categorie : Boodschappen uit de kosmos
.
.
.
.
MENSEN KUNNEN VERANDEREN,
.
GOD VERANDERT NOOIT
.
.
PEOPLE CAN CHANGE, GOD NEVER CHANGES
.
.
.
.


.
De mens is een zondaar, die, om behouden te worden van Gods oordeel over de zonde en het eeuwige leven te beërven, bekering nodig heeft. De twaalf leerlingen die de Heer Jezus uitzond predikten ‘dat men zich moest be-keren’ (Marc. 6:12).
Mr 6:12 .En zij vertrokken en predikten dat men zich moest bekeren.
In het oude- en nieuwe testament wordt deze eis gesteld om weer met God in gemeenschap te komen en ontrukt te worden aan het dreigende oordeel. De grondslag hiervoor is gelegd door het werk van Christus aan het kruis volbracht.
.
Wie zich bekeert, bekeert zich van iets: van de geestelijke en zedelijke duisternis, van de macht van Satan.
Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.
De bekeerling is zich niet altijd bewust van de macht van de satan of van de duisternis waarin hij zich bevond. Hij breekt met een slecht leven of met een slechte praktijk en wil met Jezus een nieuw begin maken. In de ogen van de Heiland is er meer aan de hand: wie zich bekeert, keert zich af van de duisternis en van de macht van satan.
.
De waarachtige bekering is een bekering tot God. De door de zonde verstoorde verhouding tot een heilige en rechtvaardige God wordt door de bekering hersteld. Wie zich bekeert treedt tot God in een nieuwe betrekking. Het is alsof een verloren zoon thuis komt bij zijn vader, die in liefde naar zijn kind uitzag. Bekering is een relationele verandering die leidt tot een persoonlijk kennen en omgaan met God.
De Godsgezant Paulus betuigde de bekering tot God:
Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde.
.
Ook de Heer Jezus, die aan Paulus verscheen, spreekt van bekering tot God:
Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.
.
Bekering tot God gaat gepaard met het aanroepen van God, het berouw hebben over zonden, het erkennen/belijden van zonden en het geloven in de Heer Jezus Christus (Hand 2:21). Wie zich bekeert, neemt zich voor verkeerde dingen voortaan na te laten en wendt zich tot God met erkenning van persoonlijke zonden.
Deze ommekeer dient een hartezaak te zijn, niet slechts uitwendig: niet alleen een uitwendige gedragsveran-dering of een woordelijke belijdenis:
Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer
Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.
Deut. 30:2 En gij zult u bekeren tot den Heere God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
.
Soms wordt in de Bijbel over bekering gesproken als over een inwendige verandering; soms echter ook over een uiterlijk zichtbare verandering en ook wordt van een inwendige én uitwendige ommekeer melding gemaakt. De verandering bij een bekering is zowel uitwendig als inwendig: een andere weg inslaan alsook andere gedachten of gezindheid aannemen:
Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den Heere zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.
.
.
De bekering is een antwoord op Gods werk aan het hart en geweten van een mens. Door middel van woorden (van christenen, uit de Bijbel), ontmoetingen, gebeurtenissen of omstandigheden spreekt God de mens aan. Evangelisten en andere christenen brengen de boodschap van de verlossing door Christus, gepaard met de oproep tot bekering en geloof.
.
Bekeren is iets dat wijzelf moeten doen. God werkt, doch de mens moet ook iets doen, hij moet zich bekeren. Wij kunnen ons er niet aan onttrekken met te zeggen: ‘God bekeert mij (nog) niet’. We moeten niet op God wachten voor onze bekering. Integendeel, God wacht op ons tot wij ons bekeren. God geeft tijd en na onze bekering vergeeft hij. De menselijke en goddelijke werkzaamheden komen in de volgende verzen naar voren:
Opb 2:21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.
Jer 36:3 Misschien zullen die van het huis van Juda luisteren naar al het onheil dat Ik hun denk aan te doen, zodat zij zich bekeren, ieder van zijn slechte weg en Ik hun ongerechtigheid en hun zonden zal vergeven.
Mt 13:15 … zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen.
.
Het gevolg van Godswege voor de bekeerling is de ondervinding van Gods ontferming, de vergeving en uitwissing van zonden, de gave van van Heilige Geest en een eeuwig hemels erfdeel.
Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot de HEER, zo zal Hij Zich over hem ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldig.
Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer
Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.
God wil iedere berouwvolle bekeerling vergeving van zonden schenken, zodat de gemeenschap met Hem weer wordt hersteld en de mens opnieuw, door de Heilige Geest, in staat is Hem van harte te dienen.
.
.
Op de bekering hoort de doop te volgen.
Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.
.
.
Bekering leidt tot een verandering in denken, willen, voelen en gedrag. De nieuwe levenswijze vloeit deels op ‘natuurlijke’ wijze voort uit de nieuwe natuur die de gelovige door de wedergeboorte ontvangt en uit het ver-nieuwende werk van God. Zo moet de bekeerling gevolg geven aan zijn bekering en zich gedragen de bekering waardig. Bekering moet door gehoorzaamheid aan God leiden tot een andere levensstijl.
Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.
Mt 3:8 Brengt dan vrucht voort, de bekering waardig;
Tit 2:11 -14 Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen
en onderwijst ons, dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw,
in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede werken.1Th 1:8-10 Want van u uit heeft het woord van de Heer weerklonken, niet alleen in Macedonië en in Achaje, maar in elke plaats is uw geloof jegens God uitgegaan, zodat wij daarvan niets hoeven te zeggen; want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.
Miljoenen hebben, door Gods Geest en door Zijn woord bewerkt, de wondere uitwerking van deze verandering ervaren en gaan als gelukkige mensen door het leven, zij het niet zonder struikeling of strijd. Met de jongste zoon uit de gelijkenis van Luk. 15 delen zij in de vreugde “verzoend te zijn met God” en een plaats te hebben in het huis des Vaders.
.
Voor God is de bekering van een mens een grote, vreugdevolle verandering, zoals de Heer Jezus duidelijk maakt in de gelijkenis van de verloren zoon:
Lu 15:24 want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn.
.
De bekering tot God, met het geloof in Jezus Christus, is nodig voor de joden en voor de andere volken, dus voor alle mensen en is nog noodzakelijk voor ieder mens, of hij religieus is of niet. Immers, er is niemand die wegens zijn zonde van nature voor God kan bestaan. Zoals Gods gezant Paulus zegt:
Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde.
Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damascus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.
.
Bekering dient samen te gaan met geloof in Jezus Christus. Bekering + geloof = behoudenis. Deze behoudenis omvat werkelijk veel heil en zegen. In onderstaande tabel worden bekering en geloof naast elkaar geplaatst en nader verduidelijkt:
.
| Bekering | + geloof | = behoudenis |
| Erkennen tegenover God dat het niet goed zit met je, dat je gezondigd hebt.
Je afkeren en bereid zijn je af te keren van wat slecht is en je keren tot God. Willen breken met verkeerde gewoonten. Bekering betekent dat je een ander, een nieuw leven wilt gaan leiden met God. Bekering is afslaan van een weg zonder God, invoegen op een weg met God. |
Je vertrouwen vestigen op Jezus. Je waagt het met Hem.
God op zijn Woord nemen. Geloven dat God ook jou wil redden van je zonden en daarvoor Zijn Zoon heeft gegeven. Een aanbod, een geschenk aannemen uit de handen van God. Jezelf aan God overgeven. Rusten in een werk dat volbracht is. “Dank u wel” zeggen tegen God” voor het werk dat Jezus aan het kruis heeft volbracht. |
Niet verloren gaan.
Niet in het oordeel van God komen. Vergeving van zonden. Uitwissing van zonden. Kind van God geworden. Een nieuwe schepping. Een eeuwig erfdeel in de hemel. Gemeenschap en omgang met God. |
De oproep tot bekering klinkt in het Nieuwe Testament al vóór het verlossingswerk dat Jezus Christus aan het kruis volbracht. Het was een onderdeel van de verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk van God. Het goede nieuws (‘evangelie’) dat het Koninkrijk van God nabij was gekomen werd verkondigd door Johannes de Doper en daarna door Jezus Christus.
De bekering moest niet zonder gevolg zijn, maar tot een blijvende verandering ten goede leiden: vrucht dragen, goede woorden en daden voortbrengen. Johannes de Doper zei:
Mt 3:8 Brengt dan vrucht voort, de bekering waardig;
De oproep tot bekering ging gepaard met de oproep om te geloven in het goede nieuws (evangelie) van het Koninkrijk:
Mr 1:14-15 Maar nadat Johannes was overgeleverd, kwam Jezus naar Galilea en predikte het evangelie van het koninkrijk van God en zei: De tijd is vervuld en het koninkrijk van God is nabij gekomen; bekeert u en gelooft in het evangelie.
De Koning werd echter verworpen en gekruisigd. Doch God maakte hiervan een verlossingswerk. Aan het kruis droeg Jezus onze zonden en onderging de straf over onze zonden. Wie zich bekeert tot God en in Zijn Zoon Jezus gelooft, wordt overgebracht in het koninkrijk van de Zoon.
Col 1:12-14 terwijl u de Vader dankt, die u bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan het erfdeel van de heiligen in het licht; die ons gered heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde, in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.
Door de bekering komt men op een ander terrein, het terrein van het Koninkrijk van God.
.
Pasteltekening van John Astria
De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.
Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft.
Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.
-zijn doel met deze wereld
-de toekomst van Israël en de wereld
-het mysterie van het goede en het kwade
-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade
-de toekomstige natuurrampen en oorlogen
-de wederkomst van de Messias
-de dag des oordeel
-het uitzicht in de hemel en zijn troon
-de nieuwe hemel en de nieuwe aarde
De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.
.
.
.
.De Bijbelse geschiedenis is de geschiedenis die ons in de Bijbel wordt verteld. Zij is de openbaringsgeschiedenis, de geschiedenis van de zelfopenbaring van de drie-enige God. Hoewel zij uit vele geschiedenissen bestaat, is zij toch één, omdat deze allen samen verbonden zijn door het éne openbaringsdoel dat zij beogen.
Synoniemen zijn: “gewijde geschiedenis”, “heilige geschiedenis”.
De grondslag van de Bijbelse Geschiedenis en van alle geschiedenissen vormt wat in Genesis 1-3 wordt verteld:
– De schepping van alle dingen en van de mens door God;
– De val van de mens, waardoor alle zonde en lijden in deze wereld wordt verklaard;
– De belofte van de verlossing, waarmee de geschiedenis aanvangt van Gods barmhartigheid en genade, die de hoofdinhoud vormt van heel de Bijbelse Geschiedenis. Dat bereikt haar hoogtepunt in het kruis en de kroon van de beloofde en gekomen Verlosser, Jezus Christus, Gods Zoon, onze Heere.
Alleen in deze belofte moet het beginsel van de indeling van de Bijbelse Geschiedenis worden gezocht. Want het is de belofte, die zich in de gang van de heilige historie ontplooit en door de profetie wordt verhelderd. Heel de geschiedenis werkt naar, en loopt uit op de komst van de beloofde Messias, waarmee het Oude Testament besluit en het Nieuwe Testament begint. Daaruit volgt dat de Bijbelse Geschiedenis in twee hoofddelen uiteen valt:
I De Bijbelse geschiedenis van het Oude Testament, of de tijd der belofte;
II De Bijbelse geschiedenis van het Nieuwe Testament, of de tijd der vervulling.
Men kan de hoofdtijdperken van de Bijbelse geschiedenis op 2 manieren berekenen: vanaf de schepping van de mens en tot de geboorte van Christus tot de huidige de jaartelling.
.
.
| Jaar van de mens (Anno Homini) |
Vóór / na Christus | Duur | Periode |
| 0-1650 A.H. | 3974-2324 v.C. | 1650 jaren | Van de schepping tot de zondvloed |
| 1651-2000 A.H. | 2324 -1974 v.C. | 350 jaren | Na Zondvloed tot geboorte Abram |
| 2001-2500 A.H. | 1974 -1474 v.C. | 500 jaren | Van Abrams geboorte tot de Uittocht |
| 2501-2980 A.H. | 1473/4 – 993/4 v.C. | 480 jaren | Van Wetgeving tot 4e jaar van Salomo |
| 2981-3366/7 A.H. | 993/4 – 607 v.C. | 390-3 à 4 j = 387/7 jaren | Van Tempelbouw tot Ballingschap |
| 3467-3437 A.H. | 607 – 537 v.C. | 70 jaren | Van begin Ballingschap tot terugkeer Juda |
| 3437-3517 A.H. | 537 – 457 v.C. | 80 jaren | Vanaf bouw 2e Tempel tot komst Ezra |
| 3517-4000 A.H. | 457 v.C. – 26 na Chr. | 483 jaren | Van Ezra tot Johannes de Doper (Dan. 9:25) |
| 4000 jaren | Totaal | ||
| 4000-4070 A.H. | 27-97 na Chr. | 70 jaren | Van Johannes de Doper tot Openbaring van Joh. |
| 4070 jaren | Totaal |
A.H. = Anno Homini = in het jaar van de mens (na de schepping van de mens).
.
.De evolutionisten beweren via de koolstofmethode dat de aarde miljarden jaren oud is. Het is een methode die succesvol gebruikt wordt om de ouderdom te bepalen van overleden dieren, mensen en planten. Tijdens de zondvloed hebben op de aarde echter zo een gigantische krachten alles vernietigd, dat de wetten van de fysica en scheikunde niet van toepassing waren.
De tussenkomst van God was tijdens de zondvloed enorm groots en angstwekkend. Aangezien de Bijbel het Woord van God is, en God liegt nooit, moeten bovenaardse natuurwetten de aarde op een korte tijd verzwolgen hebben. Daardoor lijken de gevonden fossielen veel ouder dan ze werkelijk zijn.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.


.
.
.


De Bijbel zegt in Hebreeën 10:23 dat we moeten blijven vasthouden aan wat God ons heeft beloofd! Er staat zelfs: Omdat God zich aan Zijn woord houdt, zullen wij krijgen wat wij van Hem verwachten! God heeft geen reden om dit in de Bijbel te vermelden, tenzij de duivel, die ons gelóóf wil wegnemen! In Johannes 10: 10 staat dat de duivel gekomen is om te stelen. Helaas zijn er veel mensen die Gods plan een sprookje vinden en ridiculiseren.
Waarom is het belangrijk dat wij vasthouden in wat wij hopen, in wat wij geloven en in wat wij belijden? Toen Petrus over het water liep, ging het pas mis toen hij angst kreeg. Hij begon te twijfelen! Hij hield niet vast aan het woord wat Jezus gesproken had! Jezus zei: Kóm! Dat zei Hij niet om Petrus vervolgens te laten verdrinken. Hetzelfde geldt voor de storm op het meer. Jezus had gezegd dat ze naar de overkant zouden gaan! Ze hielden zich niet vast aan deze belofte, maakte Jezus wakker en zeiden: Here, help ons, wij vergaan! En Jezus werd wakker en zei: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen?

Gelaat vh goede
Pasteltekening van John Astria
De Bijbel zegt in Lucas 1:37 dat geen woord wat van God komt krachteloos zal wezen! Wij hebben geen enkele reden om te twijfelen aan het woord en de beloften van God! Aan de hand van een voorbeeld over tijd en ruimte, van Albert Einstein, kunnen we de grootheid van God en ons beperkt verstand begrijpen.
Stel je voor dat ik in een ruimteschip zou gaan en zou vliegen met de snelheid van het licht. Duizenden kilometers per seconde! Stel dat ik 25 jaar lang zou vliegen en weg zou zijn. Dan zou ik 75 jaar zijn in onze aardse tijd, want ik ben nu 50 jaar. 50 plus 25 is 75!
Qua tijd in de ruimte en in combinatie met de lichtsnelheid, zou ik al duizenden duizenden en duizenden jaren onderweg zijn! Iedereen die ik ken zou al gestorven zijn, Iedere stad waar ik ooit gesproken had, zou waarschijnlijk niet meer bestaan. Alles, maar dan ook alles zou anders zijn! Dat kunnen wij met ons verstand niet bevatten.
Hetzelfde geld voor hoe God werkt, hoe hij alles onder controle kan hebben, hoe Hij onze gebeden hoort en overal tegelijk kan zijn etc. En zo kunnen we honderden, misschien wel duizenden vragen hebben. Eeuwigheid is heel bijzonder en voor ons ook niet te vatten! De hoogste berg ter wereld gerekend vanaf de voet op de zeebodem is Mount Kenau op Hawaï. Deze meet vanaf de zeebodem 10.200 meter, waarvan 4250 meter boven zeeniveau. De hoogste berg op het land is de Mount Everest met een hoogte van 8850 meter.
Stel je voor dat er één keer per jaar een vogeltje naar de top van één van deze bergen zou vliegen en met zijn snaveltje één keer heen en weer zou krassen op de berg. Stel dat dit vogeltje dit ieder jaar zou doen, totdat de berg helemaal weg gekrast zou zijn! Dan zou er nog geen één minuut voorbij zijn wat betreft de eeuwigheid.

gelaat van het kwade
Pasteltekening van John Astria
In 2 Petrus 3 vers 8 zegt de bijbel dat voor God één dag als 1000 jaar is en 1000 jaar als één dag! Een periode van 24 uur is dus voor God als 1000 jaar. God opereert in een hele andere tijdsdimensie dan wij. Stel je eens voor dat wij iets bidden. Het maakt niet uit wat, maar we vragen God of Hij iets voor ons wil doen. Ik ga de gemeente uit vol van geloof, want de Bijbel zegt, gelooft dat gij het hebt ontvangen en het zal geschieden. Halleluja! Maar na twee weken is het gebed nog steeds niet verhoord en gaan we twijfelen en zeggen we: Ik begrijp niet waarom mijn gebed niet verhoord is, ik had zo’n groot geloof, ach, het zal waarschijnlijk toch nooit gebeuren, God zal wel een ander plan hebben enz.
Dit zeggen we dus in een tijdsbestek van drie weken. Dat is niet onrealistisch, want een mens wordt nu eenmaal snel ongeduldig. Nu gaan we dit zelfde verhaal door God zijn ogen bekijken. Wat God hoort is namelijk het volgende: ‘Heer wilt u mij voorzien? Ik begrijp niet waarom God niet voorziet. Ach, Hij zal wel een ander plan hebben’. Dát is wat God hoort, want als voor God 1000 jaar als één dag is, dan is drie weken voor Hem als een seconde!
Daarom moeten we vasthouden aan ons geloof! Twijfel niet, want Matteüs 19:26 zegt dat wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God! Voor God is niets onmogelijk!

geloof
Pasteltekening van John Astria


.
.
.
.

