Tagarchief: rood

Zinkiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Zinkiet is een zink-mangaan-oxide en kan rood, bruin, oranje, geel of groen van kleur zijn. Zinkiet heeft een submetallische glans, een geeloranje streepkleur en een perfecte splijting volgens kristalvlak [0001]. De gemiddelde dichtheid is 5,56 en de hardheid is 4 tot 5. Het kristalstelsel is hexagonaal en het mineraal is niet radioactief.

.

.

.

.

Naam

.

De naam van het mineraal zinkiet is afgeleid van de chemische samenstelling; het element zink.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Zinkiet komt o.a. uit de Verenigde Staten en Polen.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

chemische samenstelling: (Zn,Mn2+)O

hardheid: 4 – 5

gemiddelde dichtheid: 5,56

.

.

.

.

Zinkiet
Zincite.jpg
Mineraal
Chemische formule (Zn,Mn2+)O
Kleur oranje tot bruinrood
Streepkleur geeloranje
Hardheid 4 – 5
Gemiddelde dichtheid 5,56 kg/dm3
Glans submetallisch
Opaciteit doorschijnend tot subdoorschijnend
Breuk subschelpvormig
Splijting perfect, [0001]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Hexagonaal
Brekingsindices 2,013 – 2,029
Dubbele breking 0,0160
Pleochroïsme dieprood tot geel
Bijzondere kenmerken onder opvallend licht kleurt het lichtroze-bruin met sterke rode tot gele interne reflecties

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Crocoiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Crocoiet is een lood-chromaat. De veel gevonden kristallen zijn licht doorschijnend en geel, oranje of rood van kleur, vaak typisch saffraankleurig.  Crocoiet heeft een diamantglans, een geeloranje streepkleur en het mineraal kent een duidelijke splijting volgens het kristalvlak [110] en een onduidelijke volgens [100] en [001]. Het kristalstelsel is monoklien. Crocoiet heeft een gemiddelde dichtheid van 6, de hardheid is 2,5 tot 3 en het mineraal is niet radioactief.

 

 

.

.

.

Etymologie

 

Crocoiet is afgeleid van het Griekse krókos, wat krokus of saffraan betekent, vernoemd naar de saffraankleur.

 

 

.

.

.

Vindplaats

 

Crocoiet wordt van oorsprong gevonden in Tasmanië, daarnaast in Duitsland, Rusland, Brazilië, Zuid-Afrika en de VS.

 

 

 

 

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: PbCrO4

hardheid: 2,5 – 3

dichtheid: 6,1

 

 

 

 

 

Crocoiet
Crocoite2.jpg
Mineraal
Chemische formule PbCrO4
Kleur Geel, oranje, rood; typisch saffraankleurig
Streepkleur Geeloranje
Hardheid 2,5 tot 3
Gemiddelde dichtheid 6 kg/dm3
Glans Diamant
Opaciteit Doorschijnend
Breuk Sectiel
Splijting Duidelijk, [110] ; onduidelijk, [100] & [001]
Kristaloptiek
Kristalstelsel monoklien
Brekingsindices 2,31 – 2,66
Dubbele breking 0,3500
Pleochroïsme Geen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aardaker : Lathyrus tuberosus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_9303-gr-aardaker

 

 

Goed te herkennen aan
– de opvallende, rozerode tot helder rode, aangenaam geurende vlinderbloemen met brede vlag én
– de samengestelde bladeren, bestaande uit 2 deelblaadjes en een al of niet vertakte rank én
– de ongevleugelde, kantige stengels

 

 

lathyrus-tub-img_2639

 

 

 

Algemeen

 

Aardaker is een overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog, die groeit op vochtige, kalkhoudende grond in bermen, akkers, duinen, aan spoorwegen en op dijken. De laatste jaren wordt aardaker uitgezaaid in bermen. In Nederland ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Aardaker bloeit vanaf juni tot en met augustus met vrij grote, rozerode tot helder rode, aangenaam geurende vlinderbloemen, die in lang gesteelde, okselstandige trossen van 2 tot 7 bloemen staan. De bloemen hebben een brede vlag.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn samengesteld uit maximaal 2 elliptische tot langwerpige deelblaadjes met daar tussen een al dan niet vertakte rank, waarmee de plant zich hecht aan omringende vegetatie.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Aardaker werd vroeger verbouwd als groente. De wortels vormen plaatselijk verdikkingen. Deze knolletjes kunnen gegeten worden en zijn te koken als aardappelen of te poffen als tamme kastanjes. Ook de bloemen en jonge scheuten zijn te eten. De zaden zijn licht giftig. De verschillende delen van sier- of pronkerwt (Lathyrus odoratus), die als eenjarige plant in tuinen en moestuinen wordt gekweekt vanwege de heerlijke geur en de decoratieve waarde, zijn zeer giftig!

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 90 cm

Bloem
– rozerood tot helder rood
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– vlinderbloem
– 12 tot 20 mm breed
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– elliptisch tot langwerpig
– top stomp, soms met spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig
– rank

Stengel
– liggend of klimmend
– glad en kaal
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA

Cinnaber

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Cinnaber, of cinnabariet, is een kwiksulfide. Het mineraal wordt sinds de Oudheid gebruikt als erts om kwik uit te winnen. Het mineraal vormt grote kristallen die diep vermiljoen tot baksteenrood van kleur zijn. Kleine kristallen kunnen licht doorschijnend zijn.

Cinnaber heeft een helderrode streepkleur en een volkomen splijting volgens kristalvlak [1010]. Het kristalstelsel is trigonaal, de dichtheid is met 8,1 hoog. De hardheid is 2 tot 2,5. Cinnaber is niet radioactief. Cinnaber is giftig omdat het kwik bevat. Het kan dus beter niet op de huid gedragen worden en na aanraking moeten de handen gewassen worden.

.

.

.

.

Etymologie

.

Het woord cinnaber betekende oorspronkelijk vermiljoen en is afkomstig uit het Perzisch (shangarf). Het heeft onze taal bereikt via het Grieks, het Latijn en het Frans.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Cinnaber komt vooral voor in hydrothermale aders van lage temperatuur. De typelocatie en lang een belangrijke vindplaats van kwik als erts is Almadén, Spanje, waar het reeds door de Kelten werd ontgonnen. Cinnaber wordt nog gevonden in Italië, Slovenië, het Midden-Oosten, China, Japan en Midden-Amerika.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: HgS

hardheid: 2 – 2,5

dichtheid: 8,2

.

.

.

.

Cinnaber
Cinnabar.jpg
Mineraal
Chemische formule HgS
Kleur rood tot bruinrood, loodgrijs
Streepkleur purper
Hardheid 2 – 2,5
Gemiddelde dichtheid 8090 kg/m³
Glans diamantglans tot metaalglans
Splijting volkomen volgens [1010]
Habitus massief, korrelig, romboëdrisch of dik tabulair
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Bijzondere kenmerken belangrijkste kwikerts, vanaf 344 °C wordt cinnaber omgezet tot metacinnaber

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Stilbiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Stilbiet kan kleurloos tot wit en rozig tot rood zijn. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glas-achtige tot parelmoerglans. Stilbiet behoort tot de zeolieten.

.

.

.

.

.

.

Etymologie

.

Stilbiet is afgeleid van het Griekse woord stilbe wat glans betekent.

.

.

.

apophyliet met stilbiet

.

.

Vindplaats

.

Stilbiet wordt o.a. gevonden in Noord-Amerika, India, Engeland en Schotland.

 

.

stilbiet uit India.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: NaCa4Al8Si28O72•30(H2O)

hardheid: 3,5 – 4

dichtheid: 2,12 – 2.22

.

.

.

.

.

.

.

.

Spinel

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

In de mineralogie verstaat men onder spinel een groep vergelijkbare mineralen, uit de magnesium/aluminium-groep, met de chemische samenstelling MgAl2O4. Slechts enkele vormen zijn van edelsteenkwaliteit. De herkomst van de naam is onduidelijk, mogelijk van het Grieks voor vonk of het Latijn spina-pijl. De kleurgevende stoffen zijn ijzer, chroom, vanadium en kobalt. Grote stenen zijn zeldzaam, sterspinellen zeer zeldzaam. Spinel kan verschillende kleuren hebben maar de bekendste variant is rood van kleur. De steen is doorzichtig tot opaak met een glasachtige glans.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: MgAl2O4

hardheid: 8

dichtheid: 3,6-4

.

.

.

.

.

.

Spinel
Spinel2.jpg
Mineraal
Chemische formule MgAl2O4
Kleur kleurloos, rood, geel, groen, blauw, violet, roze, zwart
Streepkleur wit
Hardheid 8
Glans sterke glasglans
Breuk schelpvormig
Kristaloptiek
Kristalstelsel Kubisch
Brekingsindices 1,710-1,735
Dubbele breking geen
Dispersie 0,020
Luminescentie soms geelgroen, rood, oranje, meestal geen
Pleochroïsme geen
Overige eigenschappen
Veredeling vele stenen worden bewerkt door inwerking van warmte
Bijzondere kenmerken asterisme, soms kattenoogeffect

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Rood guichelheil : Anagallis arvensis subsp. arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-anagallis_arvensis_2

 

 

Goed te herkennen aan
de kleine, oranje bloemetjes met 5 gewimperde kroonbladen

 

 

266px-anagallis_arvensis-01_xndr

 

 

 

Algemeen

 

Rood guichelheil is een eenjarig plantje van 5 tot 50 cm, oorspronkelijk afkomstig uit het Middellands Zeegebied. Ze groeit op open, vochtige tot droge (omgewerkte) grond in akkers en moestuinen, op zandplaten en in de duinen. De plant komt voor in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd of warm klimaat.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Rood guichelheil bloeit vanaf mei tot in de herfst met lang gesteelde, alleenstaande, oranje bloemetjes. Zelden zijn ze vleeskleurig, lila, paars, blauw of groenachtig. De bloemen gaan open om een uur of 8 en sluiten ’s middags rond 3 uur. Is het bewolkt weer dan blijven ze gesloten.

De kroonbladen hebben aan de basis een paarse vlek. De rand is licht gekarteld en dicht bezet met klierharen, die niet met het blote oog te zien zijn. Meestal raken of overlappen de kroonbladen elkaar. De meeldraden zijn onderaan met elkaar vergroeid, paars van kleur en behaard, waardoor het hart van het bloemetje een paarse indruk geeft.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De liggende of opstijgende stengels wortelen niet, zijn vierkant en kaal. De bladeren zijn eirond en hebben aan de onderkant zwarte klierpuntjes. Meestal staan ze tegenover elkaar, soms in een krans van 3.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Rood guichelheil is giftig. Niet bloeiend lijkt ze veel op vogelmuur, dat gebruikt wordt als vogelvoer.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 5 tot 50 cm

Bloem
– oranje, soms blauw
– mei tot in de herfst
– alleenstaand
– stervormig
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 3 tot 5 nervig

Stengel
– liggend of opstijgend
– kaal

zie wilde bloemen

 

 

rood-guichelheil

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Sardonyx

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Sardonyx is een chalcedoon variant en een kwarts-variëteit. De kleur van de steen kan licht gevlamd zwart, bruin, rood en wit gestreept zijn.

.

.

ruw

.

.

.

Voorkomen

.

Vindplaatsen zijn onder andere Brazilië, Uruguay, India en Rusland en, maar zeer zelden, in de Verenigde Straten.

.

.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: SiO2+Fe, Mn, O, OH

hardheid: 6,5-7

dichtheid: 2,58-2,64

.

.

.

.

 

.

.

.

Sardonyx
Agate banded 750pix.jpg
Mineraal
Chemische formule SiO2 + Fe, Mn, O, OH
Kleur zwart, bruin, rood en wit
Hardheid 6,5 – 7
Gemiddelde dichtheid 2,58-2,64 kg/dm³
Overige eigenschappen
Radioactiviteit Niet
Magnetisme Niet

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

 

.

.

.

.

.

.

Bismut

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Bismut is een broos zwaar metaal met een witte kleur en een zilver-roze glans. Het is het enige zware metaal wat niet giftig is. Het oppervlak vertoont een dunne iriserende oxidatielaag die vele kleuren laat zien, van geel tot rood en blauw. De trapvormige structuur ontstaat doordat de kristallen met een onregelmatige snelheid groeien.

Bismut is een scheikundig element met symbool Bi en atoomnummer 83. Het is een roodwit hoofdgroepmetaal. Daarnaast is bismut het meest diamagnetisch. Het heeft een zeer gering elektrisch geleidingsvermogen en vertoont van alle metalen het hoogste Hall-effect. Bismut verbrandt onder vorming van een heldere blauw/groene vlam.

Bismut is één van de weinige stoffen die uitzet bij bevriezen; een eigenschap die het metaal deelt met water en gallium. Lange tijd werd bismut algemeen gezien als het zwaarste stabiele element. In 2003 ontdekten Franse onderzoekers echter dat de stabielste isotoop, bismut-209, toch zeer zwak radioactief is.

.

.

.

.

.

.

Etymologie

.

Bismut is afgeleid van het Duitse wismut, wat witte massa betekent. In het verleden werd bismut vaak verward met tin of lood omdat het daar veel eigenschappen mee deelt. In 1753 lukte het de Franse wetenschapper Claude François Geoffroy om bismut te scheiden van lood.

.

.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Bismut houdende mineralen worden gewonnen in o.a. Australië, Bolivia, Canada, China, Mexico en Peru.

.

.

 

.

.

.

.

Toxicologie en veiligheid

.

Hoewel bismut tot de zware metalen behoort, is het onschadelijk voor organismen.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: Bi

hardheid: 2,25

dichtheid: 9,7

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Sarder

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Sarder is een chalcedoon variant en kan oranje, rood en bruin van kleur zijn. De steen is doorschijnend met een matte tot zijdeglans. Het is wat betreft chemische samenstelling en werking vrijwel gelijk aan carneool maar vaak iets harder en wat donkerder van kleur.

Het behoort tot de kwartsen. Het element dat de rode kleur veroorzaakt, is ijzer dat in kleine onzuiverheden in het mineraal zit. Door verhitting kan de kleur verdiepen. Carneool is genoemd naar het Latijnse caro, dat “vlees” betekent. De oude Nederlandse naam is kornalijn.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

Geschiedenis

 

Carneool werd al voor het begin van onze tijdrekening gebruikt voor de vervaardiging van zegelstenen en sieraden. Men beweerde dat carneool bescherming bood tegen ruzie, kiespijn en zenuwaandoeningen, bloedingen stopt, koorts verlaagt, toorn vermindert en geluk brengt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Carneool ontstaat in vulkanische verweringszones en is onder meer bekend uit India, Saoedi-Arabië en Egypte; belangrijke vindplaatsen bevinden zich verder in Brazilië, de Verenigde Staten, Australie, Rusland, Tsjechië,  Staten,  Duitsland en Roemenië.

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling: SiO2

hardheid: 7

dichtheid: 2,6

 

 

 

 

 

 

 

Carneool
Carneool.jpg
Mineraal
Chemische formule SiO2
Kleur Donkerrood, oranjerood, bruinrood
Streepkleur Wit
Hardheid 6-7
Gemiddelde dichtheid 2,60
Glans Glasglans, mat
Breuk Ruw, schelpvormig
Splijting Geen
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Brekingsindices N1,539-1,544, N1,526-1,535
Dubbele breking 0,004-0,009
Dispersie Geen
Luminescentie Geen
Pleochroïsme Geen
Overige eigenschappen
Veredeling Niet bekend
Bijzondere kenmerken Insluitsels van hematiet en andere mineralen

 

 

sarder