Tagarchief: bijbel

De boekdrukkunst voor de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

.

De komst van de boekdrukkunst

 

De uitvinding van de boekdrukkunst, halfweg de 15e eeuw, betekent een omwenteling in de kennisoverdracht. Die omwenteling raakt ook de verspreiding van de Bijbel. Toch lijkt er aanvankelijk weinig te gebeuren. Het nieu-we proces heeft als het ware een incubatietijd tot de gevolgen in de 16e eeuw in volle omvang losbarsten. De boekdrukkunst maakt een eind aan duizend jaar scheiding tussen volk en Bijbel.

.

.

 

drukpers 15 e eeuw

 

 

.

De boekdrukkunst

 

Halfweg de 15e eeuw werd een uitvinding gedaan die de wereld zou veranderen: de uitvinding van de boek-drukkunst. Op zich was het drukken al niet onbekend meer. Prenten werden in hout uitgesneden en gedrukt. Ook tekst werd wel op deze wijze vermenigvuldigd; men spreekt dan van blokdruk. Het bezwaar van blokdruk was dat de houten “moeder” snel sleet en het gedrukte beeld na een eerste serie vervaagde.

Voor prenten was dit niet zo’n bezwaar, maar tekst werd snel onleesbaar. De uitvinding hield in feite in het “zet-ten” van een tekst uit losse letters. Deze letters werden gegoten uit een metaallegering van lood en tin in daar-voor gemaakte gietmallen. Ze konden bij slijtage gemakkelijk omgesmolten worden en opnieuw gegoten. Zo ont-stond een gedrukte tekst die zich kon meten met de beste handschriften.

.

 

boekdrukkunst 15 e eeuw

 

 

 

boekdrukkunst 16 e eeuw

.

.

.

Gutenberg

 

De eerste van wie wij weten dat hij zo gewerkt heeft is de Duitser Johannes Gutenberg uit Mainz. In de vroege ja-ren vijftig van de 15e eeuw werkte hij aan de uitgave van een Bijbel. Deze Bijbel moest de fraaiste uitgave worden die er ooit was geweest. Maar omdat hij met zijn nieuwe procédé veel sneller kon werken dan de monniken in de kloosters, die de Schrift geheel met de hand moesten schrijven, kon hij toch relatief goedkoop leveren. Vijftig gul-den (ongeveer twintig euro) vroeg hij voor een editie op perkament. Dat was tweemaal het jaarloon van een ge-schoold ambachtsman, maar veel goedkoper dan een handschrift dat, afhankelijk van de uitvoering, des-tijds rond de 100 euro moest kosten. Drie jaar was Gutenberg bezig, van 1450 tot 1453. Om het werk gaande te hou-den moest hij telkens geld lenen.

Daar zijn later processen over gevoerd want toen de geldschieters doorkregen waar Gutenberg mee bezig was claimden zij de eigendomsrechten op de nieuwe vinding. Het is door deze processen en uit de processtukken dat wij nu zo precies weten wat Gutenberg deed. Om intussen brood op de plank te krijgen drukte Gutenberg ook een editie op papier. Die kostte destijds slechts 35 gulden. De oplage bedroeg enige tientallen exemplaren, zowel van de perkamentuitgave als van de papieruitgave. Deze zogenaamde 42-regelige Gutenbergbijbel is het oudste gedrukte boek dat wij kennen. En hoe zit dat dan met Laurens Jansz. Koster? Het is jammer, maar van hem bezit-ten wij geen enkel gedrukt boek. Volgens deskundigen is het zelfs niet zeker of hij heeft bestaan. Het oudste vol-gens de nieuwe techniek gedrukte boek dat wij in ons land kennen, is de Delftse Bijbel van 1477 (dat is 25 jaar na de Gutenbergbijbel) en die is niet van Koster.

De 42-regelige Gutenbergbijbel wordt beschouwd als een hoogtepunt van de boekproductie. Hoewel de tekst zelf is gedrukt, is er nog erg veel handwerk aan verricht. Hoofdstuktitels, ondergeschikte hoofdletters en paginakoppen zijn met de hand in rode inkt toegevoegd. Beginhoofdletters zijn uitgevoerd in de fraaiste miniatuurtechnieken en vele bladzijden zijn voorzien van kostbare randversieringen. Gutenberg mikte op de rijke burgerij, de welgestelde kooplui, die zijn boek konden betalen. Massaproductie was niet zijn doel. En het besef dat je met de nieuwe techniek een eigen weg kunt gaan, moest nog doorbreken. Zijn Bijbel was ook een Bijbel in het Latijn. Dat was immers de officiële versie en zijn clientèle kende best Latijn.

Het werd al even aangeduid: Gutenberg drukte niet alleen op perkament, maar ook op papier. Papier was een be-trekkelijk nieuwe uitvinding, van Arabische oorsprong. Juist rond deze tijd begonnen hier en daar in Europa aar-zelend de eerste papiermolens te verschijnen. Een schijnbaar ondergeschikte ontwikkeling, maar wel een die be-palend was voor de ontwikkeling van de boekdrukkunst. Gutenberg had voor het drukken van één perkament-Bijbel 340 vellen perkament nodig. Eén kalfshuid leverde twee vellen; dat was dus 170 kalfshuiden per Bijbel. Voor zijn oplage van slechts 50 exemplaren waren duizenden kalfshuiden nodig. Het vraagt weinig fantasie om te zien dat het met die hele boekdrukkunst nooit iets was geworden als de nieuwe papiermolens niet in het benodigde papier hadden kunnen voorzien.

 

 

Gutenberg

 

 

 

Gutenbergbijbel

 

 

.

De Delftse Bijbel

 

In 1477 verschijnt in ons land het eerste boek (voor zover wij weten) dat volgens het nieuwe procédé is gedrukt. Ook dit is een Bijbel; maar anders dan de Bijbel van Gutenberg is dit er één in de landstaal. Naar de plaats van drukken staat hij bekend als de “Delftse Bijbel”. In 1977 is er in Delft een grote tentoonstelling aan gewijd ge-weest: 500 jaar Delftse Bijbel (en dus waarschijnlijk ook: 500 jaar boekdrukkunst in Nederland). De verschillen met de Bijbel van Gutenberg zijn opvallend. En dat geldt niet alleen voor de taal. De uitvoering is sterk vereenvoudigd: geen illustraties, geen rijk versierde hoofdletters. Het handwerk is sterk teruggebracht. De beide drukker /uitge-vers mikken kennelijk op een veel groter publiek. Om de kosten nog verder te drukken geven zij niet eens een complete Bijbel uit. Ze beperken zich tot het Oude Testament, en dan nog zonder de psalmen.

Dit weerspiegelt nog de middeleeuwse houding: een stukje Bijbel is al heel wat, want wie kan zich een complete Bijbel veroorloven. Bovendien bestonden de evangeliën al in enige omvang in handschrift en ook losse psalteria waren bekend. De beide Delftenaren dachten kennelijk dat er wel markt zou zijn voor de rest. Door dit alles kwam de prijs omlaag tot circa 12½ gulden (ongeveer 5 euro), destijds een half jaarsalaris. Toch is de uitgave kennelijk geen groot commercieel succes geweest, want hij is niet herhaald. De vertaling van de Delftse Bijbel was overi-gens een oude bekende. Het was die van de Vlaamse Historiebijbel van 1360; een vertaling die redelijk populair was in de Nederlanden.

 

.

Delftse Bijbel

 

 

 

Vlaamse Historiebijbel

 

 

 

De Keulse Bijbel

 

Korte tijd na de Delftse Bijbel is in het oosten van ons land de zogenaamde Keulse Bijbel verschenen. Anders dan de Delftse Bijbel was dit een complete Bijbel. Hij werd gedrukt in Keulen in twee versies: een Hoogduitse en een West-Nederduitse. Die laatste taal werd in het oosten van ons land gesproken, maar sprak de burger elders in de Nederlanden minder aan, wat een grote verspreiding in de weg heeft gestaan. Ook nu nog merken wij dat de Delftse Bijbel gemakkelijker te lezen is dan de Keulse Bijbel. De vertaling voor de Keulse Bijbel werd speciaal voor dat doel gemaakt. Maar het boek Hooglied werd onvertaald gelaten en bleef in het Latijn afgedrukt. Een inleiding vertelt ons dat de inhoud van Hooglied minder geschikt werd geacht voor al te jeugdige personen. De veronder-stelling was kennelijk dat wie Latijn heeft geleerd intussen de jaren des onderscheids heeft bereikt.

De Keulse Bijbel oogt aantrekkelijker dan de Delftse Bijbel omdat hij op diverse plaatsen geïllustreerd is. Wie hem doorbladert, merkt ook op dat de uitgever er bij de toenmalige oplagen niet tegenop zag zetfouten in de hele op-lage met de hand in rode inkt te laten verbeteren. Al deze Bijbels waren vertalingen van de Vulgaat, de offi-ciële Latijnse kerkbijbel. Aan de eventuele juistheid van de Vulgaat werd toen nog door niemand getwijfeld. Dat kwam pas later, in de 16e eeuw, ten tijde van de reformatie. Ook ontbrak in deze Bijbels nog de indeling van de hoofdstukken in verzen wat pas ontstond rond 1560. Wel waren de hoofdstukken in grotere delen ingedeeld die werden aangegeven met hoofdletters in de kantlijn: A, B, C enz.

 

 

Keulse Bijbel

 

 

.

De betekenis van de boekdrukkunst

 

De invloed van de uitvinding van de boekdrukkunst lijkt aanvankelijk niet zeer groot te zijn. Gedurende de tweede helft van de 15e eeuw is er nog geen sprake van een massale verspreiding van Bijbels. Er waren slechts enkele uit-gaven en de oplagen waren klein. Toch is de uitvinding van immense betekenis geweest, al zou deze zich pas in de volgende eeuw openbaren. Als in de 16e eeuw het volk in opstand komt tegen de gevestigde orde, is het de drukpers die het proces ondersteunt. Ideeën hoeven niet langer van mond tot mond te worden doorgegeven. Hun verspreiding is niet langer uitsluitend afhankelijk van de reissnelheid van hun predikers, die de boodschap persoonlijk moeten komen verkondigen.

Ook wordt het volk onafhankelijk van de kerkelijke en wereldse overheid. Het kan nu langs andere wegen kennis nemen van ideeën. In de vroege 16e eeuw zal dit leiden tot de reformatie, en tot tal van andere omwentelingen. Sommige overheden zagen dit reeds vroeg en trachtten het drukkersambt te binden aan een vergunningsysteem. Maar dat is nooit gelukt. En tot in onze dagen begint elke revolutionaire beweging zijn activiteiten met de verwer-ving van een kopieermachine of een drukpers. Het is door de drukpers dat in de 16e eeuw het contact tussen volk en Bijbel na duizend jaar weer hersteld wordt.

 

 

 

drukpers 16e eeuw

 

 

 

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Jezus Christus : een geschapen wezen of is Hij eeuwig?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

Het denkbeeld, dat Jezus door God de Vader werd geschapen wordt vaak ontleend aan de zeer beperkte uitleg van Kolossenzen 1: 15 – 17 en Openbaring 3: 14 en door het gemis van het begrip van Gods Plan, zoals het op de mensheid van toepassing is.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 17

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde gemaakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem.

 

 

Openbaring 3:14

 

14 De Heer zei tegen Johannes: “Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen (=’ja, zo is het’), de Getuige die de waarheid spreekt en die te vertrouwen is. Dit zegt Hij die het Begin is van alles wat God heeft gemaakt.

 

 

De Bijbel laat echter zien dat zowel de Vader en de Zoon eeuwig op zichzelf bestaand zijn. Ofschoon “er maar één God is” (1 Korintiërs 8: 4; Deuteronomium 6: 4), laat de Bijbel zien, dat God een goddelijk Gezin is, bestaande uit meer dan één Wezen. (Genesis 1: 26; Efeze 2: 19)

 

 

1 Korintiërs 8: 4

 

4 Ik wil jullie het volgende zeggen over het eten van vlees dat aan de afgoden is geofferd. We weten dat er eigenlijk geen andere goden bestaan. Want er is maar één God.

 

 

Deuteronomium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén.

 

 

Genesis 1: 26

 

26 En God zei: “Laten We mensen maken, mensen die op Ons lijken. Ze zullen heel erg op Ons lijken. Ze moeten zorgen voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht, het vee, de kruipende dieren en voor de hele aarde.”

 

 

Efeze 2: 19

 

19 Zo zijn jullie nu dus niet langer vreemdelingen en buitenstaanders. Jullie horen nu bij het volk van God en bij het gezin van God.

 

 

Volgens de Bijbel was Jezus Christus de God van het Oude Testament, het “Woord” (Logos), door wie de Vader alle dingen schiep. (Johannes 1: 1-3; Efeze 3: 9; Hebreeën 1: 1 – 3)

 

 

Johannes 1: 1-3

 

1 We willen jullie vertellen over het Levende Woord. Het Levende Woord was er al vanaf het begin. We hebben Hem gehoord, met onze eigen ogen gezien en met onze eigen handen gevoeld. 2 In Hem is het Leven Zelf zichtbaar geworden. Dat eeuwige Leven was bij de Vader, en de Vader heeft het zichtbaar gemaakt zodat wij het konden zien. 3 We willen jullie vertellen wat we hebben gezien en gehoord, zodat we één met elkaar zullen zijn. En wíj zijn één met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.

 

 

Efeze 3: 9

 

9 God, die alle dingen door Jezus Christus heeft gemaakt, heeft eeuwenlang zijn plannen verborgen gehouden. En nu mag ík aan de mensen zijn plan bekend maken!

 

 

Hebreeën 1: 1 – 3

 

1 God heeft vroeger vaak en op veel verschillende manieren tegen onze voorouders gesproken. Dat deed Hij door de profeten. Maar nu, aan het eind van de tijd, heeft Hij tegen óns gesproken door zijn Zoon. 2 Door zijn Zoon heeft Hij de wereld gemaakt. En Hij heeft Hem ook alles gegeven wat bestaat. 3 De Zoon is de ‘afbeelding’ van God Zelf. In Hem zien we wie God is. In Hem zien we de macht en majesteit van God en het karakter van God. De Zoon zorgt ervoor dat alle dingen bestaan. Want alle dingen bestaan door zijn woord dat één en al kracht is.

 

 

Nadat Hij “Zichzelf ledigde” van Zijn goddelijke macht (Filippenzen 2: 5 – 8) om te sterven en de straf voor onze zonden te betalen (Romeinen 6: 23) werd Jezus de “eniggeborene des Vaders”, (Johannes 1: 14 – 18; 3: 16 – 18), de Verlosser van de mensheid (1 Johannes 4: 14 – 16) en Degene, die voor onze zonden stierf en uit de doden is opgestaan, zodat wij verlost zouden worden van de eeuwige dood. (Handelingen 4: 10-12)

 

 

Filippenzen 2: 5 – 8

 

5 Wees net zo bescheiden als Jezus Christus was. 6 Hij was God. Maar Hij vond dat niet zó belangrijk, dat Hij het niet los kon laten. 7 Nee, Hij heeft zelfs al zijn goddelijkheid opgegeven. Hij kwam naar de aarde om een dienaar te worden. Hij werd helemaal mens. 8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis.

 

 

Romeinen 6: 23

 

23 Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.

 

 

Johannes 1: 14 –  18 

 

14 Het Woord werd een mens en Hij heeft bij ons gewoond. We hebben gezien hoe geweldig en machtig Hij is: Hij, Gods enige Zoon, met dezelfde macht als de Vader, liefdevol, vriendelijk, en vol van waarheid. 15 Johannes de Doper zei van Hem: “Dit is de man over wie ik het had. Hém bedoelde ik toen ik zei: ‘De man die na mij komt, is belangrijker dan ik,’ want Hij was er al voordat ik werd geboren.” 16 Hij is één en al liefde, vriendelijkheid en goedheid. Daarom is Hij ook eindeloos liefdevol, vriendelijk en goed voor ons allemaal. 17 Door Mozes hebben we de wet gekregen, die ons leert wat God van ons vraagt. Door Jezus Christus zijn Gods liefde, vriendelijkheid, goedheid en waarheid naar ons toe gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien. Maar zijn Enige Zoon, die helemaal één met Hem is, heeft ons laten zien wie God is.

.

 

Johannes 3: 16 – 18

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.

 

.

1 Johannes 4: 14 – 16

 

14 Wij hebben met eigen ogen gezien dat de Vader de Zoon heeft gestuurd als Redder van de mensen. En dat is wat wij aan de mensen vertellen. 15 Als iemand hardop erkent dat Jezus de Zoon van God is, mag hij er zeker van zijn dat God in hem woont en dat hij in God is. 16 We hebben gezien en geloofd dat God heel veel van ons houdt. God is liefde. En als jullie net als God van elkaar houden, blijven jullie in God en blijft God in jullie.

.

 

Handelingen 4: 10-12

 

10 Ik wil dat u en het hele volk van Israël weten dat wij dat hebben gedaan namens Jezus Christus uit Nazaret. U heeft Hem gekruisigd, maar God heeft Hem teruggeroepen uit de dood en weer levend gemaakt. Door deze Jezus staat deze man nu gezond vóór u. 11 Jezus is de steen die u, de bouwers, niet goed genoeg vond. Toch is hij de belangrijkste bouwsteen van het gebouw geworden. 12 Niemand anders dan Hij kan de mensen redden. Er is op aarde niemand anders door wie de mensen gered kunnen worden.”

 

Sommigen verwijzen naar de Statenvertaling van Openbaring 3: 14 als bewijs, dat Jezus Christus een geschapen wezen is, omdat het Hem beschrijft als “het begin der schepping Gods”. Het probleem ligt in de vertaling van het woord “het begin”. (In het Grieks, arche)

 

 

Openbaring 3: 14 > zie boven

.

 

De Drievuldigheid en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe vertalen andere vertalingen deze zin?

 

Christus is “de oorsprong van de schepping Gods”. (Prof. Brouwer, zie ook de Moffatt of NIV vertaling) “Het Begin” zou beter vertaald zijn met “de Beginner” of de “Bewerker”, of de “Schepper” van de schepping. Zoals deze vertalingen duidelijk maken betekent Openbaring 3: 14 niet, dat Jezus het eerste geschapen wezen was; integendeel, Hij is Degene, die schiep en geldt als de oorzaak van die schepping.

Sommigen halen ten onrechte Kolossenzen 1: 15 aan en zeggen dat dit vers betekent, dat Christus als “de eerstgeborene der ganse schepping”, Zelf een deel van die schepping was. Het Griekse woord dat hier vertaald wordt met “eerstgeborene” -prototokos (van proto, “eerste” en tikto, “verwekken”) – geeft niet aan, dat Jezus geschapen was.

Integendeel, het herinnert ons er aan dat door Zijn opstanding Hij de “superioriteit” als “de eerstgeborene uit de doden” had. (Kolossenzen 1: 18; Openbaring 1: 4 – 6) Bovendien –  zoals juist opgemerkt in Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words – is Kolossenzen 1: 15 een vers “waar Christus’ relatie met de Vader zichtbaar is en deze zin betekent zowel dat Hij de Eerstgeborene was voor de hele schepping en dat Hij Zelf de schepping produceerde. Het is de tweede voorwerpsnaamval, zoals vers 16 duidelijk maakt. Hij schiep Zichzelf niet.

 

 

Kolossenzen 1: 18

 

18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opgestaan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen. 20 Door Jezus’ dood aan het kruis heeft God vrede met ons gesloten. Door Jezus heeft Hij de vriendschap hersteld tussen Hemzelf en alles wat leeft op de aarde en in de hemel.

 

 

Openbaring 1: 4 – 6

 

4 Johannes schrijft dit aan de zeven gemeenten in Asia (= Turkije): Ik bid dat God in alles goed voor jullie zal zijn. En dat jullie vol zullen zijn van de vrede van Hem die is en die was en die komt, de vrede van de zeven Geesten die voor zijn troon staan, 5 en de vrede van Jezus Christus. Hij heeft ons de hele waarheid bekend gemaakt en Hij is te vertrouwen. Hij is de eerste die uit de dood opstond. Hij is de hoogste Koning op aarde. Hij houdt zoveel van ons, dat Hij ons door zijn bloed heeft schoongewassen van onze ongehoorzaamheid aan God. 6 Daarom moeten we Hem alle eer geven! Hij heeft koningen van ons gemaakt en priesters voor zijn God en Vader. Hij regeert voor altijd en eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

Een andere belangrijke sleutel om de leerstelling van Paulus te begrijpen vindt U in Hebreeën 7. In de dagen van Abraham was Melchisedek de koning van Jeruzalem en “een priester van God, de Allerhoogste” (Genesis 14: 18 – 20).

 

Genesis 14: 18 – 20

 

18 Ook Melchizédek, de koning van Salem, kwam Abram tegemoet. Hij gaf hem en zijn mannen brood en wijn. Melchizédek was een priester van de Allerhoogste God. 19 Hij zegende Abram en zei: “Ik zegen je met de zegen van de Allerhoogste God, de Eigenaar van de hemel en de aarde. 20 En ik dank de Allerhoogste God, die ervoor zorgde dat je al je vijanden hebt overwonnen.” Toen gaf Abram aan Melchizédek een tiende deel van de hele buit.

 

 

Paulus schrijft dat Melchisedek bestond van eeuwigheid “zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos”. (Hebreeën 7: 3)

 

 

Hebreeën 7: 3

 

3 Verder wordt er niets over hem gezegd. Zo is hij zonder vader, zonder moeder, zonder voorouders of kinderen, zonder begin van zijn leven en zonder eind van zijn leven. Hij is daarmee gelijk aan de Zoon van God en blijft voor altijd priester.

 

Melchisedek was “als de Zoon van God en bleef altijd een Hoge Priester. Als Jezus Christus nu onze Hoge Priester is (Hebreeën 5: 10), dan zijn Melchisedek en Jezus Christus één en hetzelfde eeuwige Wezen

 

 

Hebreeën 5: 10

 

10 Zo maakte God Jezus tot net zo’n Hogepriester als Melchizédek.

 

 

Religies, die Jezus Christus als een geschapen wezen beschouwen begrijpen Gods plan van behoud niet.

Jezus Christus is het “Woord”, die “God was” en “met God” was, eeuwig vanaf het begin (Johannes 1: 1-4), vòòr de schepping, die zal terugkomen als “Koning der koningen en Here der heren” (Openbaring 19: 13-16) om duurzame vrede te vestigen op de aarde. (Jesaja 2: 2-4).

 

 

Johannes 1: 1-4

 

1 In het begin was het Woord er. Het Woord was bij God, en het Woord was God Zelf. 2 In het begin was het Woord bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt. Werkelijk alles wat er is, bestaat doordat het Woord het heeft gemaakt. 4 In het Woord was het leven, en het leven was het licht voor de mensen.

 

 

Openbaring 19: 13-16

 

3 Zijn kleren waren in bloed geverfd. Zijn naam is: ‘Het Woord van God’. 14 En de hemelse legers, gekleed in schone, witte, linnen kleren, volgden Hem op witte paarden. 15 Uit zijn mond kwam een scherp zwaard, waarmee Hij de ongelovigen verslaat. Hij zal streng over de volken heersen, als met een ijzeren staf. Hij zal Zelf de druiven uitpersen in de druivenpers van de straf van de Almachtige God. 16 Op zijn kleding staat bij zijn bovenbeen zijn naam geschreven: ‘Hoogste Koning en machtigste Heer.’

 

 

Jesaja 2: 2-4

 

2 Als het eind van de tijd is gekomen, zal de berg waarop de tempel van de Heer staat de hoogste berg zijn. Hij zal hoger zijn dan de hoogste bergen, indrukwekkender dan de hoogste heuvels. Alle volken zullen daarheen gaan. 3 Ze zullen zeggen: ‘Kom, laten we naar de berg van de Heer gaan, naar de tempel van de God van Jakob. Want we willen van Hem leren hoe we moeten leven. We willen leven zoals Hij het wil. Want vanuit Jeruzalem zal de Heer zijn wil bekend maken.’ 4 Hij zal rechtspreken over de landen en volken. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegen. En hun speren zullen ze omsmeden tot snoeischaren. De volken zullen niet meer tegen elkaar strijden. Ze zullen hun bewoners niet meer leren oorlogvoeren.

.

 

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

De gebedstijden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het Getijdenboek

Het Getijdenboek

 

  • Het getijdengebed stamt uit de tempel- en synagoge-dienst en was ook een praktijk die men thuis onderhield.
  • In het Oude Testament vindt men allerlei voorbeelden van het avond en morgengebed (Numeri 28, Psalm 55: 18).
  • .

Psalm 55: 18 >’s Avonds en ’s morgens en ’s middags kan ik niet anders dan van bezorgdheid blijk geven en ik kreun, En hij hoort mijn stem.

Numeri 28:1-2> verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende: Gebied den kinderen Israëls, en zeg tot hen: Mijn offerande, Mijn spijze voor Mijn vuurofferen, Mijn liefelijken reuk, zult gij waarnemen, om Mij te offeren op zijn gezetten tijd.

 

.

  • De eerste christenen nemen dit gebruik over en komen in de tempel bijeen op geregelde gebedstijden. Volgens geschriften uit de eerste eeuwen werd er in groepen drie keer per dag gebeden in het huis van de gemeente. Wat gebeden werd is minder duidelijk, het Onze Vader wordt genoemd, maar gebeden uit de Joodse gebedstraditie zullen daar ook een plaats hebben gehad.
  • De drie dagelijkse momenten van gebed werden uitgebreid tot zeven of acht (1 Tessalonicenzen 5:17 bid onophoudelijk). Het is vooral Benedictus van Nursia die dit gebed een vaste vorm geeft in het klooster. In veel kloosters is tegenwoordig het aantal getijden beperkt tot vijf of  minder.

 

.

1 Tessalonicenzen 5:17-20 Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u. Blust den Geest niet uit. Veracht de profetieën niet.
.
.
.
De mens in geloof

De mens in geloof

pasteltekening van John Astria

.

.

.

De acht getijden ( ook wel officie genoemd) zijn:

 

.

De Metten (ook wel Vigilie genoemd) rond 5 uur

 

De metten (matutinae) maken deel uit van het getijdengebed in de Rooms-Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk. Het woord ‘metten’ komt van het Latijnse  woord ‘matutinum’, dat ‘ochtend’ betekent, maar de metten worden meestal ’s nachts of in de zeer vroege ochtend gebeden. Het aanvangstijdstip varieert van ongeveer 3.45 uur tot 6.15 uur. Omdat ze vaak ’s nachts gebeden worden, gebruikt men  tegenwoordig de term vigilie (“wake”).

 

 

De Lauden rond 6 uur

 

De lauden (laudes) vormen het ochtendgebed van het Heilig Officie  of getijdengebed. Het woord lauden is een vernederlandsing van het Latijnse  laudes, het meervoud van laus wat lof of lofprijzing betekent.

 

 

 

De Priem rond 7 uur (tegenwoordig voor de priesters en ook in de meeste kloosters afgeschaft)

 

De priem  is een vastgestelde gebedstijd in het traditionele getijdengebed. De priem (of in het Latijn ‘prima’) wordt meestal rond zes of zeven uur ’s ochtends gebeden. In de vernieuwde liturgie van na het Tweede Vatikaans Concilie is de priem komen te vervallen.

 

 

De Terts rond 9 uur

 

De terts is een van de kerkelijke getijden, een van de kleine getijden. Het staat voor het derde uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de terts meestal gebeden rond negen uur ’s morgens.

 

 

De Sext rond 12 uur

 

De sext is een van de kerkelijke getijden. De sext is een van de zogeheten kleine getijden. Het woord sext staat voor het zesde uur (Latijn: sexta hora), dat vroeger in lengte varieerde, omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de sext meestal gebeden rond twaalf uur ’s middags.

 

 

De Noon rond 14 uur

 

De none (afgeleid van ‘negende’ in het Latijn) is een van de kerkelijke kleine getijden. Het staat voor het negende uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de none meestal gebeden rond drie uur ’s middags.

Het officie van de none begint zoals de meeste getijden met de aanroep:

God, kom mij te hulp, Heer, haast U mij te helpen.
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen.
Amen, Alleluja!
.

 

De Vespers rond 17 uur

 

De vespers (of het avondgebed) behoren tot de getijden in de kerk en worden gebeden om 17-18 uur. Het woord komt uit het Latijn, van vespera dat avond betekent. In enkele protestantse  kerken wordt de term ‘vespers’ gebruikt als aanduiding voor een avonddienst.

 

 

 

De Completen rond 20 uur

 

De completen vormen het laatste getijdengebed van de dag. Het woord is afkomstig van het Latijnse  completorium dat afronding betekent of complere = vullen. Het stamt uit de 6e eeuw.

 

  • In het kloosterlijk officie worden de honderdvijftig psalmen uit de Bijbel gebeden, verspreid over de week. Dit gebeurt niet in berijmde vorm, zoals bij de protestanten. In sommige kloosters worden elke week alle 150 psalmen gebeden, in andere verspreid over twee weken. In de Anglicaanse kerk worden ze sinds het Book of Common Prayer verspreid gebeden over een maand.
  • Alle getijden hebben een lezing uit de Bijbel en smeekgebeden.
  • De getijden worden ingedeeld in grote en kleine getijden. De Metten, Lauden en Vespers zijn grote getijden, de Priem, de Terts, de Sext en de Noon zijn kleine getijden. Ook Completen horen bij de kleine getijden.
  • De taal van de getijden was in de westerse traditie het Latijn, maar tegenwoordig wordt ook de volkstaal gebruikt.
  • De muziek van de kloosterlijke getijden is traditioneel het Gregoriaans. Waar Nederlands wordt gezongen is nieuwe muziek gecomponeerd die vaak sterk aan het Gregoriaans doet denken. In Nederland wordt de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde in de kloosters het meest gebruikt. Hiervoor zijn in het Abdijboek bijbehorende melodieën geschreven door verschillende monniken en zusters.

Het koorgebed van priesters noemt men breviergebed. Het boek waaruit priesters de getijden bidden heet brevier. Het middeleeuwse getijdenboek was bestemd voor de persoonlijke devotie van leken.

 

 

Het brevier

Het brevier

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

 

 

 

De hagedis in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De hagedis

.

 

 

 

Spreuken 30:28

 

De hagedissen – je kunt ze met de handen vangen, maar ze dringen door tot in het paleis van de koning” 

 

Als laatste van de vier dieren die klein maar wijs zijn noemt Agur de hagedis. Het Hebreeuwse woord betekent ‘vergiftiger’ en daarom is het in sommige oudere vertalingen van de Bijbel vertaald met ‘spin’. Anderen beweren dat de hagedis in vroeger tijden als gevaarlijk werd beschouwd.

In ons land komen we niet zo vaak hagedissen tegen, maar in de warmere landen rond de Middellandse Zee zijn zij een bekende verschijning. In Israël komen verschillende soorten voor: de varaan, de kameleon, de gekko en de skink, en ook de gewone hagedis worden in Leviticus allemaal genoemd als onreine dieren die niet gegeten mochten worden (Leviticus 11:29-31).

.

.

 

Leviticus 11:29-31

 

29 Van alle kruipende dieren zijn de volgende dieren onrein voor jullie: wezels, muizen en alle soorten schildpadden. 30 Ook stekelvarkens, krokodillen, hagedissen, slakken en mollen. 31 Deze kruipende dieren zijn onrein voor jullie. Als je ze aanraakt als ze dood zijn, ben je tot de avond onrein.

.

Hagedissen houden van zon, omdat zij koudbloedig zijn en zich door de zon moeten laten opwarmen om kracht op te doen. Daarom ziet men ze vaak zonnebadend op een rots. En omdat hun huid taai en waterhoudend is, drogen zij niet uit. De meeste hagedissen zijn insecteneters en zij vervullen een nuttige rol in de natuur.

Een goed voorbeeld is de smaragdhagedis, die tussen de bodemvegetatie van bossen leeft en o.a. sprinkhanen en rupsen op zijn menu heeft staan. Net als andere reptielen moeten, hagedissen van tijd tot tijd vervellen om te kunnen groeien. Bovendien zijn zij in staat om, als zij in gevaar komen, hun staart af te werpen. Dus, als je er eentje wil pakken, pak hem dan niet bij zijn staart!

Wat de schrijver van Spreuken 30 opviel, was dat deze reptielen overal en op allerlei verschillende plaatsen voorkomen. Zeker de gekko’s, die verticaal kunnen klimmen, en die kennelijk zelfs in het paleis van de koning voldoende insecten konden vinden om daar van te leven

Dat kunnen klimmen, danken zij aan hun extra grote tenen, die van onderen een aantal speciale kussentjes hebben, waardoor zij aan bijna elk oppervlak vast kunnen ‘kleven’. De werking daarvan berust op een speciaal fysisch effect (zgn. van der Waals krachten) dat de mens tot nu toe nog niet heeft kunnen nabootsen.

 

.

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

Vertalingen van de Bijbel in het Nederlands

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Vertalingen verschillen van elkaar omdat ze in verschillende tijden zijn gemaakt, omdat de vertalers soms zijn uitgegaan van verschillende versies van de grondtekst (soms zelfs in verschillende talen) en omdat vertalers hun eigen vertaalopvattingen hebben. 

 

 

 

De bekendste Nederlandse vertalingen zijn de volgende.

 

 

Delftse Bijbel

 

Dit is de eerste gedrukte Bijbel van ons land. Het is de gedrukte versie van een middeleeuwse vertaling, die dus is gemaakt vanuit het Latijn. Deze vertaling is ontstaan in de omgeving van Brussel, en de taal is daarom Zuid-Nederlands. Hij bevat alleen het OT zonder de Psalmen. De vertaling dateert van ca. 1360 en de druk van 1477.

 

 

.

 

 

.

Keulse Bijbel

 

Dit is de eerste complete Bijbel die in ons land verscheen. Hij dateert van kort na de Delftse Bijbel (ca. 1480), maar er is een nieuwe vertaling voor gemaakt die dus ruim 100 jaar jonger is dan die van de Delftse Bijbel. De uitgang-staal was ook nu Latijn. Deze Bijbel werd gedrukt te Keulen in het Hoogduits en het Westnederduits. Dat laatste werd gesproken in het oosten van ons land.

 

.

.

.

.

.

Liesveldtbijbel

 

Luther was de eerste die de Bijbel begon te vertalen uit het Grieks en het Hebreeuws. De Liesveldtbijbel is een vernederlandsing van de Lutherbijbel. Het is daarmee de eerste Nederlandse Bijbel die niet teruggaat op de La-tijnse tekst. Van Liesveldt werkte in Antwerpen; de taal van de vertaling is Brabants. Luther vertaalde nogal vrij, en dit kenmerkt dus ook de Liesveldtbijbel. Deze Bijbel is lange tijd zeer populair geweest in ons land; het was de voornaamste Bijbel van de reformatie.

 

 

.

 

.

 

Deux Aes Bijbel

 

De Deux Aes Bijbel is ontstaan in de tweede helft van de zestiende eeuw (eerste druk 1561-62). De vertaling, een bewerking van de Liesveldtbijbel, is een reactie op die volgens Luther die men toch te vrij was gaan vinden. Dit is de voornaamste Nederlandse Bijbel geweest tijdens de tachtigjarige oorlog.

 

.

 

.

 

Biestkensbijbel

 

De Biestkensbijbel is een vertegenwoordiger van de Bijbelvertalingen in gebruik bij religieuze minderheden, in dit geval de doopsgezinden (en lange tijd ook de Luthersen). De eerste druk van ca. 1560 was de eerste Bijbel in ons land waarin de hoofdstukken in verzen waren ingedeeld.

 

 

.

 

 

 

Statenvertaling (oorspronkelijk)

 

De Statenvertaling was een bewuste poging om te komen tot een (reformatorische) standaardbijbel. Bij de verta-ling werd niet uitgegaan van één min of meer toevallig handschrift met de oorspronkelijke tekst, maar van een zo goed mogelijk gereconstrueerde grondtekst (Textus Receptus). Ook werd niet vertaald door één man maar door een groep predikanten. Omdat deze uit het hele land bijeengeroepen werden was de taal van deze vertaling voor het hele land aanvaardbaar. Men heeft zelfs wel gezegd dat de gemeenschappelijke taal er juist door de Staten-vertaling is gekomen. Het vertalen duurde van 1626 tot 1636; de eerste druk dateert van 1637.

 

.

.

 

 

 

Statenvertaling (herzien)

 

Sinds de negentiende eeuw is de Statenvertaling aanmerkelijk herzien. Spelling en taal werden aanzienlijk gemo-derniseerd, zonder evenwel het wezen van de vertaling zelf aan te tasten.

 

 

.

 

 

 

Moerentorfbijbel

 

De Leuvense Bijbel was het katholieke antwoord op de steeds grotere verspreiding van protestantse Bijbels. De Moerentorf-versie stamt van 1599 en is dus ouder dan de Statenvertaling. Het was, getrouw aan het standpunt van de kerk, een vertaling uit het Latijn. Moerentorf was geheel alleen verantwoordelijk voor de vertaling. Het was uiteraard een Zuid-Nederlandse vertaling.

 

 

.

 

.

 

Petrus Canisius Vertaling

 

De vertaling door de vereniging Petrus Canisius is de eerste Nederlandse katholieke vertaling die niet meer is uitgegaan van het Latijn, maar van de oorspronkelijke talen. Het Nieuwe Testament werd uitgebracht in 1929 en het Oude in 1937. De complete Bijbel kwam na de oorlog in 1948 beschikbaar.

 

 

.

 

 

 

Willibrord Vertaling

 

De Willibrord Vertaling is de thans gangbare katholieke vertaling. Hij wordt gekenmerkt door een moderner taal-gebruik, dat echter gepaard gaat met een vrijere opvatting van vertalen (dynamisch-equivalent methode).

 

 

.

 

 

 

Nieuwe Vertaling van het NBG (NBG 1951)

 

De Nieuwe Vertaling van het Nederlandse Bijbelgenootschap is kort na de oorlog uitgebracht als een opvolger van de Statenvertaling. Er is aan gewerkt door theologen van verschillende richtingen, om hem acceptabel te ma-ken voor mensen met uiteenlopende kerkelijke achtergrond. Om vooral het conservatieve deel van het publiek niet af te schrikken is het taalgebruik nadrukkelijk conservatief gehouden, zodat het verschil met de oude Staten-vertaling niet te groot zou worden.

 

 

 

.

 

.

 

Groot Nieuws Bijbel

 

De Groot Nieuws Bijbel is een moderne vertaling in de “omgangstaal”, die door het NBG en de KBS (katholieke Bijbelstichting) gemeenschappelijk is gemaakt en uitgebracht. Het taalgebruik is zeer hedendaags, maar de verta-ling is daardoor wel veel vrijer geworden. In 1996 is er een herziene versie uitgebracht die meer een parafrase is.

 

 

.

 

 

 

Het Boek

 

‘Het Boek’ is een voorbeeld van een zogenaamde parafrase waarbij het verhaal meer naverteld dan vertaald wordt.

 

 

.

 

 

 

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

 

De Nieuwe Bijbel Vertaling is een tiental jaar geleden verschenen (oktober 2004). Deze wordt beschreven als een interconfessionele vertaling. Aan deze vertaling hebben naast protestantse en katholieke kerken ook de joodse gemeenschap meegewerkt (het Oude Testament). De bedoeling was om in modern Nederlands (doeltaalgericht) zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Ook wordt meer aandacht geschonken aan de taalstijl van het origi-neel. Er is momenteel nog enige discussie over deze vertaling.

 

 

.

 

 

 

Herziene Staten Vertaling (HSV)

 

De Herziene Staten Vertaling is een poging om het oude woordgebruik van de Statenvertaling te moderniseren zonder de vertaalprincipes van de Statenvertaling los te laten. De HSV is dan ook wel geschikt als studiebijbel. Wel is het jammer dat voor het Nieuwe Testament de eis vanuit conservatieve kring is ingewilligd om uitsluitend ge-bruik te maken van de Textus Receptus, en dus geen gebruik te maken van alle andere handschriften die sinds-dien ontdekt zijn en de veel betere kennis die er tegenwoordig is. Het Oude Testament is vrij van deze tradities omdat daarvoor een dergelijke standaardtekst niet bestaat.

.

 

 

 

 

 

 

Bijbel in gewone taal (BGT)

 

Het doel van de de NBG met de Bijbel in Gewone Taal is een volledig doeltaal gerichte vertaling te zijn. Het leest daardoor wel gemakkelijk. Daarmee lijkt het enigszins op een parafrase. Het is daardoor niet geschikt als studie-bijbel, maar voor dat doel zal het ook niet aangeschaft worden. De vertalers zijn zich sterk bewust dat hun eigen visie op de betekenis van de tekst meer zichtbaar is dan bij andere vertalingen. Hun opvattingen over de beteke-nis worden dus leidend voor de vertaling. Dat heeft er, bijna vanzelfsprekend, wel toe geleid dat bepaalde kerkelijk dogma’s veel beter worden ondersteund dan in een wat meer brontaal gerichte vertaling.

Normaal zou je zeggen, als iemand onbekend is met de Bijbel: lees eerst iets eenvoudigs, en ga daarna met een studiebijbel verder. Het probleem met deze Bijbel is echter dan wel dat je blik al gekleurd is hoe je een tekst op moet vatten. En dan is het de vraag of de schrijver inderdaad bedoelde wat de vertalers er van gemaakt hebben. In sommige gevallen zal dat zeker wel zo zijn, in andere gevallen is dat veel minder waarschijnlijk. Zeker is dat je met deze vertaling minder naar weerklanken kunt luisteren.

 

 

 

.

.

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

Vertaalmethoden van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

 

 

Vertaalmethoden van de Bijbel

 

Om een vertaling te kunnen maken uit een oude taal, zoals het Hebreeuws of Grieks, naar het Nederlands zijn een aantal keuzes nodig. Het is helaas niet mogelijk om simpel woord voor woord te vertalen.

.

 

 

Bron- en doeltaalgericht

 

Het eerste probleem is dat de struktuur van de taal anders is.

  • Waar bijvoorbeeld in het Grieks de naamval bepalend is, is in het Nederlands veel meer de zinsvolgorde bepalend. Met de zinsvolgorde kan in het Grieks juist de nadruk worden weergegeven, wat in het Nederlands niet zondermeer mogelijk is.
  • Waar bijvoorbeeld in het Hebreeuws “heilige der heiligen” staat is het in het Nederlands gebruikelijk om de overtreffende trap te gebruiken (heiligste of allerheiligste). Dit gebruik komt veel voor in uitdrukkingen zoals God der Goden (Nederlands: de Allerhoogste), hemel der hemelen (hoogste hemelen) of het lied der liederen (Hooglied).

 

In de termen van vertalers spreekt men daarom over “brontaalgericht” en “doeltaalgericht”. Om het wat simplis-tisch uit te drukken: met brontaalgericht wordt getracht zo zuiver mogelijk (letterlijk) te vertalen, met doeltaal-gericht wordt getracht het zo op te schrijven als een Nederlander het zou zeggen. Hier komt nog bij dat de Bijbel is opgebouwd uit woorden en beelden, veelal ontleend aan het dagelijks leven. Kenmerken van dit beeld komen dan regelmatig terug. De moeilijkheid daarbij is dat niet alle begrippen in de doeltaal bekend zijn. De keuze daarbij is:

  • Vertaal zo letterlijk mogelijk en dwing daarbij de lezer om uit te zoeken wat het eigenlijk betekent.
  • Vervang het woord door iets uit onze taal of belevingswereld dat ongeveer hetzelfde weergeeft (dit laatste heet de “dynamisch equivalente” methode).

 

Als Jesaja zegt: “Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw”, en je wilt dat vertalen in de taal van een tropisch land, waar sneeuw onbekend is, dan zoek je een equivalent voor sneeuw. De vertaler wil ideeën zo goed mogelijk overbrengen en kiest daarvoor zo nodig zijn eigen beelden (als ze maar `equivalent’ zijn). Hierin ligt volgens de voorstanders van deze methode de kracht ervan. Maar hierin schuilt ook een risico.

Het zal duidelijk zijn dat de letterlijke betekenis soms verloren gaat wanneer men het ene beeld vervangt door een ander. Een bekend voorbeeld in de Nederlandse vertalingen is (traditioneel) zuurdeeg of (dynamisch equi-valent) gist. Traditionele vertalers streefden naar een zo letterlijk mogelijke weergave. Moderne vertalers willen de tekst interpreteren en vertalen daarom vrijer. Vaak wordt daarbij doeltaal gericht en dynamisch equivalent ge-combineerd.

De term “beter” of “slechter” is hier niet op zijn plaats. Wel zal het duidelijk zijn dat het verdere gebruik van het beeld in de Schrift vaak niet volledig tot zijn recht komt omdat er een ander beeld, met andere kenmerken, wordt gebruikt. De kenmerken van gist zijn nu eenmaal anders dan die van zuurdeeg hoewel ze beide brood laten rij-zen.

 

 

 

.

 

Concordant vertalen

 

Vertalen gebeurt niet zomaar lukraak. Er worden zoals gezegd bepaalde vertaalprincipes gehanteerd. En die veranderen soms met de tijd. Vroeger was het gebruikelijk om zoveel mogelijk letterlijk maar ook zogenaamd `concordant’ te vertalen. Dat houdt in dat men zoveel mogelijk eenzelfde woord in het origineel vertaalt met eenzelfde woord in de ontvangtaal. Concordant kan men vervangen door gelijk ; hetzelfde ; net zo ; identiek ; eender ; eenvormig ; exact hetzelfde ; geheel gelijk.

Dat is aan de ene kant consequent en het kan een enorme hulp zijn bij Bijbelstudie. Aan de andere kant kan het ook problemen geven wanneer een woord in de originele tekst twee of meer duidelijk onderscheiden beteke-nissen heeft, waar wij in onze taal nu eenmaal verschillende woorden voor hebben. Concordant vertalen wordt dan ook maar zelden volledig consequent toegepast. Toch werd er in het verleden wel naar gestreefd.

Aan dit concordant vertalen danken wij bijvoorbeeld nog het woord testament (als in Oude en Nieuwe Testament). De vertalers van de Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuaginta) hebben voor hun vertaling van het typisch Bijbelse woord ‘verbond’ een Grieks woord gekozen dat in de Griekse cultuur testament betekent in de zin van laatste wilsbeschikking.

Dat was voor hen geen bezwaar, want een echt testament kwam in de Joodse cultuur niet voor. De schrijvers van het (Griekse) Nieuwe Testament hebben dat woord overgenomen. De Statenvertaling vertaalt dat overal conse-quent met `testament’ en laat het aan de lezers over om uit te vinden wat dat in het verband betekent. De Nieuwe Vertaling (NBG 1951) richt zich hier op de Oudtestamentische achtergrond en vertaalt `verbond’, behalve in een tweetal passages waar de vertalers gemeend hebben dat inderdaad een testament is bedoeld.

Overigens is met behulp van hulpmiddelen, zoals concordanties (een soort trefwoordenregister van de Bijbel), vaak te zien hoe een origineel woord op verschillende manieren vertaald wordt. Ooit is door een Dr. Strong in zijn concordantie ieder Hebreeuws en Grieks woord van een nummer voorzien. Onder meer in de “Online Bible” kan daarop gezocht worden.

 

.

 

 

 

 

Parafrasen

 

Tegenwoordig gebeurt het ook steeds vaker dat de vertaler niet meer pretendeert een vertaling te geven, maar zich toelegt op een zogenaamde parafrase. De parafrase is de logische consequentie, en het eindstation, van de vrije vertaalopvatting. De ‘vertaler’ neemt dan de rol op zich van verteller die het verhaal navertelt in eigen woor-den, ongeveer zoals bij een kinderbijbel (maar dan misschien iets minder extreem). Enkele voorbeelden kunnen dit verduidelijken.

 

In Marcus 2:22 leest de N.V. van het NBG

“Niemand doet jonge wijn in oude zakken; anders zal de wijn de zakken doen barsten en de wijn gaat verloren met de zakken. Maar jonge wijn doet men in nieuwe zakken.”

 

 

Een in ons land bekende parafrase (Het Boek) geeft hier:

“Wie doet er nu jonge wijn in oude leren zakken? Het leer van oude wijnzakken is hard en stug. Door het gisten van de jonge wijn komen er barsten in. De wijn gaat verloren en de zakken zijn waardeloos. Nee, jonge wijn doet u in nieuwe, soepele wijnzakken.”

 

 

In Lucas 5:1-3 leest de NBG vertaling van 1951:

“En het geschiedde, toen de schare op hem aandrong en naar het woord Gods hoorde, dat Hij zelf aan de oever van het meer Gennesaret stond, en Hij zag twee schepen aan de oever liggen. De vissers waren eruit gegaan en spoelden de netten. Hij ging in één van de schepen, dat van Simon, en vroeg hem de zee in te gaan, niet ver van de oever. En Hij zette Zich neder en leerde de scharen van het schip uit.”

 

 

De parafrase voegt allerlei details toe:

“Op een dag was Hij bij het meer van Galilea. De mensen drongen van alle kanten tegen Hem op, want zij wilden horen wat Hij over God zou vertellen. Hij zag twee boten liggen die half uit het water waren getrokken. De vissers stonden iets verderop hun netten schoon te spoelen. Jezus stapte in de boot van Simon en vroeg of hij Hem een stukje van de oever wilde afduwen. Daarna ging Hij zitten om de mensen meer over God te vertellen.”

 

.

 

.

 

Samenvatting

 

De Bijbel is ons door de eeuwen heen ongeschonden overgeleverd. Maar met de vraag of hij ons ook onge-schonden bereikt in onze eigen taal, is een andere. Onze voorouders hebben hun best gedaan dat zo goed mogelijk te doen. Moderne vertalers hangen echter andere opvattingen aan. Daarom zijn de modernste verta-lingen niet altijd de beste voor eigen bijbelstudie, al leest een moderne vertaling vaak veel prettiger.

Bij het beoordelen van vertalingen in zogenaamde ‘omgangstaal’ of ‘hedendaags Nederlands’ gaat het niet uitsluitend om de vraag of zulk taalgebruik op zichzelf geoorloofd is. Belangrijker is dat er bij supermoderne vertalingen vaak veel vrijer vertaald is, waarbij de opvatting van de vertaler een grote rol speelt.

Dat zie je bijvoorbeeld in de Bijbel in Gewone Taal (BGT) waar je leest wat de vertaler denkt dat de schrijver bedoelde. Wie dus de Bijbel zelf wil bestuderen doet er goed aan uiteindelijk terug te grijpen op een meer tradi-tionele vertaling. Daarin kun je veel beter weerklanken herkennen, die essentieel zijn om de Schrift te leren be-grijpen. Voorbeelden van zulke studiebijbels zijn de NBG vertaling van 1951, de Herziene Statenvertaling, en in iets mindere mate de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) die in oktober 2004 uitkwam.

 

.

 

 

.

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

De haan in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De haan

 

In de Bijbel wordt de haan alleen in het Nieuwe Testament met zekerheid genoemd. Want volgens de Nieuwe Bijbel Vertaling wordt hij in het Oude Testament ook wel genoemd in de lijst van dieren met een voorname tred in Spreuken 30, maar de NBG ‘51 spreekt daar van windhond. Deze vertaling komt meer overeen met de betekenis van het Hebreeuwse woord: “met lendendoek opgeschort”, d.w.z. klaar om te rennen. Omdat een haan zo statig rond paradeert, geven wij hem het voordeel van de twijfel en zullen wij hem wat nader bekijken.

Hanen zijn vechtlustige vogels, die elkaar te lijf gaan totdat er een zogenaamde pikorde ontstaat. Hun territorium bakenen ze af door te kraaien. En dat gebeurt bij voorkeur, zoals wij allemaal weten, bij zonsopgang! Dat is zo’n vaste gewoonte, dat de Romeinen de derde wacht van de nacht hanengekraai noemden. En dat hanengekraai speelde in het verhaal van de verloochening van Petrus een profetische rol. In de bovenzaal zei de Meester tegen hem: “Ik verzeker je: juist jij zult me vannacht, nog voor de haan tweemaal gekraaid heeft, driemaal verloochenen” (Marcus 14:30). De trots van de haan stelde de trots van Petrus voor, die beweerde zijn Heer nooit te zullen verloochenen.

De haan komt oorspronkelijk uit India, en werd pas in de vijfde eeuw voor Christus naar het land Palestina gebracht. Als de schrijver van Spreuken 30 het inderdaad over de haan had, dan waren dergelijke vogels misschien in de hoven van Salomo te bewonderen. Want eens in de drie jaar kwam zijn handelsvloot uit India binnen met o.a. pauwen en apen (1 Koningen 10:22). De prachtige kleuren van zijn verenkleed zou de haan tot een aantrekkelijke aanwinst maken.

 

.

 

1 Koningen 10:22

 

21 Alle drinkbekers van koning Salomo waren van goud. Ook alle andere gebruiksvoorwerpen in het ‘Bos van de Libanon’ waren van massief goud. Er was niets van zilver, want zilver was in de tijd van koning Salomo niet veel waard. 22 Want de schepen van koning Salomo en van koning Hiram vertrokken eens in de drie jaar uit Tarsis en kwamen vol goud, zilver, ivoor, apen en pauwen weer terug.

 

Het kukeleku van de haan is voor ons een oproep om wakker te worden. Ook in geestelijke zin, want de Here Jezus waarschuwde zijn discipelen: “Wees dus waakzaam, want jullie weten niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds, of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai, of ’s morgens vroeg. Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer hij plotseling komt” (Marcus 13:35-36)..

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De eik in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

.

 

.

 

 

De eik

.

De eerste melding van een eik in de Bijbel vinden wij in Genesis 35:8, als Jakob Debora, de voedster van Rebekka, onder een eik begraven heeft. Er had daar een plechtige rouw plaatsgevonden, want Debora had haar meesteres meer dan 80 jaar gediend (Genesis 24:58).

 

 

Genesis 35:8

 

8 Toen Debora, de verzorgster van Rebekka, stierf, werd ze onder een eik aan de zuidkant van Bet-El begraven. Sindsdien noemden de mensen die eik ‘Tranen-Eik.’

In de Bijbel worden drie Hebreeuwse woorden vertaald met ‘eik’, maar ook wel met ‘terebint’. Uit de context moet men bepalen welke soort wordt bedoeld. In algemeenheid kan worden gezegd, dat eiken veel groter dan tere-binten zijn en meer verspreid over het land Israël voorkomen. In tegenstelling tot de ceders van de Libanon zijn slechts enkele van de vele soorten eikenbomen in het land Israël altijd groen. Toch zijn er bepaalde overeen-komsten: beide zijn ze groot en sterk, leven ze lang, en verschaffen ze door hun brede vorm veel schaduw.

In de Bijbel worden zij vaak gebruikt als beeld van menselijke sterkte en trots. Soms worden zij in één adem genoemd met de ceders, b.v. in Amos 2:9: “En toch heb Ik ter wille van jullie de Amorieten uitgeroeid, die zo groot waren als ceders en zo sterk als eiken.” Vanwege de hardheid van hun hout werden eiken gebruikt om er roeiriemen van te maken: “Van eiken uit Basan waren je riemen” staat in een beschrijving van de toenmalige heerlijkheid van Tyrus (Ezechiël 27:6).

De beste eikenbomen waren kennelijk in het gebied Basan te vinden, zo kunnen wij b.v lezen in Jesaja 2:13-18. Basan was een streek ten oosten van de rivier de Jordaan, die vroeger aan Og, een van de overgebleven reuzen, behoorde. Nadat Israël onder Jozua Basan had veroverd, kreeg de halve stam Manasse het gebied als erfdeel (Jozua 13:29-31).

.

 

 

Jesaja 2:13-18

 

13 Alles zal moeten buigen: ook de trotse en hoge cederbomen van de Libanon, de eikenbomen van Basan, 14 de trotse bergen en de hoge heuvels, 15 de hoge torens en de sterke muren, 16 de schepen van Tarsis en de prachtige versieringen. 17 Alles waar de mensen trots op zijn, zal moeten buigen. En alle trotse mensen zullen moeten buigen. Op die dag zullen ze toegeven dat God de hoogste Heer is. 18 Er zal geen enkele afgod over-blijven.

Ook voor minder verheven doeleinden werden eiken gebruikt. God maakte zijn volk het verwijt, dat zij op de bergtoppen offers aan de afgoden brachten in plaats van Hem te eren. Deze afgoderij vond plaats onder de schaduwrijke bomen, waaronder eiken (Hosea 4:13-15). Maar de afgodsbeelden zelf werden ook wel van eiken-hout gemaakt, en daarvoor werden zelfs bomen gekweekt (Jesaja 44:14-17).

 

 

 

Hosea 4:13-15

 

13 Ze brengen offers op de bergtoppen. Onder eiken, populieren en dennen op de heuvels offeren ze, omdat het er zo prettig is in de schaduw. Omdat zij dat doen, gaan ook hun dochters en schoondochters met allerlei mannen naar bed. 14 Toch zal Ik hén daar niet voor straffen. Want ze weten niet beter: ze gaan om met hoeren en brengen met hen offers aan de afgoden. Ja, het loopt verkeerd af met mijn volk, omdat het mijn wetten en leefregels niet kent.

 

 

 

Jesaja 44:14-17

 

14 Hij had er een jonge cederboom, eikenboom of dennenboom voor omgehakt. Hij had die van tevoren uit-gekozen en voor zichzelf opgekweekt tussen de bomen van het bos. De regen zorgde ervoor dat de boom groot werd. 15 Van een deel van de omgehakte boom hakt hij brandhout. Bij het vuur warmt hij zich. Ook maakt hij een vuur waarop hij zijn brood bakt.

Van een ander deel van de boom maakt hij een godenbeeld, knielt ervoor neer en aanbidt het. 16 Dus van de ene helft van het hout maakt hij een vuur waarop hij het vlees braadt voor de maaltijd. Ook houdt hij zich warm bij het vuur en geniet van de warmte. 17 En van de rest van het hout maakt hij een god, een beeld. Hij knielt ervoor, aanbidt het en zegt: ‘Red mij, want u bent mijn god!’

 

.

 

 

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.