Tagarchief: rood

Titaniet, sfeen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemeen

.

Het mineraal titaniet of sfeen is een fluor-houdend calcium–titanium–silicaat met de chemische  formule CaTiSiO5. Zeldzame aardelementen als lanthanium, cerium, praseodymium, samarium en neodymium komen in kleine hoeveelheden in het mineraal voor. Het mineraal behoort tot de nesosilicaten.

Het grijze, groene, gele, rode of roodbruine titaniet heeft een diamantglans, een rood-witte streepkleur en de splijting van het mineraal is duidelijk volgens het kristalvlak [110] en imperfect volgens [100] en [112]. Het kristalstelsel is monoklien. Het mineraal heeft een gemiddelde dichtheid van 3,48, de hardheid is 5 tot 5,5 en het mineraal is, door de insluitsels van de zeldzame aardelementen, mild radioactief. De gamma ray waarde volgens het American Petroleum Institute is 3805,77.

.

.

.

.

Naamgeving

.

De naam van het mineraal titaniet is afgeleid van de samenstelling; het bevat het element titanium.

.

.

.

.

Voorkomen

.

Het mineraal titaniet is een algemeen voorkomend mineraal in felsische dieptegesteenten, pegmatieten, gneisen, schisten en skarns. De typelocatie is Passau, Beieren, Duitsland. Titaniet komt ook voor in de zandfractie van Nederlandse Kwartaire riviersedimenten. In de zware metaalanalyse, zoals dat in Nederland bij de Rijks Geologische Dienst gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw plaats vond, wordt het mineraal ingedeeld bij de zogenoemde instabiele groep. Het wordt daarin tot de vulkanische mineralen gerekend. Er worden verschillende variëteiten onderscheiden waarvan er een karakteristiek voor Maaszanden is.

.

.

.

.

Titaniet
Titanite crystals on Amphibole - Ochtendung, Eifel, Germany.jpg

.

.

Mineraal
Chemische formule CaTiAlFe3+SiO5F
Kleur Grijs, groen, geel, rood of roodbruin
Streepkleur Roodwit
Hardheid 5 – 5,5
Gemiddelde dichtheid 3,48 kg/dm3
Glans Diamantglans
Splijting [110] Duidelijk, [100] Imperfect, [112] Imperfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

De chacra’s

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

Chacra’s draaikolken van energie

 

Het woord chacra, een therm afkomstig uit India, komt uit het Sanskriet en betekent wiel of circel. Het is een draaikolk van energie die een wisselwerking heeft tussen de aura ( het energieveld rond het lichaam) en het lichaam. De religieuze en filosofische begrippen van chacra’s als energiecentra stammen uit India. In Oosterse filosofieën worden chacra’s beschouwd als niveaus van bewustzijn. Ze hebben invloed op fysieke, emotionele, mentale en spirituele aspecten van een persoon.

 

 

 

 

 

 

    De werking van het metafysisch stelsel

 

 

Wat is metafysica

 

Metafysica is de leer die op zoek gaat naar het wezen van de werkelijkheid. Ze kan met zintuigeijke waarheid, de fysica, niet bewezen worden. Eén van die metafysische stelsels is het chacrasysteem. Het gaat hierbij om een theorie, niet om een religie.

 

 

De uitgangspunten van het chacrastelsel

 

1:er zijn zeven hoofdchacra’s die vertikaal liggen op de ruggengraat. Ze komen overeen met zeven zenuwknopen in het lichaam en hebben invloed op de mentale en lichamelijke gezondheid van de mens.

2: er zijn talrijke nevenchacra’s die met elkaar verbonden zijn door energiebanen, ook nadi’s genoemd.

3: de noodzakelijke, onzichtbare energie (prana) komt via de kruin van het hoofd het lichaam binnen, gaat langs de ruggengraat naar beneden en geeft zo zijn energie af aan elke chacra. De overtollige energie wordt afgevoerd naar de aarde via de voeten.

4: de zeven hoofdchacra’s hebben invloed op fysieke eigenschappen van het lichaam en op de bewustzijnsniveaus.

5: Hoe hoger de chacra in het lichaam, hoe groter het corresponderende bewustzijnsniveau.

6: de onderste chacra’s zijn op hun ontwikkelingsniveau even belangrijk dan de bovenste.

7: de chacra’s worden in stand gehouden door twee verticale stromen die elkaar kruisen in elke hoofdchacra.

8: elke chacra correspondeert met een kleur, toon en dimensie.

9: de chacra’s staan voortdurend met elkaar in wisselwerking en kunnen slechts theoretisch van elkaar gescheiden worden.

10: de chacra’s kunnen door meditatie, acupunctuur, yoga  en spirituele ontwikkeling ruimer geopend worden met als resultaat verandering van bewustzijn.

 

 

 

 

 

   De zeven hoofdchacra’s

 

Chacra één

 

-naam: de Muladhara of het wortelchacra.

-is gelegen aan de onderkant van de ruggengraat en wordt in verband gebracht met  overleven. Het corresponderende element is aarde.

-de kleur is rood.

-het zenuwknooppunt is de plexus coccygeus.

-endocriene stelsel: de testikels en de geslachtsorganen.

-de corresponderende lichaamsdelen: de benen, botten en dikke darm.

-bij slecht functioneren: zwaarlijvigheid, aambeien en constipatie.

-klinkerklank: o als in boot.

 

 

 

 

Chacra twee

 

-naam: de Swadhistana of het heiligbeenchacra.

-is gelegen in de onderbuik en wordt in verband gebracht met emoties en seksualiteit. Het corresponderende element is water.

-de kleur is oranje.

-het zenuwknooppunt is de ganglion spinale, ook sacrale chacra genoemd.

-endocriene stelsel: de eierstokken, prostaat en testikels.

-de corresponderende lichaamsdelen: de baarmoeder, genitaliën, nieren en de blaas.

-bij slecht functioneren: impotentie, frigiditeit, problemen met blaas en baarmoeder.

-klinkerklank: oe als in doe.

 

 

 

 

 

Chacra drie

 

-naam: de Manipura of het juweelchacra.

-is gelegen in de buurt van de solar plexus en wordt in verband gebracht met wilskracht. Het corresponderende element is vuur.

-de kleur is geel.

-het zenuwknooppunt is de solar plexus, ook zonnevlecht genoemd.

-endocriene stelsel: de alvleesklier en de bijnieren.

-de corresponderende lichaamsdelen: het spierstelsel en de spijsvertering.

-bij slecht functioneren: maagzweren en diabetes.

-klinkerklank: a als in vader.

 

 

 

Chacra vier

 

-naam: de Anahata of het hartchacra.

-is gelegen in de hartstreek en word in verband gebracht met liefde. Het corresponderende element is lucht.

-de kleur is groen.

-het zenuwknooppunt is de plexus cardiacus.

-endocriene stelsel: de hymusklier.

-de corresponderende lichaamsdelen: de longen, hart , armen en de handen.

-bij slecht functioneren: astma en hoge bloeddruk.

-klinkerklank: ee als in mee.

 

 

 

 

Chacra vijf

 

-naam: de Vishudda of het keelchacra.

-is gelegen in de buurt van het strottenhoofd en staat in verband met communicatie en creativiteit. Het corresponderende element is geluid.

-de kleur is blauw.

-het zenuwknooppunt is de plexus pharingeus.

-endocriene stelsel: de hypothalamus en de schildklier.

-de corresponderende lichaamsdelen: de keel, oren en de mond.

-bij slecht functioneren: nekpijn en de griep.

-klinkerklank: ie als in zie.

 

 

 

 

Chacra zes

 

-naam: de Ajna of het voorhoofdschacra.

-is gelegen in de buurt van het voorhoofd en wordt in verband gebracht met helderziendheid en intuïtie. Het corresponderende element is licht.

-de kleur is indigo.

-het zenuwknooppunt is de plexus caroticus.

-endocriene stelsel: de pijnappelklier.

-de corresponderende lichaamsdelen: de ogen.

-bij slecht functioneren: hoofdpijn, nachtmerries en blindheid.

-klinkerklank: de mmm als in ohm.

 

 

 

 

Chacra zeven

 

-naam: de Sahasrara of het kruinchacra.

-is gelegen in de buurt van de kruin en wordt in verband gebracht met kennis en inzicht. Het corresponderende element zijn gedachten.

-de kleur is violet.

-het zenuwknooppunt is de Cerebrale cortex.

-endocriene stelsel: de hypofyse.

-de corresponderende lichaamsdelen: het centrale zenuwstelsel en de hersenschors.

-bij slecht functioneren: vervreemding, verwarring en depressie.

-klinkerklank: ngng als in zing.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

Oranje havikskruid : Hieracium aurantiacum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de oranje bloemhoofdjes op lang behaarde stelen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oranje havikskruid is een overblijvende plant, vrij algemeen voorkomend. Ze groeit op droge tot vrij vochtige, grazige plaatsen en wordt 30 tot 60 cm hoog. Ze vormt onder- en bovengrondse uitlopers en op voedzame grond kan ze erg woekeren. Ze komt oorspronkelijk uit de berggebieden van Midden-, Oost- en Noord-Europa. Als sierplant ingevoerd is ze vanuit tuinen verwilderd en inmiddels ingeburgerd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

In juni en juli bloeit oranje havikskruid met oranje bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit lintbloemen. Degene aan de rand zijn oranje, meer naar het hart toe zijn ze oranje/geel. De onderkant van de buitenste lintbloemen is rood.

De knoppen staan met 2 tot 10 dicht bij elkaar. Als de eerste gaat bloeien staan de knoppen van de andere eronder. Zodra er meerdere gaan bloeien verlengen de bloemstelen zich iets en vormen de bloemhoofdjes een schermvormige bloeiwijze.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Oranje havikskruid vormt rozetten van langwerpige tot lancetvormige bladeren, die aan beide kanten bezet zijn met lange witte haren. De stengel en omwindselblaadjes hebben naast lange afstaande witte haren ook korte zwarte klierharen en nog kortere witte sterharen. Aan de stengel zitten 1 of 2 stengelbladeren, die dezelfde vorm hebben als de rozetbladeren, alleen kleiner.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen, ook als tuinplant
– 30 tot 60 cm

Bloem
– oranje lintbloemen
– juni en juli
– hoofdje
– 15 tot 25 mm

Blad
– rozet of verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– veernervig

Stengel
– rechtop
– behaard, ook met klieren

-rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moeraskers : Rorippa palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– bleekgele bloemen met kroonbladen, die ongeveer zo lang zijn als de kelkbladen en
– veervormig ingesneden blad met een grote, brede eindslip

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Moeraskers is een zeer algemeen voorkomende eenjarige plant van 20 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, natte tot vochtige, stikstofrijke grond in bermen, akkers, (moes)tuinen, langs waterkanten, in moerassen en tussen straatstenen.

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met bleekgele bloemen, die in een trosje staan. De kroonbladen van de bloemetjes zijn ongeveer even lang als de groengele kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De diep veervormig ingesneden bladeren zijn verdeeld in 3 tot 7 paar smalle, onregelmatig getande slippen en een grote, brede eindslip. De onderste zijn gesteeld, de bovenste meestal niet. Ze hebben kleine oortjes aan de voet.

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Moeraskers is een waardplant voor larven van de oranjetip en het klein geaderd witje. Ook is ze een pioniersplant, die verdwijnt als de vegetatie zich sluit. Na de vruchtvorming kan moeraskers rood verkleuren.

 

 

 

Herkennen Rorippa soorten

 

– zijn de kroonbladen ongeveer even groot als de kelkbladen ? ja >  moeraskers

– nee …. heeft het blad oortjes ? ja > Oostenrijkse kers

– nee …. is het blad diep veervormig ingesneden met een smalle eindslip ? ja > akkerkers

– nee …. is het blad diep veervormig ingesneden met een grote eindslip ? ja > valse akkerkers

anders > gele waterkers

 

 

moeraskers

 

 

 

blad moeraskers

 

 

 

Oostenrijkse kers

 

 

 

blad oostenrijkse kers

 

 

 

akkerkers

 

 

 

blad akkerkers

 

 

 

valse akkerkers

 

 

 

valse akkerkers

 

 

 

gele waterkers

 

 

 

blad gele waterkers

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 20 tot 60 cm

Bloem
– bleekgeel
– vanaf juni t/m september
– tros
– stervormig
– 3 tot 5 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– grote, brede eindslip
– top stomp
– rand onregelmatig getand
– voet geoord, (half)stengelomvattend
– veernervig

Stengel
– rechtop
– vrijwel kaal
– meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloedkoraal

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

 

Bloedkoraal (Corallium rubrum) is een koraalsoort uit de Middellandse Zee. Het wordt aangetroffen op een diepte van 2 tot 280 meter. De onregelmatig gevormde kolonies worden 5 tot 20 centimeter hoog. Meestal is bloedkoraal donkeroranje. Er zijn echter ook witte en zwarte exemplaren bekend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Leefomgeving

 

Bloedkoraal komt voor in diep water met een rotsachtige bodem zoals op onderzeese bergen onder richels en in en rond grotten, waar vaak sterke stromingen zijn.

 

 

 

 

.

Voortplanting

 

Er zijn verschillende theorieën over de voortplanting van koraal, maar dit is de meest waarschijnlijke. Bloedkoraal bestaat uit mannelijke en vrouwelijke kolonies poliepen (dat is niet bij al het koraal). De zaadcellen van een mannelijke kolonie worden in het water losgelaten en proberen een vrouwelijke kolonie te bereiken.

De bevruchte eicel ontwikkelt zich tot een larve in het lichaam van een vrouwelijke poliep. Die ontwikkeling duurt ongeveer 30 dagen. Van eind juli tot eind augustus worden de larven in het water losgelaten. De larven vestigen zich op of in de buurt van het al bestaande deel koraal en ontwikkelen zich tot een poliep. Als dat is gebeurd maken ze een kalkskeletje (er bestaan ook zachte koralen, daarbij vormen de poliepen geen skeletje).

Dit proces herhaalt zich en zo wordt het koraal steeds groter. Bloedkoraal groeit in een tempo van minder dan een centimeter per jaar, dat is erg langzaam vergeleken met andere koralen. Een bloedkoraal kan zo’n 100 jaar oud worden en is volwassen als hij 7 tot 12 jaar oud is.

 

 

 

 

 

ruw

 

Voeding

 

De meeste soorten koralen hebben algen nodig om te kunnen leven. Die algen maken met behulp van fotosynthese glucose (suiker) en zuurstof. De algen gebruiken dit voor een deel zelf, maar er blijft veel over en dat wordt gebruikt door de koraalpoliepen. De koraalpoliep neemt de stoffen op in de maag. Van de afvalstoffen en de koolstofdioxide die de koraalpoliepen uitscheiden kunnen de algen weer nieuwe glucose en zuurstof maken.

Bloedkoraal werkt samen met roodalgen en die zijn, de naam zegt het al, rood. En doordat die algen op of in de koraalpoliepen zitten, lijkt het alsof het koraal zelf die kleur heeft; het koraal zelf is echter wit, de kleur die je ziet zijn de algen. Bloedkoraal is een van de weinige soorten koralen die ook zelf voedsel uit het water kan halen.

De bloedkoraalpoliepen hebben tentakels waarmee ze heel kleine diertjes (bijvoorbeeld plankton), of een heel klein stukje van een groter dier kunnen opvangen en soms ook nog kunnen verdoven met een netelcel en via de mond naar hun maag kunnen brengen. Daar wordt het verteerd. De bloedkoralen die op deze manier aan hun voedsel komen leven dus niet samen met algen en zijn dus ook niet rood (de kleur van de algen) maar wit.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

Gebruik

 

Het koraalskelet levert een grondstof voor sieraden. Zo vormen kettingen van bloedkoralen kralen een onderdeel van bijvoorbeeld de Zeeuwse klederdracht. Naast parels, barnsteen en ivoor is het een van de weinige organische stoffen waarmee sieraden vervaardigd worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Symboliek

 

In de iconografie is een snoer bloedkoralen het attribuut van het gepersonifieerde Afrika. De inwoners van het Romeinse Keizerrijk geloofden dat bloedkoraal de magische eigenschap had om het boze oog te kunnen afwenden. Ook dachten zij dat het geneeskrachtig was. Een snoer bloedkoralen werd om de hals van een kind gehangen ter bescherming tegen kwade invloeden. Om deze reden is het ook te zien op christelijke afbeeldingen van Maria met Kind.

 

 

 

 

 

 

 

 

Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (dieren)
Stam: Cnidaria (neteldieren)
Klasse: Anthozoa (bloemdieren)
Onderklasse: Alcyonaria
Orde: Gorgonacea (hoornkoralen)
Onderorde: Scleraxonia
Familie: Coralliidae
Geslacht: Corallium

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote teunisbloem : Oenothera glazioviana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 Goed te herkennen aan
– de grote lichtgele bloemen met een stijl, die even lang of langer is dan de meeldraden en
– de behaarde kelkbladen met rode strepen, of die later helemaal rood worden en
– de behaarde stengel met rode knobbels, strepen en/of vlekken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote teunisbloem is een stevige, zacht behaarde, tweejarige plant van 50 tot 150 cm hoog en groeit op open, droge, vaak omgewerkte zandige of stenige grond. In het eerste jaar ontwikkelt zich een bladrozet, in het tweede jaar de stevige bloeistengel. Ze komt vrij algemeen voor en is waarschijnlijk oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is in Europa als sierplant geïntroduceerd. Daarna is ze op enkele plaatsen verwilderd, soms in grote aantallen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Grote teunisbloem bloeit vanaf juni tot en met september met grote, geurende bloemen, die samen een aarvormige bloeiwijze vormen aan het einde van een rijk bebladerde stengel. Ze hebben 4 lichtgele kroonbladen, die duidelijk langer zijn dan de meeldraden. De bloemen bloeien maar 1 dag, hooguit 2 dagen. Ze openen zich in de avond. De kelkbladen klappen zich in een snelle beweging om naar de steel en in 15 tot 20 minuten heeft de bloem zich geopend. De bestuiving vindt voornamelijk plaats door insecten, die in de avond en nacht actief zijn. De kelkbladen hebben rode strepen of worden later helemaal rood. De stengel en het vruchtbeginsel hebben rode knobbels, strepen en/of vlekken.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Sinds de 80-er jaren wordt grote teunisbloem gekweekt vanwege haar oliehoudende zaden. Teunisbloemolie kent vele toepassingen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

grote teunisbloem : bloemen 35-50 mm, stengel en vruchtbeginsel met rode knobbels, strepen en/of vlekken, kelkbladen met rode strepen of later helemaal rood.
middelste teunisbloem : bloemen 20-28 mm, groene stengel, kelkbladen en vruchtbeginsel.
duinteunisbloem : bloemen 8-16 mm, stengel met rode knobbels, vlekken en/of strepen, kelkbladen vaak rood.
zandteunisbloem : bloemen 8-12 mm, groene stengel, kelkbladen en vruchtbeginsel.

 

 

middelste teunisbloem

 

 

 

duinteunisbloem

 

 

 

zandteunisbloem

 

 

 

Algemeen

 

– teunisbloemfamilie (Onagraceae)
– tweejarig
– vrij algemeen in duin- en stedelijke   gebieden
– 50 tot 150 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– gesteeld alleenstaand in aar
– stervormig
– 3,5 tot 6 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– veernervig, met lichte middennerf
– voet wigvormig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– rolrond
– behaard
– met rode knobbels, vlekken en/of  strepen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zinkiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Zinkiet is een zink-mangaan-oxide en kan rood, bruin, oranje, geel of groen van kleur zijn. Zinkiet heeft een submetallische glans, een geeloranje streepkleur en een perfecte splijting volgens kristalvlak [0001]. De gemiddelde dichtheid is 5,56 en de hardheid is 4 tot 5. Het kristalstelsel is hexagonaal en het mineraal is niet radioactief.

.

.

.

.

Naam

.

De naam van het mineraal zinkiet is afgeleid van de chemische samenstelling; het element zink.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Zinkiet komt o.a. uit de Verenigde Staten en Polen.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

chemische samenstelling: (Zn,Mn2+)O

hardheid: 4 – 5

gemiddelde dichtheid: 5,56

.

.

.

.

Zinkiet
Zincite.jpg
Mineraal
Chemische formule (Zn,Mn2+)O
Kleur oranje tot bruinrood
Streepkleur geeloranje
Hardheid 4 – 5
Gemiddelde dichtheid 5,56 kg/dm3
Glans submetallisch
Opaciteit doorschijnend tot subdoorschijnend
Breuk subschelpvormig
Splijting perfect, [0001]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Hexagonaal
Brekingsindices 2,013 – 2,029
Dubbele breking 0,0160
Pleochroïsme dieprood tot geel
Bijzondere kenmerken onder opvallend licht kleurt het lichtroze-bruin met sterke rode tot gele interne reflecties

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Crocoiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Crocoiet is een lood-chromaat. De veel gevonden kristallen zijn licht doorschijnend en geel, oranje of rood van kleur, vaak typisch saffraankleurig.  Crocoiet heeft een diamantglans, een geeloranje streepkleur en het mineraal kent een duidelijke splijting volgens het kristalvlak [110] en een onduidelijke volgens [100] en [001]. Het kristalstelsel is monoklien. Crocoiet heeft een gemiddelde dichtheid van 6, de hardheid is 2,5 tot 3 en het mineraal is niet radioactief.

 

 

.

.

.

Etymologie

 

Crocoiet is afgeleid van het Griekse krókos, wat krokus of saffraan betekent, vernoemd naar de saffraankleur.

 

 

.

.

.

Vindplaats

 

Crocoiet wordt van oorsprong gevonden in Tasmanië, daarnaast in Duitsland, Rusland, Brazilië, Zuid-Afrika en de VS.

 

 

 

 

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: PbCrO4

hardheid: 2,5 – 3

dichtheid: 6,1

 

 

 

 

 

Crocoiet
Crocoite2.jpg
Mineraal
Chemische formule PbCrO4
Kleur Geel, oranje, rood; typisch saffraankleurig
Streepkleur Geeloranje
Hardheid 2,5 tot 3
Gemiddelde dichtheid 6 kg/dm3
Glans Diamant
Opaciteit Doorschijnend
Breuk Sectiel
Splijting Duidelijk, [110] ; onduidelijk, [100] & [001]
Kristaloptiek
Kristalstelsel monoklien
Brekingsindices 2,31 – 2,66
Dubbele breking 0,3500
Pleochroïsme Geen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aardaker : Lathyrus tuberosus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_9303-gr-aardaker

 

 

Goed te herkennen aan
– de opvallende, rozerode tot helder rode, aangenaam geurende vlinderbloemen met brede vlag én
– de samengestelde bladeren, bestaande uit 2 deelblaadjes en een al of niet vertakte rank én
– de ongevleugelde, kantige stengels

 

 

lathyrus-tub-img_2639

 

 

 

Algemeen

 

Aardaker is een overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog, die groeit op vochtige, kalkhoudende grond in bermen, akkers, duinen, aan spoorwegen en op dijken. De laatste jaren wordt aardaker uitgezaaid in bermen. In Nederland ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Aardaker bloeit vanaf juni tot en met augustus met vrij grote, rozerode tot helder rode, aangenaam geurende vlinderbloemen, die in lang gesteelde, okselstandige trossen van 2 tot 7 bloemen staan. De bloemen hebben een brede vlag.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn samengesteld uit maximaal 2 elliptische tot langwerpige deelblaadjes met daar tussen een al dan niet vertakte rank, waarmee de plant zich hecht aan omringende vegetatie.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Aardaker werd vroeger verbouwd als groente. De wortels vormen plaatselijk verdikkingen. Deze knolletjes kunnen gegeten worden en zijn te koken als aardappelen of te poffen als tamme kastanjes. Ook de bloemen en jonge scheuten zijn te eten. De zaden zijn licht giftig. De verschillende delen van sier- of pronkerwt (Lathyrus odoratus), die als eenjarige plant in tuinen en moestuinen wordt gekweekt vanwege de heerlijke geur en de decoratieve waarde, zijn zeer giftig!

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 90 cm

Bloem
– rozerood tot helder rood
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– vlinderbloem
– 12 tot 20 mm breed
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– elliptisch tot langwerpig
– top stomp, soms met spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig
– rank

Stengel
– liggend of klimmend
– glad en kaal
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA

Cinnaber

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Cinnaber, of cinnabariet, is een kwiksulfide. Het mineraal wordt sinds de Oudheid gebruikt als erts om kwik uit te winnen. Het mineraal vormt grote kristallen die diep vermiljoen tot baksteenrood van kleur zijn. Kleine kristallen kunnen licht doorschijnend zijn.

Cinnaber heeft een helderrode streepkleur en een volkomen splijting volgens kristalvlak [1010]. Het kristalstelsel is trigonaal, de dichtheid is met 8,1 hoog. De hardheid is 2 tot 2,5. Cinnaber is niet radioactief. Cinnaber is giftig omdat het kwik bevat. Het kan dus beter niet op de huid gedragen worden en na aanraking moeten de handen gewassen worden.

.

.

.

.

Etymologie

.

Het woord cinnaber betekende oorspronkelijk vermiljoen en is afkomstig uit het Perzisch (shangarf). Het heeft onze taal bereikt via het Grieks, het Latijn en het Frans.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Cinnaber komt vooral voor in hydrothermale aders van lage temperatuur. De typelocatie en lang een belangrijke vindplaats van kwik als erts is Almadén, Spanje, waar het reeds door de Kelten werd ontgonnen. Cinnaber wordt nog gevonden in Italië, Slovenië, het Midden-Oosten, China, Japan en Midden-Amerika.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: HgS

hardheid: 2 – 2,5

dichtheid: 8,2

.

.

.

.

Cinnaber
Cinnabar.jpg
Mineraal
Chemische formule HgS
Kleur rood tot bruinrood, loodgrijs
Streepkleur purper
Hardheid 2 – 2,5
Gemiddelde dichtheid 8090 kg/m³
Glans diamantglans tot metaalglans
Splijting volkomen volgens [1010]
Habitus massief, korrelig, romboëdrisch of dik tabulair
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Bijzondere kenmerken belangrijkste kwikerts, vanaf 344 °C wordt cinnaber omgezet tot metacinnaber

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.