Category, categorie : A complete animated overview of the bible
.
.
Book of 2 Timothy, summary
.
Boek 2 Timotheüs, samenvatting
.
.




.
.
.
.
.
.
.
.
De boomhouding is een mooie houding om te zien. Het is een van de klassieke staande yogahoudingen die bijna iedereen wel kent, en de basishouding binnen de Yoga.
.
.
.
.Stap 1: Ga rechtop staan en verdeel je lichaamsgewicht over allebei je voeten zodat je stabiel staat. Vervolgens breng je je staartbeen richting je rechterbeen. Vervolgens kom je op de bal van de linkervoet of op de tenen, zodat het gewicht gemakkelijker verplaatst naar het rechterbeen.
.
Stap 2: Plaats je voetzool van het linkerbeen tegen het gestrekte rechterbeen, en zoek je balans. Begin bij de enkel en naarmate je de oefening beter beheerst kun je de voetzool steeds hoger tegen het gestrekte been laten leunen.
.
Stap 3: Maak jezelf zo lang mogelijk, door helemaal recht te staan. Houd de schouders laag. Breng de kaaklijn een stukje naar achteren. Druk vervolgens je handen tegen elkaar voor je borst.
.
Stap 4: Span de spieren van je “Standbeen” aan, het been waarop je gewicht rust. Houd de heupen recht naar voren gericht en breng de linkerknie naar buiten.
.
Stap 5: Adem de volledige Yoga ademhaling in deze houding. Probeer ongeveer 30 seconden in balans te blijven.
.
Stap 6: Voer de oefening nu andersom uit. Verwissel je standbeen van je rechterbeen naar je linkerbeen. Laat nu je rechtervoetzool tegen het standbeen rusten.
.
.

.
.
.
.
De Boom Yoga houding verdiept zich zowel in de geestelijke kant van de Yoga als de lichamelijke kant. Voor een juiste uitvoering van de boomhouding is het namelijk noodzakelijk om goed geconcentreerd te zijn.
Door een goede focus blijft de Yogi in balans tijdens de oefening. Wanneer je gedachten ergens anders zitten, zal het erg lastig zijn je evenwicht te bewaren.
Omdat je zo geconcentreerd bent, word je als het ware gedwongen om je hoofd helemaal leeg te maken. Op die manier kan een begin gemaakt worden aan het mediteren.
Door meditatie kom je geestelijk helemaal tot rust. De boomhouding forceert dat je geconcentreerd moet zijn om in de houding te kunnen blijven staan, en daarmee dwingt je lichaam je als het ware tot meditatie en dus innerlijke rust.
Toch heeft Boom Yoga houding ook een belangrijke lichamelijke uitdaging in zich. Doordat je op maar één been staat is het heel moeilijk voor het lichaam om de balans te kunnen blijven vinden.
De spieren moeten hard werken om het lichaam in balans te houden. Dit zorgt ervoor dat het evenwicht van de Yogi beter ontwikkeld wordt.
.
.
.
De Boom Yoga houding is voornamelijk geschikt voor de Yogi die geïnteresseerd zijn in de geestelijke kant van de Yoga. Vooral als zij nog goed moeten leren mediteren. De boomhouding dwingt de Yogi namelijk tot meditatie.
Ook is de Boomhouding erg geschikt voor Yogi die graag hun balans willen verbeteren.
Ben je dus opzoek naar geestelijke verdieping in de Yoga, of zoek je gewoon naar een betere lichamelijke- of geestelijke balans, dan kan deze houding je zeker goed op weg helpen!
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Kwarts is het meest voorkomende mineraal op aarde. 12% van de aardkorst bestaat uit kwarts. Het mineraal kan in 2 groepen verdeeld worden afhankelijk van de grootte van de individuele kristallen:
1. Macrokristallijne kwarts, waarin individuele kristallen onderscheiden kunnen worden met het blote oog. Enkele soorten die in deze groep vallen zijn: aardbeienkwarts (rozerood), amethist (paars), bergkristal (helder), citrien (geel), lemon kwarts (geelgroen), rutielkwarts (helder met gouden naalden), rookkwarts (bruin) en rozenkwarts roze).
.
.
aardbeienkwarts (rozerood)
.
.
amethist (paars)
.
.
bergkristal (helder)
.
.
Citrien (geel)
.
.
lemon kwarts (geelgroen)
.
