Tagarchief: stinsenplant

Gele anemoon ; Anemone ranunculoides

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen 

 

 

 

anemone-ranunculoides-gele-anemoon-02

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele, “anemoonachtige” bloemen met 5 aan de buitenkant behaarde bloemdekbladen en
– de drie, in slippen verdeelde, kort gesteelde, kransstandige stengelbladeren en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele anemoon is een overblijvende plant van 15 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, bermen en op dijken, na kap lang standhoudend. Ze is zeer zeldzaam in de Lage Landen. Ze wordt aangeplant als stinsenplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gele anemoon bloeit vanaf maart tot en met mei. De bloemen zijn alleenstaand of staan met 2 of 3 bij elkaar en hebben 5 (soms tot 8) gele, eironde bloemdekbladen, die aan de buitenkant behaard zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De drie, in een krans staande, kort gesteelde stengelbladeren zijn elk bijna tot aan de voet gedeeld in drie slippen met grof gezaagde rand. Gele anemoon heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze in groepen groeit.

 

 

 

 

 

 

veenendaal-044

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Gele anemoon is van de andere anemoon-soorten, zoals bosanemoon, blauwe anemoon en Oosterse anemoon, te onderscheiden door haar kleur.

Andere planten met gelijksoortige bloemen (qua kleur en vorm) zijn :

gewone dotterbloem > grotere bloemen, 6 (of meer) bloemdekbladen, groeit (meestal) aan het water.

boterbloemsoorten > bloemen met kelkbladen en rondere kroonbladen.

 

 

gewone dotterbloem

 

 

 

gewone boterbloem

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam of als stinsenplant
– 15 tot 25 cm

Bloem
– geel
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 (soms tot 8) bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard

Stengel
– rechtop
– bloemsteel behaard
– steel wortelbladeren kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Bosanemoon ; Anemone nemorosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bosanemoon200406

 

 

Goed te herkennen aan
– de van binnen zuiver witte bloemen
– met meestal 6, doorzichtig geaderde bloemdekbladen en
– de drie handgedeelde bladeren onder de bloem

 

 

bosanemoon_02

 

 

 

Algemeen

 

Bosanemoon is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die algemeen voorkomt in het oosten en midden van het land, elders als stinsenplant.  Ze heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze grote bestanden kan vormen. Ze groeit vooral in loofbossen, maar je kunt haar ook tegenkomen langs sloten en in grasland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bosanemoon bloeit vanaf maart tot en met mei met witte bloemen, die ’s nachts en bij koud weer gesloten blijven. De halfknikkende tot rechtopstaande bloemen zijn meestal alleenstaand, hebben 6 tot 8 bloemdekblaadjes, die aan de onderkant vaak roze tot paars aangelopen zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– ook als stinsenplant
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf maart t/m mei
– alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 4 cm
– 6 tot 8 bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Gevlekt longkruid ; Pulmonaria officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

266px-pulmonaria_officinalis_gevlekt_longkruid

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de verschillend gekleurde bloemen en
– de gevlekte behaarde bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gevlekt longkruid is een overblijvende plant, die alleen in Zuid-Limburg in het wild voorkomt. Daar is ze zeldzaam. Elders in de Lage Landen is ze verwilderd vanuit tuinen (via tuinafval) of als stinsenplant aangeplant.
Ze groeit op vochtige, voedselrijke, lemige grond in loofbossen en op buitenplaatsen. De plant wordt 10 tot 30 cm hoog, is ruw behaard en groeit in pollen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gevlekt longkruid bloeit vanaf maart tot en met mei. Aanvankelijk zijn de bloemen roze, later verkleuren ze naar blauw-paars.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De wortelbladeren verschijnen later en zijn lang gesteeld, de kleinere stengelbladeren zijn kort of niet gesteeld. Alle bladeren zijn licht gevlekt. De wortelstandige bladeren zijn in de winter blijvend.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd gevlekt longkruid beschouwd als een geneeskrachtige plant. Ze zou helpen tegen longziektes.
In de volksgeneeskunde wordt gevlekt longkruid gebruikt bij diarree en voor de verzorging van wonden.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 10 tot 30 cm

Bloem
– roze tot blauw-paars
– vanaf maart t/m mei
– schicht
– trechtervormig
– 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top toegespits
– rand gaaf
– veernervig
– licht gevlekt
– behaard
– wortelbladeren :
– lang gesteeld
– hartvormige voet
– stengelbladeren :
– kort of niet gesteeld
– voet half stengelomvattend

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Kleine sneeuwroem : Chionodoxa sardensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
niet knikkende, blauwe, 6-tallige bloemen kleiner dan 12 mm met een klein wit of bleekblauw hart

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine sneeuwroem is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Klein-Azië en in de 19de eeuw bij ons inge-voerd. Ze is op buitenplaatsen als stinsenplant aangeplant en vandaar langzaam verwilderd. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine sneeuwroem bloeit in april. De bloeiwijze is een tros van 4 tot 12 bloemen, die min of meer aan dezelfde kant van de bloeistengel zitten. Ze zijn blauw en hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die aan de basis 3 tot 4 mm met elkaar vergroeid zijn. Ze hebben een klein wit of bleekblauw hart.

 

 

 

 

 

Blad

 

Per bol zijn er 2 of 3 gootvormige bladeren van 1,5 cm breed met een kapvormige top.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote sneeuwroem en vroege- en oosterse sterhyacint.

 

 

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem.

 

 

 

 

 

 

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem.

 

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart.

 

 

 

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart.

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– verwilderd, plaatselijk ingeburgerd
– 5 tot 15 cm
– stinsenplant
– ook te koop als tuinplant

Bloem
– blauw
– april
– tros
– stervormig
– tot 12 mm
– 6 bloemdekbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blauwe anemoon : Anemone apennina

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– (bleek)blauwe bloemen met 8 tot 20 bloemdekbladen,
– die aan de buitenzijde behaard zijn én
– de drie in een krans staande bladeren onder de bloem én
– de na de bloei rechtop staande bloemstengel

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Blauwe anemoon is een overblijvende plant van 10 tot 20 cm hoog. Oorspronkelijk komt ze uit Zuid-Europa en is ze in de 19de eeuw als stinsenplant aangeplant op landgoederen. Daar heeft ze zich kunnen handhaven en wordt nu als zeer zeldzaam ingeburgerd beschouwd. Ze groeit in pollen op vochtig voedselrijk zand en zandige klei in loofbossen. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Blauwe anemoon bloeit in maart en april. De alleenstaande bloemen zijn (bleek)blauw, soms wit of roze. Ze heb-ben 8 tot 20 bloemdekbladen (geen kelkbladen), die aan de buitenkant behaard zijn. Vooral bij de knoppen is de beharing goed te zien.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bloemstengel is rond en behaard. De beharing loopt door op de buitenkant van de bloemdekbladen. Een stukje onder de bloem, ongeveer halverwege de stengel, zitten 3 grote bladeren, alle drie op dezelfde hoogte (kransstandig). Ze zijn 3-delig en ook behaard. De wortelbladeren zijn eveneens 3-delig en behaard. De slippen van de wortelbladeren zijn kort gesteeld.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Een vergelijkbare soort is Oosterse anemoon. De laatste heeft onbehaarde bloemdekbladen en een knikkende bloemsteel ná de bloei. De bloemsteel van blauwe anemoon blijft na de bloei rechtop staan. Het wel of niet knik-ken van de bloemsteel na de bloei is het meest in het oog springende verschil. Wel of geen beharing is een stuk lastiger te zien, aangezien de beharing bij volgroeide bloemen door slijtage nagenoeg verdwenen is. De beharing is het best te zien bij knoppen.

 

 

oosterse anemoon

 

 

 

Algemeen

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam ingeburgerd
– stinsenplant
– ook als tuinplant te koop
– 10 tot 20 cm
– verspreiding

Bloem
– blauw
– maart en april
– alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 3,5 cm
– 8 tot 20 bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– 3-delig
– top stomp met spitsje
– rand gekarteld
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daslook : Allium ursinum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de reeds op afstand herkenbare sterke knoflookgeur en
– de (half) bolvormige witte bloeiwijze met 6-tallige bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Daslook is een vrij zeldzaam, teer bolgewas van bij voorkeur schaduwrijke, vochtige, vrij voedselrijke, kalk-houdende grond in loofbossen in de Lage Landen en als stinsenplant op landgoederen. In Nederland is ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Daslook bloeit vanaf april tot en met juni met prachtige zuiver witte bloemen, die aan het eind van een bladerloze stengel in een groot (half) bolvormig scherm bijeen staan. De bloemen zijn stervormig en hebben 6 bloemdek-bladen met spitse, iets toegeknepen top.

 

 

 

.

 

Blad

 

Daslook wordt 20 tot 40 cm hoog en heeft duidelijk gesteelde, parallelnervige, grondstandige bladeren.

.

 

 

.

 

Toepassingen

 

Voor de bloei kunnen jonge bladeren verwerkt worden in salades en soepen. Na de bloei zijn ze giftig. Verwar de bladeren niet met die van het giftige lelietje-van-dalen, de herfsttijloos of de gevlekte aronskelk. Alleen die van daslook ruiken naar knoflook!

Daslook wordt al eeuwenlang gewaardeerd als sterk werkend geneeskrachtig kruid. Ze heeft nagenoeg dezelfde werking als knoflook, maar is nog geneeskrachtiger. Ze bevordert de spijsvertering, heeft een preventieve werking bij aderverkalking en hoge bloeddruk en wordt bij huidziekten toegepast.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

lookfamilie (Alliaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam, ook als stinsenplant
– 20 tot 40 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– enkelvoudig scherm
– 12 tot 20 mm
– stervormig
– 6 bloemdekbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– grondstandig
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits, iets toegeknepen
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig
– sterke knoflookgeur

Stengel
– rechtop
– kaal
– 3 kantig of halfrond

zie wilde bloemen

 

.

 

 

 

.

 

.

Het lenteklokje : leucojum vernum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

lenteklokje

 

.

Goed te herkennen aan
– de zoet geurende, witte, klokvormige, hangende bloemen,
– meestal alleen (soms 2) per stengel,
– met 6 vrijwel gelijke bloemdekbladen, die
– aan de top groen of geel gevlekt zijn

 

 

 

.

 

Algemene kenmerken

 

Lenteklokje is een overblijvend, zeer zeldzaam bolgewas van 10 tot 30 cm hoog. Ze behoort tot de inheemse flora van de landen in Centraal Europa. Tot 1916 was ze bij ons ook inheems en groeide op de Tankenberg bij Olden- zaal. Tegenwoordig is lenteklokje een stinsenplant en groeit ze op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen voornamelijk op landgoederen. Tevens is ze verkrijgbaar als tuinplant. Zowel vanuit tuinen als vanaf de land- goederen kan ze verwilderen en daardoor kom je haar soms ook daarbuiten tegen.

.

 

lenteklokje

lenteklokje

 

 

zomerklokje

zomerklokje

 

 

 

Bloemen

 

Lentjeklokje bloeit vanaf februari tot en met april met witte, klokvormige, hangende bloemen, meestal 1 per stengel soms 2. Ze bloeit gewoonlijk een week of 2 later dan gewoon sneeuwklokje.

 

 

 

 

 

Bladen en stengel

 

De bloemdekbladen zijn breed, alle 6 vrijwel even lang en met een groen (of geel) gevlekte stompe top. De bloemen verspreiden een zoete geur. De bladloze, samengedrukte stengel heeft twee smalle lijsten. De bladeren staan allen in een rozet en zijn 0,5 tot 1,5 cm breed. Vooral na de bloei zal het blad gaan uitgroeien.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Lenteklokje lijkt erg veel op zomerklokje. Het verschil zit in het aantal bloemen per stengel, de hoogte van de plant en de bloeiperiode. Zomerklokje heeft per stengel meestal meer dan 2 bloemen. Bovendien wordt zomerklokje hoger (30 tot 60 cm) en bloeit ze later (vanaf april tot en met juni).

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

 

 

 

Adderwortel : Persicaria bistorta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

polygonum-bistorta-adderwortel-03

 

 

Goed te herkennen aan
– de roze, lang gesteelde, alleenstaande, aarvormige bloeiwijze
– met een doorsnede van 1 tot 2 cm en
– de meeldraden die buiten de bloemetjes steken en
– de bladschijf die afloopt langs de bladsteel

 

 

img_6816-gr-adderwortel

 

 

 

Algemeen

 

Adderwortel is een overblijvende stinsenplant van 20 tot 50 cm hoog, die groeit op natte, matig voedselrijke grond in beekdalgraslanden en langs slootkanten. Ze groeit ook in vochtige loofbossen, maar dan bloeit ze meestal niet. Adderwortel is vrij zeldzaam, wordt ook aangeboden als tuinplant en verwildert vaak.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode valt in juni en juli. Soms is er een tweede bloeiperiode in augustus en september. Ze wordt 20 tot 50 cm hoog en bloeit met roze, langwerpige, dichtbloemige, stompe schijnaren, die 1 tot 2 cm breed zijn. In de schijnaar staan de bloemetjes met 2 of 3 bij elkaar. Elk bloemetjes heeft 5 bloemdekbladen (kelkbladen ontbreken) en 8 meeldraden die buiten de bloem steken. De schijnaar bloeit van onder naar boven en zodra de eerste serie bloemetjes is uitgebloeid, bloeit de schijnaar nogmaals, weer van onder naar boven. De eerst bloeiende bloemen hebben lange meeldraden en korte stijlen. Bij de tweede serie is dit omgekeerd.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De wortelbladeren zijn lang gesteeld en de bladschijf loopt af lang de steel. De stengelbladeren zijn kleiner, kort gesteeld of zittend.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Adderwortel kent vele toepassingen. Jonge stengels en bladeren kunnen als spinazie gegeten worden of verwerkt worden in soep. Medicinaal is adderwortel onder andere te gebruiken als gorgelmiddel bij tandvleesproblemen, kiespijn of keelontsteking. Daarnaast is het door de zeer sterke samentrekkende werking te gebruiken bij bloedingen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– stinsenplant
– ook als tuinplant
– 20 tot 50 cm

Bloem
– roze, zelden wit
– in juni en juli, soms weer in
augustus en september
– aarvormige bloeiwijze
– 4 tot 5 mm
– stervormig
– 5 bloemdekbladen, vergroeid
– 8 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– wortelstandig en verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gegolfd of gaaf
– voet hartvormig
– veernervig
– wortelbladeren lang gesteeld
– stengelbladeren kort gesteeld of
zittend

Stengel
– rechtop
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

plaatthome

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA

Weegbreezonnebloem : Doronicum plantagineum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

weegbreezonnebloem50

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, gele, lang gesteelde zonnebloemachtige bloemenhoofjes
– met lijnvormige omwindselblaadjes en
– de gesteelde, grote rozetbladeren met wigvormige voet

 

 

img_3399-gr-weegbreezonnebloem

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Weegbreezonnebloem is een overblijvende stinsenplant van 30 tot 90 cm hoog. Ze is oorspronkelijk afkomstig uit Zuidwest-Europa. Ze groeit op vochtige, zandige, voedselrijke grond op lichte plaatsen in loofbossen bij buitenplaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Weegbreezonnebloem bloeit in mei en juni met opvallende, helder gele bloemenhoofdjes, die lijken op kleine zonnebloemen. De hoofdjes staan alleen of met 2 tot 3 op lange stelen. Ze richten zich naar het licht. De omwindselblaadjes zijn lijnvormig. De straal- en buisbloemen zijn geel, het stuifmeel en de stampers donkergeel, waardoor het hart donkerder kleurt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– stinsenplant
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– mei en juni
– hoofdje
– straal- en buisbloemen
– 5 tot 8 cm

Blad
– enkelvoudig
– netnervig
– behaard
– rozetbladeren :
– wortelstandig
– eirond tot ellipstisch
– top stomp
– rand gaaf of ondiep getand
– voet wigvormig
– gesteeld

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond, gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

19093960605_6d660b66b1_b

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Donkere ooievaarsbek

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

donkereooievaarsbekdonker

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote donker paarsrode 5-tallige bloemen

 

 

geranium_phaeum-2

 

 

 

Algemeen

 

Donkere ooievaarsbek is een zeldzaam voorkomende, overblijvende, in pollen groeiende plant van 45 tot 60 cm hoog. Oorspronkelijk komt ze uit Zuid-Europa. Ze is door de mens verspreid.

Bij ons is donkere ooievaarsbek een stinsenplant en je vindt haar op half beschaduwde, vochtige, voedselrijke plaatsen in lichte loofbossen en op beschaduwde grasgrond op of nabij buitenplaatsen en parken. Ook wordt ze aangeboden als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd van donkere ooievaarsbek is vanaf mei tot en met september. Haar bloemen zijn in de schaduw donkerrood, in het licht zijn ze meer paars. De bloemen staan met 2 bij elkaar. Tijdens de bloei buigt de bloemsteel zich aan de top, waardoor de bloemen voorover hangen.

De 5 kroonbladen zijn rechtafstaand tot iets teruggeslagen. Ze zijn rimpelig en hebben vaak een spits puntje. Aan de basis zijn ze wit. De 5 kelkbladen zijn grijsgroen door lange afstaande beharing. De bloemen hebben 10 meeldraden met forse helmknoppen en 1 groengele stijl.

 

 

 

 

 

 

Stengel

 

Ook de rechtopstaande, ronde stengels zijn, net als de kelkbladen, bezet met lange, zachte, afstaande, witte haren. De bladeren hebben vaak aan de voet van de insnijding een donkere vlek.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– stinsenplant
– 45 tot 60 cm

Bloem
– paarsrood
– vanaf mei t/m september
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– wortelbladeren :
– rozet
– lang gesteeld
– 7-slippig
– stengelbladeren :
– verspreid
– kort gesteeld, bovenaan zittend
– onderste 7-slippig
– hogere 5- tot 3-slippig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand getand
– voet hartvormig
– handnervig
– bovenkant behaard
– onderkant kaal

Stengel
– rechtop
– bovenaan vertakt
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

John Astria