Tagarchief: paradijs

Waar zijn de doden?

Standaard

Categorie: religie

 

1. Het paradijs

 

Vlak voor zijn sterven vroeg een van de misdadigers die met Jezus gekruisigd werd aan hem: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt’ (Luc.23:42). De man krijgt van Jezus een duidelijk antwoord: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs’  Nog op deze dag, de dag van hun kruisiging, zal het verzoek van de misdadiger ingewilligd worden.

De uitdrukking ‘het paradijs’ doet denken aan Gen.2: 8: maar die aardse hof, die zich ergens in Mesopotamië bevond, is er niet meer. Nu leefde onder de joden de gedachte dat door de overtreding van Adam het paradijs verplaatst was naar een verborgen plek, ver buiten het bereik van mensen. Meestal dacht men dan aan de hemel, soms zelfs aan de derde hemel.

We lezen in het joodse boek 2 Baruch: ‘Ik (God) toonde haar (het hemels Jeruzalem) aan Adam, voordat hij zondigde, maar toen hij het gebod overtreden had, werd zij aan hem onttrokken, evenals het paradijs. En zie, nu blijft zij bij mij bewaard, evenals ook het paradijs.’

Ook Paulus spreekt over dit paradijs en ook hij lokaliseert het in de derde hemel. Dit blijkt uit de beschrijving van de bijzondere ervaring die hij meemaakte en waarvan hij in 2 Kor.12: 2-4 vertelt: ‘Ik weet van een mens in Christus dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel. En ik weet van die persoon dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft’.

Het paradijs als plaats van harmonie en vrede was voor de joden een aanduiding voor de tijdelijke rustplaats, waar de zielen van de rechtvaardigen na hun dood verblijven tot de opstanding der doden.

Tegen deze achtergrond kunnen we stellen dat Jezus de moordenaar die naast hem aan het kruis hing, belooft dat hij direct na zijn dood met Hem naar deze paradijselijke rustplaats mag gaan. En in deze verblijfplaats heeft Paulus door Gods genade een blik mogen werpen.

 

 

Paradijs

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2. Het dodenrijk is geen ‘hel’

 

Als verblijfplaats van de goddelozen tussen dood en opstanding noemt het Nieuwe Testament de hades. Het is van belang op te merken dat er verschil is tussen dodenrijk (hades) en hel (gehenna). Het is erg verwarrend dat sommige oudere vertalingen beide woorden met ‘hel’ vertalen. Dit is onjuist en hierdoor ontstaat er verwarring. Hades en gehenna zijn in het Nieuwe Testament als ook in het voorchristelijk jodendom geen synoniemen.

Het Griekse hades is een synoniem van het Hebreeuwse sjeool en kan het beste vertaald worden met ‘dodenrijk’. Het is in het Nieuwe Testament (als ook op vele plaatsen in de voorchristelijke joodse literatuur)  een tijdelijk verblijf, waar de zielen van de goddelozen zich na hun lichamelijke dood bevinden in afwachting van de opstanding van de doden. We zien dit in het Nieuwe Testament het duidelijkst in de gelijkenis van Jezus over de rijke man en de arme Lazarus. ‘Toen hij [de rijke] in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde’ (Luc. 16:23).

De hades staat in nauw verband met de eerste dood, de dood van het lichaam, en heeft een tijdelijke functie. Bij het laatste oordeel geeft zij haar inwoners over om geoordeeld te worden. Zo lezen we in Openbaring 20: 13 ‘De dood en het dodenrijk gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken.’

De gehenna daarentegen is de plaats die beschreven wordt als een ‘poel van vuur’ (Openb. 20: 14) en een ‘vurige oven’ (Mat. 13: 42), waartoe men veroordeeld kan worden aan het einde van de tijd (bv. in Mat.13:40-42). In het boek Openbaring beschrijft de apostel Johannes wanneer dit zal gebeuren, namelijk na de opstanding en het laatste oordeel (Openb.20: 12,15).

Aansluitend bij de moderne vertalingen moeten we concluderen dat het begrip ‘hel’ beperkt dient te worden tot deze gehenna. Uitgaande van de verschillende betekenis van beide woorden kunnen we vervolgens stellen dat de gehenna-hel momenteel nog ‘leeg’ is. Deze definitieve plaats van veroordeling krijgt pas een functie bij en na het laatste oordeel.

 

 

Satan, de tegenstander ,bestemd voor gehenna

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3.‘Eeuwige tenten’ en ‘veel woningen’

 

Wanneer Jezus de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester verteld heeft, zegt Hij vervolgens: ‘En Ik zeg u: Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige tenten.’ (Luc.16:9) De woorden ‘wanneer deze u ontvalt’ spreken over het moment van sterven. Sommige handschriften hebben zelfs ‘wanneer jullie sterven.’ Dan zal het er voor hen op aan komen, dat zij worden opgenomen in de eeuwige tenten.

 

 

Wat bedoelt Jezus hier met ‘eeuwige tenten’? 

 

In Johannes 14: 2 zegt Jezus: ‘In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.’

Met de aanduiding ‘het huis van Mijn Vader’ doelde Hij in dit verband op de hemel. Maar wanneer zullen de discipelen die ‘vele woningen’ mogen betrekken? Ook hier helpen geschriften uit de joodse apocalyptiek ons verder. In het Testament van Abraham, een joods geschrift uit de eerste eeuw, zegt God bij de dood van Abraham het volgende: ‘Draag dan mijn vriend Abraham naar het paradijs, waar de tenten  van mijn rechtvaardigen zijn en de woningen  van mijn heiligen, in diens schoot; waar geen moeite is, geen verdriet, geen gezucht, maar vrede en gejubel en leven zonder einde.’ (20: 10-14).

De ‘woningen’ die de heiligen direct na hun dood betrekken worden, evenals de ‘tenten’ van de rechtvaardigen gelokaliseerd in de ‘schoot van Abraham. En Jezus maakt duidelijk dat de ‘woningen’ zich bevinden in het ‘huis van de Vader’, de hemel.

 

 

Schoot van Abraham

 

Het beeld van de ‘boezem’ of ‘schoot’ (deel van het menselijk lichaam) komen we in het NT tegen in het gezegde ‘aanliggen aan iemands boezem’ of ‘in iemands schoot’, d.w.z. aan de maaltijd naast iemand aanliggen. Zo lag de discipel welke Jezus liefhad bij het Avondmaal aan Zijn boezem aan (Joh.13: 23), en lezen we in Luc.16: 22 hoe de arme door de engelen in Abrahams schoot of aan Abrahams boezem werd gedragen, d.w.z. hij mag met Abraham aanliggen aan het feestmaal van de rechtvaardigen. Het is in de eerste eeuw een vaste term geworden voor de plaats van vrede en geluk, waar de rechtvaardigen na hun dood heengaan.

 

 

Intrekken bij de Heer

 

Als Paulus over zijn dood spreekt in Filippenzen 1: 23-24 zegt hij het volgende: ‘van beide zijden word ik gedrongen; ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil’. Sterven is voor Paulus ‘met Christus zijn’. Deze eenheid met Hem beleeft hij nu al, maar hij verwacht dat deze band nog veel intenser zal worden na zijn dood. Daarom zegt hij: sterven en met Christus zijn is vergeleken bij blijven leven op aarde, verreweg het beste.

In 2Kor.5: 8 zegt hij: ‘Wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen.’ Dit leven bij Christus, dat op de dood volgt, noemt Paulus een thuiskomen of ‘intrekken’ bij de Heer. De tegenwoordige tijd ‘wij hebben’ (2Kor.5:1) wijst op de zekerheid dat dit nieuwe bestaan gereed ligt op het moment dat het oude, aardse zal worden afgebroken.

 

 

Een tweefasenstructuur

 

Paulus spreekt zowel over een geborgenheid bij God direct na de dood, als over een latere opstanding van de doden (1Kor.15). De twee lijken temporeel gezien in elkaars verlengde te liggen. Men noemt dit een ‘tweetrapsverwachting.’  Een tijdelijke geborgenheid in de hemel bij Christus, die direct na het sterven ingaat zal gevolgd worden door een opstanding uit de doden aan het einde der tijden. We hoeven hier dus niet te denken aan een ontwikkeling in het denken van Paulus over dit thema, zoals vaak gezegd is.

Ook bij Jezus en de evangelist Lucas vinden we deze tweefasenstructuur. Er wordt enerzijds over de hades, het paradijs en de ‘eeuwige tenten’ gesproken, waar men direct na de dood zal verblijven, en anderzijds over een opstanding uit de doden aan het einde der tijden (Luc.20: 27-40). In de joodse apocalyptiek komen we dezelfde tweetrapsverwachting ook tegen (bv. in 4Ezra en 2Baruch; De Vries, 83-101).

 

 

 

4. Herinnering en herkenning

 

Zijn de gestorvenen tussen dood en opstanding al volmaakt? Zijn zij in die tussentijd bij volle bewustzijn en is hun aardse identiteit herkenbaar?

‘Wanneer de rijke in het dodenrijk zijn ogen opslaat, ziet hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot’ (Luc. 16: 23). Zowel de rijke als Lazarus leven na hun dood voort, de een in een gezegende paradijselijke geborgenheid bij Abraham, de ander in een voorlopig verblijf bestemd voor onrechtvaardigen. Beide zijn gescheiden door een ‘grote kloof’ (vs.26). De gestorvenen blijken elkaar te herkennen (vs.23, ‘ziet hij Abraham en Lazarus’), lichamelijk te functioneren (vs.24, ‘mijn tong verkoele’) en herinneringen te hebben aan het aardse leven (vs.25 en 27). Jezus vertelt een gelijkenis, maar dat betekent niet dat wat Hij hier vertelt geen werkelijkheid is. Gelijkenissen zijn geen fabels, maar reële voorbeelden uit het dagelijks leven met een geestelijke les.

Het duidelijkst echter spreekt het boek Openbaring zich uit over de hemelse situatie van de gelovigen tussen dood en opstanding. In Openbaring 7 mag Johannes een blik werpen in de hemel en mag in een gezicht het moment zien dat een grote schare uit alle volk, stammen en natiën en talen daar staat voor de troon en voor het Lam. De hemelse tolk zegt dan tegen Johannes dat deze mensen uit de grote verdrukking komen en we lezen het volgende in vers 15-17: ‘zij zijn voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij die op de troon gezeten is zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.’

In de eerste plaats merken we op dat er gezegd wordt dat deze mensen uit de grote verdrukking komen; hun aardse identiteit is dus bekend. Verder zien we hier dat er activiteit is in de hemel (‘ze vereren Hem’). Het dienen van God gaat door. Hoewel de genoemde zegeningen sterk overeenkomen met die in het hemels Jeruzalem op de nieuwe aarde (Op.22:1-5) is de hemelse situatie toch een voorlopige. De opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde liggen nog in het verschiet.

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 : De ruiters van de apocalyps en de martelaren onder de troon van God

 

 

 

5. Voorlopige heerlijkheid

 

Het voorlopige van het hemelse leven tussen dood en opstanding wordt ook benadrukt in Openbaring 6: 9-11 waar we lezen dat Johannes onder het altaar in de hemel ‘zielen’ van mensen ziet. Hij zegt: ‘Ik zag onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: tot hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt u ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten’

Johannes spreekt hier over zielen die in de hemel zijn, maar het zijn wel zielen die kunnen roepen en bidden. Ze zijn dus blijkbaar bij hun volle bewustzijn. Ook hebben ze deel aan de zegeningen en de bestaanswijze van het hemelse leven, wat blijkt uit het witte kleed dat ze ontvangen. Maar nergens blijkt tegelijk duidelijker dan hier dat zij nog niet de uiteindelijke volmaaktheid genieten. De zielen vragen hoelang ze nog moeten wachten totdat Gods gerechtigheid op aarde geopenbaard zal worden. Er wordt hen gezegd dat ze nog een korte tijd moeten wachten, namelijk totdat het getal van hun broeders vol zal zijn. Hun hemelse heerlijkheid is voorlopig. Het volmaakte komt pas met de opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde.

