Tagarchief: doopsel

Dertiende Miniatuur : vierde visioen van het tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Dertiende Miniatuur:  Vierde visioen van het tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2013_Boek%20II,4

 

 

 

Het Heilige Vormsel

 

Deze voorstelling heeft eigenlijk maar weinig uitleg nodig. Het Vormsel is de voltooiing van het Doopsel en dit sacrament verleent de gelovige de genade van sterkte door de gave van de H. Geest. We zien de Kerk terug maar groter dan in het visioen van het Doopsel.

We zien wel weer dezelfde overvloed van goud over heel haar gestalte, dezelfde kroon op haar hoofd, dezelfde haarvlechten, dezelfde grote ogen, dezelfde kleding met lange mouwen, en dezelfde opstelling die niets laat zien beneden de heupen, omdat de Kerk pas voltooid zal zijn op het einde der tijden bij de wederkomst des Heren.

Haar handen zijn opgeheven in een biddend gebaar en zij leunt met de rug tegen een toren die we boven haar uit zien oprijzen. De toren verleent haar de sterkte die haar op het Pinksterfeest door de H. Geest werd geschonken.

De miniaturist laat uit drie met edelstenen omlijste ramen in de top van de toren gouden vlammen te voorschijn komen die aanduiden  hoe royaal de H. Geest zich gemanifesteerd heeft door zijn gaven en door de prediking van de apostelen.

Al deze effecten van Pinksteren openbaren zich in iedere christen die het sacrament van het H. Vormsel heeft ontvangen. Daarom worden in dit visioen de gelovigen die gevormd zijn, beschreven als warmte-uitstralend en glanzend van goud, want door de zalving met het H. Chrisma is in hen het licht van het Doopsel nog helderder geworden.

Het zou moeten zijn, dat allen die deze twee sacramenten ontvangen hebben, zich waardig tonen. De tekst van het visioen leert ons sommigen hun blik richten op de zuiver stralende klaarheid. Maar tussen de gelovigen bevinden zich zowel dappere als zwakke, sukkelende en lauwe zielen.

Anderen wenden zich naar troebel roodachtig licht dat symbool staat voor aardse geneugten. Toch zijn er verschillenden onder hen die dapper zijn in geloof en met de aardse zaken hemelse schatten weten te kopen. Doch niet allen volgen dit goede voorbeeld en wagen het zelfs hun Moeder de Kerk op haar hoofd te slaan.

Dit alles heeft de miniaturist met enkele karakteristieke houdingen aangegeven en het verschil van die karakters door kleuren aangeduid. De volmaakte gelovigen zijn steeds met drieën uitgebeeld. De onvolmaakten met tweeën van wie er twee de Kerk op haar hoofd slaan. De maker van deze miniatuur gaat eigenlijk nog verder dan Hildegard in haar tekst aangeeft en laat een onverlaat spuwen op de gulden linker mouw van de Kerk.

We zien een vlakje zilver aangebracht rechts van de Kerk boven drie rode figuurtjes. Het zijn dezelfde figuurtjes die op de borst van de Kerk staan. Wellicht is hier gezinspeeld op de martelaren die in groot geloof de sterkte hebben opgebracht hun leven te geven. We zagen reeds eerder, dat zilver dikwijls verwijst naar het geloof.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2012_Boek%20II,3

 

 

De volgende vijf miniaturen handelen over de sacramenten van de Kerk :  Doopsel, Vormsel, Priesterschap, en Eucharistie. Hildegard besteedt een bijzondere aandacht aan het H. Doopsel en het H. Priesterschap, en dit laatste speciaal in verband met de maagdelijkheid in de Kerk.

De twaalfde miniatuur toont ons het visioen van het H. Doopsel als openbaring in de schoot der Kerk; het Doopsel is immers het sacrament van de wedergeboorte tot het goddelijk leven. De volgorde waarin men de vier voorstellingen moet lezen is van rechtsboven naar linksboven en van rechtsonder naar linksonder.

 

 

1

 

1. Rechts boven zien we de Kerk als koningin met gouden kroon en gulden gewaad, zelfs haar gezicht en handen zijn van goud. Uit de tekst leren we, dat deze gulden schittering wijst op het goddelijk licht dat haar als een gewaad omkleedt. Met haar handen omvat zij het altaar waarboven de Christus met een boek in de hand als Majesteit troont.

Men ziet aan de voorkant van het altaar de rechterhand en opzij van het altaar nog net de toppen van de vingers van de linkerhand: zij omhelst werkelijk het altaar als een geliefde zijn bruidegom. Het is een huwelijksgebaar waardoor de vereniging van de Godmens met de Kerk tot stand komt.

 

 

2

 

2. Het gevolg van deze eenwording toont de volgende voorstelling die een zwangere Kerk laat zien. In heilig enthousiasme heft zij haar rechterarm omhoog. Op de banderol die zij in de hand houdt staat: Me oportet concipere et parere (ik moet ontvangen en baren). De oervrouwelijke vreugde over deze zwangerschap brengt Hildegard in beeld door engelen te laten toesnellen met muziekinstrumenten, die symfonieën van vreugde doen klinken.

Tegelijk dragen de engelen trappen en stoelen aan, bestemd voor de gelovigen die gebaard zullen worden. Want, zegt de tekst, engelen staan gereed om het nieuwe geslacht te helpen bij het bestijgen van de treden van het geloof en het de rustpunten te verschaffen voor de beschouwing.

 

 

3

 

3. De derde voorstelling geeft op een heel oorspronkelijke wijze het proces weer van de geboorte tot het geestelijk leven. De geloofsleerlingen haasten zich als donkere hardlopers om door de brede mazen van het net, dat de schoot van de Kerk bedekt, naar binnen te dringen. Men ziet alleen nog de hoofden zoals bij vissen die in een net gevangen zijn.

Het opmerkelijke is dat de Kerk kinderen baart uit haar mond, omdat de door de mond hardop uitgesproken doopformule, de mensenkinderen geboren doet worden tot het bovennatuurlijke leven. Daarom strekken de pasgeborenen, nu stralend van goudkleur, hun handen uit naar het symbool van de H. Drievuldigheid uitgebeeld door drie elkaar omgevende cirkels.

De buitenste is van zilver, dan hebben we één van goud en de middelste is van een blauwe kleur met een wit centrum. Vóórdat de geloofsleerlingen geboren werden hadden ze een donkerbruine kleur, die we in de andere miniaturen alleen voor de helbewoners gebruikt zien. Bij de wedergeboorte hebben de neofieten die donkere huid afgeworpen zoals een slang die vervelt. Nu schitteren zij van het hemels goud van de H. Geest.

 

 

4

 

4. In het vierde en laatste tafereel richt Christus een vermaning tot de nieuw gedoopten. Men heeft de keuze tussen twee wegen. De ene leidt naar het oosten, waar de laatste openbaring zal plaats vinden en de andere voert naar het noorden, waar de vorst van het kwade, hier voorgesteld door rode vlammen, zetelt. Deze leer van de twee wegen in verband met het doopsel gaat terug tot de eerste tijden van het christendom.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

De hoofdgedachten van Hidegard van Bingen

Standaard

categorie : Hildegard van Bingen

 

 

 

hildegard

 

.

 

De hoofdgedachten zijn:

.

Kosmos, geboorte, levensloop en sterven van de mens;

zondeval en verlossing door Christus (niet door de engelen);

de H. Drievuldigheid;

Doopsel en de Kerk als lichaam van Christus;

de Kerk als Stad Gods in de loop der geschiedenis, waarin de mysteries van Christus en der gelovigen centraal staan;

de Wederkomst en het Oordeel;

 

.

 

Eigenlijk als in de Bijbel

 

a) Oude Testament,

b) Nieuwe Testament

c) Apocalyps.

.

 

Dit kader waarbinnen het geheel van Scivias is opgebouwd kunnen we ook leren kennen door uit de tekst van de visioenen die passages te lichten waar sprake is van de Stem uit de Hoge. Als we dan uit de toespraak bij ieder visioen de kernboodschap nemen, en we schrijven al deze boodschappen achter elkaar op, dan hebben we de mooiste samenvatting van de boodschap en de getuigenis van Hildegard, die dan ongeveer als volgt luidt:

.

 

Eerste Boek:

 

scivias-ken-de-wegen-set-deel-1-en-2

.

 

 

De boodschap is: God die alles geschapen heeft en regeert, zal degenen die Hem in ootmoed dienen, met hemels licht doorstralen om hen die er mee instemmen tot ware aanschouwing te voeren.

.

“Hildegardis, roep, ja schreeuw het uit, wat je existentieel in één lichtflits, in één mystieke ervaring hebt mogen beleven. Ik, God, dwing je daartoe. Immers, zij die eigenlijk de blijde boodschap, het evangelie moesten verkondigen, laten door zelfzucht verstek gaan.”

“Dit zijn de wegen des Heren. Wie instemt met God zal nooit uit het hemels evenwicht losgerukt worden wees dus niet bang. Immers, in de geschapen, zichtbare dingen openbaart God de onzichtbare geestelijke dingen.”

De grootste openbaring is, dat de tweede Persoon van de H. Drieëenheid voor ons zichtbaar is geworden door de Menswording uit de Maagd Maria. Omdat eens Adam en na hem ieder mens in schuld verstrikt is geraakt, wil Gods Woord zelf, door ook mens te worden, ons hulp bieden en ons terug voeren op de wegen des Heren.

Vóór de Menswording van Christus hield God het uitverkoren volk wel de wet voor. Het bleek dat deze te zwaar was voor hen. Christus heeft die gestrengheid in de mildheid der genade veranderd en zalfde zó de mens die door de wet gewond was geraakt.

Vóór Christus, in Christus’ dagen en na Christus’ helpen de engelen ieder van ons, door Gods boodschappen over de juiste wegen door te geven.

 

 

Tweede Boek:

 

 

scivias-deel-2-198x300

.

.

 

Verlossingswerk gezien van God uit.

.

“Ondanks de tegenwerking van de geestelijkheid die je, om je vrouw-zijn, het spreken wil beletten: Roep toch, zoals Ik het je geopenbaard heb”.

De levende God schiep alles door Zijn Woord en door ditzelfde Woord verlost Hij de mens en brengt hij hem in het hemelse Jeruzalem. Deze verlossingswil ligt in het hart van de H. Drievuldigheid. Daar ligt de bron van alle natuurlijk en geestelijk leven. De hemelse stad Jeruzalem, welke hier op aarde reeds in de Kerk een aanvang neemt, wordt gevormd door levende stenen.

Dat zijn zowel de grote als de kleine gelovigen, gelijk ook een net grote en kleine vissen ophaalt. Iedere gelovige, groot en klein, wordt herboren in het doopsel en ontvangt zijn volwassenheid door de zalving van de H. Geest. Maar de uitgroei naar volwassenheid wordt hevig tegengewerkt door de gevallen engel en zijn trawanten. Christus echter overwint hen.

 

.

Derde Boek:

 

 

deel 3

 

.

 

Verlossingswerk gezien vanuit de mens.

.

Nu volgt onder het dynamisch beeld van de opbouw van een stad, weer de verkondiging van dezelfde mystieke verlichting. Justitia, de Gerechtigheid Gods, eist dat de Schepper, die ook de Verlosser is, alle eer toekomt en in trouw geloof aanbeden wordt.

Op het fundament van dit geloof wordt het gebouw van de Gerechtigheid opgetrokken. Vóór het Oude Verbond was alleen de aanleg te zien, denken we slechts aan de aartsvaders. Maar onder de joodse wet en met Christus’ komst ging het gebouw de hoogte in. Omwille van Gods Zoon toont God zich in het Nieuwe Verbond wel mild, maar Hij straft in een scherp oordeel elk verhard gemoed dat de Geest versmaadt.

Het Oude Verbond liet duidelijk zien, wat de eerste voorwaarde is voor de geestelijke opbouw, n.l. in deemoed gehoorzaamheid betuigen aan wie door de Geest in gezag gesteld zijn. Door Christus is het mysterie van de Drieëenheid openbaar geworden, maar net als met het mysterie van de Menswording van de tweede Persoon kan men deze geheimen alleen doorgronden in zover de H. Geest ze wil openbaren.

De Zoon Gods roept alle deugdzamen op om samen de verdedigingsmuur te vormen tegen de vijand, opdat geen gelovige door duivelse list geroofd kan worden. Ieder die zichzelf weet te verloochenen, ontdekt dat de Zoon Gods, die zetelt op hoeksteen in het Oosten, degene is uit wie alles voortkomt en tot wie alles terugkeert.

Wel gaat al het geschapene te gronde, maar de bruid van de Zoon Gods zal in groter heerlijkheid opstaan en in de armen van haar geliefde vallen. Al het geschapene zal overgaan in een nooit eindigend lichtvisioen waar een nieuw lied weerklinkt:

“Lofzang komt de hoogste Schepper toe, door Wie niet alleen de volmaakte gelovigen als engelen en heiligen, maar ook de steeds struikelende gelovigen met de hulp van Zijn genade tot de hemelse glorie worden gevoerd. Amen”.

Als we nu deze samenvatting overlezen, komen twee blijde boodschappen op ons af. In de eerste gaat het over God en het mensgeworden Woord, Christus, en daarna over de Kerk als stad, als een bolwerk met verdedigingsmuren, waarvan alles steunt op één hoeksteen. Die hoeksteen is weer de Christus en zo wordt er een nauw verband gelegd tussen God, Christus en de stad Jeruzalem ofwel de Kerk.

En deze verhouding tussen Christus en de Kerk wordt op het einde bij de wederkomst des Heren geformuleerd in termen van de bruid die in de armen van haar Geliefde zal vallen. Dit is de eerste boodschap door onze profetes verkondigd.

Maar de tweede is wellicht nog belangrijker. Aan de absolute eis van de Justitia, dat aan de Schepper, die tevens de Verlosser is, alle eer moet toekomen, is uiteindelijk volledig voldaan. De wegen des Heren leiden hoe dan ook alle naar God zelf. Daarom hoort Hildegard aan het slot een nieuw lied:

“Lofzang komt de hoogste Schepper toe door Wie niet alleen de volmaakte gelovigen, als engelen en heiligen, maar ook de steeds struikelende gelovigen met de hulp van Zijn genade tot de hemelse glorie worden gevoerd”.

Wat is het nieuwe in dit lied? Dat dank zij het verlossende lijden van Christus ook de zwakke broeders in het geloof het einddoel zullen bereiken. De blijde boodschap, het ware Evangelie, is dat Christus in het hart van de Drieëenheid zich ontfermt over de arme massa.

God kan aanvullen wat er bij ons kleingelovigen ontbreekt en Hij heeft dit ook gedaan. De grootheid van God is dat Hij, toen de hoogste geesten weigerden Hem te aanbidden en in de afgrond vielen, de minste der geesten, de mens, in hun plaats koos. En God heeft kans gezien om de onvolmaakte mens binnen te dragen in Zijn Rijk om de opengevallen plaatsen in te nemen.

Terecht zou iemand kunnen opmerken: Wat Hildegard ons als profetes meent te moeten meedelen, is toch eigenlijk geen nieuws! Wat de leer betreft inderdaad niet, maar wat de beleving en verkondiging ervan betreft wel.

Hier treedt een vrouw naar voren, die ons verzekert geroepen te zijn, om de door God aangewezen bisschoppen en priesters terecht te wijzen. De hele Scivias is gericht tot de geestelijkheid, die volgens de hemelse stem haar plicht verwaarloost.

Maar Hildegard aarzelde lang om deze opdracht te vervullen, wat helemaal niet moeilijk te begrijpen is. Zij was immers een vrouw en vrouwen hadden zeker in háár tijd geen enkele stem in de kerkelijke hiërarchie. Toen zij desondanks begon te spreken, voelde zij het als een bijna onoverkomelijk bezwaar, dat zij geen onderricht had gehad in welsprekendheid.

Het nauwelijks Latijn dat zij kende had ze zich eigen gemaakt door het veelvuldig lezen en zingen van de H. Schrift. En toch moest zij spreken, maar hoe? Terwijl zij over de korte maar hevige ervaring van de Godsontmoeting en verlichting begon na te denken, waaierde het licht uit als een regenboog, of beter als een reeks kerkramen van gebrandschilderd glas in een kathedraal.

Het licht werd haar duidelijk in beelden maar altijd in beelden die in haar geheugen reeds aanwezig waren. Als zij deze dan ook beschrijft, herkennen we veel motieven uit de kerkelijke iconografie van de eerste eeuwen van het christendom.

Evenwel, de bekende beelden waren voor haar niet toereikend om haar strikt persoonlijke ervaring tot uitdrukking te brengen. Voor die momenten ontwerpt Hildegard nieuwe composities van vorm en kleur. Daarom dienen we attent te zijn zodra we, bij het bestuderen van de vijfendertig miniaturen, nieuwe iconografische gegevens tegenkomen.

Bij die nieuwe voorstellingen en kleurencombinaties kunnen we er op rekenen, dat in de tekst hele persoonlijke ontboezemingen onder woorden zijn gebracht en wel zo persoonlijk, dat we van unieke ervaringen van zuiver mystiek gehalte kunnen spreken.

.

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

 

De Katholieke Kerk kent zeven sacramenten

Standaard

categorie : religie

 

 

De Katholieke Kerk kent zeven sacramenten. Sacramenten zijn tekens van Gods nabijheid. Volgens de katholieke leer zijn de sacramenten ingesteld door Jezus. Op het moment waarop je een sacrament ontvangt kun je zeer sterk ervaren dat God een actieve rol speelt in je leven. Maar of je het ervaart of niet, op die momenten gebeurt er iets met je.

 

 

7_sacramenten

.

.

Drie soorten sacramenten

 

Om te beginnen kunnen we onderscheid maken in drie soorten sacramenten. Er zijn drie zogeheten initiatiesacramenten. Dit zijn sacramenten om opgenomen te worden in de kerk:

  • het sacrament van het doopsel,
  • het sacrament van de eucharistie
  • het sacrament van het vormsel.

Dan zijn er twee sacramenten voor ondersteuning in moeilijke tijden:

  • het sacrament van de biecht
  • het sacrament van de ziekenzalving.

Deze twee sacramenten worden ook wel de sacramenten van genezing genoemd.

Tot slot zijn er twee sacramenten die een levenswijze inhouden :

  • het sacrament van het huwelijk
  • het sacrament van de wijding.

Hieronder een opsomming met bij elk sacrament een korte uitleg

 

 

 

Het sacrament van het doopsel

 

Het doopsel is het fundamentele sacrament van de christelijke initiatie. Dopen betekent onderdompelen. Bij de doop wordt degene die gedoopt wordt overgoten met water. De doop maakt ons tot kind van God. Tevens wordt een mens door de doop opgenomen in de kerk.

Het doopsel wordt toegediend door een priester of een diaken. Hij spreekt hierbij de woorden: ‘Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.’ In geval van nood mag iedereen het doopsel toedienen. Voorwaarde is wel dat hij of zij de oprechte intentie heeft te doen wat de Kerk doet. Het sacrament van het doopsel kan slechts éénmaal in een leven ontvangen worden.

 

 

 

 

 

 

Het sacrament van de eucharistie

 

Het woord ‘eucharistie’ betekent letterlijk ‘dankzegging’. Een belangrijk moment tijdens de eucharistie is de communie, het moment waarop men de heilige Hostie, het heilig Brood tot zich neemt. Hierbij kan Jezus heel dichtbij worden ervaren. Meestal wordt de Eerste Communie gevierd rond de leeftijd van 7 of 8 jaar.

Een eucharistieviering wordt altijd voorgegaan door een priester. De mensen in de kerk komen als gemeenschap bij elkaar om brood en wijn te delen en om het leven, de dood en verrijzenis van Jezus te herdenken. Als de priester het eucharistisch gebed uitspreekt over het brood en de wijn worden deze omgevormd tot Lichaam en Bloed van Jezus Christus.

Het eucharistisch gebed bevat de woorden die Jezus uitsprak bij het laatste avondmaal: ‘Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.’ En ‘Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond; dit is mijn bloed dat voor u en voor alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden.

