Tagarchief: vleugels

Zesentwintigste Miniatuur : vijfde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Zesentwintigste Miniatuur: Vijfde Visioen van het Derde Boek

 

Scivias%20T%2026_Boek%20III,5

 

 

Deze miniatuur van de Zelus Dei, de ijver Gods, blijft een van de merkwaardigste voorstellingen van heel de co-dex. Ook de uitleg van het visioen kunnen wij niet gemakkelijk plaatsen in het beeld van het verlossingswerk dat we thans hebben en dat sterk bepaald is door het Tweede Vaticaans Concilie.De goddelijke actie tegen de duivel ziet Hildegard als een vurig hoofd met een wel zeer bijzondere vorm. Met een kleur als vuur richt dit hoofd, dat geen haren heeft of sluier draagt, vreselijke blikken naar het Noorden.

Hildegard zegt in haar uitleg dat het hoofd zonder haren is als een mannenhoofd en zonder sluier zoals vrouwen die gewoon zijn te dragen. De ijver Gods is meer mannelijk dan vrouwelijk, want de Kracht Gods toont zich meer in de mannelijke agressie dan in de zachtmoedigheid van de vrouw. Hier conformeert Hildegard zich aan de gangbare mening over man en vrouw, ofschoon zij zelf meer dan eens tegenover de groten der aarde blijk heeft gegeven van mannelijke moed.

Drie schrikwekkende vleugels proberen de duivelse heerscharen op de vlucht te jagen. Het zijn drie vleugels om-dat Hildegard hier spreekt van de macht van de drie goddelijke Personen. In de uitleg van het visioen gaat Hilde-gard uitvoerig in op de betekenis van de drie vleugels en hoe God in zijn drievoudige macht het kwaad en het ongeloof bestrijdt. Artistiek gezien is deze miniatuur zeer suggestief, zij heeft iets angstwekkend. De mens voelt zijn kleinheid als God zijn macht ten toon spreidt. Dit is een voorspel op hetgeen Hildegard ons wil leren over de openbaring van de Joodse Wet, de wet van de Vreze des Heren.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zesentwintigste Miniatuur : vijfde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Zesentwintigste Miniatuur: Vijfde Visioen van het Derde Boek

 

Scivias%20T%2026_Boek%20III,5

 

 

Deze miniatuur van de Zelus Dei, de ijver Gods, blijft een van de merkwaardigste voorstellingen van heel de co-dex. Ook de uitleg van het visioen kunnen wij niet gemakkelijk plaatsen in het beeld van het verlossingswerk dat we thans hebben en dat sterk bepaald is door het Tweede Vaticaans Concilie.De goddelijke actie tegen de duivel ziet Hildegard als een vurig hoofd met een wel zeer bijzondere vorm. Met een kleur als vuur richt dit hoofd, dat geen haren heeft of sluier draagt, vreselijke blikken naar het Noorden.

Hildegard zegt in haar uitleg dat het hoofd zonder haren is als een mannenhoofd en zonder sluier zoals vrouwen die gewoon zijn te dragen. De ijver Gods is meer mannelijk dan vrouwelijk, want de Kracht Gods toont zich meer in de mannelijke agressie dan in de zachtmoedigheid van de vrouw. Hier conformeert Hildegard zich aan de gangbare mening over man en vrouw, ofschoon zij zelf meer dan eens tegenover de groten der aarde blijk heeft gegeven van mannelijke moed.

Drie schrikwekkende vleugels proberen de duivelse heerscharen op de vlucht te jagen. Het zijn drie vleugels om-dat Hildegard hier spreekt van de macht van de drie goddelijke Personen. In de uitleg van het visioen gaat Hilde-gard uitvoerig in op de betekenis van de drie vleugels en hoe God in zijn drievoudige macht het kwaad en het ongeloof bestrijdt. Artistiek gezien is deze miniatuur zeer suggestief, zij heeft iets angstwekkend. De mens voelt zijn kleinheid als God zijn macht ten toon spreidt. Dit is een voorspel op hetgeen Hildegard ons wil leren over de openbaring van de Joodse Wet, de wet van de Vreze des Heren.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

De arend in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bescherming van een arend tegen een demon

Bescherming van een arend en een wolf tegen een demon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De arend

 

De weg van de adelaar langs de hemel is bijna te wonderlijk om te begrijpen (zie Spreuken 30:18-19).

