Tagarchief: brandnetel

20 geneeskrachtige kruiden voor onschuldige kwaaltjes

Standaard

Categorie: Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

20 geneeskrachtige kruiden voor onschuldige kwaaltjes

 

Kruiden kunnen je helpen bij onschuldige kwaaltjes. Veel kruiden smaken daarbij ook nog een goed. Je kan er kruidenthee van maken, maar je kan ze ook verwerken in allerlei gerechten. Dat kan zowel met verse als gedroogde kruiden.

Wie groene vingers heeft, kan sommige van deze kruiden eenvoudig in de tuin of in een pot verbouwen.

Let op: Hoewel kruiden natuurlijk zijn, is het verstandig om er voorzichtig mee om te gaan. Zeker als je ook andere medicijnen gebruikt of zwanger bent.

 

 

1. Brandnetel

 

Het blad van de gewone brandnetel (Urtica dioica). Je weet wel, die plant met die harige blaadjes die, als je hem aanraakt, roodheid irritatie en jeuk veroorzaakt. Maar als het blad verwerkt is, gekookt, gedroogd of gekookt, dan kan de plant veilig geconsumeerd worden. Je kan thee zetten van de gedroogde blaadjes en de smaak is best goed.

Deel van de plant: blad

  • Gaat ontsteking tegen
  • Rijk aan vitamine A en C, ijzer, magnesium, calcium, kalium en fosfor
  • Verbetert werking nier en lever
  • Vochtafdrijvend, gaat hoge bloeddruk tegen

 

 

brandnetel

 

 

 

2. Duizendblad

 

Als je de bloem ziet dan begrijp je de naam Duizendblad (Achillea millefolium). De bloemen hebben daadwerkelijk duizenden blaadjes. Ze kunnen roze of wit zijn. De bladeren lijken op veren.

Deel van de plant: bloemen en blad

  • Reguleert (hoge) bloeddruk (rijk aan kalium)
  • Helpt bij overgangsklachten
  • Verlicht maag- en darmklachten
  • Bloedstelpend

 

duizendblad

.

.

.

3. Framboos

 

Behalve de vruchten van de frambozenplant (Rubus idaeus) hebben ook de bladeren van de plant geneeskrachtige eigenschappen. De bladeren kunnen gedroogd worden en er kan thee van gemaakt.

Deel van de plant: blad

  • Helpt bij diaree
  • Rijk aan vitamine en mineralen
  • Verlicht menstruatieklachten

 

framboos blad

 

 

 

4. Gember

 

De wortel van de gemberplant (Zingiber officinale) is geliefd als smaakmaker voor Oosterse gerechten, maar er wordt ook veel thee van gemaakt.

Deel van de plant: wortel

  • Goed bij griep en verkoudheid
  • Stimuleert de bloedsomloop
  • Verlicht maagkramp
  • Helpt bij misselijkheid

 

 

.

.

5. Hartgespan

 

Hartgespan (Leonurus Cardiaca) of hartekruid zoals het ook wel wordt genoemd is al sinds de oudheid bekend vanwege.

Deel van de plant: de jonge toppen van de plant

    • Vermindert PMS
    • Helpt bij nerveuze hartklachten
    • Gaat angstgevoelens tegen
    • Tegen spierspanning

 

hartgespan

 

 

 

6. Kardemom

 

Kardemom (Elettaria cardamomum) is vooral bekend als een kruid en smaakmaker voor bijvoorbeeld stoofpotten. Maar het wordt ook wel gebruikt om gebak en jam op smaak te brengen. Behalve een lekkere smaak is kardemom ook gezond. Van de plant worden de peulen gebruikt.

Deel van de plant: zaden

  • Bevordert de spijsvertering
  • Helpt bij maagkrampen
  • stimuleert de bloedsomloop

 

kardemom

.

.

.

7. Kamille

 

Het kruid kamille (Matricaria chamomilla) staat al eeuwenlang bekend om zijn anti-bacteriële werking en omdat het de zenuwen en spieren ontspant. De bloemen kunnen gedroogd worden en als thee gedronken worden.

Deel van de plant: bloemen

    • Kalmeert de maag
    • Helpt bij nervositeit
    • Goed bij verkoudheid

 

kamille

 

 

 

8. Kaneel

 

Kaneel (Cinnamomum verum) wordt verkocht in stokjes. Het is de opgerolde bast van de kaneelboom. Gemalen wordt het kaneelpoeder. Kaneel heeft een zoete en warme smaak en wordt vele gebruikt om gebak en koek op smaak te brengen maar ook in hartige gerechten zoals curry’s.

Deel van de plant: bast

  • Verbetert de bloedsomloop
  • Goed bij verkoudheid
  • Helpt als de maag van streek is
  • Verlicht menstruatiepijn

 

.

.

.

9. Meidoorn

 

Meidoorn (Crataegus) wordt ook wel haagdoorn genoemd en groeit van nature in Europa in de vorm van struiken en bomen. Zowel de blaadjes als de bloemen en bloemknoppen zijn eetbaar. Meidoorn thee wordt gemaakt van jonge, gedroogde blaadjes.

Deel van de plant: bloem, blad

    • Verlaagt cholesterol
    • Reguleert bloeddruk
    • Goed voor het hart

 

meidoorn

.

.

.

10. Melisse

 

Melisse (Melissa officinalis) of citroenmelisse wordt ook wel de honingplant genoemd. Dat komt omdat de plant veel bijen aantrekt. Melisse staat al van oudsher bekend om de geneeskrachtige werking die het heeft. Het heeft bovendien een aangename fris-zoete smaak. Het is een kruid dat ook als rustgevende thee goed werkt.

Deel van de plant: bladeren

  • Opwekkend
  • Kalmerend
  • Goed bij maagklachten

 

melisse

.

.

.

11. Munt

 

Munt (Mentha) is een plant die makkelijk groeit. De bladeren hebben ene lekkere frisse smaak. Je kan gewoon takjes van de muntplant afknippen en er water dat net van de kook af is over heen gooien.

Deel van de plant: bladeren

    • Helpt bij maagklachten
    • Verlicht hoofdpijn

 

munt

.

.

.

12. Paardenbloem

 

De paardenbloem (Taraxacum officinale), die gele bloemen die later in van die pluizenbollen veranderen, groeien gewoon langs de kant van weg. Toch staat het blad ervan bekend om zijn geneeskrachtige werking. De bladeren smaken bitter en hoewel je van de gedroogde bladeren ook thee kan zetten is het aan te raden om het te mengen met een andere smaak thee zoals munt. De jonge bladeren kunnen als een salade worden gegeten en worden ook wel molsla genoemd.

Deel van de plant: bladen

    • Vochtafdrijvend
    • Verbetert de leverfunctie
    • Slijmoplossend

 

paardebloem

.

.

.

13. Peterselie

 

Peterselie (Petroselinum crispum) is een veelgebruikt en smakelijk kruid. Je kan het toevoegen aan salades, sauzen en smoothies. Daarnaast is Peterselie heel gezond. Het is onder andere rijk aan vitamine C, vitamine A, calcium, magnesium en ijzer.

Deel van de plant: blad

    • werkt tegen slechte adem
    • helpt bij bloedarmoede
    • helpt cholesterol te verlagen
    • bevordert de spijsvertering

 

perterselie

.

.

.

14. Rozemarijn

 

Rozemarijn (Rosmarinus officinalis) is een kruid dat veel in de keuken gebruikt wordt. Naast de smaak heeft rozemarijn ook geneeskrachtige eigenschappen. Het bevat vitaminen en mineralen en werkt anti-bacterieel. Het kan zowel uitwendig als inwendig gebruikt worden. Een paar takjes rozemarijn in het bad is goed voor de huid. De gedroogde blaadjes kunnen verwerkt worden in een dressing, soepen of sauzen of als onderdeel van een kruidenthee.

Deel van de plant: blad

  • Verlicht gewrichtspijn
  • Verlicht hoofdpijn
  • Stimuleert bloedsomloop
  • Verbetert werking van de lever

 

rozemarijn

 

 

 

15. Salie

 

Salie (Salvia officinalis) is een oude plant die al in de tijd van de Romeinen bekend stond om de geneeskrachtige eigenschappen. Salie heeft een lichte anijs-dropsmaak. De smaak past goed bij vlees en vis.

Deel van de plant: blad, bloem

  • Ontspant, helpt je slapen
  • Bevordert de spijsvertering
  • Helpt tegen hoesten
  • Bloedzuiverend
  • Ingrediënt voor mondwater

 

salie

.

.

.

16. St. Janskruid

 

St. Janskruid (Hypericum perforatum) of St Johns wort staat bekend om zijn opwekkende en rustgevende werking.

Deel van de plant: blad, bloem

  • Opwekkend
  • Helpt bij spanning en irritatie

 

st janskruid

,

,

,

17. Tijm

 

tijm

Tijm (Thymus) wordt veel gebruikt in de keuken in soepen en sauzen en heeft een heeft een heerlijke smaak. Minder bekend is dat tijm ook geneeskrachtige eigenschappen heeft. Het wordt vaak gebruikt als ingrediënt voor hoestdrankjes.

Deel van de plant: blad

  • Versterkt immuunsysteem
  • Helpt bij keelpijn

 

tijm

.

.

.

18. Valeriaan

 

Valeriaan (Valeriana officinalis) is een struikachtige plant en staat al eeuwen bekend om zijn rustgevende werking. Veel mensen gebruiken het ook om beter te slapen. Hoewel je wel valeriaanthee kan drinken, smaakt het niet erg lekker. Een tinctuur of een capsule met gemalen gedroogde valeriaanwortel lijkt dan een goed alternatief.

Deel van de plant: wortel

  • Ontspant
  • Verlicht maagkrampen

 

valeriaan

 

 

 

19. Venkel

 

Van venkel (Foeniculum vulgare) wordt de venkelknol gegeten als groente, de venkelzaden worden gebruikt als kruid. Om thee te maken, kneus of vijzel je de venkelzaden fijn, doe ze in een theezeefje en giet er kokend water over dat net van de kook af is.

Deel van de plant: zaden

  • Eetlustopwekkend
  • Verlicht maagkrampen
  • Helpt bij keelpijn en hoesten

 

venkel

.

.

.

20. Zoethoutwortel

 

Van het kruid Zoethout (Glycyrrhiza glabra) wordt de wortel gebruikt als ingrediënt voor drop en thee. Zoethout heeft ook geneeskrachtige eigenschappen met als werkzaam ingrediënt glycyrrhizine. Pas alleen wel op als je hoge bloeddruk hebt.

Deel van de plant: wortel

  • Helpt bij keelpijn en hoesten
  • Stimuleert de spijsvertering
  • Verlicht menstruatiepijn

 

zoethout

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paarse dovenetel : Lamium purpureum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

dovenetel paars

 

.

Goed te herkennen aan
– lichtpaarse lipbloemen en
– paars verkleurde bovenste bladeren en
– kaal stuk stengel

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Paarse dovenetel is lage, eenjarige, onaangenaam ruikende, snel groeiende dovenetel, die bloeit vanaf maart tot en met oktober. Zelfs in zachte winters kan ze tot bloei komen. Ze wordt 10 tot 30 cm hoog en komt zeer alge- meen voor in de Lage Landen. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke grond in akkers en moestuinen, aan dijken en in bermen, ook in de duinen en onder hakhout. In korte tijd kan de plant hele tapijten vormen.

 

 

pdovenetel

 

 

 

Bloem

 

De bloemen zijn lichtpaars, soms wit. De bovenlip van de bloem is helmvormig. De onderlip heeft twee kleine zijlobben en een grote diep uitgerande middelste lob met donkere tekening.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren, stengels en bloemen zijn behaard. De bovenste bladeren en het bovenste deel van de stengel kleuren donker roodpaars, wat de kleur van de paarse bloemen versterkt. De bladeren lijken op die van de brandnetel, maar prikken niet. De onderste bladeren zijn langer gesteeld dan de bovenste en ook ronder van vorm. Tussen de onderste en de bovenste bladeren zit een stuk bladloze stengel.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met lipbloemen van ongeveer dezelfde kleur

 

 

paarse dovenetel    paarse verkleurde bovenste bladeren en flink stuk kale stengel.

 

 

 

 

 

ingesneden dovenetel : bladeren zijn dieper ingesneden en dubbel gelobd.

 

ingesneden dovenetel

 

 

 

gevlekte dovenetel : heeft gevlekte bladeren en grotere bloemen, waarvan de onderlip donker gevlekt is.

 

 

gevlekte dovenetel

 

 

 

 

hoenderbeet : de bloemen steken hoog uit boven de kelk en de bovenste bladeren zijn rond de stengel vergroeid.

 

 

Hoenderbeet

 

 

 

moerasandoorn : heeft lancetvormige bladeren.

 

 

 

 

 

stinkende ballote : bladeren geven bij kneuzing een onaangename geur af.

 

 

stinkende ballote

 

 

 

gestreepte dovenetel : is gekweekt vanuit gevlekte dovenetel en heeft een zilverkleurige streep langs de middennerf van het blad.

 

 

gestreepte dovenetel

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 10 tot 30 cm

Bloem
– lichtpaars, soms wit
– vanaf maart t/m oktober
– schijnkrans
– lipbloem
– 1 tot 2 cm
– 4 meeldraden
– 1 stijl
– stuifmeel oranje

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond of ruitvormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet hart- of niervormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– niet of onderaan vertakt
– scherp vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Onkruid soorten in ons land-letter B

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Bereklauw  (Umbelliferae)

 

De Bereklauw (Heracleum sphondylium) behoort tot de familie der schermbloemigen. Bij de leden van deze familie zijn de bloeiwijzen opgebouwd als een paraplu, doordat de bloemstelen als spaken uit een as komen. De buitenste zijn langer dan de binnenste, zodat alle bloemen op ongeveer gelijke hoogte komen te staan. Bereklauw is een tweejarige plant en kan behoorlijk groot worden; de holle, behaarde en gegroefde stengel kan een hoogte van wel 2 m bereiken. De bladeren zijn 15-60 cm in doorsnee en net als de stengel ruw behaard; ze zijn verdeeld in breed ovale segmenten met een getande rand.

De witte bloempjes in de opvallende bloemschermen, die verschijnen van juni tot in de herfst, hebben 5 diep ingesneden bloemblaadjes. De buitenste bloemen in het scherm zijn het grootst. De vruchten zijn aanvankelijk groen, maar worden later lichtbruin. Berenklauw is moeilijk te bestrijden, als gevolg van zijn dikke penwortel die een heel eind de grond in gaat. De plant is net zo sterk als hij er uit ziet: het geslacht is dan ook genoemd naar de god Hercules. Komt voor in Europa en Noord-Amerika, vooral in grasland, langs dijken en wegen.

 

 

Gewone bereklauw

 

 

 

 

 

 

 

Boterbloem (Ranunculaceae)

 

Hoe onschuldig zien boterbloemen er uit op  een mooie morgen in mei! De schoonheid van hun goud glanzende bloemen neemt niet weg dat ze een scherp sap bevatten dat fataal kan worden voor vee dat van de planten eet. De boterbloem groeit op een grond die rijk is aan mineralen en berooft borderplanten van het voedsel dat deze nodig hebben. Bovendien scheiden de wortels een stof uit die de groei van naburige planten remt en vertraagt. Alle drie hier genoemde boterbloemsoorten zijn overblijvende planten.

 

 

 

De SCHERPE BOTERBLOEM (Ranunculus acris) bereikt een hoogte van 15 tot 90 cm en heeft stengelbladeren die in vijf slippen zijn verdeeld. De wortels zijn dik en vezelig en de kleine vruchtjes (achenen) hebben een bijna rechte snavel. De afzonderlijk staande bloemen zijn gewoonlijk helder geel maar soms bleker, tot bijna wit toe. Ze hebben vijf bloemblaadjes; dat wil zeggen in het normale geval, er komen namelijk ook gevulde bloemen voor. De bloeitijd is van mei tot in de herfst. De naam van de plant wijst er al op dat het sap zeer scherp is. Deze boterbloem is in ons land zeer algemeen in graslanden, aan wegen en dijken enzovoort. Het verspreidingsgebied omvat Europa, Noord-Azië en Noord-Amerika.

 

 

 

 

 

 

 

 

De KRUIPENDE BOTERBLOEM (Ranunculus repens) heeft lange stevige wortels en vormt bebladerde uitlopers die wortelen op de knopen, dat wil zeggen de plaatsen op de stengel waar de bladeren ontstaan. De bloeiende stengels, 10-50 cm lang, behaard en voorzien van bladeren, dragen heldergele alleenstaande bloemen met vijf bloemblaadjes. De bloeitijd loopt van mei tot en met juli. De bladeren zijn in drieën verdeeld, waarbij ieder van die drie blaadjes meestal nog weer drie insnijdingen vertoont. Het middelste van de drie blaadjes is lang gesteeld en vaak zo diep ingesneden dat het uit drie afzonderlijke delen bestaat.

De buitenomtrek van het geheel heeft de vorm van een driehoek. Deze soort vormt minder zaad dan de vorige maar hij maakt vele uitlopers, soms wel tot 25 t5oe. Daardoor is hij in staat snel een grote kolonie te vormen en in een enkel groeiseizoen een oppervlakte van meer dan 3 m2 in beslag te nemen. Het verspreidingsgebied is ongeveer als dat van de Scherpe boterbloem. In ons land zeer algemeen op vochtige plaatsen, aan slootkanten en op gestoorde bodems.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De KNOLBOTERBLOEM (Ranunculus bulbosus) heeft zijn naam te danken aan de stengel die aan de voet knolvormig verdikt is. De hoogte varieert van 15 tot 30 cm en de bloeitijd valt in mei en juni. De stengels staan rechtop en zijn behaard. De onderste bladeren zijn drietallig, waarbij het middelste van de drie blaadjes langgesteeld is. De bovenste bladeren zitten dicht tegen de stengel en zijn diep ingesneden, tot smalle, vaak lijnvormige segmenten. Alle bladeren zijn in de regel behaard. Een bijzonder kenmerk is dat de vijf geelachtige kelkblaadjes sterk teruggebogen zijn. De bloemkroon is goudgeel van kleur.

De vruchtjes hebben een korte snavel. Deze is enigszins gekromd en dat wijst er op dat de verspreiding gebeurt doordat de vruchtjes zich in de pels van passerende dieren haken. De Knolboterbloem komt in het grootste deel van Europa voor en is in ons land vrij algemeen, vooral in het duingebied, langs de grote rivieren en in Zuid-Limburg. Groeit op droge zandige plaatsen, langs dijken en wegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het SPEENKRUID (Ficaria verna) werd tot voor kort ook tot het geslacht Ranunculus gerekend, zodat we hem voor het gemak maar bij de boterbloemen bespreken. De bladeren van deze plant zijn heel anders dan van de besproken boterbloemsoorten; ze zijn hartvormig en niet ingesneden. Zowel bladeren als bloemen komen afzonderlijk uit de wortelknolletjes. Deze knolletjes raken gemakkelijk los, waardoor Speenkruid zeer moeilijk binnen de perken te houden is, want ieder knolletje wordt binnen een jaar weer een nieuwe plant.

Gewoonlijk zitten ook in de oksels van de bladeren kleine knolletjes die eveneens voor de vermeerdering dienen. De goudgele bloemen lijken veel op die van de boterbloemsoorten, maar ze hebben smallere en meer (8-12) bloemblaadjes. De bloemen verschijnen in de periode van maart tot mei. Speenkruid komt voor in Europa en West-Azië. In ons land zeer algemeen op vochtige, beschaduwde plaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Braam (Rosaceae)

 

Meestal hebben we het over Braam alsof dat één bepaalde soort zou zijn. In feite zijn er echter in Europa wel zo ongeveer 400 en in Noord-Amerika meer dan 300 soorten. Het is dan ook geen wonder dat sommige mensen zich speciaal bezighouden met de studie van de Braamsoorten. Er is zelfs een apart woord voor deze specialisten: batologen. Voor ons doel kunnen we echter de Braam toch  maar het best beschouwen als één, zeer vormenrijke soort, die dan wordt aangeduid als ‘Rubus fruticosus (coll.)’.

Bramen zijn die heerlijke vruchten die we in nazomer en herfst verzamelen in heggen en bosranden, om zo uit de hand te eten of jam van te maken. Ook in de tuin vestigen de braamstruiken zich graag in een hek en al snel steken ze dan hun lange doornige armen uit naar alles wat op hun pad komt. Ze moeten zodra ze ontdekt zijn meteen uitgespit worden, anders zullen ze met hinkstapsprong de hele tuin doorgaan, doordat ieder groeipunt wortel schiet en een nieuwe plant vormt.

De verspreiding van de braam wordt nog bevorderd doordat hij zich kan vermeerderen zonder dat bevruchting van de bloemen heeft plaatsgevonden. Deze wijze van vermeerdering, die we ook bij andere planten wel tegenkomen, wordt apomixis genoemd. De bloemen met hun vijf bloemblaadjes, die in kleur variëren van wit tot roze, zitten in groepjes bijeen. De bladeren kunnen zowel uit één geheel bestaan als uit drie of vijf blaadjes zijn samengesteld. Aan de onder- en /of bovenkant zijn ze vaak voorzien van dons; aan de onderkant zijn ze vaak groen of blauwachtig. De stengels zijn overblijvend of tweejarig, klimmend of langs de grond kruipend, met veel of weinig dorens.

Bij al deze variatie blijft één eigenschap onveranderd: het vermogen op elk willekeurig stuk grond een ondoordringbaar struikgewas te vormen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Brandnetels (Urticaceae)

 

De GROTE BRANDNETEL (Urtica dioica) is een waardevol onkruid met vele goede eigenschappen. Deze overblijvende plant kan in hoogte zeer variëren, van 30 cm tot 3 m; groeit gewoonlijk in grote groepen. De taaie gele wortels zijn sterk vertakt. Zowel de grof gezaagde bladeren als de stengels zijn voorzien van gewone haren en brandharen. De eironde tot langwerpige bladeren groeien met tweeën tegenover elkaar aan de stengel. De bladparen staan steeds als in een kruis om en om, waardoor ze al het aanwezige licht kunnen opvangen om daarmee het bladgroen te maken waaraan de plant zo rijk is. De heel kleine, groene vrouwelijke bloemen hangen in katjes uit de bladoksels, de aren met mannelijke bloemetjes staan rechtop.

De brandharen bestaan uit een holle buis die een bijtend vocht bevat. Bij de geringste aanraking breekt de ronde top van de buis af. Hierdoor ontstaat als het ware een injectienaald die de huid binnendringt waardoor het gif in de wond terechtkomt. De meeste brandharen staan naar boven gericht; het is dan ook het best de plant met een opwaartse beweging – stevig – beet te pakken, waardoor de haren minder gemakkelijk breken. De Grote brandnetel, die bloeit van juni tot in de herfst komt over de hele wereld voor. Bij ons zeer algemeen op stikstofrijke plaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De KLEINE BRANDNETEL (Urtica urens) een veel minder forse plant dan de vorige. Hoewel hij 60 cm hoog kan worden is hij gewoonlijk veel lager. Bij deze soort ontbreken soms de brandharen. De rangschikking van de bladeren is net als bij de ‘grote broer’. De nerven in het blad lopen van de voet naar de top en zijn niet vertakt zoals bij de vorige soort. De bloeiwijzen zijn kort en rechtopstaand of horizontaal uitstaand. Deze soort begint al in mei te bloeien en gaat hiermee door tot in de herfst. De verspreiding is eveneens wereldwijd. In ons land minder algemeen dan de Grote brandnetel; vooral te vinden op mesthopen en in moestuinen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijvoet (Compositae)

 

Hoewel hij als het ware een neefje is van de Chrysanthemums en even aromatisch, ziet BIJVOET (Artemisia vulgaris) er toch heel anders uit. In tegenstelling tot veel andere leden van de familie der samengesteldbloemigen openen de bloemhoofdjes zich nooit. De hoofdjes bestaan uitsluitend uit een toefje roodachtig bruine bloemetjes boven een rond, kelkachtig omwindsel. De hoofdjes zitten aan zijtakken die afwisselend langs de hoofdstengel staan; de staan rechtop of zijn enigszins knikkend. De stengelbladeren zijn veerdelig en zitten dicht tegen de stengel aan; de onderste bladeren zijn kortgesteeld. Aan de bovenkant zijn de bladeren donkergroen, aan de onderkant wit-wollig. De gegroefde, hoekige stengels variëren in hoogte van 0,600 tot 1,20 meter. Bijvoet komt voor in de gematigde delen van het noordelijk halfrond. In ons land zeer algemeen langs wegen en dijken, op ruige plaatsen, in heggen enzovoort. De bloeitijd is juli-september.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Witte dovenetel : Lamium album

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de brandnetelachtige bladeren, die niet prikken en
– de witte, behaarde, in een schijnkrans staande lipbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Witte dovenetel is een rechtopstaande, zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant van 30 tot 60 cm. Ze groeit op vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond in bemeste weilanden, in bermen, aan bosranden en langs muren en hekken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De plant bloeit vanaf april tot in de herfst, bij zacht weer soms tot het begin van de winter. De witte, soms roomwitte, zeer zelden roze bloemen staan in schijnkransen van 5 tot 8 bloemen in de bladoksels van het bovenste deel van de plant. Ze zijn rijk aan nectar.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zien eruit als bladeren van de brandnetel maar dan zonder de brandharen, vandaar de naam dove- netel. De stengel is vierkant en afstaand behaard.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 60 cm

Bloem
– (room)wit, zeer zelden roze
– vanaf april tot in de herfst
– schijnkrans
– lipbloem
– 2 tot 2,5 cm
– 5-tandige kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– hartvormig tot meer langwerpig
– top spits
– rand gezaagd
– voet hartvormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop, bovengronds liggend, opstijgend
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Trosglidkruid : Scutellaria columnae

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de eenzijdige, aarvormige, ijle, eindelingse trossen van
– in paren staande rood- tot blauw-paarse, behaarde lipbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Trosglidkruid is een overblijvende, zeer zeldzaam voorkomende plant van 25 tot 60 cm. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit het oostelijk Middellandse Zeegebied. Ze is geheel behaard, naar boven toe ook met klierharen en groeit op droge, min of meer beschaduwde plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juni en juli. De kleur van de bloemen varieert van blauw-paars of donker rood-paars. Soms is de onderlip wit. Ze staan in paren naar 1 kant gericht in de bladoksels van de schutbladen. De bloemen vormen aan het einde van de stengels eenzijdige, zeer regelmatige, ijle trossen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn driehoekig tot langwerpig en grof gekarteld en lijken op brandnetelbladeren. Niet in bloei lijkt de plant dan ook op brandnetel, wel in bloei heeft ze op afstand wat weg van bosandoorn, als de bloemen donker rood-paars zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

klein glidkruid : roze, haren op de stengelribben omhoog gericht, bladrand gaaf of alleen bij de voet gekarteld.

 

klein glidkruid

 

 

 

 

blauw glidkruid : paarsblauw, haren op de stengelribben naar beneden gericht, gehele bladrand gekarteld.

 

blauw glidkruid

 

 

 

 

trosglidkruid : donker rood-paars tot blauw-paars, soms met witte onderlip, bloeiwijze is een aarvormige, ijle tros.

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 25 tot 60 cm

Bloem
– donker paars-rood tot paars-blauw
– juni en juli
– eenzijdige, aarvormige tros
– lipbloem
– 20 tot 30 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– driehoekig tot langwerpig
– top spits
– rand grof gekarteld
– voet hartvormig of afgeknot
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Kruiden van oudsher: letter B en C

Standaard

 

.

.

 

 

 

Basilicum

 

Basilicum geeft smaak aan alle saaie gerechten. Het mag dan ook niet voor niets prat gaan op de titel koninklijk kruid. Basielkruid heeft een uniek aroma en een aangename, warme smaak. Gebruik basilicum bij voorkeur vers, dan is hij op zijn best. Basilicum verliest veel van zijn waarde als je hem droog.

 

 

 

 

 

Bereklauw

 

Oude boeken beweren wel eens dat de iets oudere heren alle baat hebben bij bereklauwzaden. Als het wat moeilijk begint te gaan om het huwelijk in al zijn facetten te beleven kan manlief het misschien eens proberen met bereklauw-jenever.

 

 

 

 

 

 

Berk

 

Je nieren varen wel bij drie eetlepels berkensap die je in een glaasje water vermengt en voor elke maaltijd drinkt.

 

 

 

 

 

 

Bernagie

 

Een ideale huidreiniger is bernagie of borage. Sommigen noemen deze plant ook wel eens komkommerkruid, omdat het lichtjes naar komkommer smaakt. Trouwens, bernagie kan je op dezelfde manier gebruiken als komkommer. Het kruid bevat erg veel sap en is daarom een uitstekende reiniger. Verstopte poriën krijgen een schoonmaakbeurt en sluiten zich nadien.

Je kan het sap uit de plant halen door het fijn te snipperen of door een sapcentrifuge te doen. Dop er watjes in en leg die op je gelaat. De huid ontspant, wordt soepeler en verfrist. De haarvaatjes vernauwen. Zo wordt je huid minder vlug rood. Als je een gevoelige huid hebt, zeef dan eerst het sap. Zo voorkom je dat er haartje of delen van de plant op je huid blijven zitten.

 

 

 

 

 

 

Bertram

 

De gedroogde bertramwortel is in de handel te koop in poedervorm. Dit poeder zorgt voor een betere vertering en ruimt het vuilnis in ons lichaam op. Je kan het in je jus mengen of op de groentes strooien. Bertram is vooral bekend om zijn speekselbevorderende eigenschappen. Het middel is zeer effectief tegen verschillende bloedinfecties, onder meer malaria. Niet alleen worden mensen met chronische malaria verlost van hun ziekte, maar ook mensen die fel vermagerden, waarschijnlijk door HIV, komen opnieuw op krachten.

 

 

 

 

 

 

Bieslook

 

Bieslook werkt, zoals alle planten van de uienfamilie, vochtafdrijvend. Bieslook bevordert het verteringsproces en wekt de eetlust op. Het drijft ook slijmen af, stilt de hoest en versterkt je lichaam.

 

 

 

 

 

 

Boekweit

 

Niet alleen tarwe en haver maar ook boekweit hield de mensen vroeger in topconditie. Als je je wat slapjes voelt, eet dan maar eens wat meer boekweit. Voor kinderen die ferm uit de kluiten aan’t wassen zijn kan wat boekweit ook welkom zijn. Boekweit heeft een hoge voedingswaarde.

 

 

 

 

 

 

Bonenkruid

 

Bonenkruid bevordert de spijsvertering. Daarom kan je een beetje van dit kruid toevoegen aan gerechten, die iets moeilijker verteren. Bonenkruid voorkomt winderigheid en daaropvolgende geurtjes.

 

 

 

 

 

 

Brandnetel

 

Brandnetel zuivert je lichaam, zorgt voor aanmaak van rode bloedlichaampjes, zorgt voor kalk- en ijzeropname, en helpt reuma en jicht voorkomen.

 

 

 

 

 

 

Cichorei

 

Cichorei reinigt de lichaamssappen en dus ook het gemoed.

 

 

 

 

 

 

Citroen

 

Vettig haar behandel je best door citroensap aan het laatste spoelwater toe te voegen. Nicotinevlekken op vingernagels verdwijnen met citroenschil erover te wrijven. En als je met een citroenschil over je tanden wrijft, worden ze na een poosje weer mooi wit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bosandoorn : Stachys sylvatica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de aarvormige bloeiwijze van in schijnkransen staande donker paarsrode lipbloemen en
– de breed eironde, behaarde, gesteelde bladeren (lijken op brandnetelbladeren)

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Bosandoorn is een overblijvende, bij kneuzing van de bladeren onaangenaam ruikende, behaarde plant van 50 tot 100 cm hoog, die bloeit vanaf juni tot en met augustus op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen en aan heggen. Ze kan schaduw goed verdragen. Bosandoorn heeft ondergrondse uitlopers, waardoor ze woekert en grote bestanden kan vormen. Ze is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiwijze is een losse schijnaar aan het einde van de hoofd- en zijstengels. De schijnaar bestaat uit een aantal schijnkransen van meestal 6 donker paarsrode bloemen. De bloemen zijn tweelippig. Onder de helmvormige bovenlip staan de vier meeldraden en de stijl. De 3-lobbige onderlip is groter en heeft een patroon van witte lijnen en vlekken (honingmerk).

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren lijken veel op brandnetelbladeren; zonder bloemen lijkt bosandoorn op brandnetel. De bladeren zijn behaard, breed eirond met een hartvormige voet, spitse top en lange steel. De bovenste bladeren zijn wat minder breed, wel eirond en de steel is korter. De stengels zijn vaak boven het midden vertakt en roodachtig.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd bosandoorn gebruikt vanwege wondhelende, krampopheffende en zweetdrijvende eigenschappen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Betonie : helder roze bloemen, bladeren langwerpig met hartvormige voet, zeer zeldzaam, op de rode lijst.

 

 

 

 

 

Stinkende ballote : lichtpaarse bloemen, bladeren eirond met afgeronde voet, zeldzaam voorkomend, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

Akkerandoorn : bleekroze bloemen, zelden wit, vrij tot zeer zeldzaam, op de rode lijst.

 

 

 

 

 

 

Bosandoorn : donker paarsrode bloemen, alle bladeren eirond met hartvormige voet en gesteeld, sterk ruikend

 

 

 

 

 

 

Moerasandoorn : roze bloemen, bovenste bladeren zittend en langwerpig.

 

 

 

 

 


Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 50 tot 100 cm

Bloem
– donker paarsrood
– vanaf juni t/m augustus
– schijnkrans
– lipbloem
– 12 tot 18 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gezaagd
– voet hartvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– scherp vierkantig

zie wilde bloemen