Categorie: religie/video
Jezus’ komst op de Olijfberg

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



Het overzicht hierna, waarvan de gegevens afkomstig zijn van het CIA World Factbook, toont aan dat in veruit de meeste landen met een overwegend islamitische bevolking, de wettelijke basis bestaat uit:
Noteer dat een‘islamitische staat”niet een staat is waarin de shariah geldt omdat het concept ‘islamitische staat’ immers niet bestaat in de islam. Iran of Saoedi-Arabië is dan ook niet minder of niet meer een islamitische staat dan bv Turkije of Maleisië.
Deshariahis een theoretisch model. Wanneer men dat in een wet wil gieten, seculariseert men dus de shari’ah die daardoor ook een door mensen gemaakte wet is. Niets in de islam verplicht moslims echter tot het invoeren van de shariah vermits de islam geen blauwdruk bevat van een staatsvorm (met dien verstande dat de koran een dictatuur en een theocratie uitsluit).
Moslims hebben de opdracht een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen voor iedereen, moslims en niet-moslims. Het staat hen vrij de staatsvorm te kiezen die zij daarvoor best passend achten.
.
.
– Afghanistan (Islamitische Republiek van Afghanistan)
– Albanië
– Algerije
– Azerbeidzjan
– Bahrein
– Bangladesh
– Comoren
– Djibouti
– Egypte
– Eritrea
– Gambia
– Guinea
– Indonesië
– Iran
– Irak
– Jemen
– Jordanië
– Kirgizië
– Koeweit
– Libië
– Libanon
– Malaisië
– Mali
– Marokko
– Mauretanië
– Niger
– Nigeria
– Oman
– Pakistan
– Qatar (Katar)
– Saoedi-Arabië
– Sierra Leone
– Soedan
– Somalië
– Syrië
– Tadzjikistan
– Tanzania
– Tunesië
– Turkije
– Turkmenistan
– Verenigde Arabische Emiraten
– Oezbekistan
.
Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?
1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”
Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

Richtlijnen om te onthouden:
Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:
Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”
Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”
Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”
Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”
1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”
Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”
1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”
God doet twee soorten beloften
De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.
De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

6 Gods beloften voor Zijn Hulp
Ps.33:20 Onze ziel verwacht de Here, Hij is onze hulp en ons schild
Ps 34:16 De ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen, en zijn oren tot hun hulpgeroep;
Ps.37: 24 Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de Here ondersteunt zijn hand.
Ps.37:39 Doch het heil der rechtvaardigen is van de Here, de Here helpt hen en doet hen ontkomen,
Ps 46:2 God is ons een toevlucht en sterkte, ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden.
Ps.54:6 Zie, God is mij een helper, de Here is het, die mij schraagt, omdat Hij mij gered heeft uit alle benauwdheid, zodat mijn oog met vreugde op mijn vijanden zag.
Ps.57: 2 Wees mij genadig, o God, wees mij genadig, want bij U schuilt mijn ziel; ja, in de schaduw van uw vleugelen zal ik schuilen, totdat het onheil voorbij is. 3 Ik roep tot God, de Allerhoogste, tot God, die het voor mij voleindigt.
2 Kron.16:19 Want des Heren ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.
Jes.41:10 vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand.
Hand.1:8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.
2 Kor.12:9 En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij kome. 10 Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig.
Hebr.2:18 Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.
Hebr.4:16 Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.
Hebr.13:6 Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?



.
.
.
Brazilianiet is een mineraal fosfaat dat typisch groengeel tot geel of wit tot kleurloos. Het is een doorzichtige steen met een glasachtige glans. Het monokliene mineraal heeft een gemiddelde dichtheid van 2,98, een hardheid van 5,5 en een witte streep.
.
.
.
.
.
.
.
Brazilianiet is vernoemd naar Brazilië, het land waar de steen voor het eerst gevonden werd.
.
.
.
.
.
.
.
Het wordt het vaakst gevonden in fosfaatrijke pegmatieten. Het komt in pegmatieten voor in de vorm van perfecte kristallen. De enige bekende vindplaats van brazilianiet is in de omgeving van Conselheiro Pena, in de Brazilië. De voorbije jaren heeft deze plaats mineralen van grote kwaliteit opgeleverd, met perfect gevormde kristallen van een ongewone grootte. Sommige van deze mineralen zijn gevonden op muscoviet (met sterke zilverglans), ingegroeid in het moeder- gesteente.
Dergelijke specimina worden niet vermalen tot grondstof, maar vinden hun weg naar musea en privécollecties. De meest kristallen, donker groenachtig-geel tot olijfgroen, zijn soms tot 12 cm lang en 8 cm breed. Kristallen met gelijkwaardige vorm en grootte zijn ontdekt op een andere plaats in Minas Gerais, nabij Mantena, maar deze hebben geen perfect gevormde kristallen. Het mineraal is erg populair bij verzamelaars. Brazilianiet wordt nog gevonden in de Verenigde Staten, Tsjechië en Canada.
.
.
.
.
.
.
.
samenstelling: NaAl3(OH)4(PO4)2
hardheid: 5,5
dichtheid: 3
.
.
.
.
.
| Brazilianiet | ||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | NaAl3(PO4)2(OH))4 | |
| Kleur | Geel, groen en kleurloos | |
| Streepkleur | Wit | |
| Hardheid | 5,5 | |
| Gemiddelde dichtheid | 2,98 kg/dm3 | |
| Glans | Glanzend | |
| Opaciteit | Doorzichtig | |
| Breuk | Conchoïdaal | |
| Splijting | [010] Goed | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Monoklien | |
| Brekingsindices | 1,60 – 1,62 | |
| Overige eigenschappen | ||
| Radioactiviteit | Geen | |
| Magnetisme | Geen | |
.
.
.
.
Goed te herkennen aan
de rijkbloeiende, lila schichten met bloemen, waarvan de meeldraden en stijlen ver buiten de bloemen steken.
Algemeen
Phacelia is een eenjarige, vrij algemeen voorkomende plant, oorspronkelijk afkomstig uit Californië, en is in de Lage landen volledig ingeburgerd. Ze groeit op open, vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond en wordt 20 tot 80 (120) cm hoog. Ze heeft een breed vertakt wortelstelsel en maakt daardoor de grond goed los.
Bloem
Ze bloeit vanaf mei tot en met september met lila bloemen, die in een schicht staan. De schicht is in eerste instantie opgerold, maar rolt zich tijdens de bloei uit. De meeldraden en stijlen steken ver buiten de bloemen. De kelkbladen zijn lang, afstaand, ruw behaard en roodbruin of groen.
Blad en stengel
De weinig kort behaarde bladeren zijn enkel of dubbel geveerd of veerdelig en staan verspreid aan de naar boven toe behaarde stengels.
Toepassingen
Phacelia bevat stoffen, die gebruikt worden in de parfumindustrie. Huidcontact met de plant kan een onaangenaam prikkelend gevoel geven.
Bijzonderheden
Phacelia is een uitstekende groenbemester. Daarnaast produceert ze veel nectar en is daardoor aantrekkelijk voor bijen. Ze wordt daarom ook bijenvoer of bijenvriend genoemd.
Algemeen
– ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– vrij algemeen, volledig ingeburgerd
– 20 tot 80 (120) cm
Bloem
– lila, zelden wit of roze
– vanaf mei t/m september
– schicht
– klokvormig
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen
Blad
– verspreid
– enkel of dubbel geveerd of veerdelig
– deelblaadjes langwerpig
– top spits
– rand getand of gelobd
– veernervig
– behaard
Stengel
– rechtop
– naar boven toe behaard
zie wilde bloemen
.
.
.
.






.


Hier gaat het om de voltooiing van de Stad Gods en van het geestelijke leven in de mystieke beschouwing. Als alle heiligheid verwezenlijkt zal zijn op aarde en de wereld tot voltooiing is gekomen in het zuiden, waar God in het paradijs de eerste mens schiep, neemt de Mensenzoon (dezelfde als die van de eenentwintigste miniatuur) het woord. Hij zegt:
“De Zoon van de levende God, geboren uit de Maagd, regeert zonder tegenspraak in die harten, die ontstoken door de H. Geest streven naar de volle geheimen van de ongeschapen diepten.”
De tekst van het tiende visioen luidt:
“Voor de troon van de Mensenzoon, die zich nog steeds niet ten volle heeft geopenbaard, staan drie deugden en wel de Stadigheid (Constantia), het Hemelsverlangen, (Caelestis desiderium) en de Rouwmoedigheid des Harten (Compunctio Cordis).”
Onder deze drie, die feitelijk een drieëenheid vormen, verschijnt van ons uit gezien links, de Verachting der Wereld (Contemptus mundi) en rechts de Eendracht (Concordia) tussen God en mensen. Rustig de beelden en kleuren bestuderend en luisterend naar wat Hildegard over deze deugden zegt, kunnen we ontdekken wat voor onze mystica de hoogste toppen van het geestelijk leven betekenen.
De figuur die we bovenaan in een rood gewaad (de tekst zegt: in purperen tunika) op een troon gezeten zien, is het Mensgeworden Woord. Achter Hem op een hoge zuil en voor ons onzichtbaar zit de Lucidens Sedens (vgl. miniatuur 19).
De wederkerende Christus op de Oosthoek van het gebouw zagen we op miniatuur 21 en evenals daar is de onderste helft van Christus nog niet geheel geopenbaard: het einde der tijden is nog niet gekomen. Christus zit in een zetel boven op zeven witmarmeren treden, hier weergegeven door blauw met wit geaccentueerd.
Het kleed van de middelste der drie Godskrachten vóór de Troon, de stadigheid, is evenals de marmeren treden blauw met wit. In beide gevallen wijst dit blauw op helder glanzend wit. Volgens de tekst draagt zij ook een witte mantel. Deze is hier bij wijze van tegenstelling groen.
Dezelfde kleur vertoont het gewaad van de deugd aan haar rechterhand ‘het hemelse verlangen’. Van de derde deugd de Rouwmoedigheid des harten wordt gezegd dat zij witte haren heeft en deze worden door gewoon wit aangeduid.
Het was voor de miniaturist een moeilijke opgave om al die van blankheid stralende deugden toch duidelijk aan te geven omdat de nuances in het wit voor Hildegard wijzen op de karakterverschillen van deze drie deugden. Zo zegt Hildegard dat al deze gestalten in witte tunieken zijn gekleed, daar zij allen in de verblindende witheid van goede werken wandelen.
Maar dan beschrijft zij het onderscheid in goede werken en verklaart zij dat de Rouwmoedigheid geen witte maar een wat matkleurige tuniek draagt. Wenend en klagend schermt zij zich af tegen alle verkeerde invloeden. Het komt er op aan dat de juiste houding is standvastig en met grote rouwmoed in ons hart naar de komst van de Heer te verlangen.
Merken we wel op dat deze deugden overeenkomen met de deugden die God ons voorgehouden heeft in de toren van Gods raadsbesluit. Daar (miniatuur 22) zagen we als eerste de Liefde tot het hemelse, hier het hemelse begeren. Op de tweede plaats de Bescheidenheid, hier de Rouwmoedigheid des harten en tenslotte de Victoria, die hier terugkeert in de Stadigheid of Constantia: de volhouder wint.
Verder zagen we in miniatuur 22 nog de Disciplina en de Misericordia. Ook deze twee door God voorziene deugden komen hier in de voltooiing terug. Het zijn onderaan de Contemptus Mundi (de verachting der wereld) wat hetzelfde is als de Disciplina en de Concordia (de eendracht tussen God en mensen) wat men de voltooide vorm van de Misericordia mag noemen.
We willen nog even aandacht schenken aan de wijze waarop de Contemptus mundi en de Concordia door Hildegard zijn aangevoeld en uitgebeeld. In een zilver rad zien we de buste van een deugd in een donker kleed met een bloeiend takje in de hand. Dit illustreert de uitleg van het tiende visioen.
Aan de noordkant van de Gezetelde verscheen in een rad een deugd die in haar rechterhand een groen takje droeg. Dit rad draaide voortdurend rond, maar het beeld bleef onbeweeglijk staan (zij maakt immers deel uit van de deugd Constantia). En in de omtrek van dit rad stond geschreven:
“Indien iemand Mij dient, dat hij Mij volge en waar Ik ben daar zal ook mijn dienaar zijn” (Joh. 12).
Daarop wijst het zilver in het rad. Het is de macht Gods die de mens uitnodigt Zijn Zoon te volgen.
Dit rad van de goddelijk macht is precies hetzelfde lichtende rad, dat we in de visioenen één en twee van het derde boek over de opbouw van de Stad Gods, van Gods voeten hebben zien uitgaan. Daarin bevindt zich de berg waar de stad van de Zoon Gods opgebouwd wordt.
In miniatuur 21 zien we dat stralende rad rondom de hele plattegrond van de Stad Gods draaien. De contemptus mundi beantwoordt dan ook de uitnodiging van God zijn Zoon te volgen in het opbouwen van de stad. De Heer heeft in de Apocalyps gezegd:
“Wie overwint, hem zal ik van de boom des levens te eten geven, die in het paradijs van mijn God staat.”
Daarom draagt de Contemptus mundi een vruchtdragend takje in de hand.
Zo komen we bij de Concordia, hier voorgesteld in een blauwwit gewaad met aan weerszijden een grote vleugel. Als de ziel op de hoogste top van het geestelijk leven in volmaakte standvastigheid leeft, wendt zij zich naar het Zuiden, symbool voor heel de verloste mensheid. Zij is vrij van alle haat en nijd en brengt verlichting en helderheid in alle gelovige harten.
De vleugels wijzen erop dat de ziel, ondanks het feit dat zij in volmaakte rust leeft, toch haar vleugels uitstrekt over alle wederwaardigheden die de gelovigen moeten ervaren en dat de reikwijdte van haar liefde groter is dan de duur van al de nog komende geslachten.
Nu de laatste deugd de Concordia zich met vleugels vertoont, willen we terug kijkend zien welke deugden nog meer met vleugels zijn afgebeeld.
Miniatuur 27 toont ons de Pax met twee vleugels.
Op miniatuur 2 staat de Albeheerser met twee grote vleugels, wat volgens de uitleg wijst op de onuitsprekelijke Gerechtigheid in de uiteindelijke zegepraal van de onuitgesproken Wijsheid.
Miniatuur 5 toont ons de mens die ontsnapt aan alle moeilijkheden hem door de duivels berokkend en die gedragen door twee vleugels, op de top van het geestelijk leven komt.
Miniatuur 9 beeldt alle engelen met vleugelen af.
Ook op de 16de miniatuur zien we de engelen met vleugels boven de Eucharistie.
De Zelus dei staat op de 2lste miniatuur met drie vleugels afgebeeld.
Tenslotte tonen de 33e en 35e miniatuur engelen met vleugels.
Vleugels wijzen op zorg voor anderen.
God is bezorgd voor ons. De Zelus Dei tracht met de vleugels het gevaar weg te jagen. Men kan alleen vrede met anderen hebben, als men zorg heeft voor zijn naaste. De Concordia, zegt de tekst, draagt vleugels omdat zij evenals de Schepper aan alle mensen denkt.
Zo ontdekt men de gedachtenwereld van Hildegard door alle beelden die in feite begrippen zijn, naast elkaar te leggen. Hier kunnen we het slot aanhalen van het tiende visioen, omdat daar de samenvatting gegeven wordt van heel de bouw van het kasteel.
“Aldus, gelijk in beelden getoond is, werkt God van het Oosten naar het Noorden en van het Westen naar het Zuiden, waar Hij door Zijn Zoon uit liefde voor de Kerk, alles wat voor de schepping van de wereld voorbestemd was, tot zijn verwezenlijking leidt, en de nieuwe dag laat stralen. God immers heeft dit werk van Hemzelf met de voornoemde torens en deugden in mystieke betekenis bevestigd en versierd, om dan dit werk in de grootste volmaaktheid volledig naar zich terug te voeren.”
In Noach is na de val van Adam de rechtvaardigheid van het juiste handelen aangeduid. Deze rechtvaardigheid streeft naar de nieuwe dag, omgeven als zij is door de vele wonderdaden welke God in de verschillende opeenvolgende tijdperken heeft getoond. In Noach openbaarde God de voorbereiding, in Abraham en Mozes de eerste openbaring en in Zijn Zoon de verwezenlijking.
Het stond vóór alle tijden in het hart van de hemelse Vader vast, dat Hij Zijn Zoon op het einde der tijden tot heil en verlossing van de gevallen mens in de wereld zou zenden. Deze Zoon is geboren uit de Maagd en Hij heeft alles wat de Ouden, vervuld van de H. Geest, voorzegd hebben op volkomen wijze volbracht.
Dit lijkt op de beweging van een mensenarm, die zich eerst tot een werk buigt en dan de hand kan laten werken. Volgens een rechtvaardig oordeel van God werd de Rechtvaardigheid samen met Adam uit het land van Eden gezet. Maar de Rechtvaardigheid begon zich in Noach opnieuw te bewegen, gelijk de eerste beweging in het schoudergewricht.
Vervolgens ontwikkelde de Rechtvaardigheid zich in Abraham en Mozes gelijk de arm zich meer gaat bewegen door middel van de elleboog.
Toen ging de Rechtvaardigheid verder naar het volmaakte werk in de Zoon Gods, door Wie alle tekenen en openbaringen van de Oude Wet tot een duidelijk werk voltooid zijn. In Hem zijn ook alle godskrachten of deugden openbaar gemaakt. Dit lijkt op de hand met zijn vingers, die het werkstuk waarmee ze bezig is tot volmaakte afwerking voert.
“Op deze wijze volbreng Ik mijn werk tot mijn glorie en tot jouw beschaming, o duivel. Tegen jou is mijn krachtige arm gericht om datgene wat in het Noordoosten, in het Noorden en in het Westen staat opgesteld te overwinnen. Bovendien biedt mijn bouwwerk jou ook weerstand volgens de loop van de zon, dat is van het Oosten naar het Zuiden, om jou dan in het Westen neer te stoten. Zo zie je jezelf naar alle kanten in verlegenheid gebracht, want in mijn Kerk volbreng Ik tot je ondergang, misvormde verleider, het werk der gerechtigheid en heiligheid en wel zodanig, dat jij, die eigenlijk getracht hebt mijn volk verloren te laten gaan, geheel overwonnen ten onder gaat.”
Deze slottekst bevestigt volledig de zin van het gehele kasteel, zoals we die in de onderdelen ontdekt hebben.