 

Met enorme uitgespreide vleugels zweeft deze koning van de vogels moeiteloos urenlang hoog in de lucht, op zoek naar een prooi: een konijn, een hert of een schaap. Omdat hij vier tot vijf maal zo scherp kan zien als een mens, ontkomen weinig dieren aan zijn blik. Na zijn prooi eenmaal ontdekt te hebben, duikt hij er met 200 km per uur op af.

Zo’n vliegkunst wordt niet gemakkelijk geleerd. Een kleine vergissing kan de dood betekenen. Daarom blijven de ouders heel dicht in de buurt, totdat het jong zijn gewicht in de lucht weet te beheersen. Als hij dreigt te vallen, gaat één van zijn ouders onder hem vliegen en draagt hem naar een veilige plaats. Deze ouderlijke zorg gebruikt God als beeld voor zijn zorg voor de Israëlieten toen zij uit Egypte kwamen:

“Als een arend, die zijn broedsel opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn wieken uitspreidt, er een opneemt en draagt op zijn vlerken, zo heeft de Here hem alleen geleid” (Deuteronomium 32:11-12).

 

Net als het arendsjong de natuurwetten moet leren om in leven te blijven, zo moet Gods volk Gods wetten leren om zijn voortbestaan te verzekeren. God zorgt ook nu voor zijn kinderen. Hij kan ons “voor struikelen behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde” (Judas 24)

Het meest voorkomende beeld in de Bijbel is dat van de arend. De grootmachten, Assur, Babel en Egypte worden alle met arenden vergeleken, maar het beeld wordt ook toegepast op verschillende aspecten van het persoonlijke leven. Zo snel als de legers van Assur en Babel aanstormden, zo snel gaan ook onze dagen voorbij. Dat was de ervaring van Job:

“Zij glijden voorbij als een arend die toeschiet op de prooi” (Job 9:26).

 

Daarom was het gebed van Mozes: “Leer ons zo onze dagen tellen dat wij een wijs hart bekomen” (Psalm 90:12). Salomo waarschuwde tegen het zoeken naar rijkdom, omdat die zo snel kan verdwijnen.

“Als een arend vliegt hij ten hemel” (Spreuken 23:4,5).

Gods wijsheid leert ons Hem dankbaar te zijn, die onze ziel verzadigt met het goede, zodat onze jeugd zich vernieuwt als die van een arend (Psalm 103:5).

 

De gelovige mag dankzij Gods genade naar een nog mooiere tijd uitzien:

“Wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.” (Jesaja 40:31).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Kale jonker : Cirsium palustre

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de kluwens helder roze distelbloemen waarvan alleen de puntjes van de omwindselblaadjes uitstaan

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kale jonker is een overblijvende, zeer algemeen voorkomende distel van 60 tot 150 cm hoog, die bloeit vanaf juni tot en met september op natte, matig voedselrijke grond in graslanden, loofbossen, duinvalleien en aan slootkanten.

 

 

kale jonker

 

 

 

Bloem

 

De bloemenhoofdjes zijn kort gesteeld, staan in kluwens met 2 tot 8 bij elkaar aan de hoofdstengel en eventueel de zijstengels. Ze bestaan uitsluitend uit helder roze (zelden witte) buisbloemen. Het omwindsel is zwak stekelig. Alleen het puntje van de omwindselblaadjes is afstaand.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn lijn- tot lancetvormig (lang en smal), veervormig ingesneden, gestekeld en zowel aan de boven- als aan de onderkant behaard. De bladvoet loopt langs de stengel af in gestekelde vleugels. De bovenste bladeren zijn (nagenoeg) ongedeeld. De stengel is tot bovenaan stekelig gevleugeld, tussen de vleugels rommelig behaard en vaak paarsrood aangelopen. Meestal is de stengel onvertakt, maar op voedselrijke grond kan hij ook meerdere schuin omhoog gerichte zijtakken hebben, waarvan sommigen boven de hoofdstengel uitkomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn vier distels die op afstand op elkaar lijken : kale jonker, kruldistel, tengere distel en langstekelige distel. Kruldistel en langstekelige distel zijn lastig uit elkaar te houden.