.
rutielkwarts (helder met gouden naalden)
.
.
agaat
.
.
Chrysopraas

.
.
jaspis
.
.
samenstelling: SiO2
hardheid: 7
dichtheid: 2,6
.
.
.
.




Hoe werkt de C-14 dateringsmethode?
Van de meeste elementen bestaan meerdere versies, isotopen genoemd. Van het koolstofatoom bestaan vijf isotopen. Het meest voorkomende ‘normale’ koolstofisotoop is C-12 (of 12C). Dat heeft een atoommassa van 12, omdat de kern 6 protonen en 6 neutronen bevat. Dit is een stabiele isotoop, dat wil zeggen dat het niet vervalt. Een andere isotoop is C-14 (of koolstof-14, of 14C).
Dat is iets zwaarder, omdat de kern niet 6 maar 8 neutronen bevat. Omdat het 6 protonen en 6 elektronen heeft, gedraagt het zich echter precies hetzelfde als de andere koolstofisotopen. Het enige verschil (naast dat het iets zwaarder is) is dat het radioactief is en dus langzaam vervalt. Het vervalt met een halfwaardetijd van 5730 jaar, dus na die periode is er nog de helft van het oorspronkelijke C-14 over.
Koolstof-14 wordt hoog in de atmosfeer door kosmische straling gevormd uit stikstof-14. Zo ontstaat er in de atmosfeer een bepaalde verhouding tussen het radioactieve C-14 en het ‘gewone’ C-12. Dit noemen we de C-14/C verhouding. Momenteel is één op de 1,17 biljoen koolstofatomen in de atmosfeer een koolstof-14 atoom. Planten, die CO2 (en dus koolstofatomen) opnemen uit de lucht, bevatten dezelfde C-14/C ratio als de atmosfeer, en hetzelfde geldt voor dieren, die immers planten eten.
Wanneer het organisme sterft neemt het geen koolstof meer op. Maar het radioactieve koolstof vervalt langzaam terug tot stikstof. Dus verandert langzaam maar zeker de C-14/C verhouding in het stoffelijk overschot van dit organisme. Hoe langer geleden het organisme is gestorven, hoe lager de C-14/C ratio. Wanneer men een organisch sample test met de koolstofdateringsmethode, denkt men uit de waargenomen C-14/C verhouding te kunnen berekenen wanneer het organisme is doodgegaan.
Op het moment dat een organisme sterft, houdt de koolstofflux door zijn lichaam op. Het C-14 vervalt langzaam maar zeker, waardoor de C-14/C verhouding in het stoffelijk overschot van dit organisme afneemt. We weten de snelheid waarmee C-14 vervalt (de hoeveelheid halveert iedere 5730 jaar). Als we weten wat de oorspronkelijke C-14/C verhouding ten tijde van overlijden was, kunnen we vanuit de huidige verhouding berekenen hoe lang geleden het organisme overleed.
De C-14/C verhouding in de atmosfeer
Zoals bij alle dateringsmethoden moeten er ook bij deze ouderdomsbepaling een aantal aannames worden gedaan om tot een ‘leeftijd’ van iets te kunnen komen. Iedere dateringsmethode maakt gebruik van de volgende drie uitgangspunten:
Vooral over de laatste aanname kan veel gezegd worden. Men kan er bijvoorbeeld niet zonder meer van uitgaan dat de C-14 in de atmosfeer homogeen verdeelt is over de hele biosfeer. Er zijn gevallen bekend waarbij organismen in een C-14-arm milieu leven en dus nog vóór ze sterven een lagere hoeveelheid C-14 bevatten. Wanneer men uitgaat van een beginsituatie waarbij de C-14/C verhouding gelijk is aan die in de atmosfeer, zullen deze organismen te oud gedateerd worden.
Riggs rapporteerde een geval waarbij een levende slak een C-14-gehalte had van 3,3 +/- 0,2 procent van het atmosferische gehalte, wat normaal gesproken een ‘leeftijd’ van 27.000 jaar impliceert. Wakefield rapporteerde gevallen waarbij recentelijk gestorven zeehonden C-14 ‘leeftijden’ hadden van 615 en 1.300 jaar. Dit soort gevallen worden veroorzaakt door het zogenaamde ‘reservoir effect’, waarbij organismen ‘oud’ koolstof binnen krijgen vanuit reservoirs (diep zeewater, of kalksteen) met een lage C-14/C verhouding.
Dit illustreert hoe belangrijk de beginsituatie is voor de betrouwbaarheid van de methode. Als hier de onjuiste aanname gedaan wordt, rolt er een compleet verkeerde leeftijd uit. En zoals zo vaak bepaalt het paradigma ( zienswijze,model ) welke aannames er gedaan worden.
Binnen het evolutionistische paradigma is het logisch om ervan uit te gaan dat de verhouding tussen gewoon koolstof en radioactief koolstof in de atmosfeer de afgelopen honderdduizend jaar ongeveer gelijk is gebleven. Maar binnen het scheppings/zondvloedparadigma moeten hele andere aannames worden gedaan.
Een lage C-14/C verhouding vóór de zondvloed
Zoals gezegd ontstaat C-14 hoog in de atmosfeer door secundaire kosmische straling, en vervalt het weer door radioactief verval. De totale hoeveelheid C-14 is in evenwicht wanneer er per tijdseenheid evenveel C-14 wordt aangemaakt als er vervalt. Dit is een stabiel evenwicht , d.w.z. de totale hoeveelheid C-14 neigt toe of af te nemen totdat het evenwicht is bereikt. De hoeveelheid C-14 atomen is onafhankelijk van de hoeveelheid C-12, de C-14/C ratio is dat natuurlijk niet.
Als de totale hoeveelheid C-14 vóór de zondvloed in evenwicht was, zal deze hoeveelheid niet extreem verschillend zijn geweest van de hoeveelheid C-14 die zich tegenwoordig in de biosfeer bevindt. We weten echter dat de totale hoeveelheid C-12 voor de zondvloed wel veel groter was dan tegenwoordig. Dit weten we omdat we in de aardlagen dikke lagen steenkool vinden, die uit bijna alleen maar koolstof bestaan.
Al het steenkool van de hele wereld vormt een enorme hoeveelheid koolstof: de totale hoeveelheid koolstof in steenkoollagen is ruim 100 maal zo groot dan de totale hoeveelheid koolstof in de hele huidige biosfeer! Deze steenkoollagen zijn overblijfselen van plantenmateriaal dat tijdens de zondvloed bedolven is. Voor de zondvloed moet deze enorme hoeveelheid koolstof zich dus in de biosfeer bevonden hebben.
Aangezien de hoeveelheid C-14 voor de vloed niet heel erg anders was dan tegenwoordig, maar er wel ruim 100 keer zoveel C-12 was, moet de C-14/C verhouding in de biosfeer voor de zondvloed dus véél lager hebben gelegen. Dit betekent dat organismen die voor de zondvloed leefden reeds tijdens hun leven een hele lage C-14/C verhouding hadden.
Als we deze organismen zouden datering met de koolstofdateringsmethoden, zouden er dus véél te hoge leeftijden uitkomen, net zoals slak en de zeehonden die hierboven genoemd werden. Binnen het scheppingsmodel moeten er dus hele andere aannames worden gedaan over de C-14/C verhoudingen in het verleden. En het is logisch dat evolutionistische onderzoekers, die hier geen rekening mee houden wanneer ze dateringen uitvoeren, op leeftijden van meer dan 6000 jaar uitkomen.
De opbouw van een nieuw C-14/C evenwicht na de zondvloed
We kunnen dus verklaren hoe het komt dat organismen die voor de zondvloed leefden veel ouder lijken te zijn wanneer ze met de koolstofdateringsmethode gedateerd worden. Maar hetzelfde geldt voor de organismen die in de eerste eeuwen na de zondvloed leefden.
Tijdens de zondvloed werd het merendeel van het koolstof dus bedolven. Dat geldt dus ook voor het merendeel van het C-14 dat zich immers met het gewone koolstof vermengd had. Vlak na de zondvloed was de hoeveelheid C-14 in de biosfeer dus kleiner dan de evenwichtshoeveelheid. Dus begon de hoeveelheid C-14 toe te nemen, totdat het evenwicht opnieuw bereikt werd.
Dat betekent dat de C-14/C ratio na de zondvloed langzaam begon te stijgen, totdat de huidige verhouding werd bereikt. Maar voordat het nieuwe evenwicht bereikt werd, leefden organismen nog in een omgeving met relatief weinig C-14, waardoor ook de organismen die de eerste eeuwen na de zondvloed leefden veel ouder lijken te zijn dan in werkelijkheid.
De C-14/C verhouding in de biosfeer gedurende de geschiedenis. De grijze lijn geeft de evolutionistische aanname weer dat de C-14/C verhouding in het verleden altijd ongeveer hetzelfde was als tegenwoordig (met variaties die hier niet weergegeven zijn). De rode lijn geeft de aanname weer die we moeten doen binnen het scheppingsverhaal.
Het is duidelijk dat een organisme dat voor of vlak na de zondvloed leefde een hele lage C-14 concentratie had. Een evolutionistische onderzoeker die deze lage C-14/C ratio waarneemt, zou onterecht concluderen dat deze lage waarde het gevolg is van tienduizenden jaren radioactief verval van C-14, terwijl het in feite gewoon het gevolg was van een lage C-14/C verhouding in de biosfeer van die tijd.
Consistent gebruik van de radiometrische dateringsmethoden binnen het evolutieraamwerk?
Hoe komt het dat de meeste gepubliceerde dateringen mooi passen binnen het evolutionistische plaatje? Het is niet bekend in hoeverre de gepubliceerde dateringen een representatieve afspiegeling zijn van de vele dateringen die in feite worden gedaan. Wanneer wetenschappers hun onderzoeksobjecten laten dateren, hebben ze al een bepaalde verwachting over de leeftijd die deze zullen hebben. De laboratoria die de dateringen uitvoeren willen deze verwachtingen van tevoren weten, en dit speelt een rol bij de uitslag.
Vallen de dateringen anders uit dan verwacht, dan zijn er allerlei ‘redenen’ te bedenken waarom de uitslagen niet kloppen (bijvoorbeeld het reservoir effect, of dat er contaminatie heeft plaatsgevonden). Uiteindelijk worden bijna alleen ‘kloppende’ dateringen gepubliceerd.
Af en toe wordt het selectief omgaan met dateringen door de wetenschappers zelf toegegeven. Neem bijvoorbeeld deze uitspraak van R. L. Kauger (in een paper waarin kalium-argon dateringen worden besproken, maar het gaat om de mentaliteit, en dat is dus op alle dateringsmethoden toepasbaar):
In general, dates in the ‘correct ball park’ are assumed to be correct and are published, but those in disagreement with other data are seldom published nor are discrepancies fully explained. De gepubliceerde dateringen zijn dus in feite geselecteerde dateringen, hetgeen het lastig maakt te bepalen hoe vaak dateringsmethoden nou eigenlijk ‘goede’ dateringen opleveren.
Conclusie
De betrouwbaarheid van de C-14 dateringsmethode is zo goed als de betrouwbaarheid van de aannames. Aannames die binnen het evolutionistische raamwerk logisch zijn (de C-14/C verhouding is altijd ongeveer gelijk gebleven), leveren hoge leeftijden op. Aannames die binnen het creationistische raamwerk logisch zijn (de C-14/C verhouding moet vroeger veel lager hebben gelegen), leveren veel lagere leeftijden op. Een conclusie die alleen geldig is binnen het ene paradigma, vormt geen argument tegen het andere paradigma, dus de C-14 dateringsmethode levert geen doorslaggevend argument tegen een jonge aarde.
.
Goed te herkennen aan
de prachtig lichtblauwe bloemhoofdjes, die in de bladoksels staan en die bestaan uit in een vlakke cirkel gespreide lintbloemen
Algemeen
Wilde cichorei komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. In de Lage Landen is ze vrij algemeen voor komend. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, kalkhoudende grazige grond.

Bloem
Wilde cichorei bloeit in juli en augustus, soms tot de herfst, met lichtblauwe bloemen, die meestal alleen in de ochtend geopend zijn. Afhankelijk van de omstandigheden wordt de plant wordt 0,3 tot 2 m hoog. De plant is erg kwetsbaar, de stengel breekt snel, de bloemen verdragen geen regen, kou of aanraking en bij teveel warmte vallen ze af.
.
.
|
Toepassingen Als medicinale plant geneest ze maagklachten en bevordert ze de galwerking. Tot in de Tweede Wereldoorlog werd van de wortel surrogaat koffie gemaakt. Tegenwoordig vind je cichorei samen met andere ingrediënten in koffie-vervangers. Een gekweekte vorm van cichorei kennen wij als witlof. |
.
Algemeen
– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen in het rivierengebied,
– 0,3 tot 2 meter
Bloem
– lichtblauw, zelden roze of wit
– hoofdje
– juli en augustus, soms tot de herfst
– 5-tandige lintbloemen
– 2,5 tot 4,5 cm
– omwindselblaadjes met klierharen
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– langwerpig
– bochtig veervormig gespleten
– grote spitse eindlob
– bovenste :
– lancetvormig
– half stengelomvattend
– top spits
– rand gaaf of getand
– netnervig
– onderkant ruw behaard
Stengel
– rechtop
– houtig
– sterk vertakt
– verspreid ruw behaard of nagenoeg
kaal
– gegroefd
– bevat bitter melksap
zie wildebloemen
.
.

Fruit bevat veel voedingsstoffen maar de hoeveelheid voedingsstoffen verschilt per fruitsoort. Hierom is het belangrijk om verschillende fruitsoorten te eten. Het algemeen advies is om twee stuks fruit per dag te eten. Volgens onderzoeken is gebleken dat mensen die veel groente en fruit eten een lager risico hebben op kanker en hart- en vaatziekten.
Het is niet helemaal duidelijk waarom fruit zo’n invloed heeft op het menselijke lichaam maar waarschijnlijk komt het door een combinatie van verschillende stoffen. Een vitaminepil bevat ook veel vitamines en mineralen maar kan fruit niet vervangen. Hieronder de top 5 van de meest gezonde fruitsoorten. Deze lijst is gebaseerd op de lijst van fitnesser Bryan DiSanto waarbij hij overzichtelijk per fruitsoort de voedingswaarde meet.
Bramen zitten boordevol antioxidanten en mineralen. Van alle fruitsoorten scoort de braam het hoogst in calcium en zit hiernaast ook vol met magnesium en ijzer. Hierdoor zijn bramen goed voor de botten, het bloed en de spieren. Hiernaast zitten bramen ook vol met vitamine E. In 100 gram bramen zit 20% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamine E. Vitamine E speelt een rol bij de aanmaak van rode bloedcellen en het beschermt spier- en andere weefsels. Hiernaast is vitamine E ook goed voor de weerstand.
Net als bramen zitten frambozen boordevol antioxidanten. De antioxidanten in frambozen komen door ellagitannines. Dit is een looizuur-achtige stof die voor de rest in geen enkel voedingsmiddel voorkomt behalve in de aardbei en in enkele geneeskrachtige kruiden. De aardbei bevat deze stof echter in kleine hoeveelheden. Uit een onderzoek van de Universiteit van Wageningen blijkt dat ellagitannines kankerremmende eigenschappen hebben. De reden dat frambozen niet veel worden gegeten is omdat de prijs in vergelijking met andere fruitsoorten duurder is.
De guave is een sappige fruitsoort die vol met vitamine C en A zit. In guave zit meer dan vier keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamine C, dit is meer dan in een sinaasappel. Hiernaast bevat guave ook vezels, fosfor en kalium. In de guavevrucht zit zelfs vitamine B. Guave vermindert het risico op diabetes en voorkomt, door de grote hoeveelheid vezels, ook verstoppingen.
.
De aardbei is een veel voorkomende vrucht in Nederland en zit boordevol vitamine C. De aardbei behoort tot één van de grootste vitamine C bronnen in de natuur. Naast vitamine C bevat de aardbei ook foliumzuur en is hierdoor zeer geschikt voor vrouwen met een kinderwens en zwangeren. Foliumzuur voorkomt een open rug bij het ongeboren kind en bloedarmoede bij de moeder. Voor mensen die een dieet volgen is de aardbei ook een ideale fruitsoort omdat deze weinig calorieën bevat.
De cranberry is onbewerkt niet populair omdat de smaak van de cranberry erg zuur is. Desondanks is de cranberry wel heel erg gezond en hierdoor ook veel gegeten. De cranberry wordt verwerkt in producten zoals jam, azijn, wijn en sapjes. De cranberry staat dankzij de stof proanthocyanidines bekend om zijn blaasontsteking voorkomende eigenschappen.
Deze stof zorgt ervoor dat bacteriën zich moeilijk aan de blaaswand kunnen hechten en heeft hierdoor een preventieve werking. In het geval dat er al een blaasontsteking is ben je eigenlijk al te laat maar de cranberry helpt dan wel tegen verergering van de blaasontsteking. In de cranberry zitten ook de vitamines A, B en C en diverse mineralen.



