Tagarchief: ark

De Ark van Noach

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Arc van Noach

 

 

 

 

Een wereldwijde overstroming die overleefd wordt door acht mensen en een heleboel dieren in een boot.In die boot zitten een man met zijn vrouw, drie zoons met hun vrouwen en een vertegenwoordiging van alle landdieren en vogels. Is dat een realistisch verhaal, of een sprookje? Stonden echt alle bergen onder water? Is daar wel genoeg water voor? Was er wel genoeg ruimte in die boot voor alle beesten? Allemaal goede vragen.

Dat er ooit een hele grote overstroming geweest is, kunnen we afleiden uit het feit dat er wel 270 verschillende legenden van bekend zijn onder vele volken, die overeenkomsten vertonen met de geschiedenis van Noach in de Bijbel. De Bijbel bevat echter het enige verslag dat goed wetenschappelijk te onderbouwen is. Het is een zeer gedetailleerd verslag, waarin precies beschreven wordt wanneer elke gebeurtenis plaatsvond en wie er bij betrokken waren. Van de overlevenden is zelfs gedurende vele generaties het geslachtsregister bijgehouden.

 

 

Afmetingen

 

De verhoudingen van de Ark waren ideaal voor een containerschip op zee. Als hij langer was geweest, was hij comfortabeler voor de opvarenden, maar dan kon hij makkelijker breken. Als hij hoger was geweest, was hij sterker, maar minder stabiel. En als hij breder was geweest, was hij stabieler, maar minder comfortabel. De ark had de perfecte afmetingen voor een juiste balans tussen stabiliteit en comfort en was zeevaardig voor een zeereis van ruim een jaar.

 

 

Inhoud

 

Noach had voldoende tijd om zijn boot te maken, aangezien hij 600 jaar oud was toen de overstroming kwam en hij 120 jaar van tevoren door God gewaarschuwd werd. Omdat Noach dichter bij de oorspronkelijke schepping zat werd hij ouder en was hij waarschijnlijk ook slimmer en sterker dan wij. Misschien zelfs wel groter, zodat ook zijn ‘el’ (de gebruikte lengtemaat in de Bijbel, van vingertoppen tot elleboog) groter was. Het moet een vaartuig geweest zijn van ongeveer 150-200 meter lang.

Dat Noach mogelijk groter was dan wij is geen goedkoop verzinsel om zijn el en daarmee de Ark groter te maken. Zelfs als Noach iets kleiner was dan wij, dan was de Ark nog groot genoeg geweest voor alle beesten die mee moesten. Het aantal beesten dat in de Ark ging, volgens het Bijbelse verslag, moet rond de 16000 gelegen hebben. In een boot met de afmetingen die worden beschreven in Genesis 6 zou nog ruimte over geweest zijn. Bedenk dat Noach de vissen en insecten niet mee hoefde te nemen, die vallen niet onder beschrijving in Gen. 6,7. Alleen de landdieren en de vogels hoefden mee.

 

 

Zondvloedmodel

 

Wanneer we kijken naar de mogelijkheden die een zondvloedmodel biedt, zullen we zien dat een heleboel feiten  beter verklaard kunnen worden. Wetenschap wordt het beste bedreven vanuit het wereldbeeld dat de Bijbel ons biedt. Het is dus niet zo dat gelovigen alles wat in de Bijbel staat zonder kritische beschouwing accepteren en de feiten negeren.

Er is geen enkele meting of waarneming die de betrouwbaarheid van de Bijbel tegenspreekt. Dat wil niet zeggen dat daarmee alles verklaard is, maar geloven hoeft geen blind proces te zijn. Geloven in de God van de Bijbel is niet het zoeken naar een verklaring in het bovennatuurlijke als hier op aarde iets niet begrepen wordt. Het is een zekerheid van een universele waarheid, die ondersteund wordt door onze waarnemingen.

 

 

 

 

 

Dino’s te groot?

 

Een veel gehoord bezwaar is dat die gigantische dinosauriërs nooit op die ark konden. Men vergeet dan dat jonge dieren kleiner zijn dan de oude. Ze waren niet altijd groot. Elk beest begint klein. Overigens had gemiddeld een volwassen dino de grootte van een schaap. Een dinosaurusei was ongeveer zo groot als een struisvogelei. Jonge dino’s hoefden niet groter te zijn dan een hond of een koe. Jonge beesten wegen minder, eten minder, slapen meer en hebben een betere weerstand. Na de zondvloed zouden ze ook langer leven om de aarde opnieuw te bevolken.

 

 

Een jaar op zee

 

Veel beesten houden een winterslaap of worden heel rustig tijdens vervoer op zee. Daarnaast was het voeren van de beesten en schoonhouden van de hokken geen onmogelijke taak. Zelfs met eenvoudige middelen is dit goed te automatiseren. De Ark had aan de bovenkant rondom een opening voor ventilatie, dus grote stankoverlast en explosiegevaar was er niet.

 

 

Alle soorten mee?

 

Sommigen vragen zich af hoe alle soorten die we kennen in de Ark konden. Maar er staat in de Bijbel niet dat alle ‘soorten’ mee gingen.
In de scheppingsgeschiedenis lezen we dit:

Gen 1:24 “En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.”

In het zondvloed verhaal lezen we dit:

Gen 6:18-21 “Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de Ark gaan, gij, en uw zonen, en uw huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u. En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de Ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn; Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden. En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij.”

Gen 7:14-15 “Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel. En van alle vlees, waarin een geest (de adem) des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de Ark.”

 

 

“Naar zijn aard”

 

Een logische conclusie is dus dat Noach de oorspronkelijk geschapen soorten mee moest nemen. Dat waren er veel minder dan het aantal verschillende soorten die ondertussen uit die grondsoorten waren voortgekomen of gefokt. Dat houdt in dat bijvoorbeeld van de hondachtigen alleen een paar meeging dat het meeste van de oorspronkelijke informatie in zich had,waarschijnlijk een wolfachtige. We zien dat ze “kwamen” en dat houdt in dat Noach niet zelf hoefde uit te zoeken welke dieren mee moesten om de soortenrijkdom te laten ontstaan die we nu zien. De beesten waren toen toch nog vrij dicht bij de oorspronkelijke schepping en er was nog niet veel mutatie opgetreden.

– “…En waarin een geest (adem) des levens was”: Hier vallen de insecten niet onder omdat die niet ademen zoals andere wezens. Insecten kunnen ook makkelijk een overstroming overleven op stukken wrakhout en als larven of poppen in de grond en in het water. Verder moeten we gewoon aannemen dat God de beesten liet komen die moesten overleven. Daarvoor hoefde alleen de basissoort te komen. Daaruit zijn na de zondvloed alle huidige soorten ontstaan.

 

 

Zaden

 

Noach moest volgens de beschrijving ook zaaddragend gewas meenemen. Hoeveel zaden hij bij zich had om later uit te zaaien wordt niet vermeld, maar we kunnen aannemen dat God er wel voor heeft gezorgd dat de meest kwetsbare zaden in de Ark bewaard bleven. De meeste zaden kunnen trouwens prima overleven in een grote overstroming. Dit gebeurt normaal gesproken op grote losgeslagen matten met vegetatie die door overstromingen worden meegesleurd. Ze overleven vaak ook in de grond en in het geval van de zondvloed mogelijk zelfs in het ijs dat ontstond vanwege de verduistering van de zon door vulkanisch as en een dik wolkendek.

 

 

Vleeseters

 

Hoe zit het met de wilde en vleesetende beesten? Een veel gemist feit is dat de Bijbel pas na de zondvloed melding maakt van het eten van vlees. In Gen. 9:3,4 zegt God tegen Noach dat hij nu naast gewassen ook beesten mag eten. Het is heel goed mogelijk dat de beesten zich voor de zondvloed ook nog hielden aan het dieet dat God had ingesteld bij de schepping. Als dat inderdaad het geval was, dan waren er dus nog geen roofdieren en zou dat in de Ark geen problemen gegeven hebben. En zelfs als er wel roofdieren waren, dan is God zeker bij machte geweest om ze een poosje rustig te houden en ze tijdelijk op het oude voedselpatroon te laten leven.

 

 

 

Bergen onder water

 

 

 Petrus  in 2Petrus 3:3-7 :

“Dit moeten jullie eerst weten, dat er in de laatste dagen spotters zullen komen, die alleen maar hun eigen zin willen doen, en zeggen: “Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag, dat de vaderen gestorven zijn, blijven alle dingen hetzelfde van het begin van de schepping”. Want ze willen bewust niet zien dat door het Woord van God hemelen van oudsher waren, en aarde werd gevestigd uit water en in water, waardoor de wereld die er toen was werd vernietigd, omdat ze overstroomd werd met water.”

Veel mensen willen het bewust niet weten, ze negeren de bewijzen voor een zondvloed. Er is een God die oordeelt over de goddelozen en actief betrokken is bij het leven hier op aarde. De makkelijkste manier om je betrokkenheid te ontkennen of verantwoordelijkheid te ontlopen is door datgene wat je hieraan herinnert belachelijk te maken.

 

 

Alle bergen onder water?  Waar kwam al dat water dan vandaan?”

 

 

 

 

Als je naar deze reliëfkaart van het huidige aardoppervlak kijkt, zie je richels door de grote oceanen lopen. Het is alsof de aarde ergens in het Middenoosten is gaan scheuren. Zo’n ‘scheur’ wordt een mid-oceanische rug genoemd. Op dit moment komt er op die plekken vloeibaar materiaal uit het binnenste van de aarde omhoog, dat langzaam van de ‘scheur’ afbeweegt. Dit lidteken kan heel goed het gevolg zijn van de grote overstroming.

 

Gen.7:11 – “Alle fonteinen van de grote diepte (oceaan) scheurden open en sluizen van de hemel werden geopend.”

 

Geologen weten nog niet zo lang van deze richel in de oceanen. Het is bekend dat er langs deze richel veel vulkanische activiteit is. Vandaag de dag is wel 70% van wat er bij vulkaanuitbarstingen omhoog komt stoom, je kunt je voorstellen wat er gebeurt als er in één keer over de hele aarde “fonteinen” openbreken. Water spoot als superhete stoom omhoog, veroorzaakte enorme slagregens, verduisterde de zon en bedekte het hele aardoppervlak. De verduistering van de zon was de oorzaak van een snelle bevriezing van de polen. De snelle beweging van de aardplaten veroorzaakte grote valleien, diepe geulen en bergruggen, waardoor het water weer weg kon stromen in wat nu de oceanen zijn.

 

 

 

 

De rode kleuren op deze hoogtekaart geven duidelijk aan waar de aarde na de zondvloed omhoog kwam en waar de grond inzakte, de donkerblauwe gedeelten. Als het water de hele aarde bedekte, konden er voor de zondvloed dus nog geen hoge bergen zijn.

Stel dat we alle hoge bergen in de grote gaten van de zee zouden gooien en het hele aardoppervlak vlak zou zijn, dan zou de hele aarde bedekt zijn met een laag water van ongeveer 3 kilometer. Als de hele aarde licht glooiend was en bergen niet hoger dan een paar kilometer, dan is het dus helemaal niet zo’n vreemd idee dat de hele aarde onder water heeft kunnen staan. Volgens Genesis 7:19,20 zou het water zo een 7 meter boven de hoogste heuvel gestaan hebben van voor de zondvloed, wat precies de diepgang van de Ark was.

De Bijbel spreekt ook over de tektoniek na de zondvloed: in Psalm 104:5-8 lezen we over het “fundament van de aarde” die bedekt waren met de “diepten” (zeeën/oceanen). “De wateren stonden boven de bergen”. De wateren verwenen weer, “de bergen rezen op en de dalen daalden.”

 

 

 

 

De bovenste kilometer van de Mt. Everest bevat lagen sediment vol met zeeschelpen en dieren uit oceanen. Sedimenten worden gevormd door water, dus dat materiaal moet onder water gelegen hebben en vervolgens negen kilometer omhoog gestuwd zijn. Versteende mosselen die nog dicht zitten worden daar en over de hele wereld gevonden. Een mossel die sterft gaat open, dus moeten deze mosselen snel begraven zijn.

 

 

IJstijd

 

Over de hele wereld vinden we bewijs van afzettingen door water en ijs. Tijdens en na de zondvloed veranderde het klimaat zo dramatisch, dat de ijskappen op de polen tot ver over de continenten optrokken, waarvan we nu nog vele tekenen zien op het noordelijk halfrond. Dit fenomeen wordt ook wel ijstijd genoemd. Onder invloed van het  uniformitarianisme denkt men vaak dat er meerdere ijstijden geweest zijn die heel lang geduurd hebben en plaatsvonden gedurende de miljoenen jaren die de aarde volgens dat wereldbeeld oud is.

Als we uitgaan van een Bijbelse geologie, dan zien we een aarde die door God tussen de zes- en tienduizend jaar geleden gemaakt is, waar mensen de keuze kregen om zich onder Zijn autoriteit te stellen, of hun eigen zin te doen en de aarde zelf te ‘runnen’, zonder God. Ze kozen het laatste en dat ging van kwaad tot erger, totdat uiteindelijk bijna iedereen volkomen slecht was en helemaal niet meer naar God luisterde.

Alleen Noach vond nog genade in de ogen van God, waarop God hem uitkoos om met zijn gezin en speciale selectie van alle landdieren, in een grote boot een wereldwijde overstroming te overleven. Over de hele aarde vinden we daar bewijzen van. Volgens de Bijbel vond dit slechts enkele duizenden jaren voor Christus plaats.

 

 

Lang geleden

 

Argumenten tegen een jonge aarde en een zondvloed gaan vaak uit van processen die nu langzaam gaan. Men veronderstelt dan dat ze altijd langzaam gegaan zijn. Het gaat bijvoorbeeld om ijsafzettingen, vorming van grotten, aardlagen en jaarringen enz. Veel van die processen kunnen echter ook heel snel gaan, als er in een recent verleden maar veel water of heftige schommelingen in het klimaat zijn geweest. En dat is precies wat je in een zondvloedmodel verwacht.

Mensen die in evolutie geloven hebben  veel tijd nodig om van molecuul naar mens te komen. Maar als ze de aanwijzingen dat de aarde eigenlijk heel jong is zouden accepteren, dan vervliegt elke hoop op een mogelijk langdurig, geleidelijk proces. Er zijn veel lastige factoren waar men rekening mee moet houden zoals het feit dat wij er geen van allen bij waren toen het gebeurde en dat de geschreven geschiedenis niet zover terug gaat.

Dat de geschreven geschiedenis maar heel kort is, is juist een sterk bewijs voor een jonge aarde met een kort bestaan. Ouderdomsbepalingen met radioactieve elementen zijn ook alleen maar betrouwbaar als je weet hoeveel van de gemeten stof oorspronkelijk aanwezig was, of er in het verleden geen radioactiviteit verloren is gegaan, of dat het proces van radioactief verval in het verleden niet sneller is gegaan dan nu.

Al met al is het wetenschappelijk bepalen van een ouderdom een lastig proces, dat in de meeste gevallen niet eens absolute zekerheid kan geven over een ouderdom van meer dan 2000 jaar. Er zijn nog voorbeelden van processen die juist een jonge aarde suggereren. Bijvoorbeeld de hoeveelheid zout in de zee, de hoeveelheid slib aan riviermonden, de hoeveelheid helium in de atmosfeer en ga zo maar door.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

De zondvloed: een wereldgroot probleem voor revisionisten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 De grootste catastrofe (op de zondeval na) die onze planeet ooit getroffen heeft, is ongetwijfeld de zondvloed, die in Genesis 6 – 9 uitvoerig wordt besproken. Deze wereldwijde overstroming, die ruim een jaar duurde, vernietigde alle mensen en door hun neus ademende landdieren (Genesis 7:22) die niet in de ark waren.

 

 

noah-s-ark.preview

 

 

Zo’n waterramp moet gepaard zijn gegaan met buitengewoon veel watererosie van het landoppervlak, en het afgeschaafde materiaal (sediment) moet elders weer afgezet zijn in dikke lagen (aardlagen). In deze aardlagen verwachten we de fossiele overblijfselen te vinden van vele planten en dieren die tijdens de vloed door het sediment bedolven zijn.

En dat is natuurlijk exact wat we waarnemen: op grote delen van alle continenten treffen we inderdaad aardlagen met fossielen aan. Sterker nog, in deze aardlagen vinden we vele aanwijzingen dat deze snel en op catastrofale wijze gevormd moeten zijn, bijvoorbeeld:

  1. Fossielen duiden op snelle sedimentatie: als dode organismen niet snel van de buitenlucht afgesloten worden, vergaan ze. Vele fossielen zijn zelfs uitstekend bewaard gebleven.
  2. Er zijn vele fossielen die extra nadrukkelijk getuigen van razendsnelle sedimentatie, zoals van vissen die net bezig waren een andere vis op te eten, toen ze door sediment bedolven werden.
  3. Als (bijna) complete skeletten van dinosauriërs en vogels worden gevonden, laten die vaak het verschijnsel opisthotonus zien: de nek is ver naar achteren (of omhoog) getrokken. Opisthotonus kan bij warmbloedigen optreden wanneer ze sterven door verstikking. Dat is precies wat we zouden verwachten in het kader van een overstroming.
  4. Fossiele schelpdieren worden vaak in gesloten positie gevonden. Veel soorten schelpdieren openen zich automatisch wanneer ze sterven. Gesloten fossiele schelpen wijzen op een snel en catastrofaal proces, waarbij de schelpdieren levend begraven zijn.
  5. Veel aardlagen strekken zich uit over enorme oppervlakten, soms wel honderden of duizenden vierkante kilometers. Dat toont aan dat de gebeurtenis waarbij deze lagen gevormd zijn, zeer grootschalig is geweest.
  6. Gebrek aan sporen van erosie en bodemvorming tussen de verschillende aardlagen, geeft aan dat de lagen snel na elkaar afgezet zijn.
  7. Soms zijn hele pakketten aardlagen sterk geplooid / verbogen, zonder dat ze gebroken of gebarsten zijn. Het is waarschijnlijk dat de lagen nog zacht en dus vervormbaar waren toen dat gebeurde. Dat duidt op een snelle afzetting van de aardlagen en korte tijd later tektonische verschuivingen die zorgden voor horizontale samenpersing.

 

 

Dit zijn nog maar een paar van de vele geologische argumenten voor de zondvloed. Je zou zeggen: christenen hebben alle reden om uit te gaan van de historische betrouwbaarheid van het zondvloedverhaal.

Maar sinds zo’n twee eeuwen gaat de meerderheid van de geologen er vanuit dat de aardlagen gevormd zijn over lange perioden van miljoenen jaren. De meeste van deze aardlagen en fossielen zouden dan veel ouder zijn dan de aarde volgens de Bijbel is (zo’n 6000 jaar). Dit is zo’n dominante stroming geworden, dat verhalen over ‘miljoenen jaren’ ons bijna wekelijks bereiken via de media, het onderwijs en musea.

 

 

 

 

 

Revisionistische interpretaties van Genesis

 

Gezien de monopoliepositie van evolutionisten in de media en het onderwijs, en aangezien bijna niemand goed op de hoogte is van de argumenten voor een wereldwijde zondvloed en een jonge aarde, is het niet verwonderlijk dat velen denken dat de wetenschap heeft aangetoond dat de aarde miljoenen jaren oud is. En het is dan ook niet onbegrijpelijk dat veel christenen het historische verslag in Genesis proberen te herinterpreteren om deze in overeenstemming te brengen met de heersende opinie onder wetenschappers.

Er zijn verschillende van deze herinterpretaties van Genesis in omloop (omdat het revisies van de oorspronkelijke interpretatie zijn, zal ik deze herinterpretaties hier revisionistische modellen noemen, en de aanhangers ervan revisionisten). Sommigen zeggen dat er tussen de eerste twee verzen van Genesis 1 een groot tijdsgat zit, waarin van alles gebeurd is. Anderen denken dat de scheppingsdagen in feite lange perioden waren, in plaats van dagen van 24 uur.

 

Weer anderen stellen dat Genesis 1 helemaal niet als historisch verslag moet worden gelezen, en dat er uit de Bijbel dus helemaal niet afgeleid kan worden hoe en wanneer de wereld en de mensheid zijn ontstaan. Binnen deze laatste categorie vallen theïstisch evolutionisten, zoals Cees Dekker, René Fransen en Francis Collins.

 

Maar wat bijna alle revisionistische modellen gemeen hebben, is dat ze stellen dat de aardlagen (met fossielen van bijvoorbeeld trilobieten en dinosauriërs erin) inderdaad miljoenen jaren oud zijn. Eén van de vele problemen die deze revisionistische interpretaties creëren, is dat er geen ruimte meer is voor Noachs zondvloed. Revisionisten accepteren het algemene verhaal over de geschiedenis van de aarde dat geologen ons vertellen, en binnen dat verhaal is er geen plaats voor een zondvloed. Geen enkel aardlaagje wordt toegeschreven aan een wereldwijde zondvloed.

Dus hoe gaan revisionisten met deze situatie om? Er zijn grofweg drie stromingen.

 

 

 

Revisionistisch model 1: de wereldwijde zondvloed heeft amper sporen achtergelaten

 

Volgens dit model was de zondvloed zó kalm, dat het amper heeft geleid heeft tot enige erosie en sedimentatie. Om een aantal redenen is dit model totaal onhoudbaar:

  • Het is simpelweg onmogelijk dat een wereldwijde overstroming weinig tot geen geologisch werk verricht. Zelfs de tsunami die in december 2004 de kustgebieden van de Indische oceaan teisterde heeft enkele aardlagen neergelegd, die door geologen onderzocht worden. En dat vloedgolfje was niks vergeleken met een wereldwijde overstroming. Dit kan niet genoeg benadrukt worden: een wereldwijde vloed (die ook nog eens een jaar duurde) moet gigantische hoeveelheden geologisch werk verricht hebben.
  • De Bijbelse omschrijving past niet bij een ‘kalme’ vloed. Er staat dat ‘alle fonteinen des groten afgronds’ openbraken.
  • Aldus revisionisten zijn bergketens uiterst langzaam omhoog gedrukt, doordat tektonische platen tegen elkaar aanduwen. De Himalaya zou dus al hebben bestaan voordat de zondvloed plaatsvond. Waar kwam al het water vandaan om de Himalaya blank te zetten? Bijbelgetrouwe creationisten hebben dit probleem niet, omdat ze niet geloven dat bergketens reeds miljoenen jaren oud zijn. Bergketens zijn ontstaan doordat aardschollen tijdens de zondvloed op catastrofale wijze tegen elkaar aan botsten.
  • Volgens de gangbare theorieën leven kangoeroes al miljoenen jaren in Australië, lemuren al miljoenen jaren in Madagaskar, reuzenmiereneters al miljoenen jaren in Zuid Amerika, et cetera, zonder dat ze enkele duizenden jaren geleden zijn uitgestorven door een wereldwijde zondvloed. De ‘kalme zondvloed’-hypothese is dus niet in overeenstemming met de gangbare theorieën die haar aanhangers zo graag willen accepteren.

Goed, de meeste revisionisten zien ook wel in dat de ‘kalme zondvloed’-hypothese onwerkbaar is, dus laten we naar het volgende model gaan.

 

 

 

Revisionistisch model 2: de vloed was slechts plaatselijk, en niet alle mensen kwamen om

 

Volgens sommigen was de zondvloed slechts een regionale gebeurtenis, waarbij dan ook niet alle mensen omkwamen. De problemen met dit model zijn legio:

  • Dit gaat gewoon rechtstreeks tegen het Bijbelse verslag in. Ik ga niet eens specifieke teksten aanhalen om dit te onderbouwen; iedereen kan het zelf nalezen in Genesis 6 tot 9, en ik raad de lezer dan ook graag aan dit te doen.
  • In Genesis 9:11 belooft God nooit meer een zondvloed te sturen. Maar als de zondvloed slechts lokaal was, heeft God zijn belofte heel vaak verbroken! Er zijn immers regelmatig plaatselijke overstromingen, waarbij mensen en dieren omkomen. Dit model maakt van God een leugenaar.
  • In Genesis 10 worden de afstammelingen van Noachs zonen Jafet, Cham en Sem opgesomd, en deze opsomming wordt besloten met (vers 32): ‘En van dezen verdeelden zich de volken op de aarde na de vloed.’ De NBV 2004 zegt het voor de moderne lezer nog iets duidelijker: ‘Van hen stammen de verschillende volken af die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid.’ Met andere woorden, alle volken stammen af van Noach, en niet van mensen die de zondvloed elders overleefd hebben.
  • Dat alleen Noach en zijn familie overleefden wordt ondersteund door 2 Petrus 2:5 en 1 Petrus 3:20.
  • Dat alle volken afstammen van Noach en zijn familie wordt ondersteund door de wereldwijde verspreiding van zondvloedlegenden.

Er valt nog veel meer tegen dit model in te brengen. Sommige van de argumenten die tegen het volgende revisionistische model ingebracht zullen worden, zijn ook op dit model van toepassing.

 

 

 

Revisionistisch model 3: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om

 

Van de verschillende ideeën die revisionisten hebben over de zondvloed, is dit het meest verfijnde. Maar zoals we zullen zien kleven er ook aan dit model onoverkomelijke bezwaren.

Dit model behelst dat de mensheid zich ten tijde van de zondvloed nog maar over een beperkt deel van de wereld verspreid had, wellicht ergens in het Midden Oosten. Dus kon de hele mensheid uitgeroeid worden met slechts een plaatselijke overstroming. We zullen nu eerst kijken op welke manier revisionisten het zondvloedverhaal proberen te herinterpreteren om er een lokale overstroming uit af te leiden. Daarna zullen we een aantal problemen met deze interpretatie behandelen.

 

 

 

 

 

 

Wie het zondvloedverslag leest, valt het op dat er herhaaldelijk in universele termen gesproken wordt:

 

 

full29015186zondvloed

 

 

Genesis 6
7  En de Here zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
11 De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij.
12  En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn weg op de aarde verdorven.
13 Toen zeide God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen.
17  Want zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om al wat leeft, waarin een levensgeest is, van onder de hemel te verdelgen; alles wat op de aarde is, zal omkomen.
20  Van het gevogelte naar zijn aard en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte van de aardbodem naar zijn aard, van alles zal een paar tot u komen om het in het leven te behouden.

 

Genesis 7
4  Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.
11 In Noachs zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend.
15  zij kwamen dan tot Noach in de ark twee aan twee, van al wat leeft, waarin een levensgeest is.
18  Toen de wateren zeer toenamen en sterk wiesen boven de aarde, dreef de ark op de wateren.
19  En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle hoge bergen onder de ganse hemel werden overdekt.
20  Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.
21 En al wat leeft, dat zich op de aarde roert, het gevogelte, het vee en het wild gedierte en alle wemelend gedierte, dat op de aarde wemelt, benevens alle mensen, kwamen om.
22  Alles, in welks neus de adem van de levensgeest was, alles wat op het droge was, stierf.
23  Zo verdelgde Hij alles wat bestond, wat op de aardbodem was, mensen zowel als vee en kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, zodat zij verdelgd werden van de aarde; Noach alleen bleef over en wat met hem in de ark was.

 

Twee Hebreeuwse woorden die ons in deze passages het gevoel van universaliteit overbrengen zijn erets (vertaald met ‘aarde’) en kol (meestal vertaald met ‘al’ of ‘alles’). Revisionisten stellen dat de woorden erets en kol ook een beperktere betekenis kunnen hebben. En daarin hebben ze natuurlijk gelijk. Om een voorbeeld te noemen, in Genesis 3:20 wordt Eva ‘de moeder van alle [kol] levenden’ genoemd. Iedereen begrijpt dat ‘alle levenden’ hier alleen betrekking heeft op mensen, niet op andere organismen. Het woordje kol heeft hier dus een ingeperkte betekenis. En wat te denken van de volgende tekst?

Genesis 41:57
En de gehele [kol] wereld [erets] kwam naar Egypte om bij Jozef koren te kopen, want de honger was sterk op de gehele aarde.

Het moge duidelijk zijn dat de Amerikaanse Indianen en Australische Aboriginals niet naar Egypte gingen om graan te kopen. Kol erets heeft hier dus een beperktere betekenis. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden aan te dragen.

Erets kan zowel ‘aarde’ betekenen als ‘land’ (bijvoorbeeld het land waar een volk leeft). Dat een woord meerdere betekenissen kan dragen, wil natuurlijk niet zeggen dat we naar eigen voorkeur een betekenis kunnen kiezen. De betekenis moet uit de context worden afgeleid.

Revisionisten redeneren dat de mensheid hier een centrale rol speelt, en dat de geografische verspreiding van de mensheid dus de limiterende specificatie is voor de term erets. Met andere woorden, als de mensheid zich nog maar over een beperkt deel van de wereld verspreid had, bijvoorbeeld alleen over Mesopotamië, dan kan het zo zijn dat erets alleen dát gebied aanduidt, niet de hele wereld. En dan zal iedere verwijzing naar ‘al wat leeft’ in de bovenstaande passages slechts al het leven in dit beperkte deel van de wereld op het oog hebben.

Nogmaals: revisionisten stellen dat de reikwijdte van erets wordt bepaald door de geografische verspreiding van de mensheid, en dat erets op zijn beurt de reikwijdte van kol aangeeft. Met ‘al [kol] wat leeft’ wordt dus alleen al het leven binnen de regio [erets] bedoeld.

Revisionisten stellen dus dat de vertalers van alle Bijbelvertalingen het woordje erets onjuist vertaald hebben in ‘aarde’, en dat het eigenlijk ‘land’ of ‘regio’ moet zijn. Ik zal nu eerst betogen dat de Bijbelvertalers zich niet vergist hebben. Daarna zal ik ingaan op andere problemen met dit revisionistische model.

 

 

 

 

 

1. De context geeft aan dat erets de hele aarde aanduidt

 

Als we de context van het zondvloedverhaal in ogenschouw nemen, wordt duidelijk dat erets in dit geval gewoon ‘aarde’ betekent. Het zondvloedverhaal bevindt zich namelijk in de bredere context van de schepping van de wereld vóór de vloed, en de rekolonisatie van diezelfde wereld ná de vloed.

Aan het begin van het zondvloedverslag wordt ons de reden voor de catastrofe medegedeeld:

Genesis 6
5  Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, 6  berouwde het de HERE, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. 7  En de HERE zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.

In deze passage wordt drie keer duidelijk een link gelegd met de schepping. ‘Dat Hij de mens op de aarde [erets] gemaakt had’ is overduidelijk een verwijzing naar Genesis 1, en we kunnen er redelijkerwijs niet aan twijfelen dat erets hier gewoon aarde betekent. In Genesis 1 komt het woord erets 16 maal voor, en daar duidt het de hele aarde aan (vanaf 1:10 al het droge land), niet slechts een gedeelte ervan. Het is dus zeer waarschijnlijk dat erets in Genesis 6 dezelfde betekenis draagt.

De bedoeling van de zondvloed was om de levende wezens die God gemaakt had uit te roeien. In dit verband worden ook de landdieren en vogels genoemd, waarvan niemand betwijfelt dat die een wereldwijde verspreiding hadden.

Verderop in het verhaal komen we opnieuw een verwijzing naar de schepping tegen:

Genesis 7:4 (NBG ’51)
Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.

Genesis 7:4 (NBV 2004)
Want over zeven dagen zal ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal ik alles wat er bestaat van de aardbodem wegvagen, alles wat ik heb gemaakt.

In dit vers komt heel duidelijk naar voren dat erets niet de limiterende specificatie is die ‘alles wat bestaat’ inperkt. De frase ‘wat Ik heb gemaakt’ specificeert waar het woordje ‘alles’ over gaat. Dus op de vraag ‘wat heeft God weggevaagd?’ luidt het antwoord ‘alles wat God heeft gemaakt’.

Ook na de vloed zijn er sterke parallellen met het scheppingsverhaal. In deze tabel worden een aantal verzen uit Genesis 1 en Genesis 9 naast elkaar gezet.

Na de schepping  Na de zondvloed
Gen 1:28 – En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde [erets] en onderwerpt haar … Gen 9:1 – En God zegende Noach en zijn zonen en zeide tot hen: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de aarde [erets].
Gen 1:28 – … heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt. Gen 9:2 – En de vrees en de schrik voor u zij over al het gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven.
Gen 1:29 – En God zeide: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen. Gen 9:3 – Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid.

Deze duidelijke parallellen tussen de schepping en de rekolonisatie na de zondvloed onderstrepen eens te meer de bredere context waarin het zondvloedverhaal gelezen moet worden. Na de schepping kreeg de mensheid de opdracht de erets te vullen (Gen 1:28), en na de zondvloed kreeg de mensheid wederom de opdracht de erets te vullen (Gen 9:1). Het is duidelijk dat de betekenis van erets in beide gevallen dezelfde moet zijn: aarde.

Nog een stukje context dat aangeeft dat de zondvloed wereldwijd was, en erets de hele aarde aanduidt, is het verbond dat God met alle opvarenden van de Ark sluit:

Genesis 9
8 En God zeide tot Noach en tot zijn zonen met hem: 9 Zie, Ik richt mijn verbond op met u en met uw nageslacht, 10 en met alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte der aarde bij u, allen, die uit de ark gegaan zijn, alle gedierte der aarde. 11 Ik dan richt mijn verbond met u op, dat voortaan niets dat leeft, meer door de wateren van de zondvloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen zondvloed meer wezen zal, om de aarde te verderven. 12 En God zeide: Dit is het teken van het verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle levende wezens, die bij u zijn, voor alle volgende geslachten: 13 mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot een teken zij van het verbond tussen Mij en de aarde. 14 Wanneer Ik dan wolken over de aarde breng en de boog in de wolken verschijnt, 15 zal Ik mijn verbond gedenken, dat tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees bestaat, zodat de wateren niet weer tot een vloed zullen worden om al wat leeft te verderven. 16 Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem zien, zodat Ik mijn eeuwig verbond gedenk tussen God en alle levende wezens van alle vlees, dat op aarde is. 17 En God zeide tot Noach: Dit is het teken van het verbond, dat Ik heb opgericht tussen Mij en al wat op de aarde leeft.

God sluit dit verbond met alle mensen en dieren die uit de Ark kwamen (vers 10), en dat is ‘al wat op aarde leeft’ (verzen 10 en 17). Moeten we geloven dat God dit verbond alleen maar sloot met de paar dieren die uit de Ark kwamen, maar niet met de miljarden andere dieren in andere delen van de wereld, die nooit iets van het plaatselijke overstrominkje gemerkt hebben? Natuurlijk niet. God sloot dit verbond inderdaad met alle levende wezens die op dat moment bestonden, en die kwamen allemaal uit de Ark, want de vloed was wereldwijd.

We kunnen dus concluderen dat de contextuele gegevens erop wijzen dat erets in de Bijbelvertalingen terecht vertaald is met ‘aarde’. Genesis vertelt ons dus inderdaad dat de zondvloed wereldwijd was. Daarnaast zijn er nog andere problemen met het idee dat de zondvloed slechts plaatselijk was, maar wel alle mensen omkwamen. Deze problemen zullen we nu bespreken.

 

 

 

 

 

 

2. ‘Alle hoge bergen onder de ganse hemel…’

 

Laten we eens even stilstaan bij één specifieke passage:

Genesis 7
19 En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle [kol] hoge bergen onder de ganse [kol] hemel werden overdekt. 20  Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.

Dit vers alleen is al genoeg om een einde te maken aan alle pretenties van revisionisten om de zondvloed terug te schalen tot een lokaal overstrominkje. Hoewel het woordje kol een beperktere betekenis kán hebben, gaat die vlieger in dit geval niet op. Ten eerste wordt kol hier dubbel gebruikt binnen hetzelfde zinsdeel. Zoals in zoveel talen, betekent herhaling in het Hebreeuws dat er extra nadruk op gelegd wordt. Wat hier staat komt eigenlijk neer op: ‘alle, maar dan ook echt alle bergen…’

Ten tweede is het niet het woordje erets dat specificeert over welke hoge bergen hier gesproken wordt. Het is de frase ‘onder de ganse hemel’ die aangeeft over welke bergen gesproken wordt. Revisionisten kunnen dus onmogelijk beweren dat het hier alleen gaat over de bergen in het gebied waar de mensheid woonde. Vraag: “Welke hoge bergen stonden onder water?” Antwoord: “De hoge bergen onder de ganse hemel.”

Conclusie: ‘alle bergen onder de ganse hemel’ zijn echt alle bergen ter wereld.

Zelfs als we hier de woorden ‘alle’ en ‘onder de ganse hemel’ negeren, en er even van uitgaan dat het alleen de bergen in het Midden Oosten betreft, zitten revisionisten alsnog met een onoplosbaar probleem. De berg Ararat is 5137 meter hoog, en als deze berg ten tijde van de zondvloed al zo hoog was (hetgeen revisionisten geloven, i.t.t. creationisten), moet het water dus ook minstens zo hoog gestaan hebben.

Zelfs als we Ararat negeren, zijn er in het Midden Oosten nog een groot aantal andere bergpieken die behoorlijk hoog zijn. De Hermonberg, op de grens van Israël, Syrië en Libanon, is 2814 meter hoog. De welbekende berg Sinaï is 2285 meter hoog. Als de Sinaïberg ooit onder water heeft gestaan, moeten we alsnog te maken hebben met een gigantische overstroming, die de grootste delen van Eurazië en Afrika moet hebben aangetast. Water blijft immers niet op één locatie staan, maar stroomt alle kanten op, totdat overal ongeveer hetzelfde waterpeil bereikt is.

 

Water blijft niet op één locatie staan, maar spreidt zich uit, totdat overal waar het naartoe kan stromen ongeveer hetzelfde waterpeil bereikt is. Water kan onmogelijk een lokale berg bedekken, zonder tevens alle lagere delen van het continent te overstromen.

Dus ook een lokaal waterrampje in het Midden Oosten moet op continentale schaal verwoestingen hebben aangericht, en zal zéker veel geologisch werk hebben verzet. Om dit probleem te omzeilen, moeten revisionisten voor de locatie van hun plaatselijke zondvloedje dus op zoek gaan naar een wel zéér beperkt gebiedje, waar de ‘alle hoge bergen onder de ganse hemel’ slechts kleine heuveltjes zijn.

 

 

 

 

 

3. Een lokale zondvloed: hoe, wat en waar?

 

Dit brengt ons bij het volgende punt. Als de zondvloed slechts lokaal was, waar heeft deze dan plaatsgehad? En moeten er geen sporen van te vinden zijn?

Uiteraard zijn er in de loop der geschiedenis vele duizenden lokale overstromingen geweest, met allerlei oorzaken (hevige regenval, buiten hun oevers tredende rivieren, tsunami’s, damdoorbraken, smeltijs, veranderingen in zeeniveau, orkanen, et cetera). En vele van die plaatselijke overstromingen hebben sporen nagelaten.

Het ligt dus in de lijn der verwachting dat geologen en archeologen die in het Midden Oosten op zoek zijn naar ‘de zondvloed’ (die in hun ogen slechts een lokale aangelegenheid was), zo nu en dan een modderlaagje vinden waarvan ze denken dat het een overblijfsel van Noachs zondvloed is (terwijl het in feite afkomstig is van een klein overstrominkje dat ná de zondvloed heeft plaatsgevonden).

En inderdaad hebben (christelijke) archeologen die in een oude aarde geloven inmiddels al een hele reeks kandidaat-locaties naar voren geschoven, zoals de Mesopotamische Vallei, een vlakte in oost Turkije, het stroomgebied van de Kaspische Zee en de oostelijke Jordaanoever. Maar bij nader onderzoek blijkt keer op keer dat de zondvloed onmogelijk in het voorgestelde gebied plaatsgevonden kan hebben. Een bekend voorbeeld is een drie meter dikke kleilaag die in 1929 door Leonard Wooley werd gevonden tijdens opgravingen in Ur der Chaldeeën.

Later werd bij Kis, enkele honderden kilometers verderop, een zelfde soort kleilaag gevonden. Wooley, en velen met hem, trokken de conclusie dat ze de zondvloed gevonden hadden. Dit werd breed uitgemeten in de pers, en werd ook vermeld in Werner Kellers beroemde boek De Bijbel heeft toch gelijk (1955). In de geheel herziene vierde druk van dit boek (1978) moest dit echter weer herroepen worden. Om verschillende redenen konden de kleilagen onmogelijk van de zondvloed afkomstig zijn.

Zo bleek Ur zowel vóór als na de overstroming een bewoonde plaats te zijn geweest. Als de overstroming de zondvloed was, zou het wel heel toevallig zijn als Noachs nakomelingen, eeuwen later, op precies dezelfde plaats wederom een stad zouden bouwen. En ook al zou zoiets gebeuren, zouden we op z’n minst een onderbreking in de bewoning van Ur verwachten, en zelfs dat werd niet gevonden. Verder bleken de kleilagen van Ur en Kis in heel verschillende tijden te zijn afgezet, en dus niet het gevolg te zijn geweest van dezelfde overstroming.

Een ander voorbeeld is de theorie van William Ryan en Walter Pitman (al zijn dat seculiere geologen, geen christelijke revisionisten). Zij stelden in 1997 voor dat de Zwarte Zee duizenden jaren geleden aanzienlijk kleiner was dan tegenwoordig, totdat deze op catastrofale wijze volliep met water vanuit de Middellandse Zee, waarbij de Bosporus uitgesleten werd. Grote stukken land die eerst droog waren, vormen nu de bodem van de Zwarte Zee.

Op de zeebodem van de Zwarte Zee werden bovendien sporen van bewoning gevonden. Deze overstroming zou de basis zijn geweest voor het zondvloedverhaal. Maar ofschoon het heel goed mogelijk is dat de Bosporus op deze manier is ontstaan, kan deze overstroming onmogelijk de vloed geweest zijn waar Genesis over spreekt, zelfs als je de zondvloed onterecht interpreteert als een plaatselijke waterramp. Om maar iets te noemen: Genesis zegt dat het water aan het eind van de vloed weer wegstroomde. De Zwarte Zee is nog steeds een zee.

Het idee van een plaatselijke zondvloed heeft onderzoekers meer dan eens op een dwaalspoor gebracht. En nog altijd kunnen revisionisten niet de locatie van hun vermeende plaatselijke zondvloed aanwijzen. Het is enigszins ironisch dat revisionisten op zoek zijn naar dunne modderlaagjes van een plaatselijk zondvloedje, terwijl zich in het Midden Oosten honderden meters sedimentgesteente bevinden die door de echte (wereldwijde) zondvloed zijn afgezet.

Welbeschouwd is het sowieso moeilijk om je een plaatselijke zondvloed voor te stellen die in overeenstemming is met zowel het ‘miljoenen jaren’-paradigma als het zondvloedverslag in Genesis. Enerzijds mag de vloed niet te groot geweest zijn, want als er ook maar één bergje van bijvoorbeeld 1500 meter hoogte binnen dit gebied lag, moet het water ook zo hoog gestaan hebben. En als het water zo hoog gestaan heeft, moeten grote delen van Azië blank gestaan hebben. En dat is een onacceptabele conclusie voor revisionisten, die immers kritiekloos de standaard geologische modellen accepteren (en binnen die modellen is beslist geen plaats voor zo’n grote en zo’n recente catastrofe).

Anderzijds mag de overstroming niet te klein geweest zijn, om recht te doen aan de Bijbelse tekst (maar zoals we hierboven gezien hebben, doet eigenlijk geen enkele lokale vloed recht aan de tekst):

  • Het gebied moet zó groot geweest zijn, dat alle mensen zich erbinnen bevonden.
  • Het moet voor Noach nodig geweest een 150 meter lange Ark te bouwen. Als de vloed slechts regionaal was, had God hem (en de dieren) net zo goed de opdracht kunnen geven uit het gebied weg te trekken, net zoals Lot weg moest trekken uit Sodom. Alleen bij een wereldwijde zondvloed zou een Ark noodzakelijk zijn.
  • De vloed moet een jaar geduurd hebben (zeer ongebruikelijk voor waterrampen).

 

Overigens maakt de Bijbel heel duidelijk dat alle dieren omkwamen. Als de overstroming slechts lokaal was, kunnen veel dieren die op de grens van het ondergelopen gebied leefden de vloed overleefd hebben, door simpelweg een wandelingetje te maken richting het iets hoger gelegen gebied dat droog bleef.

 

 

 

.

4. Wanneer was de zondvloed?

 

Door de Bijbelse geslachtsregisters en chronologieën te combineren met archeologische dateringen van de ballingschap, valt te berekenen dat de zondvloed ongeveer 4500 jaar geleden plaatsvond. Dit plaatst revisionisten voor een dilemma: accepteren ze deze datering van de zondvloed, of niet? Beide opties zijn problematisch.

Revisionistisch model 3A: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om. De vloed vond enkele duizenden jaren geleden plaats.

Wat was ook al weer de reden dat revisionisten Genesis moeten herinterpreteren? Oh ja! Ze accepteren kritiekloos de miljoenen jaren die aan de aardlagen en fossielen worden toegedicht. Ze twijfelen niet aan de dateringtechnieken waarmee die hoge leeftijden vastgesteld zijn. Het probleem is dat, volgens de dateringsmethoden die revisionisten accepteren, de mensheid zich lang vóór de zondvloed al over de wereld verspreid had. Zo zouden de Aboriginals 40.000 jaar geleden Australië al hebben bewoond (en dit is slechts één van de voorbeelden). Als dat zo is, kunnen de Aboriginals niet van Noach afstammen.

Revisionistisch model 3B: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om. De vloed vond meer dan 40.000 jaar geleden plaats.

Om dat probleem te omzeilen, kiezen veel revisionisten ervoor de zondvloed te herdateren op meer dan 40.000 jaar geleden, zodat het nog steeds mogelijk is dat alle mensen van Noach afstammen. Maar om de zondvloed zo ver naar het verleden te schuiven, is het noodzakelijk om de geslachtsregisters in Genesis 11 extreem op de rekken. Genesis 11 vermeldt acht namen tussen Sem en Abraham. Revisionisten veronderstellen dat niet alle generaties zijn vermeld, maar dat er namen weggelaten zijn. En niet zomaar één of twee namen. Nee, vele honderden!

Het is echter niet waarschijnlijk dat het geslachtsregister in Genesis 11 gaten bevat, zoals in een toekomstig artikel uiteengezet zal worden. Het belangrijkste punt om nu te onthouden is dat revisionisten de Bijbelse tekst opnieuw naar hun eigen voorkeuren moeten herinterpreteren, om het in overeenstemming te brengen met de momenteel populaire theorieën.

Wat geldt voor de datering van de zondvloed, geldt ook voor de datering van de spraakverwarring. Er zijn echter goede argumenten voor een recente datering van de spraakverwarring (d.w.z. ongeveer 4000 tot 6000 jaar geleden) en tegen een datering van 40.000 jaar of langer geleden.

 

 

 

 

 

Conclusie

 

Christenen die de Bijbel in overeenstemming proberen te brengen met het idee van miljoenen jaren, moeten niet alleen Genesis 1 herinterpreteren. Ze komen ook in conflict met Genesis 2 (de schepping van Adam en Eva), Genesis 3 (de zondeval), Genesis 6-9 (de zondvloed), Genesis 11 (de spraakverwarring) en Genesis 5 en 11 (de geslachtsregisters).

De meeste revisionisten zien in dat het geloof in miljoenen jaren niet te verenigen is met een wereldwijde zondvloed, en proberen deze daarom terug te schalen tot een regionale gebeurtenis. Aan het idee dat niet alle mensen door de zondvloed omkwamen kleven grote theologische bezwaren, en de meest verstandige revisionisten kiezen dan ook voor een model waarin de zondvloed, ofschoon lokaal, tóch alle mensen uitroeide.

Maar ook dat model kent een aantal dodelijke problemen. Ten eerste kan het Hebreeuwse woordje erets (in alle Bijbelvertalingen terecht vertaald met ‘aarde’) gezien de context niet een beperkt gebied aanduiden. Ten tweede geeft Genesis 7:19 aan dat alle hoge bergen onder de ganse hemel onder water stonden, hetgeen overduidelijk aangeeft dat het om een wereldwijde overstroming gaat.

Ten derde is een al te kleine overstroming niet in overeenstemming te brengen met de Bijbelse omschrijving (alle mensen moeten in het gebied geleefd hebben, de noodzaak van een Ark, en de duur van de vloed). Ten vierde staan revisionisten voor een dilemma wat betreft de datering van de zondvloed.

Er is geen twijfel over mogelijk: de Bijbel spreekt over een wereldwijde zondvloed, en is daardoor onverenigbaar met de momenteel populaire ideeën over de extreme ouderdom van de aardlagen. Dat er een conflict is tussen wat de meerderheid der geologen zegt en wat de Bijbel zegt, betekent niet dat de Bijbel het bij het kortste eind heeft. Er zijn overtuigende aanwijzingen dat de aardlagen helemaal niet het product zijn van langzame (miljoenen jaren durende) processen, maar dat ze juist snel gevormd zijn, tijdens een gigantische overstroming: de zondvloed.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Een wereld beheerst door Satan en zijn engelenvorsten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Er gebeurt heel wat meer ‘boven onze hoofden’ dan wij beseffen. In een andere, onzichtbare werkelijkheid speelt zich veel af waar wij indirect en ook direct mee te maken hebben. Gebeurtenissen, strijd en ook tekenen die het wereldgebeuren en ook ons leven beïnvloeden. Ondanks het feit dat wij nauwelijks enig besef hebben van wat er zich in die vreemde, geestelijke wereld afspeelt, heeft de Gemeente van de Here Jezus Messias grote invloed op wat daar gaande is. Daarom is het belangrijk dat wij hier Bijbels zicht op hebben.

 

 

geestelijke strijd

geestelijke strijd

 

 

De machthebbers in die ‘vreemde wereld’ zijn momenteel intensief en koortsachtig tegen Israël aan de gang. Voordat we dieper ingaan op deze belangrijke materie kijken we eerst naar het voorbeeld van Job. Dat kan ons veel duidelijk maken. Tijdens zijn leven was Job zich niet bewust van wat er met betrekking tot zijn persoon en de rampen die hem overkwamen in die onzichtbare werkelijkheid, in een ‘hemels gewest’, plaatsvond. Job wist niet dat alles goed zou aflopen.

Hij had er geen idee van dat de Heer, Satan en engelen zeer geïnteresseerd meeluisterden toen Job met zijn vrienden en met God in gesprek was. Nog minder kon hij vermoeden dat er een soort ‘weddenschap’ tussen God en Satan meespeelde in zijn lijden en zware strijd. Misschien is hem na zijn overlijden geopenbaard dat zijn lijden en zijn houding model staan voor het lijden van Israël en ook voor veel persoonlijk lijden dat ons overkomt. Job is geen incidenteel voorbeeld.

Paulus legt ons uit dat er geestelijke machten zijn, en dat ze niet alleen maar toekijken. Wij moeten zelfs “worstelen … tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”  Efeziërs 6: 12.

Waarschijnlijk is Paulus zelf in zo’n ‘hemels gewest’, het paradijs, geweest. Hij heeft daar ‘onuitsprekelijke woorden’ gehoord – 2 Korntiërs 12 :2-4.

Ook heeft Paulus heel wat tegenstand en narigheid van die ‘machten’ ondervonden. Zo’n boze geest, een engel van satan, sloeg hem regelmatig – 2 Korintiërs 12 : 2-7.  Satan belette hem herhaaldelijk om naar de Griekse stad Thessalonica te gaan om daar de gemeente van de Here Jezus te onderwijzen en te versterken.

Hij werd door boze geesten tegengewerkt. Op Cyprus door een tovenaar Elymas en in een stad in Macedonië, Filippi, door een waarzeggende geest. Paulus was geen onbekende in dat duistere rijk, want “zijn (van satan) gedachten zijn ons niet onbekend”  2 Korintiers 12 :2-11.

Wat er gebeurt in het vanuit die ‘hemelse gewesten’ ligt ver buiten het gezichtsveld van veel gelovigen. Begrijpelijk, want het is ook een gevaarlijk terrein.

Er waren zeven zonen van een Joodse hogepriester, die zich onbeschermd met een van die ‘boze geesten uit de hemelse gewesten’ bemoeiden en een stevig pak slaag opliepen – Handelingen 19 : 13-20 Toch hebben we ermee te maken en zal de Gemeente van de Here Jezus in de nabije toekomst steeds meer met die machten te maken krijgen.

In onze tijd wordt het wereldgebeuren zeer intensief door die ‘wereldbeheersers’ en door ‘boze geesten in de hemelse gewesten’ beïnvloed. Vooral die ‘wereldbeheersers’ hebben het momenteel speciaal op Israël gemunt.

 

 

Machtige wapens

 

De Here Jezus bestreed die machten uit de hemelse gewesten met gezag en kracht. Vaak lezen we dat Hij onreine geesten uitwierp. Hij “genas allen die door de duivel overweldigd waren” Handel.10:38. We hebben dus een Medestander, een Vriend, die al die machten de Baas is. Deze Vriend heeft ons ook een beschermende wapenrusting (Efeziërs 6: 13-17) en drie machtige wapens in de confrontaties met die vijanden gegeven.

 

 

Het eerste wapen

 

Het eerste wapen is het Woord van God. Dat wordt het ‘zwaard van de Geest’ genoemd. Dus de Bijbel is het aanvalswapen dat de Heilige Geest gebruikt.

 

 

bijbel-mooi

 

 

 

Het tweede wapen

 

Het tweede wapen is een eerbiedig, maar vastberaden gebruik van de Naam van Jezus van Nazareth, de Zoon van God. In die Naam is bescherming, ontzagwekkend gezag en oneindige kracht. De apostelen handelden met groot gezag in de Naam van Jezus. Machten uit die ‘onzienlijke wereld’ onderwierpen zich in Jezus’ Naam aan hen. Gebonden mensen werden bevrijd. De Here Jezus gebruikte het wapen van het Woord in de strijd tegen de Tegenstander, Satan.

 

 

image464

 

 

 

Het derde wapen

 

Het derde wapen is volhardend gebed.

 

 

gebed2

 

.

.

Modellen

 

In het Bijbelboek ‘Openbaring’ krijgt Johannes verschillende keren te zien wat zich in de hemel afspeelt. Ook Mozes, David, Jesaja, Ezechiël, Daniël en Zacharia hebben een glimp van de hemelse werkelijkheid opgevangen en aan ons doorgegeven in de Bijbel.

Allen waren zeer diep onder de indruk van de hemelse heerlijkheid en van de majesteit van God en van Jezus de Messias. Opvallend is dat veel aardse voorwerpen, gebouwen en ceremonies model blijken te zijn van een realiteit in de hemel. Er was een ‘hof van Eden’, een paradijs op aarde en er is een ‘Hof van God’, een Eden, in de hemel (Ezechiël 28:13).

Er is een aards Jeruzalem en een hemels Jeruzalem (Hebreeën 12:22 en Openbaring 21). De tabernakel was gemaakt naar een model dat Mozes op de berg Sinaï van God had gekregen (Exodus 25:8-40 en Hebreeën 8:5). De Tempel werd door Salomo gebouwd volgens het model dat hij van zijn vader David had ontvangen. David had het model van God gekregen en was “onderricht over de hele uitvoering van het ontwerp”  1Kronieken 28 : 11,12,19).

Er is een ark in de hemel en er was er een op aarde -Openbaring 11 :19.  Er wordt gesproken over een ‘berg Sion in de hemel’ en er is een berg Sion op aarde – Hebreeên 12 : 22. Er is strijd in de hemelse gewesten en parallel daaraan strijd op aarde. Om de oorlog van de ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ tegen Israël beter te begrijpen, nu iets over het ‘model’ van Israël in de hemel. Het woord ‘model’ staat tussen aanhalingstekens omdat het hier om een teken in de hemel gaat. Belangrijk is bij het volgende voortdurend twee dingen voor ogen te houden: Het gaat om tekenen en om gebeurtenissen die in de hemel plaatsvinden.

 

 

 

Een prachtige vrouw

 

In Openbaring 12 worden twee ‘tekenen’ beschreven. Het eerste wordt ‘een groot teken’ genoemd en het tweede ‘een ander teken’. Het ‘grote teken’ is een hoogzwangere vrouw, die oogverblindend straalt als de zon. De maan is onder haar voeten en 12 sterren zijn op haar hoofd. Deze vrouw stelt Israël voor.

Het ‘andere teken’ is een draak. Dus Satan, Lucifer, de ‘overste van deze wereld’, de slang, wiens tegenbeeld op aarde de antichrist, de ‘zoon van het verderf’ is.

 

 

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

.

 

Eerste teken

 

De vrouw is zwanger van “een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf”. Dit is een duidelijke verwijzing naar Psalm 2, waarin het optreden van de messiaanse Koning wordt voorzegd. Die koning is de Zoon, waarvan Psalm 2:12 zegt:Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne”. Eén van de belangrijkste taken van Israël is het voortbrengen van de Messias.

De hele contekst van dit hemelteken uit Openbaring 12 duidt op Israël. De ark van het verbond in de hemel wordt weer zichtbaar – Openbaring 11:19.. Dus God pakt zijn verbonden met Israël weer op. Opvallend is dat de vrouw ‘straalt als de zon’. Het gaat in dit hemelteken om de ‘geboorte-in-de-hemel’ van de Koning-Messias, de Bevrijder.

 

 

Tweede teken

 

Hij wordt hier ‘de draak’ genoemd. Een gruwelijk, angstaanjagend wezen. In Ezechiël 28 krijgen we een ander beeld van die ‘draak’. Hij wordt getekend als een machtige en schitterende engel, die een vooraanstaande positie als ‘beschuttende cherub’ op de ‘berg der goden’ vervulde. Deze engel kwam in opstand tegen God. Hij wilde zich zelfs ‘aan de Allerhoogste gelijk stellen’ -Jesaja 14:14.

Hij staat voor de vrouw en wil het Kind verslinden. Hier wordt de oorsprong en het begin van alle antisemitisme en antizionisme onthuld. Opstand tegen de Almachtige en verzet tegen zijn plan om de wereld te verlossen. Een verlossing waarbij ‘de vrouw’, Israël, ingeschakeld wordt. In de hemel wordt de Zoon naar het hoogste ‘hemelse gewest’, naar de troon van God gebracht. Op aarde vervolgt de draak de vrouw. Deze vervolgingen van het Joodse volk duren nu al zo’n 3.500 jaar sinds de ‘geboorte’ van Israël, tijdens de uittocht uit Egypte.

In de eindtijd, als de draak uit de hemel gejaagd is, zal ‘de vrouw’, Israël, gedurende 1260 dagen (3,5 jaar) in de woestijn door God worden beschermd. Het teken van de draak onthult ook de oorsprong van al die ‘boze geesten in de hemelse gewesten’, die de mensheid op aarde trachten te overheersen en te vernietigen. De draak sleepte een derde van de engelen mee in zijn val.

Binnenkort zullen al die boze machten uit dat hemelse gewest gejaagd worden. In de tijd van Job waren ze er nog, want Satan verscheen voor Gods troon. In de tijd van de profeet Zacharia (omstreeks 500 v.Chr.) waren ze er ook nog, want we lezen dat Zacharia in een visioen zag dat de hogepriester Jozua voor de Engel van de HERE stond, “terwijl de satan aan zijn rechterzijde stond”  Zacharia 3:1-2.

In de tijd van Paulus zaten ze er nog, immers hij spreekt over “de boze geesten in de hemelse gewesten”, waartegen we moeten worstelen. Pas na een grote oorlog in de hemel tussen de draak en zijn engelen en de aartsengel Michaël en zijn engelen worden ze eruit gegooid en op de aarde geworpen – Openbaring 12:7-9.

Als Satan, de slang, op aarde is gegooid komt er een enorme vervolging van Israël en van mensen die “het getuigenis van Jezus hebben. Gelovige Joden en christenen worden dan zwaar vervolgd.

De eerste tekenen van deze situatie zijn al zichtbaar. Satan begint dan zijn laatste poging om de aarde onder controle te krijgen. Immers in Openbaring 13:1 lezen we dat, direct nadat de draak op aarde is gegooid ‘het beest’ uit de zee verschijnt. Het rijk van de antichrist en zijn profeet breekt dan aan.

 

 

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Oude en moderne geschiedenis

 

Op aarde is de strijd van de draak tegen de vrouw, tegen Israël, al 3.500 jaar aan de gang. In alle oorlogen tegen Israël en bij alle pogingen om het Joodse volk tot afgoderij te verleiden of uit te roeien zijn geestelijke machten, volgelingen van de draak, betrokken. Bij de uittocht uit Egypte streed God niet alleen tegen de Farao, maar Hij “oefende gerichten tegen alle goden van Egypte”  Exodus 12:12. Achter het verzet van Farao tegen de uittocht stonden dus geestelijke machten.

Dat was ook het geval bij Babel. Niet alleen op wereldlijk, menselijk vlak worden Babel en Assyrië gestraft om wat ze Israël hebben aangedaan. Ook hun ‘goden’, die ook wel ‘engelvorsten’ worden genoemd, worden te schande gemaakt (Jesaja 46:1 en Jeremia 50 :2).

De profeet Daniël kreeg ook te maken met dergelijke ‘wereldbeheersers’. Dat waren de engelvorsten van het toenmalige wereldrijk Perzië en Griekenland. De aartsengel Michael, die trouw is aan  God, is de engelvorst die voor Israël strijdt (Daniël 10:21 en Daniël 12:1). Hij voerde oorlog tegen die ‘vorsten van Perzië en van Griekenland’.

De ‘wereldbeheersers’ zijn machten die de wereld willen beheersen. Ook sterke, geestelijke machten die over een land willen heersen. Ook boze geesten die mensen willen overheersen. Over die engelvorsten heeft de Eeuwige aan Mozes het volgende geopenbaard:

Die afgoden en hun beelden mag Israël beslist niet aanbidden wantdie heeft de Here, uw God toebedeeld aan alle volken onder de hele hemel – terwijl de HERE u heeft genomen… om voor Hem te zijn tot een eigen volk”  Deuteronomium 4:16-20.

 

De goden van de volken, de ‘engelvorsten’, zijn afgoden die door veel volken ‘verbeeld’ worden door beelden Alleen de God van Israël is de ware, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde. “Want alle goden van de volken zijn afgoden, maar de HERE heeft de hemel gemaakt” -Psalm 96 :5

De Here Jezus noemt de leider van die engelvorsten ‘de overste van deze wereld’ (Johannes 12 :31). Deze machten proberen Israël te vernietigen en zetten de wereld op tegen Gods volk.  Aan het kruis heeft de Here Jezus al die machten overwonnen. Jezus is Overwinnaar!

Maar nu is er nog strijd . Binnenkort worden die machten uit de hemel geworpen en zal de strijd nog zwaarder worden totdat Jezus komt! Maar nu en ook tijdens de verdrukking als satan op aarde geworpen is, geldt: Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”  Openbaring 12:11.

 

 

de overste van deze wereld

de overste van deze wereld

 

 

 

Machten tegen Israël

 

 

Satans invloed op de islam

 

Sommigen in de islam worden onder invloed van boze geesten geïnspireerd om de wereld te veroveren en de islam aan iedereen op te dringen. Uitspraken van hun leiders liegen er niet om. Hun ‘engelvorst’ is de wrede maangod. Tot grote ergernis van die afgod heeft de vrouw uit Openbaring 12 ‘de maan onder haar voeten’. Israël is voor de islam het grote obstakel dat hun plannen in de weg staat.

Jeruzalem, de stad van de Grote Koning van Israël, is hun eerste doel. Vandaar dat al die machten zich steeds meer op Jeruzalem richten. Er zijn al verschillende confrontaties geweest tussen de afgod van de islam en de God van Israël. Denk aan de oorlogen die de islamitische buurlanden tegen Israël hebben gevoerd en hebben verloren.

 

 

 

De macht achter het Vaticaan

 

Ook het Vaticaan, de RK kerk eis de wereldmacht op. Eeuwen lang ‘regeerde’de RK kerk over Europa. Verdragen met de Palestijnse Autoriteit en met Israël, aankopen van grond, druk op de EU om Jeruzalem te internationaliseren zijn zichtbare activiteiten van het Vaticaan om Jeruzalem in handen te krijgen. De strijd om de wereldmacht is al eeuwen aan de gang.

 

 

 

De EU 

 

De EU, het herstelde Romeinse Rijk, is hard op weg om het eindtijd rijk van de antichrist te worden. Dus ook hier spelen duidelijke anti-Israël krachten in de vorm van steun aan het Palestijnse moslim terrorisme en druk om Jeruzalem te internationaliseren. De oude Griekse en Germaanse goden worden weer van stal gehaald in landen van de EU. Tijdens WO II was er een vreselijke aanval, de Holocaust, geleid door die duistere, Germaanse goden op het Joodse volk.

 

 

 

De VN 

 

Ook de VN streeft naar de wereldmacht. Binnen de VN heerst een bijna virulente anti-Israël houding. Hier wordt de wereldreligie van de profeet van de antichrist voorbereid. De Nieuwe Wereldorde staat al enige tijd op stapel. De macht achter de VN is ‘de overste van deze wereld’, is satan zelf. Aan het einde van de zeven jaren van de antichrist zal ‘de Koning van de koningen en de Here van de heren’ die antichrist laten grijpen en hem laten gooien in ‘de poel van vuur’.

 

 

 

De VS 

 

Ook de VS streeft naar een zekere macht over de wereld om de Amerikaanse belangen veilig te stellen. Deze engelvorst heet Mammon, de afgod van geld en macht. In de VS zien we in de geestelijke strijd iets belangrijks gebeuren. Er in de VS een sterke, Bijbel getrouwe kerk. Miljoenen gelovigen en hun leiders die achter Israël staan en voor het land bidden. Dat heeft de VS decennia op de been gehouden. Die engelvorst heeft daar sterke tegenstand.

De Gemeente van de Here Jezus heeft de opdracht om voor ‘koningen en hooggeplaatsten’ te bidden om in een rustig en eerlijk land zonder onderdrukking of corruptie te leven. Gebed voor de overheid ook ter wille van een diepe wens van de Heer Zelf: “…God, onze Heiland die wil dat alle mensen behouden worden”  1Timoteüs 2 :3-4. De Gemeente is dus de belangrijkste tegenkracht tegen de vernietigende invloed van die de afvallige engelvorsten uitoefenen.

 

 

Gog 

 

Gog, de grootvorst van Magog. Een ‘moderne’ engelvorst is de macht die achter Rusland staat. Hij heet Gog. De oorlog van Gog en zijn medestanders tegen Israël wordt beschreven in Ezechiël 38-39. Iran (Perzië) zal één van zijn bondgenoten zijn. We zien nu al die as Rusland, Perzië en een aantal Arabische landen. Ook Gog heeft al eens een smadelijke nederlaag geleden in een confrontatie met de Allerhoogste van Israël. Dat gebeurde in 1989.

Voor die tijd, toen Rusland nog communistisch was, konden de Russische Joden niet uit Rusland weg en naar Israël. Toen sprak God zijn machtswoord tegen Gog, de engelvorst van Rusland: “Ik zeg tot het Noorden: GEEF!”  Jesaja 43 :6. De Berlijnse Muur viel, het communistische wereldrijk stortte in en nu zijn er al 1,2 miljoen Russische Joden terug. Nog meer zullen er binnenkort volgen.

 

 

gogmagog

 

 

 

Wat nu ?

 

We leven in een heel spannende tijd. Satan weet dat hij weinig tijd heeft. De ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ werpen zich op Israël en op alles wat Bijbel getrouw wil zijn. Aan de andere kant zien we machtige werken van de God van Israël. Hij komt tot zijn doel met Israël en het Evangelie gaat met grote kracht en grote snelheid over de wereld.

Individuele gelovigen worden ook niet met rust gelaten door die machten. In het midden van die strijd staat de Gemeente van de Here Jezus. Door Hem en in zijn Naam hebben wij toegang tot de Troon van de Allerhoogste. Gebed is het machtigste wapen dat Hij ons heeft gegeven. Wij bidden voor Israël, steunen de verkondiging van het Evangelie en staan voor elkaar op de bres.

Tegelijk gebruiken we het tweede wapen dat ons is gegeven: Het Woord van God. Wij proclameren Gods woorden over Israël en staan zo als wachters op de muren van Jeruzalem. Wij brengen Gods Woord van verlossing aan een verloren wereld. En wij proclameren Gods Woord als satan ons aanvalt. Zo overwinnen wij door “het bloed van het Lam en door het woord van hun (ons) getuigenis  Openbaring 12:110.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

God en de regenboog

Standaard

categorie : religie

 

 

 

arkvannoach

 

 

 

Het zondvloed verhaal

 

In het eerste boek van de Bijbel, Genesis, wordt een zondvloed beschreven. Er wordt verteld hoe God aan No-ach de opdracht geeft een ark te bouwen. Er zal een grote vloed komen die alle leven, mens en dier zal vernie-tigen omdat er groot onrecht en ongeloof onder de mensen is ontstaan. Van alle dieren neemt Noach een paar aan boord. Nadat Noach met zijn vrouw en kinderen aan boord gegaan is, komt er inderdaad een grote vloed die alles vernietigt.

Na veertig dagen en veertig nachten ronddobberen zendt Noach een raaf uit die niet meer terug komt. Dan zendt hij een duif uit om te zien of er al ergens land is. De duif keert eerst terug. De volgende keer dat Noach de duif uitzendt keert het dier terug met een olijftak. De derde keer komt het dier helemaal niet meer terug. Zo weet Noach dat de wereld weer bewoonbaar is. Uiteindelijk strandt Noach in het Ararat gebergte.

 

Zie Ik richt mijn verbond met u op en met uw nageslacht en met alle levende wezens. Als Ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal Ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen u en al wat op aarde leeft.(Gen 9: 16)

 

Zoals de regenboog de aarde omspant, zo omspant Gods trouw de wereld Die trouw ligt vast in het verbond  met Noach

 

De regenboog  zien we als de zon laag aan de hemel staat. Als de regendruppels door het zonlicht vallen gedra-gen zij zich als prisma’s en splitsen zij het licht in regenboogkleuren. Elke regendruppel heeft zijn eigen regen-boogje.

 

 

fullrainbow

 

 

 

Symbool

 

Zoals de regenboog de aarde omspant, zo omspant God met zijn oeverloze liefde en ontferming de wereld. De veelkleurige regenboog wordt teken van zijn trouw die vastligt in het verbond dat Hij met Noach sluit. Het Noa-chitische verbond draagt een ander karakter dan Gods verbond met Abram en Mozes. Het verbond met Noach is een bondgenootschap met al wat leeft.

 

 

 

Niet de God van de rampen

 

God is niet de God die achter en boven de rampen staat. Het zondvloed verhaal wil ons daarentegen leren dat wij nergens zeker van zijn. Hoe groot is in dit opzicht het verschil met het verhaal dat ons wil wijsmaken dat er meer-dere goden bestaan en dat wij mensen slachtoffers zijn van hun grillen.

 

 

 

 Mens geen slachtoffer

 

God beschouwt de mensen als zijn bondgenoten. Net als de eerste hoofdstukken van het boek Genesis is het gericht tegen het  pure heidendom van de volken rondom Israël. Het is geschreven tegen de afgoden van Egypte en Babel, tegen de idee dat de zon en de maan goden zouden zijn, tegen de idee dat de God van Israël de God van de rampen is waar de wereld vol van is. Hij is niet de God van het water, de God die er plezier aan beleven zou dat de wereld ondergaat.

 

 

 

 God van het leven

 

Hij is niet de God van de dood, maar de God ven het leven. Terecht werd het zondvloed verhaal gelezen met Pa-sen. God wil niet dat deze wereld kapot gaat. Hij wil dat de mens leeft. Zoals Paulus schrijft:

 

Ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven noch heden noch toekomst, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van  de liefde van God, die is in Messias Jezus, onze Heer (Rom8:38 en 39).

 

 

Regenboog in de Bijbel

 

De regenboog wordt in het Oude Testament met hetzelfde Hebreeuwse woord aangeduid als de boog van de strijder. In het overige Oude Testament is de boog van God een symbool van Gods toorn. De regenboog die na de zondvloed in de wolken verschijnt (gen. 9,12-17) is echter het symbool van Gods genade en een teken van het verbond tussen Mij en de aarde.

Toch moet er samenhang bestaan tussen deze beide voorstellingen: het feit dat de strijdboog van God in de wolken geplaatst werd zal verhinderen dat de wateren ooit zullen zwellen tot een zondvloed. De toorn richt zich dus tegen de wateren; het gevolg daarvan is een zegen voor de mensheid.

Ez 1,28 let alleen op het grootse van het natuurverschijnsel en beschouwt het als een passende vergelijking voor de heerlijkheid van God. Orthodoxe joden zullen, als ze een regenboog zien, altijd een kort gebed als dank uitspreken.

 

En God vervolgde:

‘Als teken van dit verbond tussen mij en de aarde, plaats ik mijn boog in de wolken. Steeds als ik boven de aarde de wolken samen drijf en de regenboog in de wolken zichtbaar wordt, zal ik denken aan het verbond met jullie en met alle andere levende wezens. Nooit zal er meer een watervloed komen die alles wat leeft, weg zal vagen. Als ik de boog in de wolken zie, zal ik denken aan het verbond dat voor altijd zal bestaan tussen mij en alle levende wezens op de aarde.

 

 

In het Nieuwe Testament wordt een klassieke Griekse term gebruikt voor de lichtschijn rondom de troon van God (Openb 4,3) en het hoofd van de engel.

 

 

Openbaring hoofdstuk 10 : De verkondiging van De Blijde Boodschap

Openbaring hoofdstuk 10 : De verkondiging van De Blijde Boodschap

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

De Regenboog als symbool

 

In vele culturen werd de regenboog beschouwd als een vriendelijk gebaar van God aan de mensen. In de Bijbel verschijnt er na de zondvloed een regenboog, als teken dat God nooit meer een zondvloed over de aarde zal la-ten gaan; de regenboog is als het ware zijn handtekening van dit verbond tussen Hem in de hemel en zijn men-sen op aarde. In de christelijke kunst wordt Christus vaak afgebeeld als wereldheerser, zittend op de regenboog. De regenboog geldt daar ook als symbool van verzoening tussen God en de mensen.

In het christendom van de middeleeuwen werden de drie hoofdkleuren van de regenboog symbolisch uitgelegd: blauw als de kleur van de zondvloed, rood als de kleur van de wereldbrand en groen als de kleur van de nieuwe aarde. Anderen hebben meer aandacht voor de zeven kleuren en leggen ze uit als de zeven gaven van de Heilige Geest. Soms wordt de regenboog gezien als symbool voor Maria, die de voorspraak is voor de mensen op aarde bij God in de hemel. Zo ontstond de devotie voor Onze Lieve Vrouwe van de Hemelboog (= Iris). Volgens een Spaans voornaamwoordenboek is de vrouwennaam Iris daarvan afkomstig.

 

 

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum

Pasteltekening van John Astria

 

 

In de islam heeft de regenboog vier basiskleuren: rood, geel, groen en blauw, zinnebeelden van de vier elemen-ten: vuur, aarde, lucht en water. In het oude China beschouwde men de regenboog als de vereniging van yin en yang. Soms werd de regenboog daar voorgesteld als een slang met een kop aan allebei de uiteinden: de ene zoog het water op uit de noordelijke zee om het via de andere kop in de zuidzee weer uit te spuwen.

Dit gegeven komt ook voor in de culturen van Afrika, India en de indianen: dan stelt men zich de regenboog voor als een draak (symbool van vruchtbaarheid!), die zijn dorst lest in de zee. Bij sommige stammen in Afrika ziet men de regenboog ook als brenger of bewaker van schatten. Of als een beschermende arm om de hele aarde!

De Inca-indianen hadden een bijzondere verering voor de regenboog. Zij had te maken met de zonnegod. De Inca-vorsten die zich beschouwden als afstammelingen van de zon, beeldden hem af op hun wapens en schilden. Andere indianen-culturen zien in de regenboog een ladder waarlangs je naar de hemel kunt klimmen.

Hindoes en boeddhisten geloven dat wie in het stadium van de regenboog aanbelandt, op de drempel staat om het ideaal te bereiken, en op te gaan in de gelukzalige stilte. In het volksgeloof wordt vaak verteld dat de regen-boog rijkdom en voorspoed zal brengen. Waar haar uiteinden de aarde raken zou een pot met goud te vinden zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

JOHN ASTRIA

Waarom zijn er processies in de kerk?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Waarom houdt de Katholieke Kerk processies?

 

 

.
.
.
.

Een processie is vanouds een plechtige omgang van geestelijken en gelovigen binnen of buiten het kerkgebouw. Men zingt liederen en hymnen en bidt litanieën en andere gebeden.

.

 

Het eerste moment

.

We beginnen bij de Joodse traditie, het Loofhuttenfeest. Bij het Loofhuttenfeest wordt aan de doortocht van het bevrijde volk door de woestijn gedacht. Daarom moet men tijdens dit feest zeven dagen in een hut van bladeren wonen. Bij dit feest wordt een palmtak in de hand gehouden (Lev. 23: 40). Tijdens de dagelijkse rondgangen om het spreekgestoelte en tijdens het reciteren van de Hallel (de lofpsalmen 113-118).

Vóór de verwoesting van de Tempel, vond de dagelijkse rondgang plaats om het brandoffer altaar. De laatste dag liep men dan zevenmaal om het altaar. Er werden op die dag veel offers gebracht, Levitische gezangen gezongen en overal werd het plechtige geschal van de zilveren trompetten van de priesters gehoord.

’s Avonds werd het indrukwekkende schouwspel van de Tempel, met zijn drommen pelgrims, schitterend verlicht door de grote kandelaars in de voorhof der vrouwen en door de gloed van talloze fakkels die rondom in de voorhoven van de Tempel waren geplaatst.

Daarmee was het Loofhuttenfeest ook een echt lichtfeest. In later tijden is in Jeruzalem een uitbundig ‘waterschepfeest’ aan het Loofhuttenfeest toegevoegd. In een plechtige processie werd water, dat uit de Siloam-bron geschept was, naar het tempelplein gebracht om daar uitgegoten te worden. Dat ging gepaard met zeer grote vreugde. In de gebeden werd God gevraagd om Zijn zegen en om regen in het nieuwe seizoen.

 

 

Het tweede moment 

.

Later in de Bijbel lezen we ook over een processie. De ark van God was drie maanden in het huis van Obed-Edom geweest, tot David de ark feestelijk overbracht naar Jeruzalem. We lezen hierover in 2 Sam. 6:

“zo ging David heen en haalde de ark Gods uit het huis van Obed-Edom opwaarts in de stad Davids, met vreugde. En het geschiedde, als zij, die de ark des Heren droegen, zes treden voortgetreden waren, dat hij ossen en gemest vee offerde. En David huppelde met alle macht voor het aangezicht des Heren.  Alzo brachten David en het ganse huis Israëls de ark des Heren op, met gejuich en met geluid der bazuin.”

De bedoeling van de processie is duidelijk, God de eer brengen. De ingrediënten van Davids’ processie zijn hetzelfde als bij de huidige processies: muziek, offeren, plechtige optocht, speciale kleding, dansen en bidden. Op die wijze publiekelijk je geloof belijden en aan iedereen laten zien dat je God lief hebt kan aanstoot geven. zo kreeg David commentaar van zijn vrouw Michal:

“Als nu David wederkwam, om zijn huis te zegenen, ging Michal, Sauls dochter, uit, David tegemoet, en zeide: Hoe is heden de koning van Israël verheerlijkt, die zich heden voor de ogen van de dienstmaagden zijner dienstknechten heeft ontbloot, gelijk een van de ijdele lieden zich onbeschaamdelijk ontbloot? Maar David zeide tot Michal: Voor het aangezicht des Heren, Die mij verkoren heeft voor uw vader en voor zijn ganse huis, mij instellende tot een voorganger over het volk des Heren, over Israël; ja, ik zal spelen voor het aangezicht des Heren.”

Davids geloof was ook een publieke zaak. Heel het volk was erin betrokken en de intocht van de ark was een publieke gebeurtenis.

 

 

De 10 geboden voor de eeuwigheid

De 10 geboden voor de eeuwigheid op de arc van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Het derde moment

.

 

Het derde moment is de plechtige intocht van Christus in Jeruzalem. In Joh. 12 lezen we:

“Des anderen daags, een grote schare, die tot het feest gekomen was, horende, dat Jezus naar Jeruzalem kwam, namen de takken van palmbomen, en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: Hosanna! Gezegend Hij, Die komt in den Naam des Heeren, Hij, Die is de Koning Israëls!”

Ook hier een publieke optocht, midden door de stad, met gezang, feest, palmtakken en kleren op de weg.

Die palmtakken komen nog eens terug in Openbaringen 7:

“Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen. En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam.”

 

 

04-03_palm_2

 

.

 

Het huidige moment

.

Het Katholieke Paasfeest begint met Palmzondag waar de intocht van Jezus in Jeruzalem centraal staat. Op Palmzondag vervulde Jezus wat in het Oude Testament wordt voorspeld:

” Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.”(Zach. 9: 9).

Christus koningschap en zijn vorstelijke onthaal in Jeruzalem moeten gezien worden in het licht van het koninkrijk Gods, dat door Lijden en Opstanding nabij wordt gebracht. Christus intocht in Jeruzalem wordt in de christelijke traditie gevierd met een Processie. Uit pelgrim verslagen blijkt dat dit in Jeruzalem al in de 4e eeuw ingeburgerd was.

De Palmpasen processie vond langzaam maar zeker ook in het Westen ingang, het eerst in Spanje in de 7e eeuw, en stond tot aan de Reformatie in hoog aanzien. Tijdens de Palmpasen processie zwaaien de Katholieke gelovigen met een palmtak. Ze blijven dat doen, tot de tijd waarover Openbaringen schrijft, waarbij de schare zwaait met palmtakken gekleed in lange witte gewaden.

 

 

 

Processies voor heiligen

.

Een processie is ook een plechtige optocht van geestelijken en gelovigen, waarbij de godsvrucht, boetedoening en het richten van dank- of smeekbede tot God of een heilige versterkt wordt. Een belangrijk element van processies is dat een heilige of God vereerd wordt.

Een voorbeeld is de sacramentsprocessie waarbij het Allerheiligste in een monstrans op plechtige wijze door de priester door de straten van een stad of dorp gedragen wordt. Bij deze vorm is het doel de verering en aanbidding van God.

 

 

image

 

 

 

 Mogen we ook relikwieën ronddragen en vereren (NB niet aanbidden)

.

Allereerst is het belangrijk om bij heiligen, waarvan de relikwieën soms rondgedragen worden, te bedenken dat zij navolgers waren van Christus. In de verering van de heilige vereer je dus eigenlijk Christus die de heilige zo vroom navolgde. Verder is het lichaam een tempel van de Heilige Geest, geheiligd door de Geest die in ons woont, en daarmee alle eerbied en verering waardig.

Tenslotte is het vele malen zo geweest dat God wonderen gedaan heeft, waarbij Hij de relikwieën van heiligen gebruikte. Denk aan de botten van Elia (2 Kon 13), het kleed van Jezus (Matt. 9) en de zweetdoeken van Paulus (Hand. 19). Daarmee bezitten die relikwieën geen magische kracht, maar bedient God zich wel van materie die Hij zelf geschapen en geheiligd heeft.

Een processie is ook een publieke daad en getuigenis van ons geloof in God. Het is een teken dat er geen neutraal terrein bestaat. Het geloof is niet alleen iets van de binnenkamer, maar ook van de straat, alles behoort Hem toe.

Alle uiterlijkheden hebben hierbij een diepere betekenis. De lichaamshouding die vroomheid, eerbied, vreugde, of nederigheid uitdrukt. De kleding die past bij een feestelijke gebeurtenis of bij boetedoening. De muziek en het gezang. De palmtakken die verwijzen naar Christus Koninklijke intocht. Zo kan heel het volk de hulde zien die wij brengen aan onze Koning, zoals je een belangrijk koning groots inhaalt, met alle egards met muziek en vlaggen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA