Tagarchief: geel

Schijnpapaver : Meconopsis cambrica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

meconopsis_cambrica

 

 

Goed te herkennen aan
de gele en oranje klaproosachtige bloemen

 

 

p1060432

 

 

 

Algemeen

 

Schijnpapaver is een overblijvende stadsplant van beschaduwde, vochtige, vaak stenige plaatsen. Het is oorspronkelijk een tuinplant uit West-Europa, die zich makkelijk uitzaait en daardoor snel verwilderd langs heggen en muurtjes.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met juli met gele of oranje klaproosachtige bloemen, die 4 kroonbladen hebben en 2 snel afvallende, behaarde kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn dubbel veerdelig en de stengel afstaand verspreid behaard.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Schijnpapaver is een wachtkamersoort; een soort die eventueel opgenomen gaat worden op de Standaardlijst van de Nederlandse flora.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– overblijvend
– ingeburgerd
– 15 tot 60 cm

Bloem
– geel en oranje
– vanaf mei t/m juli
– lang gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 5 tot 8 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 2 kelkbladen, snel afvallend
– meer dan 20 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– dubbel veerdelig
– top spits
– rand getand tot gaafrandig
– voet aflopend
– veernervig
– kaal

Stengel
– rechtop
– verspreid afstaand behaard

zie wilde bloemen

 

 

voorjaar2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Cacoxeniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Cacoxeniet is een ijzer aluminium fosfaat en kan geel, geelbruin, geelrood of geelgroenig van kleur zijn. Het wordt vaak gevonden als insluitsel in amethyst. De steen is doorzichtig tot doorschijnend.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Cacoxeniet komt uit het Grieks en betekent slechte gast. Met cacoxeniet vermengde ijzererts is vanwege het verhoogde gehalte aan fosfaat van mindere kwaliteit.

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Cacoxeniet wordt o.a. gevonden in Australië, Frankrijk, Duitsland, Spanje en de Verenigde Staten.

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Fe4(PO4)3(OH)3 – 12H2O

hardheid: 3-4

dichtheid: 2,3-3,4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schijnaardbei : Potentilla indica

Standaard

categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-duchesnea_indica7

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de op aardbeien lijkende schijnvruchten en
– de gele 5-tallige bloemen met brede, getande bijkelkbladen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Schijnaardbei is een overblijvende plant van 5 tot 15 cm hoog, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Azië. Ze groeit op vochtige, voedselrijke beschaduwde plaatsen in plantsoenen, loofbossen, tussen stoeptegels en in tuinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met oktober met 5-tallige gele bloemen. Na de bloei groeien de 3- tot 5-tandige bijkelkbladen door en verschijnt er een op een aardbei lijkende rode ronde schijnvrucht.

 

 

schijnaardbei_0

 

 

 

Blad en stengel

 

Alle bladeren bestaan uit drie ovale deelblaadjes, die aan de onderkant wat zilverachtig behaard zijn op de nerven. De liggende stengels zijn behaard en wortelen op de knopen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam
– 5 tot 15 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m oktober
– alleenstaand
– stervormig
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 behaarde spitse kelkbladen
– 5 getande bijkelkbladen
– ongeveer 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– ovale deelblaadjes
– top spits
– rand gezaagd
– handnervig
– onderkant licht behaard op de nerven

Stengel
– liggend
– bloemsteel rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Scherpe boterbloem : Ranunculus acris

Standaard

categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-ranunculus_acris1

 

 

Goed te herkennen aan
– de 5-tallige, gele, glanzende (boter)bloemen en
– de gedeelde bladeren, de bovenste zonder steel en
– de ronde, niet gegroefde, behaarde stengel

 

 

350px-ranunculus-acris

 

 

 

Algemeen

 

Ranunculus is een geslacht met ongeveer 400 soorten planten, waartoe ook een aantal op elkaar lijkende soorten boterbloemen behoren. Scherpe boterbloem is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf april tot in de herfst (soms tot in de winter) met glanzende gele bloemen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Bladeren en stengel zijn behaard

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Zoals de meeste boterbloemen is ook scherpe boterbloem licht giftig. Vee laat de boterbloem dan ook staan. De slak is de enige die er blijkbaar geen last van heeft. In hooi meegedroogde boterbloemen vormen geen gevaar meer voor dieren, want in gedroogde toestand zijn boterbloemen niet langer giftig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– vanaf april tot in de herfst (winter)
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 3 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand gezaagd
– zwak hartvormig
– handnervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

botanische-tekening-extragr-scherpe-boterbloem

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Bumble bee jaspis

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Bumble bee jaspis is geel en/of oranje met zwart van kleur. Het is geen echte jaspis soort omdat het niet voor 100% uit microkristallijne kwarts bestaat maar ook wisselende hoeveelheden zwavel (zorgt voor gele kleur), arseensulfide (zorgt voor oranje kleur), mangaandioxide (zorgt voor zwarte kleur) en andere elementen bevat. Bumble bee jaspis kan beter niet rechtstreeks op de huid gedragen worden.

 

 

.

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

Bumblebee Jaspis is steeds meer en meer populair bij de Tucson en Quartzsite shows geworden. Het is een gesteente dat afkomstig is van vulkanische openingen op het eiland Bali in Indonesië. We hebben geleerd dat het niet echt Agaat of Jaspis is, hoewel sommige van onze stukken zijn opgewerkt als een grote agaat, en sommige opgewerkt lijken op Jaspis, maar ze hebben allemaal grote patronen en kleuren.

Het betreft een zeldzame steensoort. Deze steen bezit 40 mineralen. 100% natuurlijk materiaal ofschoon de felle kleuren wel giftig zijn, Bumble bee jaspis kan daarom beter niet rechtstreeks op de huid gedragen worden.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Hardheid: 4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Brazilianiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Brazilianiet is een mineraal fosfaat dat typisch groengeel tot geel of wit tot kleurloos. Het is een doorzichtige steen met een glasachtige glans. Het monokliene mineraal heeft een gemiddelde dichtheid van 2,98, een hardheid van 5,5 en een witte streep.

.

.

.

.

.

.

Etymologie

.

Brazilianiet is vernoemd naar Brazilië, het land waar de steen voor het eerst gevonden werd.

.

.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Het wordt het vaakst gevonden in fosfaatrijke pegmatieten. Het komt in pegmatieten voor in de vorm van perfecte kristallen. De enige bekende vindplaats van brazilianiet is in de omgeving van Conselheiro Pena, in de Brazilië. De voorbije jaren heeft deze plaats mineralen van grote kwaliteit opgeleverd, met perfect gevormde kristallen van een ongewone grootte. Sommige van deze mineralen zijn gevonden op muscoviet (met sterke zilverglans), ingegroeid in het moeder- gesteente.

Dergelijke specimina worden niet vermalen tot grondstof, maar vinden hun weg naar musea en privécollecties. De meest kristallen, donker groenachtig-geel tot olijfgroen, zijn soms tot 12 cm lang en 8 cm breed. Kristallen met gelijkwaardige vorm en grootte zijn ontdekt op een andere plaats in Minas Gerais, nabij Mantena, maar deze hebben geen perfect gevormde kristallen. Het mineraal is erg populair bij verzamelaars. Brazilianiet wordt nog gevonden in de Verenigde Staten, Tsjechië en Canada.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: NaAl3(OH)4(PO4)2

hardheid: 5,5

dichtheid: 3

.

.

.

.

.

Brazilianiet
Brazilianite-monocristal.jpg
Mineraal
Chemische formule NaAl3(PO4)2(OH))4
Kleur Geel, groen en kleurloos
Streepkleur Wit
Hardheid 5,5
Gemiddelde dichtheid 2,98 kg/dm3
Glans Glanzend
Opaciteit Doorzichtig
Breuk Conchoïdaal
Splijting [010] Goed
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien
Brekingsindices 1,60 – 1,62
Overige eigenschappen
Radioactiviteit Geen
Magnetisme Geen

 

.

..

 

.

.

.

.

.

Oosterse morgenster : Tragopogon pratensis subsp. orientalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

949d6707d6f44e64a9cfdf555991e210-om

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele lintbloemen, die langer zijn dan de omwindselbladen
– de gele helmknoppen met bruinpaarse streep en
– het grasachtige blad

 

 

d-oosterse-morgenster-a2615

 

 

 

Algemeen

 

Oosterse morgenster is een overblijvende plant van 20 tot 90 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke grond in hooilanden en op rivierdijken. Ze is zeldzaam voorkomend in het rivierengebied. Ze wordt ook uitgezaaid, vooral in stedelijke gebieden. Elders komt ze niet voor. Ze staat op de rode lijst als zeldzaam en sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Oosterse morgenster bloeit vanaf mei tot en met juli met goud- of oranjegele bloemhoofdjes, die enkel bestaan uit 5-tandige lintbloemen. Buisbloemen ontbreken. De binnenste lintbloemen zijn wel wat kleiner dan de buitenste. De helmknoppen van Oosterse morgenster zijn geel en hebben een bruin-paarse streep. Net als de bloemhoofdjes van gele morgenster zijn ook de bloemenhoofdjes van Oosterse morgenster alleen in de ochtend geopend, vroeg in de middags sluiten ze zich weer tot de volgende morgen vroeg.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeldzaam in het rivierengebied
– 20 tot 90 cm

Bloem
– goud- of oranjegeel
– vanaf mei t/m juli
– hoofdje, alleenstaand
– alleen lintbloemen
– 4 tot 5 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– parallelnervig
– voet (half) stengelomvattend

Stengel
– rechtop
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Sfaleriet of zinkblende

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Het mineraal zinkblende, ook blende of sfaleriet (verouderd: sphaleriet) genoemd, is de belangrijkste bron voor de winning van zink. Het mineraal kan ook grote hoeveelheden ijzer en cadmium bevatten met vaak insluitsels van chalcopyriet(CuFeS2). Sfaleriet komt regelmatig voor als verontreiniging in looderts. Sfaleriet of zinkblende is van nature geel, bruin of grijs maar kan doordat het vaak insluitsels bevat ook rood, zwart, groen, grijs en wit zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Het mineraal heeft een hardheid van 3,5 – 4, en een gemiddelde dichtheid van 4,05. De geringe hardheid maakt dat het mineraal voor sieraden enkel geschikt is als het insluitsels van andere mineralen bevat. Zinkblende heeft een kubisch kristalstelsel. Het kan bestaan uit tetrahedrale of dodecahedrale kristallen, maar het heeft doorgaans geen mooie kristalvormen.

Splijting vindt plaats volgens het kristalvlak [110]. Het mineraal kan transparant tot doorschijnend zijn, maar ook geheel ondoorzichtig als het veel ijzer bevat. Het mineraal kan bruine, lichtgele of witte strepen bevatten. Zinkblende heeft een harsachtige glans.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

De naam sphaleriet is afkomstig van het Grieks sphaleros, dat “verraderlijk” betekent. Het mineraal werd namelijk vaak voor galena (loodblende) aangezien, maar het bevat geen lood.

 

 

sfaleriet met galeniet, chalcopyriet, kwarts en realgar

 

 

 

 

 

 

 

Kenmerken

 

Zinkblende wordt gevormd in een grote verscheidenheid aan hydrothermale omstandigheden. Het komt vaak samen voor met pyriet en galeniet. De typelocatie van zinkblende is niet nader gedefinieerd en het mineraal komt zeer algemeen voor. Het geldt als het belangrijkste zink-erts.

 

 

 

fluoriet met sfaleriet

 

 

sfaleriet met chalcopyriet en bergkristal : cluster

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: (Zn,Fe)S

hardheid: 3,5 – 4

dichtheid: 3,9 – 4,1

 

 

sfaleriet met chalcopyriet

 

 

 

gekrsitalliseerde sfaleriet

 

 

 

Sfaleriet of zinkblende
Sphalerite4.jpg
Mineraal
Chemische formule ZnS met substituties door Fe
Kleur Geel, bruin of donkerbruin, afhankelijk van het ijzergehalte en onzuiverheden
Streepkleur Lichtgrijs of lichtbruin
Hardheid 3,5 – 4
Gemiddelde dichtheid 4,05 kg/dm3
Glans Hars- of diamantglans
Opaciteit Doorzichtig of doorschijnend
Breuk Oneffen
Splijting Perfect, [110]
Habitus Tetraëdrisch of dodecaëdrisch, gebogen vlakken, dikwijl massief of korrelig
Kristaloptiek
Kristalstelsel Kubisch
Brekingsindices 2,37-2,43 (isotroop)
Dubbele breking Geen; isotroop

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

gefacetteerde sfaleriet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Muizenoor : Hieracium pilosella

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

2237

 

 

 

Goed te herkennen aan

– de kleine paardenbloem-achtige bloemen, waarvan de buitenste lintbloemen aan de onderkant een brede rode streep hebben en
– de langwerpige tot spatelvormige rozetbladeren met lange, witte, afstaande haren aan de bovenkant en wit viltige onderkant

 

 

hieracium-pulsillum-schiermonnikoog-010

 

 

 

Algemeen

 

Muizenoor is een lage, grijsgroene, overblijvende plant van 5 tot 30 cm hoog. Ze groeit op open plaatsen in droge tot vrij vochtige, grazige grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Muizenoor bloeit vanaf mei tot de herfst met bleekgele tot gele bloemhoofdjes, die aan het einde van een bladerloze stengel staan. De hoofdjes bestaan uitsluitend uit lintbloemen. De onderkant van de buitenste lintbloemen heeft in het midden een brede rode streep. De omwindselbladen zijn maximaal 1,5 mm breed en zijn, evenals de stengels, behaard met lange witte haren en/of kortere zwarte klierharen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren staan in een rozet, meestal vrij vlak uitgespreid. Ze zijn langwerpig tot spatelvormig, boven het midden het breedst. Aan de bovenkant en langs de rand zijn ze verspreid behaard met lange, witte, afstaande haren. De onderkant is dichter behaard, wit en viltig. Om bij grote droogte verdamping te beperken krullen de bladeren om en wordt de witte onderkant zichtbaar.

Muizenoor vormt bovengrondse, bebladerde uitlopers, die nieuwe rozetten vormen. Op die manier kan ze hele stukken grond bedekken. Voor muizenoor is het wel van belang dat op de plaatsen waar ze groeit het gras laag blijft. Begrazing zal de groei van muizenoor daarom bevorderen.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Muizenoor bevat flavonoïden, looi- en bitterstoffen. In de kruidengeneeskunde wordt muizenoor nauwelijk nog gebruikt. In de volksgeneeskunde wordt ze nog wel toegepast bij lever-, maag- en darmaandoeningen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen
– 5 tot 30 cm

Bloem
– bleekgeel tot geel
– vanaf mei tot de herfst
– hoofdje alleenstaand
– alleen lintbloemen
– 2 tot 3 cm

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot spatelvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend (in steel)
– veernervig
– bovenkant lang zacht behaard
– onderkant wit viltig

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Muurbloem : Erysimum cheiri

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

erysimum-cheiri-muurbloem-07819

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, oranjegele, 4-tallige bloemen en
– de langwerpige bladeren met gave rand en spitse top

 

 

muurbloem1

 

 

 

Algemeen

 

Muurbloem is een overblijvende, zeer zeldzame, aangenaam geurende plant van 20 tot 90 cm hoog. Ze groeit op kalkrotsen en op oude stadsmuren en ruïnemuren, die gevoegd zijn met zachte kalkspecie.,Meestal groeit ze niet op de rechte delen, maar op de uitspringende of scheef gezakte delen van de muur.

Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit het oostelijke Middellandse Zeegebied. Ze is als sierplant verspreid over Europa en vanuit tuinen verwilderd. Als tuinplant heeft ze goudgele tot oranje of bruine tot donkerpaarse bloemen.

 

 

tuinplant

 

 

 

tuinplant

 

 

 

Bloem

 

Muurbloem bloeit in mei en juni met oranjegele bloemen. De bloemen staan in trossen aan het einde van de stengel en zijstengels. Ze hebben 4 zacht behaarde kroonbladen en 4 kelkbladen. De kelkbladen zijn meestal groen, maar ze kunnen ook bruin zijn.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Alle bladeren zijn langwerpig, hebben een gave rand en een spitse top. De stengels verhouten aan de voet.

 

 

wild

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, stadsplant
– ook als tuinplant
– beschermd en op de rode lijst
– 20 tot 90 cm

Bloem
– geel
– mei en juni
– tros
– stervormig
– 2 tot 2,5 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– onderste gedeelte verhout
– behaard
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA