Tagarchief: bloemen

Onkruid soorten in ons land – letter T en V

Standaard

Categorie:  Kamerplanten en bloemen

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Tandzaad (Compositae)

 

Het geslacht Tandzaad telt ongeveer 200 soorten, de meeste in Amerika. Zij behoren tot de grootste familie der bloeiende planten, de Compositae of Samengesteldbloemigen. Zoals de naam al aangeeft is datgene wat men voor een bloem aanziet bij deze familie in feite een verzameling heel kleine bloemetjes. Deze zijn gezamenlijk op een bloembodem ingeplant en zien er samen vaak als een ‘gewone’ bloem uit. Wat op het eerste gezicht een normale bloem lijkt is dus in feite een complete bloeiwijze. Deze wordt bij de Samengesteldbloemigen een bloemhoofdje genoemd.

Soms zijn de bloemhoofdjes bolrond, zoals we dat van Distels kennen. Ook bij het geslacht Tandzaad komt dit voor. In ons land zijn vier soorten van dit geslacht in de loop der jaren plaatselijk algemeen geworden, vrijwel altijd op voedselrijke plaatsen langs waterkanten.

De meest algemene soort in ons land is DRIEDELIG TANDZAAD (Bidens tripartitus), een van 3-90 cm hoge, eenjarige plant met rechtopstaande bloemhoofdjes. De vruchtjes hebben 2-4 naalden die met weerhaakjes zijn bezet, waardoor de vruchtjes gemakkelijk door mens en dier verspreid kunnen worden.

 

 

 

 

 

 

 

Dat geldt ook voor de volgende soort, ZWART TANDZAAD (Bidens frondosus), een eveneens eenjarige plant met oranje-gele bloemhoofdjes. De plant wordt 30 cm tot 1 m hoog. De samengestelde bladeren bestaan uit 3-5 delen. Komt vooral voor langs rivieren en kanalen.

 

 

 

 

 

 

 

De andere twee soorten, Knikkend tandzaad (B. cernuus) en Vergroeidbladig tandzaad (B. connatus) zijn vaak moeilijk te onderscheiden van de twee reeds genoemde soorten.

 

 

Vergeet-mij-nietje (Boraginaceae)

 

Het VERGEET-MIJ-NIETJE (Myosotis arvensis) is geen erg lastig onkruid, ook al heeft het de neiging zich ongemerkt in de tuin te vestigen. De plant kan zich nogal snel verbreiden, doordat ieder exemplaar ongeveer 700 zaden produceert. De planten zijn echter gemakkelijk door wieden in bedwang te houden. De helderblauwe bloemen van 5 mm doorsnee met vijf bloemblaadjes en een geel oog maken de plant gemakkelijk te herkennen. Ze staan afwisselend, op korte steeltjes, aan het bovenste deel van de lang behaarde stengels.

Vóór de bloei zijn de stengels aan het eind naar binnen opgerold. De bloeitijd is van mei tot in de herfst. De onderste bladeren zijn gesteeld en rondachtig-ovaal: ze vormen een rozet aan de basis; de stengel-bladeren groeien afwisselend en zijn lancetvormig en stengelomvattend. Alle bladeren zijn aan weerszijden behaard. Het vergeet-mij-nietje is een eenjarige plant van 120 tot 60 cm hoogte. Algemeen voorkomend in praktisch geheel Europa, Noord- en Midden-Azië en Noord-Amerika. In ons land vooral op bebouwde zandgrond die rijk is aan humus in lichte bossen en langs wegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vetmuur (Caryophyllaceae)

 