Blijft dit doen om Mij te gedenken.’ Telkens als christenen eucharistie vieren, doen zij dus wat Jezus zijn leerlingen heeft opgedragen. De eucharistie kan elke dag gevierd worden, wat betekent dat het sacrament van de eucharistie dagelijks ontvangen kan worden.

 

 

Het sacrament van het vormsel

 

Dopen gebeurt vaak als men nog een klein kind is. Het is een keuze die door ouders/opvoeders wordt gemaakt. Bij het ontvangen van het sacrament van het vormsel kiest de vormeling er zelf voor om verder te gaan op de weg van het geloof. Meestal ontvangt men dit sacrament rond de leeftijd van 12 jaar. Dit sacrament is de voltooiing van de christelijke initiatie.

Bij het sacrament van het vormsel sterkt de vormheer (meestal de bisschop) de vormeling met de kracht van de Heilige Geest door handoplegging. Tevens geeft hij de vormeling een kruisje op het voorhoofd met gewijde olie (zalving) en bezegelt hiermee dat hij/zij op Christus gelijkt. De Heilige Geest helpt mensen om in geloof de weg van Jezus te volgen. Net zoals het doopsel kan men het vormsel slechts eenmaal ontvangen.

 

 

 

Het sacrament van boete en verzoening – De biecht

 

De biecht wordt ook wel het sacrament van de vergeving genoemd. In het leven komen mensen steeds weer voor keuzes te staan. Ook raken we wel eens verzeild in moeilijke situaties. We maken dan niet altijd de juiste keuzes. Soms gaat het om hele kleine dingen, maar soms gaat het ook behoorlijk mis, en komen we met andere mensen in de knoop te zitten en daarbij ook met onszelf en met God.

In het sacrament van boete en verzoening draait het om het herstellen van een door zonde beschadigde relatie met God en kerkgemeenschap. De priester kan in dit sacrament in Christus’ naam zonden vergeven. Na de begroeting in een biechtgesprek belijdt de boeteling zijn zonden. Het is belangrijk dat de boeteling het hele verhaal vertelt, daadwerkelijk berouw heeft over zijn of haar zonden en de intentie heeft zijn leven te veranderen.

Daarna legt de priester een passende penitentie op, meestal in de vorm van gebeden of goede werken. Vervolgens verleent de priester de boeteling vrijspraak en vrede. Hij gebruikt hierbij de woorden: ‘Ik ontsla u van uw zonden in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.’ Aan het eind van het biechtgesprek ontvangt de boeteling de zegen van de priester.

De priester is overigens gehouden aan een streng biechtgeheim. Schending van het biechtgeheim is strafbaar. Als iemand een zware misdaad opbiecht kan de priester proberen deze persoon over te halen om dit openbaar te maken en een passende juridische straf te aanvaarden. De beslissing hierover ligt echter bij de biechtende persoon.

 

 

 

 

 

Het sacrament van de ziekenzalving

 

Het sacrament van de ziekenzalving heeft als doel een bijzondere genade te verlenen aan de christen die te kampen heeft met de moeilijkheden die verbonden zijn met een ernstige ziekte of met ouderdom. Vaak gebeurt dit op het moment dat de gelovige ten gevolge van deze ziekte of ouderdom in levensgevaar verkeert. Alleen een priester kan de ziekenzalving toedienen.

Bij het sacrament van de ziekenzalving zalft de priester het hoofd en de handen van de zieke met olie. Deze olie is speciaal voor dit sacrament door de bisschop gewijd. Tijdens de zalving spreekt de priester een liturgisch gebed uit, waarin hij bidt om de bijzondere genade van dit sacrament.

 

Deze bijzondere genade kan op de volgende manieren vrucht dragen:

  • de vereniging van de zieke met het lijden van Christus, tot zijn eigen welzijn en dat van heel de kerk
  • troost, vrede en bemoediging om op christelijke wijze het lijden te verdragen
  • vergeving van de zonden, als dit niet al is verkregen door het sacrament van de biecht
  • zo mogelijk, herstel van de gezondheid
  • voorbereiding op de overgang naar het eeuwig leven

Het sacrament van de ziekenzalving kan men meerdere keren in het leven ontvangen.

 

 

 

Het sacrament van het huwelijk

 

Het huwelijk is meer dan een samenlevingscontract, het is een levenskeuze in liefde voor elkaar. Voor Katholieken is het huwelijk niet alleen een verbond met elkaar, het is ook een verbond met God. Het kerkelijk huwelijk is binnen de christelijke traditie een verbintenis tussen een man en een vrouw die bezegeld wordt in het bijzijn God en zijn gemeenschap.

Binnen de Katholieke Kerk wordt het kerkelijk huwelijk beschouwd als de eigenlijke huwelijkssluiting en daarmee als gelijkwaardig aan het burgerlijk huwelijk. Het burgerlijk huwelijk wordt door katholieke paren vaak enkel als een administratieve handeling gezien.

Het sacrament van het huwelijk wordt in tegenstelling tot alle andere sacramenten, door de bruid en de bruidegom aan elkaar toegediend, waarbij de priester namens de kerk als getuige optreedt. In het bijzijn van de priester zeggen bruid en bruidegom officieel ‘ja’ tegen elkaar. Op dat moment worden zij door God met elkaar verbonden.

De priester neemt het ja-woord in naam van de kerk aan en spreekt er de zegen over uit. In de meeste gevallen vindt het kerkelijk huwelijk plaats binnen een eucharistieviering, maar dit is niet verplicht. Een kerkelijk huwelijk is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen te ontbinden. Wat God verbonden heeft, zal volgens de katholieke geloofsleer niet door de mens gescheiden worden.

Maar de kerk kan wel de vraag stellen of het oorspronkelijk kerkelijk huwelijk wel geldig werd afgesloten. Indien dat niet het geval is geweest kan het huwelijk door de kerk nietig worden verklaard. Hiermee heeft het huwelijk volgens de kerk nooit bestaan.

 

 

 

Het sacrament van de wijding

 

Een wijding is een rituele handeling waardoor personen, plaatsen of zaken aan een god worden toegeheiligd, hetzij om ze te bestemmen voor de eredienst, hetzij om de genade van de God van het christendom over de betrokken personen of zaken af te smeken. Iemand die door God geroepen wordt om diaken, priester of bisschop te worden, en gehoor geeft aan die roeping, kiest ervoor om zijn leven in dienst te stellen van Jezus Christus.

Hij treedt hiermee in het voetspoor van de twaalf apostelen: de leerlingen die het dichtst bij Jezus stonden, en die Hij heeft uitgezonden om na Zijn dood het evangelie overal te gaan verkondigen. De wijding vindt al sinds de apostelen plaats door handoplegging en is eenmalig en onuitwisbaar.

Een wijding tot diaken, priester of bisschop wordt altijd toegediend door een bisschop. Bij een priesterwijding roept de bisschop Gods kracht af over de nieuwe priester. De priester kan in de naam van Christus en als medewerker van de bisschop het woord van God verkondigen en de sacramenten toedienen. Bij een diakenwijding wordt de nieuwe diaken aangesteld tot een dienst binnen de geloofsgemeenschap in naam van de bisschop.

Hij staat de priester bij in de eredienst, bij pastorale taken en op het gebied van de liefdadigheid. Hij kan dopen en Gods zegen afroepen over een huwelijkspaar. Het sacrament van de wijding in zijn volheid is dat van de wijding van een bisschop. Het maakt de wijdeling tot een wettige opvolger van de apostelen. Bisschoppen zijn samen met de Paus verantwoordelijk voor de gehele Katholieke Kerk.

Omdat wijdelingen zich geroepen voelen om zich onverdeeld te wijden aan de God en Zijn werk, leven zij een celibatair leven. Dat wil zeggen dat zij geen huwelijk aangaan en geen intieme omgang hebben met een vrouw. Op deze manier kan de wijdeling zich geheel geven aan God en de mensen. De reden waarom alleen mannen gewijd kunnen worden, heeft te maken met de keuze van Christus zelf, die alleen mannen als zijn apostelen koos.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

mijne-kop-a4