 

 

 

 

 

 

Waarom vasten christenen niet op dezelfde manier als moslims?

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

.Waarom vasten christenen niet op

dezelfde manier als moslims?

.

.

Antwoord

.

Zowel moslims als christenen vasten, maar hun doelen voor het vasten verschillen. Een moslim is verplicht om tijdens de Ramadan te vasten, om de Vijf Zuilen te onderhouden. Veel moslims streven tijdens hun vastentijd oprecht naar de zegen en vergeving van Allah.

.

.

.

.

Voor christenen is vasten geen plicht, maar een genot. Het overslaan van maaltijden geeft hen de gelegenheid om hun voldoening in God uit te drukken, in plaats van in voedsel. Hoewel met vasten noch Gods genade noch een plaats in het paradijs kan worden verdiend, vasten veel christenen toch en wel om de volgende redenen:

• om hun tevredenheid in God alleen uit te drukken (Lucas 4:4)
• om zichzelf voor God te vernederen (Daniël 9:310:12)
• om God om hulp te vragen (2 Samuël 12:16Ester 4:16Ezra 8:23)
• om naar Gods wil op zoek te gaan (Handelingen 13:2-3)
• om zich van de zonde af te keren (Jona 3:5-101 Koningen 21:25-29)
• om God zonder afleidingen te aanbidden (Lucas 2:36-38)

.

.

.

.

.Hoewel Jezus (Isa) het vasten aanmoedigde, zei Hij niet wanneer of hoe lang gevast moest worden. De religieuze leiders uit de tijd van Isa waren er trots op dat zij twee keer per week vastten, maar Jezus twijfelde aan hun oprechtheid. Christenen volgen Zijn voorbeeld.

.

.

Isa’s voorbeeld van het vasten

.

Aan het begin van Isa’s openbare bediening, vóór Zijn grote wonderen en onderricht, vastte Hij veertig dagen lang. Daarna stelde de duivel Jezus op de proef, toen Hij hongerig en zwak was:

“Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger… De duivel nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’ Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen.” (Matteüs 4:28-11)

Satan probeerde Jezus tot de zonde te verleiden, maar Jezus bleef perfect – in tegenstelling tot alle andere mensen in de geschiedenis.

.

.

.

.

.

Isa’s waarschuwing tegen hoogmoedig vasten 

.

Vast niet om godsdienstig te lijken in de ogen van andere mensen

.
“Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.” (Matteüs 6:16-18)

.

.

Vast niet om vergeving van je zonden te verdienen

.
(Farizeeër = iemand die bij een zekere religieuze, fundamentele Joodse sekte behoorde) 
“De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf:

‘God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.’ De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: ‘God, wees mij zondaar genadig.’ Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden” (Lucas 18:11-14).

Jezus leerde ons dat we met vasten geen toegang tot de hemel kunnen verdienen. Onze zonden maken onze beste religieuze daden onwaardig.

.

.

.

.

Isa’s transformatie van het vasten (Marcus 2:18-22)

.
Jezus onderwees dat het volgen van Gods heilige wil meer voldoening zal brengen dan eten:

“Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Rabbi, u moet iets eten.’ Maar hij zei: ‘Ik heb voedsel dat jullie niet kennen.’ ‘Zou iemand hem iets te eten gebracht hebben?’ zeiden ze tegen elkaar. Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien’.” (Johannes 4:31-34)

.

.

Wat zijn Gods wil en werk dan?

.

“‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien. Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen, want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft. Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.’” (Johannes 6:35-40)

Net zoals we zullen sterven als we niet eten, zo zullen we ook geestelijk sterven (dat wil zeggen: eeuwig van God afgescheiden worden in de hel) als we Jezus niet ontvangen. Hij is het Brood van het Leven. Omdat Hij “uit de hemel neerdaalde” en uit een maagd geboren werd, noemde Jezus God Zijn Vader. Jezus bewees met Zijn perfecte leven, dood en opstanding dat Hij Goddelijk is; Hij is Gods Zoon. Jezus Christus voerde de wil van Zijn Vader uit: Hij redde zondaars door hun straf aan het kruis op Zich te nemen. Door Jezus uit de dood op te wekken toonde God dat de offergave van Jezus aanvaard werd.

Heb jij het Brood van het Leven ontvangen? Jij moet je van je zonden afkeren en op de dood en de opstanding van Jezus vertrouwen om je te redden – niet op je eigen goedheid en daden, zoals vasten.

Nadat Hij je van jouw zonden verlost, geeft Jezus jou het verlangen en de kracht om God door middel van goede daden te eren:

“Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven. Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.” (Romeinen 6:22-23)

.

.

Helend bloed

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

.

De normen en waarden van moslims

Standaard

categorie : religie

.

.

Hebben moslims andere normen en waarden?

Geloven moslims in de 10 Geboden?

.

MasJid-kubah-Emas-islam-34673287-750-724

.

.Toen Mohamed zijn eerste openbaring kreeg was hij danig van slag van deze indrukwekkende, overweldigende ervaring. Zijn vrouw Khadija besloot met hem bij haar oom aan vaders kant te gaan, Waraqa bin Nawfal, die een christene was. Deze luisterde naar wat Mohamed overkomen was, en zei aan Mohamed dat hij de stem van aartsengel Gabriël gehoord had en dat hij net als andere profeten geen sant in eigen land zou zijn. De eerste persoon die het profeetschap van Mohamed erkende was dus een christen.

De officiële christelijke instanties erkenden het profeetschap van Mohamed niet. Ze vonden hem een valse profeet en besloten dat hij het bijgevolg niet over dezelfde God kon hebben. Daarom begonnen zij te spreken over “Allah, de god van de moslims”, terwijl Allah het Arabische woord is voor dezelfde Ene God als die welke in het Hebreeuws Jahweh genoemd wordt of in het Frans Dieu.

Maar door te zeggen “Allah, de god van de moslims”, wilde men zich van hen distantiëren (en zo misschien ook hun eigen ledenaantal veilig stellen want een profeet van dezelfde God was natuurlijk een concurrent).

Vermits onze kennis over de islam vele eeuwen lang en tot zeer recent alleen afkomstig was van christelijke bronnen, had de christelijke overtuiging dat moslims niet in dezelfde God geloofden erg verstrekkende gevolgen. Men leidde daar bijvoorbeeld uit af dat die andere god minderwaardig was en ook andere definities van goed en kwaad zou hebben. Daarmee legde men de grondslag van de opvatting dat moslims gans andere en inferieure waarden en normen hanteren.

Volgens de islam echter geloven joden, christenen en moslims allemaal in dezelfde ene God en kunnen zij ook allemaal naar het paradijs gaan als zij zich goed gedragen.

Mensen die in dezelfde God geloven, kijken allemaal naar diezelfde God voor de bepaling van wat goed en slecht is. Zij delen dus allemaal dezelfde normatieve basis, delen essentieel dezelfde waarden en normen. Dit is niet verwonderlijk, want moslims geloven ook in alle profeten (zoals David, Mozes, enz.) en in de boodschap die zij brachten (het Boek der Psalmen, de Evangeliën enz) :

“Aan jou (Mohammed) wordt slechts gezegd wat aan al de gezanten voor jouw tijd gezegd werd.” (Koran, 41:43)

“Zeg: “Wij geloven in God, in wat naar ons is neergezonden en in wat naar Abraham, Isma’iel, Isaak, Jacob en de stammen is neergezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de Profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen en wij hebben ons aan Hem overgegeven.” (Koran, 2:136)

Dit betekent inderdaad dat moslims ook in de Tien Geboden geloven. De Tien Geboden zoals zij in het boek Deuteronomium (Oud Testament) staan, worden trouwens in de Koran bevestigd. Het islamitisch waardenstelsel sluit bijgevolg zeer nauw aan bij het joods en christelijk waardenstelsel.

