Tagarchief: bloemen

De raad van een Maya-priester

Standaard

categorie : religie

 

 

.

mayan-priest-copy (1)

.

 

 

De raad van een Maya -priester

 

Het geloof, door onze voorouders overgeleverd,
is voor ons een groot goed.
Wanneer wij onze Maya-tradities vergeten,
ontstaat er een barst in het gelaat van de zon.

Laten wij bidden tot God om veel kracht.
Onze tradities zijn prachtige bloemen,
die God liet bloeien met hel rode kleur.
Daarna zijn wij de kerk in gedreven,
heeft men ons gelaat bedekt.
Onze eigen bloemen, onze eigen tradities,
daar is het ons om te doen.

Overal staan tegenwoordig kerken.
Vaak worden wij beledigd
door wie onze tradities niet kennen.
Zij vergelijken ons met dieren.

Ook wijzelf gaan niet vrijuit,
omdat wij ons geloof zijn kwijt geraakt.
De eerbied van vroeger is verloren gegaan.
Daarom zijn er zoveel ziekten,
daarom doet ons lichaam pijn.

De woorden van het Onze Vader zijn mooi:
“Onze Vader, u bent in de hemel.
Kom naar ons toe, op deze dierbare aarde.
Laat alles geschieden volgens uw wil,
en niet zoals wij het verlangen.”
De woorden zijn prachtig,
maar er wordt niet naar geleefd.

Ons lichaam is gevormd uit maïs.
Wij zijn slechts een voor in Moeder Aarde,
wij zijn een schamel stukje grond.
Ons bestaan op deze wereld doet pijn.

Wees blij als er een ritueel wordt uitgevoerd,
want God zelf daalt naar ons af,
heel stil, als in een doodstille nacht.
Hij is de Heer van de maïs,
de ziel van de gele en de witte kolven.

U allen druk ik op het hart:
wordt niet moe ons geloof te beleven.
Het Maya-geloof is geen zaak van een ogenblik,
van een dag, twee dagen of een maand.

Er zijn mensen die enkel aan God denken
wanneer er moeilijkheden zijn.
Als er iemand ziek is zeggen zij:
“Laten we een ritueel uitvoeren.”
Dat doet mij verdriet, dat doet mij pijn.
Daarom zeg ik: “Houd ons geloof in ere.”

Bid dagelijks tot God,
bid steeds in naam van Hart van de Hemel,
Hart van de Aarde.
Dank zij God is er goedheid,
veel welzijn en veel vreugde.

Vergeet ons geloof niet.
Houd de Maya-tradities steeds voor ogen,
vertel ze door aan uw kinderen.
Laat die ernaar luisteren,
op de aarde geknield.
Hun leven moet nog beginnen.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria

Onkruid soorten in ons land – letter T en V

Standaard

Categorie:  Kamerplanten en bloemen

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Tandzaad (Compositae)

 

Het geslacht Tandzaad telt ongeveer 200 soorten, de meeste in Amerika. Zij behoren tot de grootste familie der bloeiende planten, de Compositae of Samengesteldbloemigen. Zoals de naam al aangeeft is datgene wat men voor een bloem aanziet bij deze familie in feite een verzameling heel kleine bloemetjes. Deze zijn gezamenlijk op een bloembodem ingeplant en zien er samen vaak als een ‘gewone’ bloem uit. Wat op het eerste gezicht een normale bloem lijkt is dus in feite een complete bloeiwijze. Deze wordt bij de Samengesteldbloemigen een bloemhoofdje genoemd.

Soms zijn de bloemhoofdjes bolrond, zoals we dat van Distels kennen. Ook bij het geslacht Tandzaad komt dit voor. In ons land zijn vier soorten van dit geslacht in de loop der jaren plaatselijk algemeen geworden, vrijwel altijd op voedselrijke plaatsen langs waterkanten.

De meest algemene soort in ons land is DRIEDELIG TANDZAAD (Bidens tripartitus), een van 3-90 cm hoge, eenjarige plant met rechtopstaande bloemhoofdjes. De vruchtjes hebben 2-4 naalden die met weerhaakjes zijn bezet, waardoor de vruchtjes gemakkelijk door mens en dier verspreid kunnen worden.

 

 

 

 

 

 

 

Dat geldt ook voor de volgende soort, ZWART TANDZAAD (Bidens frondosus), een eveneens eenjarige plant met oranje-gele bloemhoofdjes. De plant wordt 30 cm tot 1 m hoog. De samengestelde bladeren bestaan uit 3-5 delen. Komt vooral voor langs rivieren en kanalen.

 

 

 

 

 

 

 

De andere twee soorten, Knikkend tandzaad (B. cernuus) en Vergroeidbladig tandzaad (B. connatus) zijn vaak moeilijk te onderscheiden van de twee reeds genoemde soorten.

 

 

Vergeet-mij-nietje (Boraginaceae)

 

Het VERGEET-MIJ-NIETJE (Myosotis arvensis) is geen erg lastig onkruid, ook al heeft het de neiging zich ongemerkt in de tuin te vestigen. De plant kan zich nogal snel verbreiden, doordat ieder exemplaar ongeveer 700 zaden produceert. De planten zijn echter gemakkelijk door wieden in bedwang te houden. De helderblauwe bloemen van 5 mm doorsnee met vijf bloemblaadjes en een geel oog maken de plant gemakkelijk te herkennen. Ze staan afwisselend, op korte steeltjes, aan het bovenste deel van de lang behaarde stengels.

Vóór de bloei zijn de stengels aan het eind naar binnen opgerold. De bloeitijd is van mei tot in de herfst. De onderste bladeren zijn gesteeld en rondachtig-ovaal: ze vormen een rozet aan de basis; de stengel-bladeren groeien afwisselend en zijn lancetvormig en stengelomvattend. Alle bladeren zijn aan weerszijden behaard. Het vergeet-mij-nietje is een eenjarige plant van 120 tot 60 cm hoogte. Algemeen voorkomend in praktisch geheel Europa, Noord- en Midden-Azië en Noord-Amerika. In ons land vooral op bebouwde zandgrond die rijk is aan humus in lichte bossen en langs wegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vetmuur (Caryophyllaceae)

 

LIGGENDE VETMUUR (Sagina procumbens) vormt een dichte rozet van lijnvormige blaadjes die 5-12 mm lang zijn en zich aan de top tot een stekelpuntje vernauwen. Uit de rozet komen liggende stengeltjes tevoorschijn met nog kleinere blaadjes, die in groepjes tegenover elkaar staan. Uit iedere groep blaadjes ontspringt een naar verhouding lange bloemsteel met een heel klein wit bloempje, dat vier bloemblaadjes bezig. Soms zijn de bloemblaadjes afwezig en zijn er alleen de vier grotere, groene kelkblaadjes. Dit onkruid komt voor in geheel Europa en in delen van Noord-Amerika. Bij ons zeer algemeen op zandgrond, tussen straatstenen, op muren en dergelijke. De bloemen verschijnen van mei tot september en bestuiven zichzelf.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vroegeling (Cruciferae)

 

Vroegeling (Erophila verna) is een heel klein rozetplantje dat zijn witte bloemetjes al vroeg in het jaar laat zien (februari-mei). De grootste hoogte die het plantje bereikt is 15 cm; soms is het niet hoger dan 3 cm. De bloemblaadjes zijn, zoals altijd bij de Kruisbloemenfamilie, vier in getal, maar ze zijn zo diep ingesneden dat het lijkt alsof het er acht zijn. De bladeren zijn spatelvormig tot lancetvormig, behaard en met of zonder getande randen. Uit het centrum van de rozet ontstaan verscheidene stengeltjes, die ieder een bloeiwijze dragen. Zoals de naam al zegt is Vroegeling een van de vroegst bloeiende wilde plantjes; het is een vormenrijke soort die voorkomt in geheel Europa, in Noord-Amerika, Noord-Afrika en Noord-Azië. Bij ons algemeen (en soms massaal voorkomend) op open, zandige terreinen, langs wegen, in parken en in de duinen. Ook op veengrond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onkruid soorten in ons land – letter S

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

 

De Schermbloemigen met fijn verdeelde bladeren (Umbelliferae)

 

Deze schermbloemigen vormen een charmante groep planten, die op hun mooist uitkomen wanneer ze in de wegberm of op een dijk groeien waar ze uitsteken boven de andere begroeiing. Fluitenkruid heeft niet voor niets de bijnaam ‘Hollands kant’. Zelfs wanneer deze planten de tuin binnendringen hoeft men dat niet te betreuren. Hun diep uit de grond voedsel halende penwortels brengen namelijk waardevolle mineralen naar boven waardoor die ook voor ondiep wortelende planten ter beschikking komen. Zorg er echter wel voor dat deze onkruiden niet tot zaadvorming komen: Wilde peen bijvoorbeeld brengt per plant ongeveer 4000 zaden voort en 4000 penen is wel wat veel van het goede.

 

 

Fluitekruid

 

FLUITEKRUID (Anthriscus sylvestris) is een overblijvende plant van 0,60 tot 1,50 meter hoog, met wijd vertakte ondergrondse stengels, die binnen korte tijd een flink stuk grond in beslag kunnen nemen. De zachte, heldergroene bladeren staan afwisselend, zijn tot 30 cm lang en 2-3 maal geveerd met ruw gezaagde randen. Ze komen tevoorschijn uit gegroefde scheden op de holle, eveneens van groeven voorziene stengels, die aan de onderkant donzig behaard zijn en aan de bovenkant kaal. De bloeiwijze is een eindstandig, samengesteld scherm met kleine witte bloemen die vijf bloemblaadjes hebben. De vruchtjes zijn langwerpig, kaal en zwart, met twee snavels aan de top.

Fluitekruid is inheems in Europa, Noord-Azië en Noord-Afrika. In ons land een zeer algemene verschijning op grazige, vochtige plaatsen, langs wegen en dijken en in vochtige loofbossen. De bloeitijd is mei-juni.

 

 

 

fluitekruid

 

 

 

 

 

Hondspeterselie

 

HONDSPETERSELIE (Aethusa cynapium) is een vertakte, eenjarige plant, die een grote variatie in afmetingen vertoont: gewoonlijk is hij tussen 30 en 90 cm hoog, maar er zijn ook exemplaren bekend van 3 cm hoog en andere die wel 2 meter bereiken! De holle stengels zijn blauwachtig van kleur en voorzien van fijne ribbels; de bladeren staan afwisselend en hebben een donkergroene kleur; ze zijn niet zo fijn verdeeld als bij de voorgaande soort. Ook hier staan de bloemen in samengestelde schermen, maar deze zijn minder dicht; aan de onderkant zitten omwindseltjes met drie tot vier bladeren.

De bloemen verschijnen van juni tot in de herfst. Wanneer de vruchtjes rijp worden buigen de steeltjes zich naar beneden terwijl de vruchtjes zelf rechtop staan. Ze zijn eivormig en geribbeld, zonder snavels. Alle delen van de plant zijn giftig. Er zijn vergiftigingen bekend in gevallen dat de bladeren waren aangezien voor die van gewone peterselie en de wortels voor jonge raapjes of radijzen. Hoewel dieren de planten weigeren te eten vanwege de onaangename geur, eten zij ze wèl wanneer de planten in hooi verwerkt zijn. Door het drogen zijn de giftige eigenschappen dan verdwenen. Hondspeterselie komt voor in de meeste delen van Europa en is in ons land algemeen langs wegen, op bouwland, in moestuinen en dergelijke.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Peen

 

PEEN (Daucus carota) is een tweejarige plant die 30 tot 90 cm hoog wordt. De slanke stengels staan rechtop en zijn vertakt; ze zijn hol, geribbeld, en borstelig behaard. De fijne verdeling van de afwisselend staande bladeren doet de plant eruit zien alsof hij gemaakt is van kant. De kleine witte bloempjes zitten in dichte, samengestelde schermen, die aan de voet een groot aantal schutblaadjes bezitten. Het middelste bloemetjes in het scherm is vaak rood of paars.

Na de bloei krommen de stelen van het scherm zich naar boven, waardoor als het ware een vogelnestje ontstaat. De vruchtjes zijn langwerpig, met en afgeplatte en een geribbelde, borstelige zijde. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst en het verspreidingsgebied omvat geheel Europa en een groot deel van Noord-Amerika. In ons land algemeen op grazige plaatsen, langs dijken en wegen. Dit is de stamvorm van de gekweekte peen.

 

 

 

 

 

 

 

Spurrie (Caryophyllaceae)

 

GEWONE SPURRIE (Spergula arvensis) lijkt wel wat op Kleefkruid. Hij heeft dezelfde manier van groeien en dezelfde kleverige stengels met de bladeren in kransen. Maar terwijl bij Kleefkruid de bladeren lancetvormig zijn, zijn die van Gewone spurrie lijnvormig. De rangschikking van de bloemen is ook anders, ze staan eindstandig in open groepjes; de vijf bloemblaadje zijn wit. De bloeiperiode loopt van april tot in de herfst. Deze eenjarige plant wordt 15 tot 30 cm hoog. Het verspreidingsgebied omvat geheel Europa. In ons land algemeen op zandgrond; wordt ook gekweekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Anthurium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Anthurium

 

De naam Anthurium stamt uit het Grieks. Anthos betekent “bloei” en oura “staart”. Deze benaming dankt zij aan haar bijzondere bloeiwijze.Anthuriums kwamen in de negentiende eeuw in de mode als woonplant, mede door hun opvallende uitstraling.De Anthurium behoort tot de familie van de Araceae, ofwel de aronskelkachtigen.

.

.

 

anthurium

 

 

 

Anthurium_WHITE_HEART(3)_(Small)

 

 

 

anthurium_purple_0198

 

 

 

De Anthurium

 

Anthurium is een groot plantengeslacht uit tropisch Amerika dat bestaat uit 600 soorten. Het geslacht behoort tot de aronskelkfamilie. Deze planten hebben weinig wortels. De stengels zijn 15-30 cm lang. De bladeren hebben meestal bladstelen, maar er zijn ook typen die een bladrozet maken.

De bloemen zijn ongeveer 3 mm en groeien op een vlezige bloeikolf met een schutblad eromheen. De bloemen kunnen verschillende kleuren hebben. De meeste soorten hebben een weinig opvallend schutblad dat groen tot zwart van kleur is. Sommige soorten zijn echter voorzien van fel gekleurde schutbladen: donkergroen tot wit, roze, oranje tot helrood en paars.

Deze kleur kan veranderen naargelang het bloemstadium. De vruchten zijn bessen die uitgroeien op een vruchtentak. Met name de lakanthurium  en de flamingoplant worden in de handel aangeboden als potplant of als snijbloem. De talloze hybriden zijn goed bestand tegen droge kamerlucht en garanderen een rijke en langdurige bloei.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een glimmende kamerplant

 

De Anthurium is al jaren gegeerd door plantenliefhebbers. Deze geliefde kamerplant maakt met zijn glimmende groene blad, gekleurde schutbladeren een diepe indruk op iedereen die van planten houdt. Een witte Anthurium zorgt voor een serene look, terwijl felgekleurde soorten een levendige uitstraling hebben. Omdat de plant in elk interieur past, wordt ze veel als cadeau gegeven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit de tropische regenwouden

 

Midden de 19de eeuw vond de Oostenrijkse arts en botanicus Dr. Karl van Scherzer de eerste soort Anthurium.De tweede werd rond dezelfde periode door Eduard Francois Andre ontdekt in het Andesgebergte in Colombia en Ecuador. Hij vernoemde deze plant ook naar zichzelf. Ondertussen kennen we meer dan 500 soorten Anthuriums.

 

Plaats: De Anthurium houdt van een lichte plek, maar niet van direct zonlicht.

Water: Geef één tot twee keer per week wat lauw water. De potkluit mag niet helemaal droog zijn, maar moet vochtig blijven. Als de plant te nat staat, is de grond zwart in plaats van bruin en giet je beter wat minder.

Verzorging: Hij vindt het prettig om af en toe besproeid te worden. De Anthurium geeft nieuwe bloemen en bladeren nadat de oude bladeren en bloemen verkleuren. Gele bladeren en verdorde bloemen kun je dan weghalen. Glimt het blad mooi? Dan is hij helemaal tevreden.

Temperatuur
Niet winterhard. Warm houden in de zomer, iets koeler in de winter, nooit onder 18 C.

Info:

  • De Anthurium doet het als snijbloem ook heel goed in boeketten.
  • Het gekleurde schutblad van de Anthurium wordt vaak ten onrechte aangezien voor de bloem. De echte bloemetjes van de plant groeien op de kolf en bestaan uit kleine bobbeltjes.

 

 

Anthurium8

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?

ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De bananenplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Bananenplant :  verzorging & onderhoud

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dwarf Cavendish

 

 

 

 

 

 

 

Dwarf Cavendish

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA