Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Psalm 94 • O God of vengeance, shine forth!
.
Psalmen 94 . O God van wraak, schitter!
.
Paul LeBoutillier
.


.


Lawaai is neurologisch schadelijk voor het lichaam
Vegetatief: bij jarenlang lawaai gevolgen voor bloeddruk, suikergehalte en hormoonhuishouding. Gevaar hartinfarct, psychosomatische storingen.
Gevolgen van lawaai voor ziel en geest
Het ervaringsvermogen stompt af, zodat de mens zichzelf niet meer waarneemt en niet tot zichzelf kan komen. Er ontwikkelt zich een onbewuste agressie tegenover de anderen die de rust verstoren, en daardoor eenzaamheid doet toe nemen. Het uitwendige lawaai zet zich vast in ons lichaam, zodat wij door voortdurende onrust gedreven worden. Geduld en/of rustig waarnemen zijn onmogelijk geworden.
Soms zijn onrust/lawaai juist een verslavingen worden als afleiding gezocht uit angst met zichzelf geconfronteerd te worden. Ernstigste gevolg: geestelijk vermogen/orgaan om zin waar te nemen gaat verloren => ervaring van zinloosheid
a) Genezende stilte
Dit begint bij oefeningen van rustige opmerkzaamheid voor wat ons omgeeft (wat we voelen, ruiken, zien, horen, aanraken) en voor ons eigen organisme (warmte, gewicht ledematen, puls, adem, gedachten, gevoelens).
Zo komt er een omschakeling van haast naar gelatenheid, van buiten-zijn naar bij-zich-zijn, van doen naar bezinnen. Het hele organisme wordt rustig: zenuwen, spieren en geest ontspannen zich.
b) fase van in-zich-zijn.
Wanneer we zo onze krachten gebundeld hebben, onszelf verzameld, kan aandacht gericht worden op iets dat genezend werkt. Dit kan van alles zijn, als het zich maar volgens zijn structuur heeft kunnen ontvouwen: e.g. dingen uit of aspecten van de natuur, Jezus (als héle mens), mandala, ikoon, mantra.
Verschil qua onderwerp leidt tot de verschillende soorten meditatie. Geestelijk is dit een fase van integratie: tot dan toe gebonden energieën komen vrij, symbolen gaan spreken, gevoelens van oervertrouwen, geborgenheid, hoop en moed komen vrij.
c) Opengaan voor een omvattende Werkelijkheid.
Deze fase volgt na verloop van tijd heel natuurlijk op de vorige. Gewaarworden van en luisteren naar een innerlijke Stem, je geliefd en gezien daardoor weten. Overgave aan onze Oorsprong. “Zwijgen voedt de liefde tot God”; “Zie, Ik zal haar (Israël) naar de woestijn lokken, en daar zal ik tot haar hart spreken” (Hos.2,14/16).
d) Gevolgen: fundamenteel ja op héle werkelijkheid
Ja op eigen bestaan (persoonlijke dimensie), ja op deelname aan het universele zijn (godsdienst pedagogische dimensie) en ja op solidair met anderen samen bestaan (sociale dimensie). Mensen die uit de stilte leven zijn gemeenschap stichtende mensen.
DE STILTE ACHTER DE WOORDEN SPREEKT VAN GOD
“Elk woord, elk beeld dat men gebruikt voor God is eerder een verdraaiing dan een beschrijving.”
“Hoe moet men dan over God spreken?”
“Met Stilte.”
“Waarom gebruikt u dan woorden?”
De Meester begon hartelijk te lachen. Hij zei: “Wanneer ik praat, mijn beste, luister dan niet naar de woorden. Luister naar de Stilte.”
LEVENDE STILTE
Zich tot zwijgen brengen.
Hierin komt tot uitdrukking, dat het zwijgen er reeds is. Ik breng mij tot het zwijgen, zoals men een kind naar het bad draagt en behoedzaam erin laat glijden. Het bad wacht op het kind. Zo wacht ook het zwijgen in de grond van ons wezen op ons. De stilte wacht op ons. Het is geen grafstilte. Zo’n stilte ontstaat, wanneer wij onszelf met geweld tot zwijgen brengen.
De stilte, die op ons wacht, is een levende stilte, in welke het leven ademt. Het is een stilte gelijk die in een kinderkamer, wanneer het kind rustig slaapt. Een levende stilte. We lopen op onze teenspitsen naar binnen, om die stilte niet te verstoren.
Psalm 55: 18 >’s Avonds en ’s morgens en ’s middags kan ik niet anders dan van bezorgdheid blijk geven en ik kreun, En hij hoort mijn stem.
Numeri 28:1-2> verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende: Gebied den kinderen Israëls, en zeg tot hen: Mijn offerande, Mijn spijze voor Mijn vuurofferen, Mijn liefelijken reuk, zult gij waarnemen, om Mij te offeren op zijn gezetten tijd.
.
.
.
De metten (matutinae) maken deel uit van het getijdengebed in de Rooms-Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk. Het woord ‘metten’ komt van het Latijnse woord ‘matutinum’, dat ‘ochtend’ betekent, maar de metten worden meestal ’s nachts of in de zeer vroege ochtend gebeden. Het aanvangstijdstip varieert van ongeveer 3.45 uur tot 6.15 uur. Omdat ze vaak ’s nachts gebeden worden, gebruikt men tegenwoordig de term vigilie (“wake”).
De lauden (laudes) vormen het ochtendgebed van het Heilig Officie of getijdengebed. Het woord lauden is een vernederlandsing van het Latijnse laudes, het meervoud van laus wat lof of lofprijzing betekent.
De priem is een vastgestelde gebedstijd in het traditionele getijdengebed. De priem (of in het Latijn ‘prima’) wordt meestal rond zes of zeven uur ’s ochtends gebeden. In de vernieuwde liturgie van na het Tweede Vatikaans Concilie is de priem komen te vervallen.
De terts is een van de kerkelijke getijden, een van de kleine getijden. Het staat voor het derde uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de terts meestal gebeden rond negen uur ’s morgens.
De sext is een van de kerkelijke getijden. De sext is een van de zogeheten kleine getijden. Het woord sext staat voor het zesde uur (Latijn: sexta hora), dat vroeger in lengte varieerde, omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de sext meestal gebeden rond twaalf uur ’s middags.
De none (afgeleid van ‘negende’ in het Latijn) is een van de kerkelijke kleine getijden. Het staat voor het negende uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de none meestal gebeden rond drie uur ’s middags.
Het officie van de none begint zoals de meeste getijden met de aanroep:
De vespers (of het avondgebed) behoren tot de getijden in de kerk en worden gebeden om 17-18 uur. Het woord komt uit het Latijn, van vespera dat avond betekent. In enkele protestantse kerken wordt de term ‘vespers’ gebruikt als aanduiding voor een avonddienst.
De completen vormen het laatste getijdengebed van de dag. Het woord is afkomstig van het Latijnse completorium dat afronding betekent of complere = vullen. Het stamt uit de 6e eeuw.
Het koorgebed van priesters noemt men breviergebed. Het boek waaruit priesters de getijden bidden heet brevier. Het middeleeuwse getijdenboek was bestemd voor de persoonlijke devotie van leken.
.
.

Maria en de Rozenkrans
Repetitieve gebeden en gebedssnoeren hebben voorchristelijke wortels. In het christendom gebruikten de woestijnvaders in de derde eeuw al geknoopte gebedstouwen bij het Jezusgebed. Dat bestaat uit de herhaling van één gebedszin: Heer Jezus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar (of variaties daarvan).
Het bidden van 150 Onze Vaders (in het Latijn Pater noster) en later weesgegroetjes ontstond waarschijnlijk in de abdijen. Monniken die geen Latijn kenden, hadden zo een alternatief voor het psalmgebed. De vader van het kloosterleven, Benedictus (480-547), schreef in zijn regel voor dat monniken wekelijks de 150 psalmen zouden bidden of zingen. Zo rond de 10e eeuw sprak men dan ook van het psalmengebed ter ere van Maria.
De praktijk om te mediteren over het leven van Jezus tijdens de rozenkrans wordt toegeschreven aan de kartuizermonnik Dominicus van Pruisen (1382–1461).
De eerste historische aanwijzingen voor de moderne rozenkrans dateren van ca. 1460. Toen begon de dominicaan Alanus de Rupe (Alain de la Roche, 1428-1475) geïnspireerd door een visioen de rozenkrans te promoten in de vorm van 15 tientjes van telkens één Onze Vader en 10 weesgegroeten. Volgens Alanus werd de rozenkrans aan de Kerk geschonken door de stichter van de dominicanenorde Sint Dominicus (1170-1221). Maar daar zijn geen historische bronnen voor.
Zeker is dat paus Pius V (een dominicaan) in zijn bul Consueverunt Romani Pontifices van 1569 de rozenkrans goedkeurde en zijn vaste vorm gaf. Sindsdien hebben veel pausen de rozenkrans aanbevolen.
De vorm van de rozenkrans bleef onveranderd tot 2002. Toen voegde paus Johannes Paulus II 5 mysteries van het licht toe over het openbare leven van Jezus. De apostolische brief waarin hij dat deed, Rosarium Virginis Mariae, is een boeiend (maar niet zo makkelijk leesbaar) document voor wie zich in de spiritualiteit van de rozenkrans wil verdiepen.
De vroegere paus wilde het verval omkeren waarin de rozenkrans was beland in de jaren 1970-85 vooral door het wegglijden van de aandacht van de mysteries van de rozenkrans. Daarom benadrukt hij ook de contemplatieve en meditatieve dimensie van het rozenkransgebed. Het gaat om de relatie met Jezus, naar het voorbeeld van Maria en met haar hulp.




.


.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
Op het eerste gezicht is het idee van de alwetendheid van God misschien een simpel concept. Maar hoe meer we de Bijbel bestuderen, hoe meer we gaan begrijpen wat een ongelooflijke waarheid dat is. Psalm 147:4-5 zegt:
“Hij bepaalt hoeveel sterren er zijn. Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Onze Heer is geweldig, zijn kracht is heel groot. Zijn wijsheid is grenzeloos.”
God weet niet alleen hoeveel sterren er zijn, maar kent ze ook nog allemaal bij naam. Een recente Australische studie stelde het aantal sterren dat wij kunnen zien vast op 70.000 miljoen miljoen miljoen, oftewel het getal 70 met 22 nullen. Dat betekent dat er meer sterren zijn dan er zandkorrels te vinden zijn op alle stranden en in alle woestijnen samen. In het boek Genesis lezen we de geschiedenis van Jozef, de lievelingszoon van Jakob. De broers van Jozef waren jaloers op hem en bedachten een plan om zich van hem te ontdoen. Ze overwogen hem te doden, maar uiteindelijk verkochten ze hem als slaaf aan vreemdelingen. God wist dat dit zou gebeuren en had al een plan klaar.
Door een aantal gebeurtenissen werd Jozef van slaaf, tot gevangene, tot Egyptisch heerser. Jaren later kon hij zijn gezag en positie gebruiken om voor zijn familie te zorgen toen hun thuisland door een hongersnood werd getroffen. Hoe zou Jozef zich gevoeld hebben toen hij weer met zijn broers verenigd werd? Denk je dat hij wraak wilde? Nee. Hij zei tegen hen:
“Wees daar nu niet verdrietig over. Wees niet boos op elkaar dat jullie mij hierheen hebben verkocht. Want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie te kunnen redden” (Genesis 45:5).
Jozef begreep de alwetendheid van God. Hij begreep dat de gebeurtenissen in zijn leven dienden voor de redding van zijn familie.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Voordat wij geboren werden kende God ons al en had Hij een plan voor ons leven. Hij kent ons beter dan wij ons-zelf. In Matteüs 10:30 staat dat Hij zelfs de haren op ons hoofd heeft geteld. Wij kunnen nog zo ons best doen om dingen geheim te houden voor mensen, maar bij God kan dat niet want Hij kent al onze geheimen.
In Psalm 139:1-4 schreef David:
“Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe. U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd.”
En in Spreuken 15:3 staat:
“De Heer ziet alles wat er gebeurt. Hij ziet de daden van goede en van slechte mensen.”
Hij ziet elke handeling van ons, op ieder moment. En ook al weet Hij alles over ons – het goede en het slechte – Hij houdt van ons. God begrijpt hoe we ons voelen als we het moeilijk hebben omdat Hij onze gedachten en onze gevoelens kent.
“Want de Heer weet alles wat er in je hart en in je gedachten is” (1Kronieken 28:9).
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
De alwetendheid van God is volmaakt. God leert niet steeds bij, maar weet alles direct. Miljoenen jaren voordat Hij de aarde schiep, wist God al dat Hij zijn Zoon Jezus Christus zou sturen om ons te redden van onze zonden:
“Hij was er al voordat de wereld gemaakt werd. Maar pas nu, aan het eind van de tijd, is Hij voor ons gekomen” (1 Petrus 1:20).
God openbaarde Zijn plan aan de profeten in het Oude Testament, zoals Jesaja, die Gods woord verkondigde aan de mensen:
“Daarom zal de Heer u ongevraagd een teken geven: het meisje dat nog maagd is, zal in verwachting raken en een zoon krijgen. Ze zal hem Immanuël noemen” (Jesaja 7:14).
De geboorte, dood en opstanding van Jezus waren geen toeval. Ze waren het gevolg van een goddelijk plan dat God een eeuwigheid geleden heeft vastgelegd zodat wij een persoonlijke relatie met Hem kunnen hebben. We kunnen in die relatie stappen door te bidden tot God, onze zonden te belijden en Hem te vragen in ons leven te komen. 1 Johannes 1:9 zegt:
“Maar als we het aan God vertellen als we het verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd. Want Hij doet altijd wat Hij heeft gezegd.”
Voor ons als gelovigen is de toekomst zeker. Niet omdat wij weten wat er gebeuren zal, maar omdat God het weet.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
“Denk aan wat er vroeger is gebeurd. Ik ben God en er is geen andere God. Er is niemand als Ik. Al aan het begin vertel Ik wat er aan het eind zal gebeuren. Ik spreek van tevoren over dingen die nog niet gebeurd zijn. En alles wat Ik van plan was, doe Ik” (Jesaja 46:9-10).
“Wie gaf leiding aan de Geest van de Heer? Wie heeft Hem goede raad gegeven? Met wie heeft Hij overlegd? Wie heeft Hem iets geleerd en wie heeft Hem wijsheid gegeven? Wie heeft Hem gezegd hoe het moet?” (Jesaja 40:13-14).
“U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd” (Psalm 139:4).
“Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe” (Psalm 139:2-3).
“U zag me al toen U mij daar in het donker vormde, waar nog niemand anders mij zag. U zag me al toen ik nog helemaal geen vorm had. Al mijn dagen stonden al in uw boek toen ik nog niet één dag daarvan had geleefd” (Psalm 139:15-16).
“Maar wie kan God zeggen dat Hij het anders moet doen? Wie kan zeggen tegen Hem die over de engelen oordeelt, dat Hij het verkeerd doet?” (Job 21:22).
“Hij bepaalt hoeveel sterren er zijn. Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Onze Heer is geweldig, zijn kracht is heel groot. Zijn wijsheid is grenzeloos” (Psalm 147:4-5).
“En jij, Salomo, houd van de God van je vader. Dien Hem van harte. Want de Heer weet alles wat er in je hart en in je gedachten is. Als je van Hem houdt, zal Hij altijd naar je luisteren. Maar als je Hem verlaat, zal Hij jou ook voor altijd verlaten” (1 Kronieken 28:9).
“Begrijp jij hoe de wolken zijn opgehangen? Begrijp jij iets van de wonderlijke dingen die de volmaakt wijze God doet?” (Job 37:16).
“De Heer ziet vanuit de hemel alle mensen. Vanuit zijn huis kijkt Hij naar de bewoners van de aarde. Hij heeft hen allemaal gemaakt. Hij weet alles wat ze doen” (Psalm 33:13-15).
.
“Wat zijn Gods wijsheid en kennis toch onbegrijpelijk groot! Wat is het moeilijk om zijn plannen te begrijpen en zijn daden uit te leggen!” (Romeinen 11:33).
“Niemand kan zich voor God verbergen. Alles wat we zijn en doen, is zichtbaar voor God. En we zullen tegenover Hem verantwoordelijk zijn voor alles wat we hebben gedaan” (Hebreeën 4:13).
“Ook weet Hij precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben. Wees niet bang! Want jullie zijn belangrijker dan een heleboel mussen bij elkaar” (Lukas 12:7).
“Maar als ons geweten toch ongerust is, mogen we er zeker van zijn dat God belangrijker is dan ons geweten. Hij weet alles” (1 Johannes 3:20).
“Jullie weten toch dat twee mussen voor maar één muntje worden verkocht? Toch zal niet één mus doodgaan zonder dat jullie Vader het toestaat. Ook weet Hij zelfs precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben” (Matteüs 10:29-30).
.
.


.
.
De opname is een gebeurtenis in de eindtijd. Het geleerde woord daarvoor noemt men een “eschatologische” gebeurtenis. Het is het moment waarop Jezus Christus voor Zijn Kerk terugkeert en waarop gelovigen “die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en de Heer in de lucht tegemoet [gaan]” (1 Tessa-lonicenzen 4:16-17). Dit is de tijd van de opstanding, waarin elke christen zijn of haar verheerlijkte lichaam ont-vangt. De eersten die hun nieuwe lichaam ontvangen zijn de mensen die als christenen gestorven zijn, daarna volgen de mensen die nog in leven zijn.
.
.
“Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen.”
.
De timing van de opname heeft binnen het christendom een groot debat op gang gezet. Zal deze vóór, tijdens of na de “verdrukking” plaatsvinden? De verdrukking is een periode van zeven jaar die meteen voorafgaat aan de te-rugkeer van Christus en de stichting van Zijn koninkrijk, het millennium, dat dus 1000 jaar zal duren. De eerste 3½ jaar van de verdrukking zal een tijd van schijnbare vrede en samenwerking zijn, en de tweede 3½ jaar van de ver-drukking zal een tijd van oorlog en rampspoed zijn. Halverwege de verdrukking zal de antichrist zichzelf tot God uitroepen en eisen dat alle mensen van de wereld hem aanbidden.
Velen zullen voor de antichrist neerbuigen en hem aanbidden, en als onderdeel hiervan ook zijn merkteken dra-gen (een soort wereldwijde registratie). Sommigen zullen weigeren om de antichrist te aanbidden en zijn merk-teken te ontvangen en velen zullen voor deze daad van ongehoorzaamheid worden gedood. De tweede helft van de verdrukking wordt de “Grote Verdrukking” genoemd. Er zullen in deze periode over de hele wereld uitzonder-lijke catastrofen plaatsvinden: zie Openbaring 3:10, Matteüs 24, Marcus 13 en Lucas 17).
Pasteltekening van John Astria
.
Het voornaamste debat over de opname gaat dus niet over wat deze is, maar wanneer deze zal plaatsvinden ten opzichte van de verdrukking. Samengevat:
het pretribulationisme houdt in dat de opname zal plaatsvinden vóór de periode van de verdrukking
het midtribulationisme stelt dat de opname halverwege de verdrukking zal plaatsvinden
het posttribulationisme zegt dat de opname zal plaatsvinden aan het einde van de verdrukking.
.
.
De pretribulationistische opname is een prachtige hoop voor mensen die in Jezus Christus geloven. Maar het maakt eigenlijk niet uit of we lang genoeg zullen leven om de opname mee te maken, en het maakt ook niet uit of het een opname is vóór, tijdens of na de verdrukking. De enige sleutel tot de eeuwige redding is in al deze gevallen ons geloof in en vertrouwen op Jezus Christus. Zorg dat je veilig bent in je relatie met Christus, en dan maken alle andere dingen werkelijk geen verschil uit.
.
.
“…In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben”.
.
.
“Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn”.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Zie bericht Tekstuitleg bij Mattheüs 24 in de categorie religie of lees het boek de Openbaring met uitleg
.
.
.