Tagarchief: blad

Gele morgenster : Tragopogon pratensis subsp. pratensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de (licht)gele lintbloemen, die ongeveer even lang of korter zijn dan de omwindselbladen en
– de gele helmknoppen met bruinachtig zwarte top en
– het grasachtige blad

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele morgenster is een overblijvende plant van 20 tot 90 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend. Ze groeit op vochtige tot droge, matig voedselrijk, grazige grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf mei tot en met juli. De alleenstaande bloemhoofdjes bestaan uit (licht)gele, 5-tandige lintbloemen, die ongeveer even lang of korter zijn dan de omwindselbladen. De buitenste lintbloemen hebben een langer lint. De bloemhoofdjes zijn alleen in de ochtend geopend. Begin van de middag sluiten ze zich tot de volgende morgen. De stijlen zijn geel, de helmknoppen zijn geel met een bruinachtig zwarte top.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

Gele morgenster heeft grasachtig grijsgroen blad.

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

paarse morgenster : bloemhoofdjes met paarse lintbloemen, sterk verbrede stengel onder het bloemhoofdje.

oosterse morgenster : hoofdjes met goud- of oranjegele lintbloemen, die tot dubbel zo lang zijn als de omwindselbladen, helmknoppen geel met een bruinpaarse streep.

gele morgenster : hoofdjes met (licht)gele lintbloemen, die ongeveer even lang of korter zijn dan de omwindselbladen, helmknoppen geel met een bruinachtig zwarte top.

 

 

 

paarse morgenster

 

 

 

oosterse morgenster

 

 

Gele morgenster behoort tot de gele composieten met uitsluitend lintbloemen; de groep met grote of kleine paardenbloem-achtige bloemhoofdjes.

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 20 tot 90 cm

Bloem
– geel tot lichtgeel
– vanaf mei t/m juli
– hoofdje, alleenstaand
– alleen lintbloemen
– 4 tot 5 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– parallelnervig
– voet (half) stengelomvattend

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Echte koekoeksbloem : Silene flos-cuculi

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

koekoekechte-100516-348

 

 

 

Goed te herkennen aan
de helder roze, beetje rommelige bloemen met 5 kroonbladen, die in 4 slippen verdeeld zijn

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Echte koekoeksbloem is een overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend.
Je vindt echte koekoeksbloem in natte, matig voedselrijke grond in graslanden, duinvalleien en lichte loofbossen. Ook op veengrond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Echte koekoeksbloem bloeit vanaf mei tot met juli met helder roze (soms witte) bloemen, waarvan de vijf kroonbladen verdeeld zijn in vier onregelmatige slippen met twee gevorkte witte schubben aan de basis.
Door verdeling van de kroonbladen in slippen hebben de bloemen een teer, maar beetje rommelig uiterlijk.

De bloemen vormen een schermachtige bloeiwijze aan de top van de stengels. De kroonbladen worden omgeven door een roodbruine kelkbuis met 5 toegespitste, driehoekige, korte tanden en 10 uitstekende nerven.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De vertakte stengels zijn groen van kleur en ruw behaard. Onder schrale en droge omstandigheden kunnen de stengels opvallend bruin kleuren. Ze dragen smalle lancetvormige ongesteelde bladeren. Onderaan de stengel staan een aantal gesteelde, langwerpige tot spatelvormige rozetbladeren.

 

 

 

 

 

lychnis-flos-cuculi-echte-koekoeksbloem-04

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 90 cm hoog

Bloem
– helder roze (soms wit)
– vanaf mei t/m juli
– gevorkt bijscherm
– 3 tot 4 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– top spits
– rand gaaf
– enigszins ruw
– stengelblad :
– lancetvormig
– niet gesteeld
– 1 nervig
– rozetblad :
– langwerpig tot spatelvormig
– gesteeld

Stengel
– rechtop en vertakt
– behaard
– kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

De Croton, plant met een bontgekleurd blad

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

De Croton of Codiaeum komt uit de familie Crotoneae (Euphorbiaceae) in Nederland bekend als de Wolfsmelkfamilie. Deze kamerplanten komen van oorsprong uit de regio rondom Indonesië en India. Deze binnenplanten hebben mooi bont gekleurd blad. Geel, rood, oranje en zelfs paars blad.

 

 

 

avasflowers-croton-petra-planter_max

 

 

Croton onderhoud:

 

Water geven

vochtig houdenVochtig houden

 

 

De Croton dient in vochtige grond te staan, zonder dat deze uitdroogt. Omdat deze binnenplant niet veel water verbruikt is een licht vochtige grond voldoende. Regelmatig kleine hoeveelheden water per keer is beter dan in een keer heel veel. Door een vinger in de grond te steken is de vochtigheid goed te bepalen. Indien de grond droger aanvoelt geef je opnieuw water. Bij lagere temperaturen en/of minder licht (winter) verbruikt de Croton minder water, pas hier de water hoeveelheid op aan.

De hoeveelheid water is afhankelijk van onder andere de temperatuur en lichtintensiteit. Het is raadzaam om bij een nieuw aangeschafte plant, of na verplaatsing, te beginnen met kleine hoeveelheden water. Is de grond na 4 dagen nog erg nat, geef dan minder water per gietbeurt. Is de grond na 2 dagen alweer droog, geef dan meer. Door de grond regelmatig te controleren op de vochtigheid, door een vinger in de grond te steken, leer je vanzelf hoe vaak en hoeveel water de plant nodig heeft.

 

 

 

 

 

 

Sproeien

 

Regelmatig een Croton sproeien is noodzakelijk om spint te voorkomen. Hoe vaker hoe beter, maar minimaal eens per week. Wanneer is de kachel aanstaat is minimal twee keer per week raadzaam. Twee keer per jaar de plant een warme douche geven heeft ook voordelen. Dek hiervoor de grond af met huishoudfolie zodat deze niet doorweekt raakt.

Het douchen werkt preventief tegen ongedierte en verwijderd stof van de bladeren. De plant staat er niet alleen mooier bij, ook heeft de kamerplant er voordelen van. Een stofvrij blad ontvangt namelijk meer licht, waardoor de plant meer kleur krijgt.

 

 

 

 

 

 

Standplaats

 

zonnig

Zonnig

 

 

De Codiaeum ontvangt het liefst veel licht. Maar pas in het begin op met direct zonlicht. De Codiaeum wordt namelijk opgekweekt onder gefilterd licht. Indien de Codiaeum voor een raam op het zuiden komt te staan is het raadzaam 3 meter afstand te behouden. Geleidelijk kan de Codiaeum dichterbij het raam komen te staan.

Een minimum van 5 uur direct zonlicht per dag is wenselijk voor de Croton. Plaats deze kamerplanten daarom voor een raam op het oosten, westen of noorden. Bij een raam op het zuiden is een afstand van 2-3 meter van het raam aan te raden. Indien deze kamerplanten te donker staan zal er geen vers blad worden aangemaakt.

De Croton zal meer kleur krijgen indien de binnenplant lichter staat. Indien er voornamelijk donker blad aanwezig is kan de binnenplant een meter dichterbij het raam worden geplaatst.

 

 

longwood-029

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 18 °C
‘S nachts: +/- 12 °C

 

 

 

 

 

 

Verpotten

 

Verpot de Croton in de lente of direct na aanschaf. Herhaal dit wanneer de pot te klein wordt. Dit kan na een jaar, maar meestal is eens per 2 jaar voldoende. In de lente heeft verpotten de voorkeur omdat beschadigde wortels dan sneller herstellen. Plaats de binnenplant in een pot die minimaal 20% breder is dan de (oranje) kweekpot en gebruik normale potgrond.

Gebruik geen hydrokorrels op de bodem. Het stilstaande water wat zich tussen de hydrokorrels verzameld kan minder gemakkelijk door de wortels worden bereikt en gaat rotten. Een grotere pot stimuleert de groei, verhoogd de gezondheid van de plant en creëert een grotere waterbuffer omdat de grond meer vocht kan opnemen.

 

 

 

 

 

Voeding

 

De Croton bemesten in de lente en zomer, absoluut niet in de winter. De Croton is dan in rust, groeit niet en verbruikt nauwelijks voedingsstoffen. Lees de gebruiksaanwijzing voor de juiste dosering.

 

 

 

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Bij de juiste lichtintensiteit is het blad bonter van kleur. Indien het blad donkerder wordt is het verstandig de kamerplant een meter dichterbij het raam te plaatsen.

 

 

 

 

Snoeien

 

Indien de Croton te hoog wordt of je wilt meer uitlopers dan is snoeien mogelijk door de stam af te zagen. Dit kan in de lente of zomer. Het is raadzaam om vlak voor elke herfst te snoeien, zodat er meer licht de kern van de kamerplant bereikt tijdens de winter. In de lente loopt de Croton weer uit. De Croton zal gaan bloeden door het snoeien. Stop deze melkachtige witte sap met houtskoolgruis of sigaretten as.

 

 

 

 

 

Vermeerderen

 

De Croton vermeerderen kan door middel van stekken. Gebruik kopstekken van 10cm. Steek de wond in sigaretten as om de wond te dichten en haal 2/3e van het blad van het steeltje. In een vochtige grond bij temperaturen van 23 graden laten wortelen.

 

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Bloei valt zelden op bij deze kamerplanten. Het is beter de bloemen te verwijderen om energie te besparen.

 

 

 

 

 

Giftig?

 

Het sap dat vrij komt na het snoeien is irriterend. Voorkom inname. Pas ook op met kleding, de sappen kunnen namelijk vlekken geven.

 

 

 

 

 

Ziektes

 

De Croton zal last krijgen van wolluis bij tocht. Een droge lucht kan leiden tot spint. Wolluis en spint kan simpelweg verwijderd worden met een krachtige waterstraal. Ook kun je de plant extra behandelen met bestrijdingsmiddelen.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Herderstasje ; Capsella bursa-pastoris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

capsella-bursa-pastoris09-gewoon_herderstasje11-wl

 

 

 

Goed te herkennen aan

de kleine, 4-tallige, witte bloemetjes en de hartvormige vruchtjes

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Herderstasje is zeer algemeen voorkomende eenjarige plant, die bloeit van maart tot en met december met onopvallende losse trosjes witte bloemetjes. Ze wordt 5 tot 60 cm hoog. Herderstasje is een echte pioniersplant en groeit overal en nergens, als het maar zonnig is. Ze verdwijnt zodra de grond in cultuur is gebracht.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De naam heeft de plant gekregen dankzij de vorm van de vruchten, hartvormige hauwtjes die lijken een ouderwets leren tasje, dat herders vroeger bij zich droegen.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Vanuit een bladrozet groeien 1 of meerdere stevige, licht behaarde stengels. Tijdens de bloei groeit de stengel door. Net als de stengel zijn ook de stengel- en rozetbladeren behaard. Je hebt er wel een loep voor nodig om ze te zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde heeft herderstasje een goede reputatie. Ook in de traditionele Chinese geneeskunde en de Ayurveda wordt herderstasje gebruikt. Het heeft onder andere een regulerende werking op de bloeddruk en is bloedstelpend.

 

 

herderstasje

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

herderstasje : driehoekige vruchten.

vroegeling : gespleten kroonbladen en brede, platte vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

zandraket : lange, smalle, schuin afstaande vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

kleine veldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

bosveldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

klein tasjeskruid : ongelijke kroonbladen, eironde, platte, haaks afstaande vruchten, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– wit
– vanaf maart t/m december
– tros
– stervormig
– circa 5 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen, vaak wat rood   aangelopen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet en verspreid aan de stengel
– enkelvoudig
– gaafrandig tot veerdelig
– rozetbladeren lancetvormig
– stengelbladeren langwerpig,   stengelomvattend
– top spits
– voet stengelblad pijlvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– licht behaard
– nauwelijks vertakt
– rond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Gele anemoon ; Anemone ranunculoides

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen 

 

 

 

anemone-ranunculoides-gele-anemoon-02

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele, “anemoonachtige” bloemen met 5 aan de buitenkant behaarde bloemdekbladen en
– de drie, in slippen verdeelde, kort gesteelde, kransstandige stengelbladeren en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele anemoon is een overblijvende plant van 15 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, bermen en op dijken, na kap lang standhoudend. Ze is zeer zeldzaam in de Lage Landen. Ze wordt aangeplant als stinsenplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gele anemoon bloeit vanaf maart tot en met mei. De bloemen zijn alleenstaand of staan met 2 of 3 bij elkaar en hebben 5 (soms tot 8) gele, eironde bloemdekbladen, die aan de buitenkant behaard zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De drie, in een krans staande, kort gesteelde stengelbladeren zijn elk bijna tot aan de voet gedeeld in drie slippen met grof gezaagde rand. Gele anemoon heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze in groepen groeit.

 

 

 

 

 

 

veenendaal-044

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Gele anemoon is van de andere anemoon-soorten, zoals bosanemoon, blauwe anemoon en Oosterse anemoon, te onderscheiden door haar kleur.

Andere planten met gelijksoortige bloemen (qua kleur en vorm) zijn :

gewone dotterbloem > grotere bloemen, 6 (of meer) bloemdekbladen, groeit (meestal) aan het water.

boterbloemsoorten > bloemen met kelkbladen en rondere kroonbladen.

 

 

gewone dotterbloem

 

 

 

gewone boterbloem

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam of als stinsenplant
– 15 tot 25 cm

Bloem
– geel
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 (soms tot 8) bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard

Stengel
– rechtop
– bloemsteel behaard
– steel wortelbladeren kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Wit hoefblad ; Petasites albus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_2609-m-wit-hoefblad

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de ronde tot kegelvormige trossen met witte tot geelwitte bloemhoofdjes en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wit hoefblad is geen inheemse plant. Ze behoort tot de stinsenplanten en komt oorspronkelijk uit de bergen van Midden-Europa en West-Azië, is hier te koop als sierplant en wordt aangeplant in parkbossen op schaduwrijke plaatsen met vochtige, voedselrijke grond, waar ze zich lang kan handhaven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wit hoefblad is een overblijvende, geurende plant. Ze wordt 5 tot 30 cm hoog en bloeit in februari en maart met (geel)witte ronde tot kegelvormige trossen, die bestaan uit een aantal bloemhoofdjes, die op hun beurt weer samengesteld zijn uit een aantal buisbloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Wit hoefblad is net als klein en groot hoefblad een naaktbloeier; de wortel-standige bladeren verschijnen aan het einde van de bloeiperiode. Ze zijn hartvormig, van onderen blijvend grijs-viltig en uitgegroeid tot 30 cm in doorsnee. Door de kruipende wortelstok breidt wit hoefblad zich uit en groeit ze in groepen.

 

 

petalbus5

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Groot en wit hoefblad lijken op elkaar. Beiden hebben een ronde tot kegelvormige bloeiwijze en opvallend grote bladeren, die pas na de bloei verschijnen. Ze verschillen in de kleur van de bloemen; groot hoefblad is roze, wit hoefblad is wit tot gelig. Daarnaast bloeit wit hoefblad eerder dan groot hoefblad.

 

 

groot hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– voorkomend in parkbossen, soms
lang standhoudend
– 5 tot 30 cm

Bloem
– (geel)wit
– februari en maart
– ronde tot kegelvormige trossen
– buisbloem
– hoofdje circa 2,5 cm

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– top rond
– rand onregelmatig getand
– voet hartvormig
– hand- en netnervig

Stengel
– rechtop
– met bleke, smalle schutbladen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria