categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen
Desiriet is een zeldzamere Amfiboolkwarts uit Brazilië
Het zijn heldere bergkristallen met witte, gele en bruine fantomen.


Goed te herkennen aan
– de (licht)gele lintbloemen, die ongeveer even lang of korter zijn dan de omwindselbladen en
– de gele helmknoppen met bruinachtig zwarte top en
– het grasachtige blad
Algemeen
Gele morgenster is een overblijvende plant van 20 tot 90 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend. Ze groeit op vochtige tot droge, matig voedselrijk, grazige grond.

Bloem
De bloeitijd is vanaf mei tot en met juli. De alleenstaande bloemhoofdjes bestaan uit (licht)gele, 5-tandige lintbloemen, die ongeveer even lang of korter zijn dan de omwindselbladen. De buitenste lintbloemen hebben een langer lint. De bloemhoofdjes zijn alleen in de ochtend geopend. Begin van de middag sluiten ze zich tot de volgende morgen. De stijlen zijn geel, de helmknoppen zijn geel met een bruinachtig zwarte top.

Blad
Gele morgenster heeft grasachtig grijsgroen blad.

Vergelijkbare soorten
| paarse morgenster : bloemhoofdjes met paarse lintbloemen, sterk verbrede stengel onder het bloemhoofdje.
oosterse morgenster : hoofdjes met goud- of oranjegele lintbloemen, die tot dubbel zo lang zijn als de omwindselbladen, helmknoppen geel met een bruinpaarse streep. gele morgenster : hoofdjes met (licht)gele lintbloemen, die ongeveer even lang of korter zijn dan de omwindselbladen, helmknoppen geel met een bruinachtig zwarte top. |
Gele morgenster behoort tot de gele composieten met uitsluitend lintbloemen; de groep met grote of kleine paardenbloem-achtige bloemhoofdjes.
Algemeen
– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 20 tot 90 cm
Bloem
– geel tot lichtgeel
– vanaf mei t/m juli
– hoofdje, alleenstaand
– alleen lintbloemen
– 4 tot 5 cm
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– parallelnervig
– voet (half) stengelomvattend
zie wilde bloemen
.
.
.
.




.
.
Neem deze tekst goed door en visualiseer het tafereel ; vraag dan om een gunst
.
Ga op een zachte ondergrond liggen en ontspan je, let op je ademhaling en zet alle zorgen van de dag opzij. Neem daar je tijd voor.
.
Pasteltekening van John Astria
.
Ziehier de betekenis van de hele symboliek zoals de Meesteres van alle zielen deze openbaart:
.
.
.
De dadelpalm is een van de kenmerkende bomen van het Midden-Oosten, en werd in Bijbelse tijd veel gekweekt in Israël. In de Jordaan vallei groeiden dichte palmbossen, en Jericho werd bekend als “de palmstad” (Deuteronomium 34: 1-5 ; 2 Kronieken 28:15).
.
1 Daar, in de vlakte van Moab, klom Mozes toen de berg Nebo op. Dat is één van de bergen van de Pisga die tegenover Jericho liggen. Vanaf die berg liet de Heer hem het hele land zien, vanaf het gebied van Gilead tot aan het gebied van Dan, 2 het hele gebied van Naftali, het gebied van Efraïm en Manasse, het hele gebied van Juda tot aan de Grote Zee, 3 het Zuiderland en de vlakte in het dal van Jericho de Palmstad tot aan Zoar. 4 De Heer zei tegen hem: “Dit is het land dat Ik aan Abraham, Izaäk en Jakob heb beloofd toen Ik hen zwoer: ‘Ik zal dit land aan je familie ná jou geven.’ Ik heb het je nu laten zien. Maar je zal niet oversteken om er binnen te gaan.”
15En de mannen die hierboven genoemd zijn, begonnen de gevangenen te helpen. Ze gaven de mensen die niets meer aan hadden, kleren en schoenen uit de buit. Ze gaven iedereen eten en drinken en ze verzorgden hun wonden met olijf-olie. De mensen die te zwak waren om nog te lopen, zetten ze op ezels. Zo brachten ze hen naar Jericho in Juda, de Palmstad. Daarna gingen ze terug naar Samaria.
.
.
39 Dus vanaf de 15e dag van de zevende maand, als jullie de oogst van jullie land binnenhalen, moeten jullie zeven dagen lang voor Mij feestvieren. Op de eerste dag mogen jullie niet werken en op de achtste dag mogen jullie niet werken. 40 Op de eerste dag moeten jullie takken van de fruitbomen, palmbomen en wilgen afsnij-den. Van die takken bouwen jullie hutten. Jullie moeten zeven dagen lang voor Mij feest vieren. 41 Dus zeven dagen in het jaar vieren jullie dit feest voor Mij. Het is een eeuwige wet. Jullie moeten dit feest in de zevende maand vieren.
6 Wat is de liefde toch heerlijk. Het is het mooiste wat je verlangen kan. 7 Je bent zo slank en sierlijk als een dadelpalm. Je borsten zijn de dadeltrossen. 8 Ik dacht: ‘Ik wil in die dadelpalm klimmen en van de dadels eten.’ Je borsten zijn zo heerlijk als druiventrossen en je adem ruikt naar appeltjes.
.
Dat beeld werd door de psalmist ook op de rechtvaardigen toegepast (Psalm 92:13-15). Bij zijn komst in Jeru-zalem werd de Here Jezus door de scharen verwelkomd met palmtakken, en als Hij terugkomt, zullen de heiligen, de gelovigen uit alle plaatsen en tijden, Hem ook zo huldigen (Johannes 12:12-14 ; Openbaring 7: 9-10).
13 Als je leeft zoals God het wil, zal het goed met je gaan. Je zal groeien als een palmboom, hoog worden als een cederboom op de Libanon. 14 Je bent dan geplant op het voorplein van het heiligdom van onze God. 15 Zelfs als je oud bent geworden, zullen er nog vruchten aan je groeien. Je zal nog steeds fris en groen zijn.
.
12 De volgende dag hoorden de mensen die voor het Paasfeest waren gekomen, dat Jezus naar Jeruzalem kwam. 13 Ze trokken takken van de palmbomen, gingen Hem tegemoet en riepen: “Hosanna! (= ‘Red toch!’) Gods zegen op de Man die door de Heer is gestuurd!” En: “Leve de Koning van Israël!” 14 Jezus liet een jonge ezel halen en ging er op zitten.
9 Daarna zag ik een groep mensen die zó groot was dat niemand hen kon tellen. Het waren mensen van alle volken en stammen en landen en talen. Ze stonden voor de troon en voor het Lam. Ze hadden lange witte kleren aan en hielden palmtakken in hun handen. 10 En ze riepen luid: “Wij zijn gered dankzij onze God die op de troon zit, en dankzij het Lam!”
.
.
.
.
.
.
.
.
Zwavelkwarts is wit (kwarts) met geel (zwavel) van kleur
.

.
.

.
.
.
SiO2 + S

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.0
.

.
.

Goed te herkennen aan
de bleekgele, langwerpige bloemen, die in eindelingse trossen staan
Algemeen
Gele monnikskap is een zeer giftige, overblijvende plant van 50 tot 125 cm hoog. Ze groeit op kalkrijke grond in vochtige loofbossen, meestal langs beken. Ze staat op de rode lijst en is uiterst zeldzaam. Ze wordt ook aangeplant.

Bloem
Gele monnikskap bloeit vanaf juni tot en met augustus met lichtgele bloemen. Het bovenste kelkblad is helmvormig, meer hoog dan breed. Dat betekent dat er ook 1 of meerdere onderste kelkbladen zouden moeten zijn. Er is geen duidelijk onderscheid te maken tussen kelk- en kroonbladen. De bloemen bestaan uit 5 bleekgele, kort behaarde bloemdekbladen, waarvan het bovenste hoger is dan breed en helmvormig. De nectar zit bovenin het helmvormige deel. Alleen insecten met een lange tong (voornamelijk hommels) kunnen bij de nectar. De bloeiwijze is een tros aan het einde van de stengel en zijstengels. Per bloem ontstaat meestal 3 vruchten.

Blad
De bladeren zijn in omtrek bijna rond, handvormig gedeeld, niet tot aan de basis ingesneden (de bladeren van blauwe monnikskap zijn wel geheel ingesneden). De slippen zijn breder dan 1 cm.

Algemeen
– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– uiterst zeldzaam
– op de rode lijst
– 50 tot 125 cm
Bloem
– bleekgeel
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– buisvormig
– 15 tot 22 mm
– 5 bloemdekbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 3 stijlen
Blad
– enkelvoudig
– handvormig gedeeld
– slippen in 3-en en breder dan 1 cm
– top spits
– rand onregelmatig gezaagd
– handnervig
Stengel
– rechtop
– kort behaard
zie wilde bloemen
.
.


.
.
.
.

