Tagarchief: zee

Het beeld van het beest.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het Beeld van het Beest is het toekomstige beeld dat op bevel van het Beest uit de Aarde (= de valse profeet, de antichrist) door de mensen gemaakt wordt voor het Beest uit de Zee, een grote politieke leider. Als het beeld klaar is, krijgt het Aardebeest van hogerhand de macht om het beeld adem te geven, leven in te blazen. Het beeld moet aanbeden worden. Het zorgt ervoor dat iedereen die het beeld niet aanbidt, gedood wordt.

.

 

Openbaring 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

pasteltekening van John Astria

 

 

.

Openbaring 13:14. En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken.


Openbaring 13:15. En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.

Het Beeld van het Beest wordt massaal aanbeden (vgl. Opb. 14:9; 14:11; 16:2; 19:20). Opvallend is dat het Beest uit de Zee deze beeldverering kennelijk goedvindt, hoewel hij zich verzet en zich verheft tegen al wat een voorwerp van verering is (2 Thess. 2:4). Een dergelijke tegenstrijdigheid betreft ook zijn afwijzing van al wat God heet, hoewel hijzelf “in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is” (2 Thess. 2:4). Vergelijk de voorzegging door de engel aan Daniël over een toekomstige koning:

Da 11:36.  Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren.


Da 11:37.  En hij zal niet letten op de goden van zijn vaderen, [en] ook niet op het verlangen van de vrouwen. Hij zal op geen enkele god letten, maar zichzelf boven alles groot maken.


Da 11:38.  En hij zal de god van de vestingen in zijn standplaats eren. Hij zal namelijk de god die zijn vaderen niet gekend hebben, eren met goud, met zilver, met edelgesteente en met kostbaarheden.

Da 11:39.  Hij zal versterkte vestingen maken samen met een vreemde God. Voor hen die hij zal kennen, zal hij de eer laten toenemen en hen laten heersen over velen en hij zal het land uitdelen als beloning.

Aanbidding van het Zeebeest en zijn beeld is je reinste afgodendienst. Er zullen echter mensen zijn die er niet aan mee doen. Zij weten dat God een na-ijverig God is en geen aanbidding van mensen of beelden kan verdragen.

Exodus 20:2.  Ik ben de Heere, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.


Exodus 20:3.  U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.


Exodus 20:4.  U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.


Exodus 20:5.  U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de Heere, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,


Exodus 20:6. Maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.

Degenen die weigeren mee te doen aan de aanbidding van het Beeld en van het Beest en ook het merkteken van het Beest weigeren, al kost het ook hun leven, zijn overwinnaars en zullen opgewekt worden en met Christus in het duizendjarig Vrederijk regeren.

Openbaring 15:2.  En ik zag als een glazen zee met vuur gemengd, en hen die de overwinning behaald hadden over het beest en over zijn beeld en over het getal van zijn naam, op de glazen zee staan met harpen van God.

Openbaring 20:4.  En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.

 

 

Openbaring 20 : de eerste opstanding en de tweede dood

Openbaring 20 : de eerste opstanding en de tweede dood

 

pasteltekening van John Astria

 

 

.

Het Beeld van het beest dan wel het Beest zelf is waarschijnlijk gelijk aan de gruwel der verwoesting‘ waarvan door de profeet Daniël gesproken is. De Heer Jezus verwijst naar deze de gruwel, die in ‘de heilige plaats’ , de tempel in Jeruzalem, zal staan.

Mattheüs 24:14.  En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.


Mattheüs 24:15.  Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniel gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op)


Mattheüs 24:16.  laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen.

 

.

 

Voorafschaduwing

.

Een historische voorafschaduwing van het Beeld is het gouden beeld dat de beroemde Babylonische koning Nebukadnezar liet oprichten en waarvoor iedereen moest buigen. Het was ongeveer 30 meter (60 el) hoog en 3 meter (6 el) breed. Wie weigerde te buigen, moest in een brandende oven geworpen worden.

Daniël 3:1.  Koning Nebukadnezar maakte een gouden beeld, waarvan de hoogte zestig el was, en zijn breedte zes el. Hij richtte het op in het dal Dura, in het gewest Babel.

Daniël 3:5.  Op het moment dat u het geluid hoort van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, panfluit, en allerlei muziekinstrumenten, moet u neervallen en het gouden beeld aanbidden dat koning Nebukadnezar heeft opgericht.

Daniël 3:6. Wie niet neervalt en aanbidt, zal op hetzelfde ogenblik midden in de brandende vuuroven worden geworpen.

Daniël 3:7.  Daarom, zodra al de volken het geluid hoorden van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, en allerlei muziekinstrumenten, vielen op datzelfde tijdstip alle volken, natiën en talen neer, [en] aanbaden het gouden beeld dat koning Nebukadnezar had opgericht.

.

 

Beeld van Nebukadnezar.jpg
Afbeelding: gedwongen verering van het beeld van Nebukadnezar.
Het 30 meter hoge beeld is naar verhouding nog te klein getekend.

.

.

.

Drie Joodse mannen, namelijk Sadrach, Mesach en Abed-Nego, die Nebukadnezar over het bestuur van het gewest Babel had aangesteld, weigerden het gouden beeld te aanbidden. Zij werden er dan ook van beschuldigd dat zij Nebukadnezars goden niet vereren en het gouden beeld niet aanbidden (Dan. 3:12). Zij antwoordden de koning:

Daniël 3:17.  Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o koning, uit uw hand verlossen.


Daniël 3:18.  En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.

Daarop werden ze in de brandende oven geworpen. In de oven verscheen een vierde persoon, een engel, en deze was bij de mannen en zij werden gespaard. Nebukadnezar zag hun wonderlijke bewaring en riep de Joden uit de oven terug. Hij noemde ze “dienaren van de allerhoogste God” (Dan. 3:26). Er was aan de mannen helemaal niet te merken dat ze in de oven waren geweest.

Daniël 3:27. Toen kwamen de stadhouders, de machthebbers, de landvoogden en de raadslieden van de koning bijeen. Zij zagen aan deze mannen dat het vuur geen vat had gekregen op hun lichaam: het haar van hun hoofd was niet geschroeid, en hun mantels waren niet verteerd, ja, er hing [zelfs] geen brandlucht aan hen.


Daniël 3:28.  Nebukadnezar nam het woord en zei: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, Die Zijn engel heeft gezonden en Zijn dienaren heeft verlost, die op Hem hebben vertrouwd, het bevel van de koning hebben weerstaan en hun lichaam hebben overgegeven, omdat zij geen enkele god wilden vereren of aanbidden dan hún God.


Daniël 3:29.  Daarom wordt door mij een bevel uitgevaardigd dat elk volk, [elke] natie of taal die lasterlijke dingen zegt over de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, in stukken zal worden gehouwen en dat zijn huis tot een mesthoop zal worden gemaakt, want er is geen andere god die zo redden kan.


Daniël 3:30.  Toen maakte de koning Sadrach, Mesach en Abed-Nego voorspoedig in het gewest Babel.

 

.

.

In meerdere opzichten schaduwt Nebukadnezars beeld het beeld van het Beest vooraf

.

  1. het beeld is een beeld van de grote Leider
  2. de gedwongen aanbiddig
  3. de massaliteit van de aanbidding
  4. de doodstraf bij weigering

Een eigentijdse voorloper van de verering van een mansbeeld is de eer die burgers in Noord-Korea dagelijks moeten bewijzen aan Kim Il-Sung, bij diens immense standbeeld in de hoofdstad van het land. Wie dat niet doet, riskeert het strafkamp.

 

 

Standbeeld-Kim_Il_Sung-John_Pavelka.jpg

Foto: eerbetoon bij het 23 meter hoge standbeeld van Kim Il-Sung.
Het beeld van Nebukadnezar was zo’n 7 meter hoger.

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Advertenties

De 2de negentien van Bachbloesem : Wild Rose

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

detail

 

 

 

Wild Rose (Hondsroos)

Rosa canina

Een van Bach’s tweede 19 remedies.
Bereid volgens de koken-methode.

 

bach-bloesem-hondsroos-large

 

 

Indicatie

 

Zij die schijnbaar zonder voldoende reden zich overgeven aan alles wat gebeurt en gewoon maar door het leven heen glijden zoals het is, zonder dat ze ook maar enige moeite doen om iets te verbeteren en een beetje vreugde te vinden. Ze hebben zich zonder te klagen overgegeven aan de moeilijkheden van het leven.

 

 

 

Affirmatie

 

Berusting maakt ons tot niet meer dan een onoplettende passagier op de reis van het leven, en opent de deur voor talloze ongunstige invloeden die nooit de kans hadden gekregen om binnen te komen zolang ons dagelijks bestaan de bezieling en de vreugde van het avontuur hadden meegebracht.

 

 

 

Habitat

 

De Hondsroos kan groeien tot op een hoogte van 1300 m, van de zee tot in de bergen, op open plekken en niet gecultiveerde streken.

 

 

 

Emotionele toestand

 

Voor berusting, apathie, overgave, geen moeite doen, alleen maar met de stroom meedrijven, saaiheid, gebrek aan interesse, geen vonkje vitaliteit, gevoel van eentonigheid, uitdrukkingloze dreun in de stem, vermoeidheid, een saaie metgezel.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Christoffel Columbus, ontdekker van de nieuwe wereld

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

Christoffel Columbus

 

Christoffel Columbus koos toen hij tien jaar oud was voor het eerst het ruime sop en hij groeide dan ook uit tot een echte zeeman. In 1492 voer hij vanuit de Canarische eilanden richting het westen en ontdekte hij op deze manier een nieuwe route naar ‘Azië’. Pas na zijn dood zou blijken dat Columbus in werkelijkheid nog iets veel belangrijkers had (her-)ontdekt: het ‘nieuwe’ continent Amerika.

.

 

 

 

Christoffel Columbus werd geboren in 1451 in de Italiaanse havenstad Genua. Hij was de zoon van de wever en kaasverkoper Demonico Colombo en diens vrouw Susanna Fontanarossa. Naar eigen zeggen ging Columbus al op tienjarige leeftijd de zee op, waardoor hij tijdens zijn jeugd nooit leerde schrijven. Door zijn vrienden werd hij dan ook wel omschreven als ‘een man met grote intelligentie, maar weinig opleiding’.

 

 

Columbus

.

 

 

Handelsreizen

 

In 1473 trad Columbus in dienst bij Centurione, een grote handelsfirma uit Genua. In de jaren die volgden nam hij deel aan verscheidene handelsreizen naar Engeland (1476), IJsland (1477) en Portugal (1479). Tussen 1482 en 1485 voer hij vervolgens enkele malen op en neer naar West-Afrika, waar hij onder meer Ghana bezocht. Tijdens de vele reizen nam Columbus bovendien de tijd om Latijn, Spaans en Portugees te leren en verdiepte hij zich onder meer in de geografie, de astronomie en de geschiedenis.

 

.

 

Ontdekkingsreiziger Columbus

 

Rond deze tijd vatte hij eveneens het plan op om op zoek te gaan naar een nieuwe zeeroute naar Azië. In tegenstelling tot de meeste ontdekkingsreizigers – die Azië probeerden te bereiken via een ronding van Afrika – was Columbus van plan om richting het westen te varen, in de hoop zo op het eiland Cipangu (Japan) te stuitten. Zijn plannen bevatten echter één grote inschattingsfout. Columbus had namelijk berekend dat hij na ongeveer 3700 kilometer varen in Japan zou zijn, terwijl de afstand in werkelijkheid ruim 19.600 kilometer bedroeg.

 

 

 

Grootadmiraal van de Oceaan

 

In 1484 presenteerde Columbus zijn voorstel aan de Portugese koning Johan II, maar hij was niet geïnteresseerd in de kostbare onderneming. De Italiaan bezocht daarom in 1485 het Spaanse hof van Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon, waar hij naast het voorstel ook meteen een paar flinke eisen op tafel legde. Zo eiste Columbus het gouverneurschap van alle ontdekte gebieden en wilde hij benoemd worden tot ‘Grootadmiraal van de Oceaan’.

 

 

Ferdinand van Aragon

 

.

 

Isabella van Castilië

 

.

 

Ontdekking van de Nieuwe Wereld

 

Aanvankelijk werden zijn plannen ook door het Spaanse hof afgewezen, maar in 1492 ging koningin Isabella alsnog akkoord met het voorstel. Op 6 september vertrok Columbus vervolgens vanaf de Canarische eilanden richting het westen. Bij de expeditie had hij de beschikking over drie schepen: de karavelen Pinta en Niña en de kraak Santa María. Onderweg hield Columbus zijn bemanning bewust voor de gek door de verkeerde afstanden door te geven, zodat zij dachten dat ze minder ver van huis waren dan werkelijk het geval was.

 

 

 

 

.

 

 

Ontdekking’ van Amerika

 

Op 12 oktober 1492 riep de matroos Rodrigo de Triana voor het eerst ‘land in zicht’. Columbus beweerde echter de avond van tevoren al licht gezien te hebben, waardoor hij de beloning opstreek voor het ontdekken van het nieuwe land. De Italiaan dacht overigens dat hij Indië had bereikt, en dus noemde hij de lokale bevolking indianen. Tot zijn grote teleurstelling kon hij echter geen contact leggen met de rijke Aziatische beschavingen die Marco Polo had beschreven.

.

 

 

Rodrigo de Triana

 

.

.

 

 

 

 

Terugkeer van Columbus in Europa

 

Columbus besloot nog wel de verdere omgeving te verkennen en stuitte daarbij onder meer op Cuba, dat hij aanzag voor Japan. Op 15 januari begon hij vervolgens aan de terugreis richting Spanje, maar midden op zee kwam de vloot in een zware storm terecht. Columbus vreesde de ramp niet te overleven en gooide in paniek een ton met verslagen van zijn reizen overboord. Na verloop van tijd hoorde hij naar eigen zeggen echter een hemelse stem, waarna de storm weer ging liggen. Op 4 maart 1493 voer Columbus vervolgens triomfantelijk de haven van Lissabon binnen.

 

 

 

Nieuwe kolonie La Isabela

 

Een jaar na zijn eerste expeditie stuurde het Spaanse koningspaar Columbus opnieuw richting ‘Azië’, ditmaal om de door hem ontdekte gebieden ook daadwerkelijk voor Spanje in bezit te nemen. In januari 1204 stichtte hij daar de nieuwe kolonie: La Isabela op Hispaniola. Toen Columbus daarna echter verder voer om de omgeving beter te verkennen, ging het al snel mis in de nederzetting. Er was een gebrek aan voedsel, er braken ziektes uit en de lokale indianen kwamen in opstand, met velen doden als gevolg.

 

.

 

 

 

 

 

La Isabela op Hispaniola

.

 

 

Overlijden Columbus

 

In 1500 werd Columbus vanwege ‘wanbeleid’ daarom uit zijn functie gezet als gouverneur van Hispaniola. Tussen 1502 en 1504 mocht hij echter nog wel een nieuwe ontdekkingsreis ondernemen, maar wederom slaagde hij er niet in de Chinezen of de Mongolen te vinden. Christoffel Columbus overleed op 20 mei 1506 in Spanje, nog steeds in de volle overtuiging dat hij een nieuwe route naar Azië had gevonden.

Enkele jaren na de dood van Columbus kwam de Florentijnse ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci echter tot de conclusie dat Columbus nog iets veel groters had ontdekt, namelijk een Mundus Novus, een ‘Nieuwe Wereld’.

 

 

.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

James Cook

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

.

James Cook werd geboren op 7 november 1728 in het Engelse dorpje Marton in Yorkshire. Hij was de tweede van in totaal acht kinderen van de Schotse boer James Cook sr. en diens vrouw Grace Pace. Aanvankelijk leek de jongere James in de voetsporen van zijn vader te treden en ook boer te worden, maar dit alles veranderde in 1745. Toen kreeg de zestienjarige namelijk een bijbaantje bij een kruidenier in het vissersdorpje Staithes, waar hij voor het eerst kennis maakte met de handel en de zee.

 

 

Captain James Cook(1728-1779). Nathaniel Dance. BHC2628

Captain James Cook(1728-1779).

 

.

Friendship

.

Cook realiseerde zich dat dit zijn droom was en achttien maanden later meldde hij zich bij de Walkers, een prominente familie van scheepseigenaren in het nabijgelegen Whitney. De Walkers waren onder de indruk van zijn gedrevenheid en James kreeg een baan als leerling op de ‘Friendship’, een kleine kustvaarder die met name kolen vervoerde.

Tijdens deze periode verdiepte hij zich onder meer in de wiskunde, geometrie, trigonometrie, astronomie en navigatie. Als beloning voor zijn vooruitgang werd hij in 1755 aangesteld als kapitein van de Friendship, maar Cook besloot juist op dat moment dat het tijd was voor een verandering in zijn loopbaan.

 

 

.

Royal Navy

.

Op 7 juni 1755 schreef Cook zich in bij de Royal Navy, waar hij weer helemaal onderaan de ladder moest beginnen. Zijn meerderen waren echter net zo overtuigd van zijn kunnen als de Walkers, en dus kreeg hij binnen twee jaar al weer het gezag over een eigen schip, de Pembroke.

Hiermee zag hij onder meer dienst in Noord-Amerika tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763). Cook onderscheidde zich door de monding van de Saint Lawrence in kaart te brengen, wat de Britse generaal Wolfe in staat stelde om in 1759 zijn beroemde verassingsaanval op de Plains of Abraham in Quebec uit te voeren.

.

.

.

Terra Australis

.

Na afloop van de oorlog kreeg Cook het bevel over een nieuw schip, de schoener HMS Grenville. Hiermee bracht hij vijf jaar door in Canada, waar hij de gevaarlijke kustlijn van Newfoundland en Labrador in kaart bracht. Deze indrukwekkende prestatie bracht Cook onder de aandacht van de prestigieuze Londense Royal Society, die hem meteen inhuurde voor een belangrijke missie. Hij kreeg namelijk de opdracht om met de HMS Endeavour op zoek te gaan naar ‘Terra Australis’, het nog onbekende ‘zuidelijke continent’.

Op deze eerste reis, die duurde van 1768 tot 1771, ontdekte Cook onder meer Nieuw-Zeeland en de oostkust van Australië, maar een nieuw continent vond hij niet.

 

 

replica van de Endeavour

replica van de Endeavour

 

.

 

Tweede reis

.

In 1772 werd Cook, die inmiddels was bevorderd tot gezagvoerder, daarom door de Royal Society opnieuw op reis gestuurd. De wetenschappers waren namelijk nog steeds overtuigd van het bestaan van Terra Australis, dat volgens hen ten zuiden van Nieuw-Zeeland moest liggen. Aan boord van de HMS Resolution maakte Cook echter een reis rond de aarde in de buurt van de Poolcirkel, zonder een nieuw werelddeel tegen te komen.

Wel claimde hij Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden namens Groot-Brittannië en bereikte hij bijna het vasteland van Antarctica. Bij zijn terugkeer in Engeland in 1775 werd hij dan ook onthaald als een held en bevorderd tot kapitein.

 

.

Noordwestelijke Doorvaart

.

Cook kreeg vervolgens een goedbetaalde baan aangeboden als officier bij het Royal Navy Greenwich Hospital, maar de Brit bleek zijn zeebenen nog niet verloren en koos een jaar later alweer het ruime sop. Ditmaal was hij op zoek naar de Noordwestelijke Doorvaart, de zeeroute tussen de Grote Oceaan en de Atlantische Oceaan.

Tijdens deze reis, de derde,  bracht Cook als eerste Europeaan een bezoek aan Hawaii en Midway, die hij gezamenlijk de ‘Sandwicheilanden’ noemde. Daarnaast verkende hij een groot deel van de Noord-Amerikaanse kust en bracht hij zeer nauwkeurig de omvang van Alaska in kaart.

Door ongunstige winden slaagde Cook er echter niet in de Berinstraat te passeren, met als gevolg dat hij in 1778 met lege handen terug moest keren naar Hawaii.

.

 

reis

eerste reis : rood   /  tweede reis : groen   /   derde reis : blauw

 

 

.

Dood van kapitein Cook

 

Aanvankelijk werd Cook goed ontvangen op het eiland en besloot hij pas na een maand weer te vertrekken. Toen hij echter na een mastbreuk van de HMS Resolution weer direct terugkeerde op het eiland, verzuurde de relaties met de lokale inwoners. Een aantal van hen stal een Britse sloep, waarop Cook probeerde terug te slaan door een aantal Hawaiianen te gijzelen. Dit mislukte echter, waarna de Britten zich terug moesten trekken naar het strand. Hier werd hij door één van de vijandige stamleden met een steen op zijn hoofd geslagen, waarna ze gezamenlijk de Britse kapitein doodstaken. James Cook stierf op 14 februari 1779 op 50-jarige leeftijd.

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Ark van Noach

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Arc van Noach

 

 

 

 

Een wereldwijde overstroming die overleefd wordt door acht mensen en een heleboel dieren in een boot.In die boot zitten een man met zijn vrouw, drie zoons met hun vrouwen en een vertegenwoordiging van alle landdieren en vogels. Is dat een realistisch verhaal, of een sprookje? Stonden echt alle bergen onder water? Is daar wel genoeg water voor? Was er wel genoeg ruimte in die boot voor alle beesten? Allemaal goede vragen.

Dat er ooit een hele grote overstroming geweest is, kunnen we afleiden uit het feit dat er wel 270 verschillende legenden van bekend zijn onder vele volken, die overeenkomsten vertonen met de geschiedenis van Noach in de Bijbel. De Bijbel bevat echter het enige verslag dat goed wetenschappelijk te onderbouwen is. Het is een zeer gedetailleerd verslag, waarin precies beschreven wordt wanneer elke gebeurtenis plaatsvond en wie er bij betrokken waren. Van de overlevenden is zelfs gedurende vele generaties het geslachtsregister bijgehouden.

 

 

Afmetingen

 

De verhoudingen van de Ark waren ideaal voor een containerschip op zee. Als hij langer was geweest, was hij comfortabeler voor de opvarenden, maar dan kon hij makkelijker breken. Als hij hoger was geweest, was hij sterker, maar minder stabiel. En als hij breder was geweest, was hij stabieler, maar minder comfortabel. De ark had de perfecte afmetingen voor een juiste balans tussen stabiliteit en comfort en was zeevaardig voor een zeereis van ruim een jaar.

 

 

Inhoud

 

Noach had voldoende tijd om zijn boot te maken, aangezien hij 600 jaar oud was toen de overstroming kwam en hij 120 jaar van tevoren door God gewaarschuwd werd. Omdat Noach dichter bij de oorspronkelijke schepping zat werd hij ouder en was hij waarschijnlijk ook slimmer en sterker dan wij. Misschien zelfs wel groter, zodat ook zijn ‘el’ (de gebruikte lengtemaat in de Bijbel, van vingertoppen tot elleboog) groter was. Het moet een vaartuig geweest zijn van ongeveer 150-200 meter lang.

Dat Noach mogelijk groter was dan wij is geen goedkoop verzinsel om zijn el en daarmee de Ark groter te maken. Zelfs als Noach iets kleiner was dan wij, dan was de Ark nog groot genoeg geweest voor alle beesten die mee moesten. Het aantal beesten dat in de Ark ging, volgens het Bijbelse verslag, moet rond de 16000 gelegen hebben. In een boot met de afmetingen die worden beschreven in Genesis 6 zou nog ruimte over geweest zijn. Bedenk dat Noach de vissen en insecten niet mee hoefde te nemen, die vallen niet onder beschrijving in Gen. 6,7. Alleen de landdieren en de vogels hoefden mee.

 

 

Zondvloedmodel

 

Wanneer we kijken naar de mogelijkheden die een zondvloedmodel biedt, zullen we zien dat een heleboel feiten  beter verklaard kunnen worden. Wetenschap wordt het beste bedreven vanuit het wereldbeeld dat de Bijbel ons biedt. Het is dus niet zo dat gelovigen alles wat in de Bijbel staat zonder kritische beschouwing accepteren en de feiten negeren.

Er is geen enkele meting of waarneming die de betrouwbaarheid van de Bijbel tegenspreekt. Dat wil niet zeggen dat daarmee alles verklaard is, maar geloven hoeft geen blind proces te zijn. Geloven in de God van de Bijbel is niet het zoeken naar een verklaring in het bovennatuurlijke als hier op aarde iets niet begrepen wordt. Het is een zekerheid van een universele waarheid, die ondersteund wordt door onze waarnemingen.

 

 

 

 

 

Dino’s te groot?

 

Een veel gehoord bezwaar is dat die gigantische dinosauriërs nooit op die ark konden. Men vergeet dan dat jonge dieren kleiner zijn dan de oude. Ze waren niet altijd groot. Elk beest begint klein. Overigens had gemiddeld een volwassen dino de grootte van een schaap. Een dinosaurusei was ongeveer zo groot als een struisvogelei. Jonge dino’s hoefden niet groter te zijn dan een hond of een koe. Jonge beesten wegen minder, eten minder, slapen meer en hebben een betere weerstand. Na de zondvloed zouden ze ook langer leven om de aarde opnieuw te bevolken.

 

 

Een jaar op zee

 

Veel beesten houden een winterslaap of worden heel rustig tijdens vervoer op zee. Daarnaast was het voeren van de beesten en schoonhouden van de hokken geen onmogelijke taak. Zelfs met eenvoudige middelen is dit goed te automatiseren. De Ark had aan de bovenkant rondom een opening voor ventilatie, dus grote stankoverlast en explosiegevaar was er niet.

 

 

Alle soorten mee?

 

Sommigen vragen zich af hoe alle soorten die we kennen in de Ark konden. Maar er staat in de Bijbel niet dat alle ‘soorten’ mee gingen.
In de scheppingsgeschiedenis lezen we dit:

Gen 1:24 “En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.”

In het zondvloed verhaal lezen we dit:

Gen 6:18-21 “Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de Ark gaan, gij, en uw zonen, en uw huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u. En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de Ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn; Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden. En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij.”

Gen 7:14-15 “Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel. En van alle vlees, waarin een geest (de adem) des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de Ark.”

 

 

“Naar zijn aard”

 

Een logische conclusie is dus dat Noach de oorspronkelijk geschapen soorten mee moest nemen. Dat waren er veel minder dan het aantal verschillende soorten die ondertussen uit die grondsoorten waren voortgekomen of gefokt. Dat houdt in dat bijvoorbeeld van de hondachtigen alleen een paar meeging dat het meeste van de oorspronkelijke informatie in zich had,waarschijnlijk een wolfachtige. We zien dat ze “kwamen” en dat houdt in dat Noach niet zelf hoefde uit te zoeken welke dieren mee moesten om de soortenrijkdom te laten ontstaan die we nu zien. De beesten waren toen toch nog vrij dicht bij de oorspronkelijke schepping en er was nog niet veel mutatie opgetreden.

– “…En waarin een geest (adem) des levens was”: Hier vallen de insecten niet onder omdat die niet ademen zoals andere wezens. Insecten kunnen ook makkelijk een overstroming overleven op stukken wrakhout en als larven of poppen in de grond en in het water. Verder moeten we gewoon aannemen dat God de beesten liet komen die moesten overleven. Daarvoor hoefde alleen de basissoort te komen. Daaruit zijn na de zondvloed alle huidige soorten ontstaan.

 

 

Zaden

 

Noach moest volgens de beschrijving ook zaaddragend gewas meenemen. Hoeveel zaden hij bij zich had om later uit te zaaien wordt niet vermeld, maar we kunnen aannemen dat God er wel voor heeft gezorgd dat de meest kwetsbare zaden in de Ark bewaard bleven. De meeste zaden kunnen trouwens prima overleven in een grote overstroming. Dit gebeurt normaal gesproken op grote losgeslagen matten met vegetatie die door overstromingen worden meegesleurd. Ze overleven vaak ook in de grond en in het geval van de zondvloed mogelijk zelfs in het ijs dat ontstond vanwege de verduistering van de zon door vulkanisch as en een dik wolkendek.

 

 

Vleeseters

 

Hoe zit het met de wilde en vleesetende beesten? Een veel gemist feit is dat de Bijbel pas na de zondvloed melding maakt van het eten van vlees. In Gen. 9:3,4 zegt God tegen Noach dat hij nu naast gewassen ook beesten mag eten. Het is heel goed mogelijk dat de beesten zich voor de zondvloed ook nog hielden aan het dieet dat God had ingesteld bij de schepping. Als dat inderdaad het geval was, dan waren er dus nog geen roofdieren en zou dat in de Ark geen problemen gegeven hebben. En zelfs als er wel roofdieren waren, dan is God zeker bij machte geweest om ze een poosje rustig te houden en ze tijdelijk op het oude voedselpatroon te laten leven.

 

 

 

Bergen onder water

 

 

 Petrus  in 2Petrus 3:3-7 :

“Dit moeten jullie eerst weten, dat er in de laatste dagen spotters zullen komen, die alleen maar hun eigen zin willen doen, en zeggen: “Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag, dat de vaderen gestorven zijn, blijven alle dingen hetzelfde van het begin van de schepping”. Want ze willen bewust niet zien dat door het Woord van God hemelen van oudsher waren, en aarde werd gevestigd uit water en in water, waardoor de wereld die er toen was werd vernietigd, omdat ze overstroomd werd met water.”

Veel mensen willen het bewust niet weten, ze negeren de bewijzen voor een zondvloed. Er is een God die oordeelt over de goddelozen en actief betrokken is bij het leven hier op aarde. De makkelijkste manier om je betrokkenheid te ontkennen of verantwoordelijkheid te ontlopen is door datgene wat je hieraan herinnert belachelijk te maken.

 

 

Alle bergen onder water?  Waar kwam al dat water dan vandaan?”

 

 

 

 

Als je naar deze reliëfkaart van het huidige aardoppervlak kijkt, zie je richels door de grote oceanen lopen. Het is alsof de aarde ergens in het Middenoosten is gaan scheuren. Zo’n ‘scheur’ wordt een mid-oceanische rug genoemd. Op dit moment komt er op die plekken vloeibaar materiaal uit het binnenste van de aarde omhoog, dat langzaam van de ‘scheur’ afbeweegt. Dit lidteken kan heel goed het gevolg zijn van de grote overstroming.

 

Gen.7:11 – “Alle fonteinen van de grote diepte (oceaan) scheurden open en sluizen van de hemel werden geopend.”

 

Geologen weten nog niet zo lang van deze richel in de oceanen. Het is bekend dat er langs deze richel veel vulkanische activiteit is. Vandaag de dag is wel 70% van wat er bij vulkaanuitbarstingen omhoog komt stoom, je kunt je voorstellen wat er gebeurt als er in één keer over de hele aarde “fonteinen” openbreken. Water spoot als superhete stoom omhoog, veroorzaakte enorme slagregens, verduisterde de zon en bedekte het hele aardoppervlak. De verduistering van de zon was de oorzaak van een snelle bevriezing van de polen. De snelle beweging van de aardplaten veroorzaakte grote valleien, diepe geulen en bergruggen, waardoor het water weer weg kon stromen in wat nu de oceanen zijn.

 

 

 

 

De rode kleuren op deze hoogtekaart geven duidelijk aan waar de aarde na de zondvloed omhoog kwam en waar de grond inzakte, de donkerblauwe gedeelten. Als het water de hele aarde bedekte, konden er voor de zondvloed dus nog geen hoge bergen zijn.

Stel dat we alle hoge bergen in de grote gaten van de zee zouden gooien en het hele aardoppervlak vlak zou zijn, dan zou de hele aarde bedekt zijn met een laag water van ongeveer 3 kilometer. Als de hele aarde licht glooiend was en bergen niet hoger dan een paar kilometer, dan is het dus helemaal niet zo’n vreemd idee dat de hele aarde onder water heeft kunnen staan. Volgens Genesis 7:19,20 zou het water zo een 7 meter boven de hoogste heuvel gestaan hebben van voor de zondvloed, wat precies de diepgang van de Ark was.

De Bijbel spreekt ook over de tektoniek na de zondvloed: in Psalm 104:5-8 lezen we over het “fundament van de aarde” die bedekt waren met de “diepten” (zeeën/oceanen). “De wateren stonden boven de bergen”. De wateren verwenen weer, “de bergen rezen op en de dalen daalden.”

 

 

 

 

De bovenste kilometer van de Mt. Everest bevat lagen sediment vol met zeeschelpen en dieren uit oceanen. Sedimenten worden gevormd door water, dus dat materiaal moet onder water gelegen hebben en vervolgens negen kilometer omhoog gestuwd zijn. Versteende mosselen die nog dicht zitten worden daar en over de hele wereld gevonden. Een mossel die sterft gaat open, dus moeten deze mosselen snel begraven zijn.

 

 

IJstijd

 

Over de hele wereld vinden we bewijs van afzettingen door water en ijs. Tijdens en na de zondvloed veranderde het klimaat zo dramatisch, dat de ijskappen op de polen tot ver over de continenten optrokken, waarvan we nu nog vele tekenen zien op het noordelijk halfrond. Dit fenomeen wordt ook wel ijstijd genoemd. Onder invloed van het  uniformitarianisme denkt men vaak dat er meerdere ijstijden geweest zijn die heel lang geduurd hebben en plaatsvonden gedurende de miljoenen jaren die de aarde volgens dat wereldbeeld oud is.

Als we uitgaan van een Bijbelse geologie, dan zien we een aarde die door God tussen de zes- en tienduizend jaar geleden gemaakt is, waar mensen de keuze kregen om zich onder Zijn autoriteit te stellen, of hun eigen zin te doen en de aarde zelf te ‘runnen’, zonder God. Ze kozen het laatste en dat ging van kwaad tot erger, totdat uiteindelijk bijna iedereen volkomen slecht was en helemaal niet meer naar God luisterde.

Alleen Noach vond nog genade in de ogen van God, waarop God hem uitkoos om met zijn gezin en speciale selectie van alle landdieren, in een grote boot een wereldwijde overstroming te overleven. Over de hele aarde vinden we daar bewijzen van. Volgens de Bijbel vond dit slechts enkele duizenden jaren voor Christus plaats.

 

 

Lang geleden

 

Argumenten tegen een jonge aarde en een zondvloed gaan vaak uit van processen die nu langzaam gaan. Men veronderstelt dan dat ze altijd langzaam gegaan zijn. Het gaat bijvoorbeeld om ijsafzettingen, vorming van grotten, aardlagen en jaarringen enz. Veel van die processen kunnen echter ook heel snel gaan, als er in een recent verleden maar veel water of heftige schommelingen in het klimaat zijn geweest. En dat is precies wat je in een zondvloedmodel verwacht.

Mensen die in evolutie geloven hebben  veel tijd nodig om van molecuul naar mens te komen. Maar als ze de aanwijzingen dat de aarde eigenlijk heel jong is zouden accepteren, dan vervliegt elke hoop op een mogelijk langdurig, geleidelijk proces. Er zijn veel lastige factoren waar men rekening mee moet houden zoals het feit dat wij er geen van allen bij waren toen het gebeurde en dat de geschreven geschiedenis niet zover terug gaat.

Dat de geschreven geschiedenis maar heel kort is, is juist een sterk bewijs voor een jonge aarde met een kort bestaan. Ouderdomsbepalingen met radioactieve elementen zijn ook alleen maar betrouwbaar als je weet hoeveel van de gemeten stof oorspronkelijk aanwezig was, of er in het verleden geen radioactiviteit verloren is gegaan, of dat het proces van radioactief verval in het verleden niet sneller is gegaan dan nu.

Al met al is het wetenschappelijk bepalen van een ouderdom een lastig proces, dat in de meeste gevallen niet eens absolute zekerheid kan geven over een ouderdom van meer dan 2000 jaar. Er zijn nog voorbeelden van processen die juist een jonge aarde suggereren. Bijvoorbeeld de hoeveelheid zout in de zee, de hoeveelheid slib aan riviermonden, de hoeveelheid helium in de atmosfeer en ga zo maar door.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

De zondvloed: een wereldgroot probleem voor revisionisten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 De grootste catastrofe (op de zondeval na) die onze planeet ooit getroffen heeft, is ongetwijfeld de zondvloed, die in Genesis 6 – 9 uitvoerig wordt besproken. Deze wereldwijde overstroming, die ruim een jaar duurde, vernietigde alle mensen en door hun neus ademende landdieren (Genesis 7:22) die niet in de ark waren.

 

 

noah-s-ark.preview

 

 

Zo’n waterramp moet gepaard zijn gegaan met buitengewoon veel watererosie van het landoppervlak, en het afgeschaafde materiaal (sediment) moet elders weer afgezet zijn in dikke lagen (aardlagen). In deze aardlagen verwachten we de fossiele overblijfselen te vinden van vele planten en dieren die tijdens de vloed door het sediment bedolven zijn.

En dat is natuurlijk exact wat we waarnemen: op grote delen van alle continenten treffen we inderdaad aardlagen met fossielen aan. Sterker nog, in deze aardlagen vinden we vele aanwijzingen dat deze snel en op catastrofale wijze gevormd moeten zijn, bijvoorbeeld:

  1. Fossielen duiden op snelle sedimentatie: als dode organismen niet snel van de buitenlucht afgesloten worden, vergaan ze. Vele fossielen zijn zelfs uitstekend bewaard gebleven.
  2. Er zijn vele fossielen die extra nadrukkelijk getuigen van razendsnelle sedimentatie, zoals van vissen die net bezig waren een andere vis op te eten, toen ze door sediment bedolven werden.
  3. Als (bijna) complete skeletten van dinosauriërs en vogels worden gevonden, laten die vaak het verschijnsel opisthotonus zien: de nek is ver naar achteren (of omhoog) getrokken. Opisthotonus kan bij warmbloedigen optreden wanneer ze sterven door verstikking. Dat is precies wat we zouden verwachten in het kader van een overstroming.
  4. Fossiele schelpdieren worden vaak in gesloten positie gevonden. Veel soorten schelpdieren openen zich automatisch wanneer ze sterven. Gesloten fossiele schelpen wijzen op een snel en catastrofaal proces, waarbij de schelpdieren levend begraven zijn.
  5. Veel aardlagen strekken zich uit over enorme oppervlakten, soms wel honderden of duizenden vierkante kilometers. Dat toont aan dat de gebeurtenis waarbij deze lagen gevormd zijn, zeer grootschalig is geweest.
  6. Gebrek aan sporen van erosie en bodemvorming tussen de verschillende aardlagen, geeft aan dat de lagen snel na elkaar afgezet zijn.
  7. Soms zijn hele pakketten aardlagen sterk geplooid / verbogen, zonder dat ze gebroken of gebarsten zijn. Het is waarschijnlijk dat de lagen nog zacht en dus vervormbaar waren toen dat gebeurde. Dat duidt op een snelle afzetting van de aardlagen en korte tijd later tektonische verschuivingen die zorgden voor horizontale samenpersing.

 

 

Dit zijn nog maar een paar van de vele geologische argumenten voor de zondvloed. Je zou zeggen: christenen hebben alle reden om uit te gaan van de historische betrouwbaarheid van het zondvloedverhaal.

Maar sinds zo’n twee eeuwen gaat de meerderheid van de geologen er vanuit dat de aardlagen gevormd zijn over lange perioden van miljoenen jaren. De meeste van deze aardlagen en fossielen zouden dan veel ouder zijn dan de aarde volgens de Bijbel is (zo’n 6000 jaar). Dit is zo’n dominante stroming geworden, dat verhalen over ‘miljoenen jaren’ ons bijna wekelijks bereiken via de media, het onderwijs en musea.

 

 

 

 

 

Revisionistische interpretaties van Genesis

 

Gezien de monopoliepositie van evolutionisten in de media en het onderwijs, en aangezien bijna niemand goed op de hoogte is van de argumenten voor een wereldwijde zondvloed en een jonge aarde, is het niet verwonderlijk dat velen denken dat de wetenschap heeft aangetoond dat de aarde miljoenen jaren oud is. En het is dan ook niet onbegrijpelijk dat veel christenen het historische verslag in Genesis proberen te herinterpreteren om deze in overeenstemming te brengen met de heersende opinie onder wetenschappers.

Er zijn verschillende van deze herinterpretaties van Genesis in omloop (omdat het revisies van de oorspronkelijke interpretatie zijn, zal ik deze herinterpretaties hier revisionistische modellen noemen, en de aanhangers ervan revisionisten). Sommigen zeggen dat er tussen de eerste twee verzen van Genesis 1 een groot tijdsgat zit, waarin van alles gebeurd is. Anderen denken dat de scheppingsdagen in feite lange perioden waren, in plaats van dagen van 24 uur.

 

Weer anderen stellen dat Genesis 1 helemaal niet als historisch verslag moet worden gelezen, en dat er uit de Bijbel dus helemaal niet afgeleid kan worden hoe en wanneer de wereld en de mensheid zijn ontstaan. Binnen deze laatste categorie vallen theïstisch evolutionisten, zoals Cees Dekker, René Fransen en Francis Collins.

 

Maar wat bijna alle revisionistische modellen gemeen hebben, is dat ze stellen dat de aardlagen (met fossielen van bijvoorbeeld trilobieten en dinosauriërs erin) inderdaad miljoenen jaren oud zijn. Eén van de vele problemen die deze revisionistische interpretaties creëren, is dat er geen ruimte meer is voor Noachs zondvloed. Revisionisten accepteren het algemene verhaal over de geschiedenis van de aarde dat geologen ons vertellen, en binnen dat verhaal is er geen plaats voor een zondvloed. Geen enkel aardlaagje wordt toegeschreven aan een wereldwijde zondvloed.

Dus hoe gaan revisionisten met deze situatie om? Er zijn grofweg drie stromingen.

 

 

 

Revisionistisch model 1: de wereldwijde zondvloed heeft amper sporen achtergelaten

 

Volgens dit model was de zondvloed zó kalm, dat het amper heeft geleid heeft tot enige erosie en sedimentatie. Om een aantal redenen is dit model totaal onhoudbaar:

  • Het is simpelweg onmogelijk dat een wereldwijde overstroming weinig tot geen geologisch werk verricht. Zelfs de tsunami die in december 2004 de kustgebieden van de Indische oceaan teisterde heeft enkele aardlagen neergelegd, die door geologen onderzocht worden. En dat vloedgolfje was niks vergeleken met een wereldwijde overstroming. Dit kan niet genoeg benadrukt worden: een wereldwijde vloed (die ook nog eens een jaar duurde) moet gigantische hoeveelheden geologisch werk verricht hebben.
  • De Bijbelse omschrijving past niet bij een ‘kalme’ vloed. Er staat dat ‘alle fonteinen des groten afgronds’ openbraken.
  • Aldus revisionisten zijn bergketens uiterst langzaam omhoog gedrukt, doordat tektonische platen tegen elkaar aanduwen. De Himalaya zou dus al hebben bestaan voordat de zondvloed plaatsvond. Waar kwam al het water vandaan om de Himalaya blank te zetten? Bijbelgetrouwe creationisten hebben dit probleem niet, omdat ze niet geloven dat bergketens reeds miljoenen jaren oud zijn. Bergketens zijn ontstaan doordat aardschollen tijdens de zondvloed op catastrofale wijze tegen elkaar aan botsten.
  • Volgens de gangbare theorieën leven kangoeroes al miljoenen jaren in Australië, lemuren al miljoenen jaren in Madagaskar, reuzenmiereneters al miljoenen jaren in Zuid Amerika, et cetera, zonder dat ze enkele duizenden jaren geleden zijn uitgestorven door een wereldwijde zondvloed. De ‘kalme zondvloed’-hypothese is dus niet in overeenstemming met de gangbare theorieën die haar aanhangers zo graag willen accepteren.

Goed, de meeste revisionisten zien ook wel in dat de ‘kalme zondvloed’-hypothese onwerkbaar is, dus laten we naar het volgende model gaan.

 

 

 

Revisionistisch model 2: de vloed was slechts plaatselijk, en niet alle mensen kwamen om

 

Volgens sommigen was de zondvloed slechts een regionale gebeurtenis, waarbij dan ook niet alle mensen omkwamen. De problemen met dit model zijn legio:

  • Dit gaat gewoon rechtstreeks tegen het Bijbelse verslag in. Ik ga niet eens specifieke teksten aanhalen om dit te onderbouwen; iedereen kan het zelf nalezen in Genesis 6 tot 9, en ik raad de lezer dan ook graag aan dit te doen.
  • In Genesis 9:11 belooft God nooit meer een zondvloed te sturen. Maar als de zondvloed slechts lokaal was, heeft God zijn belofte heel vaak verbroken! Er zijn immers regelmatig plaatselijke overstromingen, waarbij mensen en dieren omkomen. Dit model maakt van God een leugenaar.
  • In Genesis 10 worden de afstammelingen van Noachs zonen Jafet, Cham en Sem opgesomd, en deze opsomming wordt besloten met (vers 32): ‘En van dezen verdeelden zich de volken op de aarde na de vloed.’ De NBV 2004 zegt het voor de moderne lezer nog iets duidelijker: ‘Van hen stammen de verschillende volken af die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid.’ Met andere woorden, alle volken stammen af van Noach, en niet van mensen die de zondvloed elders overleefd hebben.
  • Dat alleen Noach en zijn familie overleefden wordt ondersteund door 2 Petrus 2:5 en 1 Petrus 3:20.
  • Dat alle volken afstammen van Noach en zijn familie wordt ondersteund door de wereldwijde verspreiding van zondvloedlegenden.

Er valt nog veel meer tegen dit model in te brengen. Sommige van de argumenten die tegen het volgende revisionistische model ingebracht zullen worden, zijn ook op dit model van toepassing.

 

 

 

Revisionistisch model 3: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om

 

Van de verschillende ideeën die revisionisten hebben over de zondvloed, is dit het meest verfijnde. Maar zoals we zullen zien kleven er ook aan dit model onoverkomelijke bezwaren.

Dit model behelst dat de mensheid zich ten tijde van de zondvloed nog maar over een beperkt deel van de wereld verspreid had, wellicht ergens in het Midden Oosten. Dus kon de hele mensheid uitgeroeid worden met slechts een plaatselijke overstroming. We zullen nu eerst kijken op welke manier revisionisten het zondvloedverhaal proberen te herinterpreteren om er een lokale overstroming uit af te leiden. Daarna zullen we een aantal problemen met deze interpretatie behandelen.

 

 

 

 

 

 

Wie het zondvloedverslag leest, valt het op dat er herhaaldelijk in universele termen gesproken wordt:

 

 

full29015186zondvloed

 

 

Genesis 6
7  En de Here zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
11 De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij.
12  En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn weg op de aarde verdorven.
13 Toen zeide God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen.
17  Want zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om al wat leeft, waarin een levensgeest is, van onder de hemel te verdelgen; alles wat op de aarde is, zal omkomen.
20  Van het gevogelte naar zijn aard en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte van de aardbodem naar zijn aard, van alles zal een paar tot u komen om het in het leven te behouden.

 

Genesis 7
4  Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.
11 In Noachs zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend.
15  zij kwamen dan tot Noach in de ark twee aan twee, van al wat leeft, waarin een levensgeest is.
18  Toen de wateren zeer toenamen en sterk wiesen boven de aarde, dreef de ark op de wateren.
19  En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle hoge bergen onder de ganse hemel werden overdekt.
20  Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.
21 En al wat leeft, dat zich op de aarde roert, het gevogelte, het vee en het wild gedierte en alle wemelend gedierte, dat op de aarde wemelt, benevens alle mensen, kwamen om.
22  Alles, in welks neus de adem van de levensgeest was, alles wat op het droge was, stierf.
23  Zo verdelgde Hij alles wat bestond, wat op de aardbodem was, mensen zowel als vee en kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, zodat zij verdelgd werden van de aarde; Noach alleen bleef over en wat met hem in de ark was.

 

Twee Hebreeuwse woorden die ons in deze passages het gevoel van universaliteit overbrengen zijn erets (vertaald met ‘aarde’) en kol (meestal vertaald met ‘al’ of ‘alles’). Revisionisten stellen dat de woorden erets en kol ook een beperktere betekenis kunnen hebben. En daarin hebben ze natuurlijk gelijk. Om een voorbeeld te noemen, in Genesis 3:20 wordt Eva ‘de moeder van alle [kol] levenden’ genoemd. Iedereen begrijpt dat ‘alle levenden’ hier alleen betrekking heeft op mensen, niet op andere organismen. Het woordje kol heeft hier dus een ingeperkte betekenis. En wat te denken van de volgende tekst?

Genesis 41:57
En de gehele [kol] wereld [erets] kwam naar Egypte om bij Jozef koren te kopen, want de honger was sterk op de gehele aarde.

Het moge duidelijk zijn dat de Amerikaanse Indianen en Australische Aboriginals niet naar Egypte gingen om graan te kopen. Kol erets heeft hier dus een beperktere betekenis. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden aan te dragen.

Erets kan zowel ‘aarde’ betekenen als ‘land’ (bijvoorbeeld het land waar een volk leeft). Dat een woord meerdere betekenissen kan dragen, wil natuurlijk niet zeggen dat we naar eigen voorkeur een betekenis kunnen kiezen. De betekenis moet uit de context worden afgeleid.

Revisionisten redeneren dat de mensheid hier een centrale rol speelt, en dat de geografische verspreiding van de mensheid dus de limiterende specificatie is voor de term erets. Met andere woorden, als de mensheid zich nog maar over een beperkt deel van de wereld verspreid had, bijvoorbeeld alleen over Mesopotamië, dan kan het zo zijn dat erets alleen dát gebied aanduidt, niet de hele wereld. En dan zal iedere verwijzing naar ‘al wat leeft’ in de bovenstaande passages slechts al het leven in dit beperkte deel van de wereld op het oog hebben.

Nogmaals: revisionisten stellen dat de reikwijdte van erets wordt bepaald door de geografische verspreiding van de mensheid, en dat erets op zijn beurt de reikwijdte van kol aangeeft. Met ‘al [kol] wat leeft’ wordt dus alleen al het leven binnen de regio [erets] bedoeld.

Revisionisten stellen dus dat de vertalers van alle Bijbelvertalingen het woordje erets onjuist vertaald hebben in ‘aarde’, en dat het eigenlijk ‘land’ of ‘regio’ moet zijn. Ik zal nu eerst betogen dat de Bijbelvertalers zich niet vergist hebben. Daarna zal ik ingaan op andere problemen met dit revisionistische model.

 

 

 

 

 

1. De context geeft aan dat erets de hele aarde aanduidt

 

Als we de context van het zondvloedverhaal in ogenschouw nemen, wordt duidelijk dat erets in dit geval gewoon ‘aarde’ betekent. Het zondvloedverhaal bevindt zich namelijk in de bredere context van de schepping van de wereld vóór de vloed, en de rekolonisatie van diezelfde wereld ná de vloed.

Aan het begin van het zondvloedverslag wordt ons de reden voor de catastrofe medegedeeld:

Genesis 6
5  Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, 6  berouwde het de HERE, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. 7  En de HERE zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.

In deze passage wordt drie keer duidelijk een link gelegd met de schepping. ‘Dat Hij de mens op de aarde [erets] gemaakt had’ is overduidelijk een verwijzing naar Genesis 1, en we kunnen er redelijkerwijs niet aan twijfelen dat erets hier gewoon aarde betekent. In Genesis 1 komt het woord erets 16 maal voor, en daar duidt het de hele aarde aan (vanaf 1:10 al het droge land), niet slechts een gedeelte ervan. Het is dus zeer waarschijnlijk dat erets in Genesis 6 dezelfde betekenis draagt.

De bedoeling van de zondvloed was om de levende wezens die God gemaakt had uit te roeien. In dit verband worden ook de landdieren en vogels genoemd, waarvan niemand betwijfelt dat die een wereldwijde verspreiding hadden.

Verderop in het verhaal komen we opnieuw een verwijzing naar de schepping tegen:

Genesis 7:4 (NBG ’51)
Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.

Genesis 7:4 (NBV 2004)
Want over zeven dagen zal ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal ik alles wat er bestaat van de aardbodem wegvagen, alles wat ik heb gemaakt.

In dit vers komt heel duidelijk naar voren dat erets niet de limiterende specificatie is die ‘alles wat bestaat’ inperkt. De frase ‘wat Ik heb gemaakt’ specificeert waar het woordje ‘alles’ over gaat. Dus op de vraag ‘wat heeft God weggevaagd?’ luidt het antwoord ‘alles wat God heeft gemaakt’.

Ook na de vloed zijn er sterke parallellen met het scheppingsverhaal. In deze tabel worden een aantal verzen uit Genesis 1 en Genesis 9 naast elkaar gezet.

Na de schepping  Na de zondvloed
Gen 1:28 – En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde [erets] en onderwerpt haar … Gen 9:1 – En God zegende Noach en zijn zonen en zeide tot hen: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de aarde [erets].
Gen 1:28 – … heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt. Gen 9:2 – En de vrees en de schrik voor u zij over al het gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven.
Gen 1:29 – En God zeide: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen. Gen 9:3 – Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid.

Deze duidelijke parallellen tussen de schepping en de rekolonisatie na de zondvloed onderstrepen eens te meer de bredere context waarin het zondvloedverhaal gelezen moet worden. Na de schepping kreeg de mensheid de opdracht de erets te vullen (Gen 1:28), en na de zondvloed kreeg de mensheid wederom de opdracht de erets te vullen (Gen 9:1). Het is duidelijk dat de betekenis van erets in beide gevallen dezelfde moet zijn: aarde.

Nog een stukje context dat aangeeft dat de zondvloed wereldwijd was, en erets de hele aarde aanduidt, is het verbond dat God met alle opvarenden van de Ark sluit:

Genesis 9
8 En God zeide tot Noach en tot zijn zonen met hem: 9 Zie, Ik richt mijn verbond op met u en met uw nageslacht, 10 en met alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte der aarde bij u, allen, die uit de ark gegaan zijn, alle gedierte der aarde. 11 Ik dan richt mijn verbond met u op, dat voortaan niets dat leeft, meer door de wateren van de zondvloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen zondvloed meer wezen zal, om de aarde te verderven. 12 En God zeide: Dit is het teken van het verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle levende wezens, die bij u zijn, voor alle volgende geslachten: 13 mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot een teken zij van het verbond tussen Mij en de aarde. 14 Wanneer Ik dan wolken over de aarde breng en de boog in de wolken verschijnt, 15 zal Ik mijn verbond gedenken, dat tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees bestaat, zodat de wateren niet weer tot een vloed zullen worden om al wat leeft te verderven. 16 Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem zien, zodat Ik mijn eeuwig verbond gedenk tussen God en alle levende wezens van alle vlees, dat op aarde is. 17 En God zeide tot Noach: Dit is het teken van het verbond, dat Ik heb opgericht tussen Mij en al wat op de aarde leeft.

God sluit dit verbond met alle mensen en dieren die uit de Ark kwamen (vers 10), en dat is ‘al wat op aarde leeft’ (verzen 10 en 17). Moeten we geloven dat God dit verbond alleen maar sloot met de paar dieren die uit de Ark kwamen, maar niet met de miljarden andere dieren in andere delen van de wereld, die nooit iets van het plaatselijke overstrominkje gemerkt hebben? Natuurlijk niet. God sloot dit verbond inderdaad met alle levende wezens die op dat moment bestonden, en die kwamen allemaal uit de Ark, want de vloed was wereldwijd.

We kunnen dus concluderen dat de contextuele gegevens erop wijzen dat erets in de Bijbelvertalingen terecht vertaald is met ‘aarde’. Genesis vertelt ons dus inderdaad dat de zondvloed wereldwijd was. Daarnaast zijn er nog andere problemen met het idee dat de zondvloed slechts plaatselijk was, maar wel alle mensen omkwamen. Deze problemen zullen we nu bespreken.

 

 

 

 

 

 

2. ‘Alle hoge bergen onder de ganse hemel…’

 

Laten we eens even stilstaan bij één specifieke passage:

Genesis 7
19 En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle [kol] hoge bergen onder de ganse [kol] hemel werden overdekt. 20  Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.

Dit vers alleen is al genoeg om een einde te maken aan alle pretenties van revisionisten om de zondvloed terug te schalen tot een lokaal overstrominkje. Hoewel het woordje kol een beperktere betekenis kán hebben, gaat die vlieger in dit geval niet op. Ten eerste wordt kol hier dubbel gebruikt binnen hetzelfde zinsdeel. Zoals in zoveel talen, betekent herhaling in het Hebreeuws dat er extra nadruk op gelegd wordt. Wat hier staat komt eigenlijk neer op: ‘alle, maar dan ook echt alle bergen…’

Ten tweede is het niet het woordje erets dat specificeert over welke hoge bergen hier gesproken wordt. Het is de frase ‘onder de ganse hemel’ die aangeeft over welke bergen gesproken wordt. Revisionisten kunnen dus onmogelijk beweren dat het hier alleen gaat over de bergen in het gebied waar de mensheid woonde. Vraag: “Welke hoge bergen stonden onder water?” Antwoord: “De hoge bergen onder de ganse hemel.”

Conclusie: ‘alle bergen onder de ganse hemel’ zijn echt alle bergen ter wereld.

Zelfs als we hier de woorden ‘alle’ en ‘onder de ganse hemel’ negeren, en er even van uitgaan dat het alleen de bergen in het Midden Oosten betreft, zitten revisionisten alsnog met een onoplosbaar probleem. De berg Ararat is 5137 meter hoog, en als deze berg ten tijde van de zondvloed al zo hoog was (hetgeen revisionisten geloven, i.t.t. creationisten), moet het water dus ook minstens zo hoog gestaan hebben.

Zelfs als we Ararat negeren, zijn er in het Midden Oosten nog een groot aantal andere bergpieken die behoorlijk hoog zijn. De Hermonberg, op de grens van Israël, Syrië en Libanon, is 2814 meter hoog. De welbekende berg Sinaï is 2285 meter hoog. Als de Sinaïberg ooit onder water heeft gestaan, moeten we alsnog te maken hebben met een gigantische overstroming, die de grootste delen van Eurazië en Afrika moet hebben aangetast. Water blijft immers niet op één locatie staan, maar stroomt alle kanten op, totdat overal ongeveer hetzelfde waterpeil bereikt is.

 

Water blijft niet op één locatie staan, maar spreidt zich uit, totdat overal waar het naartoe kan stromen ongeveer hetzelfde waterpeil bereikt is. Water kan onmogelijk een lokale berg bedekken, zonder tevens alle lagere delen van het continent te overstromen.

Dus ook een lokaal waterrampje in het Midden Oosten moet op continentale schaal verwoestingen hebben aangericht, en zal zéker veel geologisch werk hebben verzet. Om dit probleem te omzeilen, moeten revisionisten voor de locatie van hun plaatselijke zondvloedje dus op zoek gaan naar een wel zéér beperkt gebiedje, waar de ‘alle hoge bergen onder de ganse hemel’ slechts kleine heuveltjes zijn.

 

 

 

 

 

3. Een lokale zondvloed: hoe, wat en waar?

 

Dit brengt ons bij het volgende punt. Als de zondvloed slechts lokaal was, waar heeft deze dan plaatsgehad? En moeten er geen sporen van te vinden zijn?

Uiteraard zijn er in de loop der geschiedenis vele duizenden lokale overstromingen geweest, met allerlei oorzaken (hevige regenval, buiten hun oevers tredende rivieren, tsunami’s, damdoorbraken, smeltijs, veranderingen in zeeniveau, orkanen, et cetera). En vele van die plaatselijke overstromingen hebben sporen nagelaten.

Het ligt dus in de lijn der verwachting dat geologen en archeologen die in het Midden Oosten op zoek zijn naar ‘de zondvloed’ (die in hun ogen slechts een lokale aangelegenheid was), zo nu en dan een modderlaagje vinden waarvan ze denken dat het een overblijfsel van Noachs zondvloed is (terwijl het in feite afkomstig is van een klein overstrominkje dat ná de zondvloed heeft plaatsgevonden).

En inderdaad hebben (christelijke) archeologen die in een oude aarde geloven inmiddels al een hele reeks kandidaat-locaties naar voren geschoven, zoals de Mesopotamische Vallei, een vlakte in oost Turkije, het stroomgebied van de Kaspische Zee en de oostelijke Jordaanoever. Maar bij nader onderzoek blijkt keer op keer dat de zondvloed onmogelijk in het voorgestelde gebied plaatsgevonden kan hebben. Een bekend voorbeeld is een drie meter dikke kleilaag die in 1929 door Leonard Wooley werd gevonden tijdens opgravingen in Ur der Chaldeeën.

Later werd bij Kis, enkele honderden kilometers verderop, een zelfde soort kleilaag gevonden. Wooley, en velen met hem, trokken de conclusie dat ze de zondvloed gevonden hadden. Dit werd breed uitgemeten in de pers, en werd ook vermeld in Werner Kellers beroemde boek De Bijbel heeft toch gelijk (1955). In de geheel herziene vierde druk van dit boek (1978) moest dit echter weer herroepen worden. Om verschillende redenen konden de kleilagen onmogelijk van de zondvloed afkomstig zijn.

Zo bleek Ur zowel vóór als na de overstroming een bewoonde plaats te zijn geweest. Als de overstroming de zondvloed was, zou het wel heel toevallig zijn als Noachs nakomelingen, eeuwen later, op precies dezelfde plaats wederom een stad zouden bouwen. En ook al zou zoiets gebeuren, zouden we op z’n minst een onderbreking in de bewoning van Ur verwachten, en zelfs dat werd niet gevonden. Verder bleken de kleilagen van Ur en Kis in heel verschillende tijden te zijn afgezet, en dus niet het gevolg te zijn geweest van dezelfde overstroming.

Een ander voorbeeld is de theorie van William Ryan en Walter Pitman (al zijn dat seculiere geologen, geen christelijke revisionisten). Zij stelden in 1997 voor dat de Zwarte Zee duizenden jaren geleden aanzienlijk kleiner was dan tegenwoordig, totdat deze op catastrofale wijze volliep met water vanuit de Middellandse Zee, waarbij de Bosporus uitgesleten werd. Grote stukken land die eerst droog waren, vormen nu de bodem van de Zwarte Zee.

Op de zeebodem van de Zwarte Zee werden bovendien sporen van bewoning gevonden. Deze overstroming zou de basis zijn geweest voor het zondvloedverhaal. Maar ofschoon het heel goed mogelijk is dat de Bosporus op deze manier is ontstaan, kan deze overstroming onmogelijk de vloed geweest zijn waar Genesis over spreekt, zelfs als je de zondvloed onterecht interpreteert als een plaatselijke waterramp. Om maar iets te noemen: Genesis zegt dat het water aan het eind van de vloed weer wegstroomde. De Zwarte Zee is nog steeds een zee.

Het idee van een plaatselijke zondvloed heeft onderzoekers meer dan eens op een dwaalspoor gebracht. En nog altijd kunnen revisionisten niet de locatie van hun vermeende plaatselijke zondvloed aanwijzen. Het is enigszins ironisch dat revisionisten op zoek zijn naar dunne modderlaagjes van een plaatselijk zondvloedje, terwijl zich in het Midden Oosten honderden meters sedimentgesteente bevinden die door de echte (wereldwijde) zondvloed zijn afgezet.

Welbeschouwd is het sowieso moeilijk om je een plaatselijke zondvloed voor te stellen die in overeenstemming is met zowel het ‘miljoenen jaren’-paradigma als het zondvloedverslag in Genesis. Enerzijds mag de vloed niet te groot geweest zijn, want als er ook maar één bergje van bijvoorbeeld 1500 meter hoogte binnen dit gebied lag, moet het water ook zo hoog gestaan hebben. En als het water zo hoog gestaan heeft, moeten grote delen van Azië blank gestaan hebben. En dat is een onacceptabele conclusie voor revisionisten, die immers kritiekloos de standaard geologische modellen accepteren (en binnen die modellen is beslist geen plaats voor zo’n grote en zo’n recente catastrofe).

Anderzijds mag de overstroming niet te klein geweest zijn, om recht te doen aan de Bijbelse tekst (maar zoals we hierboven gezien hebben, doet eigenlijk geen enkele lokale vloed recht aan de tekst):

  • Het gebied moet zó groot geweest zijn, dat alle mensen zich erbinnen bevonden.
  • Het moet voor Noach nodig geweest een 150 meter lange Ark te bouwen. Als de vloed slechts regionaal was, had God hem (en de dieren) net zo goed de opdracht kunnen geven uit het gebied weg te trekken, net zoals Lot weg moest trekken uit Sodom. Alleen bij een wereldwijde zondvloed zou een Ark noodzakelijk zijn.
  • De vloed moet een jaar geduurd hebben (zeer ongebruikelijk voor waterrampen).

 

Overigens maakt de Bijbel heel duidelijk dat alle dieren omkwamen. Als de overstroming slechts lokaal was, kunnen veel dieren die op de grens van het ondergelopen gebied leefden de vloed overleefd hebben, door simpelweg een wandelingetje te maken richting het iets hoger gelegen gebied dat droog bleef.

 

 

 

.

4. Wanneer was de zondvloed?

 

Door de Bijbelse geslachtsregisters en chronologieën te combineren met archeologische dateringen van de ballingschap, valt te berekenen dat de zondvloed ongeveer 4500 jaar geleden plaatsvond. Dit plaatst revisionisten voor een dilemma: accepteren ze deze datering van de zondvloed, of niet? Beide opties zijn problematisch.

Revisionistisch model 3A: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om. De vloed vond enkele duizenden jaren geleden plaats.

Wat was ook al weer de reden dat revisionisten Genesis moeten herinterpreteren? Oh ja! Ze accepteren kritiekloos de miljoenen jaren die aan de aardlagen en fossielen worden toegedicht. Ze twijfelen niet aan de dateringtechnieken waarmee die hoge leeftijden vastgesteld zijn. Het probleem is dat, volgens de dateringsmethoden die revisionisten accepteren, de mensheid zich lang vóór de zondvloed al over de wereld verspreid had. Zo zouden de Aboriginals 40.000 jaar geleden Australië al hebben bewoond (en dit is slechts één van de voorbeelden). Als dat zo is, kunnen de Aboriginals niet van Noach afstammen.

Revisionistisch model 3B: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om. De vloed vond meer dan 40.000 jaar geleden plaats.

Om dat probleem te omzeilen, kiezen veel revisionisten ervoor de zondvloed te herdateren op meer dan 40.000 jaar geleden, zodat het nog steeds mogelijk is dat alle mensen van Noach afstammen. Maar om de zondvloed zo ver naar het verleden te schuiven, is het noodzakelijk om de geslachtsregisters in Genesis 11 extreem op de rekken. Genesis 11 vermeldt acht namen tussen Sem en Abraham. Revisionisten veronderstellen dat niet alle generaties zijn vermeld, maar dat er namen weggelaten zijn. En niet zomaar één of twee namen. Nee, vele honderden!

Het is echter niet waarschijnlijk dat het geslachtsregister in Genesis 11 gaten bevat, zoals in een toekomstig artikel uiteengezet zal worden. Het belangrijkste punt om nu te onthouden is dat revisionisten de Bijbelse tekst opnieuw naar hun eigen voorkeuren moeten herinterpreteren, om het in overeenstemming te brengen met de momenteel populaire theorieën.

Wat geldt voor de datering van de zondvloed, geldt ook voor de datering van de spraakverwarring. Er zijn echter goede argumenten voor een recente datering van de spraakverwarring (d.w.z. ongeveer 4000 tot 6000 jaar geleden) en tegen een datering van 40.000 jaar of langer geleden.

 

 

 

 

 

Conclusie

 

Christenen die de Bijbel in overeenstemming proberen te brengen met het idee van miljoenen jaren, moeten niet alleen Genesis 1 herinterpreteren. Ze komen ook in conflict met Genesis 2 (de schepping van Adam en Eva), Genesis 3 (de zondeval), Genesis 6-9 (de zondvloed), Genesis 11 (de spraakverwarring) en Genesis 5 en 11 (de geslachtsregisters).

De meeste revisionisten zien in dat het geloof in miljoenen jaren niet te verenigen is met een wereldwijde zondvloed, en proberen deze daarom terug te schalen tot een regionale gebeurtenis. Aan het idee dat niet alle mensen door de zondvloed omkwamen kleven grote theologische bezwaren, en de meest verstandige revisionisten kiezen dan ook voor een model waarin de zondvloed, ofschoon lokaal, tóch alle mensen uitroeide.

Maar ook dat model kent een aantal dodelijke problemen. Ten eerste kan het Hebreeuwse woordje erets (in alle Bijbelvertalingen terecht vertaald met ‘aarde’) gezien de context niet een beperkt gebied aanduiden. Ten tweede geeft Genesis 7:19 aan dat alle hoge bergen onder de ganse hemel onder water stonden, hetgeen overduidelijk aangeeft dat het om een wereldwijde overstroming gaat.

Ten derde is een al te kleine overstroming niet in overeenstemming te brengen met de Bijbelse omschrijving (alle mensen moeten in het gebied geleefd hebben, de noodzaak van een Ark, en de duur van de vloed). Ten vierde staan revisionisten voor een dilemma wat betreft de datering van de zondvloed.

Er is geen twijfel over mogelijk: de Bijbel spreekt over een wereldwijde zondvloed, en is daardoor onverenigbaar met de momenteel populaire ideeën over de extreme ouderdom van de aardlagen. Dat er een conflict is tussen wat de meerderheid der geologen zegt en wat de Bijbel zegt, betekent niet dat de Bijbel het bij het kortste eind heeft. Er zijn overtuigende aanwijzingen dat de aardlagen helemaal niet het product zijn van langzame (miljoenen jaren durende) processen, maar dat ze juist snel gevormd zijn, tijdens een gigantische overstroming: de zondvloed.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Jacques-Yves Cousteau

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

Jacques-Yves Cousteau werd geboren op 11 juni 1910 in Saint André de Cubzac en overleed in Parijs op 25 juni 1997. Cousteau was een Frans marine officier, ontdekkingsreiziger en onderzoeker, die de zee bestudeerde en alle daarin voorkomende levensvormen.

 

.

 

.

Hij werd toegelaten op de École Navale (maritieme academie) in Brest en werd officier van de Franse marine, die hem de mogelijkheid gaf met onderwater-experimenten bezig te zijn. In 1936 testte hij een onderwaterbril, mogelijk de voorouder van de moderne duikmaskers.

Cousteau trouwde in 1937 met Simone Melchior. In de Tweede Wereldoorlog was hij spion en ontwikkelde tijdens de oorlog samen met Emile Gagnan de “Aqua-lung” (gereed in 1943), de basis van de huidige duikapparatuur. Na de oorlog ontwikkelde hij technieken voor het opruimen van zeemijnen in Franse havens en verkende hij scheepswrakken.

In 1950 kocht hij zijn beroemde schip, de Calypso, waarmee hij menig film en boek over de onderwaterwereld maakte. Eén van zijn films won de belangrijkste prijs op het filmfestival van Cannes in 1956. Deze werken droegen veel bij aan de populariteit van de onderwaterbiologie.

 

.

de Calypso

 

 

Cousteau ontwikkelde in 1963 samen met Jean de Wouters een onderwatercamera genaamd “Calypso-Phot”, later gelicentieerd aan Nikon en werd zo de “Nikonos”. Samen met Jean Mollard ontwikkelde hij de “SP-350”, een tweepersoons duikboot die een diepte van 350 meter onder het wateroppervlak bereikte. In 1965 werd het experiment herhaald en bereikten twee voertuigen een diepte van 500 meter.

 

.

de SP-350

 

Cousteau werd benoemd tot directeur van het oceanografisch museum van Monaco, vormde een onderzoeksgroep (the Underseas Research Group) in Toulon, was de leider van de werkgroep voor saturatieduiken (langdurig verblijf op de zeebodem, de eerste bemande onderwaterkolonies) en is één van de weinige buitenlanders die toegelaten werd tot de Amerikaanse Academy of Sciences.

Cousteau ontwikkelde zich in deze tijd tot milieuactivist. Bekend is o.a. zijn steun aan een massaal protest in 1960 in Frankrijk tegen storting van radioactief afval in zee. Een grote groep volwassenen en kinderen wisten toen de trein met afval tegen te houden, en terug te laten keren.

 

 

Jacques Yves Cousteau COLLECTION CHRISTOPHEL

Jacques Yves Cousteau

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

De gevolgen van de aanbidding van Satan

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Trouw en onderscheidingsvermogen in onze aanbidding

 

 

Het getal 666 staat voor de mens die wil zijn als God. Satan voert zijn demonische strijd tegen de christenen via deze mens, die nu eens bruut geweld gebruikt dan weer massieve verleiding. Uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen zijn nodig om trouw te blijven in de aanbidding van God.

 

 

 

Openbaring 13

 

Het getal 666 is voor veel mensen het getal van de duivel. Een beladen getal. Een getal waar iets mis mee is. En net zoals sommige hotels geen kamernummer 13 hebben, zo heeft de opwekkingsbundel geen nummer 666. Volgens sommige mensen zit het getal ook verstopt in het embleem van 999-games. Op zijn kop, maar dat zou ook weer met de duivel te maken hebben.

Nu is in Openbaring 13 666 niet het getal van de duivel maar van het beest uit de zee. Door middel van dit beest strijdt satan tegen de christenen. Maar wie of wat op aarde is dan dit beest? Zijn getal -666- duidt volgens vers 18 op een mens. Dus satan zet bij zijn demonische strijd tegen de christenen een mens in.

Er is door de geschiedenis heen een stroom aan namen genoemd op wie dat dan wel slaat. Hitler was het beest van de 20 ste eeuw zegt men dan.

In de eerste eeuw was er ook zo’n menselijk beest: keizer Nero. Ook zijn naam kun je uit het getal 666 halen. De eerste lezers van het boek Openbaring kenden deze naam goed. Nero was een wrede tiran die de christenen vreselijk vervolgd heeft. Waarschijnlijk zijn de apostelen Paulus en Petrus door zijn toedoen gedood. Het kan goed zijn dat de 1e hoorders van het boek Openbaring aan deze keizer Nero gedacht hebben bij het getal 666.

Andere uitleggers wijzen erop dat het getal symbolisch moet worden opgevat. Het getal van de volheid, van Gods volkomenheid is 7. En 6 is dan net één minder. Oftewel, het is het bijna-goddelijke. Het is de mens geschapen naar het beeld van God. ‘U hebt hem bijna een god gemaakt’, zingt Psalm 8. Maar de mens neemt daar geen genoegen mee, hij wil zijn als God. Dat was de kern van de zondeval.

 

 

 

 

 

Het beest uit de zee

 

Het beest dat uit de zee komt is een mens, de antichrist. De zee staat symbool voor de naties, de volkeren. Het is iemand die uit een politiek stelsel komt, groeit, macht krijgt en bezeten wordt door de geest van Satan. Er komt een politiek leider die de autoriteit zal verwerven over de hele wereld gedurende 42 maanden of 3.5 jaar.

Hij zal de gave van het spreken hebben, de mogelijkheid om politieke leugens te verspreiden en in het bezit komen van demonische mogelijkheden. Deze persoon zal zwaar gewond worden en door een mirakel overleven waardoor iedereen hem zal volgen, behalve zij die in het boek des levens staan. De wereld verlangt naar de komst van die persoon omdat men een oplossing wil voor elk probleem.

Dit willen zijn als God kleurt Openbaring 13. Het beest uit de zee heeft een dodelijke wond aan één van zijn koppen, vers 3. Het zag eruit alsof het was geslacht. Dus net als het Lam, net als Christus. Johannes ziet Christus -in Openbaring 5- als een Lam dat geslacht is, maar het staat recht overeind. Het leeft. Dit beest kan dat ook. Zijn dodelijke wond geneest. Het beest imiteert Christus om de mens te verleiden en op het verkeerde been te zetten.

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Eigenschappen van de antichrist

 

de grootste wereldleider ooit geweest

een satanisch bezetter ( Daniël 7: 8  ; een superintelligent iemand )

een groot spreker ( Openbaring 13: 2 )

een politiek genie ( Openbaring 17: 17 )

een commercieel genie ( Openbaring 13: 17 – Daniël 8: 25 )

een militair genie ( Openbaring 13: 4 – Daniël 8: 24 )

 

 

666 en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het beest uit de aarde

 

Het beest dat uit de aarde komt is een mens, de valse profeet. Het krijgt grote macht, is gelijk een lam en communiceert als een draak. De valse profeet wil dat men de antichrist, het beest uit de zee, aanbidt. Door grote, indrukwekkende wonderen te doen volgt men de valse profeet. Velen denken dat, door toedoen van de valse profeet, de antichrist de Messias is. De valse profeet laat een groot beeld maken van de antichrist en laat het zelfs spreken, in tegenstelling tot God die het afbeelden van zichzelf ten strengste verbiedt.

 

 

De doelstelling van Satan

 

De doelstelling van Satan is om een perfecte imitatie te maken van de Drievuldigheid en om aanbeden te worden door de mens.

 

 

Satan 

 

De Valse Drievuldigheid

Satan de draak ( Openbaring 12 )

Satan de antichrist ( Openbaring 13 )

satan de valse profeet ( openbaring 13 )

 

 

God 

 

De Heilige Drievuldigheid

God de Vader

God de Zoon

God de Heilige Geest

 

 

de Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Satan zoekt bewondering en dat lukt hem geweldig goed. Openbaring 13:4 zegt dat iedereen de draak aanbad. En ook het beest wordt aanbeden. Oftewel: machtige mensen worden vereerd als goden. Mensen gaan vol bewondering achter hen aan. En als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks: het beest dat eruit ziet als een lam dwingt de mensheid om het beest te aanbidden, vers 12.

Hierbij zullen de eerste lezers van het boek Openbaring ongetwijfeld gedacht hebben aan de dwang om de keizer in Rome te vereren. Wie niet meedeed aan deze mensverering werd uitgesloten uit de samenleving. Zij konden niet meer kopen of verkopen, zegt vers 17. Zoals het goddelijk zegel van Openbaring 7 duidt op een door geloof gestempeld leven, zo laat het merkteken van Openbaring 13:16 zien dat het leven wordt gestempeld door mensverering. En alleen die mensen worden geaccepteerd.

Dus dit is de manier waarop de verslagen, maar woedende satan zich tegen de christenen keert. Door middel van de mens die zichzelf aanbidt. Deze mens gebruikt de ene keer bruut geweld, dat zit in de tekening van het eerste beest, een andere keer gebruikt hij verwarrende en indrukwekkende verleiding, daarop duidt het tweede beest. Voor dat brute geweld gebruikte satan de Romeinse keizers. En eerder al zette hij de Farao op tegen Gods volk.

Door dit brute geweld hebben vele christenen hun leven al verloren. En wat kun je dan schrikken van vers 7 van Openbaring 13: ‘Het beest mocht de strijd met de heiligen aanbinden en hen overwinnen.’ Het geweld van mensen tegen christenen laat God dus toe. Als christen ben je je leven niet zeker in deze wereld.

 

Dan die tweede manier waarop satan zijn venijnige strijd tegen de christenen voert. En dat is die van de verleiding. Ook daarvoor zet hij mensen in. Mensen die mooie woorden spreken. Mensen die grote dingen doen. En wat is dat verwarrend. Wonderen lijken de waarheid van hun woorden te onderstrepen. En ook achter deze tweede strategie zit satans streven om de aanbidding van God de nek om te draaien. Daarvoor ging hij lang geleden naar de hof van Eden. Daarom verleidde hij Adam en Eva. Zij waren geschapen om God te eren en te aanbidden. Om God te bewonderen en achter Hem aan te gaan, om dichtbij Hem te willen zijn. Dat is toch aanbidding? Maar satan wil God zijn aanbidding afnemen.

 

 

 

Het aanbidden van zichzelf

 

Er zijn heel veel mensen die zichzelf aanbidden. En daarmee heeft de satan net zo goed bereikt wat hij wil, want deze mensen aanbidden God niet meer. En wij leven te midden van deze mensen. Je aanbidt jezelf als je kiest voor jezelf. En wat zit dat diep in ons. En wat wordt ons dat ook nog eens verleidelijk aangepraat. Door de reclame: het gaat om jou. Dat jij er mooi uitziet. Dat het jou aan niks ontbreekt. Dat jij doet waar je zin in hebt.

Dat jij leeft als een god in Frankrijk, of waar dan ook. Dat is die verleidelijke, valse profetie. Het kenmerk van valse profetie is dat het ons ertoe beweegt te zijn als God. Ware profetie brengt altijd tot het aanbidden van God. Maar wanneer ik mee ga met die valse profetie, en mezelf in het middelpunt zet, vereer ik een beeld. De mens, geschapen naar Gods beeld. Zelfverering, aanbidding van ons eigen ik, is een grote verleiding voor ons.

Tegelijk voelen wij ook steeds meer die boycot van Openbaring 13. De uitsluiting uit de samenleving. Christelijke standpunten worden niet langer gedoogd. Die moeten weg uit het publieke leven. Bijbelse standpunten over het huwelijk, over homoseksualiteit, over zondagsrust, de afwijzing van menselijke zelfbeschikking, die standpunten worden steeds minder getolereerd.

Omdat de aanbidding van God mensen steekt. Wie niet meedoet aan de verering van de mens is immers een spelbreker. Die is afwijkend. De wereld is te verdelen in mensen die zichzelf aanbidden en mensen die God aanbidden. Dat gaat terug op de zondeval. Toen draaide het ook om die keus. En God aanbidden betekent mezelf verloochenen. Mijn eigen plannen, mijn eigen geluk, mijn eigen eer, willen opgeven voor God. Maar heel veel mensen vinden dit bizar. Zelfverloochening is hoogverraad tegen de aanbidding van de mens.

 

 

Satan wordt aanbeden in de sport

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De boodschap van Openbaring 13

 

De boodschap van Openbaring 13 is dat het aankomt op uithoudingsvermogen. Op uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan God. Om trouw te blijven in het aanbidden van Hem. Ook als Hij een weg met mij gaat die ik niet begrijp. Het zijn de verzen 9 en 10 en vers 18 die deze boodschap laten horen.

Vers 10: ‘Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen.’ En vers 18: ‘Hier komt het aan op wijsheid.’ Christus spoort zijn kerk, en u en mij vandaag, aan tot uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan Hem.

Hiermee bereidt Christus ons voor op wat er op ons af kan komen, aan bruut geweld. En Hij leert ons doorzien wat er al op ons afkomt, aan verwarrende en vaak massieve verleiding. Christus wil ons ook bemoedigen. Kijk eens in vers 8. We schrokken van vers 7: het beest uit de zee -oftewel, de mens die wil zijn als God- krijgt de ruimte om de strijd met ons aan te binden en ons te overwinnen.

Maar vers 8 laat zien dat zij zullen standhouden van wie de naam vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat. Dat wijst op de uitverkiezing. Hier wordt de volharding van de heiligen beschreven. Dat troost. Satan kan door middel van zijn menselijke handlangers wel ons lichaam doden, maar niet onze ziel (Matteüs 10:28). En in hoofdstuk 15:2 zullen we lezen over hen die ‘het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam’ hebben overwonnen. Zij zijn trouw gebleven aan de verering van Christus, hun Heer.

 

 

Slotgebed

 

Laten wij bidden om uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen. Laten we ons bewust zijn van het grote verschil tussen aanbidding van onszelf en aanbidding van God. Ik denk dat het goed zou zijn wanneer wij de aanbidding van God een grotere plaats geven in ons leven. Elke dag ruimschoots de tijd nemen om God te aanbidden in gebed, in bijbel lezen en daarover nadenken. Daardoor groei je in volhardende trouw. Amen.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget