Tagarchief: bloei

Onkruid soorten in ons land – letter S

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

 

De Schermbloemigen met fijn verdeelde bladeren (Umbelliferae)

 

Deze schermbloemigen vormen een charmante groep planten, die op hun mooist uitkomen wanneer ze in de wegberm of op een dijk groeien waar ze uitsteken boven de andere begroeiing. Fluitenkruid heeft niet voor niets de bijnaam ‘Hollands kant’. Zelfs wanneer deze planten de tuin binnendringen hoeft men dat niet te betreuren. Hun diep uit de grond voedsel halende penwortels brengen namelijk waardevolle mineralen naar boven waardoor die ook voor ondiep wortelende planten ter beschikking komen. Zorg er echter wel voor dat deze onkruiden niet tot zaadvorming komen: Wilde peen bijvoorbeeld brengt per plant ongeveer 4000 zaden voort en 4000 penen is wel wat veel van het goede.

 

 

Fluitekruid

 

FLUITEKRUID (Anthriscus sylvestris) is een overblijvende plant van 0,60 tot 1,50 meter hoog, met wijd vertakte ondergrondse stengels, die binnen korte tijd een flink stuk grond in beslag kunnen nemen. De zachte, heldergroene bladeren staan afwisselend, zijn tot 30 cm lang en 2-3 maal geveerd met ruw gezaagde randen. Ze komen tevoorschijn uit gegroefde scheden op de holle, eveneens van groeven voorziene stengels, die aan de onderkant donzig behaard zijn en aan de bovenkant kaal. De bloeiwijze is een eindstandig, samengesteld scherm met kleine witte bloemen die vijf bloemblaadjes hebben. De vruchtjes zijn langwerpig, kaal en zwart, met twee snavels aan de top.

Fluitekruid is inheems in Europa, Noord-Azië en Noord-Afrika. In ons land een zeer algemene verschijning op grazige, vochtige plaatsen, langs wegen en dijken en in vochtige loofbossen. De bloeitijd is mei-juni.

 

 

 

fluitekruid

 

 

 

 

 

Hondspeterselie

 

HONDSPETERSELIE (Aethusa cynapium) is een vertakte, eenjarige plant, die een grote variatie in afmetingen vertoont: gewoonlijk is hij tussen 30 en 90 cm hoog, maar er zijn ook exemplaren bekend van 3 cm hoog en andere die wel 2 meter bereiken! De holle stengels zijn blauwachtig van kleur en voorzien van fijne ribbels; de bladeren staan afwisselend en hebben een donkergroene kleur; ze zijn niet zo fijn verdeeld als bij de voorgaande soort. Ook hier staan de bloemen in samengestelde schermen, maar deze zijn minder dicht; aan de onderkant zitten omwindseltjes met drie tot vier bladeren.

De bloemen verschijnen van juni tot in de herfst. Wanneer de vruchtjes rijp worden buigen de steeltjes zich naar beneden terwijl de vruchtjes zelf rechtop staan. Ze zijn eivormig en geribbeld, zonder snavels. Alle delen van de plant zijn giftig. Er zijn vergiftigingen bekend in gevallen dat de bladeren waren aangezien voor die van gewone peterselie en de wortels voor jonge raapjes of radijzen. Hoewel dieren de planten weigeren te eten vanwege de onaangename geur, eten zij ze wèl wanneer de planten in hooi verwerkt zijn. Door het drogen zijn de giftige eigenschappen dan verdwenen. Hondspeterselie komt voor in de meeste delen van Europa en is in ons land algemeen langs wegen, op bouwland, in moestuinen en dergelijke.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Peen

 

PEEN (Daucus carota) is een tweejarige plant die 30 tot 90 cm hoog wordt. De slanke stengels staan rechtop en zijn vertakt; ze zijn hol, geribbeld, en borstelig behaard. De fijne verdeling van de afwisselend staande bladeren doet de plant eruit zien alsof hij gemaakt is van kant. De kleine witte bloempjes zitten in dichte, samengestelde schermen, die aan de voet een groot aantal schutblaadjes bezitten. Het middelste bloemetjes in het scherm is vaak rood of paars.

Na de bloei krommen de stelen van het scherm zich naar boven, waardoor als het ware een vogelnestje ontstaat. De vruchtjes zijn langwerpig, met en afgeplatte en een geribbelde, borstelige zijde. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst en het verspreidingsgebied omvat geheel Europa en een groot deel van Noord-Amerika. In ons land algemeen op grazige plaatsen, langs dijken en wegen. Dit is de stamvorm van de gekweekte peen.

 

 

 

 

 

 

 

Spurrie (Caryophyllaceae)

 

GEWONE SPURRIE (Spergula arvensis) lijkt wel wat op Kleefkruid. Hij heeft dezelfde manier van groeien en dezelfde kleverige stengels met de bladeren in kransen. Maar terwijl bij Kleefkruid de bladeren lancetvormig zijn, zijn die van Gewone spurrie lijnvormig. De rangschikking van de bloemen is ook anders, ze staan eindstandig in open groepjes; de vijf bloemblaadje zijn wit. De bloeiperiode loopt van april tot in de herfst. Deze eenjarige plant wordt 15 tot 30 cm hoog. Het verspreidingsgebied omvat geheel Europa. In ons land algemeen op zandgrond; wordt ook gekweekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone vogelmelk : Ornithogalum umbellatum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

gewone-vogelmelk-bloem

 

 

Goed te herkennen aan
– de schermvormige tros grote, witte bloemen en
– de zeer smalle bladeren met witte middenstreep

 

 

vogelmelk_01

 

 

 

Algemeen

 

Gewone vogelmelk is een overblijvende plant van 10 tot 30 cm hoog en groeit op vrij open, vochtige, matig voedselrijke grond in graslanden, bermen en loofbossen. Ze is wettelijk beschermd en wordt ook als tuinplant aangeboden.

De meeste soorten komen van nature voor in Zuid-Europa en Klein-Azië, al zijn er ook een aantal soorten die van nature voorkomen in Zuid-Afrika. In de Lage landen komen vier soorten voor:

  • Bosvogelmelk : (Ornithogalum pyrenaicum), ook wel Pruisische asperge of Pyrenese vogelmelk genoemd. De bloemstengel wordt 1 m hoog, de bloemtrossen worden 30-50 cm groot. Na de bloei blijven de bloemen geopend.
  • Gewone vogelmelk : (Ornithogalum umbellatum)
  • Knikkende vogelmelk : (Ornithogalum nutans)
  • Piramidevogelmelk : (Ornithogalum piramidale) (in Noordwest-Europa voorkomend) is 40-80 cm hoog en afkomstig uit Zuid-Europa en Klein-Azië. De witte bloemen verschijnen in juni-juli in rijke trossen, die in het begin van de bloei piramidevormig zijn. De bloemblaadjes draaien na de bloei ineen.

 

 

bosvogelmelk

bosvogelmelk

 

 

 

knikkende vogelmelk

knikkende vogelmelk

 

 

 

piramidevogelmelk

piramidevogelmelk

 

 

 

Bloem

 

Gewone vogelmelk bloeit in mei en juni met opvallend grote (3 tot 5 cm) witte bloemen, die bij bewolkt weer sluiten. Ook bij mooi weer gaan ze meestal ’s middags dicht. De bloeiwijze is een schermvormige tros van 3 tot 20 bloemen. De onderste bloemstelen in een tros zijn sterk verlengd. De bloemdekbladen zijn aan de binnenkant wit, aan de buitenkant groen met een witte rand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn erg smal (2 – 8 mm) en hebben in het midden een witte streep.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Alle delen van gewone vogelmelk zijn giftig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 30 cm
– wettelijk beschermd

Bloem
– wit
– mei en juni
– schermvormige tros
– 3 tot 5 cm
– stervormig
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– parallelnervig
– witte middenstreep

Stengel
– rechtop
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

gewone-vogelmelk1

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

mijne kop a4

De Aechmea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen 

 

 

 

De Aechmea is een bloeiende kamerplant verkrijgbaar in een groot scala aan kleuren. Deze kamerplant heeft als bijnaam de ‘’Kokerbromelia’’. Deze kamerplant behoort tot de Bromeliaeae familie. Het broertje van de Achmea plant is de Ananasplant. Aechmea stamt af van het Griekse woord ‘’Aichme’’ dat lanspunt of spits betekend. Dit heeft met de vorm van de bloem te maken. Het is een gemakkelijke kamerplant die weinig eisen stelt aan het onderhoud. Deze kamerplant komt van oorsprong uit het tropische en subtropische Midden- en Zuid-Amerika.

 

 

bromelia_1-2

 

 

 

 

Aechmea onderhoud

 

 

De Aechmea verbruikt weinig water. Zorg ervoor dat de grond altijd licht vochtig blijft, zonder dat er een laag water vormt in de pot. Geef bij warme weeromstandigheden meer water. Eén keer per week water geven is voldoende. De Aechmea is een plant die water opslaat in zijn stengel, geef hierom ook af en toe water in de kelk (bloem). Pas hierbij wel op dat je het water er rustig ingiet anders beschadigd de bloem.

 

 

 

 

 

Watersysteem

 

Indien je de kamerplant opmaakt met vulcastrat en een watermeter veranderd de watergift. Hierbij geef je eenmaal per week water, totdat de watermeter begint te bewegen. Des te kleiner de uitslag, des te beter. De watermeter geeft namelijk aan dat er te veel water in de pot staat. Je kunt dan ook het beste de watergift stoppen vlak voordat de watermeter uitslaat. In de winter kun je eenmaal per twee weken water geven.

 

 

 

 

 

Sproeien

 

De Aechmea vraagt om een gemiddeld tot hoge luchtvochtigheid. Sproeien zal de gezondheid daarom versterken. Vooral in de winter wanneer de kachel aangaat zorgt dit voor een lagere luchtvochtigheid in de woonkamer. Sproeien helpt de Aechmea gezond te houden waardoor de plant zijn langer zijn sierwaarde behoudt.

 

 

 

 

 

Licht en Warmte

 

Plaats de Aechmea op een zonnige standplaats, zonder direct zonlicht. De Aechmea vertoeft graag op de warme plekken in de woonkamer. Te veel zonlicht zal leiden tot bruine randen op de bloem en bladeren.

 

 

 

 

 

Minimale temperatuur

 

overdag : 17°C

’s nachts : 14°C
.
Aechmea standplaats
.
.
.
.
.

Verpotten

 

De Aechmea is een plant die slechts één keer tot bloei komt. Deze kamerplant staat vervolgens wel 2 tot 5 maanden in bloei. Na deze periode vervaagd de kleur van de bloem. Deze zal afsterven en niet meer terug komen. Doordat de Aechmea een relatief korte levensduur heeft is het verpotten van deze plant niet nodig.

Wel is het mogelijk de Aechmea direct na aanschaf te verpotten. De nieuwe bak hoeft niet veel groter te zijn dan de oude. De Aechmea heeft namelijk een erg kleine wortelkluit.

.

 

Aechmea verpotten

 

.

 

Voeding

 

Bemesten kan het beste in de lente en zomer, gebruik voor deze kamerplant voeding voor bloeiende kamerplanten. Lees voor de aanbevolen dosering op de gebruiksaanwijzing. Geef nooit meer dan aangeraden, dit zal de plant schaden.

 

 

.
.
.
.

Verkleurde bladeren

 

Bruine randen op de bladeren duiden vaak op een te veel aan direct licht. Wanneer de bladeren van de Aechmea gaan hangen is het verstandig de watergift te verhogen.

 

 

 

 

 

Snoeien

 

Het snoeien van een Aechmea is niet nodig. De bladeren die niet meer mooi ogen kan je simpelweg wegknippen.

 

 

Aechmea onderhoud

 

 

 

Vermeerderen

 

Het vermeerderen van een Achmea kamerplant gaat alvorens een stappenplan. Allereerst zal de plant kleine stekjes aan de basis van de plant aanmaken wanneer deze is uitgebloeid. Laat deze doorgroeien tot de hoogte van ongeveer 10cm.

Hierbij is het belang dat deze stekken voldoende water krijgen, ook in de kelk. Vervolgens kunnen deze stekken verwijderd worden. Pas hierbij op dat je de wortels voorzichtig behandeld.

Plaats deze stekken in een aparte pot en mest eventueel bij met bloeiende planten voeding. Laat de Aechmea gedurende één jaar staan, hierna is de Aechmea bloeirijp.

Wanneer de plant bloeirijp is neem dan een schil van een appel en plaats deze in het hart van de plant. Dek de plant vervolgens met een plastic zak af en laat de appelschip ongeveer 3 weken bij de plant liggen. Het afdekken van de plant is bedoelt om de luchtvochtigheid van zijn land van oorsprong na te bootsen. kaat de plant in deze staat zo’n 7 tot 17 staan en dan is de nieuwe Aechmea bloem gegroeid.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Aechmeas zijn geliefd vanwege hun bloemen die in vele kleuren voorkomen. De Aechmea komt echter maar éénmalig tot bloei en zal hierna afsterven. De plant bloeit gemiddeld 2 tot 5 maanden en zal hierna geleidelijk zijn kleur verliezen.

 

 

 

 

 

Giftig

 

Aechmeas zijn niet giftig.

 

 

 

 

 

Ziektes

 

De Aechmea is gevoelig voor spint. Regelmatig sproeien werkt preventief tegen spint. Ter bestrijding van spint raden wij een chemisch bestrijdingsmiddel.

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Bleke klaproos

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

_dsc4610bleke_klaproosweb

 

 

 

Goed te herkennen aan

– de welbekende klaproosbloem, vaak bleker van kleur dan die van de grote klaproos en
– de aanliggend behaarde stengel en
– de kegelvormige doosvrucht met 5-9 stempelstralen

 

 

27

 

 

 

Algemeen

 

Bleke klaproos is een jarige tere plant van open, omgewerkte, vochtige tot droge, matig voedselrijke grond in akkers en bermen, op braakliggende- en bouwterreinen, en langs spoorwegen. Ze wordt 20 tot 60 cm hoog en is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bleke klaproos bloeit vanaf mei tot en met augustus met oranje tot scharlakenrode bloemen, vaak bleker van kleur dan de grote klaproos. De kroonbladen zijn vliesdun en soms aan de voet zwart gevlekt.

 

 

 

 

 

Blad en vrucht

 

Het blad van bleke klaproos heeft in tegenstelling tot het blad van de grote klaproos geen duidelijke eindlob.
De doosvruchten hebben 5-9 stempelstralen. Vooral na de bloei is de bleke klaproos goed te onderscheiden van de grote klaproos. De doosvrucht van de bleke klaproos is lang kegelvormig met versmalde voet, terwijl die van de grote klaproos eirond is.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– eenjarig
– algemeen
– 20 tot 60 cm

Bloem
– oranje tot scharlakenrood
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 3 tot 7 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 5-9 stempelstralen

Blad
– verspreid
– veerdelig zonder duidelijke eindlob
– top spits
– rand gaaf of iets gekarteld
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– aanliggend behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-bleke-klaproos

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Onkruid soorten in ons land – letter F

Standaard

Categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

 

Fijnstraal (Composistae)

 

Het verhaal van de verspreiding van CANADESE FIJNSTRAAL (erigeron canadensis) is heel interessant. De plant kwam oorspronkelijk alleen voor in Noord-Amerika, maar rond 1686 reisde hij naar Europa in een opgezette vogel die was gevuld met de gepluimde zaden. Ongeveer 20 jaar later groeide hij verwilderd in Londen en omgeving en in 1877 was hij algemeen op braakliggende terreinen in Londen en op de taluds van de nieuwe spoorlijnen die in het begin van de jaren ’40 waren aangelegd. Tegen het eind van de eeuw groeide hij al in tien Engelse graafschappen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij een bekende verschijning op terreinen waar bombardementen hadden plaatsgevonden. Canadese fijnstraal is een stijf rechtopgroeiende eenjarige plant van 15 tot 90 cm hoog, met vele steeltjes die bloemhoofdjes dragen van kleine buisbloempjes omgeven door minuscule straalbloempjes. De buitenste straalbloempjes zijn draadvormig en groenachtig wit tot lavendelkleurig of enigszins rood getint; de binnenste zijn geelachtig wit.

De smalle donkergroene bladeren staan afwisselend langs de stengel en zowel stengel als bladeren zijn borstelig behaard. De bloeitijd is van juni tot november. Na de bloei verandert de plant als het ware in een hoop wit dons. Er wordt zeer veel zaad gevormd: grote planten kunnen meer dan een kwart miljoen zaden produceren. De plant moet omzichtig behandeld worden, want hij bevat een stof die de huid irriteert; bovendien schijnt hij bij inwendig gebruik tot vergiftiging te kunnen leiden. Als bijdrage aan de composthoop voegt hij wat stikstof toe.

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis gebruik

 

De Navajo Indianen gebruikten het kruid van de Canadese fijnstraal om puisten mee te behandelen. Verder werd het gebruikt als medicijn tegen slangengif. De Chippewa Indianen gebruikten het bij menstruatiepijn. In 1665 werd het door Europese reizigers meegenomen naar Europa. Men was in die tijd zeer geïnteresseerd in uitheemse planten en de eventuele sierwaarde en medicinale aspecten. Al snel kreeg Canadese fijnstraal faam in Europa omdat een thee van dit kruid goed werkt bij menstruatiepijn, baarmoederbloeding en diarree. In Duitsland wordt dit kruid tot op de dag van vandaag gebruikt in kruidenboter, kruidenzout en kruidenmengsels. Het kruid heeft een licht bittere smaak en wordt geoogst van april tot juli.

 

 

 

 

 

Werkzame stoffen

 

Van deze plant wordt het bovengronds groeiende kruid gebruikt. Daarin zitten de volgende werkzame stoffen: gallotanninen, o-benzyl-benzoëzuur, etherische olie zoals d-limoneen en trans-a-bergamoteen, terpineol en derivaten hiervan, citronellal, p-cymol, linalool, de flavonoïden scutellaroside en glucoronide van scutellareïne, de fytosterolen stigmasterol, stigmastadienol, spinasterol en sitosterol, polyïnen, matricariaester en dehydromatricariaester.

 

 

 

 

 

Urinedrijvend

 

Canadese fijnstraal is niet alleen urinedrijvend maar ook urinezuurdrijvend. Bovendien heeft het ontstekingsremmende werking. Urinezuur is de belangrijkste oorzaak van het voorkomen van reumatische aandoeningen waaronder in feite ook lumbago of lage rugpijn en jicht vallen. Door deze medicinale werkingen wordt Canadese fijnstraal in de fytotherapie toegepast bij de volgende

indicaties:

  • Artritis,
  • Artrose,
  • Jicht,
  • Lumbago,
  • Albuminurie of eiwit in de urine,
  • Ter preventie van cystitis of blaasontsteking.

 

 

 

 

 

 

 

Dosis en veiligheid conyza

 

Wie zich aan de voorgeschreven dosis houdt heeft geen kans op bijwerkingen; althans, deze zijn nooit eerder beschreven. Er zijn enkele manieren om van de geneeskracht van Canadese fijnstraal gebruik te maken:

  • Driemaal daags 30 druppels moedertinctuur.
  • Twee koffielepels per dag van een vloeibaar extract.
  • ´s Morgens drie koppen van een decoct of afkooksel van 150 gram van het kruid per liter water. Zorg dat het water met het kruid vijf minuten doorkookt.