Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Proverbs 11-13 • Money and possessions/Geld en bezittingen
.
Paul LeBoutillier
.




De National Geographic Society heeft een ontdekking gesponsord en gepubliceerd die bekend is geworden als het verloren evangelie van Judas. Dit was slechts een deel van een codex (gebonden boek uit de late oudheid of middeleeuwen) die vele verschillende geschriften uit uiteenlopende ideologieën bevatte. De kopie van dit evan-gelie is het meest spraakmakende onderdeel van een codex (boek), die in Egypte is gevonden en waarschijnlijk rond 350 na Christus gedateerd moet worden. Het is geschreven in hetzelfde koptische dialect als de beroemde Nag-Hammadigeschriften, die in 1945 werden ontdekt in een kruik in Egypte. Circa vijfenzeventig procent van de codex is leesbaar.
Het eerste wat men moet doen met een zogenaamd “verloren evangelie” is het zelf lezen. Wanneer men er in slaagt om je door het verloren evangelie van Judas te worstelen, zal men beamen dat het moeilijk is om er ook maar iets van te geloven. In slechts zeven pagina’s aarzelt het geschrift over de vraag of Judas de 12e of de 13e discipel was. Het schrift zegt dat Christus in andere vormen verschenen is, en vertrok om Zich naar andere, niet-menselijke “generaties” te begeven.
De tekst stelt dat Christus “uit het onsterfelijke rijk van Barbelo” afkomstig was en dat Hij de reïncarnatie van Seth was. De tekst bedoelt niet Seth, de derde zoon van Adam en Eva, maar Set, de Egyptische god van het kwaad. In de wereld van de 2de-eeuwse gnostiek, een vorm van mystiek vroeg christendom, is Barbelo de goddelijke ‘Moeder’. Zij is het eerste voortbrengsel van de ‘Ene Ware God’. Haar rijk is dus een van de allerhoogste hemelen.
Ook zegt de tekst dat Christus niet gestorven is voor onze zonden of om ons te redden, maar dat Hij in wezen zelfmoord pleegde om Zijn geest te bevrijden, die blijkbaar gevangen zat in Zijn lichaam. Verder staat er dat wij geleid worden door sterren, en dat God niet bestaat. Er is wel een soort kwaadaardige wolk die “God” baarde welke men de engel die Zelfveroorzaakt noemt. Vervolgens er zijn andere engelen en wezens die verder nergens in de Schrift genoemd worden, maar gemeengoed zijn in het Gnosticisme ( de leer van geheime, verborgen kennis )
Dit verloren Evangelie moet absoluut niet serieus genomen worden. Dit had met een gulle lach afgedaan moeten worden, maar in plaats daarvan wordt het breed uitgemeten op de National Geographic website, op televisie en in twee boeken als zou het een grote openbaring zijn. Het verloren evangelie laat ons zien wat voor troep terzijde geworpen is en geen deel mocht uitmaken van onze Bijbel. Dit soort rommel is wat de vroege Kerkleiders verwierpen tijdens bijeenkomsten zoals het concilie van Nicea en de Oecumenische Concilies.
Boeken zoals dit “Evangelie van Judas” zijn afkomstig van de Alexandrijnen. Het was Arius van Alexandrië die beweerde dat Jezus niet God.Dit was de aanleiding voor het eerste concilie van Nicea en de geloofsbelijdenis van Nicea. Rond 100 na Christus ontstond er onrust onder een groep Alexandrijnen over de snelle en onverklaarbare verspreiding van het christendom door de hele bekende wereld. Zij besloten om het christendom te vernietigen door het volk te overspoelen met nep-evangeliën die het christendom verdraaiden en vervormden totdat het niets meer voorstelde. Zij waren Gnostici, die geloofden in mystiek en kosmologie. Hun pogingen mislukten, want God is sterk. Hij is machtig genoeg om ons Zijn Woord te geven en het in stand te houden, volledig en heilig. Zijn Woord zegt:
(1 Korintiërs 15:1-2)“…het Evangelie dat ik u verkondigd heb…is uw redding. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen”
(2 Timoteüs 3:16) “Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd”
( Openbaring 22: 18-19) waarschuwt ons dat wij niets mogen toevoegen aan of weglaten uit de Schrift
( 1 Tessalonicenzen 5: 21) “Onderzoek alles, behoud het goede”
( 1 Johannes 4:1) “Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen”
Er is ook een duidelijke ontwikkeling in de verhalen over Judas’ motief om Christus te verraden. In het oudste evangelie, dat van Markus (ca 65 na Chr.), is er eigenlijk nog geen motief. In dat van Mattheüs (ca. 85) doet Judas het om het geld en in het evangelie van Lucas verraadt Judas Christus omdat hij door de duivel bezeten is. In het vrij late evangelie van Johannes (ca. 100-120 na Chr.) wordt Judas vrijwel gelijkgesteld aan de duivel zelf. Het nu gevonden Judas-evangelie vormt een geheel nieuwe fase in de christelijke speculaties over Judas’ motief, maar het verraad zelf blijft staan.
Zelfs als je het maar vluchtig doorleest, is het duidelijk dat dit “verloren evangelie van Judas” de test niet kan doorstaan. Het is incorrect, niet goed geschreven, en bevat geen enkele verwijzing, aanhaling of citaat naar een ander deel van de Schrift. Feitelijk is het in strijd met de hele Schrift, en komt het met niets uit de Bijbel overeen. Het is duidelijk een schaamteloze Gnostische tekst die bedacht is om het Gnosticisme te promoten door de echte gebeurtenissen uit de Bijbel naar de eigen vervalste visie op de wereld te verbuigen. Dit “verloren evangelie” is een fictief verhaal, geschreven als een mislukte poging om het vroege christendom te benadelen. Het is een verzonnen onderzoek naar de laatste dagen van Judas die met het christendom bekend was maar er niet in geloofde. Hoe dan ook, het is niets méér dan Gnostische fictie.
.
.
.
.
.
De Here Jezus vermaande zijn discipelen te letten op de raven, als voorbeeld van onbezorgdheid:
“Kijk naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt” (Lucas 12: 24).
Dit in tegenstelling tot de rijke dwaas. Zijn voorraadkamers en schuren waren niet groot genoeg om zijn oogst op te slaan, en hij maakte zich druk met het bouwen van nog grotere (Lucas 12: 16-21). Hij dacht bij zichzelf: ‘Ik heb het voor elkaar, ik hoef niet meer te werken’. Maar Jezus zei: ‘Je houdt geen rekening met God; als je dood gaat heb je niets’. En tegen zijn discipelen: “Weest niet bezorgd over uw leven” en “het leven is meer dan het voedsel” (Lucas 12: 22 – 24). Er zijn belangrijker dingen, namelijk de zorg hoe wij in het Koninkrijk van God komen (Lucas 12: 31).
.
.
Lucas 12: 16 – 21
.
16 Hij legde hun dat uit met een verhaal: “Er was eens een rijke man. Zijn akkers hadden een grote oogst opge-leverd. 17 En hij dacht bij zichzelf: ‘Wat zal ik doen? Want ik heb geen ruimte genoeg om de hele oogst op te bergen.’ 18 Hij bedacht: ‘Ik weet al iets. Ik zal mijn schuren afbreken en grotere schuren bouwen. Daar zal ik dan al mijn graan en al mijn rijkdommen in opbergen.
19 Nu heb ik heel veel. Het is genoeg voor járen. Nu kan ik rustig aan doen. Ik ga lekker eten en drinken en feestvieren.’ 20 Maar God zei tegen hem: ‘Jij dwaas! Vannacht nog zal je leven van je teruggevraagd worden. En voor wie heb je dan zoveel verzameld?’ 21 Zó zal het gaan met de mensen die voor zichzélf schatten verzamelen, maar geen schat hebben bij God.”
.
.
Lucas 12: 22 – 24
.
22 Jezus zei tegen zijn leerlingen: “Daarom zeg Ik tegen jullie: maak je nergens zorgen over. Niet of je wel te eten zal hebben. Ook niet of je wel kleren zal hebben om aan te trekken. 23 Het leven is toch belangrijker dan het eten? En het lichaam is toch belangrijker dan de kleding? 24 Kijk eens naar de vogels. Ze zaaien niet, ze maaien niet en ze bewaren niets in voorraadkamers of schuren. God geeft ze te eten. Jullie zijn toch veel belangrijker dan de vogels?
.
.
.
31 Geef het Koninkrijk van God de eerste plaats in jullie leven. Dan zullen jullie al die andere dingen ook van je Vader krijgen.
1 Koningen 17: 1 – 6
.
1 In Gilead woonde de profeet Elia uit Tisbe. Hij zei tegen koning Achab: “Ik zweer bij de Heer, de God van Is-raël, de God die ik dien, dat er jarenlang geen dauw of regen zal vallen, totdat ik het zeg.” 2 Daarna zei de Heer tegen hem: 3 “Vlucht naar het oosten. Verberg je bij de beek Krit die in de Jordaan uitkomt.
4 Je kan water uit de beek drinken en Ik heb de raven bevolen om je eten te brengen.” 5 Hij vertrok en deed wat de Heer hem had gezegd. Hij ging bij de beek Krit wonen, die in de Jordaan uitkomt. 6 De raven brachten hem ’s morgens en ’s avonds brood en vlees en hij dronk water uit de beek.
.
.
.
.Ergens in een kaal, steil en verlaten bergdal ten oosten van de Jordaan, verborg deze man van God zich met geen ander gezelschap dan de God die hij diende en een groep raven. ’s Morgens en ’s avonds voorzagen zij hem van brood en vlees. Geen grote moeite voor raven, maar het blijft een wonder. God had hun geboden voedsel met hem te delen. Het is volkomen duidelijk dat God in staat is voor zijn dienaren te zorgen, al zijn de omstandigheden nog zo moeilijk. Niets is te moeilijk voor Hem (Genesis 18: 14; Jeremia 32: 27; Matteüs 19: 26). Hij die tot in de verafgelegen rotsspleten ziet en voor het ravenjong zorgt (Job 39: 3; Psalm 147: 7 – 11), zal ook voor de gelovigen zorgen en hen niet vergeten.
Genesis 18: 14
.
14 Voor de Heer is niets te wonderlijk! Op de juiste tijd, over een jaar, zal Ik bij jullie terugkomen. Dan zal Sara een zoon hebben.”
.
.
Jeremia 32: 27
.
27 “Ik ben de Heer, de God van alle mensen. Zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?
.
.
Matteüs 19: 26
.
26 Jezus keek hen aan en zei: “Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.”
.
.
Job 39: 3
.
3 Wie zorgt ervoor dat de raven te eten hebben? Als hun jongen hongerig door het nest kruipen en om eten roepen, wie zorgt er dan voor dat ze te eten krijgen?
.
.
Psalm 147: 7 – 11
.
7 Zing voor de Heer een danklied,
maak voor onze God muziek op de citer.
8 Zing voor Hem die de wolken maakt,
die regen geeft aan de aarde,
die het gras doet groeien op de bergen,
9 die het vee te eten geeft,
die de jonge vogels voert als ze roepen.
10 Hij wil niet dat je op mensen vertrouwt,
op de kracht van je leger,
op je aantallen paarden.
11 Maar Hij wil dat je ontzag voor Hem hebt
en vertrouwt op zijn liefde.
.
.Zoals de apostel Paulus constateert: zelf hebben wij niets in deze wereld meegebracht, en wij kunnen er ook niets uit meenemen (1 Timotëus 6: 3 – 10). De mens is net zo afhankelijk van God als de vogels, al beroemt hij zich op zijn velerlei uitvindingen. Wij mogen de zorg voor onze dagelijkse behoeften rustig aan God overlaten: “Geef ons heden ons dagelijks brood”. Dan zullen wij door Gods woord en zijn liefde opgebeurd worden en ons, zoals de raven, verheugen in een thermiek, die ons dichter bij God brengt.
1 Timotëus 6: 3 – 10
.
3 Er zullen ook mensen komen die andere dingen aan de broeders en zusters leren dan ik hun geleerd heb. Dat zijn trotse en eigenwijze mensen. Zij willen zich niet houden aan de gezonde woorden van onze Heer Jezus Christus. Ze houden zich niet aan de manier waarop we God moeten dienen. 4 Ze hebben er niets van begrepen. Ze maken ruzie en zeuren over onbelangrijke dingen. Ze veroorzaken jaloersheid, ruzies, geroddel en wantrouwen.
5 Al dat geharrewar ontstaat doordat ze niet meer helder denken en de waarheid zijn kwijtgeraakt. Ze denken dat het dienen van God een manier is om rijk te worden. Blijf bij zulke mensen uit de buurt. 6 Maar het dienen van God is wel een grote rijkdom, als we ook tevreden zijn met wat we hebben. 7 Want we hebben niets op de wereld meegebracht toen we geboren werden, en het is duidelijk dat we ook niets uit de wereld kunnen meenemen als we sterven.
8 Als we onderdak, eten, drinken en kleren hebben, moeten we tevreden zijn. 9 Maar mensen die graag rijk willen worden, lopen in de val van de duivel. Ze krijgen allerlei dwaze en verkeerde verlangens, waardoor het langzaam maar zeker slecht met hen afloopt. 10 Want het verlangen naar geld is de bron van al het kwaad. Sommige mensen zijn het geloof kwijtgeraakt en in allerlei ellende terecht gekomen, doordat ze zo graag rijk wilden worden.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
1600. Houtsculptuur Nederland, Venray, St-Petrus’ Bandenkerk.” width=”249″ height=”439″>
1600. Houtsculptuur Nederland, Venray, St-Petrus’ Bandenkerk.” width=”244″ height=”452″>
.
.
.
Mammon is een Aramees woord dat ‘rijkdom’ betekent en staat voor geld, winst, rijkdom, vermogen. De rijkdom (Mammon) wordt door de Heer Jezus verpersoonlijkt als een ‘heer’ in Mt. 6:24 en Luc. 16:13. “U kunt niet God dienen en de Mammon.”
Mt 6:24 Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de een haten en de ander liefhebben, of zich aan de een hechten en de ander verachten. U kunt niet God dienen en Mammon.
Mt 6:25 Daarom zeg Ik u: weest niet bezorgd voor uw leven, wat u eten of wat u drinken zult, ook niet voor uw lichaam, waarmee u zich zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam dan de kleding?
In Luc. 16:9,11 is sprake van het ‘onrechtvaardige Mammon’, de macht van de zucht naar rijkdom die de mens onrechtvaardig doet handelen, wat we in deze wereld zien, waarin de rechten van God worden genegeerd.
De heer Mammon wordt tegenover de Here God gesteld, de dienst van Mammon tegenover de dienst van God. “U kunt niet God dienen en de Mammon.” De ware rijkdom is bij God en in Christus te vinden.
Het Hebreeuwsewoord ‘Matmon’ betekent ‘schat, rijkdom’. Het is afgeleid van een woord dat ‘verbergen’ betekent. ‘Matmon’ komt vijf keer voor in het Oude Testament, bijvoorbeeld in Gen. 43:23
Ge 43:23 Hij zei: Vrede zij u, wees niet bevreesd. Uw God en de God van uw vader heeft u een schat in uw zakken gegeven; uw geld heeft mij bereikt. Toen [liet] hij Simeon naar buiten brengen, naar hen toe.
Het Babylonisch heeft ‘Mamona’, schat. Het komt voor in #Mt 6:24 en #Lu 16:9,13 als aanduiding van geld of rijkdom, als de verpersoonlijking van aardse bezittingen, en staat hier tegenover God.
In het Rabbijns-Talmoedischspraakgebruik wordt het woord ‘Mammon’ gebruikt voor rijkdom en gehechtheid daaraan.
spirituele tekening van John Astria
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.

Hulp van entiteiten: derde graad
.
.
.
Entiteiten zijn energieën van overleden mensen. Na de dood is het in het aardse denken normaal dat we allemaal naar de hemel gaan. Nee. Sommige zielen kunnen na hun dood het licht niet vinden en blijven als het ware op aarde ‘ronddolen’. Ze zijn wanhopig, angstig en boos omdat ze niet weten waar ze heen moeten. Ze zijn ook heel verdrietig, maar niet altijd. Sommige weten niet eens dat ze zijn overleden en denken nog steeds dat ze op aarde leven en doen nog gewoon hun dagelijkse dingen.
Ze beseffen wel dat er iets mis is maar weten niet precies wat. Ze leven in een schemergebied en zijn vaak ook erg eenzaam. Ze weten niet meer wat ze moeten of waar ze heen moeten. Dan hebben we ook nog de levenden onder ons. Een ziel die nog in een lichaam zit en nog leeft op aarde. Een mens.
We doen onze dagelijkse dingen niet wetende dat er overal zielen ronddolen die niet weten waar ze naartoe moeten. Zielen zonder een lichaam, die nu slechts enkel uit onzichtbare energie bestaan. Ze zien ons wel, maar wij hen niet. Entiteiten zijn overal, niet alleen in huizen en gebouwen.En wij als mensen zijn ook overal.
Doordat deze zielen dolende zijn op de aarde en niet verder kunnen naar Gene zijde is er voor hun een mogelijkheid om warmte te zoeken bij iemand in zijn energieveld ( de aura ). En dat niet alleen, ook bij mensen thuis kan het soms erg druk zijn met ronddolende zielen. Bij iedereen in huis zitten er wel een paar, maar het meeste bij de gevoeligste en spiritueel open staande mensen.
Sommige zielen weten dat ze zijn overleden, en zoeken aandacht bij de levende mens. Dit kan op verschillende manieren. Ze kunnen hun aanwezigheid laten voelen in de kamer waar je op het moment bent, je ruikt opeens een lekkere of vieze geur ( zoals een rozen geur of een vieze tabaks lucht ). Je kan voetstappen horen in huis of vreemde geluiden zoals gebonk. Of je kan het plotsklaps ineens koud hebben. Allemaal tekenen van een of meerdere dolende zielen in huis.
.
.

.
Het kan gebeuren dat een ziel zich in een het energieveld (de aura) van een mens gaat vestigen. Het kan één ziel zijn of meerdere. Vaak gaat dit per ongeluk, sommige zielen beseffen niet hoe ze zo ineens in de aura zijn terecht gekomen. Er is dikwijls een oorzaak waardoor deze zielen zich in onze aura vast gaan klampen. Doordat wij gevoelig zijn pikken we sneller energieën op van mensen, maar ook van entiteiten. Deze dolende zielen leefden vaak in een lagere energie. Dat wil dus zeggen dat, toen ze nog leefden, ze erg aan de materie gehecht waren. Geld, mooie en dure dingen, macht en hebzucht speelden een rol in hun leven
Soms staan we als mens allemaal in een lagere energie. Maar dat hoeft niet altijd door ons zelf te komen. Ook anderen kunnen ons erg beïnvloeden, waardoor we helemaal down raken en even de weg kwijt zijn. Vooral hoog-gevoeligen hebben hier snel last van. Als je denken heel negatief is of erg laag in de energie, dan krijgen de dolende zielen de kans om in je aura te klimmen. Ze kunnen daar vertoeven zolang ze willen. Ze nemen je als het ware over en je kan je hierdoor erg slecht gaan voelen. Veel voorkomende klachten zijn: last van de nek en schouders en veel vermoeidheid en nergens zin in hebben. De zielen die in je aura zitten snoepen veel energie bij je weg. Ze leven deels van jouw energie. Je bent jezelf niet meer.
Dit is geen bezetenheid, want dat is weer wat anders. We noemen het gewoon een ‘overname’. Je wordt gewoon even overgenomen door deze ziel(en) die het licht niet kunnen vinden. Zij zijn namelijk boos en gefrusteerd omdat ze niet verder kunnen. Wij zijn een makkelijke prooi voor ze. Want niks is zo leuk en lekker warm als in de aura van een levende te zitten en weer het gevoel hebben om een lichaam te hebben en.
Iedereen kan dit overkomen, soms merk je het niet eens. Want energie is energie en het gaat heel snel. Het hoeft niet altijd een lagere energie te zijn. We leven momenteel in een erg moeilijke tijd op aarde waarin alles verandert. We scheiden, onze relaties werken niet meer, we worden ziek, we hebben verdriet omdat er van alles om ons heen gebeurt. En juist dit zorgt er voor dat er soms gaten in de aura komen, je energie wordt lager en de entiteiten pakken hun kans.
Gedachten zijn krachten, dus je denken doet al heel wat. En ieder mens heeft weleens last van aura-lifters (zo noemen we ze). Ook (jonge) kinderen zijn daar vatbaar voor. Zij zijn nog gevoeliger en pikken nog meer energie op. Er zijn kinderen die kunnen praten met deze zielen. Voor hun heel normaal, maar sommigen kunnen er bang van worden. Niet iedere ziel is vriendelijk. Zoals je boze mensen hebt, zo heb je ook boze entiteiten. Ze zijn dikwijls boos omdat ze niet naar het licht kunnen om over te gaan naar een andere dimensie.
.
.
.
.

Pasteltekening van John Astria
Samenvatting
Samengevat krijgen we dus lessen over hoe God wil dat we omgaan met onze middelen en mogelijkheden, die niet meer zijn dan een rentmeesterschap over tijdelijke dingen. De Here beschouwt de mammon als toevertrouwd in onze handen, in de verwachting dat wij er Hem welgevallig en in het volle besef van ons rentmeesterschap mee zullen omgaan. Hoewel de mammon gebonden is aan het aardse en tijdelijke, kunnen wij er met betekenis voor de hemel en de eeuwigheid mee omgaan.
1. Hoewel de mammon aan ons is toevertrouwd, kunnen wij het beheren ten dienste van onze naasten.
2. In plaats van de mammon ten dienste te stellen van onszelf, kunnen we deze aanwenden voor het koninkrijk van God.
3. In plaats van slaaf te worden van de mammon, kunnen wij erover heersen als rentmeesters.
Mag God ons in genade geven dat wij, naar het verlangen van de Here zelf, de ons toevertrouwde mammon beheren als goede, verstandige en trouwe rentmeesters!
Pasteltekening van John Astria
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.