Category, categorie : Mode en kledij + collecties Christian Dior 2000-2022
.
.















































































































.
.
.


.
.

















































































































Egyptische oorbel van Nefertite
Rond 3000 v. Christus werden de eerste oorbellen gedragen. Deze oorbellen waren gemaakt van edele metalen en werden gedragen om te vertellen hoe rijk de drager zou zijn. Ook was het dragen van oorbellen vaak een te-ken van godsdienst. Zowel mannen als vrouwen droegen dit sieraad. Een ding was zeker, alleen de rijken konden zich oorbellen veroorloven. Dit blijkt dan ook uit vondsten uit graven van die tijd. Er veranderde niet veel in de eeuwen daarna. Oorbellen van edele metalen werden verrijkt met de mooiste edelstenen. Nu droegen voorname-lijk de vrouwen ze nog.
Een Etruskische oorbel
Vanaf eind middeleeuwen tot aan de negentiende eeuw waren oorbellen afwisselend in trek of niet. In de zeven-tiende eeuw waren grote hangers bijvoorbeeld helemaal in, maar in de achttiende eeuw werden er veel mutsen gedragen en dus geen oorbellen. Pas vanaf de negentiende eeuw werden oorbellen echt toegankelijk voor ieder-een en blijvend in de mode tot nu aan toe.
Met de opkomst van de populaire cultuur en filmindustrie van de negentiende eeuw, werden ook de oorbellen populair. Je zag ze overal terug komen, bij alle beroemde filmsterren en actrices. In de twintigste eeuw was het dan ook zo ver dat vrouwen van alle standen oorbellen droegen en daarbij ook steeds vaker. Prijzen werden ge-varieerder en allerlei stijlen kwamen op.
Nu zijn oorbellen dan ook niet meer weg te denken uit onze samenleving. Met oorbellen hoeven we niet perse meer rijkdom uit te stralen, redenen als vrouwelijkheid en stijl zijn voortaan ook belangrijk. Toch proberen de rij-ken onder ons natuurlijk wel uit te stralen dat ze het breed hebben met de mooiste en duurste sieraden. Dat is iets wat waarschijnlijk nooit zal veranderen.
Toch bestond er in de hogere sociale lagen van de samenleving een modebeeld. In het begin van de middeleeuwen, rond de 11e en 12e eeuw, leek de kleding nog erg op die van de Romeinse tijd. Er werd gebruik gemaakt van grof en eenvoudig materiaal, maar door de groeiende handel met het Oosten ontstonden er nieuwe technieken en patronen om in de kleding te verwerken. Er werden weefsels gemaakt met Chinese patronen en de stoffen werden lichter van kleur en ingeweven met gouddraad.
.
.
Dit is de tijd in de Middeleeuwen die we kennen van de ridders, kerken, jonkvrouwen en kastelen. De kleding van zowel de mannen als de vrouwen was wijd en viel in plooien tot op de grond. In de hogere sociale standen werden cotte, bliaud en een cape in felle kleuren gedragen. Waarschijnlijk was de kleding van het gewone volk korter en minder wijd, omdat zij moesten werken. Zij droegen hun kleding af totdat het versleten was. In deze periode werd er veel gebruik gemaakt van materialen als wol,linnen en bont.
Zijde, katoen en fluweel droegen de hogere klassen omdat deze materialen erg kostbaar waren omdat ze uit het Verre Oosten moesten worden gehaald. In de loop van de Middeleeuwen kwamen er door kruistochten contacten tussen Europa en het Oosten, waardoor deze stoffen makkelijker verkrijgbaar waren. Over de kleding van het gewone volk en de rijke mensen hebben wij, via afbeeldingen op schilderijen, een goed idee over het uitzicht. Een korte beschrijving van de kleding in de hogere sociale lagen.
Dit is een onderkleed tot op de grond
.
Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.
Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.
Dit is een overkleed met wijde mouwen en soms met lange stroken. Deze waren vaak voor het gemak opgeknoopt. De kleding was lang in die tijd en dus sleepte de Bliaud over de grond. Het accent lag op de boezem en de taille, doordat het deel rond het middel gesmokt was.
De Middeleeuwse vrouwen droegen een soort schoenen. Deze worden trippen genoemd. Trippen bestonden uit houten zolen met leren of zijden riemen. Soms waren deze versierd met gouddraad.
De haardracht gaf informatie over de burgerlijke staat van de vrouw. Getrouwde vrouwen droegen een sluier of een haarband. Als versiering konden hier juwelen op verwerkt zijn. Ongetrouwde vrouwen vlochten hun haar met of zonder linten.
Dit kledingstuk was vrijwel hetzelfde als bij de vrouwen. Het enige verschil is dat de cotte van een man tot aan de enkels kwam.
Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.
Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.
Dit is een lap, die tussen de benen door werd geslagen. Hij werd omhooggehouden door een gordel. Braies diende als onderbroek.
De bliaud van de man had veel plooien en sleept niet over de grond. Er is dus een verschil met de bliaud van de vrouw. Ook droeg de man dit kledingstuk anders. Hij draagt de bliaud zo, dat hij door de gordel opgetrokken wordt, waardoor een groot deel van de cotte te zien is.
Een Middeleeuwse man droeg een cape. Deze had de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Een cape was een simpel kledingstuk, dat met een sierspeld op de schouder werd vastgezet. Vaak had de cape felle kleuren.
Als schoenen droegen de mannen estivaux. Dit zijn korte leren laarsjes of perkamenten schoenen.
Het haar van de man werd halflang gedragen en vaak hadden de mannen een baard en/of snor.
.
.
.
Ook de mannen kenden accessoires. Zij droegen een gordel, net zoals de vrouwen, en een kaproen. Dit is een hoofddeksel, dat gedragen werd door het gewone volk.
.
Toen de Middeleeuwen ten einde liepen was er een duidelijke ontwikkeling te zien in de kleding en het modebeeld. Dit had ook te maken met het schoonheidsideaal van die tijd, dat erg bepaald werd door de opvallende kleding van de hertogen van Bourgondië. De vrouwen leken altijd zwanger te zijn, want dikke buiken en een hoge taille waren in.
Mannen moesten er stoer en breed uitzien, daarom droegen zij wijde gewaden met extra lange mouwen. Het schoeisel werden tootschoenen. Dit waren schoenen met lange punten die vrijwel alleen gedragen werden in de hogere kringen. In deze tijd werd nog veel gebruik gemaakt van de materialen wol en linnen. Men begon ook steeds zwaardere en duurdere stoffen te gebruiken zoals brokaat, gouddraad en zijde.
Gouddraad en zijde waren al bekend, maar ze waren erg kostbaar. In deze periode begon men stoffen uit Italië in te voeren, wat er voor zorgde dat ze beter betaalbaar werden. Men ontdekte in deze tijd de printen en versieringen op de stof. De stoffen werden bedrukt door houten blokken, waarin kleine motieven gesneden waren, zoals bloemen. De belangrijkste kleuren waren groen, rood en blauw.
.
.
Een houppelande is een lang overkleed met wijde mouwen afgezet met bont. Een houppelande is wijduitlopend. Door de hoge taille lijkt het of de vrouw zwanger is. Bij de mouwen is de cotte te zien.
Tootschoenen van stof of leer. Buiten werden ter bescherming trippen gedragen.
Het haar werd in deze periode nog steeds ingevlochten en werden als ‘torentjes’ boven de oren gedragen. Deze torentjes werden verstevigd met metaaldraad. Een vrouw had de gewoonte de haargrens en wenkbrauwen weg te scheren.
De rijkere middeleeuwse vrouwen droegen een atour. Dit is een hoge punthoed met een sluier. Verder waren handschoenen en veel sieraden gebruikelijk zoals ringen, broches en kettingen.
.
Deze droeg de man tot op de knieën. Doordat het schoonheidsideaal voor een man ‘stoer en breed’ was, was de houppelande zeer wijd. De mouwen waren ook wijd en lang. Om de taille werd een gordel gedragen.
De schoenen waren gelijk aan die van de vrouw.
De Middeleeuwse mannen hadden een typisch opgeschoren kapsel, de pagekapsel . Oudere mannen hadden vaak lang haar en een baard.
Naast juwelen en de gordel hadden mannen ook nog andere accessoires. De kaproen, maar deze werd anders gedragen dan in het begin van de Middeleeuwen. De kaproen had in deze periode een gezichtsopening op het hoofd. Ook hadden de mannen een misericorde. Dit was een kleine dolk, die aan de riem of met een koord aan de hals werd gedragen. De onderkleding uit deze periode was vrijwel gelijk gebleven aan die van het begin van de Middeleeuwen. Soms was de bevestiging iets anders, maar de kledingstukken waren hetzelfde.
.
.
Rond 1500 begint een nieuw tijdperk dat de Renaissance wordt genoemd. Renaissance is het Franse woord voor wedergeboorte.In Italië wordt de Klassieke Oudheid herontdekt. Mensen bestuderen nauwkeurig de overblijfselen uit de Romeinse tijd. De kennis verspreidt zich iets later snel over Europa. Naast de kerk ontstaat er aandacht voor de mens en het leven op aarde. Het humanisme ontstaat. Mensen denken meer aan zichzelf en vinden het leven op aarde belangrijk.
Ze worden zelfbewuster en gaan genieten van het leven. Omdat de mensen meer aandacht aan hun uiterlijk besteden wordt de kleding opvallender. Er ontstond een scheuring in de Rooms-katholieke- en protestantse kerk onder invloed van Maarten Luther. De reformatie is tegen rijkdom en uitbundigheid. Kleding moet daarom netjes en onopvallend zijn. De calvinisten in Nederland dragen daarom eenvoudige kleding.
.
De mens van de renaissance was de nauwe, strakke kleding van de middeleeuwen zat. Mensen wilde zich vrijer kunnen bewegen in hun kleding. Ze knipten de kleding open en maakten ze wijder. Dit was voor het eerst zichtbaar bij de Zwitserse en Duitse soldaten rond 1500 die hun mouwen doorknipten. Hiermee begint de spletenmode die de gehele 16e eeuw duurde.
Alle onderdelen zoals mouwen, broekspijpen, hoeden en schoenen werden van spleten voorzien. Bij rijken werden deze weer vastgemaakt met sieraden. Landsknechten droegen een broek die zo erg gespleten was dat hij vaak uit banden bestond. De onderbroek was tussen de spleten door zichtbaar. Deze broek werd ‘Plunderhose’ genoemd. Zij gingen nog verder met de spletenmode.
Ze knipten namelijk de rand van hun baretvormige hoed in. Ook versierde ze de hoed met een wilde bos struisveren. Vooral in Duitsland vond deze “landsknechtenmode”navolging. De mode werd bepaald door de rijke kooplieden. De kleding werd aangepast aan het volk waadoor in ieder land de kleding een beetje verschilde. In Nederland was de kleding bijvoorbeeld eenvoudiger dan in andere landen.
Duitsland maakte in de eerste helft van de 16e eeuw een bloeiperiode door. Rijk geworden burgers bepaalde hierdoor de mode in Duitsland. Deze burgerlijke mode was behoorlijk lomp. In Frankrijk was de kleding fijn, kleurrijk en smaakvol. In Spanje was de kleding stijf, somber en vooral zedig. De kleding in de Renaissance was opzichtig en pronkerig. Er werden veel kleuren gebruikt, waardoor de kleding opviel. Veel gebruikte stoffen waren fluweel, damast, zijde en brokaat. Sieraden zoals gouden kettingen en ringen werden zowel door vrouwen als door mannen gedragen.
.
.
Vrouwen droegen ijzeren korsetten. Hierdoor was het bovenstuk van de jurk erg strak. Rokken waren juist heel wijd en werden gesteund door hoepels. De hoepels werden gemaakt van wilgeroeden. De rokken werden ‘verdugado’genoemd. De wijde rok had geen sleep meer. De kegelvormige rok is van voren opengespleten, zodat een driehoek van de onderrok te zien is. De mouwen plooien.
Het decolleté van de jurk van de vrouwen was vierkant. Door een korset werden de borsten platgedrukt. Vaak werd een mooi borstsieraad gedragen en een gordel. De hoofdbedekking bestaat uit een laag kapje, waardoor een gedeelte van het haar zichtbaar was. In Nederland droegen de vrouwen vaak een molensteenkraag. Deze kraag was heel mooi geplooid.
Voor de man waren er in de Renaissance twee verschillende soorten kleding. In Engeland en Duitsland was de mannenkleding erg breed, bijna vierkant. De brede jassen waren vaak gevoerd met bond. In de mouwen zaten spleten, waardoor de voering zichtbaar was. De jassen hebben een grote kraag en reiken tot de knieën. De jas wordt ook wel ‘Schaube”genoemd. In Spanje droegen mannen korte ballonbroekjes met spleten. Onder deze broeken droegen ze strakke kousen.
Hierbij werd meestal een stijve molensteenkraag gedragen met een korte cape. De mannen droegen een baret met veren. Om het bovenlichaam draagt de man een buis met lange mouwen. Deze mouwen zijn ook versierd met spleten. Ook de schoenen veranderden. In plaats van snavelschoenen komen er nu plompe koeienmuilen. De man draagt een braguette, een verstevigd kruisstuk. Door het breder worden van de kleding lijken de mensen kort en breed.
In de Renaissance wordt hygiëne steeds belangrijker. De mensen wassen zich niet vaak, maar proberen nare luchtjes te voorkomen. Dit doen ze door kruiden mee te dragen in een pommander, een soort zakje. Ook droegen de mensen een vlooienbandje over hun schouders. Alle vlooien kwamen op het stukje bond af, waardoor de rest van de kleding en de persoon zelf schoon bleven.
.
.
.
.
Vrouwen knippen hun haar kort en gaan broeken dragen. Voordien was het onmogelijk dat vrouwen broeken konden dragen, enkel mannen mochten dit. Vrouwen dragen rokken en mannen dragen broeken, dat was de regel.
Mannen kunnen met hun kleding laten zien tot welke sociale klasse ze behoren.
.
In deze periode ontstaat er een degelijke vrouwenmode: de kleding volgt de lijnen van het lichaam, enkel de rok loopt naar onder wijd uit. De rokzoom daalt tot de kuit. Er zijn vele militaire invloeden : Twee rijen knopen, epauletten(schouderversiering), grote opgestikte zakken, baretten en een brede schouderlijn.
Bij de mannenmode komt er weinig verandering : De broek wordt gewoon iets smaller, met omslagen. De colberts worden iets meer gedetailleerd. Op straat dragen de mannen wijde lange jassen.
Na 1945 is de smalle taille, met een lange, wijde, zwierige rok opvallend. De mannen dragen een kostuum : een lange, hoogesloten jas met een strakke broek.
.
In deze periode ontstaat de rock-‘n-roll met bijhorende kleding. Voor meisjes zijn dat wijde rokken met onderrokken, truitjes met boothals met breedtestrepen, een paardenstaart en platte schoentjes.( nylon kousen worden algemeen)
Voor jongens zijn dat spannende broeken en de vetkuif. De herenmode blijft traditioneel : strakke broek, colbert, overhemd en stropdas.
Bij de vrouwenkleding komt eindelijk de de rokzoom boven de knie. Er ontstaat zelfs de mini rok : tot 20 cm boven de knie. ‘Hotpants’ worden gedragen eind de jaren 60, dat zijn nl. zeer korte strakke broekjes.
In de mannenkleding is er veel meer kleur en er worden veel coltruien gedragen. In deze periode ontstaat ook de uni-seks-mode : mode die voor mannen en vrouwen hetzelfde is.
.
Vele werkkleding wordt gebruikt als dagelijkse kleding. Rokken tot op de enkel komen in de mode.Broekspijpen lopen vanaf de knie wijd uit. Aan het eind van de jaren zeventig ontstaat er een punk-beweging: jongeren met kapotgescheurde kleding en het haar in een hanenkam. Als sieraden : metalen kettingen. Sommige hebben zelfs een piercing.
Bij de vrouwenmode is er een zakleijke, breedgeschouderde kledingvorm en veel Japanse invloeden : geinspireerd op de kimono. Sportkleding wordt steeds meer als gewone kleding gedragen en de gewone kleding wordt sportiever. Kledingvormen uit alle delen v/d wereld worden in combinatie met elkaar gedragen ( = cultuurmix ).
Moderne kunststoffen worden zeer veel gebruikt.De kleding volgt de lijnen van het lichaam .
Punk komt nog steeds voor in de mode, in de vorm van geverfd haar, zwarte leren jacks, overdadig gebruik van ritsen, piercings.
Manen dragen colberts, vooral met één rij knopen en kleine schoudervulling. In hun vrije tijd dragen mannen katoenen overhemden, truien of sweatshirts en jacks. Vrijetijdskleding op het werk wordt steeds meer geaccepteerd. Naveltruitjes en heupbroeken worden algemeen voor meisjes, soms hoort daar zelfs een navelpiercing bij.
.
.
.
.
Harajuku is de naam van een wijk in Tokyo, in welke zich enkele belangrijke winkelstraten en ontmoetingsplekken bevinden. Er ligt een treinstation, enkele parken, zoals het veelbezochte Yoyogi park, en woonwijken in de vorm van flats. Alles is er te vinden, van de duurste laatste mode tot heerlijk eten en snacks. Ook kun je er straat- en andere vormen van theater en vermaak vinden.
Er zijn veel westerse producten, zowel materièle spullen als eten, te vinden. Dit groeit hier hand in hand met de eigen levenswijze en ideeèn. Deze mengelmoes heeft bijgedragen aan het ontstaan van de speciefieke harajuku kledingstijl.

.
De jeugd doet zoals de jeugd overal en altijd doet, en zich afzettend tegen de heersende tradities, de maatschappij en de politiek, zijn de jongeren zich in deze wijk door de jaren heen steeds opvallender gaan kleden, geïnspireerd door het zeer brede scala aan beschikbare stijlen. De kledingstijlen lopen uiteen van jaren ’50 vetkuiven tot aan door manga geïnspireerde ruimtepakken. Gothic, punk, lolita´s, hip hop, pluche beesten, maffiapakken, je ziet het allemaal in Harajuku.
Sommigen houden het bij één stijl, anderen gebruiken van alles door elkaar heen, alsof ze op zoek waren naar een eigen identiteit, overstelpt werden met een overdaad aan invloeden en niet meer konden kiezen. De term “Harajuku” omvat al deze stijlen, of liever gezegd de mengelmoes ervan, die in deze befaamde wijk zijn ontstaan.

.
Wat erg populair is in de harajuku wereld, is het aanpassen van bestaande, liefst tweedehands, kleding aan je wensen. Met scharen, lijm, stickers, speldjes, verschillende soorten stoffen en wat naaiwerk wordt er een persoonlijk ensamble in elkaar gestoken. De nadruk ligt op originaliteit en individualisme.
Dit geldt ook zeker voor het haar; de meest waanzinnige kapsels passeren de Harajuku-revue. Blonderen is populair in Japan sinds ze kennis hebben gemaakt met de westerse cultuur, maar de aanhangers van de Harajuku stijl houden het daar niet alleen bij: het haar kan in alle kleuren van de regenboog geverfd zijn, soms tegelijk, het wordt in de wildste kapsels gestilleerd en anders kan er altijd nog een pruik worden gedragen.
Alles aan deze stijl is over de top. De make-up wordt niet vergeten natuurlijk, net als de kleding is deze vaak extravagant. Er worden glitters, liters mascara en eyeliner, veertjes, kleurlenzen, stoffen en papieren vormpjes (bloemetjes etc.) en noem maar op gebruikt om het gewenste effect te creëren.
De accesoires worden niet vergeten; de harajuku volgelingen maken hun outfits compleet door bijpassende schoenen, sokken, tasjes, hoofddeksels, parasols, belletjes en allerlei andere attributen. Als het niet te koop is, wordt het zelf gemaakt.

.
.
.
Met zijn veelkleurige opvallendheid doet deze stijl denken aan het rijk-gekleurde kabuki theater, of de uitbundig uitgedoste maiko, oiran en andere traditionele Japanse vormen van vermaak. Deze tradities, in welke ook de moderne Japanse entertainment zijn wortels heeft, zoals de manga en anime, hebben ook hun deel bijgedragen aan het inspireren van de Harajuku beweging.
Het is duidelijk dat het rijke kleurgebruik en het mixen van patronen, of stijlen in dit geval, het Japanse volk in het bloed zit. In de Japanse cultuur zijn er twee met elkaar botsende stijlen: Aan de ene kant heerst er een serene zen-achtige stijl, wat met het woord iki wordt aangeduid en de essentie vormt van gracieuze kalmte. Aan de andere kant is er de oogverdovende “herrie” van Japan’s meer eclectische stijlen.
Van oudsher werd dit verschil geassocieerd met het klassenverschil; hoe bonter, hoe informeler, of hoe meer “volks” iets was. Harajuku blijft een interessant fenomeen welke Japanse moderne en traditionele cultuur verenigt met de westerse moderne cultuur. Naast de culturele en andere betekenissen die het heeft, is het een artiestieke uitingsvorm waar ook de vele toeristen graag naar kijken.



Pubers willen vaak niets liever dan ‘erbij horen’. Dat betekent vaak dat ze bepaalde kleding dragen, een bepaald imago willen hebben, bepaalde woorden gebruiken en over muziek, tv-programma’s, films en websites mee moeten kunnen praten. Maar vaak gaat het nog een stap verder, bijvoorbeeld met rages als tatoeages en piercings. Voor ouders is het vaak moeilijk om te bepalen wat ze wel en niet moeten toestaan. Hieronder volgen een aantal tips over het omgaan met rages en mode.
Het is belangrijk om heel veel aandacht te hebben voor de dingen die je leuk vindt aan het gedrag van je puber; jouw goedkeuring is van groot belang voor zijn of haar gevoel van eigenwaarde;
Blijf verder op de hoogte van de trends voor tieners, vooral onder de groep die één of twee jaar ouder is dan je eigen tiener. Zo voorkom je dat je wordt verrast en te heftig reageert;
Sommige rages komen en gaan zo snel dat je ze zonder problemen kunt negeren. Andere duren langer en aan een aantal rages zijn risico’s verbonden. Bekijk daarom in elke nieuwe situatie opnieuw de mogelijke risico’s voor jouw kind;
Probeer niet elke vraag direct met nee te beantwoorden. Laat je tiener voelen dat je bereid bent te overleggen en dat de uitkomst ja, nee of op voorwaarde dat… kan zijn. Tieners moeten voelen dat ze serieus genomen worden;
Probeer situaties waarin direct een besluit moet worden genomen te vermijden. Het zou kunnen dat je eerder geneigd bent om toe te geven wanneer je wordt overvallen door een verzoek en dat je tiener hier misbruik van maakt. Stel in dat geval een besluit uit en kom er later op terug;
Overweeg de voordelen, kosten en risico’s van elke wens. Is het goed voor je kind, hoe groot zijn de risico’s, wie betaalt er, gaat het tegen de regels van de school in, gaat het tegen de normen en waarden van het gezin in, zullen eventuele broertjes en zusjes het voorbeeld willen volgen. Nadat je hier zelf over hebt nagedacht kun je deze zaken rustig bespreken met je zoon of dochter;
Bedenk welk gedrag je thuis acceptabel vindt. Gewelddadig of seksueel getint taalgebruik dat overgenomen wordt uit populaire muziek of tv-programma’s kan onwenselijk zijn. Ook tieners moeten rekening houden met jongere broertjes, zusjes en buurtgenoten;
Soms wil je kind meedoen aan een rage die kostbaar is, en waar je wel toestemming voor wil geven. Kijk of je zoon of dochter wat extra klussen kan doen om geld te verdienen om mee te betalen aan (of zelfs helemaal te betalen voor) de duurdere zaken waar je toestemming voor wil geven;
Sta liever geen dingen toe die in strijd zijn met de regels van school, zoals een bepaalde kledingstijl, het dragen van (opvallende) sieraden of het meenemen van bepaalde voorwerpen;
Praat erover met andere ouders. Tieners zullen hun ouders over proberen te halen met argumenten als ’Al mijn vrienden mogen…’ en ’Ik ben de enige die niet…’. Zorg ervoor dat je dit gedrag niet onbewust beloont door eraan toe te geven. Controleer eerst of het waar is wat ze zeggen. Praat met andere ouders, vooral de ouders van vrienden van je tiener en controleer met wie hij omgaat;
Het is onmogelijk je tiener te beschermen tegen de invloeden van modeverschijnselen, maar je kunt wel zorgen dat hij zich goed voelt over zichzelf zoals hij is, en je kunt positieve vriendschappen stimuleren. Motiveer hem ook voor leuke en leerzame activiteiten onder toezicht. En reageer niet overdreven of al te streng. Uitspraken als ’Zolang je in mijn huis woont, doe je wat ik zeg’ of (met wanhopig omhoog gestoken handen) ’Doe maar wat je wilt maar je zult er spijt van krijgen’ leveren alleen maar boosheid en frustratie op. Verzamel zoveel mogelijk informatie om in elke situatie een weloverwogen besluit te nemen en wees bereid om te altijd met je tiener in gesprek te gaan.
Christian Dior (1905-1957) werd geboren op 21 januari 1905 in Granville, een dorpje nabij de Franse kust. Hij was de zoon van een rijke producent van kunstmest. Hij verhuisde met zijn ouders naar Parijs, waar hij later Politieke Wetenschappen studeerde.
Hij interesseerde zich voor architectuur, en schetste in zijn vrije tijd onder meer kleding. Die ontwerpen werden zo goed bevonden dat hij ze verkocht aan couturehuizen en hij illustreerde de modebijlage van Le Figaro.
Dior kreeg wat geld van zijn vader om een kunstgalerij te openen. Samen met een vriend verkocht hij allerlei werken, zelfs van Pablo Picasso. Na een financiële ramp van zijn vader moest Christian de galerij sluiten. Zijn talent leidde ertoe dat hij in 1938 als ontwerper werd aangenomen bij Robert Piguet.
Tijdens de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog, werkte hij voor het bedrijf Lelong, en produceerde hij kleding voor de vrouwen van Nazi officieren en Franse collaborateurs. Terwijl Christian kleding ontwierp voor de Nazi vrouwen, sloot Catherine, zijn zus, zich aan bij het Franse verzet.
Ze werd gevangen genomen door de Gestapo en afgevoerd naar concentratiekamp Ravensbrück. Na de oorlog, op 16 december 1946, stichtte Christian Dior zijn eigen modehuis.
Marcel Boussac, een textiel-tycoon, besloot vijf jaar later om Diors modehuis te financieren, en kocht een huis aan de Avenue Montaigne in Parijs, waar Dior nu nog altijd zijn thuisbasis heeft. Hij werd een zeer populair ontwerper en velen prezen zijn werk.
Parijs werd voornamelijk dankzij zijn toedoen het centrum van de mode na de Tweede Wereldoorlog. Christian Dior stierf onverwachts in 1957, en zijn assistent Yves Saint Laurent nam het roer over en presenteerde in 1958 zijn eerste collectie, Trapezef
In 1947 lanceerde Dior zijn eerste collectie voor de lente/zomer, die al snel bekend stond als de ‘New Look’: uiterst smalle tailles met uitlopende rokken. Dior is door “La Chambre Syndicale de la Haute Couture” als haute couture modehuis erkend. Naast haute couture ontwierp Dior ook sieraden.
Sinds 1997 was John Galliano aangesteld als Artistic Director van modemerk “Dior”. Per seizoen creëerde hij twee collecties, een prêt-à-porterlijn en een couturecollectie. Sinds 2006 is daar ook de cruise-lijn bijgekomen. Op 1 maart 2011 werd Galliano ontslagen naar aanleiding van zijn antisemitische uitspraken. John Galliano’s opvolger is Raf Simons.
Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’
Spanje was in deze periode het rijkste land van Europa. Dit kwam door de grote goudvondsten in het pas ontdekte Amerika. Spanje was hierdoor de trendsetter in de mode. Toch verwerkte ieder land de mode op een andere manier. Door de 80-jarige oorlog brachten de Spanjaarden hun mode mee naar Nederland. Filips II was op dat moment koning van Spanje en Heer der Nederlanden.
Filips II was een zwaar gelovige katholiek en hij verbood opzichtige kleding en laag uit gesneden kleding voor vrouwen. Zwart werd de meest gedragen kleur. Sommige delen van de kleding werden stijf opgevuld.
De meeste kleding van de vrouw blijft hetzelfde. Het decolleté verdwijnt echter. Dames dragen hoog gesloten japonnen, waaruit een klein geplooid kraagje komt. In Engeland werd de Spaanse mode niet overgenomen. Hier dragen vrouwen een rok in een tonvorm.
Deze vorm ontstond door een stijf opgevulde rol, die op de heupen werd gelegd onder de rok. Ook in Nederland draagt een enkeling deze rok, genaamd “beuling”. Een Engelse en Franse dame willen het Spaanse kraagje niet. Zij dragen de “Stuartkraag”, een grotere kraag gemaakt van kant.
Mannen in Spanje dragen, na het verbod op luxe van Filips II, een klein onversierd kraagje. In Spanje hebben de mannen een spits baardje en een snor. De schoenen zijn donker en gesloten. Veel mannen hebben schoudercapes.
De barok ontstond rond 1600 in Nederland en duurde tot aan de Franse Revolutie. Wat kleding betreft leek de baroktijd op de Renaissance. Dure, lichte stoffen, vele versieringen, sieraden, borduursels en veel kant werden gebruikt voor de kleding.
In Nederland was vooral de mode van de kooplieden populair. Door handel waren kooplieden rijk geworden en dit lieten ze zien. Het wordt in Nederland ook wel de Gouden eeuw genoemd. Onder Lodewijk de 14e werd de kleding van het hof van Versailles bepalend voor heel Europa. Parijs werd de hoofdstad van de haute-couture.
In de 17e eeuw verminderde de macht van Spanje. Frankrijk werd steeds machtiger. Ook de Republiek der Verenigde Nederlanden werd een belangrijk land. Er werden handelsondernemingen opgericht. Door de toenemende handel steeg de welvaart.
De Spaanse kleding moest aangepast worden. De opvullingen verdwenen, waardoor kleding veel natuurlijker werd. Ook de kleuren werden lichter en vrolijker. De molensteenkragen werden zonder steun en stijfsel gedragen, waardoor het haar ook weer langer kon zijn.
Vooral de mannenkleding onderging hevige veranderingen. De mode werd sterk beïnvloed door officierskleding gedragen aan het Franse hof. De broeklengte bleef tot de knie, maar de spleten onderaan de broek, konden nu met knopen worden gesloten.
De 17e eeuw was voor Nederland de Gouden eeuw. Een nieuwe klasse van jonge rijke kooplieden ontstond. Deze gingen zich kleden als adel. Ze gebruikten kleurrijke, dure stoffen met veel kant. Ouderen hielden echter nog lang vast aan de kleding van de Renaissance, het zwarte regentenkostuum, wat mode was tijdens de Spaanse overheersing.
Kenmerkend voor Holland is de ‘vlieger’, een zware mantel voor de vrouw van zwarte stof. Het lijfje is een los kledingstuk dat aan de ‘vlieger’ zit vastgespeld. Het lijfje is versierd met pareltjes en edelstenen. Het haar zit onder een mutsje. Dit bestaat uit een ondermuts en daarboven een siermutsje.
De Hollandse man draagt een knielange pofbroek. Hij draagt een ‘kastoor’ op zijn hoofd. Dit is een hoed van beverhaar. De band van de hoed is van zilver en versierd met edelstenen. Voor mannenkleding zijn er in de 17e eeuw speciaal kleermakers. Voor dames- en kinderkleding kan men terecht bij de wollennaaister.
Het Franse hof onder leiding van Lodewijk XIV was heel belangrijk. De renaissance is nu echt overgegaan in het tijdperk van de Barok. Alle kleding werd statig, maar ook zeer indrukwekkend. Alle versieringen waren zwaar en symmetrisch. Men maakte veel gebruik van tegenstellingen in vormen en kleuren. Kleding straalde macht en trots uit, zowel voor mannen als voor vrouwen.
Mannen dragen een grove jas die tot de knieën reikt. Deze jas heeft grote zakken en geweldige grote mouwen. Over de hele jas zijn knoopsgaten aangebracht, toch wordt de jas wordt open gedragen. Onder de jas draagt de man een vest met zakken, die even lang is als de jas.
De broek is meestal onzichtbaar door de lange jas en het vest. Om de hals draagt hij een lange witte shawl. De uiteinden van de shawl vallen over het vest. Later worden de uiteinden van de shawl door de knoopsgaten gestopt. Om groter te lijken dragen de mannen schoenen met hakken. Aan het franse hof zijn de hakken rood gekleurd.
Lodewijk XIV verloor zijn eigen haar en daarom schafte hij een pruik aan. Dit werd een rage. De pruik moest van golvend haar zijn en werd van voren opgekamd. Pruiken waren wit en bepoederd met krijt of meel. Ze werden steeds indrukwekkender. Gezichten werden wit geschminkt en op de wangen bracht men schoonheidsvlekjes, Tache-de Beauté, aan.
De lippen en wangen werden rood geschminkt. Wenkbrauwen werden als hoge bolle lijnen getekend.
De hoed werd met een punt naar voren gedragen. De punt werd gemaakt door de rand aan 2 kanten op te slaan, zo ontstond de driesteek.
Ook de kleding van de vrouw wordt deftiger en stijver. De taille wordt ingesnoerd. De rok is weer stijf en kegelvormig, maar is aan de onderkant minder wijd dan in het begin van de 16e eeuw. De diepere kleuren worden veel gebruikt en men draagt vaak fluweel. De japon sluit netjes aan en de hals is diep uitgesneden. Rondom de diep uitgesneden hals is een smal stukje kant.
Het lijfje is versierd met een driehoekig borststuk en halflange mouwen met brede stroken kant.
De rok is van voren gespleten en naar achteren omgeslagen waardoor de voering zichtbaar wordt. Vaak is de kleur van de voering contrasterend met de kleur van de rok. Op de onderrug wordt een versteviging aangebracht. De rok sleept aan de achterkant over de grond.
Rijke Hollandse burgers kleedden zich volgens de mode, die bepaald werd door het Franse en Engelse hof.
De heer draagt een nonchalant kostuum. Het is gemaakt van soepele stoffen en er worden heel veel linten, strikken, pluimen en kant gebruikt. Dit kostuum wordt het Rhingraven kostuum genoemd. Deze naam is ontstaan, omdat de Rijngraaf Pfaltz het pak introduceerde aan het franse hof.
De linten die het kostuum van de man versieren maakt men in de Nederlandse steden Haarlem en Leiden door middel van lintmolens. Ook gebruikt men goud en zilverkant in deze periode om kleding te versieren.
De kleding van de vrouw is ook in Nederland wat gewaagder en eleganter geworden. De kleding wordt gemaakt van soepele, lichte stoffen zoals zijde en satijn. De mouwen zijn een stuk korter en ze heeft bijna ontblote schouders.
In 1715 stierf Lodewijk XIV. Toen Lodewijk XV aan de regering kwam ging het niet goed met het franse hof. Lodwijk XV interesseerde zich niet voor staatszaken of het volk dat steeds armer werd. Toen hij stierf kon Lodewijk XVI niet veel verbeteren aan de situatie. Het volk kwam in opstand en in 1789 barstte dan ook de franse revolutie uit. De invloed van de adel verminderde.
De kleding ging mee met deze ontwikkelingen. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV was de kleding statig, deftig en fors. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XV was de kleding vrouwelijk, lichtzinnig en luchtig. Er werd veel zijde in pastelkleuren gedragen. De symmetrie van de versiering verdween. Het tijdperk van de Rococo brak aan.
Frankrijk is toonaangevend voor de vrouwenmode. Het is een vrijere versie van de hofkledij. Het belangrijkste kenmerk van de kleding van de vrouw zijn de brede heupen. Aan de breedte van de heupen is de stand af te lezen waartoe de vrouw behoort. Hoe breder de heupen, hoe hoger de klasse. Het uiterlijk van de vrouw wordt in deze periode steeds extremer. Vooral kapsels trekken de aandacht. Pruiken worden steeds hoger en rijker versierd.
Engeland is toonaangevend voor de mannenmode. De mannenmode bestaat nog steeds uit een driedelig pak met een kniebroek.
Voor de eerste keer ontstaat er aparte mode voor kinderen. Voorheen droegen kinderen dezelfde kleding als volwassenen. Het kind mag zich makkelijker kunnen bewegen. Het meisje hoeft daarom geen korset meer te dragen en de jongens krijgen een lange broek aan. De belangrijkste oorzaak van deze verandering is het werk van Jean-Jacques Rousseau. Hij had vernieuwende ideeën over opvoeding en deze werden doorgevoerd in de kleding.
De Franse revolutie begon in 1789 met de bestorming van de Bastille. Tijdens deze bestorming droegen de mannen lange broeken en liepen ze op klompen. Na de Franse Revolutie verdween de standenmaatschappij. De kleding werd hierdoor eenvoudiger.
De man draagt lange broeken, een halsdoek en een lange gestreepte jas. Men wil niet te veel opvallen.
Ook vrouwen willen niet opvallen. Haar jurk wordt eenvoudig. Borduurwerk, kant en de pruik verdwijnen. De favoriete kleuren zijn de kleuren van de Revolutie; rood, wit en blauw. De productie van kleding wordt simpeler door de machines. Kleding wordt hierdoor goedkoper. Kleding kan op voorraad gemaakt worden, omdat de kleding zo eenvoudig is. Zo ontstaat de eerste confectiekleding.
Na de Franse Revolutie kwam in Frankrijk Napoléon Bonaparte aan de macht. Deze legerbevelhebber veroverde delen van Italië en werd na een periode als consul door de senaat tot “Keizer der Fransen” uitgeroepen. Napoléon vergeleek zijn macht met die van de Romeinse keizers. Napoleon bracht zijn keizerlijke macht in beeld door symbolen van Romeinse keizers te imiteren, zoals adelaars en lauwerkransen. Er was sprake van een Klassieke opleving.
Deze Klassieke opleving zette zich ook door in de mode. Voor de dames werd nu het ideaal om gekleed te gaan als een Griekse of Romeinse dame uit de Oudheid.
De Franse dames probeerden dit na te volgen door zo min mogelijk ondergoed onder dunne soepele bovenkleding te dragen. Dat betekende geen korset of onderrok. Dit imiteren van de mode uit de oudheid werd wel de ”naakte mode” genoemd.
Zij dragen een eenvoudige vormloze japon met korte mouwtjes. De taille zit hoog, net onder de borsten. Vlak onder de buste en aan de wijd uitgesneden hals wordt de jurk met een bandje ingerimpeld. Dit doet denken aan de tunica die met een koord om het middel werd vastgebonden. Er worden doorzichtige stoffen gebruikt, zoals mousseline en tule.
Als de schaarsgeklede dames dan toch naar buiten gaan, dragen zij zoals de Romeinen, enorme rechthoekige shawls, ook wel stola’s genoemd. Geliefd zijn de kostbare kashmirsjaals, teken van een modieus statussymbool. Aan de voeten draagt men lichte zijden schoentjes zonder hak die zo laag waren uitgesneden dat zij met banden tegen het uitslippen moesten worden beschermd.
Ook de mannen krijgen hun eigen mode. Voor de herenkleding kijkt men naar Engeland. De man draagt een strakke kniebroek, een jas met lange achterpanden en een halsdoek, die losjes om het opstaande boord wordt geknoopt.
De dameskapsels uit deze tijd lijken veel op die van de Grieken en Romeinse dames. Vaak worden diademen gedragen. Evenals armbanden en oorsieraden zijn deze vaak versierd met cameeën, stenen waarin een antiek vrouwenkopje is uitgesneden.
Door de Franse revolutie kwam er een einde aan de overdadige versieringen van de kleding. In de tijd van Napoleon droeg men de zogenaamde ‘empirekleding’, maar ook daarna kwamen er weer grote veranderingen. De kleding van de vrouw veranderde helemaal. Jurken werden van dikker materiaal gemaakt en sloten hoger aan. Ook werd de rok weer wijder.
Na 1850 werden de rokken zelfs heel wijd. De onderrokken werden in die tijd verstevigd door paardenhaar. Natuurlijk was deze kleding erg onhandig en de ‘tournure’ deed zijn intrede. Dit was een rok, die alleen extra ruimte had aan de achterkant. Dit benadrukte het achterwerk van de vrouwen. Een erg belangrijk feit in de 19e eeuw is de opening van het eerste Haute-couture huis in 1858 in Parijs. Dit werd gedaan door modeontwerper Charles Frederick Worth.
Vanaf de 19e eeuw begon de mode pas echt een rol te spelen binnen de kledingdracht. De periode van de Romantiek was daar een goed voorbeeld van. Door de industrialisatie ontstond werkloosheid. Er kwamen grote verschillen tussen arm en rijk. Niet langer bepaalde het hof het modebeeld, maar de burgers die rijk werden door de industrie.
De romantiek staat voor heimwee naar het verleden. De modebewuste vrouw draagt in de Romantiek een zeer wijde rok en een grote luifelhoed. Bovendien wensen de vrouwen afhangende schouders en een zeer smalle taille. Tegelijkertijd protesteren vrouwen tegen hun ongemakkelijke kleding. Daarom gebruikt men katoen, wol, zijde, tafzijde en batist.
Deze stoffen zijn een stuk beter te verwerken en veel lichter en soepeler dan de eerdere stoffen. Ook in de kleuren en patroon komt een verandering. Men gebruikt pasteltinten en smalle strepen of kleine bloemetjes. Na 1850 wordt de crinoline populair, in de volksmond hoepelrok genoemd.
Voor de man doet het pak zijn intrede. Dit tijdloze kledingstuk, een effen jasje en broek met vest, zou 150 jaar lang hetzelfde gedragen worden. Vaak heeft het vestje felgekleurde ruiten. Er was grote ophef toen George Sand, een Franse schrijfster, voor het eerst in het openbaar een lange broek droeg.
Aan het eind van de 19e eeuw hadden vrouwen het zwaar. De queque was in waardoor haar kont uitstak. Om een zeer smalle taille te krijgen werd het korset gedragen. Het gevolg was dat vrouwen ademhalingsproblemen kregen en af en toe flauw vielen. Soms kwam het voor dat de ribbenkast vervormde of dat vitale organen verschoven werden.
De man droeg het driedelige pak. Typisch in deze tijd was dat het modebeeld opnieuw bepaald werd door het hof. Hierbij speelde koningin Victoria van Groot-Brittannië een belangrijke rol. Haar kleding werd geïmiteerd wat door de komst van de naaimachine mogelijk werd. Bovendien konden mensen zich volgens de laatste mode kleden door de verkoop van kleding in warenhuizen.
Mode werd zo in een korte tijd toegankelijker voor een grote groep mensen. De vrouwen van hogere sociale standen wilden zich blijven onderscheiden. Zij gingen naar een haute-couturehuis. Hier kozen zij ontworpen kleding uit waarna de kleding op maat gemaakt werd.
vrouw

tanzaniet

alexandriet

turkoois

lapis lazulli

bloedkoraal
.
.
.