 

 

tengere distel

 

 

 

kruldistel

 

 

 

langstekelige distel

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 60 tot 150 cm

– helder roze, zelden wit
– vanaf juni t/m september
– hoofdjes in kluwens
– buisbloemen
– 1 tot 2 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top stekelpuntig
– rand stekelig getand of gegolfd
– voet aflopend
– veernervig
– boven- en onderkant behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Liber Divinorum Operum : visioen 9

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

.

.

Liber Divinorum Operum

.

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

.

.

Hildegard

.

.

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

.

.

Liber Divinorum Operum 9

.

.

Het visioen van Hildegard

.

“Ik zag naar het oosten gekeerd een gedaante waarvan het gezicht en de voeten dermate lichtend waren dat mijn ogen erdoor werden verblind. Over haar witzijden gewaad droeg zij een groene mantel die met de meest uiteenlopende kostbare stenen was bestikt. In haar oren droeg zij hangers, op haar borst een collier, aan haar armen armbanden, fijngouden juwelen die met edelstenen waren bezet. Maar in het midden van de zuidelijke streek zag ik een tweede gestalte. Een vreemde, staande verschijning.

De plaats van het hoofd werd ingenomen door een glans die mij verblindde, midden op haar buik was een mannenhoofd te zien met grijs haar en een baard; de voeten van de gestalte leken op de klauwen van een leeuw. De gestalte had zes vleugels. Twee vertrokken er vanuit de schouders, om zich opwaarts te buigen en van achteren bij elkaar te komen; ze bedekten om zo te zeggen de schittering waarvan wij zojuist spraken. Twee andere vleugels, eveneens aan de schouders bevestigd, bogen zich over haar nek. De laatste twee vleugels reikten van de heupen tot de hielen. Soms bewogen haar vleugels zich opwaarts, alsof ze wilden uitslaan om te vliegen.

Het lichaam van de gestalte was helemaal bedekt, niet met veren, maar, net als een vis, met schubben. De vleugels boven haar nek waren voorzien van vijf spiegels. De bovenste spiegel van de rechtervleugel droeg het opschrift: ‘Weg en Waarheid’, de tweede spiegel, in het midden: ‘Ik ben de toegang tot alle geheimen Gods’, de spiegel aan het uiteinde van de vleugel: ‘Ik ben de openbaring van alle goeds.’ De bovenste spiegel op de linkervleugel had tot opschrift: ‘Ik ben de spiegel die de goede bedoelingen der uitverkorenen reflecteert’, de vijfde spiegel, aan het uiteinde van de vleugel: ‘Zeg ons of jij werkelijk het volk van Israël bent’. De gestalte stond met de rug naar het noorden.”

Hildegard ziet een merkwaardig visioen met onverwachte figuren, zoals de gestalte met de visschubben en de beelden van de spiegels. Het is bekend dat deze in de geschriften van die tijd een veel voorkomende metafoor vormen. De glazen spiegel verzinnebeeldt het licht en kan wijsheid, heiligheid en het gezicht en de trekken van hen die men bewondert weerkaatsen.

De uitleg van het negende visioen volgt op de beschrijving.

.

De stralende gestalte is:

.

“de wijsheid van de ware gelukzaligheid, het witzijden gewaad is de Zoon Gods die in de maagdelijke schoonheid mens wordt en die de mens met zijn onschuld en de zoetheid van zijn liefde omhelst”.

 “De mantel is groen en met kostbare stenen bestikt, omdat de wijsheid de uiterlijke schepselen [de dieren], wier geest sterft met het lichaam, of ze nu op aarde leven, vliegen, klimmen of zwemmen, niet afwijst. De wijsheid laat ze groeien, ze beschermt ze, want ze behoeden de mens voor de slavernij en voorzien in zijn voeding. Ze dragen ook de uiterlijke kentekenen van de wijsheid: ze gaan hun aard niet te buiten, in tegenstelling tot de mens, die vaak het voor hem bestemde rechte pad verlaat.”

.

Daarna volgt de uitleg voor de andere, zeer verbazingwekkende figuur:

.

“Boven de gestalte, op de plaats van het hoofd, is er een glans waarvan de uitstraling verblindend is, omdat geen levend wezen, zolang hij het gewicht van zijn sterfelijk lichaam ondervindt, in staat is de voortreffelijkheid van de allesverlichtende godheid te aanschouwen”.

God is deze schittering, die geen begin en geen einde heeft. Het hoofd van de man op de buik van de gestalte herinnert aan het oude heilsplan van de mens, dat in de volmaaktheid van Gods werken aanwezig is.

De gestalte heeft zes vleugels, omdat wij zes dagen werken. Gedurende zes dagen roept de mens God aan en prijst hij Hem door zich onder zijn bescherming te plaatsen. De twee vleugels, die elkaar raken ter bescherming van de glans waarvan wij spraken, duiden op de liefde tot God en de naaste. De onderste vleugels duiden op heden en toekomst. Op dit ogenblik volgen de generaties elkaar op. In de toekomst zal er een feilloos en eeuwig leven zijn. Het einde van de wereld zal worden voorafgegaan door talloze angsten en wonderen, die dit einde als een vlucht vogels zullen aankondigen.

Als het lichaam is bedekt met visschubben en niet met vogelveren, is dat om de volgende reden: zoals wij niet weten hoe de vis wordt geboren en hoe hij zich ontwikkelt, hoe hij door het stromende water wordt meegenomen, zo ook is de Zoon Gods in Zijn volmaakte heiligheid geboren in een vreemde natuur die zich onderscheidt van die der andere mensen. In zijn volmaakte gerechtigheid zal hij de mens op de vleugels van al zijn goede werken naar de hemel terugvoeren.

En ten slotte de verklaring voor de spiegels. Zij doen denken aan “de verlichters der verschillende tijdperken. Het zijn er vijf: Abel, Noach, Abraham, Mozes en de Zoon Gods. Alle vijf belichten zij alles wat de mens op de weg van de waarheid van dienst kan zijn.

“Maar het is de Zoon Gods wiens Lijden en Sterven de sleutel tot de hemelse vreugde heeft gebracht.”

Deze zelfde toelichting is op andere plaatsen in Hildegards oeuvre terug te vinden, met name in haar brieven. De tijdperken worden volgens haar gemarkeerd door deze vijf figuren, die doen denken aan de fasen die de mensheid tot de komst van Christus aflegt.

Zij besluit het visioen met het woord dat haar opvatting van de mensheid samenvat:

“Zo is de mens het omhulsel van de wonderwerken Gods.”

.

De Eindtijd in Liber Divinorum Operum

.

De verteltrant bij het laatste visioenbeeld van Scivias was nog min of meer onbevangen, als het verslag van een ontdekkingsreis, die weliswaar griezelig was maar toch ook spannend en die goed afliep. God zij lof gezongen!

De eindfase van de ‘Goddelijke werken’ daarentegen is meer beklemmend dan opwindend. De toon is overwegend somber, als van iemand die veel gereisd en te veel gezien heeft. Er klinkt een zekere berusting in hetgeen de stem uit de hemel Hildegard laat opschrijven.

Ook de laatste visioenbeelden die de eindtijd aankondigen, zijn anders dan die in Scivias. De monsterachtige verschijning van de Antichrist had een natuurlijk uiterlijk, al was dit wanstaltig. Het miniatuur dat dit vreemde tafereel uitbeeldt, roept toch een schoonheidsbeleving op. De beelden die Hildegard twintig jaar later zag, zijn vreemd en hebben iets afstotends. Dat komt ook in de miniaturen tot uitdrukking.

Toch past de verbeelding van de eindtijd in Liber Divinovum Operum geheel in het totaalbeeld van het grote visioen, dat Hildegard ontving voordat zij over de ‘Goddelijke werken’ begon te schrijven. Zoals Liefde aan het begin de geschapen wereld als het ware omarmde, zo is Liefde aanwezig wanneer de geschiedenis der mensheid afloopt. In de eindtijd gaat het om de mens die strijdt en lijdt in het grote conflict tussen Gods gerechtigheid en Satans streven om Gods ‘evenbeeld’, de mens, te vernietigen.

De Mensenzoon, het geïncarneerde Woord, is in het Liber Divinorum Operum de centrale figuur in die strijd. Hij belichaamt Gods gerechtigheid en barmhartigheid, de mannelijke en vrouwelijke kant van de Eeuwige. De mens moet kiezen: voor of tegen Hem. Dat heeft God in Zijn Wijsheid besloten en in Zijn eeuwig Raadsbesluit bepaald.

Dat zag een eenvoudig mens als Hildegard. Zij zag weer de vierkante, ommuurde stad. Twee gestalten kondigen het eindoordeel over de wereld aan:

Daarna zag ik bij de noordhoek van de stad, naar het oosten toe, een gestalte wier gelaat en voeten met zo’n glans straalden, dat het mijn ogen verblindde. Zij droeg een gewaad van witte zijde, daar overheen een groene mantel, die rijk versierd was met allerlei soorten edelstenen. Aan haar oren droeg zij hangers, op haar borst een halsketting, aan haar armen had zij armbanden; allemaal van zuiver goud en versierd met edelstenen. In het midden van de noordstreek zag ik een andere gestalte, die rechtop stond.

Een wonderlijke verschijning. Bovenaan, waar het hoofd was, straalde zij met zulk een heerlijkheid, dat die glans mijn ogen verblindde. Middenin haar buikstreek zag men een mensenhoofd met grijze haren en baard. De voeten van de gestalte leken op leeuwenklauwen. De gestalte had zes vleugels. Twee ervan daalden omlaag vanaf haar schouders, bogen dan terug en kwamen vóór het stralende hoofd tezamen. Twee vleugels strekten zich vanaf de schouders tot aan de hals van het mensenhoofd. Twee vleugels vielen van de heupen der gestalte omlaag tot de voeten, soms verhieven zij zich alsof zij vliegen wilden.

Het lichaam van de gestalte was verder geheel bedekt met schubben als van een vis. De gestalte stond met de rug naar het noorden. Over het gehele westelijke gebied zag ik een schemerige nachtschaduw. Uit de noordelijke hoek kwam een zwartachtig mengsel van vuur en zwavel opzetten uit dichte duisternis. En dit krulde zich bijna tot het midden van de noordstreek.

Weer klonk de stem uit de hemel om Hildegard uitleg te geven. De eerste gestalte is Wijsheid. Haar groene, met edelstenen versierde, mantel duidt op de schoonheid van de schepping en op de mens, die namens God het geschapene beheert. De andere gestalte is de Almacht van God. Zijn gelaat kan geen mens zien vanwege de verblindende heerlijkheid van Zijn majesteit.

Het mensenhoofd met grijze haren en baard betekent het Raadsbesluit van God, de ‘Oude van Dagen’. Het is een mensenhoofd, want God heeft de mens naar Zijn ‘beeld en gelijkenis’ geschapen. De leeuwenklauwen betekenen, dat God al het mensenwerk als met leeuwenklauwen naar zich toe laat trekken door de Godszoon, om het te oordelen op de Jongste Dag.

De zes vleugels verwijzen naar de mensengeschiedenis. De bovenste twee betekenen de liefde tot God en de naastenliefde, in welke twee het grote Gebod bestaat. De beide middelste vleugels duiden op hetgeen in het Oude en Nieuwe Verbond door Gods almacht is bewerkstelligd. Het onderste vleugelpaar verzinnebeeldt het heden en de toekomstige tijd, waarvan de werkingen nog verborgen zijn.

De geschubde huid als van een vis duidt op de verborgen wegen van de Godszoon in de wereld. Zijn gang door de geschiedenis lijkt op het gaan van de vissen in het diepe water. Zoals een vis opeens aan de oppervlakte verschijnen kan, verscheen de Zoon van God onverhoeds midden in de nacht.

De duisternis in het westen, daar waar de wereld ondergaat, duidt op het naderende oordeel van God over het Kwaad. Een zee van vuur en zwavel wacht daar de verloren zielen. In het rijk der duisternis is er voor de veroordeelden geen hoop meer.

.

.

God bestuurt de wereldgeschiedenis door Wijsheid en Liefde

.

Hildegard begreep niet de achtergrond van die verbeten strijd tussen de Godszoon en de Zoon des Verderfs, waarin de mensen op zo’n vreselijke wijze betrokken zijn. Niemand begrijpt die. Geen mens mag weten, wat er vóór de schepping van hemel en aarde was en wat er na het einde van de geschiedenis zijn zal. Hildegard wilde graag meer weten. Menigmaal is zij teruggewezen door de stem uit het levende Licht.

Opeens zag zij, dat het Raadsbesluit zo diep verborgen is in het binnenste van Gods almacht, dat het voor haar en voor iedereen ontoegankelijk is. Maar naast de Almacht Gods zag Hildegard de Wijsheid staan. Zal dat haar getroost hebben?

Het staat er niet. Wijsheid was voor Hildegard het begin van al haar ‘zien’. Wijsheid heeft Liefde voortgebracht. Liefde verscheen aan het begin van Hildegards grote visioen van de ‘Goddelijke werken’. In het laatste visioenbeeld, over het einde van de wereldgeschiedenis, verschijnt Liefde weer, zij het in een andere gedaante.

.

.

ldo31

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

JOHN ASTRIA

Liber Divinorum Operum : visioen 5

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

.

.

Liber Divinorum Operum

.

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

.

Hildegard

.

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

.

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

.

Liber Divinorum Operum 5

.

.

Het vijfde visioen sluit aan bij de Apocalyps, die daarin nadrukkelijk wordt geciteerd. De beschrijving van het voornaamste beeld in dit visioen verschilt nogal van die in de andere.

“Ik zag de aardse kring onderverdeeld in vijf zones: de eerste in het oosten, de tweede in het westen, de derde en vierde in het zuiden en het noorden, de vijfde in het midden.”

Elk van deze zones ziet eruit als een gespannen boog.

Een van de zones, de oostelijke, straalt helderheid uit, terwijl de westelijke zone gedeeltelijk in duisternis is gehuld. De zuidelijke zone is onderverdeeld in drie sectoren.

“In twee daarvan vinden kastijdingen plaats, in de middelste is dat niet het geval, maar daar zijn afschuwelijke monsters te zien die hem iets schrikwekkends geven. In oostelijke richting zag ik op zekere hoogte boven de boog van de aarde een rode bol, omgeven door een hemelsblauwe kring. Uit de linker- en rechterkant van deze bol kwamen twee vleugels te voorschijn die zich opwaarts hieven, om zich vervolgens te buigen en tegenover elkaar te bevinden; ze verlengden zich tot halverwege de omtrek van de aarde die ze omringden. Vanuit de bol liep tot halverwege de vleugels een weg waarboven een schitterende ster straalde.”

Uit de uitleg die volgt maken we op dat het om de in vijf zones onderverdeelde aardbol gaat. Het geheel vormt overigens een mensengestalte.

“De aarde stelt de mens voor. De mens wordt, door de vijf zinnen die hem in staat stellen in al zijn behoeften te voorzien, tot zijn zieleheil geleid.”

Vervolgens baseert Hildegard zich op citaten uit de Apocalyps, om de verschillende tijdperken ter sprake te brengen. Er was een tijdperk van Adam, van de zondvloed en van het wachten op de komst van Christus.

Ten slotte verschijnt in de figuur van het zwarte paard de tijd die volgde op het lijden en sterven van Christus.

Daarna volgt het groenachtige paard:

“dat duidt op de tijd waarin alles wat beantwoordt aan de wet en de volheid van Gods gerechtigheid, in een soort uitzonderlijke bleekheid niet zal tellen. In die tijd zullen er overal op aarde degengevechten plaatsvinden, de vruchten der aarde zullen verdwijnen, de mensen zullen een plotselinge dood sterven, de dieren zullen hen dodelijke beten toebrengen. De oude slang verheugt zich in alle kastijdingen die de ziel en het lichaam van de mens zullen treffen; de slang zelf heeft de hemelse glorie verloren en zou willen dat ook de mens die niet bereikt. De slang verheugt zich en roept uit: “Schande aan hem die de mens geschapen heeft; de man geeft zijn eigen gedaante op, hij wijst de natuurlijke liefde, de liefde voor de vrouw, af.”

De duivelse verleiding zal dan ook misdadigers en verleiders, haat en de misdaad van de duivel, schurken en dieven voortbrengen. Maar in de ‘gelijkgeslachtelijkheid’ zal de zonde het onzuiverst en de wortel van alle ondeugden zijn. Als deze zonden bij alle volkeren in aantal zullen zijn toegenomen, zal de instelling van Gods wet verdeeld raken en zal de Kerk als een weduwe worden getroffen. De prinsen, edelen en rijken zullen door hun onderdanen worden verdreven, zij zullen van stad tot stad vluchten, de adel zal worden opgeheven en de rijken zullen arm worden. Zeker, de oude slang en de andere nietswaardige geesten hebben de schoonheid van hun uiterlijke verschijningsvorm verloren, maar de verheffing van hun verstand hebben zij niet opgegeven.”

Hildegard besluit deze opsomming overigens door nogmaals aan de Apocalyps te herinneren.

“Toen de tijd van de rode dageraad aanbrak, dat wil zeggen: de tijd van de volle gerechtigheid dank zij mijn Zoon, zei de oude slang, verbijsterd en versteld, dat ze volkomen door een vrouw, de Maagd, was misleid. Haar razernij richtte zich dan ook op haar. Maar de vrouw bevrijdde zich met behulp van de aarde, want mijn Zoon ontving van haar de kleren van de mens, mijn Zoon, die met de grootste smaad en het ergste lijden werd overladen om de slang tot zwijgen te brengen.”

Gerechtigheid en barmhartigheid zijn als het ware de mannelijke en de vrouwelijke kant van God. In de mens, die geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis, zijn die beide hoedanigheden ingeprent in de man en de vrouw, die samen de mens zijn. In Liber Divinorum Operum is de verhouding tussen man en vrouw uiteengezet in het kader van het scheppingsverhaal.

Als Gods laatste ‘werkstuk’ op de ‘zesde dag’ is de mens gemaakt als eenheid van man en vrouw, om samen het mensengeslacht voort te brengen. Nuchter constateerde de ‘stem’: ‘Wanneer de man alleen zou zijn, of de vrouw alleen zou blijven, zou er geen mens (meer) kunnen ontstaan.’

In de twee-eenheid van het mensenpaar zal de man de gerechtigheid vertegenwoordigen, de vrouw de barmhartigheid. Beiden zijn zij geschapen met intelligentie begiftigd, de engelen gelijk. Samen zijn zij meer dan de engelen, omdat aan hen het beheer van de aarde is toevertrouwd. Deze gelijkenis van de mens met de Schepper is niet beperkt tot de verbondenheid van man en vrouw in huwelijk en voortplanting, maar omvat de totale samenwerking van man en vrouw, ook nadat zij hun paradijselijke staat verloren hebben door beiden Gods gebod te overtreden.

“De aarde stelt de mens voor. De mens wordt, door de vijf zinnen die hem in staat stellen in al zijn behoeften te voorzien, tot zijn zieleheil geleid.” Door de ervaringen die de mens opdoet, vindt geestelijke groei plaats.

Rood/blauwe bol: de menselijke geest op aarde.

Vleugels: de geestelijke vermogens (gerechtigheid, barmhartigheid).

Weg naar het oosten: geestelijke ontwikkelingsweg.

Ster: de ontwikkelde toestand.

Aarde: leerschool voor geestelijke ontwikkeling door beproevingen. Op aarde is licht en duisternis tegelijkertijd aanwezig.

Twintig jaar later: een gesloten stad

In de visioenbeelden van Scivias staat de heilsgeschiedenis van God met de mensen in het teken van verwachting en belofte. Weliswaar heeft Hildegard toen al gezien, dat er een definitieve scheiding zal komen tussen degenen die het geloof van de katholieke, christelijke Kerk trouw bewaren en degenen die de Mensenzoon in ongeloof verwerpen. Maar het Heilsgebouw is nog onvoltooid en open naar het zuiden, de toekomst. Binnen de muren gaan mensen af en aan, zij komen binnen door de spiegelkennis naar de toren van de Kerk toe. Zij blijven daar of vertrekken weer. De Mensenzoon waakt over het heil. Hij vermaant de mensen, maar veroordeelt alleen de verstokten.

In Hildegards laatste grote werk, Liber Divinorum Operum, is in drie visioenbeelden de betekenis van de heilsgeschiedenis beschreven. Hildegard schreef het boek na 1163, toen de pauselijke Stoel van Rome bezet was door handlangers van de op wereldmacht beluste Frederik I, die door Hildegard ‘de roomse Keizer’ genoemd werd. Zij zag alles wat zij in Scivias en later reeds beschreven had opnieuw, maar nu in het licht van het mysterie van de Incarnatie. Zij zag het wakend met de innerlijke ogen van de geest. Zij zag de scheiding der geesten scherper dan ooit tevoren. Zij zag de Stad van God bedreigd.

Hildegard zag een gesloten stad. Eén poort was er in het oosten, één ingang uitgehouwen in een harde rots. Binnen de stad zijn de muren licht waar het heil is. Buiten de stadsmuren is het duister. De bouwsels van de heilswerken, in Scivias vrij op de muren geplaatst, staan nu binnen de muren van de stad. Het is een gesloten stad, die verdedigd moet worden.

.

ldo25

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

voorpagina openbaring a4.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

Evolutie of creatie?

Standaard

categorie : religie

.

.

Evolutie of creatie : oordeel zelf

.

.

Wat een ogen !

Dit is een adelaarsvlucht van de top van de hoogste wolkenkrabber,  de Burj Khalifa toren op 828 meter boven zeeniveau, in Dubai.
Zijn meester wacht op hem, op de grond. De adelaar is voorzien van een camera .


Hij heeft geen idee dat zijn coach staat op een eiland dat eruit ziet als veel andere eilanden en gebouwen van de stad. Vanuit deze hoogte herkent hij zijn meester tussen alle andere mensen.


Je ziet hem zoeken naar zijn meester, die helemaal onzichtbaar is voor het menselijk oog en ook voor de camera. Zodra de meester opgespoord  is, strekt de vogel zijn vleugels en vliegt rechtstreeks naar hem.


Wat de deskundigen verrast is niet alleen de efficiëntie waarmee de adelaar zijn meester vindt vanuit de hoogte, maar ook de snelheid van zijn vlucht zonder het verplaatsen van de
camera, zelfs tijdens de duik.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

Psalm 57 • In the shadow of your wings I take refuge/In de schaduw van jouw vleugels zoek ik mijn toevlucht

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Psalm 57 • In the shadow of your wings I take refuge

.

Psalmen 57 . In de schaduw van jouw vleugels zoek ik mijn toevlucht

.

Paul LeBoutillier

.

 

 

 

 

 

 

Gods beloften in de Bijbel : deel 7

Standaard

categorie : religie

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .

 

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

7 Gods beloften voor kracht en vernieuwing 

 

 

Ps.18:33 Die God, die mij met kracht omgordt en mijn weg effen maakt.

 

 

Ps.18:30 Met U immers loop ik op een legerbende in en met mijn God spring ik over een muur.

 

 

Ps.27:14 Wacht op de Here, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op de Here.

 

 

Ps.31: 25 Zijt sterk, en Hij zal ulieder hart versterken, allen gij, die op de Here hoopt!

 

 

Ps.29:11 De Here zal zijn volk sterkte verlenen.

 

 

Jes.40:31 maar wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

 

 

Ps.55:23 Werp uw bekommernis op de Here, Hij zal voor u zorgen; Hij zal nimmermeer toelaten, dat de rechtvaardige wankelt.

 

 

Ps.84:6 Welzalig de mensen wier sterkte in U is, in wier hart de gebaande wegen zijn. Zij gaan voort van kracht tot kracht en verschijnen voor God in Sion.

 

 

Ps.103:5 die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend.

 

 

Kron.16:19 Want des Heren ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.

 

 

Jes 40:31 maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

 

 

Hand.1:8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.

 

 

2 Kor.4:16 Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd.

 

 

Efeze 3:16 opdat Hij u geve, naar de rijkdom zijner heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens, 17 opdat Christus door het geloof in uw harten woning make.

 

 

1 Petr.5:10 Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. 11 Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget