Tagarchief: zeldzaam

Wegdistel : Onopordum acanthium

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– het indrukwekkende formaat tot 2,5 meter hoog en
– het grijze uiterlijk door de witte spinnenwebachtige beharing

.

 

.

.

 

 

Algemeen

 

Wegdistel is een forse, grijsgroene, stekelige, wit spinnenwebachtig behaarde plant van 0,6 tot 2,5 meter hoog. Ze groeit op open, droge, kalkrijke, stikstofrijke, omgewerkte grond. Ze is 2-, 3- of meerjarig, waarvan minstens één winter als rozet. Op warmere plekken houdt ze langer stand. Ze is vrij zeldzaam en meestal verwilderd vanuit tuinen of uitgezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit van juli tot en met september met helder roze, lang gesteelde, grote bloemhoofdjes. Onder de helder roze bloemetjes zit een behaard, bolvormig omwindsel, dat bestaat uit priemvormige omwindselbladen met stekelige gele punten. De onderste staan recht af. Tussen de omwindels en bloemetjes zijn de hoofdjes sterk ingesnoerd.

 

 

 

 

 

.

Blad en stengel

 

De bladeren zijn langwerpig tot elliptisch en aan beide kanten wollig behaard. Ze worden later kaal. De bladrand is bochtig en fors stekelig getand. De stengel is boven het midden vertakt, wit spinnenwebachtig behaard en breed stekelig gevleugeld door de aflopende bladeren.

 

 

.

 

 

Toepassingen

 

Verschillende delen van wegdistel zijn te gebruiken; uit de zaden is distelolie te persen, dat vroeger gebruikt werd voor lampen. Het vruchtpluis en zelfs het spinrag op de bladeren en stengel kan verwerkt worden tot textiel of werd gebruikt als opvulmateriaal voor kussens. Sap van wegdistel was medicinaal in gebruik tegen aandoeningen van de gal, in hoestdrank en in preparaten tegen slecht helende wonden. En tot slot: de wortels, jonge scheuten en de bodem van nog niet bloeiende hoofdjes zijn als groente eetbaar.

 

.

.

 

 

Vergelijkbare soorten

 

De enige distel waarmee wegdistel te verwarren zou zijn is wollige distel. Beide distels hebben een opvallend behaard, groot, rond omwindsel. Het duidelijkste verschil tussen beide planten is de kleur; wegdistel is grijzig en wollige distel is groen. Daarnaast is ook de vorm van de bladeren totaal verschillend. Wegdistel heeft bladeren met een bochtige stekelige rand, terwijl wollige distel veervormig ingesneden bladeren heeft.

 

 

wollige distel

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot zeldzaam
– ook verwilderd en uitgezaaid
– 0,6 tot 2,5 meter hoog

Bloem
– helder roze
– vanaf juli t/m september
– alleenstaand hoofdje
– 3 tot 5 cm
– bolvormig, behaard omwindsel

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig tot elliptisch
– top stekelpuntig
– rand bochtig stekelig getand
– voet aflopend
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wildebloemen

 

 

.

 

.

 

 

 

 

 

Slanke sleutelbloem : Primula elatior

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

1756

 

.

Goed te herkennen aan
– de lichtgele bloemen met vlakke kroonbladen,
– die donkergele vlekken hebben aan de keel en
– die in een scherm op een lange, behaarde steel staan, allemaal  dezelfde kant op wijzend

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Slanke sleutelbloem is een beschermde, overblijvende plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze is vrij zeldzaam en ook aangeboden als tuinplant. De slanke sleutelbloem groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, aan oevers en in natte graslanden.

 

 

primula elatior-slanke sleutelbloem-01

 

 

 

 Bloem

 

Ze bloeit vanaf maart tot en met mei (soms in de herfst weer) met lichtgele, niet geurende bloemen. De 5 kroonbladen zijn vergroeid tot een buis, de plaat van het kroonblad is redelijk vlak, afstaand en heeft donkergele vlekken (honingmerk) aan de keel. De bloemen staan met 1 tot 20 in een scherm en wijzen allemaal dezelfde kant op. De 5 kelkbladen zijn ook vergroeid tot een buis en sluiten redelijk nauw aan op de kroonbuis.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

slanke sleutelbloem : lichtgele, niet geurende bloemen in een scherm, kelk nauw buisvormig, kroonbladen afstaand.

 

 

 

 

gulden sleutelbloem : dooiergele, geurende, knikkende bloemen in een scherm, kelk wijd klokvormig, kroonbladen klokvormig.

 

 

 

 

 

stengelloze sleutelbloem : bloemen op afzonderlijke 5-12 cm lange stelen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot ontbrekend
– ook als tuinplant
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– lichtgeel
– vanaf maart t/m mei, soms in de
herfst weer
– enkelvoudig scherm
– buisvormig
– 1,5 tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top stomp
– rand gezaagd of gegolfd
– in gevleugelde steel versmallend
– veer- / netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– zacht behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Parnassia : Parnassia palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de alleenstaande, witte bloemen met 5 geaderde kroonbladen en
– 5 beklierde, onvruchtbare meeldraden, afgewisseld met 5 vruchtbare meeldraden en
– één stengelomvattend blad aan de bloemsteel

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Parnassia is een overblijvende, in polletjes groeiende plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze is vrij zeldzaam in de Lage Landen. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als kwetsbaar. Uitsteken en plukken is verboden! Ze groeit op tamelijk open tot grazige, natte, voedselarme, al of niet kalkrijke grond in duinvalleien, blauwgras- landen, trilvenen en in heiden op leem; zelden in droger kalkgrasland.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Parnassia bloeit vanaf juli tot en met september. De bloemen zijn wit, alleenstaand op lange rechte stelen en ze geuren zwak naar honing. Ze hebben 5 kroonbladen, die enigszins doorzichtig, donker geaderd zijn. Voor de kroonbladen staan schuin omhoog 5 geelgroene onvruchtbare meeldraden (staminodia) met een rij gesteelde klieren langs de rand.

Deze 5 onvruchtbare meeldraden worden afgewisseld met 5 vruchtbare meeldraden, die bij jonge bloemen naar het midden gevouwen zijn. Elke dag klapt er eentje naar buiten en valt de helmknop eraf. Aan het aantal teruggeslagen meeldraden is de eerste 5 dagen te zien hoeveel dagen de bloem bloeit. Nadat de meeldraden teruggeslagen zijn, rijpen de 4 stempels. In totaal bloeit een bloem 8 dagen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn eirond tot hartvormig en hebben een gave rand. De rozetbladeren zijn langgesteeld.
Elke bloemstengel heeft 1 blad in of onder het midden. Dat blad is ongesteeld en heeft een stengelomvattende voet.

 

 

 

Algemeen

 

– parnassiafamilie (Parnassiaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– wit
– vanaf juli tot en met september
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 3,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 4 stijlen

Blad
– rozet en stengelblad
– enkelvoudig
– eirond tot hartvormig
– top stomp of spits
– rand gaaf
– voet afgerond of stengelomvattend
– kromnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oranje springzaad : Impatiens capensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de oranje, gespoorde, hangende bloemen met roodachtige vlekken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oranje springzaad is een eenjarige plant, die groeit op natte, voedselrijke grond in loofbossen en langs rivieren. Ze is (nu nog) zeer zeldzaam in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juli tot en met oktober en kan tot 150 cm hoog worden. De bloemen staan met 2 tot 5 bij elkaar in een tros in de bladoksels. De kroonbladen zijn oranje met roodachtige vlekken. Het onderste kelkblad is zakvormig vergroeid, heeft de kleur van de bloem en een terug gekromd spoor. Aan het eind van de bloemsteel, bovenop de bloem zitten de twee andere kleinere kelkbladen.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

klein springzaad : lichtgele kleine bloemen, nagenoeg recht spoor (niet terug gekromd), rechtopstaande bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

groot springzaad : gele bloemen, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

 

oranje springzaad : oranje bloemen met roodachtige vlekken, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

reuzenbalsemien : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, krom spoor.

 

 

 

 

 

 

twee-kleurig springzaad : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, recht spoor, recent ingeburgerd in stedelijke gebieden.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– balsemienfamilie (Balsaminaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– 50 tot 150 cm

Bloem
– oranje met roodachtige vlekken
– vanaf juli t/m oktober
– tros van 2 tot 5 bloemen
– gespoord
– 2 tot 3,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 3 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top toegespitst
– rand grof gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Edelstenen en juwelen zijn kostbaar

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Edelstenen en juwelen hebben door hun fascinerend spel tussen kleuren, materiaal en lichtspel de mens altijd aangetrokken. Edelstenen zijn bovendien zeldzaam, maar hebben ook een uitzonderlijke hardheid en duurzaamheid. Voeg er nog het menselijk vernuft aan toe, en je bekomt juwelen en sieraden van een uitzonderlijke pracht die, zeker in oude culturen, niet zelden geassocieerd werden met bovennatuurlijke krachten, mythische en goddelijke gaven.

 

 

 

 

 

In de natuur

 

In de natuur komen ruim 3000 intussen ontdekte en gerangschikte mineralen voor, waarvan hooguit een vijftigtal de benaming edelsteen verdienen. Het aantal schommelt en groeit verder aan naarmate nieuwe materialen ontdekt worden.

Een mineraal beschouwen we als een edelsteen als het er aantrekkelijk uitziet, maar vooral ook over een mooie kleur beschikt. Een edelsteen moet bovendien ook duurzaam zijn, en dus hard en stevig genoeg om niet beschadigd te raken bij voortdurend gebruik of dragen. Ook draagt de zeldzaamheid van de steen ertoe bij om tot de edelstenen gerekend te kunnen worden.

De top vijf van waardevolle edelstenen wordt ingenomen door de stersaffier, de zoetwaterparel, de dia-mant, de robijn en de smaragd.

 

 

stersaffier

 

 

 

 

zoetwaterparel

 

 

 

 

diamant

 

 

 

 

smaragd

 

 

 

 

robijn

 

 

 

 

                                            Leer van de edelstenen

 

Wetenschappers zijn al eeuwenlang uitermate door edelstenen gefascineerd. Gemmologen (edelsteendes-kundigen) bestuderen nauwkeurig elke steen om zo te kijken welke structurele en atomische verandering-en edelstenen bij hun bewerking tot juweel ondergaan om hieruit lessen te trekken.

Edelstenen en hun afgeleide vormen zoals juwelen en sieraden, hebben door de eeuwen heen altijd al een belangrijke symbolische functie gehad. Ze waren het uiterlijke kenmerk van vorsten, edelen en vertegen-woordigers van de verschillende godsdiensten. Van opzichtige kronen tot dure gewaden, overal vond en vind je juwelen die wel lijken uit te schreeuwen hoe rijk en belangrijk hun drager is.

Toch zijn juwelen en antieke sieraden niet enkel weggelegd voor de welstellende burgers en de elite. Heel wat mensen beleven plezier aan het verzamelen van edelstenen. Ook wie zich geen duurdere stenen kan veroorloven, is doorgaans toch in de mogelijkheid om enkele mineralen te vergaren, die weliswaar niet de kwaliteit van edelstenen hebben maar toch een zekere elegantie en tijdloze schoonheid uitstralen. Zelfs de aanleg een bescheiden collectie met pakweg barnsteen kan erg stimulerend werken.

 

 

soorten beril

 

 

 

gemnoloog

 

 

 

                                                       Mineralen

 

De meeste edelstenen zijn anorganische materialen met een constante chemische samenstelling en een regelmatige inwendige structuur. Vrijwel alle stenen met een minerale oorsprong beginnen hun bestaan ingebed in een moedergesteente dat bekend staat onder de term ‘matrix’. In dit stadium is de steen nog ruw, maar veel natuurlijke kristallen zien er op zichzelf aantrekkelijk genoeg uit om de verzamelaar te kun-nen bekoren.

Slechts enkele edelstenen zoals barnsteen en parels zijn afkomstig van dieren of planten. Ze worden ge-rangschikt onder de organische edelstenen. Ze ontstaan uit schelpdieren (die parels produceren), poliepen (waarvan het skelet als koraal overblijft) of uit de fossiele hars van bomen (die barnsteen vormt). Ivoor, schelpen en git zijn ook organische materialen. Ze zijn echter geen echte stenen en hebben niet dezelfde duurzaamheid van de minerale edelstenen.

 

 

Groene agaat

 

 

 

barnsteen

 

 

 

Parels uit een oester

 

 

Tenslotte hebben we ook nog de synthetische edelstenen; deze hebben dezelfde fysische eigenschappen als de natuurlijke edelstenen, maar ze worden door de mens in laboratoria gemaakt.

 

 

Synthetische opaal

 

 

Ook worden vaak imitaties gemaakt van edelstenen. Hiervoor worden minder waardevolle materialen zoals glas of composietstenen gebruikt.

Goud, zilver en platina rangschikken we onder de edele metalen. Ze zijn dus geen edelstenen, maar het zijn natuurlijk wel gemakkelijk te bewerken, aantrekkelijke materialen om edelstenen in te plaatsen.

 

 

 

 

 

goud ruw

 

 

 

aden

gouden sieraden

 

 

 

zilver ruw

 

 

 

zilveren voorwerpen

 

 

 

platina ruw

 

 

 

platina ringen

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Teer guichelheil : Anagallis tenella

Standaard

kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de tere, zachtroze tot bijna witte bloemetjes, met 5 donker geaderde kroonbladen tussen lage vegetatie op natte plekken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Teer guichelheil is een overblijvend, laag, kruipend plantje, dat groeit op open plaatsen met natte tot vochtige, al of niet kalkhoudende grond in duinvalleien, in moerassige heiden en lage graslanden. Het zijn plaatsen die in de zomer nat tot vochtig blijven en in de winter meestal onder water staan. De bescherming van het water helpt teer guichelheil de winter door en voorkomt dat ze bevriest. Naast de vochtigheid is ook de hoogte van de overige vegetatie van belang; teer guichelheil heeft open ruimte nodig. Ze is zeer zeldzaam in de Lage Landen en ze staat op de rode lijst als zeer zeldzaam en matig afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Teer guichelheil bloeit vanaf juni tot en met augustus met zachtroze tot bijna witte bloemetjes. De 5 kroonbladen zijn donker geaderd en 2 tot 3 keer zo lang als de kelkbladen. De bloemen staan op vrij lange, slanke, draad- vormige stelen in de bladoksels. En profiel tonen ze wat klokvormig. De helmdraden zijn dicht en lang wit behaard en aan de voet vergroeid tot een kokertje.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De kruipende stengels wortelen op de knopen. Teer guichelheil kan onder de juiste omstandigheden snel uitgroeien, ze is dan zodenvormend. De bladeren zijn kort gesteeld, rond tot eirond, staan tegenover elkaar en hebben geen klierpuntjes zoals de bladeren van rood en blauw guichelheil.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast teer guichelheil zijn er in ook blauw- en rood guichelheil, door hun kleur makkelijk te onderscheiden van teer guichelheil. Een ander laag blijvend, zoden vormend plantje met roze/witte bloemetjes is melkkruid. De bloemetjes van melkkruid zijn compacter, zien er steviger uit en hebben geen steel. Melkkruid groeit voornamelijk op brakke tot zilte plaatsen.

 

 

blauw guichelheil

 

 

rood guichelheil

 

 

melkkruid

 

 

 

Algemeen

 

– sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, rode lijst
– 5 tot 20 cm

Bloem
– roze tot bijna wit
– vanaf juni t/m augustus
– alleenstaand
– stervormig
– 0,5 tot 1 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand, zelden verspreid
– enkelvoudig
– rond tot eirond
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond
– netnervig

Stengel
– kruipend
– kaal
– wortelend op de knopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dure diamanten ringen

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

De duurste diamanten ringen ter wereld

 

 

de duurste ringen ter wereld

 

 

Dat diamonds are a girl’s best friend zijn weten we, maar misschien zijn onderstaande diamanten in dit geval iets teveel van het goede. Voor de top 6 duurste diamantenringen ter wereld heb je namelijk wel een erg fortuinlijke bankrekening, of partner, nodig.

 

1.Roze diamant

 

De duurste diamantenring ter wereld is deze ring met roze diamant. Roze diamanten zijn erg zeldzaam en dit is ook terug te zijn in de prijs. Deze ring werd in Hong Kong geveild voor maar liefst $10.8 miljoen.

 

 

 

 

 

 

2. Blauwe diamant

 

Op de 2e plek staat een blauwe diamant van 6 karaat. De blauwe diamant is bevestigd op een platinaring met aan weerszijde een geslepen diamant in een neutrale kleur. Deze ring is bij Sotheby’s geveild voor $7.9 miljoen.

 

 

 

 

 

 

3. Ovale diamant

 

Op de 3e plaats staat een ovaal geslepen diamant met een platinaring. De ring, die 46,51 karaat weegt, is bij Christie’s in New York verkocht voor $4.2 miljoen.

 

 

 

 

 

 

4. Diamantring Elizabeth Taylor

 

Deze platina diamantenring op nummer 4 is van de Elizabeth Taylor Jewelry House. De ovale diamant is 5,98 karaat en is omgeven door 3,96 karaat ronde diamantjes die ervoor zorgen dat het geheel op een bloem lijkt. Deze ring is voor $1,3 miljoen verkocht.

 

 

 

 

 

 

5. Platina diamantenring

 

Ook deze platina diamantenring heeft een aardige duit gekost. De ring is 9 karaats en heeft een ongelooflijke schitteringen. Mocht je deze onder de kerstboom willen vinden, dan zal je partner nog even door moeten sparen. De ring kost namelijk $1.83 miljoen.

 

 

 

 

 

 

6. Gele diamant

 

Als laatst nog ring met een gele diamant. Deze ring weegt 25,27 karaat en is bij Tiffany’s verkocht voor $1.35 miljoen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Bolderik : Agrostemma githago

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de prachtige, helder roze, alleenstaande bloemen, waarvan de kelkslippen ruim buiten de kroonbladen steken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Bolderik is een eenjarige plant van 20 tot 100 cm hoog. In het wild is ze zeer zeldzaam. Ze groeit op roggeakkers en wordt ook uitgezaaid. Ze staat als ernstig bedreigd op de rode lijst.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bolderik bloeit in juni en juli met prachtige lang gesteelde alleenstaande bloemen. De bloemen hebben vijf iets uitgerande helder roze (zelden witte) kroonbladen en vijf ruw behaarde kelkbladen met slippen, die langer zijn dan de kroonbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De grijsgroene stengels zijn zwak tot viltig behaard en niet of nauwelijks vertakt. De zacht behaarde bladeren zijn lijnvormig, tot 12 cm lang en met spitse top.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Een vergelijkbare soort is oosterse bolderik. Deze onderscheidt zich van bolderik door de kortere kelkslippen, die niet voorbij de kroonbladen steken. Oorspronkelijk komt oosterse bolderik uit het oostelijk Middellandse Zeegebied. Ze wordt uitgezaaid en komt van nature bij ons niet in het wild voor.

 

 

Oosterse bolderik

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam, rode lijst
– 0,2 tot 1 m

Bloem
– helder roze (zelden wit)
– juni en juli
– lang gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 3 tot 5 cm
– 5 kroonbladen, iets uitgerand,
niet vergroeid
– 5 kelkbladen, ruw behaard
– 10 meeldraden
– 5 behaarde stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lijnvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgegroeid
– 1-nervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– niet of nauwelijks vertakt
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijenorchis : Ophrys apifera

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bloem6-g

 

 

Goed te herkennen aan
de orichideebloemen met drie roze of lila soms witte kroonbladen met groene middennerf en een bruine, geelgroen gevlekte, onderaan behaarde, gewelfde middenlob.

 

 

bijenorchis

 

 

 

Algemeen

 

Bijenorchis is een overblijvende plant van 20 tot 50 cm, die bloeit in juni en juli. Ze groeit op grazige, enigszins vochtige, kalkhoudende grond in kalkgraslanden en bermen, aan slootkanten en op opgespoten terreinen. Ze is zeldzaam en in Nederland wettelijk beschermd. De laatste 20 jaar is ze behoorlijk in aantal toegenomen.

 

 

Bijenorchis

 

 

 

Bloem

 

De bloeiwijze is een ijle aar van 2 tot 8 bloemen. Bijenorchis vormt in het najaar een rozet en gaat zo de winter door. De bloem zit ingewikkeld in elkaar. Ze heeft 3 buitenste, gekleurde bloemdekbladen, variërend van roodachtig wit tot lila of roze met een groene middennerf. Ze kunnen afstaan of teruggeslagen zijn. Dan de 2 binnenste, veel kleinere bloemdekbladen, die wat aan hoorntjes doen denken. Deze zijn groen of roodachtig en behaard.

Het meest opvallend is de 3-lobbige lip (is een vergroeid binnenste bloemdekblad), die bestaat uit een 1 grote, gewelfde, onderaan behaarde, bruine, geelgroen gevlekte middelste lob en 2 kleinere, omhoog gebogen, behaarde, bruine zijlobben. Het vlekkenpatroon op de middenlob varieert sterk van plant tot plant. Tot slot de groene, gebogen stempelzuil. De bloem lijkt op een steel te staan, maar dat is het vruchtbeginsel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

orchideeënfamilie (Orchidaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– wettelijk beschermd
– 20 tot 50 cm

Bloem
– roze, lila, wit, groen, bruin
– juni en juli
– ijle aar
– orchideebloem
– 10 tot 13 mm
– 6 bloemdekbladen
– 1 stempelzuil

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– parallel nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA

Knolsteenbreek : Saxifraga granulata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-saxifraga_granulata_140505

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte, 5-tallige, groenig geaderde bloemen in
– losse, min of meer schermvormige, asymmetrische bloeiwijzen en
– de knolletjes onderaan de stengels net boven de grond en
– het plakkerige van de plant door klierharen

 

 

volop-bloemen-knolsteenbreek

 

 

 

Algemeen

 

Knolsteenbreek is een overblijvende plant van 15 tot 50 cm hoog. Ze is behaard, bovenaan ook met klierharen en voelt daardoor kleverig aan. Er blijven ook veel haren en pluizen van andere planten aan plakken. De soort komt voor in West-Europa en in de bergen van Zuid-Europa.

Hij komt in Nederland voor in het zuiden en langs de grote rivieren. In Vlaanderen is de plant vrij algemeen in het Maasgebied, in Limburgs Haspengouw en in de Kempense en Brabantse rivier- en beekdalen. Buiten genoemde gebieden is de soort zeer zeldzaam of ontbrekend. Ze staat op de rode lijst als zeldzaam en sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode valt in mei en juni. De bloemen zijn wit. Ze hebben 5 groenig geaderde kroonbladen, die 3x zo lang zijn als de kelkbladen. De bloeiwijze is een losse, min of meer schermvormige, armbloemige, asymmetrische tros.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren vormen een wintergroen rozet. De rozetbladeren en de onderste stengelbladen zijn rond tot niervormig en hebben een gekartelde rand. De bovenste bladeren zijn smaller, waaiervormig met een getande rand. De stengel is rond en evenals de bladeren en de kelk behaard, vooral bovenaan met klierharen.

Onderaan de stengel, net boven de grond bevinden zich de knolletjes, waaraan ze haar naam te danken heeft. Naast voortplanting door middel van zaad kan knolsteenbreek zich ook door middel van die knolletjes vegetatief voortplanten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

steenbreekfamilie (Saxifragaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– rode lijst
– 15 tot 50 cm

Bloem
– wit
– mei en juni
– schermvormige tros
– stervormig
– 10 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– rozet en verspreid
– enkelvoudig
– handnervig
– behaard
– rozet en onderste :
– rond tot niervormig
– rand gekarteld
– top stomp
– bovenste :
– waaiervormig
– rand getand
– top spits
– voet wigvormig

Stengel
– rechtop
– behaard, ook met klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-knolsteenbreek

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria