Tagarchief: Noord-Amerika

Rode Ceder : etherische olie

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Rode Ceder etherische olie

 

 

.
.

Rode Ceder etherische olie is ook bekend onder de naam Virginia Ceder en wordt gewonnen door stoomdestillatie van het hout.

.

De boom, Juniperus virginiana ofwel Rode Ceder, is een tot 30 meter hoge, groenblijvende boom met een imposante stam die een doorsnede van anderhalve meter kan bereiken en is inheems in Noord-Amerika.

De boom kan tot wel 300 jaar oud worden. Het is eigenlijk geen Cederboom maar behoort tot de Cypressen familie.

 

 

 

 

Het geurige hout heeft een fijne structuur, is insectenwerend en wordt daarom graag voor linnenkasten gebruikt. En er worden ook potloden van gemaakt.

De Amerikaanse Indianen gebruikten al een aftreksel van twijgen en bladeren voor de behandeling van slijmvliesontstekingen en luchtweginfecties.

Rode Ceder etherische olie wordt door de industrie veel verwerkt in luchtverfrissers en insectenverdrijvers.

De olie heeft een heerlijke warme, houtachtige geur waar motten en insecten dus helemaal niet van houden.

De combinatie met citronella etherische olie versterkt de afwerende werking tegen insecten.

Zelfs muizen en ratten hebben een hekel aan de geur van deze olie.

 

Voor de mens ligt de werking van deze olie meer in het vlak van de Jeneverbes dan van de Ceder.

Het verlicht bij eczeem, zweren en aambeien, is heilzaam bij spierpijn, haaruitval, spataderen en vermoeidheid.

Net als alle andere Juniperusoliën stimuleert rode ceder etherische olie de bloedsomloop.

 

 

 

 

 

 

Gebruik van rode ceder etherische olie in de aromatherapie

 

Rode ceder of virginia ceder etherische olie wordt in de aromatherapie onder meer gebruikt bij:

eczeem, psoriasis, onzuivere huid, bronchitis, slijmvlies ontsteking, jeugdpuistjes, wondjes, zweertjes, dof haar, roos, haaruitval, spierpijn, artritis, reuma, verharde spieren, vermoeide huid, afbrekende nagels, aambeien, spataderen, cellulitis, blaasontsteking, witte vloed en vermoeidheid.

 

 

Psychisch

 

Rode Ceder olie schept een vredige en harmonische sfeer en zorgt voor aarding. Geeft psychische energie en werkt kalmerend bij mensen die geestelijk overspannen of zeer nerveus zijn.

 

Je kunt Rode Ceder goed combineren met onder meer:

Sandelhout, Rozemarijn, Palmarosa, Citronella, Lavendel, Mirte, Cypres, Ravensara, Pepermunt, Patchouli, Jeneverbes, Vetiver en andere Juniperus oliën.

 

 

Contra-indicatie: niet gebruiken tijdens zwangerschap en bij borstvoeding. Kan in hoge concentraties in sommige gevallen een huidirritatie veroorzaken.

 

 

 

 

 

Gebruik van Rode Ceder/Virginia etherische olie

 

  • Gebruik in geurkaarsen, eventueel in combinatie met citronella, om muggen op een warme zomeravond te verjagen.
  • Of een paar druppels op een geursteen (ook in combinatie met citronella)  op het nachtkastje om muggen uit de buurt te houden tijdens het slapen.
  • verdampen: 6-15 druppels Rode Ceder (Ceder Virginiana) in de aromalamp houden insecten op een afstand.
  • Een tonic voor eczeem, onzuivere huid, jeugdpuistjes, wondjes en zweertjes: 20 druppels Rode Ceder olie mengen in gedestilleerd water of hamamelis- of teatree hydrolaat en hiermee iedere avond de huid deppen na het reinigen.
  • Verlichting bij spierpijn: 5 druppels Ceder Virginiana, 4 druppels Rozemarijn, 2 druppels Cajeput en 10 druppels Citroen toevoegen aan 50 ml. Jojoba olie. Met dit mengsel minimaal 1x per dag de pijnlijke plekken masseren.
  • Aambeien: meng 25 druppels Rode Ceder en 25 druppels Cypres met 50 ml. St. Janskruid-olie. Behandel hiermee de pijnlijke plaatsen.
  • Olie tegen spataderen: 20 druppels Rode Ceder, 10 druppels Citroen en 20 druppels Cypres mengen met 100 ml. zoete amandel-olie, hiermee de benen insmeren voor het slapen gaan. Niet masseren !

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Aardpeer : Helianthus tuberosus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine zonnebloem-achtige bloemenhoofdjes met
– omwindsel bladen langer dan de breedte van het omwindsel én
– de late bloeiperiode; oktober – november én
– de hoogte van de plant; tot wel 2,40 meter

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Aardpeer is een opvallende, hoge, behaarde plant van het najaar. Ze komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. In de Lage Landen is ze ingeburgerd tussen 1900 en 1924, waar ze sinds jaren dichte bestanden vormt. Ze is zeld-zaam, maar wel toenemend. Ze groeit op natte, zeer voedselrijke grond in oever ruigten en in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Aardpeer bloeit laat in de herfst; in oktober en november. De alleenstaande bloemenhoofdjes lijken wat op kleine zonnebloemen. Ze hebben gele straalbloemen. Het hart is ook geel, maar wat donkerder. Dat komt ook door de donkerbruine, bijna zwarte meeldraden, die om de stijl zitten als een kokertje. De lancetvormige omwindsel blaadjes zijn even lang als of langer dan het omwindsel breed is en ze staan geheel of gedeeltelijk af.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Volgens Heukels zijn de bovenste bladeren niet veel kleiner dan de onderste. Toch vind ik de allerbovenste bladeren wel veel kleiner. De bladeren staan verspreid langs de stengel en zijn kort behaard. Ook de stengels zijn kort behaard en rolrond, soms bovenaan gegroefd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De ondergrondse knollen van aardpeer hebben een nootachtige smaak, die zoeter wordt als het een keer gevroren heeft. Ze hebben een dunne schil, hoeven daarom niet geschild te worden. Ze kunnen zowel rauw als gekookt gegeten worden. De knollen bevatten verschillende stoffen, waardoor aardpeer toepasbaar is bij suikerziekte, prikkelbare darmsyndroom, obstipatie en diarree.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Aardpeer wordt ook wel topinamboer, knolzonnebloem of Jeruzalem-artisjok genoemd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Slipbladige rudbeckia heeft gedeelde bladeren en een kegelvormig hart. Stijve rudbeckia is geheel ruw behaard, zoals aardpeer, maar wordt half zo hoog én de bloemenhoofdjes hebben een donkerbruin hart. Stijve zonne-bloem bloeit eerder en heeft kortere omwindsel bladeren.

 

 

slipbladige rubeckia

.

 

 

stijve rubeckia

.

 

 

stijve zonnebloem

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)

– overblijvend
– zeldzaam
– 1,20 tot 2,40 meter

Bloem
– geel
– oktober en november
– hoofdje
– lang gesteeld, alleenstaand
– 4 tot 8 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand getand
– voet aflopend
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– bovenaan vertakt
– rolrond

zie wilde bloemen

 

.

 

.

 

 

 

Smalle aster : Aster lanceolatus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

.

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de op madeliefjes lijkende, witte of zacht lila bloemhoofdjes
– in een pluim-vormige bloeiwijze
– aan struik-vormige, grote bestanden vormende plant

 

.

 

.

 

 

Algemeen

 

Smalle aster is een uit Noord-Amerika afkomstige aster, die als sierplant in Europa is ingevoerd. Tegenwoordig zie je haar meer in het wild dan in siertuinen en daarom wordt ze als ingeburgerd beschouwd. Ze is plaatselijk al-gemeen voor komend in de Lage landen. Door ondergrondse uitlopers kan smalle aster zich in korte tijd sterk uitbreiden en groeit daardoor vaak in grote bestanden. Ze wordt 50 tot 120 cm hoog en groeit op natte tot vochtige, voedselrijke grond aan rivier- en kanaaloevers, en langs spoorwegen.

.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf augustus tot en met oktober. De hoofdjes staan in een pluim-vormige bloeiwijze. Ze hebben witte of licht lila gekleurde straalbloemen en in het hart gele buisbloemen. Van oudere bloemhoofdjes worden de buisbloemen rozerood.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn langwerpig, verwijderd scherp gezaagd en hebben een aflopende, soms iets geoorde voet. Ze zijn niet half stengelomvattend, zoals de bladeren van gladde aster en Nieuw-Nederlandse aster. De rand van de bovenste bladeren is nagenoeg gaaf. De blaadjes in de bloeiwijze zijn lijnvormig en aanzienlijk kleiner.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast smalle aster wordt er in flora’s en op internet ook gesproken over kleine aster (Aster tradescantii). Beide planten lijken zo sterk op elkaar dat volgens Heukels ze niet duidelijk in 2 groepen te splitsen zijn. Volgens de Flora van Weeda is kleine aster in alles wat kleiner (en dan hebben we het over millimeters) en heeft ze geen geoorde bladeren.

Twee andere asters, gladde aster (Aster laevis) en Nieuw-Nederlandse aster (Aster novi-belgii) zijn ook afkomstig uit Noord-Amerika en worden als sierplant in tuinen gekweekt. De eerste verwildert zelden, de tweede vaker.

En tot slot zijn er nog de speciaal voor de tuin gekweekte herfstasters (Aster x versicolor). Ze lijken het meest op gladde aster, maar missen de blauwgroene kleur. Ook de herfstasters verwilderen vaak vanuit tuinafval.

De verwilderde asters vormen onderling kruisingen. Omdat ze veel op elkaar lijken en door de vorming van kruisingen blijft het lastig om asters juist te determineren.

.

 

kleine aster

.

