category / categorie : video
Why did satan rebel in the first place? / Waarom kwam satan in opstand?

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



.
.
Laat ik mezelf aan u voorstellen. Ik ben mgr. John Esseff, priester uit het bisdom Scranton, Pensylvania, gewijd in het jaar 1953. In 1959 werd pater Pio mijn geestelijk leidsman. Ik ben bevoorrecht om geestelijk leider te mogen zijn van honderden zielen op alle niveaus van het geestelijk leven. Sommigen zijn beginnelingen, anderen zijn gevorderden en sommigen zijn mystici.

Msgr John Esseff
Terwijl mijn licht voortgaat, zal alles onder zijn macht komen. Het zal niet beperkt blijven tot godsvruchtige personen, noch tot alleen maar innerlijke realiteiten. Ik moet de sterke bolwerken van macht van Satan zichtbaar maken, die de wereld naar haar vernietiging bewegen.
De machtige krachten van het kwaad zijn verborgen voor het zicht, de besluiten, die gemaakt worden door de machtigen en de rijken, die alles wat ze doen, omgeven met de mantel van geheimhouding, en de innerlijke krachten van de politieke wereld, die alleen maar voortdurende macht zoekt zonder rekening te houden met het menselijk leven. Deze machtige, verborgen krachten beslissen over de toekomst van de wereld en alles moet aan het licht gebracht worden.
Hoe kan dit gebeuren, wanneer de rijken en de machtigen elk middel gebruiken om zichzelf in duisternis te hullen? Ik spreek nu van een ware verlossing van de mensheid, van een volledig breken van de macht van het kwaad over het menselijk geslacht. Bevat dit moment. Begrijp wat er gebeurt. Satan kent en vreest mij. Ik spreek over de volledige bevrijding van het menselijk geslacht van kwaad, dat eeuwenlang in haar bodem is geplant. Dit kwaad is gegroeid en samengesmolten. Het heeft steeds meer het menselijk leven opgeëist.
Kijk naar de grote armoede waarin het grootste deel van de mensheid leeft. Kijk naar de omverwerping van regeringen en eindeloze oorlogen. Kijk naar de wapens van vernietiging en de groei van de rijkdom. Deze geweldige krachten zijn niet in één nacht ontstaan. Ze zijn het resultaat van verborgen kwaad, dat is samengesmolten voor hun eigen zelfzuchtige belangen. Deze machten manipuleren de wereldgebeurtenissen voor hun eigen zelfzuchtige verlangens. Ze moeten uiteengedreven worden door mijn licht, zodat het menselijk geslacht opnieuw een frisse lucht kan inademen en een nieuwe weg kan beginnen.
Spreek ik van kleine overwinningen? Van kleine gevechten? Helemaal niet. Ik spreek van een volledige verplettering van de kop van Satan en het brengen van de wereld in licht dat eeuwen en eeuwen ontbroken heeft. Zo staat de wereld ervoor, op de rand van de grootste duisternis of aan de rand van een totaal licht. Ik heb een diep geheim geopenbaard van mijn Onbevlekt Hart.
..


Pasteltekening van John Astria
De dag van de Heer komt na de afval (een massaal zich afkeren van God) en de openbaring van de zondige mens, de Wetteloze.
2Th 2:1 Wij vragen u echter, broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem, 2Th 2:2 dat u niet zo snel in uw denken geschokt of verschrikt wordt, noch door geest, noch door woord, noch door brief als van ons, alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn. 2Th 2:3 Laat niemand u op enigerlei wijze bedriegen, want die komt niet als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf, 2Th 2:4 die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of een voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is.
Aan de dag van de Heer gaat een tijd van vrede en veiligheid vooraf.
1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heerkomt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen.
Voordat deze dag komt, zal de zon veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, waardoor zij hun schijnsel niet kunnen geven. Zij maken plaats voor het ware Licht der wereld.
Joe 2:31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt.
Vergelijk:
Mt 24:29 Terstond nu na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. Mt 24:30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid.
De Dag van de Heer komt onverwachts, als een dief in de nacht (1 Thess. 5:2), als een strik (Luc. 21:34), en brengt een plotseling verderf (1 Thess. 5:3).
1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen.
2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden.
Opb 3:3 Bedenk dan hoe u het ontvangen en gehoord hebt en bekeer u. Als u dan niet waakt, zal Ik komen als een dief, en u zult geenszins weten op wat voor uur Ik tot u zal komen.
Opb 16:15 Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet.
Lu 21:34 Past echter op uzelf, dat uw harten niet misschien worden bezwaard door roes en dronkenschap en zorgen van het leven, en die dag u plotseling overvalt als een strik. Lu 21:35 Want hij zal komen over allen die gezeten zijn op het hele aardoppervlak.
Pasteltekening van John Astria
Volgens sommigen begint deze dag met de nederwerping van de satan (Opb. 12).
Opb 12:7 En er kwam oorlog in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, en de draak voerde oorlog en zijn engelen; Opb 12:8 en hij was niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. Opb 12:9 En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. Opb 12:10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is de behoudenis gekomen en de kracht en het koninkrijk van onze God en het gezag van zijn Christus; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht voor onze God aanklaagde, is neergeworpen. Opb 12:11 En zijzelf hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe. Opb 12:12 Daarom weest vrolijk, hemelen en die daarin woont. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u neergekomen met grote grimmigheid, daar hij weet dat hij weinig tijd heeft. Opb 12:13 En toen de draak zag dat hij op de aarde neergeworpen was, vervolgde hij de vrouw die de mannelijke zoon gebaard had.
De nederwerping vindt volgens sommigen plaats halverwege de laatste jaarweek van Daniël.
De Dag van de Heer wordt in de Heilige Schrift vaak gekenmerkt door gericht voor de goddelozen en wordt aangeduid als ‘groot en vreselijk’ (Joel 2:11, 31). Ontzagwekkend en geducht is deze dag. Hij brengt verderf en verdelging van de goddelozen.
De Heer Jezus vergelijkt dat met de tijd van Noach en die van Lot.
Lu 17:27 zij aten, zij dronken, zij trouwden, zij huwelijkten uit, tot op de dag dat Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en hen allen verdelgde. Lu 17:28 Evenzo, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden; Lu 17:29 op de dag echter dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen.
1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen.
Joe 2:1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij. Joe 2:2 Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, … (…) Joe 2:11 En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen? (…) Joe 2:30 En Ik zal wondertekenen geven in den hemel en op de aarde: bloed, en vuur, en rookpilaren. Joe 2:31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt. Joe 2:32 En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen. Joe 3:1 Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden; Joe 3:2 Dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de heidenen hebben verstrooid, en Mijn land gedeeld;
Mal 4:1 Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal.
Pasteltekening van John Astria
De Zoon des mensen komt in heerlijkheid, op de wolken van de hemel. Hij komt in zijn volle heerlijkheid gezien als de ‘Zon der gerechtigheid’ (Mal. 4:2). De Verlosser van Israël zal zijn voeten planten op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt. Deze dag van de komst van de Almachtige wordt impliciet aangeduid door de woorden ‘die komt’ in de omschrijving ‘die is en die was en die komt, de Almachtige’ (Opb. 1:4, 8; 4:8).
Zac 14:3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. Zac 14:4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden. Zac 14:5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE! Zac 14:6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis. Zac 14:7 Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen.
Mal 4:2 Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.
Opb 1:8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Heer, God, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige.
De komst in de wereld van de Heer Jezus zal zijn als de bliksem, die plotseling de hemel verlicht en door ieder gezien wordt.
Mt 24:26 Als zij dan tot u zeggen: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen. Zie, Hij is in de binnenkamers, gelooft het niet. Mt 24:27 Want zoals de bliksem uitgaat van het oosten en schijnt tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn.
De Dag van de Heer begint en eindigt met vuur (Mal. 4:1; 2 Pe 3:10). De Dag eindigt met de ondergang van de huidige hemelen en aarde, de vernietiging van de kosmos (2 Petr. 3:10). ‘Dit alles vergaat’ (2 Petr. 3:11). Op dit einde van de dag van de Heer volgt de dag van God (2 Petr. 3:12), die begint met de schepping van nieuwe hemelen en een nieuwe aarde (2 Petr. 3:13), een nieuwe wereld waarin gerechtigheid woont (2 Petr. 3:13).
2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. 2Pe 3:11 Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en godsvrucht, 2Pe 3:12 terwijl u de komst van de dag van God verwacht en verhaast, ter wille waarvan de hemelen in vuur gezet zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten. 2Pe 3:13 Wij echter verwachten naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont. 2Pe 3:14 Daarom, geliefden, daar u deze dingen verwacht, beijvert u onbesmet en onberispelijk voor Hem te worden gevonden in vrede. 2Pe 3:15 En houdt de lankmoedigheid van onze Heer voor behoudenis, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u heeft geschreven.
Pasteltekening van John Astria
Het is belangrijk om de grote en vreselijke Dag van God te onderscheiden van de Dag van Jezus Christus, die begint met de wederkomst van de Heer Jezus om zijn heiligen op te halen. De grote Dag van God kan pas na de openbaring van de zoon van het verderf komen. Op de Dag van God wordt de Heer Jezus geopenbaard en wij, de eerder opgenomen en verheerlijkte heiligen, met Hem.
Col 3:4 Wanneer Christus, uw leven, geopenbaard wordt, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
Er zullen oordelen vóór en ná het duizendjarig vrederijk zijn, zodat we de Dag van de Heer zo ruim kunnen nemen als insluitende het millenium. Het zal de Dag van de Heer zijn in tegenstelling tot de dag van de mens. God heeft het voor het zeggen. De dag van de Heer is volgens sommigen de periode van de Grote Verdrukking (= de tweede helft, de tweede 3,5 jaar, van de laatste jaarweek van Daniël) en het daaropvolgende duizendjarige Vrederijk.
In Openb. 1 : 10 lezen wij: “Ik was in de Geest op de dag van de Heer.” Deze dag van de Heer is een andere dan de toekomstige dag van de Heer, die gekenmerkt wordt door oordeel en de openbaring van Christus. Hier is de uitdrukking ontleend aan de naam van onze Heer Jezus Christus en door de apostel Johannes, de schrijver van het laatste Bijbelboek, gebruikt om Christus te eren.

Genade en kennis door de Heilige Geest
Pasteltekening van John Astria
Dit is de belangrijkste zin uit het Nieuwe Testament. Christus zegt in dit citaat dat geloven in Hem voldoende is om eeuwig leven te bekomen. Wie erkent dat Christus op de wereld kwam als zoenoffer voor onze zonden is gered. Jezus werd gezonden als de enige zoon van God en bleef hem trouw ondanks al de vernederingen en pijnigingen tot in de dood, Zo werd hij de eerste zondeloze mens.
Satan,de duivel,werd zo definitief verslagen. Het kwade weet dat zijn dagen spoedig geteld zullen zijn. Zijn beloning is de eeuwige vuurpoel samen met de gevallen engelen en ongelovigen. Wie dus Jezus Christus vraagt om in zijn hart te komen wonen en vergiffenis vraagt om zijn zonden krijgt die vergeving altijd. Maar kan elke zonde vergeven worden? Het antwoord is neen.
Een onvergeeflijke zonde wordt beschreven in Marcus 3 en Matteüs 12. Deze passages gaan over het werk van Jezus. Alom was bekend, dat Hij herhaaldelijk in het openbaar satan en zijn demonen versloeg. Velen hebben zich afgevraagd, wat dit nou eigenlijk voor zonde was. Als u deze verzen leest (ze staan hieronder vermeld), houd dan in gedachte, dat de bedoeling van Jezus Christus’ bediening was om de duisternis rechtstreeks met het licht te confronteren in een openlijke strijd tussen goed en kwaad. De enige in het hele universum, die machtiger is dan de Boze, is God. Hij is de enige met genoeg macht om Satan zelf te binden en hem te dwingen te verdwijnen.

Marc. 3:22-30
“En de schriftgeleerden die van Jeruzalem gekomen waren, zeiden: ‘Hij heeft Beëlzebul,’ en door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit.’ …’Voorwaar, Ik [Jezus] zeg u, dat alle zonden aan de kinderen der mensen zullen worden vergeven, ook de godslasteringen, welke zij gesproken mogen hebben; maar wie gelasterd heeft tegen de Heilige Geest, heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar staat schuldig aan eeuwige zonde. Immers zij zeiden: ‘Hij ( Christus ) heeft een onreine geest.”
In Matt. 12:31-32 zei Jezus tot de Farizeëen:
“Daarom zeg Ik u: alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering van de Geest zal niet vergeven worden. Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar spreekt iemand tegen de Heilige Geest, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw noch in de toekomende”.
Pasteltekening van John Astria
“De onvergeeflijke zonde om tegen de Heilige Geest in te gaan is onherroepelijk de voortdurende verwerping van Christus ( Joh. 3:18; 3:36 ). Dus, het vernederen van de Heilige Geest is hetzelfde als Christus verwerpen met zo’n beslistheid, dat geen toekomstig berouw mogelijk is. ‘Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven,’ zei God in Genesis 6:3.
In de context van deze speciale passage ( Matt. 12:22-32 ) zien we dat Jezus een groot scheppingswonder had gedaan, waar zowel genezing als het uitwerpen van demonen aan te pas kwam. De Farizeëen verwierpen echter dit duidelijk teken van de Heilige Geest. Zij betichtten Hem er zelfs van zijn krachten van de duivel te krijgen. Daarmee toonden ze een houding van permanente weerstand tegen de Geest en tegen de goddelijke natuur van Jezus Christus en zijn evangelie van redding.
“Jezus beschouwt dus lastering tegen de Geest dat men zijn identiteit permanent ontkent (Matt. 12:18) en Hij beschouwt dat als één van de ergste van alle zonden”.
Het antwoord is neen, maar waarom. In Christus zijn al onze zonden vergeven. Daarom kan geen enkele christen de onvergeeflijke zonde bedrijven. Alleen een niet-wederomgeboren persoon die weigert om tot Christus te komen zal in zijn zonden sterven. Als u eenmaal Jezus hebt aanvaard, dan is dat deel van het werk van de Heilige Geest klaar. U kunt dus niet zijn werk lasteren. Natuurlijk blijft Hij constant aan u werken.
Zelfs als u eigenwijs bent en Hem weerstaat als christen, als u een onproductief leven lijdt dat vleselijk is en ongeestelijk, dan nog zijn die zonden te vergeven omdat u de Heilige Geest niet lastert. Denk eens aan wat Paulus zei: “Er is dus geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn” ( Rom. 8:1 ).
Een ware christen kan niet een zonde bedrijven waarvoor geen vergeving is. We worden beschermd door de kracht van God. (1 Petr. 1:5). Hoewel we wel de Heilige Geest kunnen bedroeven, verzegelt Hij ons toch tegen de dag des oordeels ( Ef: 4:30 ).

Bevrijding van de zonden
Pasteltekening van John Astria
De vier evangelisten vertellen allen hoe Jezus werd gekruisigd tussen twee misdadigers. Maar Lukas is de enige die het volgende toevoegt ( 23:39-43 ):
Ook één van de misdadigers die daar hingen hoonden Hem: ‘Zijt Gij niet de Messias? Red dan uzelf en ons.’ Maar de andere strafte hem af en zei: ‘Heb jij zelfs geen vrees voor God nu je hetzelfde lot ondergaat? En wij terecht, want wij krijgen wat we door onze daden verdiend hebben. Maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.’ Daarop zei hij tot Jezus: ‘Denk aan mij, wanneer U in uw koninkrijk gekomen bent.’ En Jezus sprak tot hem: ‘Voorwaar Ik zeg u, vandaag nog zult u met mij zijn in het paradijs.’
Hieruit blijkt dat er niets in de lijst van menselijke overtredingen is, dat buiten bereik ligt van de Goddelijke vergeving. ‘Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen worden als sneeuw.’ is de oude belofte die God aan ons mensen geeft. ‘Al waren ze rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol’ ( Jesaja 1:18 ).
Dit moet echter niet als een aanmoediging uitgelegd worden om te zondigen, maar veeleer als een terechtwijzing om zich toch te bekeren. Als de zondaar werkelijk spijt heeft en vergiffenis vraagt aan Jezus Christus, dan zal hij niet alleen vergeving ontvangen maar ook behoed worden voor terugval in de zonde. Dit leert ons het evangelie en onnoemelijk veel mensen kunnen ervan getuigen.
Er zijn in de hele wereld overal gevallen van grote zondaren, die hun boze wegen verlieten en vandaag de dag een nieuw leven hebben door de kracht van God. We hebben de verzekering van onze Redder. ‘Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.’ ( Joh. 6:37 ). Er is geen veroordeling voor vergeven zonde. Jezus betaalde alles.





