categorie : spirituele prenten van John Astria
Pasteltekening van John Astria


.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
We lezen voor het eerst van Maria van Magdala in Luc 8:2.
Lu 8:1 En het gebeurde daarna, dat Hij rondreisde door stad en dorp, terwijl Hij predikte en het evangelie van het koninkrijk van God verkondigde, en de twaalf waren bij Hem,
Lu 8:2 en enige vrouwen die van boze geesten en ziekten waren genezen: Maria, Magdalena geheten, van wie zeven demonen waren uitgegaan,
Lu 8:3 en Johanna, de vrouw van Chusas, zaakwaarnemer van Herodes, en Susanna, en vele anderen, die hen dienden met hun bezittingen.
Terwijl de Heer in Galilea rondtrok, volgde zij en diende ze hem. Ze was niet de enige. Ook bijvoorbeeld Salome, de moeder van Johannes en Jacobus deed dat. En vele andere vrouwen. De vrouwen dienden Jezus met hun bezittingen, lezen we elders. Kleding, voedsel, drinken, misschien geld om eten of iets anders te kopen. Ze voorzagen de Heer en de twaalven van levensbehoeften. De aardse dingen die Hij en de twaalven behoefden werden hem gegeven door de vrouwen. Er waren bemiddelde vrouwen bij.
Op weg naar Jeruzalem, waar hij zou sterven, volgden hem zijn mannelijke en vrouwelijke discipelen. Vele vrouwen volgden de Heer op weg naar Jeruzalem. Ze bleven niet achter in Galilea. Onder hen was Maria van Magdala. De vrouwen volgden Jezus om Hem te dienen.” (Mt 27)
De Heer werd verraden, gearresteerd, veroordeeld, bespot, gegeseld en gekruisigd. Maria en vele vrouwen volgden hem op weg naar Golgotha. Toen Hij aan het kruis hing, keken ze van verre toe.
Mt 27:55 Nu waren daar vele vrouwen die uit de verte toezagen, die Jezus waren gevolgd van Galilea om Hem te dienen;
Mt 27:56 onder hen was Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeus.
Ze kwam naderbij:
Joh 19:25 bij het kruis van Jezus nu stonden zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.
Bij het kruis stonden dus Maria van Magdala en twee andere Maria’s. De betekenis van de naam der aanwezige vrienden en verwanten:
De namen spreken dus van opstand, redding en genade. Gods redding wordt uit genade geschonken aan een opstandige mensheid.
Nadat de Heer gestorven was, is hij van het kruis afgenomen en in een graf gelegd. Maria Magdalena zag met een andere vrouw waar hij gelegd was. Later kocht ze samen met twee andere vrouwen specerijen om het dode lichaam van Jezus te zalven.
Toen ze vroeg in de ochtend bij het graf kwam, zag zij dat de steen van de grafopening was weggenomen. Hiervan bracht ze Petrus en Johannes terstond op de hoogte: “Zij hebben de Heer weggenomen uit het graf, en wij weten niet waar zij Hem hebben gelegd”. Daarna kwam zij bij het graf terug, en terwijl ze huilt, treft ze in het graf twee mannen (engelen) in witte kleren aan.
Die zeiden tot haar:„Vrouw, waarom ween je?” Zij zei tot hen: „Omdat zij mijn Heer hebben weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben gelegd”. Toen zij dit had gezegd, keerde zij zich om en zag een derde persoon staan. Deze zei tot haar: „Vrouw, waarom ween je? Wie zoek je?
” Zij meende dat het de tuinman was en zei tot Hem: „Heer, als u Hem weggedragen hebt, zeg mij waar u Hem gelegd hebt en ik zal Hem wegnemen”. Daarop zei de onbekende: „Maria!” Dan herkende ze de stem van haar Jezus. Zij keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws: „Rabboeni! (= Meester!)”.
“Rabboeni” is een bijzondere titel, onderscheiden van “Rabbi”. “Rabbi” betekent “mijn rab”, d.i. mijn leraar, mijn meester, mijn onderwijzer. Rabboeni is dus een eretitel. Een hogere titel dan rabbi.
De Heer Jezus zei haar: “Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar mijn Vader; maar ga heen naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader en naar mijn God en uw God.” Daarop ging Maria Magdalena de discipelen berichten dat zij de Heer gezien en dat Hij haar dit gezegd had.
.
.
.
.
Maria is wel eens “de apostel der apostelen” genoemd. Apostel betekent “gezondene”, “gezant”. Ze werd gezonden om Jezus gezanten te boodschappen.
Na de hemelvaart van de Heer hielden de apostelen verblijf in een bovenzaal.
Hnd 1:13 En toen zij de stad waren binnengekomen, gingen zij op naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden …
Hnd 1:14 Deze allen volhardden eendrachtig in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en zijn broers.
Allicht is Maria Magdalena daarbij geweest, voorts ook bij de uitstorting van Heilige Geest.
Na de vervanging van Judas door Matthias als apostel lezen we:
Hnd 2:1 En toen de dag van het pinksterfeest werd vervuld, waren zij allen gemeenschappelijk bijeen.
Na de uitstorting van de Heilige Geest legt Petrus uit:
Hnd 2:16 Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joel:
Hnd 2:17 ‘En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik van mijn Geest zal uitstorten op alle vlees, en uw zonen en dochters zullen profeteren, en uw jongemannen zullen gezichten zien en uw ouden zullen dromen dromen.
Hnd 2:18 Ja, op mijn slaven en op mijn slavinnen zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.
Allicht is Maria ook daarbij geweest. Ze sprak in de Geest van de grote daden van God. Eens was ze door zeven boze geesten bezeten geweest, nu was een andere Geest in haar gekomen. Geen boze geest, maar de Geest van waarheid en liefde.
.
.
.
.
.
.
Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?
1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”
Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

Richtlijnen om te onthouden:
Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:
Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”
Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”
Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”
Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”
1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”
Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”
1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”
De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.
De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

Psalm 7: 11 Mijn schild is bij God, die de oprechten van hart verlost.
Ps.20:3 De Here antwoorde u ten dage der benauwdheid, de naam van Jakobs God make u onaantastbaar.
Ps.34:18 Roepen zij, dan hoort de Here, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden. 19 De Here is nabij de gebrokenen van hart en Hij verlost de verslagenen van geest. 20 Talrijk zijn de rampen van de rechtvaardige, maar uit die alle redt hem de Here.
Ps.50:15 roep Mij aan ten dage der benauwdheid, Ik zal u redden en gij zult Mij eren.
Ps.49:16 Maar God zal mijn leven verlossen uit de macht van het dodenrijk, want Hij zal mij opnemen.
Ps.54:6 Zie, God is mij een helper, de Here is het, die mij schraagt omdat Hij mij gered heeft uit alle benauwdheid, zodat mijn oog met vreugde op mijn vijanden zag.
Ps.68:20 Geprezen zij de Here. Dag aan dag draagt Hij ons; die God is ons heil. God is een God van reddingen, bij de Here Here zijn uitkomsten tegen de dood.
Ps.120:1 In mijn angst heb ik tot de Here geroepen en Hij heeft mij geantwoord. Here, red mij van de leugenlippen, van de bedrieglijke tong.
Ps.85:10 Waarlijk, zijn heil is nabij hen die Hem vrezen.
Ps.130:7 Israël hope op de Here, want bij de Here is goedertierenheid, bij Hem is veel verlossing.
Ps.145:19 Hij vervult de wens van wie Hem vrezen, Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.
Luc.21:34 Ziet toe op uzelf, dat uw hart nimmer bezwaard worde door roes en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud, en die dag niet plotseling over u kome, als een strik. 35 Want hij zal komen over allen, die gezeten zijn op het oppervlak der ganse aarde. 36 Waakt te allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen.
Joh.8:32 en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken. Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde. En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis, de zoon blijft er eeuwig. 36 Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.
2 Kor.1:10 En Hij heeft ons uit zulk een groot doodsgevaar verlost en zal ons verlossen: op Hem hebben wij onze hoop gevestigd, dat Hij ons ook verder verlossen zal.
Tim.3:11 vervolgingen en lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochië, te Ikonium en te Lystra. Al die vervol- gingen heb ik doorstaan en de Here heeft mij uit alle gered.
2 Tim.4:18 En de Here zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot Zijn hemels Koninkrijk; De welken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Titus 2:14 die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.
13 Gods beloften voor leiding op onze weg
Ps. 25:9 Ootmoedigen doet Hij wandelen in het recht, en Hij leert ootmoedigen zijn weg. 12 Wie is de man die de Here vreest? Hij onderwijst hem aangaande de weg die hij moet kiezen.
Ps.32:8 Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet; Ik raad u; mijn oog is op u.
Ps.119:105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.
Spr.3:5 Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. 6 Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.
Joh.16:13 doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid.



.
.
.
.
.
.
De Bijbelpassages over de onvergeeflijke zonde worden hier beneden opgesomd:
Matteüs 12:31-32 zegt: “Daarom zeg ik u: elke zonde en elke godslastering kan de mensen worden vergeven, maar wie de Geest lastert kan niet worden vergeven. En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie kwaadspreekt van de Heilige Geest zal niet worden vergeven, noch in deze wereld, noch in de komende.”
En Lucas 12:10 stelt: “En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie lastertaal spreekt tegen de Heilige Geest zal niet worden vergeven.”
.
.
De onvergeeflijke zonde wordt soms ook wel de “lastering van of tegen de Heilige Geest” genoemd. Laten we eens beginnen met de definitie van het woord “lastering”. Dit kan gedefinieerd worden als een “hoogmoedige oneerbiedigheid” en zou kunnen bestaan uit het vervloeken of ontaarden van God. Ook wanneer er een relatie wordt gelegd tussen God en het kwaad, wordt dit “lastering” genoemd.
Matteüs 12:31-32 heeft betrekking op de wonderen die Jezus in de macht van de Heilige Geest verricht. Door deze wonderen is het duidelijk dat Jezus de beloofde Messias is. In deze passage beweren de Farizeeën dat Jezus deze macht had gekregen van een demon met de naam Beëlzebub (Matteüs 12:24).
Zij legden op deze manier een verband tussen Jezus en de macht van de Heilige Geest en de hel, en niet met de hemel. Jezus zei feitelijk dat dit de lastering van de Heilige Geest was, deze zonde was onvergeeflijk. Zij hadden hem afgewezen.
.
.
.
Het idee van de onvergeeflijke zonde heeft al veel mensen in de geschiedenis bedroefd. Misschien is het schuldgevoel en de angst wel onnodig. Als jij bang bent dat je de onvergeeflijke zonde hebt begaan, dan is dat ongetwijfeld bewijs voor het feit dat je dat niet hebt gedaan! De mensen die de onvergeeflijke zonde begingen hadden hiervan geen berouw zoals God het wil. Ze waren niet geïnteresseerd in Gods vergeving. Vergeet niet dat Petrus tot drie maal toe ontkende dat hij Jezus kende, maar toch door Jezus werd vergeven.
Het lijkt zo te zijn dat deze onvergeeflijke zonde tegen de Heilige Geest alleen mogelijk was in de tijd waarin Christus Zijn bediening op aarde uitvoerde. De onvergeeflijke zonde, die in Matteüs 12 wordt beschreven, kan tegenwoordig niet meer worden begaan. We zijn niet in staat om de wonderen van God, die door Jezus Christus werden verricht, aan Satan toe te schrijven.
Maar wanneer mensen Jezus Christus en Zijn geschenk van het eeuwige leven afwijzen, dan begaan zij in zekere zin de onvergeeflijke zonde van het ongeloof. Ieder die ernaar verlangt om door Gods genade gered te worden heeft de onvergeeflijke zonde niet begaan. Maar, iemand die tot aan zijn dood in ongeloof leeft en Jezus altijd heeft afgewezen, zal niet vergeven worden. Een dergelijk mens zal de eeuwigheid in de hel doorbrengen, afgezonderd van God.
2 Korintiërs 7:10 zegt: “Verdriet dat God geeft leidt tot inkeer die men nooit berouwt en tot redding; verdriet dat de wereld geeft leidt alleen maar tot de dood.” Mensen die oprecht naar Gods vergeving verlangen zullen deze vergeving ook ontvangen!
.
.
.
.
.
.

