Tagarchief: Jezus

Boodschap aan John Leary over de antichrist

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Boodschappen van jezus aan John Leray

 

 

 

 

 

27/8/2004

 

Jezus : Mijn volk, jullie regering heeft verschillende ondergrondse steden en spelonken om legers te huisvesten en sommigen te beschermen in geval van een dramatisch probleem op het oppervlak van de aarde. Ze zijn voorbereid voor een grote biologische aanval, een nucleaire aanval, een asteroïde of komeet of een grote vulkaanuitbarsting.

Sommigen hebben ook toevluchtsoorden voorbereid met wat voedsel en water voor degenen die daar gebracht worden door hun engelen. Het neemt veel planning en financiën in beslag om deze ondergrondse projecten te sponsoren. Zij weten dat er iets komend is dat ze de mensen niet zeggen.

Er zullen sommige catastrofale gebeurtenissen zich voordoen voordat de Antichrist zichzelf aankondigt. Wees dus geestelijk en lichamelijk voorbereid met jullie rugzakken zodat jullie naar Mijn toevluchtsoorden kunt komen voor bescherming voor welke gebeurtenissen ook zullen gebeuren.

 

 

 

29/8/2004

 

Jezus : Mijn volk, Ik toon jullie deze sportstadiums omdat dit is waar de Antichrist zijn speeches zal geven en op tv zal te zien zijn over de hele wereld. De zwarte trappen die naar de top reiken is een indicatie van de machtspositie van de Antichrist en hoe hij aan de macht komt. Ik heb jullie gezegd dat zijn heerschappij kort zal zijn en kijk niet naar zijn gezicht omdat hij demonische macht heeft om je geest te beïnvloeden om hem te aanbidden.

Als jullie letten op Mijn tekenen van hongersnood op wereldvlak, een schisma in de Kerk, en gedwongen chips in het lichaam, zullen jullie Mij aanroepen om jullie beschermengelen jullie te laten leiden naar Mijn toevluchtsoorden van bescherming.  In de toevluchtsoorden zal Mijn engel jullie beschermen tegen de demonen en goddelozen die proberen jullie te doden. Vertrouw op Mijn genade en kracht zodat jullie niet in jullie huizen zijn als de goddelozen jullie zoeken.

 

 

De antichrist of de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

30/8/2004

 

Jezus : Mijn volk, deze boodschap gaat over het wegnemen van televisies en computermonitoren zoals ik al eerder gezegd heb, maar dit is een ernstige boodschap want de tijd voor de beproeving komt naderbij. Ik heb jullie reeds vroeger gewaarschuwd na de Waarschuwing deze schermen weg te halen zodat jullie niet beïnvloedt of gecontroleert worden door de Antichrist.

Hij zal demonische krachten hebben om jullie geest te beïnvloeden door te kijken naar zijn ogen en hij zal proberen te zorgen dat jullie hem aanbidden. Hij zal de technische bekwaamheid hebben om subliminale boodschappen op deze schermen te zetten om jullie onderbewustzijn te treffen.

Ik zeg jullie als jullie iemand zien die beweert Mij te zijn voor de Waarschuwing doe dan eerder de schermen weg uit jullie huizen. Als jullie boosaardige dingen op de radio horen doe dan ook jullie radio’s weg. Wanneer jullie afbeeldingen of citaten van de Antichrist in jullie nieuwsbladen zien, doe ze dan weg en stop met het nemen van nieuwsbladen.

Tegen de tijd zul je alle vormen van communicatie moeten stoppen : telefoons, TV’s, nieuwsbladen en alle andere vormen van communicatie. Dan zal het ongeveer de tijd zijn dat jullie naar Mijn toevluchtsoorden gaan omdat jullie een zware tijd zullen hebben om te weten wat er in de wereld omgaat om jullie te waarschuwen.

Dit zal een moeilijke tijd zijn om deze dingen weg te doen omdat ze een deel van jullie leven uitmaken, maar Mijn oproepen zijn er om jullie ziel te beschermen van de invloed van het beest van Openbaring. Wees niet bang voor de boze omdat jullie een beroep kunnen doen op Mij en Mijn engelen om jullie te beschermen. Vertrouw niet op jullie eigen bescherming, maar doe een beroep op Mijn macht omdat jullie zullen te maken hebben met machten van boosaardige engelen.

Wij zullen de strijd voor jullie voeren als jullie maar onze hulp inroepen. Vertrouw op Mij want Ik zal deze korte heerschappij van de Antichrist overwinnen. Degenen die sterk zijn en op Mijn waarschuwingen letten zullen gered worden, maar degenen die lui zijn en de Antichrist volgen kunnen voor altijd verloren zijn.

 

 

 

1/9/2004

 

Jezus : Mijn volk, Ik heb jullie gezegd dat sommigen gevangen genomen zullen worden, gemarteld en gedood voor hun geloof in Mij. Als jullie de tijd van beproeving naderen zal het gevaarlijk worden niet naar de toevluchtsoorden te gaan als de gegeven tekenen zich voordoen.

Degenen die nog in hun huizen gevonden worden zullen naar detentiekampen gebracht worden omwille van het niet aanvaarden van het merkteken van het beest en het niet aanbidden van het beest. Sommigen zullen gedood worden als voorbeeld zodat de goddelozen hen kunnen schrik aanjagen. Degenen die gevangen genomen werden zouden kunnen gemarteld worden met alle soorten tuigen om zoveel mogelijk lijden te veroorzaken.

Zij zullen degenen vervoegen die in God geloven, degenen die chips in het lichaam weigeren, en degenen die jullie land verdedigen tegen de Nieuwe Wereldorde. Geloof en vertrouw op Mij en Ik zal jullie beschermen tegen de goddelozen. Ik zal alle kwaad uitroeien en de aarde vernieuwen voor Mijn Tijdperk van Vrede.

 

 

Vernietiging van de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Matthew, Mattheüs 8 (Part 3) :23-27 – Jesus calms the storm / Jezus kalmeert de storm

Standaard

Category, categorie:  The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 8 (Part 3) :23-27 – Jesus calms the storm

.

Mattheüs 8 (Deel3) : 23-27 – Jezus kalmeert de storm

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

Dringende oproep van Jezus aan de wereld

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Vrede zij jullie, mijn kinderen.

Ik ben de onuitputtelijke bron van barmhartigheid en vergeving, kom je bij me tevreden stellen, want allen die me zoeken met een oprecht hart, luister ik naar en niemand zal teleurgesteld worden. O welke pijn voel ik omdat vele van mijn kinderen me in de steek laten. Ik verzucht van liefde voor jullie, maar er zijn maar weinigen die me komen opzoeken; mijn hart scheurt van pijn en tranen vloeien uit mijn ogen als ik zoveel ondankbaar zie en het mij verlaten van degenen die zeggen dat ze bij mijn kudde horen.

Wanneer ik niet meer met jullie zal zijn in mijn tabernakels zullen jullie beseffen dat jullie een Vader, een Broer, een Vriend, een Raadsman, een Bemiddelaar, een Gids en een Geneesheer ontvlucht zijn en jullie zullen een grote droefheid voelen en jullie zullen tranen huilen van mijn vertrek. Er zijn van die dagen waar ik in veel van mijn huizen een complete eenzaamheid lijd, zelfs geen een ziel die me opzoekt.

Waarom gedragen jullie je zo tegenover mij? Zien jullie niet dat ik verzucht van liefde voor jullie? Waar zijn mijn getuigen, mijn leerlingen van deze laatste tijden? De dagen komen naderbij waar ik opnieuw zal overgeleverd worden in handen van goddelozen, die mijn huizen zullen toeëigenen en mij vervloeken en velen onder jullie zullen door angst en lafheid me ook verloochenen.

Wanneer de dagen van de grote gruwel aanbreken zullen velen me de rug toekeren en aan mijn gevangennemers zeggen uit schrik : wij zijn nooit zijn leerlingen geweest en wij kennen hem niet; ze zullen vluchten en me opnieuw alleen laten. Mijn lijden komt opnieuw naderbij en ik zal nog eens overgeleverd worden in de handen van criminelen die mijn Goddelijkheid vervloeken, op mij spugen, mij vertrappen en me mijn beproeving doen herleven.

De droefheid neemt bezit van mij door de komst van die dagen; kom en vergezel mij, laat me niet alleen; waak en bid met mij al is het enkel een ogenblik, want het is een trage lijdensweg en de eenzaamheid neemt bezit van mij. Degenen die gekomen zijn om me te beledigen zijn al in de buurt, aan hun vruchten kun je ze herkennen. Hier in de stilte van elk tabernakel ben ik verdrietig en uitgehongerd, ik wacht op jullie mijn kinderen; wijk niet ver van mijn huizen; ga binnen en praat met mij. Kom me troosten, want mijn pijn is groot bij het zien van zoveel ondankbaarheid en jullie vergetelheid.

Ik houd zoveel van jullie mijn kleintjes, jullie weten niet hoezeer je me plezier doet als je me komt bezoeken; kijk, ik ben de oplossing van al jullie problemen, zoek niet naar antwoorden of oplossingen ergens anders, want enkel ik kan jullie helpen. Enkel ik ben voedsel, vrede en troost. Kom het uitproberen en ik verzeker jullie dat jullie niet teleurgesteld zullen zijn. Ik ben de schat die jullie zoeken, ik wacht op jullie om me mijn eeuwig leven te geven.

Jullie Jezus Heilig Sacrament. De veelgeliefde die niet Geliefd is.

Quo vadis, Domine ? Waar ga je heen Heer?

Breng mijn boodschappen naar de hele mensheid.

 

 

De mens in geloof

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Wat betekent het kruis?

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

Het kruis. Gekoesterd door ontelbare mensen. Vereerd op uiteenlopende plaatsen. Misbruikt ook. Verworpen. En dat eeuwen achtereen. Wat is dat voor een teken, dat zo tot de verbeelding spreekt, maar ook zoveel weerstand oproept?

 

 

Het Ware Geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Blijkbaar heeft het kruis zijn eigen aantrekkingskracht. Sporters slaan een kruis als ze gescoord hebben. Meisjes hangen een kruisje aan een ketting om hun hals, en sommige jongens ook. Popartiesten gebruiken het kruis in videoclips. Kruisen worden geplaatst op torenspitsen van kerken, op graven, langs wegen en boven deuren. Je ziet ze op vlaggen en wapenschilden. Het kruis doet het goed als beeldmerk van het christendom.

Wie een galg, een strop, een vuurpeleton of een elektrische stoel als beeldmerk draagt, wordt voor gek versleten. Het kruis als beeldmerk was namelijk een wreed executiemiddel waaraan misdadigers opgehangen werden. Geen weldenkend mens zou in onze tijd zo’n martelwerktuig als symbool voeren.

Maar ook vroeger riep het kruis als teken van het christendom veel weerstand op, getuige de eerste berichtgevingen. ‘De Joden ergeren zich eraan en de Grieken vinden het een dwaasheid,’ schreef Paulus al zo’n 55 jaar na Christus.

 

 

Waarom dan toch dat kruis?

 

Omdat het christendom een visie heeft op het leven die rechtstreeks ingaat op de realiteit van lijden en dood. “De laatste vijand is de dood,” zeggen christenen. Het kruis maakt iets duidelijk van de rauwe realiteit van de dood, maar het protesteert daar tegelijkertijd tegen. Het spreekt van de duistere kanten van het bestaan, maar het toont ook aan dat er licht is aan de horizon.

Achter het kruis gaat namelijk een ontzagwekkende geschiedenis schuil, die van het kruis een teken van hoop, herstel en genezing heeft gemaakt. Het gaat om een gebeurtenis uit het begin van onze jaartelling die een revolutie ontketende in de manier waarop mensen naar het leven kijken. Het is deze geschiedenis die van het kruis zo’n vitaal teken maakte.

Wie zich de betekenis ervan eigen maakt, ontdekt dat er ondanks lijden en dood toch een hoopvolle toekomst mogelijk is voor ieder mens afzonderlijk, voor de samenleving als geheel en voor de totale schepping. Dat maakt het kruis tot de wegwijzer naar het hart van het christelijke geloof. Sterker nog: het ís het hart van het christelijke geloof. Het spreekt van de kracht die alles verandert. Iedereen die het leven serieus neemt zou daar meer van moeten weten.

 

 

kruisiging_med

.

.

 

Een uitgekiend martelwerktuig

 

Het kruis is een executiemiddel waaraan Jezus Christus stierf. Toch hebben maar weinigen zich verdiept in de vraag wat een ter dood veroordeelde moest doorstaan tijdens deze gruwelijke marteldood. Zelfs christenen met grote eerbied voor het kruis weten er vaak niet veel van. Enkele artsen hebben zich wel met die vraag beziggehouden. Ze onderzochten welk effect de kruisiging op iemands lichaam heeft.

Hun inzichten kunnen ons helpen om beter te begrijpen wat Jezus doormaakte tijdens die uren aan het kruis.
We willen het kruis bezien in de context van de historische feiten, om ons daarna beter te kunnen inleven in alles wat Jezus onderging en ten slotte te kunnen bepalen wat het kruis ons vandaag de dag te zeggen heeft.

 

.

 

Het onderzoek van artsen

 

De eerste arts die een omschrijving van de kruisiging gaf was Lucas. Hij was een Griek uit het gezelschap van de apostel Paulus, die waarschijnlijk enkele jaren na Jezus’ optreden een van zijn volgelingen werd. Zijn verslag, dat bekend werd als het evangelie van Lucas, kreeg een plaats in de Bijbel.

Lucas deed nauwkeurig onderzoek naar de geschiedenis van Jezus. Hij had intense belangstelling voor mensen en besteedde meer aandacht aan de afzonderlijke personen die met Jezus optrokken dan de andere drie evangelieschrijvers Matteüs, Marcus en Johannes. Hij schreef bijvoorbeeld over de vrouwen in het gezelschap van Jezus en deed als enige verslag van het gesprek tussen Jezus en de twee misdadigers tijdens hun kruisiging.

Over het lichamelijk lijden van Jezus geeft Lucas echter nauwelijks meer informatie dan de andere evangelieschrijvers. Ze beschrijven alle vier de rechtspraak tot in detail, noteren de tijd en plaats van elke handeling gedurende die dag en noemen alle betrokkenen bij naam, maar de kruisiging zelf geven ze maar mondjesmaat weer.

Ook Lucas houdt het kort en bondig: ‘Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links…’ Het lijkt erop dat ze er vanuit gingen dat de lezers wel wisten hoe het eraan toeging tijdens de kruisiging. Deze martelpraktijk was in die dagen dan ook overal in het Romeinse rijk bekend. Bij iedere stad stonden wel een aantal kruisen langs de weg opgesteld.

Later verdween deze gewoonte. Nadat Constantijn de Grote (de eerste christelijke keizer) in het jaar 337 het kruisigen verbood, werd het kruis op den duur alleen nog maar met Jezus geassocieerd. In de vroege Middeleeuwen werd van Jezus aan het kruis een fraaie, gestileerde vertoning gemaakt, gericht op het aanmoedigen van verheven gedachten. Pas in latere eeuwen kregen mensen meer belangstelling voor de lugubere details van het lichamelijk lijden aan het kruis.

Renaissance-kunstenaars als Matthias Grünewald, Albrecht Dürer en Rembrandt van Rijn probeerden Jezus’ kruisdood zo realistisch mogelijk weer te geven en componisten als Monteverdi en Bach zochten een toon die bij het lijden van Christus paste. In de daarop volgende eeuwen, toen zowel het historisch onderzoek als de medische oorzaken van lijden en sterven steeds meer in de belangstelling kwamen, werd met nieuwe aandacht naar de kruisiging gekeken. Diverse artsen vroegen zich af wat er met iemands lichaam aan het kruis gebeurde en wat de precieze doodsoorzaak van Jezus zou kunnen zijn.

 

 

wenende Maria aan het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

De kruisigingsmethode

 

Uit historisch onderzoek blijkt dat het kruisigen als executiemethode bijna 1000 jaar als doodstraf in gebruik is geweest. Waarschijnlijk werd het in het Perzische rijk bedacht en door de Griekse keizer Alexander de Grote op zijn veroveringstochten meegenomen naar de landen rondom de Middellandse Zee.

Volgens Romeinse geschiedschrijvers namen de Romeinen het kruisigen over van de Foeniciërs in Carthago (Noord-Afrika). Zij ontwikkelden de techniek tot in de puntjes. Er kwamen allerlei soorten kruisen in omloop, voor allerlei doeleinden. Daarmee werd een maximale pijn bereikt en kon de lengte van de doodsstrijd griezelig precies worden geregeld.

In het algemeen kruisigden de Romeinen uitsluitend misdadigers die niet gerekend werden tot Romeinse burgers. Zij deinsden er echter niet voor terug om ook massa-executies uit te voeren, zoals na de Spartacus-opstand in het jaar 71 voor Christus, waarbij langs de weg naar Rome 6472 opstandige slaven en gladiatoren tegelijk gekruisigd werden.

Het kruis waaraan de veroordeelden werden opgehangen bestond uit een rechtopstaande paal (in het Latijn van de Romeinen ‘stipes’ genoemd), die verankerd in de grond stond. Daarop werd zo’n 30 tot 90 centimeter lager de dwarsbalk (het ‘patibulum’) bevestigd. Deze kruisvorm is bekend geworden als het klassieke kruis en wordt ook wel Latijns kruis genoemd.

Toch maakten de Romeinen in de dagen van Jezus meer gebruik van een T-vormig kruis, waarbij de dwarsbalk bovenop de paal rustte. Sommige onderzoekers geloven dat Jezus aan zo’n T-vormig ‘Tau-kruis’ of ‘crux commissa’ werd opgehangen. Maar het is best mogelijk dat hij aan een vierarmig Latijns kruis (een ‘crux immissa’) stierf, omdat er boven zijn hoofd een flink bord bevestigd werd.

Op dit bord, de ‘titulus’, stond de misdaad vermeld, die door de omstanders gelezen moest kunnen worden (in het geval van Jezus in het Hebreeuws, Grieks en Latijn). Het bord werd meestal door een soldaat voor de veroordeelde uit naar de plaats van terechtstelling gedragen, zodat omstanders onderweg de aanklacht kon lezen. Zelf droeg hij de dwarsbalk van het kruis, waaraan hij met uitgespreide armen vastgebonden was.

De Romeinse soldaten sprongen bepaald niet zachtzinnig met het slachtoffer om. Struikelde hij onderweg, dan kon hij zichzelf niet opvangen en viel hij plat op zijn gezicht. Hij kreeg de balk in zijn nek, waarna hij ernstig gewond gedwongen werd om zijn weg te vervolgen. Op de plaats van executie dreef een soldaat met enkele ferme hamerslagen een vingerdikke vierkante spijker door iedere hand in de dwarsbalk.

Direct daarna trokken de soldaten het slachtoffer aan deze balk tegen de rechtopstaande paal omhoog, eventueel met behulp van touwen en ladders als het om een hoge paal ging. De dwarsbalk werd in een inkeping op de paal getrokken en met spijkers vastgeklonken. Tenslotte werden de voeten van de veroordeelde op elkaar gezet en met één lange spijker aan het hout bevestigd.

Voor de Romeinse soldaten was de kruisiging een routineklus die niet meer dan 10 tot 15 minuten in beslag nam. De doodsstrijd kon echter wel twee dagen duren, lang genoeg om als afschrikwekkend voorbeeld te dienen en voorbijgangers in te prenten wie de baas was in het land.

Om de dood te rekken kregen de gekruisigden ook wel een extra dwarsbalk onder het zitvlak. Hadden de Romeinen echter geen tijd om op die langzame dood te wachten, dan sloegen zij met een ijzeren of bronzen staaf (een ‘crurifragium’, letterlijk benenbreker) de onderbenen van de gekruisigde stuk. Die kon zich dan niet meer opgericht houden, maar zakte in elkaar, bungelend aan een paar spijkers en touwen, zodat hij binnen een kwartier door ademnood en bloedverlies stierf.

De lichamen van de gekruisigden bleven meestal aan het hout hangen totdat roofvogels het vlees van het skelet scheurden en wilde honden de resten die onder het kruis vielen opvraten. Het was waarschijnlijk om die reden dat de plek net buiten Jeruzalem waar Jezus zou hangen ‘Schedelplaats’ werd genoemd.

 

 

220px-TissotRaisingCroos

.

.

 

De geseling vooraf

 

Om het lichamelijk lijden van een gekruisigde en dat van Jezus in het bijzonder beter te begrijpen moeten we niet alleen naar de gevolgen van de kruisiging kijken. We moeten ook iets weten van de toestand waarin een verdachte gebracht werd voordat hij aan het kruis kwam te hangen. Om te beginnen verkeerde de gevangene meestal in grote angst met het vooruitzicht dat hij binnenkort een gruwelijke marteldood zou sterven.

Bij Jezus zien we die angst al optreden voor zijn arrestatie, als hij met zijn leerlingen in de tuin van Getsemane bivakkeert. De arts Lucas maakte hier een opmerkelijke kanttekening en schreef dat Jezus’ zweet die nacht veranderde in bloeddruppels.

In medische publicaties wordt dit bloedige zweet een zeldzaamheid, maar geen onmogelijkheid genoemd, omdat zweet met bloed vermengd wordt als er haarvaten in de zweetklieren breken. Dit kan gebeuren bij intense spanningen, waarna er een sterke verzwakking of zelfs een shock kan optreden. In die toestand werd Jezus door de Joodse autoriteiten gevangengenomen en overgeleverd aan de Romeinen.

Tijdens de vroege ochtenduren werd hij vervolgens in de Romeinse burcht Antonia voor de regeringszetel van de stadhouder Pontius Pilatus geleid om verhoord te worden. Hoewel deze geen schuld vond, gaf hij bevel om Jezus te geselen. Het geselen was een veelgebruikte Romeinse straf. De gevangene werd uitgekleed en met de handen boven zijn hoofd aan een paal vastgebonden.

Twee Romeinse soldaten (‘legionairs’) voerden vervolgens de geseling uit. Zij sloegen de gevangene om beurten met een ‘flagrum’: een Romeinse zweep met een kort handvat en verscheidene leren riemen die vol zaten met knopen, loden kogels, botjes of scherven en die bij het uiteinde aan elkaar waren geknoopt.

Deze gesel werd met volle kracht keer op keer systematisch van boven naar beneden op het naakte lichaam geslagen. Eerst werkte het leer met de scherpe stukken zich door de huid heen. Daarna tastten de slagen het huidweefsel aan, waarbij het bloed begon te druipen. Uiteindelijk lag de rug zo ver open dat ook de onderliggende spieren werden beschadigd en het slachtoffer uitgeput aan de touwen hing, met zijn voeten in een plas bloed.

Pas als de gevangene de dood nabij was werd de geseling op bevel van de hoofdman (de ‘centurio’) gestaakt.
Misschien kreeg Jezus niet meer dan 39 slagen te verduren: de Joodse wet verbood om iemand meer dan 40 slagen te geven. Het is echter de vraag of de Romeinen met deze wet rekening hielden. In ieder geval waren de Romeinse soldaten nog niet tevreden met Jezus’ afstraffing.

Ze gaven hem na de geseling een stok in handen bij wijze van scepter, drukten hem een rode mantel op de bebloede schouders en persten een kroon van takken met vlijmscherpe doorns op zijn hoofd, om een bespottelijke vertoning van hem te maken als koning van de Joden.

 

 

passion-beating-300x186

 

.

.

Met een balk op weg

 

Nadat Pontius Pilatus in het openbaar het definitieve doodvonnis had getekend, werd Jezus de mantel van het lijf gescheurd en kreeg hij zijn eigen kleding terug om niet naakt rond te hoeven lopen. Vervolgens moest hij, zoals gebruikelijk was bij gevangenen die tot het kruis veroordeeld waren, de dwarsbalk van het kruis op zijn gehavende schouders tillen en naar de plaats van executie dragen, net buiten de oostelijke stadspoort van Jeruzalem, zo’n 600 meter verwijderd van de burcht Antonia.

Hij werd begeleid door een executiepeloton dat ook nog twee andere ter dood veroordeelden onder haar hoede had. Vermoedelijk viel Jezus onderweg een of meerdere keren, zodat een willekeurige voorbijganger gedwongen werd de balk van hem over te nemen. Zijn naam, Simon van Cyrene, werd door drie van de vier evangelieschrijvers genoteerd.

 

 

Golgotha

Golgotha

 

 

Na een langzame tocht over een hellend wegdek door de straten van Jeruzalem bereikte Jezus rond tien uur in de ochtend de heuvel buiten de stad die bekend werd met zijn Hebreeuwse naam Golgota, omstuwd door een op sensatie beluste menigte die in bedwang gehouden werd door het legertje Romeinen. Volgens Lucas liepen daar ook een aantal vrouwen tussen, die hem met veel misbaar beklaagden, zoals alleen Oosterse vrouwen dat kunnen doen.

 

 

Van de veroordeling van Pilatus tot op Golgotha

Van de veroordeling van Pilatus tot op Golgotha

 

 

.

Aan het kruis

 

Nu begon de kruisiging. De ter dood veroordeelde werd op zijn rug op de grond gesmeten, zijn schouders werden tegen het hout van de dwarsbalk gedrukt, zijn armen erop uitgespreid. De spijkers werden met een hamer tussen de handwortelbeentjes onderin de hand gedreven, waardoor de polsen ontwricht werden en de zenuwen van de polsen en handen aangetast.

Een vlammende pijn verkrampte de vingers en joeg door de armen naar de hersens. Direct daarop werd het slachtoffer aan de balk omhoog gehesen, waardoor het volle gewicht van zijn lichaam aan de spijkers kwam te hangen. Vervolgens werden zijn knieën gebogen en zijn voeten achterwaarts op elkaar tegen de dragende paal gedrukt. Ook daar werd een spijker doorheen gedreven. Het eenzame gevecht nam een aanvang. De doodsstrijd.

Diverse artsen hebben erop gewezen dat het slachtoffer niet stierf vanwege de spijkers of door bloedverlies. Het was de belasting van het eigen lichaamsgewicht dat hem fataal zou worden. Het lichaam zakte naar beneden, wat een folterende pijn aan handen en polsen veroorzaakte. Om deze pijn te verlichten drukte de gekruisigde zich omhoog, wat mogelijk was door de steun die de spijker in de voeten bood.

Door de verplaatsing van het gewicht ging dat echter met nieuwe pijn gepaard, zodat hij zich weer liet hangen, totdat de pijn opnieuw ondraaglijk werd. Zo drukte hij zich op en neer. Na enige tijd werd het opdrukken bemoeilijkt door kramp in de spieren. Het slachtoffer bleef langer aan de armen hangen, wat een toenemende benauwdheid veroorzaakte. De borstkas werd namelijk wel in de juiste stand gebracht om in te ademen, maar uitademen ging zo hangend een stuk moeilijker.

Na enige tijd moest de gehangene zich omhoog worstelen om tenminste nog een beetje lucht te krijgen. Dit op en neer drukken probeerde hij met tussenpozen te herhalen om maar niet te stikken. Tegelijkertijd schuurde zijn opengereten rug over het hout. Langzaam verzuurden de spieren door de belemmerde bloedcirculatie in de ledematen. Het verlies aan weefselvloeistof bereikte een kritiek niveau, het hart worstelde om dik, traag stromend bloed rond te pompen en iedere teug zuurstof kostte extreme inspanning.

Het einde kwam nu dichterbij. Zweet droop van het lichaam van de gekruisigde, hij kon de kilte van de dood al voelen. Zijn bloeddruk daalde, de kleur trok uit zijn verdroogde lippen weg, zijn hartslag werd onregelmatig, zijn longen liepen vol met vocht en ademhalen ging met gereutel gepaard. We weten uit de bijbel dat Jezus in zijn doodsstrijd nog zeven keer een korte zin uitstootte. Voordat hij in elkaar zakte en stierf riep Hij zijn laatste woorden uit: “Het is volbracht!”

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

.

.

De doodsoorzaak

 

Omdat de Romeinse soldaten niet tot de volgende dag wilden wachten (dat was een Sabbatsdag, een rustdag en ook nog eens een jaarlijkse feestdag waarop de Joden het jaarlijkse Pasen vierden), sloegen zij de benen van de beide misdadigers die samen met Jezus gekruisigd waren stuk, om zo hun dood binnen een kwartier te bewerkstelligen.

Jezus was echter al gestorven. Om zeker van die snelle dood te zijn dreef een van de soldaten zijn speer tussen Jezus’ ribben in de hartstreek. Volgens de apostel Johannes (ooggetuige van deze mensonterende kruisiging van zijn meester) vloeide er water en bloed uit de wond. Misschien verklaart dit de relatief korte doodsstrijd van Jezus.

‘Voor een lijkschouwer is dit een afdoende bewijs dat Jezus niet de gebruikelijke kruisigingsdood door verstikking stierf, maar door een hartstilstand ten gevolge van shock en van vernauwing van het hart door vocht in het hartzakje,’ schreef dr. C. Truman Davis. Lucas maakte in zijn verslag melding van de reactie van de centurio op alles wat hij van Jezus aan het kruis gezien had. Hij zei: “Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!”

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Het kruis: Gods vreemde kracht

 

Jezus werd niet zomaar gekruisigd. Heel zijn optreden wees in de richting dat hij zichzelf vrijwillig uit zou leveren. De Bijbel verklaart zijn kruisdood als volgt: ‘Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.

Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God’ (Filippenzen 2 vers 6-11).

Er vond een ruil plaats aan dat kruis daar op die heuvel 2000 jaar geleden. Jezus stierf in ruil voor de mensheid, zodat mensen recht kunnen staan tegenover God. Paulus schrijft: ‘Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.’

Jezus droeg onze dood, zodat wij in ruil daarvoor zijn leven kunnen ontvangen. Jesaja profeteerde daarover ruim 500 jaar voordat Jezus verscheen en verklaarde dat hij zijn leven offerde voor onze schuld (Jesaja 53 vers 10). Hij schreef: ‘Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.’

Petrus, één van Jezus’ leerlingen die gezien heeft hoe de striemen op Jezus’ rug tot één grote open wond werden geslagen, schrijft in 1 Petrus 3 vers 18 en 2 vers 24: ‘Christus heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om jullie zo bij God te brengen. Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen zijn jullie genezen.’

Het kruis is het ultieme genade-teken, het teken dat God om mensen geeft en alles voor ons over heeft. Het is het symbool van lijden en dood, en ook van de opstanding uit de dood. Christenen erkennen met het kruis de realiteit van hun zonden, maar ook dat die door Jezus Christus gedragen werden, zodat ze hen niet worden toegerekend.

In plaats daarvan wordt hen het leven van Jezus toegerekend. Hij stond op uit de dood om zijn leven te delen met iedereen die gelooft en zijn Geest ontvangt. Dat geloof opent enorme perspectieven. Wie het kruis serieus neemt, ziet het niet langer als een sieraad of een relikwie. Je ontdekt dat het kruis niet alleen een sprekend symbool is, maar ook een teken dat werkt.

Er gaat kracht vanuit. Gods kracht. Het kruis pakt de doodlopende wegen in ons leven aan, het wijst ons op een betere weg en maakt die ook mogelijk. Het kruis is daarom een teken van hoop voor de toekomst, zo oud als het is. Sterker nog, het is de enige garantie voor een hoopvolle toekomst. Het kruis staat middenin de wereld, zonder dat het aan slijtage onderhevig is. Het verandert ons. Het verbindt ons. Het plaatst ons middenin de wereld met een gemeenschappelijke hoop op eeuwig leven, waarvan de kwaliteit nu al steeds sterker in ons leven doordringt.

 

 

whiteholycross-1

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Matthew, Mattheüs 8 (Part 2) :18-22 – The kost of following Jesus / De kost van het volgen van Jezus

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 8 (Part 2) : 18-22 – The cost of following Jesus

.

Mattheüs 8 (deel 2) : 18-22 – De kost van het volgen van Jezus

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

Het bestaan van de hel.

Standaard

categorie : religie

.

.

De Hel volgens het Oude Testament

.

Het is interessant om te ontdekken dat er meer Bijbelverzen gewijd zijn aan de Hel dan aan de Hemel. Hier zijn een paar verzen uit het Oude Testament die over de Hel gaan

.

Daniël 12:2 : “Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.” De Hel wordt hier als eeuwig beschreven.

Jesaja 66:24 : “Bij het verlaten van de stad zien ze de lijken van hen die tegen mij in opstand kwamen: de worm die aan hen knaagt zal niet sterven, en het vuur waarin ze branden zal niet doven; ze worden verafschuwd door alles wat leeft.” In dit geschrift wordt de hel beschreven als een plaats waar het vuur niet zal worden gedoofd.

Deuteronomium 32:22 schildert de hel af als een plaats waar God zijn toorn zal uitgieten, “Als het vuur van mijn toorn is ontstoken zal het branden tot in het diepste dodenrijk; het zal de aarde verschroeien en alles wat daar groeit, het zal de grondvesten van de bergen verteren.”

Psalmen 55:16 illustreert de hel als het rijk van de zondaars: “Laat de dood hen onverhoeds treffen, laat hen levend neerdalen in het dodenrijk, want bij hen huist het kwaad, het heerst in hun hart.”

.

.

eeuwig in het paradijs of eeuwig in de hel

Pasteltekening van John Astria

.

De Hel volgens het Nieuwe Testament

.

Bestaat de Hel? Als de duidelijke taal van het Oude Testament nog niet genoeg is, dan heeft ook het Nieuwe Testament hier genoeg over te zeggen.

.

2 Tessalonicenzen 1:9 : “Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.”

Openbaring 14:11 leert ons wanneer over de antichrist gesproken wordt : “De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.’

De hel is een meer van brandend vuur, zoals in Openbaring 20:14-15 wordt beschreven : “Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”

.

De Hel volgens Jezus

.

Sommigen van hen die beargumenteren dat de hel niet bestaat doen dit op basis van hun geloof dat Jezus liefde, vrede, en vergeving predikte en dat Hij ons niet onderwees over een eeuwige plaats van vurige afstraffingen voor ongelovigen. Maar het tegenovergestelde is juist waar. Jezus onderwees meer over de hel dan wie dan ook in Gods Woord. Jezus beschreef de hel als een plaats van

  • eeuwig vuur (Matteüs 25:41)
  • eeuwige bestraffing (Matteüs 25:46)
  • een plaats van kwelling, vlammen, en lijden (Lucas 16:23-24)

Jezus onderwees tijdens Zijn leven vele malen specifiek over de hel (Matteüs 5:22, 29-30; 10:28; 18:9; 23:15,33; Marcus 9:43-47; Lucas 12:6; 16:23).

.

.

Het einde van de draak (666) door het kruis

Pasteltekening van John Astria

.

Hoe Kan een Eeuwigheid in de Hel Rechtvaardig Zijn?

.

Hoe kan de hel rechtvaardig zijn? Waarom zou een liefhebbende God een persoon eeuwig straffen, als zijn zonde slechts over een periode van 70-80 jaar plaatsvond? Het antwoord is dat uiteindelijk alle zonden tegen God zijn gekeerd. God is oneindig (Psalmen 51:4). Omdat God een eeuwig en oneindig Wezen is, is dus alle zonde een oneindige bestraffing waard.

God houdt van ons (Johannes 3:16) en hij wil dat alle mensen gered worden (2 Petrus 3:9). Maar God is ook rechtvaardig en oprecht. Hij zal niet toestaan dat zonde onbestraft wordt gelaten. Dit is de reden dat God Jezus stuurde om de prijs voor onze zonden te betalen. De dood van Jezus Christus was een eeuwige dood, die onze schuld afbetaalde die werd veroorzaakt door onze oneindige zonde.

Daardoor moeten wij niet tot in de eeuwigheid in de Hel boeten voor onze zonden(2 Korintiërs 5:21). Het enige dat wij hoeven te doen is ons vertrouwen in Hem te stellen. Onze zonden zijn daarmee vergeven en ons wordt daarvoor een eeuwig thuis in de hemel beloofd. God hield zo veel van ons dat hij voorzag in onze verlossing. Als we Zijn geschenk van eeuwig leven door de Heer Jezus Christus afwijzen, dan zullen we de eeuwige gevolgen van die beslissing onder ogen moeten zien, een eeuwigheid in een brandende hel.

.

Wat gebeurt er in de hel?

.

Wat er in de hel gebeurt is precies het tegenovergestelde van wat er in de hemel gebeurt.

.

Jezus vertelde uitvoerig over de hel en gaf ons vele afschilderingen van wat er in de hel gebeurt. De termen die Jezus gebruikt stellen dat de hel een plaats van foltering zal zijn met een “vuuroven waar zullen ze jammeren en knarsetanden” (Matteüs 13:42). Jezus zegt ook dat de hel een plaats is “waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft” (Marcus 9:43).

In Lucas 16:19-31 beschrijft Jezus een rijke man die lazarus, geheel met zweren bedekt, niet wilde bijstaan. andere mensen niet wilde bijstaan. De rijke man stierf en ging naar de hel waar hij enorm leed door de vlammen en hij had onophoudelijk dorst. De arme man Lazarus stierf eveneens en werd “weggedragen om aan Abrahams hart te rusten”. De rijke man smeekte Lazarus om hem wat water te geven om zijn dorst te lessen, maar het was niemand toegestaan om de kloof tussen de hemel en hel te overbruggen.

Ander afbeeldingen van de hel zijn onder andere:

  • Van God afgescheiden (2 Tessalonicenzen 1:9) : dit is het tegenovergestelde van de hemel. Mensen die gered zijn zullen voor eeuwig genieten van de aanwezigheid van God (Romeinen 6:23).
  • Eeuwige bestraffing (Matteüs 25:46) : de hemel zal eeuwige vreugde in de aanwezigheid van de Heer zijn (Psalm 16:11).
  • Een plaats voor geesten of zielen (1 Petrus 3:19, 2 Petrus 2:4) die onophoudelijk worden gepijnigd (Openbaring 20:10, 14-15).
  • Een verwoesting zonder einde (2 Tessalonicenzen 1:9) : In de hemel zullen geen pijn, geen foltering, geen kwaad en geen onplezierige zaken bestaan (Openbaring 21:4-5).

.

Wat in de hel gebeurt is een volkomen foltering, eeuwig en zonder onderbreking. Een lijden dat niet vergeleken kan en mag worden met welk lijden hier op aarde dan ook. In Jezus Christus is ons een keuze aangeboden (Johannes 3:15-16). Wat er in de hel gebeurt wordt bepaald door de keuze die we in dit leven maken. Voor wie of wat zul jij kiezen?

.

.

De ware- en de valse Drievuldigheid

Pasteltekening van John Astria

.

Wie zal er naar de hel gaan?

.

Dit is een vraag die heimelijk in de gedachten van veel mensen sluimert, ook al zullen sommigen van hen dat nooit toegeven. Aan de buitenkant maken veel mensen het idee van de hel belachelijk, maar aan de binnenkant twijfelt men aan het niet bestaan ervan. Als er echt een hel als werkelijke plaats, dan moet ook de volgende vraag gesteld worden: “Wie zal er naar de hel gaan?”

De hel is een plaats van leed en foltering. Deze waarheid wordt door het Oude en Nieuwe Testament van de Bijbel heen duidelijk gemaakt. “De banden van het dodenrijk omklemden mij” (Psalm 18:6). “Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg” (Lucas 16:23).

Veel mensen vinden het moeilijk om het bestaan van een plaats als de hel te verzoenen met een goede en liefdevolle God. Velen nemen hier aanstoot aan en gebruiken het als een excuus om God niet te aanbidden. Ze willen niet geloven dat God feitelijk mensen naar de hel zou kunnen laten gaan. Maar een nader onderzoek van de Bijbel zal ons laten zien dat de hel niet voor mensen werd geschapen, maar voor de aartsvijand van God, Satan (of de duivel).

“Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen”(Matteüs 25:41). Helaas is Satan, als de aartsvijand van God, tijdens zijn hele bestaan al bezig geweest met pogingen om mensen van God te doen afkeren. Toen Adam en Eva in de hof van Eden in zonde vervielen, nadat zij hier door Satan toe werden aangezet (Genesis 3), stortte de hele mensheid zich in een toestand van geestelijke dood. Ook al waren zij lichamelijk in leven, voor de Heilige God voor wie zij werden geschapen waren zij dood.

Hierdoor moest God Zijn Zoon, Jezus Christus, naar de aarde sturen om de zonden van de mens weg te nemen en hen weer met God te verzoenen. De volledige weerzin van God ten opzichte van zonde en Zijn volledige haat voor het kwaad werd op Golgotha aan de Zoon van God opgelegd. Jezus werd daar gekruisigd als zoenoffer van de zonden van iedereen. De mensen werd die toorn bespaard.

Het enige dat God ons vraagt  is het aanvaarden van Jezus en de afgrijselijke offergave die Hij van Zijn Zoon maakte. Dit is een handeling die uit geloof voortkomt en die herkent dat we zondaars zijn. We moeten beseffen dat die offergave onze enige weg naar een verzoening met God is. Wanneer iemand deze offergave afwijst, dan sluit hij zich in essentie aan bij de vijand van God.

God zegt in Zijn Woord dat Satans uiteindelijke bestemming de hel zal zijn. “O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste. Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put” (Jesaja 14:12-15).

Wie zal er naar de hel gaan? Satan, zonder twijfel. Maar net zoals Satan God afwees en Hem tegenwerkte, en daarom naar die plaats van foltering wordt gestuurd, zo zal ook een mens die weigert om Christus te accepteren dit lot delen en zo aan de toorn van God worden blootgesteld.

.

.

de duivel in de anti-christ

Pasteltekening van John Astria

.

“Laten de goddelozen weggaan naar het dodenrijk, alle volken die God zijn vergeten” (Psalm 9:18). Tegengesteld aan wat velen geloven heeft dit niets te maken met het begaan van de een of ander zonde. Iemand eindigt in de hel omdat hij of zij de Zoon van God heeft afgewezen. Nadat God toestond dat Zijn Zoon door middel van een kruisiging werd vermoord en Zijn grootse macht toonde door Hem uit de dood op te wekken is het zeker dat we verloren zijn als we niet bereid zijn om in Christus te geloven.

“Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon” (Johannes 3:18).

.

Getuigenissen over de hel in het heden:

zie “23 minutes in hell” –Bill Wiese- you tube

.

.

.3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wie is de Koning der Koningen?

Standaard

categorie : religie

.

.

Jezus is de Koning der koningen

.

.

..

.

Jezus Christus is de Heer der heren en de Koning der koningen, zegt de Bijbel. Onderstaande Bijbelgedeelten en schilderijen helpen je beseffen hoe majestueus Hij is

.

Jezus Christus heeft alle macht in de hemel en op aarde en de hoogste naam boven alles wat een naam heeft. Niets of niemand is aan Hem gelijk. Op deze pagina zie je diverse meesterwerken die Jezus Christus niet als lijdend mens laten zien, maar als de eeuwige en almachtige Overwinnaar en allerhoogste Heer.

Laat de kracht en de schoonheid van de Bijbelteksten tot je hart doordringen, zodat je veel dieper gaat beseffen hoe machtig en wonderlijk Jezus Christus eigenlijk is.

.

Jezus Christus is de Schepper

.

christelijke kunst over Jezus als schepper

.

.

Christus is het beeld van de onzichtbare God, hij is als eerstgeborene verheven boven de hele schepping. Want God heeft door hem alles geschapen in de hemel en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare zoals tronen en heerschappijen, overheden en machten.

.

Alles is door hem en voor hem geschapen. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat dankzij hem

.

Hij is ook het hoofd van het lichaam, de kerk. Hij is haar oorsprong, de eerste die uit de dood is opgestaan zodat hij in alle opzichten de eerste is. Want God heeft volledig in hem willen wonen en door hem alles met zich willen verzoenen alles op de aarde en in de hemel.

‘Want hij heeft vrede gebracht door zijn bloed door zijn kruisdood.’

(Kolossenzen 1:15-20)

.

Jezus Christus is hoog verheven

.

Jezus Christus op de troon

.

.

‘God heeft Christus opgewekt uit de dood en hem heeft hij in de hemel de ereplaats gegeven aan zijn rechterzijde, hoog boven alle overheden, machten, krachten, heerschappijen en hoe ze ook maar genoemd worden, zowel in deze als in de komende tijd.

God heeft alles aan hem onderworpen, hem boven alles verheven en hem aan het hoofd gesteld van de kerk.’

(Efeze 1:20-22)

.

Koning der koningen

.

kunstwerk jezus christus op paard

.

.

‘Ik zag dat de hemel geopend was, en dit zag ik: een wit paard met een ruiter, die ‘Trouw en betrouwbaar’ heet, die een rechtvaardig vonnis velt en een rechtvaardige strijd voert.

.

Zijn ogen waren als een vlammend vuur en op zijn hoofd had hij veel kronen

.

Er stond een naam op hem geschreven die niemand kende, alleen hijzelf. Hij droeg met bloed doordrenkte kleren. Zijn naam luidde ‘Woord van God’.

De hemelse legermacht, gekleed in zuiver, wit linnen, volgde hem op witte paarden. Uit zijn mond komt een scherp zwaard waarmee hij de volken zal slaan, en hij zal hen met een ijzeren herdersstaf hoeden. Hij zal de wijnpers van de hevige woede van de almachtige God treden. Op zijn kleding en op zijn dij staat de naam:

.

‘Heer der heren en Koning der koningen’

.

Daarna zag ik dat het beest en de koningen der aarde met hun legers zich verzamelden en de strijd aanbonden met hem die op het paard zat, en met zijn leger. Het beest werd gevangengenomen, evenals de valse profeet die in zijn bijzijn wondertekenen had verricht waarmee hij de mensen misleidde die het merkteken van het beest droegen en zijn beeld aanbaden.

Het beest en de valse profeet werden levend in een zee van vuur gegooid, een zee van zwavel. Hun aanhang werd gedood door het zwaard dat uit de mond kwam van hem die het paard bereed, en alle vogels vraten zich vol aan hun vlees.’

(Openbaring 19:11-21)

.

.

Openbaring hoofdstuk 19

Openbaring hoofdstuk 19 : pasteltekening van John Astria

 

.

.

Jezus is de eeuwige God

.

Jezus is God

.

.

‘God maakt van zijn engelen stormwinden en van zijn dienaars vlammen van vuur, maar over zijn Zoon Jezus Christus zegt hij:

.

Vast staat uw troon, o God, voor altijd en eeuwig

.

Recht is het kenmerk van uw heerschappij, rechtvaardigheid gaat u boven alles, u haat onrecht. Daarom, o God, heeft uw God u verkozen boven al uw metgezellen en vreugde en geluk over u uitgegoten als geurige olie.

In het begin, o Heer, hebt u de aarde vastgezet en de hemel met eigen handen gemaakt.

.

Zij zullen vergaan, maar u blijft bestaan

.

Zij zullen verslijten als kleren. U zult ze oprollen als een mantel, als kleren zullen ze verwisseld worden. Maar u blijft die u bent, uw jaren nemen geen einde.’

(Hebreëen 1:6-10)

.

Alle eer komt Hem toe

.

Jezus Christus en de engelen

.

.

‘Toen hoorde en zag ik vele engelen rondom de troon met de vier wezens en de oudsten. Zij waren met duizenden en duizenden, ja met miljoenen. En zij riepen luid:

.

‘Het Lam dat geslacht werd komt de eer toe om de macht te ontvangen de rijkdom, de

wijsheid en de kracht, de eer de glorie, de lof.’

.

En ik hoorde elk schepsel in de hemel en op de aarde onder de aarde en in de zee ja alle wezens in het heelal zingen: ‘Aan hem die op de troon is gezeten en aan het Lam komen toe: lof en eer, glorie en kracht voor altijd, voor eeuwig!’

(Openbaring 5:11-13)

.

Openbaring hoofdstuk 5

Openbaring hoofdstuk 5

pasteltekening van John Astria

.

Lam van God en Leeuw van Juda

.

Jezus is lam van God en leeuw van Juda

.

.

‘Ook zag ik een machtige engel. Hij riep luid: ‘Wie komt de eer toe de zegels te verbreken en de boekrol te openen?’ Maar niemand in de hemel, op aarde of onder de aarde was in staat de boekrol te openen en te lezen. Ik brak in tranen uit, omdat niemand de eer bleek toe te komen de boekrol te openen of te lezen. Maar een van de oudsten zei tegen me: ‘Huil niet!

.

 De leeuw uit de stam Juda, de telg van David, heeft overwonnen: 

hij kan de zeven zegels verbreken en de boekrol openen.’ Toen zag ik midden voor de troon en omgeven door de vier wezens en de oudsten een lam staan. Het Lam leek geslacht.’

(Openbaring 5:2-6)

.

De Bruid en de Bruidegom

.

Bruid van Christus

.

.

‘Toen hoorde ik een geluid als van een grote menigte, als van een machtige waterval, als van zware donderslagen. Ik hoorde zeggen:

.

‘Halleluja! Want God de Heer, de Almachtige, voert nu de heerschappij

.

Laten we blij zijn en juichen, laten we hem eer geven. Want de tijd is aangebroken voor de bruiloft van het Lam; zijn bruid heeft zich getooid. Ze mag zich kleden in blinkend wit, smetteloos linnen.’ Want het witte linnen is het goede dat de heiligen gedaan hebben.

Toen zei de engel tegen me: ‘Schrijf neer: gelukkig zij die zijn uitgenodigd voor het bruiloftsmaal van het Lam.’ En hij voegde eraan toe: ‘Deze woorden komen van God en zijn waarachtig.’

Ik viel aan zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei: ‘Doe dat niet! Ik ben een dienaar, zoals u en uw broeders die trouw blijven aan het getuigenis van Jezus. Aanbid God!’ Want het getuigenis van Jezus is wat de profeten doet spreken.’

(Openbaring 19:6-10)

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

Matthew, Mattheüs 6 (Part 3) :16-18 Jesus teaching on fasting / Jezus onderwijst over vasten

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 6 (Part 3) : 16-18 Jesus teaching on fasting

.

Mattheüs 6 (deel3) : 16-18 Jezus onderwijst over vasten

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

 

Waarom geneest God niet iedereen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Waarom geneest God niet iedereen?

 

Dit is heel belangrijk. Mensen die niet geloven dat God wil dat wij gezond zijn, besteden nauwelijks tijd om zich af te vragen waarom niet iedereen geneest, want ze geloven niet dat het Gods wil is om iedereen te genezen. De mensen die echt verbijsterd zijn, zijn de mensen die wél geloven dat het Gods wil is, maar toch niet zien dat ieder persoon wordt genezen, of ze zien zichzelf niet genezen. Hoe komt het dat dit gebeurt?

 

 

Het ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Kijk eens wat Jezus zei. In Matteüs 17:20 staat:

‘En Jezus zei tot hen: om uws ongeloofs wil.’ 

 

Dit is heel wat anders dan wat de meeste mensen zouden zeggen. Op de vraag ‘waarom denk jij dat mensen niet genezen’, zou waarschijnlijk het meest voorkomende antwoord zijn: ‘omdat ze niet genoeg geloof hadden.’ Natuurlijk is het waar dat als iemand geen geloof heeft, het ontvangen van genezing daardoor wordt aangetast. In ieder voorval waar Jezus genezing aan iemand bediende, was een bepaalde mate van geloof betrokken.

Soms kwam er iemand naar Jezus, zoals de vrouw in Markus 5, die zei:

 

‘Als ik maar de zoom van Zijn kleed aanraak zal ik genezen zijn.’

 

En zij raakte Zijn kleed aan. Het geloof van God was er en de kracht van God stroomde en deze vrouw werd genezen. En de Heer sprak tot deze vrouw: ‘Uw geloof heeft u genezen’. Dát is een sterk geloof. Dat is een geloof dat zich uitstrekt, en grijpt wat God beschikbaar heeft gemaakt.

Eén van de redenen, volgens de meeste mensen, waarom iemand niet geneest is dus dat hij/zij niet in geloof functioneert. Dat belemmert hem/haar om te ontvangen. Maar dat is niet wat Jezus zei. Jezus zei niet dat het kwam omdat zij weinig geloof hadden.

 

Hij zei dat het kwam omdat ze óngeloof hadden. 

 

Sommige mensen denken dat ongeloof hebben hetzelfde is als weinig geloof hebben, en dat een sterk geloof  hebben nooit wat te maken kan hebben met ongeloof hebben. Maar dat is niet wat het Woord onderwijst. In Markus 11:23 staat:

 

‘Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven, dat hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt.’

 

Jezus zegt hier dat je tegen deze berg moet spreken. Er wordt van uitgegaan dat je in geloof spreekt. Het is hier: ‘Spreek in geloof én niet twijfelen in je hart.’

 

Je kunt tegelijkertijd geloven én ongeloven.

 

 

 

 

 

Markus 9: 16 – 23

 

16 Jezus vroeg: “Waar hebben jullie ruzie over?” 17 Een man uit de groep antwoordde Hem: “Meester, ik kwam mijn zoon naar U toe brengen. Er zit een geest in hem die maakt dat hij niet kan praten. 18 En als de geest hem aanvalt, gooit hij de jongen op de grond. Dan gaat mijn zoon stuiptrekken. Hij krijgt schuim op zijn mond, knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik heb aan uw leerlingen gevraagd om de geest uit hem weg te jagen. Maar ze konden het niet.” 19 Toen zei Hij tegen hen: “Wat zijn jullie toch ongelovig! Hoelang zal Ik nog bij jullie zijn? Hoelang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Mij.” 20 Ze brachten de jongen naar Jezus. Toen de geest Jezus zag, gooide hij de jongen op de grond en maakte hem aan het stuiptrekken. De jongen lag met schuim op de mond over de grond te rollen. 21 Jezus vroeg aan de vader: “Hoelang heeft hij dat al?” De vader zei: “Vanaf dat hij een klein kind was. 22 En die geest heeft hem ook al vaak in het vuur en in het water gegooid, om hem te doden. Maar als U iets kan doen, help ons dan alstublieft!” 23 Jezus zei tegen hem:

 

” ‘Als U iets kan doen?’ Alles kan, als je maar geloof hebt.”

 

 

Met andere woorden, de vader zag de manifestatie bij deze jongen die een toeval had en hij voelde zich wanhopig, gefrustreerd, en hij riep uit: ‘Als U iéts kunt doen. Help ons.’ Hij begon te twijfelen, hij begon te wanhopen. Hij keek naar de situatie en zei: ‘God, ik weet niet zeker of U dit wel aankunt.’ En Jezus keerde zich tot hem en in plaats van dat Hij álle verantwoordelijkheid voor de genezing op zichzelf nam, keerde Hij zich tot die vader en zei:

 

‘Als jíj kunt geloven, zijn álle dingen mogelijk voor degene die gelooft.’

 

En kijk hoe vervolgens de vader van deze jongen reageert: ‘En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zei: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.’

 

Deze gebeurtenis van de vader en de zieke  jongen  is een duidelijk voorbeeld van tegelijkertijd geloof én ongeloof hebben. Het gaat over krachten zijn die elkaar in evenwicht houden. Ze zullen elkaar ongedaan maken. Ook zijn leerlingen konden om die reden de jongen niet konden genezen. Jezus zei dat het kwam omdat ze ongeloof hadden. En het ongeloof maakt het geloof dat je hebt ongedaan.

Jezus’ leerlingen hadden eerder al demonen uitgedreven, ze hadden gezien hoe ze mensen vrij zetten, en deze keer deden ze precies hetzelfde maar toch kregen ze niet hetzelfde resultaat.  Ze waren verbijsterd en waren in de war omdat de genezing weg bleef. En dus vroegen ze: ‘Waarom konden wij hem niet uitdrijven?’ En Hij zei niet:

 

‘Omdat jullie zo weinig geloof hebben.’ Hij zei: ‘Vanwege jullie ongeloof.’

 

 

 

Matteüs 17: 20

 

 ‘Om uws ongeloofs wil; want voorwaar zeg Ik u: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot dezen berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts, en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.’

 

Jezus zegt in feite: als jouw geloof maar pietepeuterig klein is, dan is het nog genoeg om een berg in de zee te werpen. Hij wil duidelijk maken dat je helemaal geen groot geloof nodig hebt. Je hebt gewoon een geloof nodig dat niet wordt uitgevlakt, tegengewerkt door ongeloof, dat in de tegengestelde richting werkt. En om dat te onderstrepen zegt Hij dat als je geloof maar zo klein is als een mosterdzaad, dan is het al genoeg om een berg te verplaatsen, zonder hem maar fysiek aan te raken, alleen maar door er tegen te spreken.

 

 

 

 

Johannes 5: 44

 

‘Hoe kunt gij geloven, gij, die eer van elkander neemt, en de eer, die van God alleen is, niet zoekt?’

 

Hoe kun je geloven als je eer zoekt van anderen en niet de eer zoekt die uitsluitend van God komt. Als je het nodig hebt dat andere mensen je waarderen om je goed over jezelf te voelen, en als je bezorgd bent over de mening van andere mensen, dan is dat vrees voor mensen. En vrees is het tegenovergestelde van geloof. Vrees is in feite geloof in een negatieve richting. Dit is in feite ongeloof wat het geloof uitvlakt. Vele handopleggers en gebedsgenezers krijgen met deze problematiek te maken, net zoals Jezus’ leerlingen. Men moet niet reageren op wat mensen denken of zeggen maar op wat God zegt!

 

 

 

 

 

 

Bouw geen geloof op

 

Als mensen bidden om de genezing van iemand en ze zien niet de genezing manifesteren willen ze hun geloof op bouwen en  vermeerderen. Ze hebben het denkbeeld dat ze een enorm geloof moeten hebben. Maar in werkelijkheid is dat in strijd met wat Jezus hier onderwijst in Matteüs 17. Hij zegt dat als je geloof maar de grootte  van een mosterdzaadje moet hebben om een berg in de zee te werpen.

Het geloof moet dus puur zijn met niets dat het tegenspreekt of tegenwerkt, wat het uitvlakt, en in de tegenovergestelde richting werkt. Ongeloof komt op dezelfde wijze als dat geloof komt. Romeinen 10:17 zegt:

 

‘Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.’

 

Met andere woorden, geloof komt als we onze aandacht richten op God en op Zijn woorden. Ongeloof komt op gelijke wijze maar in de tegenovergestelde richting, als we onze aandacht richten op wat ménsen te zeggen hebben, op al het negatieve. Als wij al die negatieve dingen in overweging nemen, dan ontkracht dat ons geloof.

De meeste christenen spenderen een extra uur per dag in het Woord in een poging hun geloof op te bouwen, maar de rest van de dag ontkrachten ze dat weer door maar raak te kijken voor de televisie. Ze lezen al het slechte nieuws in de krant. Ze staan toe dat het afvalwater van de wereld door hen heen stroomt, gedachten, mentaliteiten, denkbeelden die tegenovergesteld zijn aan het Woord van God. En dan vragen ze zich af waarom hun geloof niet werkt.

 

 

 

Een radicale stelling

 

Als wij zouden stoppen met naar ieder ander te luisteren en naar al hún ongeloof en de negativiteit van deze wereld, het cynisme van deze wereld, het anti-goddelijke, het anti-Christus gevoel van deze wereld, als wij nooit naar die gedachten zouden luisteren, zouden wij niet verzocht worden om God niet te geloven.

Vele mensen vragen zich af waarom het voor hen zo moeilijk was om hun genezing te ontvangen? Dat komt omdat hen zó veel ongeloof is geleerd in de zin van: dit kun je niet overwinnen, dit is ongeneeslijk, hier is geen enkele manier voor. En dat ongeloof schakelt hun kleine mosterdzaadje hoeveelheid geloof uit. Jezus zei:

 

‘jullie hebben geen geloof probleem, jullie hebben een ongeloof probleem.’

 

 

 

 

 

 

Drie soorten ongeloof

 

 

Er is ongeloof dat uit onwetendheid voortkomt.

 

Soms weerspreken mensen wat God zegt niet om een speciale reden, ze weten gewoon niet beter. Er zijn mensen die helemaal niet weten dat God je gezond wil hebben. Ze hebben er nooit van gehoord. Het is onwetendheid, maar desalniettemin is het ongeloof. De manier waarop je dat soort ongeloof overwint is iemand gewoon de waarheid vertellen. Je laat ze de waarheid van het Woord van God zien.

 

 

Het tweede soort ongeloof is het ongeloof dat wordt veroorzaakt door verkeerd onderwijs, verkeerde doctrine.

 

Sommige mensen is geleerd dat God tegenwoordig geen wonderen doet. Genezing is niet meer voor ons. Die dingen zijn verdwenen met de apostelen. Dat is niet waar, dat is niet wat het Woord van God onderwijst. Maar toch is het hen geleerd. Het is veel moeilijker om ongeloof te overwinnen dat voortkomt uit verkeerde doctrine dan ongeloof dat voortkomt uit onwetendheid. Want je moet éérst de verkeerde doctrine weerleggen en dan de Waarheid onderwijzen. Maar het tegengif is in principe precies hetzelfde. Het antwoord op beide is de waarheid van Gods Woord.

 

 

 

Maar vervolgens is er een derde soort ongeloof, en dat is wat ik natuurlijk ongeloof noem.

 

Met andere woorden, als jij gewoon voor jezelf of  iemand bidt om genezing, en ze vallen dood neer, dan zullen je ogen, je oren, al je zintuigen jou zeggen dat het niet heeft gewerkt. En dat is niet per se onwetendheid, en niet per se verkeerd onderwijs, het is gewoon dat jij hebt geleerd te vertrouwen op wat je ziet, proeft, hoort, ruikt en voelt. Als jij voor je lichaam bidt om te stoppen met pijn doen, maar je lichaam voelt nog steeds pijn, dan vertelt je lichaam je gedachten van natuurlijk ongeloof. Het is niet demonisch en het is niet verkeerd. Je vijf zintuigen zijn niet van de duivel.

Maar als God je iets zou zeggen om te doen, en je fysieke zintuigen zeggen je dat het niet gaat werken, dan moet je in staat zijn verder te gaan dan die vijf zintuigen. Als God wil dat je iets doet dat ingaat tegen wat jij kunt zien, proeven, horen, ruiken en voelen, dan kunnen je natuurlijke vijf zintuigen jou natuurlijke gedachten van ongeloof geven, die je geloof uit kunnen vlakken.

 

Het is niet een kwestie van gewoon maar meer het Woord bestuderen. Maar je moet in de aanwezigheid van God binnengaan, en jezelf in een dergelijke mate vernieuwen, dat je een zesde zintuig ontwikkelt. Dit is heel belangrijk.  Als al jouw zintuigen je zeggen dat vragen om genezing niet heeft gewerkt, dan ben je in staat een zesde zintuig te ontwikkelen dat je zegt dat het wél heeft gewerkt.

 

En dat zesde zintuig is geloof.

 

 

 

 

 

 

Vasten en bidden

 

Je kunt zover komen dat je geloof net zo werkelijk voor je wordt als wat je ziet, hoort, ruikt, proeft en voelt. Dat doe je door tijd door te brengen in het geestelijke gebied en dat is waar bidden en vasten over gaan. Dit is de logica achter vasten. Vasten verandert niets aan God. Vasten zet God niet in beweging. Vasten en bidden laten ook geen demon weggaan. Er bestaat geen demon die je ooit zult tegenkomen, waar vasten en bidden voor nodig zou zijn als toevoeging aan wat Jezus heeft gedaan om hem uit te drijven. Nee, gebed, de naam van Jezus uitspreken in geloof is in staat met welke demon dan ook af te rekenen.

Je vasten en bidden brengt God dus niet in beweging en ook de duivel niet, maar het beweegt jou en het heeft invloed op jou. God alleen voedt je en je kunt je vlees, het lichaam, dat leren. Als je geen tijd hebt besteed aan vasten en bidden, als je niet in de aanwezigheid van God bent geweest, dan zal je lichaam niet reageren op genezing.

Maar je kunt je zintuigen trainen, je kunt ze oefenen om zowel goed als kwaad te onderscheiden, dat staat in Hebreeën 5:14 . En naarmate je dit doet kun je zover komen dat je meer luistert naar wat geloof te zeggen heeft dan wat je lichaam te zeggen heeft. Meer dan wat je emoties te zeggen hebben, meer dan wat je kunt zien, proeven, smaken, ruiken en voelen. En door dat te doen, verminder je het ongeloof.

 

 

 

De sterkte van geloof

 

Het gaat niet per se om hoe sterk je bent in geloof. Je bent sterk of zwak in geloof, afhankelijk van in hoeverre je het met ongeloof hebt vermengd. Als je veel ongeloof hebt, ben je zwak in geloof, als je weinig ongeloof hebt, ben je sterk in geloof. Dat is een meer correcte beschrijving, terwijl klein geloof en groot geloof niet helemaal passend zijn. De waarheid is dat aan een ieder van ons hét geloof van de Zoon van God is gegeven.

Iedere wedergeboren christen heeft precies dezelfde hoeveelheid en kwaliteit van geloof die Jezus had. Wij hebben helemaal geen ‘geloof’ probleem, maar een ongeloof probleem. Schakel de oorzaken van ongeloof in ons leven uit. Honger ons ongeloof dood. Kom tot het punt waarop we zoveel tijd doorbrengen in de geestelijke wereld, denkend aan de dingen van God, dat we niet eens de gedachten van ongeloof hébben.

Bij de meeste mensen is het voor de bediening van genezing niet dat zij geen geloof hebben, maar het feit dat hun geloof ontkracht wordt door ongeloof. En dat komt omdat zij niet zoveel tijd in de aanwezigheid van God hebben doorgebracht, en dat ze zó gewend zijn aan de wereld, dat ze gedachten van ongeloof denken.

De sleutel tot de overwinning in het christenleven is niet per se om dit enorme geloof te hebben, maar veeleer een eenvoudig kinderlijk geloof, een geloof van de omvang van een mosterdzaadje dat niet wordt ontkracht door ongeloof. Je moet het ongeloof dat in de tegenovergestelde richting trekt, los koppelen, en dan is dat kleine mosterdzaadjegeloof van je genoeg om je naar de overwinning te trekken.

Je kunt geloof hebben en een geweldig mens zijn. Je kunt God liefhebben en geweldig geloof hebben. Maar toch heb je tegelijkertijd ongeloof dat je in de andere richting trekt. Honger  je ongeloof uit tot dat je eenduidig denkt aan de dingen van God. Als jij jezelf afsluit, zelfs al is het maar voor een week van vasten en gebed, en je aandacht gericht houdt op de Heer, kan dat grote schade aan jouw ongeloof aanrichten.

Het is niet zo dat je daardoor van God meer kracht ontvangt, het veroorzaakt dat het geloof dat je hebt zoveel beter gaat werken, omdat je het ongeloof vermindert dat in de tegenover gestelde richting trekt. En dat is goed nieuws. God wil dat je gezond bent. En als jij dat gelooft, is het enige wat je hoeft te doen, het ongeloof uithongeren tot jouw geloof de resultaten die je verlangt begint voort te brengen.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Matthew, Mattheüs 5 (Part 12) : 31-32 – The teaching of Jesus on divorce, Jezus over echtscheiding

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 5 (Part 12) :31-32 – The teaching of Jesus on divorce

.

Mattheüs 5 (deel12) : 31-32 – Jezus over echtscheiding

.

Paul LeBoutillier

.

.