 

.

smalle aster : geen stengelomvattende bladeren, soms wel iets geoord

 

 

smalle aster

 

 

 

 

.

gladde aster : middelste en bovenste bladeren duidelijk half stengelomvattend, blauwgroen, tuinplant, zelden verwilderd

 

 

gladde aster

 

 

 

 

Nieuw-Nederlandse aster : middelste en bovenste bladeren duidelijk half stengelomvattend, niet blauwgroen, tuinplant, vaak verwilderd

 

 

Nieuw-Nederlandse aster

 

 

 

zomerfijnstraal : straalbloemen zijn talrijker en smaller dan bij de asters, staan in meerder rijen. Ook zijn de omwindselblaadjes nauwelijks wisselend in lengte en vallen daarom ook niet dakpansgewijs over elkaar heen.

 

 

zomerfijnstraal

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen tot zeldzaam
– meestal verwilderd
– 50 tot 120 cm

Bloem
– wit of zeer licht gekleurd
– vanaf augustus t/m oktober
– hoofdje
– 12 tot 20 mm
– witte straalbloemen
– gele buisbloemen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig of lancetvormig
– top spits
– rand verwijderd gezaagd
– voet aflopend, soms geoord
– veernervig

Stengel
– rechtop
– verspreid kort behaard
– soms paarsrood aangelopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

Kimberliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Kimberliet is een stollingsgesteente van magma die van grote diepte en met grote snelheid naar boven is geko-men. Hierdoor vormt het zich in karakteristieke buizen. Het gesteente is bekend vanwege het feit dat er soms na-tuurlijke diamanten in voorkomen. Kimberliet is samengesteld uit een groot aantal verschillende mineralen, waar-onder olivijn, ilmeniet, flogopiet, granaat en spinel in een matrix van o.a. serpentijn, magnetiet, calciet en apatiet. Kimberliet heeft een donkergrijze tot zwarte kleur.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Etymologie

 

Kimberliet is vernoemd naar de Kimberley-mijn in Zuid-Afrika.

.

 

 

.

 

Vindplaats

 

Kimberliet komt voor in Zuid-Afrika, Australië, Brazilië, India, Noord-Amerika en Siberië.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: varieert

dichtheid: 3,3 – 5,7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Late guldenroede : Solidago gigantea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de gele pluimen met gebogen zijtakken en
– stengels, die alleen in de bloeiwijze behaard zijn en
– bladeren zonder duidelijke zij-nerven

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Late guldenroede is een overblijvende, algemeen voorkomende plant oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Late guldenroede groeit op natte tot vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond aan rivieroevers en op onbebouwde terreinen. Ze is een echte woekeraar en vormt grote bestanden. De plant kan tot 1,50 meter hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juli tot in de herfst met kleine gele bloemhoofdjes, die in brede pluimen gerangschikt zitten. De brede pluimen hebben gebogen zijtakken. De bloemen produceren veel nectar en trekken dan ook veel insecten aan, zoals vliegen, dag- en nachtvlinders, bijen, hommels en wespen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste en bovenste bladeren zijn nagenoeg gelijk aan elkaar. Ze zijn lancetvormig, de bovenkant is kaal, de onderkant is blauwgroen en kaal of alleen behaard op de midden-nerf en aan de randen. Ze hebben niet twee duidelijke zij-nerven, zoals de bladeren van Canadese guldenroede. Alleen in de bloeiwijze is de groene of rood aangelopen stengel behaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Zowel in de kruidengeneeskunde als in de homeopathie worden alle guldenroedes gebruikt vanwege de ontstekingremmende en urine afdrijvende eigenschappen.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

late guldenroede : pluimen met gebogen zijtakken, stengel alleen behaard in de bloeiwijze, onderkant bladeren blauwgroen en kaal of alleen midden-nerf en randen behaard, alle bladeren ongeveer gelijk.

 

 

 

 

 

 

 

echte guldenroede : pluimen met korte, rechte zijtakken, onderste bladeren groter dan bovenste, op de rode lijst.

 

 

 

 

 

 

Canadese guldenroede : pluimen met gebogen zijtakken, stengel tenminste vanaf het midden behaard, onderkant bladeren groen en behaard, alle bladeren ongeveer gelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 50 tot 150 hoog

Bloem
– goudgeel
– juli tot in de herfst
– hoofdjes in pluimen
– 6 tot 8 mm
– buis- en straalbloemen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits of toegespitst
– rand gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– onderkant blauwgroen

Stengel
– rechtop
– kaal, in de bloeiwijze behaard
– soms rood aangelopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stilbiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

 

Stilbiet kan kleurloos tot wit en rozig tot rood zijn. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glas-achtige tot parelmoerglans. Stilbiet behoort tot de zeolieten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Stilbiet is afgeleid van het Griekse woord stilbe wat glans betekent.

 

 

 

 

 

apophyliet met stilbiet

 

 

 

Vindplaats

 

Stilbiet wordt o.a. gevonden in Noord-Amerika, India, Engeland en Schotland.

 

 

stilbiet uit India

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: NaCa4Al8Si28O72•30(H2O)

hardheid: 3,5 – 4

dichtheid: 2,12 – 2.22