Tagarchief: wit

Akkerwinde : Convolvulus arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

akkerwinde

 

 

 

Goed te herkennen aan
– 5 roze tot donkerbruine strepen aan de buitenkant en
– de langwerpige tot eironde bladeren met pijl- of spiesvormige voet

 

 

geheel2-g

 

 

 

Algemeen

 

Akkerwinde is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant. Ze groeit op open, matig vochtige, voedselrijke, meestal omgewerkte grond, vooral in grasland, bermen, op braakliggende terreinen en langs spoorwegen, ook op stenige plaatsen.

 

 

muur

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met naar vanille geurende bloemen, die alleen overdag geopend zijn. Bij slecht weer blijven ze ook overdag gesloten. De bloemen zijn lang gesteeld en staan alleen of met 2 in de bladoksels. Ze zijn egaal wit of roze, of met meer of minder duidelijke, roze of witte strepen. De kroon is wijd trechtervormig met aan de buitenkant 5 donkerroze soms bruinachtige strepen. De bloemen bloeien maar 1 dag.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn langwerpig tot eironde en hebben een pijl- of spiesvormige voet. Akkerwinde heeft liggende of windende stengels tot 1 meter lang.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

:

:

:

akkerwinde : heeft geurende bloemen omsloten door overlappende schutbladen en langwerpige tot eironde bladeren met pijl- of spiesvormige voet.

 

 

 

 

 

 

haagwinde : heeft grotere bloemen dan akkerwinde, niet geurend, omsloten door niet overlappende schutbladen en pijl- tot hartvormige bladeren.

 

 

 

 

 

 

zeewinde : heeft roze/bleek purperen bloemen met 5 witte strepen

 

 

zeewinde

 

 

 

Algemeen

 

windefamilie (Convolvulaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 20 tot 100 cm

Bloem
– wit en/of roze
– vanaf juni t/m september
– gesteeld alleenstaand
– trechtervormig
– 1 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top stomp of toegespitst
– rand gaaf
– voet pijl- of spiesvormig
– veernervig

Stengel
– windend of bovengronds liggend
– kaal of weinig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

lindman

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Topaas

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Een topaas is vaak wijnrood of strogeel maar kan ook wit, grijs, groen, blauw of oranje zijn. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glasachtige glans. Goudtopaas wordt ook wel edeltopaas genoemd. Door geelbruine topaas te verhitten verandert deze in een roze of rode kleur. Door topaas bloot te stelling aan straling wordt een blauwe kleur verkregen. Mystieke topaas (mystic topaz) is geen kleurvariant, maar een topaas die met een dunne filmlaag gecoat is waardoor een regenboogeffect ontstaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

mystic topaas

 

 

 

Voorkomen

 

Saksen was in de 18de eeuw een belangrijke leverancier van (gele) topazen: deze zogenoemde Saksische diamanten werden gewonnen in het Vogtland, waar de Schneckenstein grotendeels werd afgegraven. Topaas komt voor in de zandfractie van Nederlandse riviersedimenten. Het is onder andere een karakteristiek element van zanden van de Noordwest-Duitse rivieren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis en gebruik

 

De naam van de steen is te herleiden tot het Grieks. Plinius de Oudere voerde de naam terug op een legendarisch eiland Topazius in de Rode Zee, waarvan de identiteit onzeker is, evenals de precieze aard van de stenen die ervandaan kwamen. De aanduiding topaas kreeg zijn huidige betekenis pas na de middeleeuwen. De topaas is een van de negen edelstenen in de Thaise Orde van de Negen Edelstenen. De Paus bezit een mijter, een zogenoemde mitra preciosa die met goud, topazen en parels is versierd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Al2(SiO4)(F,OH)2

hardheid: 8

dichtheid: 3,5-3,6

 

 

Topaas
Quartz-Topaz-k-153c.jpg
Mineraal
Chemische formule Al2SiO4(F,OH)2
Kleur Kleurloos, bleekblauw, geel, geelbruin of rood
Streepkleur Wit
Hardheid 8 (per definitie)
Gemiddelde dichtheid 3,55 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig
Breuk schelpvormig, ruw
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Orthorombisch
Brekingsindices 1,606 – 1,643
Dubbele breking + 0,008 tot + 0,016
Fluorescentie rose tot zwak bruinachtig
Luminescentie goudgeel, crèmekleurig, groen
Overige eigenschappen
Veredeling bestralen, verhitten
Bijzondere kenmerken zelden kattenoog

 

 

 

 

 

goudtopaas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Witte krodde : Thlaspi arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

kroddewitte-100523-285

.

.

Goed te herkennen aan

.

– de 4-tallige witte bloemetjes en
– de bijna ronde breed gevleugelde vlakke vruchtjes

.

.

266px-thlaspi_arvense1_ef

.

Algemeen
.
Witte krodde is een niet behaarde geelgroene eenjarige plant van 15 tot 50 cm hoog en is algemeen voor- komend. Je kunt witte krodde vinden op open, vochtige, voedselrijke, liefst omgewerkte grond zoals akkers, braakliggende terreinen, bermen en plantsoenen.
.
.
.
.
.
.

Bloem

.

Witte krodde bloeit vanaf mei tot en met september met gesteelde kleine 4-tallige witte bloemetjes, die gerangschikt zitten in trossen aan het einde van de meerkantige stengels, die bovenaan vaak vertakt zijn.

.

.

.

.

Blad en stengel
.
De bovenste bladeren zijn langwerpig, hebben een pijlvormige voet en zijn bochtig getand. Zij zijn evenals de zaden scherp smakend en kunnen in salades en soepen worden verwerkt. De onderste bladeren zijn omgekeerd eirond en tijdens de bloeitijd meestal verdwenen. Na de bloei, tijdens het rijpen van de vruchten, verlengt de stengel zich sterk.
.
.
.
.
.
.

Toepassingen

.

Als je de stengels kapot wrijft ruik je een knoflookachtige geur. Uit de scherp naar knoflook smakende olie- houdende zaden kan een spijsolie en een soort mosterd worden bereid. Bij rijpheid worden de vruchtjes perkamentachtig en kun je de zaden tegen de wanden horen rammelen als je aan de plant schudt. Een gedroogde stengel met vruchtjes is zeer opvallend, heel decoratief en mooi te verwerken in droogboeketten.

.

.

.

.

Algemeen
.
kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 15 tot 50 cm
– geelgroen

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m september
– tros
– stervormig
– tot 4 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– top stomp
– rand bochtig getand
– voet pijlvormig
– veernervig
– kaal

Stengel
– rechtop
– kaal
– meerkantig

 

zie wilde bloemen

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

JOHN ASTRIA

Witte waterlelie : Nymphaea alba

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

l_nymphaea-gonnere

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, witte (zelden rode), geurende bloemen met geel hart en
– de plaats waar ze bloeien …. in het water

 

 

waterlelie-shutter-630

 

 

 

Algemeen

 

Witte waterlelie is een opvallende waterplant van vrij diep, stilstaand tot zwak stromend, voedselrijk tot voedselarm water. Ze is zeer algemeen voorkomend en wordt ook aangeplant. De aangeplante soorten hebben ook gele en roze bloemen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf mei tot en met augustus. De drijvende of iets boven het water uitstekende bloemen verschijnen na de bladeren, zijn variabel in grootte, van 5,5 tot 18 cm in doorsnede, hebben 15 tot 25 witte kroonbladen en vier kelkbladen. De kelkbladen zijn groen of bruinachtig aan de buitenkant en wit aan de binnenkant. ’s Nachts en bij regen sluiten de bloemen zich ter bescherming van het stuifmeel.

 

 

 

 

 

Blad

 

De drijvende, leerachtige bladeren zijn nagenoeg rond met een hartvormige voet, 10 tot 30 cm in doorsnede. De bovenkant is glanzend groen, de onderkant lichtgroen, vaak roodachtig aangelopen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

waterleliefamilie (Nymphaeaceae)
– waterplant
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam

Bloem
– wit, zelden rood
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 5,5 tot 18 cm
– stervormig
– 15 tot 25 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– stempelschijf met 5 tot 25 stralen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– rond
– top rond
– rand gaaf
– voet hartvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

196

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Witte klaver : Trifolium repens

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_0623-gr-witte-klaver

 

 

Goed te herkennen aan
– het ronde bloemhoofdje met (room)witte vlinderbloemen en
– de halvemaanvormige lichte vlek op de bladeren

 

 

bloemen-witte-klaver1

 

 

 

Algemeen

 

Witte klaver is een zeer algemeen voorkomende soort, die groeit op vochtige tot natte, voedselrijke of brakke tot zilte grond in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Witte klaver bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemhoofdjes staan op lange bladerloze stelen en ruiken zoet. Ze zijn (room)wit met soms een roze waas. Ze verwelken van (room)wit via roze naar bruin. De uitgebloeide bloemen gaan hangen, de onderste het eerst. Aan de basis van het door de kroonbladen gevormde buisje wordt vrij veel nectar afgescheiden. De bloemen vormen daarom voor langtongige insecten, zoals bijen, een waardevolle nectarbron.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn lang gesteeld, 3-tallig (zelden 4) en voorzien van een halvemaanvormige lichte vlek. Omdat witte klaver een lange liggende stengel heeft, die op elke knoop kan wortelen, is ze moeilijk uit te roeien. Snel woekerend kan ze andere planten verdringen en soms hele tapijten vormen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 5 tot 25 cm

Bloem
– roomwit, soms met een roze waas
– vanaf mei tot in de herfst
– hoofdje
– vlinderbloem
– 7 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– op lange steel, meestal 3-tallig,
zelden 4-tallig
– samengesteld
– rond tot eirond, met
halvemaanvormige lichte vlek
– top stomp of uitgerand
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– bovengronds kruipend
– wortelend op knopen
– glad en kaal of behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

witte-klaver

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Witte engbloem : Vincetoxicum hirundinaria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

51815

 

 

Goed te herkennen aan
– de compacte, stuikachtige vorm en
– de in overhangende bijschermen staande bloemetjes met
– 5 wat bol staande, spitse, witte kroonbladen

 

 

092

 

 

 

Algemeen

 

Witte engbloem is een overblijvende, polvormende plant van 30 tot 120 cm hoog, die groeit op droge, kalkrijke grond op grazige plaatsen. De witte engbloem komt in heel Europa voor. De plant staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en matig afgenomen. Ook staat de plant op de Belgische Rode lijst van planten als met uitsterven bedreigd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf mei tot en met augustus. Ze bloeit met kleine witte bloemetjes, die bijschermen vormen naast de bladoksels. De iets hangende bloemen zijn stervormig. Ze hebben 5 kroonbladen en 5 meeldraden, die in wisselstand met elkaar staan. De kroonbladen zijn spits, de randen iets omgebogen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn aan de rand en aan de onderkant op de nerven kort behaard. Naar boven toe worden de bladeren smaller en de bladstelen korter. Ook de blad- en bloemstelen zijn kort behaard. De stengel is rechtopstaand (soms met overhangende top) en heeft boven het midden 1 rij kromme haren. Bij grotere planten is het bovenste deel van de stengels soms windend. Op te voedzame en te vochtige grond worden de stengels slap en gaan ze hangen.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Witte engbloem is zeer giftig. Omdat ze braakneigingen opwekt is ze heel vroeger als tegengif gebruikt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

maagdenpalmfamilie (Apocynaceae)
– overblijvend
– uiterst zeldzaam, op de rode lijst
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m augustus
– bijscherm
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet hartvormig of afgerond
– veernervig
– donkergroen tot blauwgroen

Stengel
– rechtop
– 1 rij haren
– rond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Stilbiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Stilbiet kan kleurloos tot wit en rozig tot rood zijn. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glas-achtige tot parelmoerglans. Stilbiet behoort tot de zeolieten.

.

.

.

.

.

.

Etymologie

.

Stilbiet is afgeleid van het Griekse woord stilbe wat glans betekent.

.

.

.

apophyliet met stilbiet

.

.

Vindplaats

.

Stilbiet wordt o.a. gevonden in Noord-Amerika, India, Engeland en Schotland.

 

.

stilbiet uit India.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: NaCa4Al8Si28O72•30(H2O)

hardheid: 3,5 – 4

dichtheid: 2,12 – 2.22

.

.

.

.

.

.

.

.

Cacholong of melkopaal

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Eigenschappen Melkopaal

 

 

Kleur :  wit met wat tekeningen

Vindplaats : wordt o.a. gevonden in Australië, Honduras, Brazilië, de Verenigde Staten en recentelijk ook Ethiopië.

Samenstelling :  SiO2.nH2O

Hardheid : 5-6

Dichtheid : 2

Kristalstelsel : amorf

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waterviolier : Hottonia palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-hottoniapalustrisinflorescence

 

 

Goed te herkennen aan
– de ijle trossen witte tot bleekroze bloemen en
– de groeiplaats; ondiep zoet water

 

 

3897

 

 

 

Algemeen

 

Waterviolier is een zoutmijdende, overblijvende waterplant, die groeit in ondiep, zoet water op voedselrijke, veelal venige bodem. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend. Het deel boven water wordt 20 tot 60 cm hoog.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Waterviolier bloeit in mei en juni. De bloemen zijn wit tot bleekroze en hebben een geel hart. De bloeiwijze is een ijle tros, waarin de bloemen in ver uit elkaar staande kransen rond de bloeistengel staan. Elke krans bestaat uit ongeveer 6 bloemen. De delen die boven water staan (het bovenste deel van de stengel, de bloemstelen en kelk) zijn behaard met kleverige klierharen. Tijdens het rijpen van de vruchten krommen de vruchtstelen zich naar beneden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvende waterplant
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 20 tot 60 cm

Bloem
– wit tot bleekroze
– mei en juni
– pluim
– stervormig
– ongeveer 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– 1-nervig
– alleen onder water

Stengel
– rechtop
– onder water kaal
– boven water beklierd
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Cancriniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Cancriniet is een kleurloos, wit, geel, groen of blauw mineraal met een glasachtige glans. Het carbonaat silicaat mineraal behoort tot de veldspaten. Het heeft een glasglans, een grijswitte streepkleur en de splijting is perfect volgens het kristalvlak [1010]. De gemiddelde dichtheid is 2,45 en de hardheid is 6. Het kristalstelsel is hexagonaal en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

Etymologie

 

Cancriniet is vernoemd naar Jegor Frantsevitsj Kankrin (Georg von Cancrin). Cancrin was de Russische minister van financiën toen het mineraal in 1839 voor het eerst werd gevonden in het Oeral gebergte.

 

 

 

 

Vindplaats

 

Cancriniet wordt gewonnen o.a. in Rusland, Duitsland, Canada, Noorwegen, Roemenië en de Verenigde Staten.

 

 

 

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Na6Ca2Al6Si6O24(CO3)2

hardheid: 5 – 6

dichtheid: 2,4