Merk op dat ‘Oud Testament’ een christelijke benaming is voor wat in essentie het joodse gedeelte van de Bijbel is. Joden zijn het met die benaming niet eens omdat het impliceert dat zij het niet eens zijn met wat christenen als de nieuwe boodschap beschouwen maar wat joden als een dwaling beschouwen. Volgens joden was Jezus noch profeet, noch messias.

Moslims erkennen wel dat Jezus een profeet en de messias was. Zij denken echter niet dat hij de zoon van God was omdat God volgens moslims geen ‘kinderen’ heeft maar geheel uniek is. Moslims erkennen ook de openbaringen van Christus, zij noemen dit niet het ‘nieuw testament’ maar de ‘evangeliën’. Ook de naam ‘oud testament’ hanteren moslims niet, zij verwijzen naar de specifieke boeken van de profeten (die overigens ook door moslims erkend worden), zoals het ‘Boek der Psalmen’ (geopenbaard aan profeet Mozes), de Thora (geopenbaard aan profeet Abraham) enz.

.

.

.Hierna volgt een overzicht van de Tien Geboden zoals ze

in het Boek Deuteronium en in de Koran staan

.

.

De Tien Geboden
(Oud Testament, Deuteronomium 5: 6-21)
Bevestiging in de Koran
(Koran, hoofdstuk en vers)
1. “Gij zult geen andere goden hebben dan Mij” (Deut. 5:7) 1. “Weet dat er geen god is dan God” (Koran 47:19)
2. “Gij zult geen beelden maken om als god te vereren” (Deut. 5:8) 2. “Niets is aan Hem gelijk” (Koran 42:11)
3. “Gij zult de naam van uw God niet ijdel gebruiken” (Deur. 5:11) 3. “Maak God niet tot een excuus bij jullie eden” (Koran 2:224)
4. “Eer uw vader en uw moeder” (Deut. 5:16) 4. “En jouw Heer heeft bepaald dat jullie alleen Hem zullen dienen en dat men goed moet zijn voor de ouders, of nu een van beiden of allebei bij jou de ouderdom bereiken, zeg dan niet “Foei” tegen hen, bejegen hen niet onheus en spreek op een hoffelijke manier tot hen”(Koran 17:23)
5. “Ge zult niet stelen” (Deut. 5:19) 5. “… met als verplichting niet te stelen… (Koran 60:12 ; 5:38-39)
6. “Ge zult tegen uw naaste geen valse getuigenis afleggen.” (Deut. 5:20) 6. “… dat de vloek van God op hem zal rusten als hij een leugenaar is” (24:7) “Jullie moeten de getuigenis niet achterhouden”(Koran 2:283)
7. “Ge zult niet doden” (Deut. 5:17) 7. “wie iemand anders doodt… het is alsof hij de hele mensheid heeft gedood”(Koran 5:32)
8. “Ge zult geen overspel plegen” (Deut. 5:18). 8. “En jullie mogen geen ontucht benaderen. Dat is iets gruwelijks en een slechte manier van doen. (Koran 17:32)
9. “Ge zult de vrouw van uw naaste niet begeren, ge zult het huis van uw naaste niet verlangen, noch zijn akker, noch zijn slaag of slavin, noch zijn os of zijn ezel, noch iets wat uw naaste toebehoort” (Deut. 5:21) 9. “En wees goed voor de ouders en ook voor de verwant, de wezen, de behoeftigen, de verwante buur, de niet-verwante buur, de niet-verwante medeburger, … (Koran 4:36)
Uitspraak van Profeet Mohammed: “Een van de grootste zonden is onwettige sexuele betrekkingen hebben met de vrouw van uw naaste”.
10. “Onderhou de Sabbatdag en heilig hem” (Deut. 5:12) 10. “Jullie die geloven! Wanneer jullie tot de salaat op vrijdag (als dag van de samenkomst) worden opgeroepen, haast jullie dan om God te gedenken en laat het zakendoen. (Koran 62:9)

.

DE ISLAM IS DE 

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

.

.


3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Waar is de hel?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

In de Hebreeuwse Schriftteksten wordt het woord “Sheol” gebruikt om het dodenrijk aan te duiden. Het betekent  “plaats van de doden” of de “plaats van de zielen die zijn heengegaan”. Het Griekse woord dat in het Nieuwe Testament voor de hel gebruikt wordt is “Hades”, wat eveneens refereert aan de “plaats van de doden”.

 

 

Andere Schriftteksten in het Nieuwe Testament geven aan dat Sheol / Hades een tijdelijke plaats is, waar zielen worden vastgehouden terwijl zij wachten op de uiteindelijke wederopstanding en veroordeling. Openbaring 20:11-15 geeft een duidelijk onderscheid tussen de twee. Hel, of de vuurpoel, is de permanente en laatste plaats waar de verlorenen worden veroordeeld. Hades is een tijdelijke plaats.

 

 

 

 

Sheol / Hades is een domein met twee afdelingen (Matteüs 11:23; 16:18; Lucas 10:15; 16:23; Handelingen 2:27-31):

  • de verblijfplaatsen van hen die gered zijn.
  • de verblijfplaats voor hen die verloren zijn.

De verblijfplaats van hen die gered zijn werd het “Paradijs” genoemd en “Abrahams hart”. De verblijfplaatsen van hen die gered zijn en hen die verloren zijn worden afgescheiden door een “wijde kloof” (Lucas 16:26). Toen Jezus naar de Hemel opsteeg, nam Hij de bewoners van het Paradijs (gelovigen) met Zich mee (Efeziërs 4:8-10). De verloren zijde van Sheol / Hades is onveranderd gebleven. Alle ongelovige doden gaan daar naartoe in afwachting van hun laatste oordeel in de toekomst.

 

 

 

 

Waar ging Jezus naartoe na zijn dood?

 

Jezus ging niet naar de “Hel” omdat de “Hel” een toekomstige plaats is, die pas effectief in gebruik wordt genomen na het oordeel voor de Grote Witte Troon (Openbaring 20:11-15).
Jezus zei jaren later aan het kruis tegen de dief naast Hem: “Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn”. Zijn lichaam was in de graftombe; Zijn ziel ging naar het “Paradijs”-gebied van Sheol / Hades. Hij verwijderde vervolgens alle rechtschapen doden uit het Paradijs en nam hen met Zich mee naar de Hemel.

Het moment waarop Jezus van de Vader werd afgescheiden vanwege de zonden die over Hem waren uitgegoten was toen Hij aan het kruis uitriep: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” Toen Hij Zijn geest opgaf, zei Hij: “Vader, in uw handen leg ik mijn geest”. Zijn lijden was in onze plaats voltooid. Zijn ziel ging naar de Paradijskant van Hades. Jezus ging niet naar de Hel. Het lijden van Jezus eindigde op het moment waarop Hij stierf. De betaling voor onze zonden was volbracht. Vervolgens wachtte Hij op de wederopstanding van Zijn lichaam en Zijn terugkeer naar de glorie van Zijn hemelvaart. Ging Jezus naar de Hel? Nee. Ging Jezus naar Sheol / Hades? Ja.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Moslims, mohammedanen of islamieten?

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

1. Moslims

.

Het Arabisch woord islam is gebouwd rond de wortel {s-l-m} en betekent overgave (aan God). In het Arabisch is het voorzetsel ‘mu’ + de wortel, de persoon die actie van de wortel uitvoert. Dus, een mu{s-l-m} (muslim) is een persoon die zich overgeeft aan God.

De liefde van God is volgens de islam dermate groot dat zij voor mensen niet eens te bevatten is. Een overlevering aan de profeet Mohamed verduidelijk dat. Wanneer er alles samen 100 eenheden liefdevolle genade bestaan, dan heeft God 1 eenheid liefdevolle genade over het hele universum verdeeld. Het is de genade en liefde die mensen voor elkaar voelen, de genade tussen mensen en dieren, tussen dieren onderling enz. De andere 99 eenheden genade bleven bij God, om op de Oordeelsdag aan de gelovigen toe te kennen. De genade en liefde van God overstijgen dan ook ver het menselijk bevattingsvermogen.

Liefde kan men niet vinden, liefde moet men worden. Moslim zijn betekent dat men ernaar streeft zichzelf volledig in te schrijven in deze liefdevolle genade van God, waarbij men niets van zichzelf aan deze liefde onttrekt. Door te zondigen  stelt men zich buiten deze liefde, onttrekt men zichzelf aan deze liefde, en wordt men rusteloos. Het is slechts in het gedenken van God dat de harten rust en vrede vinden:

“in het gedenken van God vinden de harten vrede” (Koran 13:28).
.
.
.

 2. Mohammedanen

.

De term ‘Mohamedanen’ wordt door moslims niet aanvaard. Het is een door het Westen gegeven benaming aan moslims, naar analogie met de term christendom die staat voor de volgelingen van Christus.

Mohammed wordt door de moslims aanzien als één van de vele Profeten van God, zoals ook David, Mozes, Abraham en volgens de islam ook Jezus Profeten van God zijn. Profeten worden aanzien als rolmodellen, zij passen het Woord van God toe in hun leven. Ook de profeten waren moslims – mensen die zich overgaven aan God.

.

.

3. Islamieten

.

Ook de term ‘islamieten’ wordt door moslims niet gebruikt, omdat het geen kwestie is van een geloof aan te hangen maar van zich over te geven aan God.

Het woord ‘salam’ is overigens gebouwd rond dezelfde wortel {s-l-m} en betekent vrede. Niet zomaar vrede, maar innerlijke vrede en vrede in de samenleving als gevolg van het zich overgeven aan God. Dit linguïstische aspect weerspiegelt de centrale rol van vrede in de islam.

Wanneer moslims elkaar tegenkomen, groeten zij elkaar met deze vredeswens (Assalam alaykum of vrede zij met jou). Deze vredeswens is op zich een kernachtig gebed waarin zij God vragen de ontmoeting onder zijn genade te laten verlopen. Ook wanneer hun paden weer scheiden, wensen zij elkaar deze godsvrede toe. Volgens profeet Mohamed leidt het elkaar toewensen van vrede ertoe dat men elkaar graag zal zien.

“Jullie zullen nooit het Paradijs bereiken tot wanneer jullie gelovigen worden, en jullie zullen nooit gelovigen worden tot wanneer jullie van elkaar houden. Zal ik jullie leiden naar iets dat ervoor zal zorgen dat jullie van elkaar houden? Verspreid groeten van vrede onder elkaar.” (Uitspraak van Profeet Mohamed)
.
.
.

DE ISLAM IS DE 

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Meerdere hemelen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Paulus

 

 

De tweede brief van Paulus aan de Korintiërs (vaak kortweg 2 Korintiërs genoemd) is een van de boeken in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Het boek telt 13 hoofdstukken en werd geschreven in het Grieks.

 

 

 

Paulus
Auteur Paulus en Timoteüs
Tijd 5657, uit Makedonië
Taal Grieks
Categorie brief van Paulus
Hoofdstukken 13
Vorige boek I Korintiërs
Volgende boek Galaten

 

 

 

2 Korintiërs 12 : 1-4

 

Paulus’ bevestiging van de aanwezigheid van meerdere hemels.

 

1 Te roemen is mij waarlijk niet oorbaar; want ik zal komen tot gezichten en openbaringen des Heeren.

2 Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het geschied zij in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel;

3 En ik ken een zodanig mens (of het in het lichaam, of buiten het lichaam geschied zij, weet ik niet, God weet het) .

Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken.

 

Paulus is in de derde hemel geweest. Als er een derde hemel is moeten er logischerwijze ook een eerste en tweede hemel zijn. Of er nog meerdere hemels zijn vermeldt de Bijbel niet.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria