Tagarchief: bosranden

 Mannetjesereprijs : Veronica officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

man

 

 

Goed te herkennen aan
– de rijkbloemige trossen van lichtblauwe “ereprijs” bloemetjes, die
– in de bladoksels van beide tegenoverstaande bladeren staan

 

 

mannetjesereprijs-1

 

 

 

Algemeen

 

Mannetjesereprijs is een overblijvende, behaarde plant van 10 tot 50 cm hoog.

 

 

 

 

 

Biotoop

 

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge, matig voedselarme, onbemeste, humushoudende, vaak zwak zure tot basische (kalkhoudende) grond (zand en leem, zelden op uitgedroogd veen).

Groeiplaatsen: Heide (grazige plaatsen en heidebermen), grasland (schraal grasland), bermen (schrale plaatsen), zeeduinen, bossen (bosbermen), bosranden en kapvlakten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf mei tot en met augustus. De bloemen zijn lichtblauw (zelden donkerblauw, roze of wit), neigend naar lila en donker geaderd.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn liggend, alleen de bloeiende stengels richten zich aan het einde op. Zowel stengels als bladeren hebben een dichte, ruwe beharing.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Bepaalde stoffen uit mannetjesereprijs worden gebruikt voor geneesmiddelen tegen bronchitis en huidaandoeningen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– algemeen in de duinen
– 10 tot 50 cm

Bloem
– lichtblauw, donker geaderd
– vanaf mei t/m augustus
– tros
– stervormig
– 6 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– eirond
– top stomp
– rand gekarteld/gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Hengel : Melampyrum pratense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

hengel-110729-082

 

 

Goed te herkennen aan
– bleekgele lipbloemen in een eenzijdige, ijle tros met
– groene schutbladen die aan de voet priemvormige tanden hebben

 

 

18093

 

 

 

Algemeen

 

De hengel is een plant uit de bremraapfamilie. Tot 2001 werd de hengel ingedeeld bij de helmkruidfamilie. Het is een half-parasiet die zelf fotosynthetiseert, maar water en nutriënten met zijn wortels aftapt uit de wortels van andere planten. Door deze strategie kan de hengel in een aantal weken volledig uitgroeien en ook in droge milieus voldoende water opnemen. Er zijn verschillende gastheerplanten bekend, zoals de eik, berk, blauwe bes en rode bes. De hengel bloeit van mei tot september en sterft af in het eind van de zomer.

Vanaf juli vindt de verspreiding van het zaad plaats waarschijnlijk met behulp van mieren. Hengel komt voor in open bossen, bosranden, houtwallen en wegbermen met bomen. Bij dichtgroei met bomen neemt de hengel in aantal af. In Engelse eikenbossen wordt in sterk begraasde stukken minder hengel gevonden. De hengel komt vooral in het oosten van Nederland voor en het aantal lijkt de laatste jaren achteruit te zijn gegaan.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Hengel bloeit vanaf mei tot en met augustus. De bloemen zijn bleekgeel, soms iets rood aangelopen en hebben dooiergele verdikkingen op de onderlip. De bovenlip is helmvormig en de onderlip steekt recht naar voren. De bloemen staan in de oksels van de schutbladen, wijzen allen dezelfde kant op en vormen zo een eenzijdige tros. De schutbladen (de bladeren in de bloeiwijze) zijn groen en hebben aan de voet 1 of meerdere priemvormige tanden. Bij de onderste schutbladen ontbreken de tanden.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengelbladeren (de bladeren onder de bloeiwijze) zijn lancet- tot lijnlancetvormig met gave rand en staan tegenover elkaar. De stengels zijn kantig en vaak wijd vertakt; ook kruisgewijs, waardoor de plant bolvormig is in omtrek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Hengel is een half-parasiet. Met haar bladeren kan ze suiker maken, maar voor water en andere belangrijke stoffen is ze afhankelijk van omringende vegetatie. Ze parasiteert voornamelijk op eik, berk en blauwe en rode bosbes.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

bremraapfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 15 tot 50 cm

Bloem
– bleekgeel, soms iets rood aangelopen
– vanaf mei t/m augustus
– eenzijdige tros
– lipbloem
– 15 tot 20 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancet- tot lijnlancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal, bovenaan wat behaard

zie wilde bloemen

 

 

hengelb

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

De 12 genezers van Bachbloesem : Clematis

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

.

 

 

Clematis (Bosrank)

 

Clematis vitalba

Een van Bach’s eerste 12 genezers.
Bereid volgens de zonne-methode.

 

 

 

 

.

 

Indicatie

 

Degenen die dromerig zijn, slaperig, niet helemaal wakker, geen grote interesse in het leven. Rustige mensen, niet echt gelukkig in hun huidige omstandigheden, leven meer in de toekomst dan in het heden, hopend op geluk-kiger tijden, wanneer hun idealen misschien werkelijkheid worden. Sommigen doen als ze ziek zijn geen enkele moeite om beter te worden, en in sommige gevallen kunnen ze zelfs uitzien naar de dood, in de hoop op betere tijden, of op het weerzien met iemand van wie ze hielden en die hen ontvallen is.

 

 

.

Affirmatie

 

De remedie brengt stabiliteit en zet de patiënt meer in een praktisch vlak; brengt ze “met beide benen op aarde”  en stelt ze zo in staat om hun werk in deze wereld te vervullen.

.

 

 

.

 

Habitat

 

Bosrank groeit in bossen, aan bosranden en in heggen, voornamelijk op kalk-rijke gronden.

 

 

 

Hoe iemand dan is

 

Ter bestrijding van alle slaperige, dromerige, lusteloze toestanden. Wanneer de patiënt de interesse verliest. Doet geen moeite om beter te worden. Lijkt onverschillig voor wat er gebeurt: is nergens enthousiast voor. Horen maar half wat er tegen ze gezegd wordt. Deze mensen zijn vaak dromerig, ver weg, apathisch, leven in hun gedachten; misschien denken ze te veel aan iemand die ze verloren hebben, of dromen ze van ambities waarvoor ze geen moeite doen om ze waar te maken.

Ze lijken er tevreden mee om niet helemaal wakker te zijn, en gelukkig in hun dromen van idealen. Ze zijn meestal rustig en vriendelijk, maar ze vinden niet genoeg vreugde in het leven zelf; leven niet genoeg in het heden. Gewoon flauwvallen kan bij dit type horen, en in gevallen van bewusteloosheid is het voldoende om de lippen met de remedie te bevochtigen.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Avondkoekoeksbloem : Silene latifolia subsp. alba

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

avondkoekoek-100513-255

 

 

Goed te herkennen aan
– de 5-tallige zwak geurende witte bloemen,
– die pas aan het einde van de middag opengaan en
– de iets opgeblazen kelk

 

 

avondkoekoeksbloem

 

 

 

Algemeen

 

Avondkoekoeksbloem is een overblijvende of tweejarige algemeen voorkomende plant, die bloeit vanaf mei tot de herfst.Ze wordt 45 tot 100 cm hoog en groeit op open, vochtige tot droge, voedselrijke plaatsen met omgewerkte, voedselrijke grond, langs akkers, bermen, bosranden en op braakliggende terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen hebben 5 diep gespleten kroonbladen. Overdag zien de bloemen er verwelkt uit, maar aan het einde van de middag strekken de kroonbladen zich en gaan de bloemen open. Ze zijn zwak, zoet geurend en worden bezocht door nachtvlinders.

Avondkoekoeksbloem is tweehuizig. Dat wil zeggen dat een plant uitsluitend mannelijke bloemen of uitsluitend vrouwelijke bloemen heeft. De kelk van vrouwelijke bloemen heeft 20 nerven en is opgeblazen. De kelk van mannelijke bloemen is slanker en heeft 10 nerven.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend of tweejarig
– algemeen voorkomend
– in het noorden vrij zeldzaam
– 45 tot 100 cm

Bloem
– wit
– geurend
– vanaf mei tot de herfst
– gevorkt bijscherm
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– veernervig
– onderste gesteeld, bovenste zittend
– behaard
– in of onder het midden het breedst

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

algerie-g

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Kruisbladwalstro : Cruciata laevipes

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– vier in een krans staande bladeren met
– okselstandige trosjes kleine, gele, 4-tallige bloemetjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kruisbladwalstro is een overblijvende, geel-groene plant van 15 tot 45 cm hoog, die groeit op min of meer voch-tige, voedselrijke grond aan heggen, bosranden, op dijken en in bermen. Ze is een typische rivier begeleidende soort. Ze staat op de rode lijst als sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kruisbladwalstro bloeit vanaf april tot en met juni (soms in augustus weer) met gele, geurende “walstro” bloe-metjes. Ze zijn klein (tot 3 mm) en hebben 4 bloemdekbladen met het voor walstro-soorten kenmerkende toegespitste topje.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De ruw behaarde, geel-groene bladeren staan kransgewijs om de stengel met 4 bij elkaar. In de oksels van de bla-deren groeien de bloemtrosjes, die korter zijn dan de bladeren. De stengels zijn (meestal) onvertakt, vierkantig, groen of rood aangelopen en behaard met lange afstaande haren. Ze zijn vrij zwak; omringend gras houdt ze rechtop. In andere gevallen ligt de stengel en staat alleen de top rechtop.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn verschillende walstro-soorten, zoals glad walstro, geel walstro, kleefkruid en lievevrouwebedstro. Allemaal hebben ze de kransstandige bladeren. De combinatie van gele bloemen met 4 bladeren in een krans onderscheidt kruisbladwalstro van de andere soorten.

 

 

glad walstro

 

 

 

geel walstro

 

 

 

kleefkruid

 

 

 

lievevrouwebedstro

 

 

 

Algemeen

– sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– op rode lijst als sterk afgenomen
– 15 tot 45 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf april t/m juni
(soms in augustus weer)
– trosjes in een schijnkrans
– 2 tot 3 mm
– stervormig
– 4 bloemdekbladen met kort spits   topje
– bloemdekbladen vergroeid
– 4 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– elliptisch tot lancetvormig
– top vrij stomp
– rand gaaf
– 3-nervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– lang afstaand behaard
– scherp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilde marjolein : Origanum vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

.

Goed te herkennen aan
– de vertakte bloeiwijze van talrijke kleine roze bloemetjes met donker rood-paarse schutbladen en
– de sterk geurende bladeren, waarvan de nerven aan de onderkant duidelijk zichtbaar zijn

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde marjolein is een beschermde, sterk geurende, stevige, overblijvende plant van 30 tot 60 cm hoog. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen  en in verwilderde (moes)tuinen. Wilde marjolein groeit op min of meer droge, matig voedselrijke, kalkrijke grond op hellingen, dijken, langs bermen en bosranden.

 

 

 

 

 

.

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf juli tot en met september. De bloeiwijze van wilde marjolein is vertakt en bestaat uit een aantal pluimen met talrijke kleine roze bloemetjes, waarvan de meeldraden ver buiten de bloem steken. In weze bestaan de pluimen uit kleine schijnaren, die op hun beurt weer opgebouwd zijn uit schijnkransen van 2 tot 6 bloemen.

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De schutbladen tussen de bloemetjes zijn donker rood-paars gekleurd, waardoor de bloeiwijzen in het begin van de bloei een afwisselend roze/donker rood-paars uiterlijk krijgen. Vanwege de nectar en in mindere mate het stuifmeel worden de bloemetjes door veel vlinders, vliegen, bijen en hommels bezocht.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Wilde marjolein bevat vluchtige oliën, die gebruikt worden voor de behandeling van verkoudheid, krampen, astma, reuma en gewrichtspijnen. Bovendien is ze, naast de verschillende kweekvormen, ook in gebruik als keukenkruid.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

wilde marjolein : kelk met vijf tanden, bladeren alleen aan de onderkant behaard.

echte marjolein : ongetande kelk, bladeren aan beide kanten grijs-viltig.

 

 

 

echte marjolein

.

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeldzaam
– beschermd
– ook als tuinplant
– 30 tot 60 cm

Bloem
– roze, zelden wit
– vanaf juli t/m september
– pluim
– lipbloem
– 4 tot 7 mm
– kelk vijftandig
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf of gekarteld
– veernervig
– voet afgerond of wigvormig
– onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– vierkantig
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

.

 

 

 

 

Witte dovenetel : Lamium album

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de brandnetelachtige bladeren, die niet prikken en
– de witte, behaarde, in een schijnkrans staande lipbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Witte dovenetel is een rechtopstaande, zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant van 30 tot 60 cm. Ze groeit op vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond in bemeste weilanden, in bermen, aan bosranden en langs muren en hekken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De plant bloeit vanaf april tot in de herfst, bij zacht weer soms tot het begin van de winter. De witte, soms roomwitte, zeer zelden roze bloemen staan in schijnkransen van 5 tot 8 bloemen in de bladoksels van het bovenste deel van de plant. Ze zijn rijk aan nectar.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zien eruit als bladeren van de brandnetel maar dan zonder de brandharen, vandaar de naam dove- netel. De stengel is vierkant en afstaand behaard.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 60 cm

Bloem
– (room)wit, zeer zelden roze
– vanaf april tot in de herfst
– schijnkrans
– lipbloem
– 2 tot 2,5 cm
– 5-tandige kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– hartvormig tot meer langwerpig
– top spits
– rand gezaagd
– voet hartvormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop, bovengronds liggend, opstijgend
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vogelwikke : Vicia cracca

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de lange trossen blauwpaarse bloemen
– boven een wir-war van stengels en bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vogelwikke is een snelgroeiende, overblijvende plant met klimmende of liggende, vertakte, behaarde, vierkantige, slappe stengels van 30 tot 200 cm lang. Ze is zeer algemeen voorkomend en groeit op vochtige, voedselrijke grond in graslanden, bermen, aan bosranden en waterkanten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vogelwikke bloeit vanaf juni tot en met september. De bloeiwijze is een rijk-bloemige, dichte tros, die bestaat uit (soms wel 40) blauw-paarse, kort gesteelde, hangende vlinderbloemen, die naar 1 kant staan. De tros is ongeveer even lang als het draagblad.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn samengesteld uit 8 tot 12 paar deelblaadjes en eindigt in een vertakte rank, waarmee vogelwikke zich aan andere planten vastzet en zo omhoog klimt tot wel 2 meter.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Om de elf in de Lage Landen voorkomende wikkesoorten van elkaar te kunnen onderscheiden, zie “Sleutel Wikke Vicia“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 30 tot 200 cm

Bloem
– blauw-paars
– vanaf juni t/m september
– rijk-bloemige tros
– vlinderbloem
– 8 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– lijnvormig tot langwerpig
– top rond met een stekelpuntje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– klimmend of liggend
– vertakt
– kort aanliggend behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen