Categorie: religie/video
‘Waarom is Jezus Jood?’
Ds. Willem J.J. Glashouwer




.
.
.
.
.
.
1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie
.
.
Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.
.
.
.
Het negende inzicht is de samenvoeging en verankering van de eerste acht inzichten.
Er zijn enorm veel mensen die bewust of onbewust bezig zijn met enkele van de inzichten: het wetenschappelijk benaderen van spirituele groei, omgang met de medemens, eigen spirituele groei, en omgang met onze kinderen.
.
.
Mensen als Carl Jung, Bell Laboratories en Einstein waren in hun tijd al bezig aan te tonen dat er meer is tussen hemel en aarde. Het trachten te verklaren dat tijd en ruimte niet lineair zijn, dat er Universele energie bestaat, dat alle individuen en objecten een verbindende schakel hebben, komen mede van hun hand. Dergelijke onderzoekers creëerden een basis van aannemelijke kennis waar een spirituele groei op kan rusten.
Niet alles is wetenschappelijk aangetoond, en berust op aannames (we nemen aan dat, tenzij het tegendeel bewezen is). Een hoop mensen vinden het prettig om abstracte zaken als Universele energie, energie-uitwisseling, reïncarnatie en karma verduidelijkt te hebben.
De eerste drie inzichten is een basis. Het maakt ons duidelijk dat we collectief op weg zijn ons bewust te worden van onze spirituele aard. Dat elk individu een levensvisie heeft, en dat de menselijke interactie je kan helpen je levensvisie te vinden en te volgen.
.
.
.
Vooral in het westen heeft de mens zich de laatste paar honderd jaar zich voornamelijk bezig gehouden op materiele in plaats van spirituele groei. Hierdoor zijn we het contact met onze basis, de Universele energie, deels kwijtgeraakt. Toch hebben we energie nodig. Het vergaren van die energie gebeurt op dezelfde wijze als we ons staande houden in die materiele wereld: middels energieroof.
Als we gaan inzien dat deze energie maar tijdelijk is en dat we niet op een gelijkwaardige manier met onze medemens omgaan, pas dan kunnen we veranderen. Door het opheffen van de beheersingsdrama’s en onze energie te onttrekken uit de natuur en/of de kosmos, zullen we dichter bij onze eigen wezen komen. Onze Boeddha-natuur, in plaats van ons Ego, waaruit we nu vaak handelen.
.
.
.
Begin vorige eeuw begon de invloed van de kerk af te brokkelen. In de jaren ’60 ontstond er een interesse naar Oosterse wijsheden. Eind jaren ’70 begon de groei van Reiki. Heden ten dagen heeft elke gemeente wel een New-Age winkel. In elk huis staat wel een Boeddha beeldje, een dreamcatcher of wordt wierook gebrand. Er worden veel Reiki-cursussen, Meditatie avonden, Yoga-sessies, etc. aangeboden. Het aantal Spirituele Centra groeit nog steeds.
De mens verwijdert collectief van de opgelegde dogma’s van de kerk, en wil een eigen inbreng in haar eigen spirituele belevenis. Het besef dat er meer is tussen hemel en aarde, en dat we op een andere manier met elkaar en onze omgeving moeten omgaan, krijgt steeds meer aanhang. Alleen het daadwerkelijk DOEN ontbreekt er vaak aan. En als het wel gedaan wordt, dan vaak individueel. Men schaamt zich toch een beetje voor het feit dat ze mediteren, naar workshops gaan, naar bomen luisteren, etc.
.
.
.
Als je gelooft dat je maar één keer leeft, dan heeft een ouder meer levenservaring dan een kind en is onze westerse opvoedtraditie te begrijpen. Als je er van uit gaat dat men reïncarneert, dan valt deze gedachte uiteen. Wellicht is ons kind verder op haar levenspad dan wij. Als we het kind kort houden en beknotten, dan hanteren wij de beheersingsdrama’s en richten we zowel bij het kind als bij ons schade aan.
Dat een kind niet de keukenkastjes mag plunderen, de poes niet aan de staart mag trekken, en niet op de muur mag tekenen spreekt voor zich. Het heeft geen zin het kind zijn tekenspullen af te nemen. Hiermee beperk je het kind in zijn uitingen. Het kind mag wel tekenen, alleen niet op de muur, je bestraft dus het verkeerde. Kinderen tot een jaar of zeven hebben weinig inzicht in de complexe materiele wereld waarin de ouders leven.
Veel handelingen komen vanuit hun spirituele besef in plaats van hun materiele besef. Kinderen moeten daarin gestuurd en gesteund worden, niet geblokkeerd. Op het moment dat ouders handelen vanuit de materiele wereld (beide een baan, verantwoordelijkheid), en meerdere kinderen hebben, dan komen de kinderen letterlijk aandacht = liefde tekort. Ook hier zullen de ouders na een vermoeiende werkdag terugvallen op de beheersingdrama’s om het huis zo snel mogelijk stil te krijgen.
De ouderwetse methode van rolbepaling is hier niet het antwoord op. Een kind heeft zowel de aandacht van de moeder, als van de vader nodig. Komt een kind de aandacht van de vader tekort, dan heeft dat zijn uitwerking op zijn latere omgang met mannen.
Ook hier valt men snel terug in de beheersingsdrama’s. Het verbinden van al deze inzichten heeft een enorm sneeuwbal effect. Een collectieve spirituele groei met een andere kijk op onze omgeving. Een mens heeft een levensvisie. Door dit alles te koppelen, komen we bij de essentie van het negende en het begin van het tiende inzicht: een vernieuwde wereldvisie.
.
.
.
.
.
.
.
.
Martin Luther King werd op 15 januari 1929 geboren in Atlanta. Nadat hij zijn doctoraat behaalde in theologie werd hij in 1955 dominee in Montgomery. Nog geen jaar later werd deze stad het toneel van een nationale rel toen de zwarte vrouw Rosa Parks op 1 december 1955 weigerde haar plaats voor in de bus af te staan aan een blanke passagier.
Die besloot er vervolgens de politie bij te halen, waarop Parks gearresteerd werd en een boete van 10 dollar kreeg. Zwarten waren namelijk volgens de wet verplicht om achter in de bus te zitten. Op 20 december 1956, 385 dagen na het begin van de boycot, besloot de staat Alabama een einde te maken aan de rassensegregatie in de bussen.
Door zijn betrokkenheid bij de boycot in Alabama groeide King in één klap uit tot een van de meest prominente leiders van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. In 1957 zette hij vervolgens de Southern Christian Leadership Conference (SCLC) op, een belangengroepering die de rechten van zwarte Amerikanen in de gehele Verenigde Staten moest verbeteren.
King richtte zich, in navolging van zijn grote idool Mahatma Gandhi, voornamelijk op het geweldloze protest. Zo organiseerde hij demonstraties, vredesmarsen en zogeheten sit-ins. In 1963 gaf hij leiding aan een vreedzame mars naar Washington, waarbij tussen de 200.000 en 300.000 mensen demonstreerden voor burger- en economische rechten voor zwarten.
In Washington hield King zijn beroemde ‘I have a dream’-speech. Een jaar later kreeg hij als jongste persoon ooit de Nobelprijs voor de Vrede toegewezen. De vreedzame protesten van King leidden tot resultaat en veel van de eisen werden in 1965 door president Johnson ingewilligd. Op 4 april 1968 kwam er een vroegtijdig einde aan het leven van Martin Luther King jr. toen hij werd neergeschoten op het balkon van het Lorraine Motel in Memphis.
“Ik heb een droom dat op een dag dit land zal opstaan en de ware betekenis van haar credo zal naleven: ‘Wij vinden de volgende waarheden vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn’. Ik heb een droom dat op een dag, op de rode heuvels van Georgia, de zonen van voormalige slaven en de zonen van voormalige slavenhouders in staat zullen zijn samen aan te schuiven aan een tafel van broederschap. Ik heb een droom dat mijn vier kinderen op een dag zullen leven in een land waar zij niet beoordeeld zullen worden op hun huidskleur, maar naar de inhoud van hun karakter. Ik heb een droom vandaag.”
Het is één van de beroemdste toespraken uit de geschiedenis, de hierboven geciteerde woorden die (uiteraard in het Engels) op 28 augustus 1963 werden uitgesproken door Martin Luther King Jr. (1929-1968). Zijn publiek bestond uit 250.000 zwarte demonstranten die naar Washington waren gekomen om burgerrechten te eisen. De woorden, uitgesproken op de trappen van het Capitool, het regeringsgebouw van de Verenigde Staten, vormden een geïmproviseerde aanvulling op een eerdere toespraak, maar werden legendarisch.
In 1968 ging King naar Memphis om stakende vuilnismannen te steunen. Op 3 april hield hij een toespraak waar 20.000 mensen naar luisterden. De dag erop, op 4 april 1968, werd hij op zijn balkon van het Lorraine Motel doodgeschoten door een sluipschutter.
In 1969 bekende James Earl Ray de moord, maar nam deze verklaring later weer in. Desondanks werd hij veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De familie van King geloofde niet dat hij de dader was en dacht eerder aan een complot van de FBI of CIA. Ray overleed in 1998 aan de gevolgen van Hepatitis C.
Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’
.
.
GELOOF
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
















Na Jezus’ ervaring in Nazareth meegemaakt te hebben, wisten zijn discipelen dat niet iedereen graag hun Meester zou verwelkomen, nog minder zijn leer. Ze hadden geen illusies.
Als ze enige twijfel hadden of ze weerstand en afwijzing zouden ervaren, maakten zijn instructies aan hun duidelijk dat dit met hun zou gebeuren. Hij vertelde hen wat ze mee moesten nemen op hun missie, hoe ze zich zouden moeten gedragen en wat ze zouden moeten doen als hun boodschap niet ontvangen werd.
Echter, hun boodschap was een noodzakelijke boodschap. Zij waarschuwden de mensen over de consequentie wanneer ze hun rug naar hun zonden keren. Ze toonden Jezus’ macht over de demonische wereld. Ze zegenden velen met genezing. Met andere woorden, zij verspreidden de boodschap van hun Meester naar veel meer mensen dan Jezus zelf kon doen.
.
Echter, wanneer ze werden afgewezen, moesten ze verder gaan en Gods werk doen waar het meer hartelijk ontvangen werd, niet hun tijd verspillen proberen mensen te overtuigen die niet zouden geloven.
.
.
.
Als je een stad of een dorp binnenkomt, bekijk dan wie het daar waard is dat je bij hem logeert. Blijf bij hem tot je weer uit die stad vertrekt. 12 Als je zijn huis binnengaat, wens de mensen die er wonen dan vrede toe. 13 Als die mensen het waard zijn, zal je vrede over hen komen. Maar als ze die vrede niet waard zijn, zal je vrede bij je terugkomen. 14 Als mensen niet naar je willen luisteren, ga dan weg uit dat huis of die stad. Klop het stof van je voeten af om hen te waarschuwen. 15 Luister goed! Ik zeg jullie dat het voor de streek van Sodom en Gomorra minder erg zal zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Goed te herkennen aan
– de kleine, schermachtige trossen dooiergele vlinderbloemen,
– in de knop meestal rood en
– het samengestelde blad,
– waarvan 1 paar blaadjes aan de basis van de bladsteel zit en
– de deelblaadjes, waarvan de zij-nerven niet goed zichtbaar zijn
Algemeen
Gewone rolklaver is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige tot droge, matige voedselrijke grond in lage graslanden ; de plant komt voor in de duinen en in laag grasland. De plant komt van nature voor in Eurazië en Noord-Afrika en is geïmporteerd in Noord-Amerika en wordt daar ook voor het winnen van veevoer gebruikt. De naam rolklaver verwijst naar de rechte, rolronde peulen.
Bloem
Gewone rolklaver bloeit vanaf mei tot in de herfst met schermachtige trossen van 3-8 dooier-gele vlinderbloemen. In de knop zijn ze meestal rood. Gewone rolklaver is een belangrijke voedselplant voor het vee en schijnt een gunstige invloed te hebben op de smaak van de melk.
Blad
Kenmerkend voor de rolklavers is het blad, dat bestaat uit 5 deelblaadjes, waarvan het onderste paar direct aan de basis van de bladsteel staat, een eind verwijderd van de overige drie. Ze lijken op steunblaadjes, maar zijn het niet.
Algemeen
– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot minder algemeen
– 5 tot 25 cm
Bloem
– dooier-geel
– vanaf mei tot in de herfst
– schermachtige tros
– vlinderbloem
– vlag 10 tot 16 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– vaak behaard
Stengel
– opstijgend of liggend
– kaal of behaard
– rolrond
zie wilde bloemen
.
| 2 Koningen 11 | 1 – 15 | Athália doodt het ganse koninklijke geslacht, en regeert over Juda |
|---|---|---|
| 16 – 21 | Athália gedood | |
| 2 Koningen 12 | 1 – 3 | Joas koning van Juda |
| 4 – 16 | De tempel te Jeruzalem hersteld | |
| 17 – 18 | Aanval van Házaël afgewend | |
| 19 – 21 | Dood van Joas |
.
.




.
.
.
.
.
.
.
Om de oorsprong van Lucifer te kunnen vinden, richten we ons tot het Oude Testament. De naam Lucifer is vertaald uit het Hebreeuwse woord “helel”, wat “helderheid” betekent. Deze aanduiding, die dus op Lucifer betrekking heeft, is de uitlegging van de “morgenster” of “zoon des dageraads” die in Jesaja wordt voorgesteld.
“O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste” (Jesaja 14:12-14).
De context van deze passage slaat op de koning van Babylon zoals hij in zijn trots, zijn pracht en zijn val wordt voorgesteld. Maar de tekst is feitelijk gericht aan de macht die achter de boosaardige Babylonische koning steekt. Geen enkele sterfelijke koning zou beweren dat zijn troon zich boven die van God bevindt of dat hij de Allerhoogste evenaart. De boze macht achter de Babylonische koning is Lucifer, de “zoon des dageraads”.
.
.
.
Lucifer is gewoon een andere naam voor Satan, die als hoofd van het boosaardige wereldbestel de werkelijke, maar onzichtbare macht is achter de opeenvolgende heersers van Tyrus, Babylon, Perzië, Griekenland, Rome en alle andere kwaadaardige heersers die we in de geschiedenis van de wereld hebben zien komen en gaan. Deze passage gaat verder dan de menselijke geschiedenis en markeert het begin van de zonde in het universum en de val van Satan in het reine, zondeloze firmament vóór de schepping van de mens.
We zien ditzelfde thema in Ezechiël: “De HEER richtte zich tot mij: ‘Mensenkind, hef over de koning van Tyrus een dodenklacht aan:
“Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar. Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen.
Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg. Door al het handeldrijven raakte je verstrikt in onrecht en geweld, en je zondigde; daarom, beschermende cherub, verbande ik je van de berg van God en verdreef ik je van je plaats tussen de vurige stenen. Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt, je had je wijsheid en luister verkwanseld.
Daarom heb ik je op de aarde neergeworpen, als een schouwspel voor andere koningen. Door je grote schuld, door je oneerlijke handel, waren je heiligdommen ontwijd. Daarom liet ik een vuur in je oplaaien dat je heeft verteerd, ik maakte van jou een hoop as op de grond, voor ieder die het wil zien. Alle volken die je kenden staan verbijsterd; je bent een schrikbeeld geworden, tot in eeuwigheid zul je er niet meer zijn.”‘” (Ezechiël 28:11-19).
.
Deze passage lijkt gericht tot de “koning van Tyrus”. In werkelijk is het echter gericht aan degene die achter de boosaardige koning van Tyrus schuilgaat. Deze passage bevat profetieën over Lucifer/Satan, omdat zijn laatste einde nog niet heeft plaatsgevonden en pas na het laatste oordeel zal plaatsvinden (Openbaring 20:7-10), ook al is het zeker dat dit einde op deze manier zal plaatsvinden.
Deze passages in Jesaja en Ezechiël hebben beide niet zozeer betrekking op Lucifer/Satan zelf, maar op zijn werk en zijn planning via aardse koningen en heersers die zichzelf een goddelijke eer toekennen. Zij heersen, bewust of onbewust, feitelijk in de geest van Satan en voor de doelen van Satan.
“Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen” (Efeziërs 6:12).
Satan is de vorst achter de machten van dit bedorven wereldbestel.
Let vooral eens op de volgende uitspraak in de passage uit Ezechiël: “de gezalfde cherub”. Een dergelijke uitspraak zou nooit van toepassing kunnen zijn op een menselijke koning. Nee, deze heeft betrekking op Lucifer/Satan die achter de menselijke koning zit. Deze engel is het hoogste wezen dat de HEER ooit heeft geschapen. De HEER zegt over hem: “Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid”.
Satan was het meest wijze schepsel dat God ooit had geschapen. Geen enkele andere engel en geen enkel ander wezen werd geschapen met de intelligentie die God aan dit schepsel had gegeven. God zegt dat dit schepsel “volmaakt van schoonheid” is. Na de Heilige Drie-eenheid – de Vader, de Zoon en de Heilige Geest – is dit wezen tegenwoordig het hoogste wezen.
In Ezechiël 28:14 lezen we:
“Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub”. Dit vertelt ons dat we het niet over een menselijke koning hebben.
Het woord cherub is enkelvoud voor cherubim. De cherubim zijn een symboliek voor Gods Heilige aanwezigheid en Zijn onbereikbare grootheid. Deze cherubim nemen een unieke positie in. De “gezalfde, overdekkende cherub” is het beeld dat in de Hof van Eden voor ons geschetst wordt, nadat Adam en Eva waren weggestuurd en God de cherubim had opgesteld om de weg naar de levensboom te bewaken.
Ook toen Mozes de verzoeningsplaat maakte en deze in het Allerheiligste van de tabernakel plaatste, kwam Gods heerlijkheid er naartoe en ontmoette Hij Mozes tussen de cherubim. Zij “overdekten” de verzoeningsplaat met hun vleugels.
We zien dus dat Satan een cherub was en dat zijn taak bestond uit het bewaken van de troon van God Zelf. Zijn taak was de bescherming van Gods heiligheid. Satan nam de hoogste van alle posities in, een positie die hij verachtte en verloor.
We zien hier in Ezechiël een beschrijving van de hoogste van Gods schepsels, een musicus met perfecte wijsheid en onbeschrijflijke schoonheid, en bovendien met een verheven functie. Maar, dit schepsel met al zijn prachtige eigenschappen had ook een vrije wil. Op een dag zei God tegen dit schepsel:
“Er is ongerechtigheid in jou gevonden”.
.
.
Wat voor ongerechtigheid werd er in hem gevonden? In het boek Ezechiël laat God ons in het prille begin als het ware over Zijn schouder meekijken, zodat we de oorsprong en de schepping van Satan kunnen zien. Maar waarom zegt God dit? Wat is deze ongerechtigheid?
We moeten naar Jesaja 14:13-14 teruggaan, de verzen die ons over de keuze van Lucifer/Satan vertellen. “Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste.” Heb je gemerkt hoe vaak Satan in deze passage eigenlijk “ik zal” zegt? Hij zegt dat hij zijn troon boven Gods sterren zal plaatsen. Het woord “sterren” verwijst hier niet naar de sterren die we ’s nachts kunnen waarnemen. Hiermee worden de engelen van God bedoeld. Met andere woorden: “Ik zal de hemel overnemen, ik zal God zijn”.
Dat is de zonde van Lucifer/Satan en dat is de ongerechtigheid die er in hem werd gevonden. Hij wil geen dienaar van God zijn. Hij wil de dingen niet doen waar hij voor geschapen werd. Hij wil zelf gediend worden en er zijn miljoenen mensen die ervoor gekozen hebben om juist dat te doen: hem dienen. Zij hebben naar zijn leugens geluisterd en ervoor gekozen om hem te volgen. Eva geloofde de leugen dat zij net als God zou zijn. De reden dat Lucifer/Satan haar met die leugen verleidde was dat dit precies datgene is wat hij zelf wil: God zijn.
.
.
.
.
.
.