LIGGENDE VETMUUR (Sagina procumbens) vormt een dichte rozet van lijnvormige blaadjes die 5-12 mm lang zijn en zich aan de top tot een stekelpuntje vernauwen. Uit de rozet komen liggende stengeltjes tevoorschijn met nog kleinere blaadjes, die in groepjes tegenover elkaar staan. Uit iedere groep blaadjes ontspringt een naar verhouding lange bloemsteel met een heel klein wit bloempje, dat vier bloemblaadjes bezig. Soms zijn de bloemblaadjes afwezig en zijn er alleen de vier grotere, groene kelkblaadjes. Dit onkruid komt voor in geheel Europa en in delen van Noord-Amerika. Bij ons zeer algemeen op zandgrond, tussen straatstenen, op muren en dergelijke. De bloemen verschijnen van mei tot september en bestuiven zichzelf.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vroegeling (Cruciferae)

 

Vroegeling (Erophila verna) is een heel klein rozetplantje dat zijn witte bloemetjes al vroeg in het jaar laat zien (februari-mei). De grootste hoogte die het plantje bereikt is 15 cm; soms is het niet hoger dan 3 cm. De bloemblaadjes zijn, zoals altijd bij de Kruisbloemenfamilie, vier in getal, maar ze zijn zo diep ingesneden dat het lijkt alsof het er acht zijn. De bladeren zijn spatelvormig tot lancetvormig, behaard en met of zonder getande randen. Uit het centrum van de rozet ontstaan verscheidene stengeltjes, die ieder een bloeiwijze dragen. Zoals de naam al zegt is Vroegeling een van de vroegst bloeiende wilde plantjes; het is een vormenrijke soort die voorkomt in geheel Europa, in Noord-Amerika, Noord-Afrika en Noord-Azië. Bij ons algemeen (en soms massaal voorkomend) op open, zandige terreinen, langs wegen, in parken en in de duinen. Ook op veengrond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onkruid soorten in ons land – letter S

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

 

De Schermbloemigen met fijn verdeelde bladeren (Umbelliferae)

 

Deze schermbloemigen vormen een charmante groep planten, die op hun mooist uitkomen wanneer ze in de wegberm of op een dijk groeien waar ze uitsteken boven de andere begroeiing. Fluitenkruid heeft niet voor niets de bijnaam ‘Hollands kant’. Zelfs wanneer deze planten de tuin binnendringen hoeft men dat niet te betreuren. Hun diep uit de grond voedsel halende penwortels brengen namelijk waardevolle mineralen naar boven waardoor die ook voor ondiep wortelende planten ter beschikking komen. Zorg er echter wel voor dat deze onkruiden niet tot zaadvorming komen: Wilde peen bijvoorbeeld brengt per plant ongeveer 4000 zaden voort en 4000 penen is wel wat veel van het goede.

 

 

Fluitekruid

 

FLUITEKRUID (Anthriscus sylvestris) is een overblijvende plant van 0,60 tot 1,50 meter hoog, met wijd vertakte ondergrondse stengels, die binnen korte tijd een flink stuk grond in beslag kunnen nemen. De zachte, heldergroene bladeren staan afwisselend, zijn tot 30 cm lang en 2-3 maal geveerd met ruw gezaagde randen. Ze komen tevoorschijn uit gegroefde scheden op de holle, eveneens van groeven voorziene stengels, die aan de onderkant donzig behaard zijn en aan de bovenkant kaal. De bloeiwijze is een eindstandig, samengesteld scherm met kleine witte bloemen die vijf bloemblaadjes hebben. De vruchtjes zijn langwerpig, kaal en zwart, met twee snavels aan de top.

Fluitekruid is inheems in Europa, Noord-Azië en Noord-Afrika. In ons land een zeer algemene verschijning op grazige, vochtige plaatsen, langs wegen en dijken en in vochtige loofbossen. De bloeitijd is mei-juni.

 

 

 

fluitekruid

 

 

 

 

 

Hondspeterselie

 

HONDSPETERSELIE (Aethusa cynapium) is een vertakte, eenjarige plant, die een grote variatie in afmetingen vertoont: gewoonlijk is hij tussen 30 en 90 cm hoog, maar er zijn ook exemplaren bekend van 3 cm hoog en andere die wel 2 meter bereiken! De holle stengels zijn blauwachtig van kleur en voorzien van fijne ribbels; de bladeren staan afwisselend en hebben een donkergroene kleur; ze zijn niet zo fijn verdeeld als bij de voorgaande soort. Ook hier staan de bloemen in samengestelde schermen, maar deze zijn minder dicht; aan de onderkant zitten omwindseltjes met drie tot vier bladeren.

De bloemen verschijnen van juni tot in de herfst. Wanneer de vruchtjes rijp worden buigen de steeltjes zich naar beneden terwijl de vruchtjes zelf rechtop staan. Ze zijn eivormig en geribbeld, zonder snavels. Alle delen van de plant zijn giftig. Er zijn vergiftigingen bekend in gevallen dat de bladeren waren aangezien voor die van gewone peterselie en de wortels voor jonge raapjes of radijzen. Hoewel dieren de planten weigeren te eten vanwege de onaangename geur, eten zij ze wèl wanneer de planten in hooi verwerkt zijn. Door het drogen zijn de giftige eigenschappen dan verdwenen. Hondspeterselie komt voor in de meeste delen van Europa en is in ons land algemeen langs wegen, op bouwland, in moestuinen en dergelijke.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Peen

 

PEEN (Daucus carota) is een tweejarige plant die 30 tot 90 cm hoog wordt. De slanke stengels staan rechtop en zijn vertakt; ze zijn hol, geribbeld, en borstelig behaard. De fijne verdeling van de afwisselend staande bladeren doet de plant eruit zien alsof hij gemaakt is van kant. De kleine witte bloempjes zitten in dichte, samengestelde schermen, die aan de voet een groot aantal schutblaadjes bezitten. Het middelste bloemetjes in het scherm is vaak rood of paars.

Na de bloei krommen de stelen van het scherm zich naar boven, waardoor als het ware een vogelnestje ontstaat. De vruchtjes zijn langwerpig, met en afgeplatte en een geribbelde, borstelige zijde. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst en het verspreidingsgebied omvat geheel Europa en een groot deel van Noord-Amerika. In ons land algemeen op grazige plaatsen, langs dijken en wegen. Dit is de stamvorm van de gekweekte peen.

 

 

 

 

 

 

 

Spurrie (Caryophyllaceae)

 

GEWONE SPURRIE (Spergula arvensis) lijkt wel wat op Kleefkruid. Hij heeft dezelfde manier van groeien en dezelfde kleverige stengels met de bladeren in kransen. Maar terwijl bij Kleefkruid de bladeren lancetvormig zijn, zijn die van Gewone spurrie lijnvormig. De rangschikking van de bloemen is ook anders, ze staan eindstandig in open groepjes; de vijf bloemblaadje zijn wit. De bloeiperiode loopt van april tot in de herfst. Deze eenjarige plant wordt 15 tot 30 cm hoog. Het verspreidingsgebied omvat geheel Europa. In ons land algemeen op zandgrond; wordt ook gekweekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Anthurium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Anthurium

 

De naam Anthurium stamt uit het Grieks. Anthos betekent “bloei” en oura “staart”. Deze benaming dankt zij aan haar bijzondere bloeiwijze.Anthuriums kwamen in de negentiende eeuw in de mode als woonplant, mede door hun opvallende uitstraling.De Anthurium behoort tot de familie van de Araceae, ofwel de aronskelkachtigen.

.

.

 

anthurium

 

 

 

Anthurium_WHITE_HEART(3)_(Small)

 

 

 

anthurium_purple_0198

 

 

 

De Anthurium

 

Anthurium is een groot plantengeslacht uit tropisch Amerika dat bestaat uit 600 soorten. Het geslacht behoort tot de aronskelkfamilie. Deze planten hebben weinig wortels. De stengels zijn 15-30 cm lang. De bladeren hebben meestal bladstelen, maar er zijn ook typen die een bladrozet maken.

