Categorie archief: Religie

De zeven gemeenten in Openbaring

Standaard

categorie : religie

 

 

 

250px-Seven_churches_of_asia.svg

 

 

 

De zeven gemeenten in Openbaring zijn

werkelijke locaties in Klein-Azië

 

De zeven gemeenten in het boek Openbaring zijn zeven  werkelijk bestaande gemeenten. Ze worden beschreven in hoofdstukken 2 en 3 van het boek. Deze vroege christelijke gemeenten bevonden zich in de tijd van het Romeinse Rijk in Klein-Azië. Hoewel de bloei van deze gemeenten een halt werd toegeroepen door de overheersing van de moslims, in de eeuwen na het Romeinse Rijk, toch zijn de archeologische resten van alle zeven locaties tegenwoordig nog terug te vinden in het hedendaagse Turkije.

 

 

Openbaring hoofdstuk 1,2 en 3 : Christus wandelt tussen 7 kandelaren die staan voor de 7 gemeenten in Turkije

Openbaring hoofdstuk 1,2 en 3 : Christus wandelt tussen 7 kandelaren die staan voor de 7 gemeenten in Turkije

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De zeven gemeenten toen en nu

 

De zeven gemeenten van het boek Openbaring bevinden zich in het westen van Klein-Azië, het hedendaagse Turkije,  Ze kunnen bereikt worden via de Egeïsche Zee en de oude handelsroutes tussen het Westen en het Oosten.

Om verschillende redenen (handel, militaire strategie of puur hedonisme), werden deze steden belangrijke culturele centra. In de eerste eeuwen na Jezus Christus werden deze steden door de Romeinen bestuurd.

Ze waren ook belangrijk in het vroege christendom. De zeven gemeenten werden aan het einde van de eerste eeuw beschreven door de apostel Johannes :

 

 

1 : EfezeDe begeerlijke gemeente die de liefde van weleer had opgegeven (Openbaring 2:1-7). Efeze was de invloedrijke hoofdstad van Klein-Azië aan de Egeïsche Zee. Efeze staat nu bekend vanwege haar immense metropool van oude straten, bogen en ruïnes.

 

2 : Smyrna – De vervolgde gemeente die onder armoede en martelaarschap leed (Openbaring 2:8-11). Smyrna was ten noorden van Efeze gelegen op een machtige handelslocatie aan de Egeïsche Zee en stond bekend om haar havens, handel en marktplaatsen. De belangrijkste ruïnes van Smyrna bevinden zich nu in de moderne Turkse stad Izmir.

 

3 : Pergamum – De wereldse gemeente die de christelijke leer verwaterde en tot inkeer moest komen (Openbaring 2:12-17). Pergamum bevindt zich op de vlakten en de lager gelegen heuvels langs de rivier de Caïcus in Westelijk Turkije. Het werd in Klein-Azië sinds de 3e eeuw voor Christus als een belangrijke stad beschouwd en werd later een Grieks en Romeins centrum voor tempelverering.

 

4 : Tyatira – De valse gemeente die een verleidelijke profetes volgde (Openbaring 2:18-29). Tyatira is gelegen in westelijk Klein-Azië, ongeveer 65 kilometer landinwaarts van de Egeïsche Zee. Deze stad uit de oudheid stond bekend om haar handel in textiel en kleurstoffen, en staat tegenwoordig bekend als de Turkse stad Akhisar.

 

5 : Sardes – De “dode” gemeente die in slaap was gevallen (Openbaring 3:1-6). Sardes bevindt zich op oevers van de rivier de Pactolus in het westen van Klein-Azië, een kleine 100 kilometer landinwaarts van Efeze en Smyrna. Onder de populaire ruïnes zijn onder meer de decadente tempels en de badhuizen.

 

6 : Filadelfia – De gemeente van broederlijke liefde die geduldig volhardt (Openbaring 3:7-13). Filadelfia ligt aan de rivier de Cogamis in westelijk Klein-Azië, ongeveer 130 kilometer ten oosten van Smyrna. Filadelfia stond bekend om haar verscheidenheid aan tempels en aanbiddingscentra.

 

7 : Laodicea – De “lauwe” gemeente met een lauw geloof (Openbaring 3:14-22). Laodicea is gelegen in de vallei van de rivier de Lycus in het westen van Klein-Azië, een belangrijke handelsroute tussen de culturen van het Westen en het Oosten. Laodicea stond bekend als een belangrijk centrum voor het Romeinse systeem van aquaducten.

 

 

De 7 gemeentelijke tijdperken

De 7 gemeentelijke tijdperken

 

 

 

De zeven gemeenten hun uiteindelijke belang

 

De zeven gemeenten in het boek Openbaring zijn letterlijke gemeenten uit de eerste eeuw na Christus. Maar de zeven gemeenten in Openbaring hebben ook een geestelijke betekenis voor de gemeenten en gelovigen van tegenwoordig. Het hoofddoel van de brieven van Johannes aan de zeven gemeenten was om een “rapportkaart” van Jezus over hun geestelijke welzijn af te leveren.

Maar een tweede doel van de door God ingegeven brieven was om zeven soorten gemeenten (en gelovigen) te beschrijven die door de geschiedenis heen steeds weer zouden opduiken. Deze korte brieven aan de zeven gemeenten in het boek Openbaring dienen als snelle en soms pijnlijke geheugensteuntjes voor mensen die zichzelf “volgelingen van Christus” noemen.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De tactiek van de duivel

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

De tactiek van satan, de duivel

Satan is één van de belangrijkste engelen in de hemel die in opstand kwam tegen God en uit de hemel verwijderd werd. Het karakter van satan is beschreven a.d.h. van het woordgebruik in het Hebreeuws en het Grieks. Hieruit wordt geleerd dat satan een kwaadspreker, een roddelaar en een tegenstander van God is.

.

.

Hoe gaat satan te werk?

De tegenstander van God werkt vanuit de duisternis en kan God die het licht is niet verdragen. Hij zal God dan ook op alle mogelijke manieren tegenwerken. Zijn actieterrein is de aarde en in het bijzonder de mensen die willen leven in gehoorzaamheid aan God. Gods tegenstander zal op alle mogelijk manieren proberen deze mensen van God af te houden.

Elke discipel van Jezus, iedereen die op Jezus vertrouwt, in elk facet van het leven, zal de tegenstander op zijn weg tegenkomen. Paulus schrijft:

Allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.   (2 Timotheüs 3:12)

‘Zullen vervolgd worden’ is de vertaling van het Griekse woord ‘dioko’. Enkele andere vertalingen zijn:

  • verdrijven / op de vlucht drijven / hard rennen om iets of iemand te vangen / achter iets aan rennen / iemand op elke mogelijke manier dwarszitten.

.

Satan, de tegenstander, probeert mensen in de val te lokken

Jezus zei tegen de satan, de tegenstander:

Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op (gij hebt geen begrip van) de dingen van God (dat wat van God is), maar op die van de mensen.   (Mattheüs 16:23)

In het Grieks wordt ‘skandalon’ vertaald als aanstoot of

  • het losse stuk hout dat een val voor dieren openhoudt.

Gods  tegenstander probeert in te spelen op menselijke verlangens, om iemand op die manier in de val te lokken en zo van God weg te houden.

.

De duivel, de kwaadspreker, is een moordenaar

.De apostel Petrus schrijft:

Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.
(1 Petrus 5:8)

De duivel gaat in de wereld rond als een brullende leeuw. Hij kan niet zomaar iedereen verslinden. Hij moet zijn prooi zoeken en vindt dat in mensen die hij kan intimideren en bang maken, zodat ze een gemakkelijke prooi worden. Iemand die verstart van angst door het brullen van de leeuw, wordt snel overmeesterd.

Zoals de leeuw zal hij proberen een dier te isoleren door middel van angst, in de hoop dat het de verkeerde kant op vlucht. Daarna zal hij er net zo lang achteraan jagen, totdat zijn prooi moe wordt en verslapt, zodat hij die kan bespringen.

.

.

666 en de antichrist

Pasteltekening van John Astria

.

.

De duivel, de kwaadspreker, is een leugenaar

.Jezus zei over hem:

Die was een mensenmoordenaar van in het begin en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.   (Johannes 8:44)

In deze uitspraak geeft Jezus aan, dat de tegenstander een mensenmoordenaar is, omdat hij zich tot doel stelt, te voorkomen dat zijn prooi in de eeuwigheid bij God zou zijn. Zijn middel is de leugen. Een voorbeeld is de eerste leugen die uitgesproken werd in het paradijs, door de slang (die ook genoemd wordt de duivel en de satan – Openbaringen 12:9 / 20:2) toen hij zei:

God heeft zeker wel gezegd: Gij zult van geen enkele boom in de hof eten.
(vrij vertaald naar Genesis 3:1)

God had gezegd dat Adam en Eva van alle bomen in de hof mochten eten, uitgenomen één, waar ze niet van mochten eten (Genesis 2:16-17). De tegenstander, draait de waarheid om, zodat Eva onzeker wordt, gaat twijfelen over wie God is en wat Hij gezegd heeft. Daardoor maakt ze de verkeerde keuze.

.

De juiste ontsnappingsroute

De Psalmist schrijft:

Red mij van mijn vijanden, Here, tot U vlucht ik.   (Psalmen 143:9)

.

De juiste houding tegenover de tegenstander

Daarover schrijft de apostel Jacobus:

Onderwerpt u (maakt u ondergeschikt, gehoorzaamt) dus aan God, maar biedt weerstand aan (stelt u op tegenover) de duivel, en hij zal van u vlieden (wegvluchten).   (Jakobus 4:7)

Wie zich onderwerpt aan God, wie Jezus gehoorzaamt en wandelt in het Licht, heeft niets te vrezen van deze brullende leeuw, die leeft in de duisternis en het Licht haat:

  • duisternis moet wijken voor het licht
  • duisternis vlucht voor het licht.

.

.

Jezus bood weerstand aan de duivel 

.

Mattheüs 4: 1 – 10

1 Daarna stuurde de Heilige Geest Jezus naar de woestijn. Daar moest Jezus door de duivel op de proef worden gesteld. 2 Hij bleef 40 dagen in de woestijn. Al die tijd at Jezus niets. Tenslotte kreeg Hij honger.

3 Toen kwam de duivel. Hij zei tegen Hem: “Als U Gods Zoon bent, zeg dan tegen deze stenen dat ze in broden moeten veranderen.” 4 Maar Jezus antwoordde: “In de Boeken staat:

‘Je kan niet alleen van brood leven. Alles wat God zegt, heb je óók nodig om te leven.’ “

5 Toen nam de duivel Hem mee naar Jeruzalem. Daar zette hij Hem op de rand van het dak van de tempel. 6 En hij zei tegen Jezus: “Als U Gods Zoon bent, spring dan naar beneden. Er staat toch in de Boeken: ‘God zal zijn engelen de opdracht geven dat ze U op hun handen moeten dragen. Dan zult U uw voeten niet aan een steen stoten.’ ” 7 Jezus antwoordde: “Maar er staat ook in de Boeken:

‘Je mag je Heer God niet uitdagen.’ “

8 Daarna nam de duivel Jezus mee naar een hoge berg. Vanaf die berg liet hij Jezus alle koninkrijken van de wereld zien, met al hun macht en rijkdom. 9 En hij zei tegen Jezus: “Dat geef ik allemaal aan U, als U voor mij neerknielt en mij aanbidt!” 10 Toen zei Jezus:

“Ga weg, duivel! Er staat toch ook in de Boeken: ‘Aanbid je Heer God en dien alleen Hém.’ “

11 Toen liet de duivel Hem met rust. En er kwamen engelen om Hem te dienen.

.

.

De verzoeking van Jezus door de duivel

.

Een waarschuwing

De satan zelf doet zich voor als een engel van het licht.   (2 Corinthiërs 11:14)

Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan.   (1 Johannes 4:1)

Doordat zij de rechte weg verlaten hebben, zijn zij verdwaald   (2 Petrus 2:15)

Het is dus noodzakelijk om alles te toetsen aan Het Woord, de Bijbel en aan Jezus, Het Levende Woord om zo het goede te behouden.

Zalig is de man (de mens), die in verzoeking (ook: beproeving / inwendige verleiding tot zondigen) volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.   (Jakobus 1:12)

.

.

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Exorcisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Exorcisme

 

Het exorcisme is een ritueel binnen de Katholieke Kerk dat door een bevoegde priester wordt uitgevoerd. Het ritueel is bedoeld om mensen of dingen te ontdoen van demonen. De Kerk gelooft dat Satan zoveel invloed op een persoon kan uitoefenen, dat hij bezeten wordt van een duivelse macht.

 

 

Het uitvoeren van een exorcisme ritueel houdt in dat enkele gebeden worden uitgesproken en bepaalde handelingen worden verricht. De oorsprong van exorcisme ligt bij Jezus, hij verdreef demonen en boze geesten. Hij gaf zijn discipelen de macht om dit ook te doen, toen hij hen uitzond:

“Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen.” (Lucas 9:1)

 

De officiële definitie van exorcisme volgens de Catechismus van de Katholieke Kerk:

“’Men spreekt van exorcisme, wanneer de Kerk in naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Satan en aan zijn macht onttrokken zal zijn. Het exorcisme gaat terug op Jezus zelf die het heeft toegepast. Ook de macht en de taak van de Kerk om het exorcisme toe te passen zijn gebaseerd op de woorden van Jezus zelf.” (nr. 1673)

 

Het exorcisme maakt geen deel uit van de zeven Sacramenten. Het behoort echter tot de sacramentalia, zegeningen die voorbereiden op het ontvangen van sacramenten of die heiliging brengen in de situatie waar een persoon zich in bevindt.

In de Katholieke Kerk bestaat het onderscheid tussen het doop exorcisme en het ‘groot exorcisme’. De doopkandidaten (catechumenen) zijn tot aan hun Doopsel nog niet van de Erfzonde verlost, en zijn ze dus bijzonder vatbaar voor de demonische machten. Tegenwoordig wordt voor de dopelingen gebeden om bescherming tegen het kwaad.

 

 

 

Het doop exorcisme

 

Bij de Kinderdoop wordt gebeden:

“Heer onze God:
Gij hebt uw Zoon naar de wereld gezonden
om de macht van de Boze te breken
en de kwade geest uit ons te drijven,
om de mens aan de duisternis te ontrekken
en over te brengen
naar het wonderlijke rijk van licht;
wij bidden U:
bevrijd deze kinderen
van de smet van de eerste zonde,
en maak hen tot woning van uw heerlijkheid,
tot tempel van de Heilige Geest.
Door Christus onze Heer.”

 

 

 

 

Het groot exorcisme

 

Het plechtige, zogenaamde groot exorcisme mag alleen door een priester en met toestemming van de bisschop worden uitgeoefend. De Kerk waakt erover om in deze materie de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen. Het exorcisme is immers bedoeld om in naam van Christus, duivels uit te drijven of om iemand te bevrijden van demonische overheersing.

De situatie ligt heel anders wanneer er sprake is van een psychische ziekte. De Kerk staat erop, om voordat men een exorcisme uitspreekt, na te gaan of het wel degelijk om een aanwezigheid van de duivel gaat en niet om een psychische ziekte, waarvan de behandeling onder de medische wetenschap valt.

De functie van exorcist ging in de Katholieke Kerk gepaard met de wijding tot exorcist, de laatste van de vier Lagere Inwijdingen.  Technisch gezien is exorcisme niet het verdrijven van de duivel of een demon, maar het plaatsen van de duivel of demon onder een eed. In sommige gevallen kan een persoon door meer dan één demon bezeten worden. “Exorcisme” is afgeleid van het Griekse voorzetsel ek (uit) met het werkwoord horkizo wat betekent “Ik laat iemand zweren” of ik bezweer”.

Bij het exorcisme werd gebruikgemaakt van formuleringen in het Latijn als de officiële kerktaal. Telkens opnieuw werden dezelfde latijnse teksten herhaald, zoals:

“Exercismo te, immunidisseme spiritus, omnis incursio adversarii, omne phantasma, omnis legio, in nomine Domini nostri Jesus Christi; eradicare et effugare ab hoc plasmate Dei”. Vertaald:

Ik drijf u uit, zeer onreine geest, elke aanval van de Tegenstander, elke spookverschijning, elk legioen, in de naam van onze heer Jezus Christus; gij wordt uitgerukt met wortel en al en verjaagd uit dit schepsel van God.

 

Of:

“Adjuro te, serpens antique, per Judicem vivorum et mortuorum, per factorem tuum, per factorem mundi, per eum qui habet potestatem mittendi te in gehennam, ut ab hoc famulo Dei, qui ad simun Ecclesiae recurrit, cum metu et exercitu furoris tui festinus discedas”. Vertaald:

Ik bezweer u, slang uit de begintijd, bij de Rechter van de levenden en doden, bij uw maker, bij de maker van de wereld, bij Hem die de macht heeft u in het Gehenna te storten, dat gij snel vertrekt uit deze dienaar van God met alle verschrikkingen en beproevingen van uw razernij, opdat hij zich terug kan spoeden in de boezem van de Kerk.

 

Overigens werden niet alleen mensen geëxorciseerd. Ook voorwerpen konden door de duivel in bezit zijn genomen. Zo werd in de middeleeuwen bij ketter- of heksenverbrandingen vaak ook het hout en zelfs het vuur geëxorciseerd. Dit omdat men dacht dat de duivel in het hout en het vuur ervoor kon zorgen dat de ketter of heks minder pijn zou lijden. Bekend is de formulering hiervan bij de verbranding van de priester Urbain Grandier:

“Ecce crucem Domini, fugite partes adversae, vicit Leo de tribu Juda, radix David. Exorciso te, creatura ligni, in nomine Dei patris omnipotentis, et in nomine Jesus Christi filii eius Domini nostri, et in virtute Spritus Sancti”. Vertaald:

Aanschouw het kruis van de Heer, en mogen zijn vijanden vluchten, de leeuw van de stam van Juda heeft overwonnen, de wortel van David. Ik exorciseer u, schepsel van hout, in de naam van God de almachtige vader, in de naam van Jezus Christus, zijn zoon en onze Heer, en in de macht van de Heilige Geest.

 

 

 

 

 

 

Namen van de duivel

 

 

Satan

De naam Satan betekent aanklager, tegenstander, tester. In het Bijbelboek Job is Satan aangesteld als tester in dienst van God. Hij krijgt toestemming van God om Job op de proef te stellen. Satan is in dit kader niet zozeer een eigennaam, maar meer de benaming van een ambt: aanklager.

 

Lucifer

Het woord Lucifer is Latijn voor ‘morgenster’. De naam Lucifer behoort oorspronkelijk toe aan de planeet Venus, vanwege diens helderheid. De Vulgaat (Bijbelvertaling in het Latijn, tot stand gekomen tussen 390 en 405 na Christus) gebruikt het woord voor het licht van de morgen (Job 11:17). Als metafoor wordt de benaming toegepast op de koning van Babylon (Jesaja 14:12), op de hogepriester Simeon (De wijsheid van Jezus Sirach 50:6), op de beloning die degene krijgt als hij Jezus navolgt en overwint, en tenslotte op Jezus Christus zelf, het ware licht van ons leven (2 Petrus 1:19, Openbaring 22:16).

 

 

 

 

 

Promovendus Ruben van Luijk over de duivel en het satanisme in de negentiende eeuw

 

 

Oorsprong van de duivel

 

In het Zoroastrianisme – gesticht door Zoroaster die omstreeks 1000-600 voor Christus geleefd zou hebben – is het voor het eerst in de geschiedenis dat we een figuur tegenkomen die het kwaad vertegenwoordigt. Het Zoroastrianisme, vernoemd naar de profeet Zoroaster, is een dualistische religie.

Goed en kwaad is compleet gescheiden en in gevecht met elkaar. De schepper Ahura Mazda is goed, Ahriman is duister en kwaad. Ahura Mazda beschermt en vernieuwt de schepping, het doel van Ahriman is juist om deze te vernietigen.

Maar pas aan de wieg van het christendom wordt de benaming ‘Satan’ voor het eerst gebruikt. Het is een Hebreeuws woord dat tegenstander of aanklager betekent. De naam komt een paar keer voor in het Oude Testament en wordt zowel voor mensen als andere wezens gebruikt.  Satan is de aartsengel en heer van het kwaad. In het Bijbelboek Job is Satan een tester, als zodanig aangesteld door God.

De heersende christelijke interpretatie is dat alle demonische figuren in de Bijbel voor of onderhorig zijn aan de duivel. Satan is binnen het christendom vrijwel synoniem aan al het kwaad geworden. Binnen dit kader ontstond de praktijk van het exorcisme, die door de alomtegenwoordigheid van de duivel noodzakelijkerwijs in het leven werd geroepen.

 

 

Zoroastrianisme

 

 

 

 

 

 

 

Satans imagoverandering

 

In de negentiende eeuw vond in bepaalde delen van de westerse samenleving een imagoverandering van Satan plaats. Van een negatief imago, kreeg de duivel een positieve uitstraling. Dit heeft te maken met de Franse Revolutie (1789). God werd gezien als een dictator, een autocratisch monarch. De revolutie, het in opstand komen tegen de gevestigde orde werd iets positiefs. De duivel werd een held voor de revolutionairen, een dappere voorvechter.

 

 

 

 

 

 

De kerk van Satan

 

Anton Szandor LaVey, eigenlijke naam Howard Stanton Levy (1930-1997), was de satanist die de Church of Satan oprichtte. Op 30 april 1966 (Walpurgisnacht) stichtte hij de Church of Satan, de eerste publieke satanische organisatie ter wereld. Deze gebeurtenis markeert het begin van het moderne satanisme.

Satanisten zien zichzelf als navolgers van Satan, de enige godheid die, naar hun zeggen, begrijpt wat mensen doormaken:

“Satan, by one name or another, haunted mankind, tempting him with sweet delights and enlightening him with blinding secrets intended only for gods. He was one who could be petitioned for powers of retribution and who gave deserved rewards. Instead of creating sins to insure guilty compliance, Satan encouraged indulgence. He was the single deity who could really understand us.”

 

Satanisten zijn voorstanders van de vooruitgang en het streven naar meer kennis, dat is de kern van het occultisme:

“We are explorers on the untrodden paths of science, human motivation and mystery – all that is most truly occult.”

 

Volgens hen wordt ontwikkeling tegengehouden door spirituele mensen en theïsten. Een satanist wil steeds meer op het grote voorbeeld, Satan, gaan lijken. De eigenschappen van Satan zijn deze:

“the imagination to confound and confuse, the wisdom to recognize the unseen in our society, the pragmatism of a skeptic, and the passions of a classical Romantic soul.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Jezus over de ziel en het lichaam.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

keuze tussen eeuwig leven of de eeuwige verdoemenis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Matteüs 10 : 26-42

 

“Wees dus niet bang voor hen. Want niets is verborgen dat niet onthuld zal worden en niets is geheim dat niet bekend zal worden. Wat ik jullie in het duister zeg, spreek dat uit in het volle licht, en wat jullie in het oor gefluisterd wordt, schreeuw dat van de daken.

 

Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.

 

Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen. Iedereen die mij zal erkennen bij de mensen, zal ook ik erkennen bij mijn Vader in de hemel. Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel.

 

Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

 

Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard.

Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden. Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.

Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden. En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De vroege christelijke vervolging

Standaard

categorie : religie

.

.

Christenvervolgingen in de arena

Christenvervolgingen in de arena

.

.

Het dramatisch bewijs voor de vroege kerk

.

De christelijke vervolging begon bij Jezus zelf. Hij werd tijdens zijn berechting ronduit gevraagd: “Bent u de messias, de Zoon van de Gezegende?” Jezus liet geen ruimte voor twijfel; Zijn eerste woorden waren: “Dat ben ik”. De godsdienstige elite in Jeruzalem wist wat Jezus hiermee zei. Het was voor hen glashelder dat Hij beweerde dat Hij God was. Daarom werd Jezus voor de misdaad van godslastering aan een Romeins kruis ter dood gebracht. Zo werd Hij de eerste martelaar voor wat later de christelijke Kerk zou worden.

.

.

Veel discipelen stierven voor hun geloof

.

De christelijke vervolging vormde een dramatisch onderdeel van de vroege kerkgeschiedenis. Ieder die vasthoudt aan het idee dat het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus een bedrog was dat door een groep discipelen in elkaar werd gestoken, zou eens een keer naar het erfgoed van het martelaarschap moeten kijken.

Elf van de twaalf apostelen, en een groot aantal van de andere vroege discipelen, stierven voor hun trouw aan dit verhaal. Dit is opvallend, omdat zij allemaal getuigen waren van de vermeende gebeurtenissen rondom Jezus en toch tot de dood hun geloof bleven verdedigen. Waarom is dit dan dramatisch, als je bedenkt dat veel andere mensen in de geschiedenis de martelaarsdood zijn gestorven voor een godsdienstig geloof? Omdat mensen niet voor een leugen sterven.

Kijk eens naar de menselijke aard door de geschiedenis heen. Geen samenzwering kan standhouden, wanneer het leven of de vrijheid van de samenzweerders op het spel staan. Sterven voor een geloof is één ding, maar wanneer talrijke ooggetuigen sterven voor een hun bekende leugen, dan is dat een heel ander verhaal.

.

.

Martelaar in de Romeinse tijd

Martelaar in de Romeinse tijd

.

.

Een lijst van martelaren die ooggetuigen

waren van het leven van Jezus

.

Hier volgt een verslag van de vroege christelijke vervolging, samengesteld uit talrijke bronnen buiten de Bijbel, waarvan de belangrijkste Foxes’ “Christian Martyrs of the World” (oftewel: Christelijke martelaren van de wereld) is:

Rond 34 na Christus, een jaar na de kruisiging van Jezus, werd Stefanus Jeruzalem uitgegooid en tot de dood gestenigd. Ongeveer 2000 christenen ondergingen het martelaarschap in Jeruzalem in deze tijd.

Ongeveer 10 jaar later werd Jakobus gedood, de zoon van Zebedeüs en de oudste broer van Johannes, toen Herodes Agrippa aankwam als gouverneur van Juda. Agrippa verafschuwde de christelijke sekte van de Joden en vele vroege discipelen stierven tijdens zijn heerschappij een martelaarsdood, waaronder Timon en Parmenas.

Rond 54 na Christus stierf Filippus, een discipel uit Betsaïda in Galilea, de martelaarsdood in Heliopolis, in Phrygia. Hij werd gefolterd, in de gevangenis gegooid, en daarna gekruisigd.

Ongeveer zes jaar later stierf Matteüs, de belastinginner uit Nazareth die één van de Evangelieboeken schreef, in Ethiopië de martelaarsdood door het zwaard toen hij daar aan het prediken was.

Jakobus, de broer van Jezus, was een leider van de vroege kerk in Jeruzalem en was de schrijver van het Bijbelboek met dezelfde naam. Op 94-jarige leeftijd werd hij geslagen en gestenigd, en uiteindelijk werden zijn hersenen met een knuppel tot moes geslagen.

Mattias was de apostel die de vrijgekomen post van Judas invulde. Hij werd in Jeruzalem gestenigd en vervolgens onthoofd.

Andreas was de broer van Petrus die door heel Azië heen preekte. Bij zijn aankomst in Edessa werd hij gearresteerd en aan een kruis gehangen, waarvan de twee uiteinden kruiselings in de grond werden gestoken (dit is waar de naam “Andreaskruis” vandaan komt).

Marcus werd door Petrus tot christen bekeerd en hij schreef Petrus’ verslag over Jezus in zijn Evangelie. Marcus werd door de bevolking van Alexandrië in stukken gescheurd voor Serapis, hun heidense afgod.

Het lijkt erop dat Petrus in Rome ter dood werd veroordeeld en gekruisigd. Hiëronymus stelt dat Petrus op eigen verzoek ondersteboven werd gekruisigd, omdat hij zichzelf onwaardig vond om dezelfde kruisdood als zijn Heer te sterven.

Paulus leed in de eerste vervolging onder Nero. Het geloof van Paulus was zo sterk, zelfs met het martelaarschap in het vooruitzicht, dat de autoriteiten hem naar een besloten plaats brachten om hem daar met het zwaard te executeren.

In ongeveer 72 na Christus werd Judas, de broer van Jakobus die gewoonlijk Taddeüs werd genoemd, in Edessa gekruisigd.

Bartolomeüs preekte in verschillende landen en vertaalde het Evangelie van Matteüs naar het Indisch. Hij werd barbaars afgeranseld en toen door de heidenen aldaar gekruisigd.

Tomas, ook wel Didymus genoemd, preekte in Parthia en India, waar hij door een groep heidense priesters met een speer werd doorboord.

Lucas was de auteur van het Evangelie met zijn naam. Hij reisde met Paulus door verscheidene landen. Er wordt algemeen aangenomen dat hij door heidense priesters in Griekenland aan een olijfboom werd opgehangen.

Barnabas, uit Cyprus, werd in 73 na Christus zonder veel bekende feiten vermoord. Simon, met de achternaam Zelotes, preekte in Mauretanië, Afrika en zelfs in Groot-Brittannië, waar hij in ongeveer 74 na Christus werd gekruisigd.

Johannes, de “geliefde discipel”, was de broer van Jakobus. Vanuit Efeze werd hij naar Rome gebracht, waar hij in een ketel met kokende olie werd gegooid. Op wonderbaarlijke wijze ontsnapte hij zonder enige verwondingen. Domitianus verbande hem daarna naar het eiland Patmos, waar Johannes het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, schreef. Hij was de enige apostel die aan een gewelddadige dood ontsnapte.

.

De kerk groeide razend snel, ondanks de

afgrijselijke dood van velen

.

Maar de vervolging van christenen vertraagde de groei van het christelijk geloof in de eerste eeuwen na Jezus niet. Zelfs nadat de vroege leiders een afschuwelijke dood waren gestorven, bloeide het christendom in het hele Romeinse Rijk op.

Hoe kunnen deze historische martelaren gezien worden als iets anders dan krachtig bewijs voor de waarheid van het christelijk geloof, een geloof dat gefundeerd is op historische feiten en ooggetuigenverslagen.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

Wat is Pinksteren?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Christus, de Zoon van God, die geleden heeft en aan het kruis is gestorven, is met Pasen  verrezen uit de doden. Daarna verschijnt Hij nog aan de leerlingen en met Hemelvaart vieren we dat Hij definitief terug gaat naar God de Vader in de hemel.

 

 

de ware- en de valse drievuldigheid

de ware- en de valse drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Voordat Jezus wegging heeft Hij beloofd de gelovigen niet alleen te laten. De Heilige Geest wordt ons gegeven om met God verbonden te blijven.  Maar ook om, geholpen door de ingevingen van die Heilige Geest, het Evangelie van Christus te kunnen verkondigen. Als mensen zijn we niet in staat op eigen kracht de volle leer van Jezus’ Blijde Boodschap (= Evangelie) te verkondigen. De Heilige Geest helpt ons daarbij.

We vieren de Eerste en Tweede Pinksterdag nadat we in de negen dagen daarvoor (vanaf Hemelvaartsdag) hebben gebeden voor de komst van de Heilige Geest (de Pinksternoveen) We bidden  dat er een goede voedingsbodem mag zijn, dat de mensen Hem accepteren, naar Hem luisteren en door Hem naar de Vader worden gebracht voor het eeuwige geluk. Ook de Apostelen met Maria, de Moeder van Jezus, wachtten zo op de komst van de Heilige Geest.

De Heilige Geest is de Derde Persoon van de Ene God, naast de Vader en de Zoon. Het is een mysterie maar toch een werkelijkheid wanneer je de Heilige Schrift leest. Bijvoorbeeld het moment waarop Jezus, de Zoon, gedoopt wordt met de Heilige Geest en waarbij de Vader de Zoon de zending geeft.

De Heilige Geest wordt vaak afgebeeld als Vurige tongen, omdat de leerlingen vol vuur waren van de Boodschap die ze gingen verkondigen en ze in alle talen de mensen konden toespreken.
Ook als duif wordt de Geest verzinnebeeld, omdat de duif voor reinheid, zachtmoedigheid, hemelse inspiratie, vrede en de ziel staat. De Heilige Geest is inderdaad de bezieling voor de Kerk om ook in onze tijden de boodschap van God onder de mensen te brengen.

 

Het is een moeilijk voor te stellen wat er die op die dag in Jeruzalem gebeurde. De apostelen zaten bij elkaar, in afwachting van de belofte van God. Waarop ze precies zaten te wachten, wisten ze niet. Ineens was er het geluid van de wind, was er het vuur en spraken de apostelen met andere tongen. Buitenstaanders kwamen toelopen op al die vreemde dingen en hoorden tot hun verwondering de apostelen spreken in hun eigen taal: de Geest van God had bezit genomen van de apostelen. In de tijd erna gebeurden dingen die niemand voor mogelijk hield. De apostelen genazen mensen, zoals voordien Jezus had gedaan. Zo werd vervuld wat Jezus had voorzegd:

 

‘wie in Mij gelooft, zal ook de werken doen die Ik doe’. 

 

Met het pinksterfeest is nóg een belofte uitgekomen, die van de aanwezigheid van de Geest van de Waarheid die tot in eeuwigheid bij de mens zal zijn. Dat betekent dat sinds het Pinksterfeest de wereld is veranderd. De mens is niet verweesd, maar de mens heeft inwoning gekregen van de Geest van God.

In het Johannes-evangelie is sprake van de ‘gewone’ wereld en van de geestelijke wereld. Het is maar een klein zinnetje, maar de betekenis is enorm: de wereld in haar gewone doen kan de Geest niet ontvangen, want die ziet de Geest niet en kent Hem niet, zegt Jezus. De gewone mens ziet de gewone dingen, maar ziet niet wat er achter of in de dingen aan waarheid wordt geopenbaard.

Om dat te zien, heb je de Geest nodig. Dat is geen aanvulling op het mens-zijn, maar het is inwoning van de Geest: de mens is een ander mens geworden. De mens-met-de-Geest ziet de dingen die van het Koninkrijk zijn en die doet de dingen van het Koninkrijk.

De tegenwoordige mens leeft diep in het materialisme. Niet alleen als consument van luxe, maar ook in het denken. Alleen wat zichtbaar is, of gemaakt kan worden, wat nuttig is voor de economie en meetbaar is als prestatie, geldt als waardevol. Het Pinksterfeest, en alles wat daarmee samenhangt, heeft daarom ook nauwelijks nog verbinding met de werkelijkheid van alledag.

Het zou wel eens de grootste opgave voor de gelovige mens kunnen zijn te leren de werkelijkheid te zien als materiële uitdrukking van een geestelijke wereld. Eeuwenlang hebben christenen zo gedacht en gevoeld. Het is de opgave om als mens die volop leeft in de eigen tijd te zoeken naar de werkelijkheid van God. De Geest, die op het Pinksterfeest de apostelen vervulde en sindsdien is uitgewaaierd over de aarde, is nog dezelfde.

De keuzes die de mens nu moet maken om de Geest wel of niet te kunnen zien, zijn ook dezelfde. Ook al zijn het bewustzijn en de belevingen anders dan toen, de Geest wil in ons wonen en ons tot mensen maken die anders denken en anders doen.

 

 

geloof

geloof

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Pinksteren

 

Met het Pinksterfeest vieren we de uitstorting van de Heilige Geest. We kennen de verhalen van de wind en het vuur. De vreemde talen en de mensen die tot geloof komen. Maar Wat is dat eigenlijk, de Heilige Geest, Wie is dat eigenlijk? Wat doet de Heilige Geest vandaag?

Christus Zelf geeft het antwoord in Johannes 16. Hij zegt dat de Heilige Geest komt. We kunnen de Heilige Geest vergelijken met een zaakwaarnemer. Iemand die erg druk en heel belangrijk is, neemt een zaakwaarnemer in dienst. De zaakwaarnemer neemt, zoals het woord al zegt, de zaken waar. Wat zo’n zaakwaarnemer doet is hetzelfde als wat een ambassadeur in een ver land doet. Een ambassadeur neemt ook de zaken waar namens het land van herkomst.

 

De Heilige Geest die komt, doet niets anders dan de zaak van Christus waarnemen. 

 

De Heilige Geest vertegenwoordigt Christus. Dat is een rijke belofte. De Heere Jezus gaat met Hemelvaartsdag wel naar de Vader, Hij verlaat deze wereld, maar dat is geen reden tot droefheid.
Nee, het is een grote blijdschap want de Heilige Geest is gekomen. De Heilige Geest komt in plaats van Jezus, Hij komt als de advocaat, de zaakwaarnemer. Hij behartigt de zaken van de Heere Jezus.

 

 

 

Hoe komt de Heilige Geest? 

 

Kunnen wij iets merken van de Heilige Geest? Ja, zegt Jezus, de Heilige Geest zal spreken. De Heilige Geest spreekt van Christus. De Heilige Geest doet niets liever dan Christus groot maken. Iemand heeft gezegd dat de woorden van Christus het leerboek vormen van de Heilige Geest waaruit Hij zijn leerwerkzaamheid beoefent. Nooit is het komen van de Geest los te maken van de Heere Jezus. Juist in het Woord en in de prediking verbindt deze Geest ons aan Christus.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Kun je weten of de Heilige Geest

 

in je leven aan het werk is? 

 

Het antwoord is ja. Daar komen we achter wanneer we voor onszelf weten wie Jezus is en wat Zijn werk voor ons betekent. Wanneer we in de zonde leven, in verkeerde denkbeelden blijven, dan is dat niet het werk van de Heilige Geest dan bedroeven we Hem. Maar wanneer we met al onze schuld en
zonde bij het kruis van Christus neerzinken, dan is het de Heilige Geest die ons op Christus doet zien.

 

 

 

Komt de Heilige Geest ook tot mij persoonlijk? 

 

Ja, daar begon de Heilige Geest al mee in de doopbediening. Gedoopt in de Naam van de Heilige Geest. Toen al beloofde de Geest u toe te eigenen wat we in Christus mogen ontvangen.

 

 

 

Waarom spreekt de Heilige Geest? 

 

De Heilige Geest spreekt opdat de Heere Jezus in het middelpunt van uw en jouw leven zal staan. Opdat Hij zal schitteren in ons leven. De Heilige Geest komt om ons aan Jezus te verbinden. Hij werkt in opdracht van Jezus om de kruisverdienste, de verzoening in ons te leggen. De Heilige Geest doet niets liever dan ons in geloof en bekering aan Christus te verbonden opdat we in Christus zijn. Dat is de heel intieme en persoonlijke eenheid met Christus Jezus.

De Heilige Geest komt om ons de waarheid te leren en te laten zien dat het hopeloos is buiten Christus. Maar ook dat er door het bloed van Christus redding en eeuwig behoud is.

De Geest komt niet om Zelf in het middelpunt te staan. De Heilige Geest heeft slechts één doel en dat is van Christus spreken. Hij, de gekruisigde Christus moet centraal staan. Dat betekent dat wij al helemaal niet centraal staan. Niet ons geloof, onze bevinding maar Zijn Naam en eer en daden.

Hoe wordt Christus verhoogd? Hij wordt verhoogd in onze schuldbelijdenis en het vluchten tot Hem, dat is door het geloof.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Kan een gelovige zondigen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

907pic

 

 

 

 

Is de gelovige in staat te zondigen?

 

Om Johannes te kunnen begrijpen, moeten we weten wat hij met zijn brief wil zeggen. Hij heeft het over een opvatting die uit de Griekse filosofie dreigt in te sluipen. Volgens die opvatting zijn lichaam en geest volledig gescheiden; alleen de geest heeft dan waarde, en alleen de dingen van de geest kunnen daarom goed of slecht zijn. Wat je met je lichaam doet, zou geen ‘zonde’ zijn, want het lichaam is, volgens die opvatting, voor onze goddelijke bestemming van geen enkel belang.

Zonde bestaat dan alleen maar in de geest, en met het lichaam zouden we kunnen doen wat we maar willen. Johannes verzet zich fel tegen deze onbijbelse opvatting. De moeilijkheid zit voor ons in het feit dat hij met zondigen twee verschillende dingen bedoelt.

Aan de ene kant de zonde die de ware volgeling van Christus probeert na te laten, maar waarin hij toch telkens weer vervalt, omdat hij nu eenmaal nog niet de volmaaktheid heeft bereikt. Geen enkele gelovige is volledig vrij van zulke zonde.

Aan de andere kant zijn er de daden van deze dwaalleraars, duidelijk in strijd met de leer van Christus, waarvan zij echter betogen dat je die zonder bezwaar kunt doen, omdat dat toch geen zonde is. De ware christen onthoudt zich volledig van zulke daden (zulke zonde). Wie bewust zulke zonde doet (ook al ziet hij die zelf niet als zonde), is geen volgeling van Christus.

 

 

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Over die eerste vorm van zonde, die uit zwakheid, zegt Paulus:

 

“Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.” (Romeinen 7:15-19)

Met zijn geest (verstand) weet hij wat hij als christen zou moeten doen, maar zijn natuurlijke neiging is anders, en dat brengt hem er toch telkens weer toe dingen te doen die verkeerd zijn. Weliswaar wil hij dat eigenlijk niet, maar – zoals Jezus zelf zei – ‘de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak’ (Matteüs 26:41).

Let op dat hij dat niet verontschuldigt, als iets dat alleen maar van het lichaam is en dat daarom dus geen zonde zou zijn. Integendeel, Paulus wijst dit volledig aan als zonde, en roept vol wanhoop uit:

Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?”

 

Maar in de volgende zin geeft hij zelf de oplossing:

“God zij gedankt: door Jezus Christus, onze Heer!” (vs 24-25).

 

Over deze zonde, begaan uit zwakheid, zegt ook Johannes:

“Als we zeggen dat we de zonde niet hebben, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. Belijden we zulke zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons die zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.” (1 Johannes 1:8-9)

 

 

 

Maar over die andere gedachte, dat wij geen zonde hebben, omdat wij met ons lichaam niet zouden kunnen zondigen, zegt hij:

 

“Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem [God] tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons.” (vs 10)

En hij gaat nog een stap verder. Wie dingen doet die God heeft verboden, en die de Schrift zonde noemt, is een goddeloze. Het begrip dat hij in feite gebruikt is wetteloos. Maar met wetteloos bedoelt de Schift alles wat tegen Gods Wet in gaat, en het woord is dus synoniem met goddeloos:

“Ieder die bewust zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden.” (1 Johannes 3:4)

 

Hij vat dat samen met:

“Ieder die in hem blijft, zondigt niet (= niet bewust)”, maar “ieder die (bewust) zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet.” (vs 6).

 

En vervolgens trekt hij dan de conclusie: Het kan niet zo zijn dat wie uit God is geboren, tegelijkertijd willens en wetens bezig is dingen te doen die God heeft verboden. Dat is logisch gesproken onmogelijk! Vrij vertaald schrijft hij:

“Wie werkelijk uit God is wedergeboren, doet niet willens en wetens dingen die de Schrift aanduidt als zonde; want hij heeft het zaad van het evangelie (dat in zijn hart is gezaaid) blijvend in zich en hij kan dus onmogelijk tegelijkertijd bezig zijn met zulke dingen, want hij is wedergeboren.” (vs 9)

 

Hij heeft het dus niet over een fysieke onmogelijkheid om zonde te doen, maar over de logische onmogelijkheid om willens en wetens dingen te doen waarvan hij kan weten dat ze zonde zijn. Wie dat toch doet is niet werkelijk wedergeboren.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

mijne kop a4

Gebed voor een mens op sterven.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Angst voor de dood

 

 

 

 De angst overwinnen

 

Ben jij bang om te bidden voor iemand die op sterven ligt? De dood is nabij en je bent er om te troosten. Maar ben je in staat om dit te doen? Weet je wel hoe je dit kunt doen? De angst die je hebt en het verdriet dat je voelt bevinden zich ook in het hart en het verstand van diegene die stervende is. Vecht er niet tegen, maar omarm dit gevoel en deel het met hem of haar.

Jezus zei in de Bergrede in Matteüs 5:4:

“Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden.”

Nu jij verdriet hebt, samen met iemand die stervende is of samen met iemand die een naaste heeft verloren, kun je hen troosten. Je bent gezegend, omdat je iemand anders kunt zegenen. Hierdoor zul je ook zelf troost vinden.

 

 

 

 Vastklampen aan het leven

 

Wanneer je gebeden voor stervende mensen aan de Heer aanbiedt, kun je in hun geest een strijd om te overleven ontwaren. De gezondheid van onze geest is verbonden aan de strijd om ons aan het leven vast te klampen. Zieke en zwakke mensen zullen toch proberen om hun leven te behouden als hun geest sterk is. Ze vechten een strijd die al verloren lijkt te zijn, een stervend mens zal elke mogelijke leefkwaliteit aanvaarden wanneer dit wordt aangeboden.

 

 

 

Waar klampen zij zich eigenlijk aan vast?

Waar vechten ze voor? Wat is het leven?

 

Jezus zei dat Hij het leven is (Johannes 14:6);

Hij geeft het leven in overvloed, in al zijn volheid (Johannes 10:10);

Hij zei dat Zijn woorden geest en leven zijn en dat het vlees (het lichaam) ons niet kan helpen (Johannes 6:63);

Hij belooft dat iedereen die in Hem gelooft eeuwig leven zal hebben (Johannes 6:47).

Het leven waaraan we ons vastklampen en waar we voor vechten kan nu meteen in Jezus gevonden worden en zal aan de andere kant van de gruwelen des doods worden verwezenlijkt.

De dood vindt plaats wanneer de strijd om het lichaam te behouden is verloren. De stervende zal de reis aanvaarden die de geest zal moeten maken. En Jezus kent die reis. Hij heeft die reis zelf gemaakt. Hij maakte deze voor jou en voor mij beschikbaar (Johannes 11:25). Alleen Jezus is de rechter over wie het eeuwige leven zal erven. Verlaat dit leven daarom in Zijn liefdevolle, rechtvaardige, genadige en waardige handen.

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

 

 Hoop bieden

 

Er is hoop en goed nieuws dat jij in je gebeden voor een stervend mens kan bieden. Het goede nieuws is dat de dood nu is verslonden in de overwinning (1 Korintiërs 15:54-57). Dankzij Jezus hebben we hoop! Onze hoop is de terugkeer van Jezus om Zijn mensen tot Zich te roepen en de belofte van het eeuwige leven.

De Bijbel herinnert ons er vaak aan dat we naar zijn terugkeer zouden moeten verlangen en ons aan Zijn belofte moeten vasthouden, zodat we toch verder kunnen gaan. Voor de gelovige is de dood de poort naar de belofte van het eeuwige leven: we zullen dan onze aardse lichamen van ons afwerpen en in de aanwezigheid van God binnentreden (1 Korintiërs 15:50-53).

 

 

 

1 petrus 1 : 3-9

 

“Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid herboren liet worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, tot een onvergankelijke, onbederfelijke en onaantastbare erfenis, die voor u is weggelegd in de hemel. In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht u op de redding die al gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden.

Daarom bent u vol vreugde, ook al hebt u nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen. Die dienen om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen, dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud, dat toch ook door het vuur gelouterd wordt. Dan zullen, wanneer Jezus Christus zich openbaart, lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn.

Hem hebt u lief zonder Hem ooit gezien te hebben. U gelooft in Hem, hoewel u Hem ook nu niet ziet, en u zult vervuld zijn van een onuitsprekelijke en hemelse vreugde, wanneer u het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt.”

 

Geef deze hoop aan de stervenden, zodat zij vrede kunnen vinden. Jezus zal hen op het moment van hun dood tegemoet treden, net zoals Hij dat voor de dief aan het kruis deed, in Lucas 23:39-43. Ons geloof maakt zich sterk tegen de angst voor de dood en brengt ons niet alleen troost, maar zelfs vreugde.

“Moge de God die onze hoop is, u vervullen met alle vreugde en vrede in het geloven, zodat u overvloeit van hoop, door de kracht van de heilige Geest.” (Romeinen 15:13)

 

 

 

 

 

Een gebed

 

Lieve Hemelse Vader, Met een verzwaard hart komen wij tot U. U bent de Almachtige Schepper God, heilig en vol genade en liefde. Onze harten zijn verzwaard omdat een leven ons zal verlaten. De dood overspoelt ons, Heer. De angst probeert ons te overweldigen.

Wij danken U Vader, omdat U dankzij Jezus onze pijn en ons verdriet op een heel persoonlijke manier kent. Ik dank U, omdat Jezus de weg weet door deze duistere schaduw. Neem de hand van onze dierbare broeder/zuster en toon Uzelf aan hem/haar. Bescherm onze harten en onze gedachten, bewaar deze in Jezus Christus. Neem wat van U is terug en breng het in de eeuwigheid om bij U te zijn.

In Jezus is de dood slechts een schaduw. Jezus heeft het verdriet en de pijn ervan verslonden. Dank U Jezus voor het kruis. Dank U Jezus voor de opstanding. Heer, wij staan nu voor U en wij erkennen dat U de Heer over alles bent, de poortwachter van het eeuwige leven. Uw genade en Uw liefde zijn bestendig, ook al lijken onze zonden alsmaar toe te nemen.

Neem onze handen, Heer, en leid ons hier doorheen. Wij leggen onze angsten aan Uw voeten. Uw belofte is dat U – en U alleen – zal komen om ons mee naar ons eeuwige thuis te nemen.

Psalm 23:4 : “Al moet ik door dalen van duisternis en dood, ik ben voor geen onheil bang, want U bent bij mij: uw knots en uw staf geven mij nieuwe moed.”

Dank U voor de troost die wij in Uw aanwezigheid vinden. Door de Heilige Geest weten we dat U bij ons bent. Zend ons Uw vrede, Heer; de vrede die alle begrip te boven gaat. Laat ons niet aarzelen en twijfelen. Geef ons een geloof dat altijddurend is. Wij laten onze levens los en leggen deze in Uw handen.

Heer, terwijl we wachten en vooruitkijken weten we dat niemand van ons aan deze reis door de dood zal ontsnappen. Leer ons hoe we deze reis in geloof kunnen omarmen. Geef ons de kracht om de mensen te bemoedigen, die dichter bij het moment komen waarop ze U zullen ontmoeten.

Neem de vrees uit het hart van onze naaste, die U spoedig zal zien. Laat hem/haar vrede vinden in Uw barmhartigheid, troost in Uw liefde en kracht in Uw macht over de dood. Troost ons alstublieft, nu ons verdriet ons lijkt te overspoelen.

U bent een goede, een rechtvaardige en een liefdevolle Vader. Laat ons in deze schaduw van de dood alstublieft niet bitter worden. Maar doorsteek onze harten met een vreugde die we niet kunnen peilen of begrijpen. Een vreugde die boven alle verdorven dingen hier op aarde uitsteekt. Jezus, U huilde vanwege de dood en wij doen dat ook.

Maar het is een verdriet en een rouw die de vreugde aan de andere kant herkent. U bent de overwinnaar over alle dingen en dus vertrouwen we op U. Wij vertrouwen erop dat U zult doen wat juist is, wat uit liefde wordt gedaan. Zowel in de dood als in onze levens wordt Uw wil volbracht. U bent oppermachtig. Mogen we Uw aanwezigheid kennen, Heer. Maak ons altijd bewust van Uw liefdevolle hand, die ons door alle omstandigheden heen leidt. In de naam van Jezus bidden wij dit. Amen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De duivel, de uit de hemel gevallen Morgenster

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de duivel in de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

De duivel

 

Als er één persoon uit de hele geschiedenis van het christendom is die tot de verbeelding spreekt, dan is het de duivel wel. Als hoogmoedige Morgenster uit de hemel gevallen, komt hij al millennia lang in opstand tegen de almachtige God. Satan is de intrigerende tegenstander, de fascinerende tester en aanklager van mensen.

 

 

De duivel in de Bijbel

 

De duivel wordt talloze malen genoemd door de Bijbel heen, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament. Er is echter niet op één plek een alomvattende definitie gegeven van de duivel. Wie dus een goed beeld wil krijgen van de duivel, zal verschillende Bijbelteksten van Genesis tot Openbaring met elkaar moeten combineren en deze plaatsen in het licht van de theologische traditie.

Het Vierde Lateraans Concilie (1215) stelde dat God in de beginne twee schepselen maakte, het spirituele en het lichamelijke, het engelachtige en het aardse, en tenslotte de mens, die tegelijkertijd geest en lichaam was. Het concilie vervolgt hierop:

“Diabolus enim et alii dæmones a Deo quidem naturâ creati sunt boni, sed ipsi per se facti sunt mali.” Vertaald:

 

“De duivel en de andere demonen zijn door God gemaakt, van nature goed, maar slecht door zichzelf.”

 

God maakte de duivel en de andere demonen als spirituele en engelachtige wezens. Hij maakte hen goed, maar door hun eigen daden werden ze slecht. Door hun val werden ze duivels van aard. Dit gebeurde vóór de zondeval van Adam en Eva, die immers veroorzaakt werd door de misleidende, sluwe slang in de hof van Eden (Genesis 3). Het is dan ook opmerkelijk dat het verhaal over de val van de engelen pas gevonden wordt in het laatste boek van de Bijbel. In Openbaring staat geschreven:

“Toen brak er een oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid.” (Openbaring 12:9)

In Job 4:18 is een korte referentie te vinden van de val: “(…) ook bij zijn engelen bespeurt hij [God] nog gebreken.”

 

Uitgebreider wordt over de val gesproken in twee klassieke teksten in de profeten: Jesaja 14: 12-15

 

“O morgenster, zoon van de dageraad,
hoe diep ben je uit de hemel gevallen.
Overwinnaar van alle volken,
hoe smadelijk lig je daar geveld.
Je zei bij jezelf: ik stijg op naar de hemel,
boven Gods sterren plaats ik mijn troon.
Ik zetel op de toppen van de Safon,
de berg waar de goden bijeenkomen.
Ik stijg op tot boven de wolken,
ik evenaar de Allerhoogste.
Nee! Je daalt af in het dodenrijk,
in de allerdiepste put.”

 

 

de duivel in de sport

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De profeet Jesaja spreekt deze woorden tegen de koning van Babylon, maar erin verborgen ligt een diepere laag die refereert aan de val van Satan, de rebellerende aartsengel. De tekst hieraan parallel is Ezechiëls klaagzang over de Koning van Tyrus:

  • “Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen.
  • Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar. Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen. Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg.
  • Door al het handeldrijven raakte je verstrikt in onrecht en geweld, en je zondigde; daarom, beschermende cherub, verbande ik je van de berg van God en verdreef ik je van je plaats tussen de vurige stenen. Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt, je had je wijsheid en luister verkwanseld. Daarom heb ik je op de aarde neergeworpen.” (Ezechiël 28: 12-17)

 

 

Waaraan hebben de gevallen engelen zich bezondigd, dat ze uit de hemel werden verbannen? Engelen zijn niet gevoelig voor lichamelijke verlokkingen en gaan niet ten onder aan de zwakheid van het vlees. De zonde die Lucifer en zijn volgelingen begingen tegen God, was hoogmoed. Het verlangen om onafhankelijk te zijn van God en gelijk te zijn aan hem. Vóór zijn val zou Lucifer een hoge positie in de hiërarchie van de hemel hebben bekleed.

Hij stond dichtbij God. Uit de geschiedenis blijkt dat degene die het dichtst bij de troon staat, het meest vatbaar is voor gevoelens van ambitie. Lucifer, de morgenster en zoon van de dageraad, wilde hoger stijgen dan God en viel in de allerdiepste put.

In zijn val nam hij de engelen mee die hem hadden gevolgd in zijn opstand tegen God. De duivel heeft blijvende macht over deze engelen. Dat blijkt uit deze Bijbelteksten:

“de duivel en zijn engelen” (Matteüs 25:41)

“heerser over de machten in de lucht” (Efeze 2:2)

“de draak en zijn engelen” (Openbaring 12:7).

 

Niet alleen zijn engelen, maar ook de wereld valt binnen de invloedssfeer van de duivel. Jezus typeert de duivel als “de heerser van deze wereld” (Johannes 14:30). En Paulus spreekt hierover in de brief aan de gemeente in Efeze:

“de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn” (Efeze 2:2).

 

In het eerdergenoemde gedeelte van Openbaring staat dit bevestigd: “Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt.” Na zijn val trok hij Adam en Eva met zich mee, en sindsdien is hij niet gestopt met het verleiden en misleiden van hun kinderen.

 

 

de duivel in de politiek

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget