume weinig calorieën en veel vitaminen, mineralen en antioxidanten. Vanwege de voedingsvezels geven ze een verzadigd gevoel wat de kans op te veel eten, en dus ook op overgewicht, verkleint.
In het kader van een evenwichtige en gevarieerde voeding wordt aangeraden om elke dag 300 g groenten en 2 tot 3 stukken fruit te eten. Deze hoeveelheden zijn onmisbaar voor een gezonde portie vitaminen (vooral vitamine C en foliumzuur), mineralen, voedingsvezel en andere bio-actieve stoffen. Wil je de gezondheidsvoordelen ten volle benutten dan is variatie eveneens belangrijk.
.
.






















































.
.
.
.
Dat er met de mens een verhouding tussen geest, ziel en lichaam samenhangt, wordt wel genoemd, maar niet verder uitgewerkt.
Zie artikel ” de geestelijke wereld “.
.
.
.
De eigenschappen van de geestelijke vermogens worden opgesomd in de tekst bij het visioen Scivias Boek II,2:
Er is namelijk sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:
.
| licht en warmte | vermogens | voortbrengselen |
| vormbaar licht zelfvormend licht vormbare warmte zelfvormende warmte |
waarnemen denken voelen willen |
ervaringsbeelden denkbeelden gemoedstoestand krachtstoestand |
.Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:
.
Het allerhelderste licht is ‘zonder smet van bedrog’ (is de waarheid) en duidt de Vader aan.
(Vader – waarheid: denken)
Het allerzoetste rode vuur is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is de levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is het bewustzijn) en duidt de Heilige Geest aan.
(Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)
De mensengestalte is ‘zonder smet van verharding’ (is de zachtmoedigheid) en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.
.
| Vader Heilige Geest Zoon |
waarheid bewustzijn en kracht zachtmoedigheid |
denken waarnemen en willen voelen |
.
In het Liber Divinorum Operum bij visioen 1
.
.
“Ik ben de rationalitas (‘berekenen’, denken), die de wind van het klinkende woord bevat, de woorden van de redelijkheid waardoor elk schepsel is gemaakt. Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij. Ik ben dienaar en toeverlaat.
En ik ben het equalis leven (‘equalis’: a. ‘van het paard’: willen; b. ‘van de ruiter’: waarnemen) in eeuwigheid, dat niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (de geestelijke vermogens).”
.
| rationalis equalis officialis |
denken waarnemen en willen voelen |
.
Het Liber Divinorum Operum, visioen 4
.
Het vierde visioen van het Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel (geest) in het lichaam werkt. De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart.
Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken.
Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is het immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel (geest) naar haar vervolmaking.
Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht.
Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden. De ziel vliegt in de mens met vier vleugels (bewegen: willen), namelijk met het waarnemingsvermogen(sensualitas), met het verstand (intellectus, denken) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali, voelen).
Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees; door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis, namelijk van het goede en kwade, voltooit de mens elk werk in de ziel, waardoor de innerlijke verscheidenheid ervan getoetst wordt: welke werken door de geest verlossing door God verlangen, welke door het vlees het eerbetoon eigenlijk van de mensen begeren.
.
.
.
.
In de drie visioenen die in Scivias Boek I ( miniaturen T5,T6 en T7) staan beschreven, wordt aan Hildegard de kringloop van de menselijke geest getoond. Deze begint in de algeest (het vierkant dat zich naar alle zijden uitstrekt), van waaruit de menselijke geest (de vurige bol) door zijn moeder heen in een lichaam op aarde wordt geboren.
Daar moet de geest zich staande zien te houden in de druk die van de tijd als stroom van gebeurtenissen uitgaat. Als de mens erin slaagt bij zichzelf te komen en zich geestelijk te ontwikkelen, bereikt hij het doel: zelfverwerkelijking. Bij het overlijden wordt hij opgevangen door geesten met wie hij nu overeenstemt door zijn ontwikkeling; door hen wordt hij naar zijn eigen wereld gevoerd. Is dat een lichte wereld, dan kan hij in het paradijs weer met God worden herenigd.
.
Sivias T5 : geboorte uit de hemel en de levensweg op aarde
.
.
“En nadien zag ik een bijzonder grote en heldere schittering die leek op te vlammen (een kracht), met vele ogen (is alziend, m.a.w. een bewuste kracht), en die vier hoeken had die naar de vier uithoeken van de wereld (alomtegenwoordig) gekeerd waren (m.a.w. de vierhoek is de algeest): in die schittering, die het geheim van de hoogste schepper aanduidde, werd me een heel groot geheim onthuld. En daar binnenin die schittering verscheen ook een andere schittering, gelijkend op die van de ochtendgloed en die de helderheid van een purperen schittering bevatte (en vele, vurige bollen: de wereld van de menselijke geesten in de algeest).”
(De ‘ochtendgloed’ of ‘morgenrood’ is een beeld van Jezus. Het hoofdje dat in de baan te zien is, is de geest van Jezus, de heilige geest, die als volmaakte geest naar de aarde afdaalt.)
“En zo zag ik … een vrouw (op aarde) die in haar buik … de volledige gestalte van een mens droeg. En zie, door een geheim raadsbesluit van de hoogste schepper begon deze gestalte hevige, levengevende bewegingen te maken en wel zo dat een vurige bol (bol van licht en warmte, een menselijke geest uit de geestelijke wereld), die niet de vorm van een menselijk lichaam had, (door de verbinding afdaalde en) het hart van deze gestalte in bezit nam en diens hersenen bedekte, en zich in al zijn ledematen verspreidde (de indaling van de geest in het lichaam).
En daarna kwam diezelfde mensengestalte, die aldus tot leven werd gewekt, uit de schoot van deze vrouw en dit in overeenstemming met de bewegingen welke die bol (de geest) in diezelfde mensengestalte veroorzaakte; en in overeenstemming met die bewegingen veranderde die mensengestalte ook van kleur.
En ik zag dat de vele wervelwinden (zintuiglijke ervaringen) die deze bol binnendrongen – de bol welke nog altijd in dat lichaam bleef – hem naar de aarde deden afbuigen (de onbewuste vereenzelviging); maar deze bol, die weer op krachten was gekomen, richtte zich moedig op en weerstond krachtig die wervelwinden en zei, al klagend: Waar ben ik, ik die verdwaald ben? In de schaduw van de dood.” (de zelfbewustwording).
En zie, ik zag op aarde mensen die in hun kannen melk droegen en daar kazen van maakten (verwerking van ervaringen tot persoonlijkheidstrekken: de ‘kazen’ zijn ‘witte bollen’: de geest); één deel ervan was vet en dik, en daaruit werden sterke kazen (krachtige geest) gemaakt; het andere deel was licht en dun, en daaruit werden zwakke kazen gestremd (zwakke geest); en een deel was vermengd met vies slijm, het was besmet en daaruit werden bittere kazen gemaakt (kwaadaardige geest).”
“En jij nu mens, die dit ziet, sta er ook bij stil, want ‘de vele wervelwinden die deze bol binnendringen – de bol die nog altijd in dat lichaam blijft – doen hem naar de aarde afbuigen’ (maakt de geestesgesteldheid zintuiglijk: de onbewuste vereenzelviging): dit betekent dat de menselijke ziel, wanneer de mens nog in zijn lichaam leeft, door vele onzichtbare verleidingen wordt geboeid, die haar door het genot van de zintuigen vaak doen afbuigen naar de zonden van de aardse genietingen.”
.
De rechter helft van de miniatuur, die uit vijf afbeeldingen bestaat, toont de levensweg van de mens. De onderste drie laten de beproevingen zien die de mens op aarde heeft te verduren om zich staande te houden tegenover allerlei verleidingen.
De vierde afbeelding toont de mens die tot bezinning is gekomen en besluit zich weer tot God te richten. De bovenste toont de mens die de geestelijke vermogens (de vleugels) tot ontwikkeling heeft gebracht en zich daardoor niet meer laat afleiden van de rechte weg. Zijn lichaam is een tempel Gods geworden.
.
Scivias T6 : de beproefde, zich tot God richtende mens bij zijn gang over de aarde
.
.
“Maar met herstelde krachten richt ze zich moedig op en verzet zich er krachtig tegen’: dat is omdat de gelovige en beproefde mens, ook al heeft hij gezondigd, vaak dankzij de gave Gods tot inkeer kan komen en zijn zonden verlaten (zelfbewustwording en zelfverwerkelijking); en omdat hij, door zijn hoop in God te stellen, de misleidende verlokkingen van zich af kan zetten, op voorwaarde dat hij zijn schepper trouw blijft zoeken – net zoals de gelovige mens, die hierboven aan het woord is, in haar klacht over haar beproeving heeft aangetoond.”
Dit visioen toont de mens die op aarde aan verleidingen blootstaat, maar die zich vastberaden tot God wendt (de opgeheven handen beduiden een biddende houding).
.
Scivias T7 : overlijden en terugkeer naar huis
.
.
“Wat nu het volgende betreft, ‘dat een andere bol (geest) zich losmaakte uit de omtrekken van zijn eigen vorm en haar eigen knopen losmaakte’: dat is omdat die ziel de lichamelijke leden van haar woonplaats (het lichaam) achter zich laat en ook de verbinding tussen deze ledematen verlaat, op het ogenblik dat de ontbinding van deze woonplaats is aangebroken; en ‘dat zij zich ervan losmaakte en haar woonplaats aan ontbinding overliet’: dat is omdat zij, wanneer zij zich uit haar lichaam verwijdert, de plek van haar woonplaats laat instorten, wat haar vrees inboezemt, omdat zij het naderende oordeel van de opperste rechter tegemoet moet zien, omdat zij dan de waarde van haar werken zal inzien, op basis van het rechtvaardige oordeel van God.
En hierom ook is het dat, ‘wanneer de ziel aldus ontbonden is, dat zowel lichtgevende als duistere geesten naderbij treden, die de bol (menselijke geest) vergezeld hadden zolang zij zich nog in die woonplaats bevond’: omdat op het moment van die ontbinding, wanneer de menselijke ziel zijn woonplaats verlaat, engelachtige geesten, zowel goede als slechte, in overeenstemming met de rechtvaardige en juiste beschikking van God, aanwezig zijn; en ‘ze wachten op de losmaking, zodat ze haar, zodra zij volledig ontbonden is, met zich kunnen meevoeren’:
zij wachten immers eveneens op het oordeel van de rechtvaardige rechter over deze ziel op het ogenblik van de scheiding van de ziel van haar lichaam, zodat ze haar, gescheiden van haar lichaam, naar de plek kunnen voeren waar zij zal worden geoordeeld door de opperste rechter volgens de verdiensten van haar eigen werken, net zoals het u, o mens, hierboven waarheidsgetrouw werd getoond.”
(namelijk naar de duistere gebieden, de middelste afbeelding op de miniatuur, of naar de lichte gebieden, de bovenste afbeelding).
.
Scivias T25 : de vrije keuze van de mens
.
.
Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen, terwijl rechts van haar zes welwillende gelovigen naderen en links drie personen zich vijandig gedragen. Deze mensen komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich bevindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel belangrijks in de geschiedenis van de Verlossing.
Hildegard geeft deze Godskracht of deugd, de naam van Scientia Dei dat is het ‘Weten van God’ of de ‘Godskennis’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt. Op de eerste plaats het kennen of het weten van God, wie aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. Op de tweede plaats betekent dit het weten van de mens over God. Het antwoord van de mens, die uit vrije wil geloof schenkt aan de openbaring van het Woord Gods.
Hier komt de scheiding der geesten: zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed, maar zij die zonder kleed binnendringen, worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat, de ongelukkigen door zijn dienaars liet ophalen, opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter verwacht dat hij komt in een feestkleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er wel gevolg aan willen geven.
Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren: Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uitverkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God in zijn goddelijke ijver om de ongelovigen te bekeren, samen met de gelovigen gaat beginnen de drie gemetselde muren op te trekken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het door strenge discipline (de ‘Wetten van Mozes’).
.
.
In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel te bereiken.
Heel Scivias en Liber Divinorum Operum zijn doordrongen van de raad zich altijd in gebed tot God te richten.
.
.
.
.

Pasteltekening van John Astria


In de hele Joodse Schrift lezen we dat “de vrees voor God het begin is van begrip,wijsheid en kennis.” De vrees, vertaald als het ontzag voor God, is zelfs een hoofdthema in het gehele Oude Testament:
“Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer; een dwaas veracht de wijsheid en weigert elk onderricht” (Spreuken 1:7).
“Het begin van wijsheid is ontzag voor de Heer, wie leeft naar Zijn wet, getuigt van goed inzicht” (Psalm 111:10).
“Wijsheid begint met ontzag voor de Heer, inzicht is vertrouwdheid met de Heilige” (Spreuken 9:10).
“Wat Hij heeft besloten, voert Hij uit, en Hij heeft nog veel meer plannen. Daarom maakt Zijn aanwezigheid mij zo beducht; wanneer ik Hem beschouw, dan sidder ik. God heeft mijn hart verzwakt, de Ontzagwekkende heeft mij verlamd” (Job 23:13-16).
“Hebben jullie geen ontzag voor Mij? – spreekt de Heer. Beven jullie niet voor mij?” (Jeremia 5:22).
“Onderwerp u, toon de Heer uw ontzag, breng Hem bevend uw hulde” (Psalm 2:11).
“Het ontzag voor de Heer is zuiver, houdt stand, voor altijd” (Psalm 19:10).
“Laat heel de aarde vrezen voor de Heer, en wie de wereld bewonen Hem duchten” (Psalm 33:8).
“Kom, kinderen, luister naar mij, ik leer je ontzag voor de Heer” (Psalm 34:12).
“Wijs mij Uw weg, Heer, laat mij wandelen op het pad van Uw waarheid, vervul mijn hart met ontzag voor Uw naam” (Psalm 86:11).
“Alles wat je hebt gehoord komt hierop neer: heb ontzag voor God en leef Zijn geboden na. Dat geldt voor ieder mens” (Prediker 12:13).
In deze teksten over Godvrezendheid is het woord ontzag afgeleid van Hebreeuwse woorden zoals yirah, yare en pachad , dat eigenlijk angst, schrik of er- tegenop zien betekent. Hoewel veel christelijke leraren de vrees voor God wat milder zullen overbrengen en in plaats daarvan woorden als respect, eerbied of eer zullen gebruiken, is de Hebreeuwse taal er vrij duidelijk over.
Het goede nieuws is dat de vrees voor God pas het begin is van begrip. Het grote nieuws is dat de Liefde van God, door Jezus Christus weerspiegeld in het Nieuwe Testament, de macht heeft om deze angst te verwerpen en ons te bevrijden!
“De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden” (1 Johannes 4:18).
“Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden. Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben. Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden” (1 Johannes 4:7-12).
“Maar God bewees ons Zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren” (Romeinen 5:8).
“Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden” ( Johannes 15:12-13).
Hoe kunnen wij dat zo grote nieuws over Jezus Christus begrijpen als we niet eerst de vrees voor God bevatten? Kunnen wij zonder totaal ontzag voor een volmaakte Schepper werkelijk naar waarde beseffen wat Jezus Christus, de Zoon van God, voor ons deed op het kruis van Golgotha?
Pas als we het hele verhaal begrijpen en accepteren, kunnen we ons leven leiden met een bijzondere waardering voor twee waarheden die naast elkaar bestaan: de “vrees voor God” en de “Liefde van God.”
“.. wie de Heer vreest, zeggen: ‘Eeuwig duurt Zijn trouw’” (Psalm 118:4).
“Vreugde vindt de Heer in wie Hem eren en in wie hopen op Zijn liefde en trouw” (Psalm 147:11).
“Luid riep hij: ‘Heb ontzag voor God en geef Hem eer, want nu is de tijd gekomen dat Hij Zijn oordeel zal vellen. Aanbid Hem die hemel en aarde, zee en waterbronnen geschapen heeft’” (Openbaring 14:7).