De bloemen zijn ongeveer 3 mm en groeien op een vlezige bloeikolf met een schutblad eromheen. De bloemen kunnen verschillende kleuren hebben. De meeste soorten hebben een weinig opvallend schutblad dat groen tot zwart van kleur is. Sommige soorten zijn echter voorzien van fel gekleurde schutbladen: donkergroen tot wit, roze, oranje tot helrood en paars.

Deze kleur kan veranderen naargelang het bloemstadium. De vruchten zijn bessen die uitgroeien op een vruchtentak. Met name de lakanthurium  en de flamingoplant worden in de handel aangeboden als potplant of als snijbloem. De talloze hybriden zijn goed bestand tegen droge kamerlucht en garanderen een rijke en langdurige bloei.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een glimmende kamerplant

 

De Anthurium is al jaren gegeerd door plantenliefhebbers. Deze geliefde kamerplant maakt met zijn glimmende groene blad, gekleurde schutbladeren een diepe indruk op iedereen die van planten houdt. Een witte Anthurium zorgt voor een serene look, terwijl felgekleurde soorten een levendige uitstraling hebben. Omdat de plant in elk interieur past, wordt ze veel als cadeau gegeven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit de tropische regenwouden

 

Midden de 19de eeuw vond de Oostenrijkse arts en botanicus Dr. Karl van Scherzer de eerste soort Anthurium.De tweede werd rond dezelfde periode door Eduard Francois Andre ontdekt in het Andesgebergte in Colombia en Ecuador. Hij vernoemde deze plant ook naar zichzelf. Ondertussen kennen we meer dan 500 soorten Anthuriums.

 

Plaats: De Anthurium houdt van een lichte plek, maar niet van direct zonlicht.

Water: Geef één tot twee keer per week wat lauw water. De potkluit mag niet helemaal droog zijn, maar moet vochtig blijven. Als de plant te nat staat, is de grond zwart in plaats van bruin en giet je beter wat minder.

Verzorging: Hij vindt het prettig om af en toe besproeid te worden. De Anthurium geeft nieuwe bloemen en bladeren nadat de oude bladeren en bloemen verkleuren. Gele bladeren en verdorde bloemen kun je dan weghalen. Glimt het blad mooi? Dan is hij helemaal tevreden.

Temperatuur
Niet winterhard. Warm houden in de zomer, iets koeler in de winter, nooit onder 18 C.

Info:

  • De Anthurium doet het als snijbloem ook heel goed in boeketten.
  • Het gekleurde schutblad van de Anthurium wordt vaak ten onrechte aangezien voor de bloem. De echte bloemetjes van de plant groeien op de kolf en bestaan uit kleine bobbeltjes.

 

 

Anthurium8

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?

ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De bananenplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Bananenplant :  verzorging & onderhoud

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dwarf Cavendish

 

 

 

 

 

 

 

Dwarf Cavendish

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Bismarckia : een zeldzame palm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen 

 

 

 

De Bismarckia Nobilis is een moeilijke palm, maar wel een echte eyecatcher vanwege zijn unieke grijze kleur. Van oorsprong komt deze prachtige palm uit het binnenland van Madagaskar. De Bismarckia Nobilis is een redelijk zeldzame palm en dat is terug te zien in de prijs.

 

 

Bismarckia_nobilis_220

 

 

 

Bismarckia Nobilis onderhoud

 

 

Water geven

 

vochtig houdenVochtig houden

 

 

Bismarckia is gevoelig voor een onregelmatige watergift. Zowel te droog als te nat beschadigt al snel de wortels. De potgrond dient altijd vochtig te blijven, zonder dat de wortels in natte grond staan. Geef daarom regelmatig water. Bijvoorbeeld 2x per week in de winter en 3x per week in de zomer. Het is beter om regelmatig kleine beetjes te geven dan in een keer heel veel.

De hoeveelheid water is afhankelijk van verschillende factoren zoals standplaats en grootte van de palm. Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na 4 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder per gietbeurt. Dit controleer je door een vinger in de grond te steken. Bij een nieuwe binnenplant is het verstandig om dit regelmatig te doen. Na enkele keren water geven leer je hoeveel en hoe vaak jouw Bismarckia nodig heeft.

.

 

 

 

 

Sproeien

 

De Bismarckia sproeien is niet noodzakelijk. Maar zeker een aanrader. Sproeien is namelijk een prima middel om droge lucht te compenseren. Dit zal de gezondheid van de palm ten goede komen.

.

 

 

Standplaats

.

zonnig

Zonnig

.

De Bismarckia staat het liefst op de meest zonnige plaats van de woonkamer. Ook in de tuin kan de Bismarkcia in de volle zon worden geplaatst, mits de temperatuur dit toelaat. Het is echter van belang de palm aan het directe zonlicht te laten wennen. Dit kan je doen door de plant elke week iets dichterbij het raam te plaatsen. Buiten kan je de plant eerst in de schaduw plaatsen. Vervolgens geef je geleidelijk de palm meer zon uren. Nieuw blad wat opgroeid in direct zonlicht is hier beter tegen bestand.

Te weinig direct zonlicht zal de groei afremmen. Ook gaan de bladeren meer hangen bij een gebrek aan licht. Een Bismarckia is daarom ook niet geschikt voor een raam op het noorden. Zorg ervoor dat de plant minimaal voorzien is van 5 uur direct zonlicht.

 

 

Minimale temperatuur

.

Overdag: +/- 14 °C
‘S nachts: +/- 8 °C

 

 

 

 

 

Verpotten

 

Verpot de palm eens per 2 jaar. De Bismarckia Nobilis heeft zwakke wortels. Wees daarom voorzichtig met het potten. Verpotten kan direct na aanschaf, maar geeft de voorkeur in de lente. Wortels groeien in deze periode namelijk het snelst. Een grotere plantenbak geeft de Bismarckia een grotere waterbuffer, omdat de grond meer vocht kan absorberen. Hiermee is de kans op verdroging kleiner. Neem een sierpot met een diameter van minimaal 20% meer dan de vorige. Gebruik gewone universele potgrond of speciale palm grond.

 

 

 

Voeding

 

De Bismarckia van april tot september wekelijks bemesten. Gebruik vloeibare voeding voor palmen. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de binnenplant geen voeding heeft gehad.

.

 

 

Verkleurende bladeren

 

Rode bladeren duiden op kou. Dit kan alleen buiten optreden. Bruine puntjes zijn niet te voorkomen. Bismarckia’s in de natuur hebben ook deze bruine punten. Vooral bij het oudere blad wat onderaan de palm hangt zal dit zichtbaar zijn. Meer sproeien zal het verse blad langer mooi houden.

 

 

 

 

Snoeien

 

Zoals hierboven beschreven zal het blad van een palm op den duur lelijk worden. Een palm maakt namelijk in de kern bovenaan nieuw blad aan en de onderste bladeren sterven af. Het oudere blad wat niet meer mooi is kan je het beste bij de stam afknippen. Dit zal namelijk nooit meer herstellen en kost de plant alleen maar energie. De stam kan je niet snoeien. Hierdoor zal de palm sterven.

 

 

.

Vermeerderen

 

Bismarckia’s zijn alleen te kweken door middel van zaad.

 

 

.

Bloemen

 

Alleen volwassen Bismarckia palmen bloeien. Dit stadium zal de palm niet halen als woonkamerplant.

 

 

 

 

 

Giftig?

 

De Bismarckia Nobilis is niet giftig.

 

 

.

Ziektes

 

Als er schildjes op de Bismarckia verschijnen heeft de palm last van schildluis. Het blad word plakkerig en de palm ziet er ongezond uit. Tijd om de aangetaste bladeren weg te snoeien en een bestrijdingsmiddel te gebruiken.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA