Tagarchief: kinderen

Aanbevelingen voor koolhydraten (door Hoge gezondheidsraad)

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Koolhydraten

.

Koolhydraten (zetmeel en suikers) zijn vooral van belang als energiebron. Ze leveren de energie die nodig is voor alle lichaamsprocessen en dienen als brandstof voor de hersenen.
Een gram koolhydraten levert 4 kcal (17 kJ). In een uitgebalanceerde voeding leveren koolhydraten minstens veertig procent van de hoeveelheid energie die een mens dagelijks nodig heeft.

.

.

Soorten

.

.
.
.
De naam koolhydraten is een scheikundige term: ze bestaan uit koolstof en een waterstofverbinding.

Er worden drie soorten onderscheiden:
Monosacchariden, zoals glucose (druivensuiker) en fructose (vruchtensuiker). Bestaan uit één molecuul.
Disacchariden, zoals sucrose/sacharose (suiker), lactose (melksuiker) en maltose (moutsuiker). Samengesteld uit twee monosaccharide moleculen: respectievelijk glucose en fructose, glucose en galactose en glucose en glucose.
Polysacchariden, zoals zetmeel en glycogeen. Samengesteld uit meerdere monosaccharide-moleculen (meestal glucose).

Mono- en disachariden worden ook wel aangeduid als ‘eenvoudige’ koolhydraten, terwijl polysachariden ook wel complexe koolhydraten worden genoemd.

.

.

Bronnen

.

Koolhydraten in de vorm van zetmeel komen voor in brood, aardappelen, rijst, pasta en peulvruchten (bruine en witte bonen). Vruchten en vruchtensap bevatten eenvoudige koolhydraten als vruchtensuiker en druivensuiker. In melk en yoghurt zit melksuiker. In snoep, koek, gebak, frisdrank en dergelijke zit suiker (sucrose). Veel voedingsmiddelen bevatten een mengsel van complexe en eenvoudige koolhydraten.

.

.

Koolhydraattekort

.

Koolhydraten moeten minstens 55% van de totale energiebehoefte uitmaken. Het is aanbevolen de inname van toegevoegde suikers te beperken zowel voor kinderen, tieners en volwassenen. Koolhydraten kunnen slechts beperkt in het lichaam worden opgeslagen. Er kan een kleine voorraad aangelegd worden in de vorm van glycogeen, met name in de spieren. Een tekort aan koolhydraten zal niet vaak voorkomen.

Alleen bij een speciaal dieet of in andere bijzondere situaties kan een tekort ontstaan. In dat geval zal het lichaam een andere energiebron aanboren en daaruit koolhydraten aanmaken. Een tekort aan koolhydraten leidt tot een slechte adem, vermoeidheidsverschijnselen en concentratiestoornissen. Op den duur leidt een tekort aan koolhydraten tot afbraak van spierweefsel.

.

.

Aanbevelingen voedingsvezels

.

.De Hoge Gezondheidsraad heeft eind 2003 nieuwe voedingsaanbevelingen voor België gepubliceerd, opgesteld door een expertencomité van de Hoge Raad voor de Voeding. Bij het opstellen van de voedingsaanbevelingen is de Hoge Raad voor de Voeding uitgegaan van het principe dat een nuttige en veilige aanbeveling voor de hele bevolking niet tegemoet komt aan de gemiddelde behoefte, maar aan de behoefte van een zo groot mogelijk aantal individuen.

De aanbevolen voedingsopname dekt de behoeften van bijna alle leden van de groep (> 97,5 %). In tegenstelling tot wat dikwijls is verondersteld, is de aanbevolen voedingsopname geen minimum wenselijk niveau van opname, maar een waarde hoger dan de individuele behoefte voor het grootste deel van de bevolking. De procentuele verdeling van de energie uit koolhydraten, lipiden en eiwitten dient vanaf de leeftijd van twee jaar de energieverdeling bij volwassenen progressief te benaderen en zich dus te verhouden als respectievelijk: 55 à 75%; maximaal 30%; ongeveer 10%.

Koolhydraten en vetten zijn belangrijk voor het energiemetabolisme, maar essentiële vetzuren en voedingsvezels spelen daarenboven een meer specifieke nutritionele rol, waar in dit hoofdstuk dieper wordt op ingegaan. Gezien ook water onlosmakelijk verbonden is met het energiemetabolisme, zijn tevens aanbevelingen opgenomen die toelaten de waterbalans in evenwicht te houden.

.

.

Voedingsvezels

.

Voedingsvezel is de verzamelnaam voor een aantal stoffen die zich in de celwand van planten bevinden. Ze geven stevigheid en vorm aan de plant en zijn voor mensen niet te verteren. Het zijn onverteerbare stoffen, die ervoor zorgen dat de darmen goed hun werk kunnen doen. Belangrijke bronnen zijn brood, aardappelen en groente en fruit. Een tekort aan voedingsvezels veroorzaakt darmproblemen, zoals een te trage stoelgang, obstipatie en aambeien of divertikels (uitstulpingen van de dikkedarmwand).

Vezelrijke voeding is ook belangrijk om overgewicht te voorkomen, omdat voedingsvezels een verzadigd gevoel geven én nauwelijks calorieën leveren. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat voedingvezels het risico op darmkanker verkleinen. Het is aan te raden terughoudend te zijn met voedingsvezelpreparaten: gebruik deze alleen in overleg met arts of diëtist.

•Totale voedingsvezel:
ondergrens: 15 g/1000 kcal/dag
bovengrens: 22 g/1000 kcal/dag

•Niet-zetmeel polymere koolhydraten
ondergrens: 9 g/1000 kcal/dag
bovengrens: 13 g/1000 kcal/dag

De wetenschappelijke gegevens voor volwassenen kunnen niet zomaar op jongere leeftijdsgroepen overgebracht worden, al lijkt het erop dat de behoefte, zowel van kinderen als van volwassenen, varieert in functie van het lichaamsgewicht en dat bijgevolg de vezelopname hoger zou moeten liggen dan wat actueel het geval is.
Aangezien kinderen en met name zeer jonge kinderen zeer snel groeien, mag een hoge vezelopname niet ten koste gaan van de opname van energierijke levensmiddelen.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Vervuiling op TV

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

 Inleiding

 

Zoals iedereen waarschijnlijk merkt komt geweld en andere vervuiling steeds vaker op de televisie. Deze vervuiling kan ernstige gevolgen hebben voor kinderen, maar net zo goed voor volwassenen. Angst en een toename van vloeken en geweld zijn hiervan voorbeelden.

 

 

 

 

 

De geschiedenis van vervuiling op televisie

 

Toen de televisies in de jaren ’50/’60 steeds normaler werden, was er nog niks aan de hand. Maar de laatste jaren zijn de normen en waarden van veel mensen veranderd. Mensen vonden dat alles moest kunnen en mogen. Er kwamen steeds meer onbehoorlijke dingen op TV, de zogenaamde “vervuiling”. Gelukkig zijn er ook mensen die daar tegen in “opstand” komen, want ze willen dat deze ontwikkelingen niet door gaan.

 

 

Verschillende soorten vervuiling

 

Alles wat op de televisie komt wat een negatieve invloed op mensen heeft die ernaar kijken is eigenlijk vervuiling. Maar om wat duidelijker aan te geven welke dingen dat nou precies zijn, wordt de vervuiling vaak in verschillende soorten ingedeeld. De bekendste soorten zijn:

  • geweld,
  • seks / pornografie en
  • vloeken.

Maar sommige mensen vinden discriminatie en druggebruik ook vervuiling. Natuurlijk is het best mogelijk om nog meer categorieën te bedenken. Geweld, seks / pornografie, vloeken en discriminatie zijn de meest voor komende kenmerken die de publieke omroepen hanteren om hun programma’s te classificeren. De vier soorten spreken voor zich, dus het is niet nodig dat we verder nog uitleggen wat ze inhouden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gevolgen van vervuiling op de televisie

 

Over geweld op de televisie bestaan allerlei meningen. Sommige deskundigen zeggen dat mensen zichzelf afreageren door naar ‘spannende films’ te kijken, vooral als daar wat geweld in voorkomt. Andere deskundigen waarschuwen dat je agressiever, onverschilliger en zelfs angstiger kunt worden van films met geweld.

Waarom worden er dan toch gewelddadige films en andere vervuilde programma’s uitgezonden? Voor TV stations is het belangrijk dat veel mensen naar hun programma’s kijken. In Amerika worden programma’s vooral betaald uit de opbrengst van reclamespotjes. Reclamemakers willen dat zoveel mogelijk mensen hun spotjes zien.

Vandaar dat men de aandacht van de kijkers probeert te trekken door onder andere veel programma’s met geweld te vertonen. Hoe hoger de kijkcijfers, des te meer er door de TV stations aan de reclame wordt verdiend. Maar volgens Brad Bushman, een professor in de psychologie, is het niet zo verstandig van de reclamemakers om hun spotjes in TV programma’s met geweld te stoppen.

Uit zijn onderzoek is namelijk duidelijk geworden, dat mensen die naar gewelddadige video’s kijken, de reclameboodschappen minder goed kunnen onthouden. Als professor Bushman gelijk heeft, komt er straks misschien minder geweld op de TV. Zeker als de programma’s worden betaald uit de opbrengst van de reclame.

Men wil kinderen tegen geweld op tv beschermen, omdat de volwassenen denken dat de kinderen door het zien van geweld zelf gewelddadig worden. Worden volwassenen dan niet gewelddadig door het zien van geweld? Is het niet zo dat heel wat moorden gebeuren precies zoals ze op tv te zien waren?

Het is onzin om te beweren dat kinderen wel en volwassenen niet door geweldfilms worden beïnvloed. De televisie heeft ook een grote invloed op het taalgebruik van mensen. Zo nemen kinderen woorden snel over van de televisie.

Toch kan er onderscheid gemaakt worden tussen gewelddadige beelden. Beelden van het vernietigen van varkens, of een aanslag in Israël zijn nieuwsfeiten. Problematischer is verheerlijking van geweld in films waar iemand die veel geweld toepast als held wordt afgeschilderd en waar de gevolgen voor de slachtoffers niet in beeld worden gebracht. Bij sommige mensen kan daar een soort vervormd beeld ten aanzien van geweld ontstaan.

Geweldbeelden kunnen een negatieve invloed hebben op kinderen die al moeite hebben met het verwerken van de realiteit. Ook jongeren die uit een gezin komen, waar ze weinig begeleid worden en die zich dus makkelijk identificeren met helden uit de televisiewereld en jongeren uit omgevingen waar geweld als oplossing voor conflicten wordt gehanteerd, zijn belangrijke risicogroepen.

Deze jongeren zullen zich sneller identificeren met geweld in de media en daardoor mogelijk zelf sneller agressief gedrag vertonen. Jos Manders, werkzaam bij een RIAGG, wees erop dat het er niet alleen om gaat dat het kijken naar geweldfilms de grens van het zelf gebruiken van geweld zou verlagen, maar ook dat geweld zien ook veel angst oproept, en dat is ongezond

 

 

Wat zegt de Bijbel over “vervuiling op televisie”

 

In de Bijbel staan een heleboel dingen over “vervuiling op de televisie”. Natuurlijk niet over de televisie, maar wel over de vervuiling. Hieronder staan een aantal teksten die ermee te maken hebben, met een korte uitleg erbij.

 

 

vloeken

 

  • Leviticus 19:14: een dove zult gij niet vloeken
  • Exodus 20:7 / Deuteronomium 5:11: gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken, want de Here zal niet onschuldig houden wie Zijn naam ijdel gebruikt.

Veel vloeken bestaan uit een verbastering van de naam van God of Jezus. Bijvoorbeeld de uitroep “Jezus”. Verder zijn er ook een heleboel vloeken waarmee je een vloek over jezelf of iemand anders uitspreekt, bijvoorbeeld het g-woord (gvd). Hiermee vraag je eigenlijk of God je naar de hel wil sturen;  klere (colere) of kanker, hiermee wens je iemand deze ziekte toe, en zo zijn er nog veel meer dingen maar die noemen we niet allemaal op.

Uit deze teksten blijkt duidelijk dat God niet wil dat we vloeken, of dat nu betekent dat we Gods naam “ijdel gebruiken” of dat we een vloek over onszelf of een ander uitspreken. Vloeken zou dus niet op de televisie moeten zijn.

 

 

 

 

 

 

geweld

 

  • Psalm 11:5: de Here toetst de rechtvaardige en de goddeloze; en wie geweld bemint, die haat Hij
  • Prediker 3:31: weest niet afgunstig op een man van geweld en verkies geen enkele van zijn wegen
  • Jeremia 22:3: zo zegt de Here: doet recht en gerechtigheid, bevrijdt de beroofde uit de macht van de verdrukker, doet de vreemdeling, wees en weduwe schade noch geweld aan en vergiet geen onschuldig bloed op deze plaats
  • Ezechiël 45:9: Laat af van geweld en onderdrukking, handelt naar recht en gerechtigheid
  • Zacharia 4:6: niet door kracht noch geweld, maar door mijn geest, zegt de Here der heerscharen

Uit deze teksten blijkt heel duidelijk dat God het niet goed vindt als wij (onnodig) geweld gebruiken. En Hij vindt het ook niet goed als we het leuk vinden om naar geweld te kijken. Daarom hoort geweld ook niet op de televisie thuis.

 

 

 

 

 

 

Seks / pornografie

 

  • Mattheus 5:28: Maar ik zeg u: een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.
  • Exodus 20:17: gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht nog zijn dienstmaagd (zie ook Deuteronomium 5:21)
  • Galaten 5:16: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees
  • Prediker 6:32: wie overspel pleegt met een vrouw, is verstandeloos; wie dit doet, richt zichzelf te gronde
  • 1 Thessalonicenzen 4:3: Want dit wil God: uw heiliging, dat gij u onthoudt van de hoererij

Zoals wel duidelijk is in deze teksten vindt God het niet goed als iemand overspel pleegt. En Hij noemt het niet alleen overspel als iemand werkelijk met een ander dan zijn / haar man / vrouw naar bed gaat, maar ook al als iemand daar aan denkt, en zelfs als je naar een ander kijkt om hem / haar te begeren.

Het Griekse woord dat in de Bijbel vertaald is als hoererij, heeft namelijk een veel bredere betekenis: alles wat met pornografie te maken heeft valt daar ook onder. Als men seks of pornografie op de televisie laat zien, dan pleegt degene die daarnaar kijkt dus al overspel.

Diegene is niet alleen verstandeloos, maar richt zichzelf ook te gronde. Aangezien dit niet de bedoeling is en God het ook niet goed vindt, zou er dus ook geen seks / pornografie op de televisie moeten zijn.

 

 

 

 

 

discriminatie

 

  • Deuteronomium 10:17: want de Here, uw God, die geen partijdigheid kent
  • Exodus 12:49: eenzelfde wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft
  • Exodus 22:21: een vreemdeling zult gij niet onderdrukken, noch hem benauwen, want gij zijt vreemdelingen geweest in het land Egypte (zie ook Exodus 23:9)
  • Leviticus 19:34: als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft: gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdelingen geweest in het land Egypte
  • Leviticus 23:22: Wanner gij de oogst van uw land binnenhaalt, dan zult gij de rand van uw veld bij uw oogst niet geheel afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, zult gij niet oplezen; dat zult gij voor de arme en de vreemdeling laten liggen.

Uit deze teksten blijkt heel duidelijk dat discriminatie niet de wil van God is. God kent geen partijdigheid en Hij wil dat wij dat ook niet kennen. Daarom moeten we vreemdelingen net zo behandelen als alle anderen. We moeten iedereen als gelijke behandelen, en we moeten zelfs extra goed voor ze zijn. Omdat discriminatie dus tegen God ingaat, moet het niet op de televisie worden uitgezonden.

 

 

 

 

 

Onze eigen mening

 

Wij zijn tegen vervuiling op televisie, want wij denken dat God het niet goed vindt en bovendien heeft het een slechte invloed op mensen die ernaar kijken. Wij vinden dat het niet op televisie uitgezonden zou mogen worden maar als het niet mogelijk is om dit te verbieden moeten er in ieder geval maatregelen getroffen worden.

Zo zou het mogelijk moeten worden dat er iets in de televisie ingebouwd kan worden tegen slecht taalgebruik, geweld en andere vervuiling en zouden vervuilde (teken)films of programma’s niet uitgezonden mogen worden.

 

 

 

Slotwoord

 

We hebben onze eigen mening kunnen vormen, en het is goed om eens na te denken over dit esthetische onderwerp. Helaas hebben wij ook moeten constateren dat er nog een heleboel mensen zijn die zich niet veel aantrekken van televisievervuiling.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Een lekker en gezond vieruurtje

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

De schoolgaande jeugd heeft na een lange dag studeren (en jij misschien ook wel) dubbel en dik een lekker vieruurtje verdiend. Maak er meteen ook een gezond vieruurtje van en neem er even de tijd voor. Een gezond vieruurtje voorkomt bovendien een leeggeplunderde snoepkast en slechte eters bij het avondmaal

.

Lekker fruit

.

.

.

Een stuk fruit is altijd lekker en gezond. Gesneden fruit is succes verzekerd, zeker bij kinderen. Heb je wat extra vrije tijd vooraleer de kinderen uit school komen, verras ze dan met een heerlijke fruitsalade of kleurrijke fruitsatés. Of maak een groentefruitsalade, bijvoorbeeld met fijngesnipperd witloof en stukjes appel of blokjes rode biet. Zo wordt fruit eten nooit saai. Geschild en gesneden fruit en groenten bewaar je best afgedekt onderaan in de koelkast. Voorkom dat het fruit bruin kleurt door er een beetje citroensap over te sprenkelen.
.
.

Afwisseling is belangrijk

.

Probeer daarom ook eens de volgende suggesties.

Rauwe groenten zijn even lekker en gezond als fruit, bijvoorbeeld radijsjes, kerstomaatjes, bloemkoolroosjes, wortelreepjes (of 1 dikke wortel), komkommerschijfjes, paprikablokjes, witloofblaadjes.
• Een glas groentesap (tomatensap, wortelsap, …). Maak het pittiger met wat peper (of cayennepeper voor wie van pikant houdt) en een weinig zout.
• Satéprikkers met stukjes groenten en blokjes (light)kaas.
• Een kom (verse) soep met een sneetje bruin brood, een beschuit of enkele soepstengels.
• Een glas halfvolle melk, puur natuur of met een schepje zuivere cacaopoeder.
• Een schaaltje yoghurt, platte kaas of pudding. Met stukjes vers gesneden fruit of wat fruitmoes (bv. appel- of rabarbermoes) wordt het extra lekker.
• Een aardbeienmilkshake: neem 150 g aardbeien en voeg er 200 ml ijskoude halfvolle melk aan toe. Mix alle ingrediënten tot een mooi, rozig drankje en giet het in hoge glazen. Om het romiger te maken voeg je twee eetlepels magere platte kaas toe en mix je het geheel nog even goed door. Als afwerking mag een aardbei op de glasrand niet ontbreken.
• Een snede (geroosterd) bruin brood met magere kruidenkaas of platte kaas (op smaak gebracht met wat peper en radijsjes). Snij een vierkante bruine boterham met beleg diagonaal door. Zo bekom je driehoekige sandwiches, bekend van de Engelse ‘afternoon tea’.
• Een sneetje peperkoek of een andere droge koek (bv. letterkoekjes, kinderkoek, soldatenkoek). Heerlijk met een glas koude melk.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Exorcisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Exorcisme

 

Het exorcisme is een ritueel binnen de Katholieke Kerk dat door een bevoegde priester wordt uitgevoerd. Het ritueel is bedoeld om mensen of dingen te ontdoen van demonen. De Kerk gelooft dat Satan zoveel invloed op een persoon kan uitoefenen, dat hij bezeten wordt van een duivelse macht.

 

 

Het uitvoeren van een exorcisme ritueel houdt in dat enkele gebeden worden uitgesproken en bepaalde handelingen worden verricht. De oorsprong van exorcisme ligt bij Jezus, hij verdreef demonen en boze geesten. Hij gaf zijn discipelen de macht om dit ook te doen, toen hij hen uitzond:

“Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen.” (Lucas 9:1)

 

De officiële definitie van exorcisme volgens de Catechismus van de Katholieke Kerk:

“’Men spreekt van exorcisme, wanneer de Kerk in naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Satan en aan zijn macht onttrokken zal zijn. Het exorcisme gaat terug op Jezus zelf die het heeft toegepast. Ook de macht en de taak van de Kerk om het exorcisme toe te passen zijn gebaseerd op de woorden van Jezus zelf.” (nr. 1673)

 

Het exorcisme maakt geen deel uit van de zeven Sacramenten. Het behoort echter tot de sacramentalia, zegeningen die voorbereiden op het ontvangen van sacramenten of die heiliging brengen in de situatie waar een persoon zich in bevindt.

In de Katholieke Kerk bestaat het onderscheid tussen het doop exorcisme en het ‘groot exorcisme’. De doopkandidaten (catechumenen) zijn tot aan hun Doopsel nog niet van de Erfzonde verlost, en zijn ze dus bijzonder vatbaar voor de demonische machten. Tegenwoordig wordt voor de dopelingen gebeden om bescherming tegen het kwaad.

 

 

 

Het doop exorcisme

 

Bij de Kinderdoop wordt gebeden:

“Heer onze God:
Gij hebt uw Zoon naar de wereld gezonden
om de macht van de Boze te breken
en de kwade geest uit ons te drijven,
om de mens aan de duisternis te ontrekken
en over te brengen
naar het wonderlijke rijk van licht;
wij bidden U:
bevrijd deze kinderen
van de smet van de eerste zonde,
en maak hen tot woning van uw heerlijkheid,
tot tempel van de Heilige Geest.
Door Christus onze Heer.”

 

 

 

 

Het groot exorcisme

 

Het plechtige, zogenaamde groot exorcisme mag alleen door een priester en met toestemming van de bisschop worden uitgeoefend. De Kerk waakt erover om in deze materie de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen. Het exorcisme is immers bedoeld om in naam van Christus, duivels uit te drijven of om iemand te bevrijden van demonische overheersing.

De situatie ligt heel anders wanneer er sprake is van een psychische ziekte. De Kerk staat erop, om voordat men een exorcisme uitspreekt, na te gaan of het wel degelijk om een aanwezigheid van de duivel gaat en niet om een psychische ziekte, waarvan de behandeling onder de medische wetenschap valt.

De functie van exorcist ging in de Katholieke Kerk gepaard met de wijding tot exorcist, de laatste van de vier Lagere Inwijdingen.  Technisch gezien is exorcisme niet het verdrijven van de duivel of een demon, maar het plaatsen van de duivel of demon onder een eed. In sommige gevallen kan een persoon door meer dan één demon bezeten worden. “Exorcisme” is afgeleid van het Griekse voorzetsel ek (uit) met het werkwoord horkizo wat betekent “Ik laat iemand zweren” of ik bezweer”.

Bij het exorcisme werd gebruikgemaakt van formuleringen in het Latijn als de officiële kerktaal. Telkens opnieuw werden dezelfde latijnse teksten herhaald, zoals:

“Exercismo te, immunidisseme spiritus, omnis incursio adversarii, omne phantasma, omnis legio, in nomine Domini nostri Jesus Christi; eradicare et effugare ab hoc plasmate Dei”. Vertaald:

Ik drijf u uit, zeer onreine geest, elke aanval van de Tegenstander, elke spookverschijning, elk legioen, in de naam van onze heer Jezus Christus; gij wordt uitgerukt met wortel en al en verjaagd uit dit schepsel van God.

 

Of:

“Adjuro te, serpens antique, per Judicem vivorum et mortuorum, per factorem tuum, per factorem mundi, per eum qui habet potestatem mittendi te in gehennam, ut ab hoc famulo Dei, qui ad simun Ecclesiae recurrit, cum metu et exercitu furoris tui festinus discedas”. Vertaald:

Ik bezweer u, slang uit de begintijd, bij de Rechter van de levenden en doden, bij uw maker, bij de maker van de wereld, bij Hem die de macht heeft u in het Gehenna te storten, dat gij snel vertrekt uit deze dienaar van God met alle verschrikkingen en beproevingen van uw razernij, opdat hij zich terug kan spoeden in de boezem van de Kerk.

 

Overigens werden niet alleen mensen geëxorciseerd. Ook voorwerpen konden door de duivel in bezit zijn genomen. Zo werd in de middeleeuwen bij ketter- of heksenverbrandingen vaak ook het hout en zelfs het vuur geëxorciseerd. Dit omdat men dacht dat de duivel in het hout en het vuur ervoor kon zorgen dat de ketter of heks minder pijn zou lijden. Bekend is de formulering hiervan bij de verbranding van de priester Urbain Grandier:

“Ecce crucem Domini, fugite partes adversae, vicit Leo de tribu Juda, radix David. Exorciso te, creatura ligni, in nomine Dei patris omnipotentis, et in nomine Jesus Christi filii eius Domini nostri, et in virtute Spritus Sancti”. Vertaald:

Aanschouw het kruis van de Heer, en mogen zijn vijanden vluchten, de leeuw van de stam van Juda heeft overwonnen, de wortel van David. Ik exorciseer u, schepsel van hout, in de naam van God de almachtige vader, in de naam van Jezus Christus, zijn zoon en onze Heer, en in de macht van de Heilige Geest.

 

 

 

 

 

 

Namen van de duivel

 

 

Satan

De naam Satan betekent aanklager, tegenstander, tester. In het Bijbelboek Job is Satan aangesteld als tester in dienst van God. Hij krijgt toestemming van God om Job op de proef te stellen. Satan is in dit kader niet zozeer een eigennaam, maar meer de benaming van een ambt: aanklager.

 

Lucifer

Het woord Lucifer is Latijn voor ‘morgenster’. De naam Lucifer behoort oorspronkelijk toe aan de planeet Venus, vanwege diens helderheid. De Vulgaat (Bijbelvertaling in het Latijn, tot stand gekomen tussen 390 en 405 na Christus) gebruikt het woord voor het licht van de morgen (Job 11:17). Als metafoor wordt de benaming toegepast op de koning van Babylon (Jesaja 14:12), op de hogepriester Simeon (De wijsheid van Jezus Sirach 50:6), op de beloning die degene krijgt als hij Jezus navolgt en overwint, en tenslotte op Jezus Christus zelf, het ware licht van ons leven (2 Petrus 1:19, Openbaring 22:16).

 

 

 

 

 

Promovendus Ruben van Luijk over de duivel en het satanisme in de negentiende eeuw

 

 

Oorsprong van de duivel

 

In het Zoroastrianisme – gesticht door Zoroaster die omstreeks 1000-600 voor Christus geleefd zou hebben – is het voor het eerst in de geschiedenis dat we een figuur tegenkomen die het kwaad vertegenwoordigt. Het Zoroastrianisme, vernoemd naar de profeet Zoroaster, is een dualistische religie.

Goed en kwaad is compleet gescheiden en in gevecht met elkaar. De schepper Ahura Mazda is goed, Ahriman is duister en kwaad. Ahura Mazda beschermt en vernieuwt de schepping, het doel van Ahriman is juist om deze te vernietigen.

Maar pas aan de wieg van het christendom wordt de benaming ‘Satan’ voor het eerst gebruikt. Het is een Hebreeuws woord dat tegenstander of aanklager betekent. De naam komt een paar keer voor in het Oude Testament en wordt zowel voor mensen als andere wezens gebruikt.  Satan is de aartsengel en heer van het kwaad. In het Bijbelboek Job is Satan een tester, als zodanig aangesteld door God.

De heersende christelijke interpretatie is dat alle demonische figuren in de Bijbel voor of onderhorig zijn aan de duivel. Satan is binnen het christendom vrijwel synoniem aan al het kwaad geworden. Binnen dit kader ontstond de praktijk van het exorcisme, die door de alomtegenwoordigheid van de duivel noodzakelijkerwijs in het leven werd geroepen.

 

 

Zoroastrianisme

 

 

 

 

 

 

 

Satans imagoverandering

 

In de negentiende eeuw vond in bepaalde delen van de westerse samenleving een imagoverandering van Satan plaats. Van een negatief imago, kreeg de duivel een positieve uitstraling. Dit heeft te maken met de Franse Revolutie (1789). God werd gezien als een dictator, een autocratisch monarch. De revolutie, het in opstand komen tegen de gevestigde orde werd iets positiefs. De duivel werd een held voor de revolutionairen, een dappere voorvechter.

 

 

 

 

 

 

De kerk van Satan

 

Anton Szandor LaVey, eigenlijke naam Howard Stanton Levy (1930-1997), was de satanist die de Church of Satan oprichtte. Op 30 april 1966 (Walpurgisnacht) stichtte hij de Church of Satan, de eerste publieke satanische organisatie ter wereld. Deze gebeurtenis markeert het begin van het moderne satanisme.

Satanisten zien zichzelf als navolgers van Satan, de enige godheid die, naar hun zeggen, begrijpt wat mensen doormaken:

“Satan, by one name or another, haunted mankind, tempting him with sweet delights and enlightening him with blinding secrets intended only for gods. He was one who could be petitioned for powers of retribution and who gave deserved rewards. Instead of creating sins to insure guilty compliance, Satan encouraged indulgence. He was the single deity who could really understand us.”

 

Satanisten zijn voorstanders van de vooruitgang en het streven naar meer kennis, dat is de kern van het occultisme:

“We are explorers on the untrodden paths of science, human motivation and mystery – all that is most truly occult.”

 

Volgens hen wordt ontwikkeling tegengehouden door spirituele mensen en theïsten. Een satanist wil steeds meer op het grote voorbeeld, Satan, gaan lijken. De eigenschappen van Satan zijn deze:

“the imagination to confound and confuse, the wisdom to recognize the unseen in our society, the pragmatism of a skeptic, and the passions of a classical Romantic soul.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De eerste sprookjes door de gebroeders Grimm

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

“Er was eens…” een sprookjespark genaamd ‘de Efteling’ waar 15 sprookjes van de gebroeders Grimm uitgebeeld stonden in het sprookjesbos. Op 14 maart 2013 werd hier een symposium georganiseerd ter gelegenheid van 200 jaar Grimm. Het thema was ‘inzicht in sprookjes met als inspiratiebron de gebroeders Grimm en hun sprookjesboek Der kinder- und Hausmärchen’ (1812). Deze mannen drukten hun stempel op de sprookjes zoals wij die nu kennen. Want niets blijkt zo veranderlijk als een sprookje.

 

 

De heer Meyer, cultureel attaché van de Duitse Bondrepubliek, opende het woord de ontvangstzaal naast de attractie de Fata Morgana, met een prachtige sterrenhemel. Roodkapje, de wolf en Sneeuwwitje stonden klaar om de genodigde pers en sprookjesliefhebbers naar hun plaats te begeleiden.

 

.

De Efteling in Kaatsheuvel

 

.

Collectieve jeugdherinnering

 

Vervolgens nam Olaf Vugts, directeur Imagineering van de Efteling het woord. “We hebben een nieuwe paus gekregen, we krijgen een nieuwe koning en we hebben een nieuwe keizer.” Daarmee doelde hij op de weergave van een nieuw sprookje in het sprookjesbos ‘de nieuwe kleren van de keizer’.

Maar het verhaal over die keizer werd opgetekend door Hans Christian Andersen (1805-1857) in 1837, de Deense sprookjesschrijver. Vandaag waren we hier bijeen gekomen om juist die andere sprookjesvertellers te herdenken: de gebroeders Grimm.

Olaf Vugts vervolgde zijn introductie met de woorden “Wat we u verkopen is een jeugdherinnering”. Door de dag heen waren er verschillende sprekers die inspeelden op deze jeugdherinnering en zij beargumenteerden hoe sprookjes zich ontwikkelden in de loop van de 19e, 20e eeuw en 21e eeuw.

 

 

Hans Christian Andersen

.

 

 

Jonge jaren van Jacob en Wilhelm Grimm

 

 

 

 

De mannen die centraal stonden waren de zoons van advocaat Philipp Wilhelm Grimm en diens vrouw Dorothea Grimm. Jacob was de eerste zoon en werd geboren op 4 januari 1785. Wilhelm Karl Grimm zag iets meer dan een jaar later, op 24 februari 1786, het levenslicht. Al op jonge leeftijd waren de twee broers onafscheidelijk, wat ze de rest van hun leven bleven.

Beiden gingen studeren aan de universiteit van Marburg, sliepen samen op één kamer en deelden al hun boeken. Na hun afstuderen kregen Jacob en Wilhelm een betrekking in de universiteitsbibliotheek van Kassel, waar de twee zich onder andere bezighielden met het verzamelen en de bestudering van Duitse literatuur.

.

 

 

1812: Kinder- und Hausmärchen

.

Vanaf 1806 legden de broers zich toe op het verzamelen van sprookjes en sagen. Ze vergeleken verschillende varianten van de mondelinge en schriftelijk overgeleverde verhalen en publiceerden de uitkomst in 1812 onder de titel Kinder- und Hausmärchen. Het was een verzameling van 201 sprookjes en 10 kinderlegenden. Om tot dit werk te komen moesten de gebroeders echter een paar keuzes maken.

De volksvertellingen waar zij zich op baseerden waren van oorsprong vaak harde en gruwelijke verhalen. Bijvoorbeeld het verhaal over Roodkapje dat eerder door Charles Perrault (1628-1703) was opgetekend, kende een heel ander karakter dan het verhaal dat wij heden ten dagen kennen.

Zo kwam Roodkapje in deze versie ´naakt in het bed bij de wolf liggen´, werd zij aan het einde van het verhaal ´opgegeten´ en was het moraal van dit verhaal ´dat kleine meisjes moesten oppassen voor wolven`?

 

 

..

.

 

 

Verandering in de aard van sprookjes

 

Tot aan de 19e eeuw waren sprookjes dan ook bedoeld voor volwassenen, maar met de optekening door de gebroeders Grimm verschoof de doelgroep naar kinderen en hun ouders. Tijdens het symposium werd door de sprekers duidelijk gemaakt wat de kern van de sprookjes was: volksvertellingen die meedeinen op de tred van de tijd. Zo pasten de gebroeders Grimm de sprookjes aan de 19e eeuw aan.

De kern elementen die oorspronkelijk de sprookjes sierden: seksualiteit, wreedheid en geweld, werden niet meer geschikt geacht voor tere kinderzieltjes. Zo werd de jaloerse moeder in het sprookje ‘sneeuwwitje’ door de gebroeders Grimm veranderd in een ‘stiefmoeder’, waardoor het sprookje acceptabel werd voor een breder publiek, en werd Roodkapje aan het einde van dit sprookje gered.

 

.

Roodkapje

.

.

 

Late jaren gebroeders Grimm

 

Nadat de gebroeders de Hausmärchen hadden geschreven, begonnen zij aan het opstellen van Das Deutsche Wörterbuch, een project dat pas in 1961 voltooid werd. In 1822 ontdekte Jacob de ‘Wet van Grimm’, die betrekking heeft op de eerste klankverschuiving die het Germaans onderscheid van de Proto-Indo-Europese taal.

Vanwege zijn grote rol in de bestudering van de oorsprong van de Germaanse taal en cultuur raakte Jacob verder ook betrokken bij het politieke proces van de Duitse eenwording. Zo kreeg hij in 1848 zitting in het revolutionaire Frankfurter Parlement, dat tevergeefs probeerde van Duitsland een eenheidsstaat te maken.

Wilhelm Grimm overleed op 16 december 1859, Jacob op 20 september 1863. Tegenwoordig zijn de gebroeders Grimm, naast hun politieke en taalkundige verdiensten, met name bekend door hun sprookjesboek dat zij in hun jonge jaren uitgaven.

 

 

.

.

.

 

Sprookjes van Grimm in Nederland

 

De gebroeders Grimm maakten de sprookjes dus toegankelijk voor een breder publiek. In de afgelopen 200 jaar zijn echter ook de sprookjes van Grimm sterk geëvolueerd. In de verschillende edities van Kinder- und Hausmärchen kwamen in de loop van de tijd verschillende verhalen te vervallen en werden andere verhalen toegevoegd en soms ook aangepast.

De sprookjes van Grimm verschenen in 1820 voor het eerst in Nederland onder de titel Sprookjes-Boek voor Kinderen. “Opvallend is dat de vertaalde sprookjes aanvankelijk niet succesvol waren in Nederland en dat het boek zelfs op weerstand stuitte”, vertelde literatuurwetenschapper Vanessa Joosen.

“In 1820, toen de eerste vertaling verscheen, bestond in Nederland geen sterke romantische traditie en volksliteratuur vond men nog niet interessant.” Kinderen in Nederland moesten met name ‘nuttige literatuur’ lezen over de werkelijkheid, en de toch nog gruwelijke sprookjes, die zich afspeelden in de fantasiewereld, pasten niet in dit opvoedingsbeeld.

 

.

.

.

 

Roodkapje

 

.

.

Opleving van sprookjes aan het einde van de 19e eeuw

 

De sprookjes die voor deze eerste Nederlandse uitgave waren geselecteerd bevatten van de moderne populaire sprookjes als Roodkapje, Sneeuwwitje en de Kikkerkoning, slechts één variant. Aan deze romantische vertellingen werd voorbijgegaan ten gunste van tegenwoordig minder populaire en harde verhalen, en de vertaling was slecht, waardoor de sprookjes lange tijd geen populariteit in Nederland genoten.

Hier kwam pas verandering in nadat er een bundel van Hans Christian Andersen in Nederland werd gepubliceerd, die volgens Joosen ‘minder grove en boerse vertellingen en juist meer romantische sprookjes dan de eerste Nederlandse publicatie van Grimm bevatte’. Een nieuwe bundel van de gebroeders Grimm werd uitgebracht en eind 19e eeuw kenden de sprookjes ook in Nederland een opleving.

 

 

.

.

 

Sprookjes begin 20e eeuw

 

Sprookjes maakten in de eerste helft van de 20e eeuw een ware revolutie door, onder andere in de eerste film van Disney in 1937: Snow White and the seven dwarfs, waarin de dwergen voor het eerst namen kregen en Sneeuwwitje de rol als moeder en huisvrouw op zich nam. In Nederland wordt de opleving van sprookjes nog het beste verbeeld in de totstandkoming van de Efteling.

In de jaren ’30 van de 20e eeuw werd ten zuiden van Kaatsheuvel een sportpark aangelegd. In 1950 richtten de burgemeester van gemeente Loon op Zand, kunstenaar Anton Pieck en cineast Peter Reijnders de Stichting Natuurpark de Efteling op. Anton Pieck tekende de ontwerpen en Peter Reijnders bracht deze technisch tot leven. De doelgroep van deze verbeelding van de sprookjes werd eens te meer ‘het kind en de ouder’.

 

.

Anton Pieck

 

 

 

Disney : Snow White and the seven dwarfs

.

.

 

Sprookjes in de Efteling

 

De Efteling opende haar deuren op 31 mei 1952, destijds als speeltuin met een Sprookjestuin. Bij de opening waren er tien sprookjes te vinden, waaronder het Kasteel van Doornroosje, Langnek, de Put van Vrouw Holle, de grot van Sneeuwwitje en de Kikkerkoning. Al snel kwamen daar nieuwe sprookjes bij, zoals Hans en Grietje (1955) en Roodkapje (1960).

Sinds de oprichting heeft de Efteling tal van sprookjes in kleur, klank en beweging een plekje in het park gegeven. Inmiddels staan 15 sprookjes van de gebroeders Grimm uitgebeeld in het Sprookjesbos van de 28 verbeeldde sprookjes.

 

 

De Efteling in Kaatsheuvel

.

.

 

Roodkapje in de Efteling

.

.

.

21e eeuw: de prinses weet wat ze wil

 

Vanessa Joosen is van mening dat de sprookjes in de loop van de 20e eeuw steeds meer verkleuterden om de tere kinderzieltjes te sparen. Wat uit deze dag in ieder geval duidelijk werd is dat sprookjes een spiegel zijn van de moderne maatschappij, verweven in de eeuwenoude verhalen. In de 21e eeuw kenden de sprookjes opnieuw een opleving.

Deze keer in het grote aantal speelfilms en series met het sprookje als uitgangspunt. Voorbeelden hiervan zijn: Red riding hood, Snowwhite and the Huntsman, Mirror Mirror, Shrek, Ever After, Tangled (Rapunzel) en Hansel and Gretel: Witch Hunters.

Theo Meder, onderzoeker bij het Meertens Instituut, beargumenteerde dat ‘de oude motieven van ‘seksualiteit en geweld’ die in de 18e eeuw nog verweven zaten in de sprookjes nu weer terug zijn gekomen’. Sprookjes worden hierdoor weer aanlokkelijk voor jongvolwassenen.

Daarnaast ziet hij de moderne maatschappij doorschemeren in een nieuw fenomeen: de prinses als daadkrachtig en heldhaftig personage, die goed voor zichzelf kan zorgen.

.

.

Grimm sprookjes – Efteling

.

 

..

200 jaar Grimm

.

De sprookjes van Grimm behoren inmiddels tot het werelderfgoed en zijn in meer dan 170 talen vertaald. Ter gelegenheid van de belangrijke rol van de gebroeders Grimm werd op 14 maart 2013 een beeldje van Jacob en Wilhelm Grimm in het sprookjesbos onthuld. “Als symbolische ode aan de inspanning die de Efteling al 60 jaar aan de dag legt om het cultuurerfgoed sprookjes levend te houden”.

De sculptuur is een blijk van waardering van de Deutsche Grimmgesellschaft, een internationale, wetenschappelijke vereniging die de nalatenschap van de gebroeders Grimm beheert, en is mede mogelijk gemaakt door de steun van Grimm Heimat NordHessen.

.

 

onthullingsbeeldje

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Eten met het gezin zorgt voor gezonder eetpatroon

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Eten met het gezin zorgt voor gezonder eetpatroon

.

.

.
.
.
Volgens een onderzoek aan de Universiteit Antwerpen zorgen gezinsmaaltijden voor een gezonder eetpatroon. Hoe vaker kinderen samen met hun ouders eten, hoe vaker ze gezonde voeding eten. Ook kookprogramma’s op TV kunnen een positieve invloed hebben.

Een groep kinderen tussen 10 en 12 jaar moest voor en na het kijken naar een kookprogramma een vragenlijst invullen. Dezelfde vragen werden gesteld aan een controlegroep, die naar een neutraal tv-programma gekeken had.

Het bekijken van het kookprogramma bleek geen invloed te hebben op de attitude van de kinderen ten opzichte van gezonde voeding. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de kinderen voor het bekijken van het programma al vrij positief dachten over gezonde voeding, en dat het bekijken van één aflevering hier dus nog weinig invloed op heeft gehad.

Het bekijken van het programma bleek wél een positieve invloed te hebben op het gezonde eetgedrag van de kinderen. Wie in de experimentele groep zat, koos vaker voor het gezonde bedankje (fruit) dan wie in de controlegroep zat. Die kinderen kozen vaker voor het koekje.

In de enquête zat ook een onderdeel waarin gemeten werd in hoeverre de kinderen op dat moment zin hadden in gezonde en ongezonde voedingsproducten. Zowel in de voor- als de nameting hadden de meisjes aanzienlijk meer zin in gezonde voedingsproducten dan de jongens.

Deze bevinding sluit goed aan bij eerdere onderzoeken waarin is aangetoond dat meisjes meer waarde hechten aan gezond eten en meer bezig zijn met hun gewicht, zelfs op jonge leeftijd al. Ten slotte blijken de kinderen die positiever tegenover gezonde voeding staan, ook daadwerkelijk vaker gezonde voedingsproducten te eten. Hetzelfde geldt voor het gezamenlijk eten met de rest van het gezin.

Wanneer de kinderen zelf hun eetgedrag moesten beoordelen, blijkt dat maar liefst 75% van zichzelf vindt dat hij/zij (heel) gezond eet. De kinderen zijn wel positiever over fruit dan over groenten. Ze vinden de smaak van fruit lekkerder en proberen liever nieuwe soorten fruit uit dan nieuwe soorten groenten. Dat verklaart waarschijnlijk waarom 71,4% aangeeft dagelijks fruit te eten, maar slechts 57,8% iedere dag groenten eet.

De meeste kinderen (64,7%) eten één tot drie keer per maand fastfood. 25,9% geeft aan één tot twee keer per week fastfood te eten. Opmerkelijk: van de overige 9,4% eet de helft vaker dan tweemaal per week fastfood, en de andere helft bijna nooit. Ook eten de meeste kinderen één à twee keer per week zoute snacks als chips en nootjes, en vier keer per week tot bijna iedere dag zoete snacks als snoep, koek en ijs.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Omega 3-vetzuren in moedermelk helpt tegen zwaarlijvigheid

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Omega3-vetzuren in moedermelk helpt tegen zwaarlijvigheid

.

.

.

.

Meer omega 3-vetzuren en minder linolzuur in de voeding van zuigelingen en jonge kinderen beschermt ze tegen overgewicht op latere leeftijd. Dat blijkt uit onderzoek aan het Universitair Medisch Centrum Groningen.

De hoeveelheid linolzuur (n-6 vetzuur) in voeding is de afgelopen decennia sterk toegenomen ten opzichte van omega 3-vetzuren (n-3 vetzuur). Dit kan, zo blijkt uit eerdere studies, het stijgende aantal mensen met ernstig overgewicht verklaren. De studie onderzocht of het tegenovergestelde, dus voeding met minder linolzuur en juist meer omega-3 vetzuur, het risico op obesitas op latere leeftijd zou verlagen.

Om dit aan te tonen veranderde men de samenstelling van de moedermelk door moedermuizen meteen na de geboorte van de pups op een dieet te zetten. De muizen die een dieet met verlaagd linolzuur kregen, hadden ook een lagere hoeveelheid linolzuur in de melk. In de melk van de muizen die meer omega 3-vetzuren kregen, was de hoeveelheid omega-3 ook verhoogd.

De pasgeboren muizen kregen hierdoor aangepaste hoeveelheden voedingsvetzuren binnen. De muizen met meer omega 3-vetzuren in hun voeding hadden als ze eenmaal volwassen waren kleinere vetcellen. Dit kan verklaard worden door een blijvende verandering in de stofwisseling van de vetcellen, waardoor er minder vet wordt opgeslagen en meer vet wordt afgebroken.

Ook bij de muizen die minder linolzuur in de voeding kregen zag men een positief effect op de vetcellen: hoewel de cellen wel groter werden, waren er minder vetcellen ontwikkeld waardoor de muizen minder vet kunnen opslaan. Zowel meer omega 3-vetzuur als minder linolzuur leidt daarom tot een lagere vetmassa bij de volwassen muizen.

Wanneer deze bevindingen worden bevestigd in mensen, geeft dit duidelijke richtlijnen voor het verbeteren van de kwaliteit van voedingsvetten in de periode van ontwikkeling van jonge kinderen. Het zou de basis kunnen zijn voor nieuwe strategieën om overgewicht en obesitas in een vroeg stadium te voorkomen door middel van eenvoudige aanpassingen in het voedingspatroon van zwangere en borstvoedende vrouwen, zuigelingen en jonge kinderen.

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

1 op de 10 Vlaamse kleuters kampt met overgewicht

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

1 op de 10 Vlaamse kleuters kampt met overgewicht

.

.

Chubby fat kid trying to wear pants

.
.

1 op de 10 Vlaamse kleuters kampt met overgewicht. De hoofdoorzaak: het merendeel van de dag brengen ze zittend door, waardoor ze dus te weinig bewegen. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Marieke De Craemer (UGent), die de fysieke activiteit bij vier- tot zesjarigen bestudeerde.

Bij de vier- tot zesjarigen is al 9 procent van de jongens en 13 procent van de meisjes zwaarlijvig. De oorzaak daarvoor zoekt De Craemer bij hun beweegpatroon: 50 tot 80 procent van de dag bestaat uit activiteiten waarbij kleuters stilzitten, zoals lezen, knutselen, tv-kijken en computerspelletjes spelen.

Uit de gesprekken met ouders en leerkrachten blijkt dat zij meer beweging voor kleuters onnodig vinden. Integendeel, zittende kleuters zijn brave kleuters. Kleuterleerkrachten vinden het bijvoorbeeld belangrijk dat kleuters leren stilzitten in de klas als voorbereiding op het eerste leerjaar.

De Craemer ziet dat anders. Volgens haar dragen leerkrachten en ouders een gedeelde verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat kinderen niet zwaarlijvig worden. Daarom formuleert ze in haar onderzoek enkele tips. Zo kunnen leerkrachten de kleuterklas en speelplaats ‘uitdagender’ maken met touwen, kegels, hoepels en ander materiaal waarin kleuters zich fysiek kunnen uitleven.

Maar ook rechtop staan in plaats van zitten tijdens het tekenen, schilderen of knutselen is een goeie maatregel. Ouders kunnen hun kleuter activeren door zich met de fiets of te voet naar school te verplaatsen, of door meer activiteiten te plannen waarbij het kind veel beweegt. Daarnaast kun je als ouder speel- of reservekledij meegeven naar school: zo kunnen de kinderen ook ravotten op nat terrein.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

De 2de negentien van Bachbloesem : Pine

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

grove_den__pinus_sylvestris__scots_pineimg_6610bloemflowermale

 

 

Pine (Grove Den)

Pinus sylvestris

Een van Bach’s tweede 19 remedies.
Bereid volgens de koken-methode.

 

 

bach-flower-remedie-24-pine-grove-den-20ml-1

 

 

Indicatie

 

Voor degenen die zichzelf de schuld geven. Zelfs als ze slagen denken ze dat ze het beter hadden gekund, en ze zijn nooit tevreden met hun inspanning of met het resultaat. Ze werken hard en hebben veel te lijden onder de fouten die ze zichzelf toedichten.

 

 

 

Affirmatie

 

Gezondheid is dus de werkelijke weerslag van wat we zijn. We zijn perfect want we zijn kinderen van God. Het bestaat niet dat we onze best moeten doen om iets te verdienen wat we al gekregen hebben. We zijn hier alleen maar om in stoffelijke vorm de perfectie te laten zien waarmee we vanaf het begin der tijden al begiftigd zijn.

 

 

 

Habitat

 

De Schotse den is een inheemse soort in bossen op zure grond in de Schotse Hooglanden. Ook elders is ze wijdverbreid geplant, de den plant zich voort via de zaden die ze zelf verspreiden.

 

 

 

Emotionele toestand

 

Voor zelf-verwijt, schuldgevoel, voor hen die zichzelf de schuld geven, zelf-veroordeling, die vaak de verantwoordelijkheid nemen voor een situatie die niet hun schuld is. Ze zijn ontevreden en kritisch tegenover zichzelf, te nauwgezet, verontschuldigend en te nederig. De voortdurende moeite die ze doen om zichzelf alsmaar te verbeteren kan leiden tot vermoeidheid en neerslachtigheid. Helpt om schuldgevoelens te verlichten.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Zwangere vrouwen moeten extra jodium slikken

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

.

.

Zwangere vrouwen moeten extra jodium slikken

.

.Zwangere vrouwen nemen onvoldoende jodium in en dat heeft gevolgen voor de intellectuele ontwikkeling van kinderen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Hoge Gezondheidsraad (HGR).

Jodium is een belangrijk bestanddeel voor het goed functioneren van de schildklier. Jodium is een sporenelement dat van nature in kleine hoeveelheden in het lichaam voorkomt. De schildklier gebruikt dit element als bouwsteen voor de schildklierhormonen die een belangrijke rol spelen in het normaal functioneren van de lichaamscellen en de groei van de organen.

Bij volwassenen regelen deze hormonen ondermeer de hartslag en de bloeddruk. Bij kinderen spelen schildklierhormonen ook een rol bij de groei van botten, spieren, en zenuwweefsel, in het bijzonder het hersenweefsel.

Het meeste jodium krijgen we binnen via melk, brood en vis. Daarom werd in 2009 beslist om het zout voor bakkerijproducten te joderen. Onder meer door deze maatregel is de jodiumstatus van de Belgische bevolking verbeterd en in het bijzonder die van kinderen in de schoolgaande leeftijd (8 tot 12 jaar) die nu voldoende jodium innemen voor een harmonieuze lichamelijke en intellectuele ontwikkeling (100-199 microgram per dag).

.

.

Zwangere vrouwen

.

.Bij vrouwen ligt dit gehalte een pak lager. Bij niet zwangere vrouwen ligt de minimale drempel op 100 microgram per dag. Voor zwangere vrouwen is dit 150 microgram. In beide gevallen komt men niet aan deze drempel.

De HGR adviseert daarom dat zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven jodiumsupplementen (dagelijkse aanvullende jodiuminname tussen 150 en 200 µg).

.

.

Verder adviseert de HGR dat:

.

• Het programma voor het gebruik van jodium verrijkt zout in bakkerijproducten moet ongewijzigd gehandhaafd blijven (15 mg/kg) met een uitbreiding naar alle bakkerijen en dit op een vrijwillige basis.

• Regelmatig jodiumrijke voedingsmiddelen verbruiken. De enige natuurlijke bron van jodium zijn zeeproducten. Algemeen wordt aanbevolen om 2 tot 3 keer per week zeevis of zeevruchten te eten.

• Indien bij de bereiding van gerechten zout wordt toegevoegd, gejodeerd zout met een matig jodiumgehalte (10 tot 15 mg/kg) gebruiken. Gejodeerd zout moet tegen een competitieve prijs beschikbaar zijn.

• De aanbevelingen inzake het toevoegen van jodium aan gecommercialiseerde voedingsproducten voor pasgeborenen en kinderen moeten correct toegepast worden, zodat de totale jodiuminname overeenstemt met de aanbevelingen voor deze leeftijdsgroepen. Kunstmatige zuigelingenvoeding zou minstens 10 microgram jodium per deciliter moeten bevatten, en zelfs 20 microgram voor prematuren.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA