Tagarchief: gelovigen

Boodschap 172 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

de ware-en de valse drievuldigheid

de ware-en de valse drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

GELOVIGEN  DENKEN MET HET HART

 

EN KUNNEN ONGELOVIGEN BEGRIJPEN.

 

ONGELOVIGEN DENKEN MET HET VERSTAND

 

EN KUNNEN GELOVIGEN NIET BEGRIJPEN.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Dertigste Miniatuur : negende visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Dertigste Miniatuur: Negende visioen van het Derde Boek

 

Scivias%20T%2030_Boek%20III,9

.

De dertigste miniatuur is voor Hildegard heel belangrijk geweest, want opnieuw heeft zij de miniaturist opgedragen er een hele bladzijde aan te besteden. Aan de rechterkant kant zien we de bouw van een hoge toren. Deze toren is de Kerk en de bouwers zijn de gelovigen. Boven op de toren zien we vier gelovigen stenen neerleggen. Tegen de toren is een brede ladder geplaatst waarop wij een groep in rode gewaden zien, de martelaren, en een groep in het groen, de belijders.

Merkwaardigerwijze volgt de miniaturist niet de tekst die spreekt van gelovigen op de ladder in witte kleren met zwarte schoenen. Sommige onder hen, zegt Hildegard, overtroffen de anderen in grootte en glans. Daarom zouden de vier in rode gewaden deze geloofshelden voorstellen.

Aan de buitenzijde van de toren bevinden zich zes druk bewegende mensjes. Zij zijn de gelovigen die ondanks hun roeping de opbouw van de Kerk tegenwerken. We zien hoe één van hen zelfs het bruiloftskleed uittrekt dat hem aangereikt werd door de engelen, toen hij het kasteelplein betrad door de poort aan de Noordkant.

De gelovigen die de Kerk opbouwen hebben de medewerking van een groep van vier Godskrachten. Deze zijn groot uitgebeeld aan de linkerkant. Het is de Wijsheid, die op een voetstuk staat van zeven zuiltjes en geflankeerd wordt door de Justitia, de Fortitudo en de Sanctitas. We volgen nu de tekst van SCIVIAS:

“In het midden van het gebouw, zag ik een sokkel van zeven zuiltjes, en daarbovenop een schone gestalte: de Sapientia. Haar hoofd straalde als de bliksem en daarom is zij hier voorgesteld met een zilver hoofd. Zij was getooid met een gouden gewaad.”

We hebben reeds twee deugden ontmoet, n.l. de Castitas in miniatuur 29 en de Veritas in miniatuur 27. Zij dragen volgens de tekst gulden gewaden , maar zijn door de miniaturist in een geel kleed geschilderd. Het metaal goud is in de miniaturen zoveel gebruikt om de heiligheid in de hemelse sfeer aan te duiden, dat de kunstenaar moest uitzien naar een gewone kleur om het gouden gewaad weer te geven.

We zien op de miniatuur dat rondom de Sapientia op de sokkel zich gelijkvloers drie godskrachten bevinden. Het dichtst bij de Sapientia staat de Justitia. Zij werd door Hildegard als enorm groot beschreven, zodat zij over het gehele gebouw kon heen zien. Haar verschijning was verblindend wit, daarom dat de miniaturist deze deugd helemaal in het metaal zilver uitbeeldde.

In haar hand houdt zij een lange banderol, wat er op wijst dat deze deugd een lange toespraak houdt. Op deze niet beschreven banderollen komen we bij de bespreking van de miniaturen 33-35 terug. Dan blijven er nog twee andere godskrachten over, n.l. de Fortitudo en de Sanctitas. De Fortitudo kennen we reeds van de miniaturen 22 en 23. De harnassen vertonen grote overeenkomst.

Het enige verschil is dat de Fortitudo aan het begin van de bouw (miniatuur 22) het zwaard nog niet heeft getrokken. Bij de bouw der Kerk op het einde der tijden heft de Fortitudo fier zijn wapen omhoog. De Sanctitas verschijnt met drie hoofden, hetgeen de kunstenaar de ondankbare opdracht bezorgde een artistiek minder geslaagde figuur ten tonele te moeten voeren.

Twee hoofden in het zilver en een derde in een bleke witachtige kleur. Het middelste hoofd draagt op zijn hoofd de naam Sanctitas en zegt als verklaring: “Ik ben geboren uit de deemoed en deze heeft mij grootgebracht; mijn moeder, de deemoed, overwint alle tegenstand.” Het tweede hoofd noemt zich “wortel van het goede” en verklaart, dat het uit God zelf stamt.

Het derde hoofd met het bleke gezicht geeft zichzelf als naam “onvergeeflijk voor zich zelf”. Het heft een klaaglied aan dat het als schepsel zo weinig bijdraagt aan het goede. Het toont zijn goede wil doordat het de aanvechtingen van de duivel tracht te overwinnen.

We ontmoeten hier dus wel een heel merkwaardige voorstelling van de uiteindelijke heiligheid van de Kerk. Zij houdt het midden tussen de goddelijke en de menselijke inbreng, maar alleen de deemoed kan deze moeilijke verbintenis met succes bekronen. Deze zelfde drieëenheid zullen we tegenkomen in de volgende miniatuur.

In dit dertigste visioen maakt Hildegardis duidelijk wat zij onder mannelijk en vrouwelijk verstaat.

Bij de beschrijving van de Godskracht Sanctitas zegt zij:

“De heiligheid is met zulk een glans van de goddelijke genade overgoten, dat de diepte van haar mysterie ver boven het begrip van de mens uitgaat. Door de zwaarte van de sterfelijkheid kan de ziel noch haar vrijheid in Christus, de mannelijke vorm, noch haar onderwerping aan Hem, de vrouwelijke vorm, doorschouwen.”

Hildegard wijdt nog veel verder uit over het karakter van deze drie belangrijke deugden naast de Wijsheid Gods. Een uitsluitend in beelden vervatte uitleg van alle mysteries rondom de opgang van het geestelijk leven zowel in de Kerk als geheel valt ons moeilijk te begrijpen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Negenentwintigste Miniatuur: achtste Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Negenentwintigste Miniatuur: Achtste Visioen van het Derde Boek

.

 

Scivias%20T%2029_Boek%20III,8

.

Men ziet hier het keerpunt. In het midden staat de rode kolom met de drie scherpgesneden hoeken van het mysterie van de H. Drievuldigheid. Links is de muur van de oude wet met haar kantelen. Rechts rijst tegen een lage muur (eigenlijk alleen het fundament van de muur die daar opgetrokken gaat worden) de hoge kolom van de Menswording. Hier speelt de gedachte, dat de muur tussen het Westen en het Zuiden opgetrokken wordt door de Menswording van Christus en de gelovigen. Deze Menswording van Christus wordt gesteund door twaalf godskrachten. Acht ervan worden in deze miniatuur aangeduid.

De Kracht Gods aan de top, de Gratia, is de genade. Deze heeft zwart gekruld haar en een mannelijk gelaat. De toespraak die deze Godskracht houdt is een lange uitnodiging om mee te werken met God de Vader in zijn strijd tegen het kwaad. De schittering van deze deugd die bijna verblindend afstraalt, is hier aangeduid met zilver. De overige elf deugden zijn vrouwelijk en hun medewerking met Christus wordt duidelijk aangegeven door vier om-hoog klimmende vrouwenfiguren die op haar schouder een steen naar boven dragen. De andere zeven deugden (men lette op de magische getallen) stellen door hun attributen gedetailleerd de voornaamste Godskrachten voor die in Christus en zijn gelovigen in het Nieuwe Testament aan het licht treden.

De eerste, bovenaan naast de Gratia, is de Deemoed. Zij is de grootste deugd die Christus in Zijn Menswording geopenbaard heeft. Daarom draagt deze deugd in een spiegel op de borst de beeltenis van de Zoon Gods. De tweede deugd is de Liefde, geheel in blauwe kleur. Het is de kleur die wij in de miniatuur van de H. Drievuldigheid  voor de tweede Persoon gebruikt zagen. De derde gestalte, gezeten onder de Liefde, is de Vreze des Heren. Zij is op dezelfde wijze uitgebeeld als in de tweede miniatuur en dezelfde beschouwingen over deze deugd worden hier herhaald. De vierde gestalte is de Gehoorzaamheid. Zij draagt een kettin als teken dat zij zich laat leiden door de stem van de hemelse herder.

De volgende deugd  links bovenaan is het Geloof. Zij draagt een rode halsband want gehoorzaamheid aan het geloof, consequent doorgevoerd, kan leiden tot martelaarschap. De zesde deugd gezeten onder het geloof, is de Hoop, het verlangen naar de toekomstige beloning. Daarom draagt zij eenzelfde kleed zonder glans als het Verlangen naar het hemelse dat we in het derde visioen van dit derde boek tegenkwamen en dat wij in de 22ste miniatuur eveneens met een kruisbeeld zien afgebeeld. Beide hebben hetzelfde vertrouwen in het lijden van de Verlosser. In de 22ste miniatuur was het nog maar een voorafbeelding, in de 27ste hadden de Discretio en de Zieleredding het kruis in handen, omdat zij wisten dat daar het keerpunt lag. Hier strekt iedere gelovige die Christus wil volgen, vol hoop de armen naar de Gekruisigde uit.

Tenslotte verschijnt de Castitas of de Kuisheid. De diepere betekenis van Maagdelijkheid onder leiding van de H. Geest wordt hier uitgebeeld. De H. Geest zien we in de gedaante van een duif boven de Castitas afgebeeld. Op haar schoot verschijnt een spiegel met de beeltenis van een kind, de Onschuld. Vrouwelijker kan men de kuisheid en de maagdelijkheid niet in beeld brengen. Het kind verwijst naar de eerste onschuld uit het aardse paradijs. Het is opmerkelijk  dat de miniaturist een kleed heeft geschilderd van een vaag goudgeel, terwijl Hildegard spreekt over een tunika helder als kristal. Deze goudgele kleur zijn we alleen tegengekomen in miniatuur 27 bij het kleed van de Veritas.

Zowel bij de Veritas als bij de Kuisheid heeft de miniaturist gepoogd het heldere wit van bronwater waarin de zon haar stralen weerspiegelt, weer te geven. Voor ons is het van belang te weten dat voor Hildegard de Castitas en de Veritas heel veel op elkaar gelijken.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Openbaring les 4: Wat is een nieuwe hemel en nieuwe aarde?

Standaard

Categorie: religie

 

 

ACHTERGROND

 

Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1-8)

 

Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.

Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.

Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).

Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.

In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).

Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).

 

 

De inwoners van de nieuwe hemel

en de nieuwe aarde (Openbaring 21:6-8; 22-27)

 

De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).

De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.

Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).

Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).

Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.

 

 

De glorie van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:22-27)

 

Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.

Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.

Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

 

 

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De laatste uitnodiging (Openbaring 22:12-17)

 

De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).

Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).

Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).

De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.

Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).

 

Conclusie

 

Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat moest Christus nog doen met betrekking tot de eindtijd?

 

Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

 

 Waarom wordt het nieuwe Jeruzalem de heilige stad genoemd?

 

Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.

 

 

 Wie zal er in de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen wonen?

 

Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.

 

 

 Hoe zal de relatie van de gelovige met God in de nieuwe schepping zijn?

 

Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.

 

 

 Hoe zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde anders zijn van deze huidige aarde?

 

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.

 

 

 Wie zal er niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen mogen gaan?

 

Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.

 

 

 Hoe zal aanbidding zijn in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

 

Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.

 

 

 Waarom is de komst van Christus bemoedigend voor de gelovige?

 

Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).

 

 

 Waarom wilden de Geest en de Bruid Christus verlangend uitnodigen om te komen?

 

Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.

 

 

 Wat biedt Christus aan degene die zich aansluiten bij de

Geest en de Bruid en wachten op Zijn komst?

 

Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).

 

 

SAMENVATTING

 

Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.

Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Openbaring les 3: Gods oordeel aan de witte troon!

Standaard

Categorie: religie

 

Achtergrond

 

Beeld je een wereld in die geregeerd wordt door een volmaakte Heerser die onmiddellijk en vastberaden afrekent met zonden. Wanneer de vloek van de zonde verwijderd is en alles terug naar haar oorspronkelijke zuiverheid als in de tuin van Eden wordt gebracht, zou de wereld gedomineerd worden door rechtvaardigheid en goedheid. Zo een aarde is nog ver te zoeken, maar het is  toch de juiste beschrijving van hoe de aarde er zal uitzien tijdens het komende aardse rijk van Jezus Christus. Gods volk heeft naarstig uitgezien naar deze tijd wanneer Christus zou terugkeren en Zijn vijanden zal verslaan om een aards koninkrijk op te zetten.

Deze verwachting blijft aanhouden omdat Christus’ aardse koninkrijk het hoogtepunt is van Gods verlossingsplan en de verwezenlijking van de hoop die de gelovigen doorheen de eeuwen hebben gekoesterd. De Gemeente wordt opgenomen en naar de hemel geleid, een grote verdrukking van zeven jaar zal de aarde overkomen en alles wat er nog overblijft, is weggelegd om afgehandeld te worden bij het oordeel. In hoofdstuk 20 schrijft Johannes zijn visioen over dit oordeel. Christus, het waardige Lam van God en de Heerser van de aarde, zal Zijn duizendjarig rijk oprichten en rechtvaardig afrekenen met al degenen die zich tegen Hem verzetten.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het binden van de dienaren van satan in het aardse

koninkrijk van Christus (Openbaring 20:1-6)

 

Het eerste waar de Koning aandacht aan zal schenken wanneer hij Zijn koninkrijk opzet is de opsluiting van de verzetsleider. Tegen deze tijd zal God alle menselijke tegenstanders hebben vernietigd (Op.19:11-21) en het beest (antichrist) en de valse profeet zullen in de poel van vuur geworpen worden (19:20). De laatste stap, in de voorbereiding van het koninkrijk, zal het wegnemen van satan en zijn demonische garde zijn zodat Christus kan regeren zonder de tegenstand van bovennatuurlijke vijanden.

God kiest ervoor om satan door een van Zijn engelen te verwijderen van de aarde. Ondanks dat we niet weten wie deze engel zal zijn, kunnen we wel zeggen dat hij grote krachten zal bezitten; “met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand” (20:1). Doordat hij de sleutel bezit, is hij alleen degene die de macht heeft om deze geschapen plaats van straf te openen en te sluiten. Terwijl hij nederdaalt uit de hemel merkt Johannes op dat hij slechts met één agendapunt is gestuurd: om satan (ook wel de draak, oude slang en de duivel genoemd) te grijpen, te binden en weg te werpen in de afgrond (bodemloze put) voor een periode van duizend jaar. Omwille van zijn verzet tegen Gods Zoon, dat wordt afgebeeld door de verschillende benamingen die hem hier worden gegeven, zou satan gedurende de duizend jaar dat Christus Zijn aardse rijk zal regeren worden gebannen. Gedurende deze tijd zal satan niet in staat zijn om volkeren te misleiden (20:3), wat wil zeggen dat hij op geen enkele manier invloed zal hebben op de wereld.

Met satan, zijn demonische garde en alle God verwerpende zondaren uit de weg geruimd, zal het duizendjarig koninkrijk opgericht worden. De Here Jezus zal in dit koninkrijk natuurlijk de voornaamste Heerser zijn (Luk.1:32; Op.19:16). Toch heeft Jezus beloofd dat Zijn heiligen met Hem zullen regeren (Dan.7:27; Matt.19:28;1 Kor.6:2; 2 Tim.2:12; Op.2:26; 3:21; 5:10). Dat deze belofte vervuld zal worden is duidelijk in de rest van Johannes’ visioen. Johannes ziet Gods volk verheerlijkt worden en beloond en heersend met Christus. Hij “zag tronen”, wat duidt op gezag en Gods uitverkorenen “gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven” (Op.20:4). Genietend van een ondergeschikte heerschappij onder leiding van Christus zullen de heiligen Gods wil volledig tot stand doen komen in ieder aspect van het koninkrijk.

Daarna ziet Johannes de laatste groep gelovigen die samen met Christus zullen regeren in Zijn koninkrijk. In dit visioen ziet Johannes “tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aangebeden, die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en  hand” (Op.20:4). Dit zijn de gemartelde gelovigen uit de grote verdrukking (6:9; 7:9-17; 12:11). Tijdens dit rijk zal de antichrist gelovigen tijdens de jaren van verdrukking omwille van verschillende redenen uitroeien:

(1) hun getuigenis van Jezus (19:10)

(2) ze zullen trouw Gods Woord verkondigen (6:9)

(3) ze zullen het beeld en zijn beeld niet vereren en ze zullen het teken niet op hun voorhand of hand dragen (19:20).

Net als koning Nebukadnessar in de dagen van Daniël zal de antichrist anderen door bevel oproepen om hem te vereren. Zij die zullen weigeren om het beeld van de antichrist te aanbidden zullen de doodstraf krijgen (13:15). In feite zijn van de vele martelaars die eerder in Openbaring genoemd worden mensen die in deze tijd van verdrukking zijn omgekomen.

Als deel van zijn plan om aanbidding van de antichrist af te dwingen, zal de valse profeet vereisen dat iedereen een teken op zijn voorhoofd of rechterhand zal dragen (13:16). Dit teken zal de personen die dit dragen kenmerken als aanbidders en trouwe volgelingen van de antichrist. Zij die weigeren om zulk een teken te dragen zullen geëxecuteerd worden. Omdat deze gelovigen tijdens deze jaren van verdrukking trouw zullen blijven tot aan de dood, en hiermee getuigen van hun ware verlossing, zullen ook zij terug tot leven komen en samen met Christus gedurende duizend jaar regeren.

Deze opstanding van de gelovigen noemt Johannes de eerste opstanding en degenen die er deel van uitmaken worden gezegend en heilig beschouwd (20:5). Zij die zullen horen bij de tweede opstanding zijn de dode ongelovigen uit de geschiedenis, waarvan de opstanding tot oordeel en verdoemenis in de volgende verzen 11-15 beschreven worden. Zij die deel uitmaken van de eerste opstanding zijn eerst en vooral gezegend omdat “de tweede dood geen macht” heeft over hen (20:6). Deze tweede dood die in vers 14 beschreven wordt als “de poel van vuur” is de eeuwige hel. De geruststellende waarheid is dat geen enkel kind van God ooit Gods toorn zal ondergaan (Rom.5:9; 1Thess.1:10; 5:9). Zij die deel hebben aan de eerste opstanding zijn ook gezegend omdat ze “priesters van God en van Christus zijn” (1:6; 5:10; 20:6). De gelovigen dienen nu als priesters door het aanbidden van God en het leiden van anderen in het kennen van Hem (1 Pet.2:9) en zullen op gelijkaardige wijze gaan dienen in het duizendjarig rijk.

 

 

De bevrijding en het einde van satan (Openbaring 20:7-10)

 

Zoals eerder werd aangehaald zullen satan en zijn demonen tijdens het duizendjarig rijk gevangen worden gehouden in de afgrond (of bodemloze put), zodat Jezus Christus soeverein zonder verzet zal kunnen regeren. Hen zal niet toegelaten worden om zich op een of andere manier te moeien met zaken die betrekking hebben op het duizendjarig rijk. Maar de opsluiting van satan zal ongedaan worden gemaakt “wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn” en hij “uit zijn gevangenis (zal) worden losgelaten” om een laatste opstand van zondaars te leiden. Ondanks de persoonlijke heerschappij van Christus op aarde en ondanks de hoge moraal die de aarde zal kennen zullen vele nakomelingen van hen die het duizendjarig rijk met hun fysieke lichamen zijn binnengetreden hun zonden toch gaan liefhebben en Christus verwerpen (cf. Rom.8:7). Zelfs de geweldige omgeving van het duizendjarig rijk zal de trieste realiteit van de menselijke verdorvenheid niet veranderen. Het loslaten en terugkeren naar de aarde van satan zal het bovennatuurlijke leiderschap voorzien dat nodig is om alle rebellie die er nog steeds leeft op aarde naar de oppervlakte te brengen (20:8).

Verwonderlijk ziet Johannes dat het aantal van deze rebellerende mensen “als het zand van de zee” is – een beeldspraak die in de Bijbel gebruikt wordt om een massale ontelbare groep aan te geven (Gen.22:17; Joz.11:4; Heb.11:12). Deze rebellen zullen de gelovigen omsingelen, die op dat moment allen in “de geliefde stad” Jeruzalem zullen verblijven (cf. Ps.78:68; 87:2). Alle gelovigen zullen daar zijn samengekomen, omdat het de plaats zal zijn waar de troon van de Messias zal staan en dit het centrum ts van het duizendjarig rijk (cf. Jes.24:23; Ezech.38:12; 43:7; Zach.14:9-11).

Omdat de rebellen zullen vergaderen om zich te verzetten tegen Christus, zal de oorlog eerder een terechtstelling worden. Volgens het visioen van Johannes komt er, wanneer de rebellen ten strijde willen trekken, “vuur van God neer uit de hemel en dat verslindt hen” (20:9). Ze worden snel, onmiddellijk en volledig uitgeroeid, een manier die God dikwijls gebruikt om zondaren te oordelen (cf. Gen.19:24; Lev.10:2; Luk.9:54). Satans strijdmachten worden fysisch gedood en hun zielen zullen naar het dodenrijk keren waar ze wachten op hun straf, de eeuwige hel, die gauw zal voltrokken worden (20:11-15). Johannes geeft ook weer hoe hun kwaadaardige leider zijn lot niet zal kunnen ontlopen. “De duivel, die hen misleidde, wordt in de poel van vuur en zwavel geworpen” (20:10). Daar zal hij het beest en de valse profeet vergezellen die tegen die tijd al duizend jaren hebben doorgebracht in deze plaats van tuchtiging (19:20). Eenmaal in deze verschrikkelijke plek zullen ze “dag en nacht gepijnigd worden” (20:10). Er zal “in alle eeuwigheid” geen moment van opluchting zijn (20:10) in de hel als een blijvende plaats (Matt.25:46; 2 Thess.1:9; Op.14:10-11) van onuitblusbaar vuur (Mark.9:43).

 

 

666 en de antichrist

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De grote witte troon van het oordeel (Openbaring 20:11-15)

 

Na getuige te zijn van het eeuwige einde van satan samen met de inluiding van het duizendjarig rijk van Christus krijgt Johannes een visioen over een grote witte troon. Het is op deze plaats dat de berouwloze zondaren die Gods genade en barmhartigheid tijdens hun leven hebben verworpen onvermijdbaar Gods rechtvaardigheid tegen zullen komen. Daarom is dit gedeelte de meest ernstige, ontnuchterende en tragische passage van heel de Bijbel. Hierna zal rechtspraak nooit meer nodig zijn en zal God niet meer als Rechter moeten optreden.

De apostel krijgt de Rechter gezeten op Zijn rechterstoel en al de beschuldigden voor Hem te zien. Deze Rechter is niemand anders dan de verheven Here Jezus Christus. Het hele Nieuwe Testament onderwijst dat het God in de persoon van Zijn verheerlijkte Zoon zal zijn, die zal uiteindelijk over alle ongelovigen zal oordelen (Joh.5:22, 26-27; Hand.10:42; 17:31;Rom.2:16; 2 Tim.4:1). Johannes vermeldt ook de opzienbarende realiteit dat “voor Zijn aangezicht” de aarde en de hemel wegvluchtten, “zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was” (20:11).

Dit is niets anders dan het plotse stormachtige einde van het universum (cf. Ps.102:25-26; Jes.51:6; Matt.5:18; 24:35; Heb.1:11-12; 12:26-27). Ondanks dat de aarde hersteld wordt tijdens Christus’ heerschappij in het duizendjarig rijk, zal hij toch nog steeds met zonden besmeurd en onderworpen zijn aan de gevolgen van de zondeval – verval en dood. Daarom moet de aarde uiteindelijk vernietigd worden, omdat niets dat besmet is met zonde voor eeuwig kan bestaan (2 Pet.3:13). Dit is ook de reden waarom God een nieuwe hemel en nieuwe aarde zal scheppen.

De doden die hier voor de witte troon staan zijn niet enkel die uit het duizendjarig rijk, maar alle ongelovigen die ooit hebben geleefd. Na hun dood zijn hun zielen in een plaats van pijn en marteling geweest die Hades wordt genoemd. Nu is voor hen de tijd gekomen om voor eeuwig veroordeeld te worden tot de hel. De alomvattende natuur van dit oordeel vereist dat de zee, de dood en Hades (het dodenrijk) “de doden die in hen waren” gaven. Op deze dag zullen al degenen die in ongeloof zijn gestorven voor Christus komen te staan – de Grote Rechter. Het oordeel over deze goddelozen zal niet aanvangen zonder goddelijke maatstaf.

De boeken die geopend werden voor de grote witte troon bevatten iedere gedachte, ieder woord en ieder daad van iedere ongelovige die ooit had geleefd. God heeft ieders leven volmaakt, precies en uitgebreid bijgehouden. Omdat Gods rechtvaardigheid vereist dat ieder zonde beboet wordt, zal iemand  die niet voldoet aan Gods volmaakte en heilige maatstaf “overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken” geoordeeld worden (20:12-13). Terwijl Christus de straf voor de gelovigen droeg (en hen dus dit oordeel deed ontkomen) zullen de ongelovigen Christus’ rechtvaardigheid niet toegerekend krijgen (Fil.3:9). Zij zullen zelf de straf voor het overtreden van Gods wet moeten dragen– eeuwige ondergang in de hel (2 Thess.1:9).

Nadat de boeken met de slechte daden van mensen werden geopend werd “nog een ander boek geopend, namelijk het boek des levens”(Op.20:12). Dit boek bevat de namen van allen wiens “burgerschap… in de hemelen” is (Fil.3:20). Het boek des levens is dus een register van al degenen die in geloof Jezus Christus hebben gevolgd en zich van hun zonden hebben bekeerd. Zij die hier op aarde weigerden om hun zondeschuld te erkennen, weigerden zich te bekeren en God om vergeving te vragen op basis van het plaatsvervangend offer van Jezus zullen niet in het boek des levens gevonden worden. Zulke personen zullen schuldig bevonden worden op de dag van het oordeel en voor eeuwig moeten lijden om willen van hun zonden.

Dat zulk een einde voor ongelovigen bestaat, wordt duidelijk aan het eind van Johannes’ visioen aan de grote witte troon. Volgens zijn verslag zal, eenmaal het oordeel is voltrokken, het heel gauw ten uitvoer worden gebracht. Terwijl de gezegende en heilige deelhebbers aan de eerste opstanding de tweede dood niet zullen meemaken (20:6), zal de rest van de doden die geen deelhebben aan de eerste opstanding (20:5) de tweede dood of hel tegemoet treden – hier omschreven als de poel van vuur (20:15). Hoe vreselijk en pijnlijk deze plaats ook zal zijn, toch zullen zij die in hun zonden sterven hier op deze wereld nogmaals een tweede dood ondergaan, veroordeling tot een eeuwigheid in de poel van het vuur.

 

 

Rechtvaardig oordeel

Pasteltekening van John Astria

 

 

Conclusie

 

Er is slechts één manier om de schrikwekkende werkelijkheid van de hel te ontkomen. Zij die hun zonden belijden en God vragen om hen te vergeven op basis van Christus’ plaatsvervangende dood voor hen zullen Gods eeuwige toorn ontkomen (Rom.5:9; 1 Thess.1:10; 5:9). Terwijl dit Bijbelgedeelte geschreven is als een waarschuwing voor de ongelovige wereld, moedigt het eveneens de gelovige aan om zorgzaam, opmerkzaam en godsvruchtig te leven en daarbij te evangeliseren naar een hopeloze verloren wereld die op weg is naar verwoesting. Gelovigen moeten daarom trouw het reddende Evangelie van de Here Jezus verkondigen en daardoor de zielen van de mannen en vrouwen redden van het onheil dat hun te wachten staat.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat wordt er aan het begin van de tekst voorbereidt?

 

Het boek Openbaring bevat hetgeen wat er in de toekomst plaats zal vinden. Voor gelovigen wordt dit zeer verwelkomd als we uitzien om bij Christus in de hemel te zijn. Voor dit gebeurt komt Christus naar de aarde en vestigt er Zijn koninkrijk. Dit zal gekend zijn als het duizendjarig rijk, want het voor duizend jaren zal duren.

 

 

 Welke rol speelt de engel in de voorbereiding voor dit koninkrijk?

 

De laatste fase in de voorbereiding van het koninkrijk zal een verwijdering van satan en zijn demonen zijn, zodat Christus zonder tegenstand kan regeren. Dit is het moment dat de engel komt. In zijn visioen ziet Johannes de engel nederdalen uit de hemel naar de aarde, de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn handen houdende. Hij is voor een reden gekomen: om satan te grijpen, te binden en hem voor duizend jaar in de afgrond te werpen. Vanwege zijn positie tot Gods Zoon, zal satan worden weg verzegeld voor de gehele duizend jaar dat Christus heersen zal in Zijn aards koninkrijk. Gedurende deze periode zal satan niet in staat zijn om de volken te misleiden (Op.20:3); wat betekend dat hij de wereld op geen enkele wijze meer kan beïnvloeden. Christus zal kunnen regeren in Zijn aardse rijk, zonder enige tegenstand of opstand. Wanneer de duizend jaar voorbij zijn wordt satan bevrijdt en toegestaan om terug te keren op aarde voor een hele korte tijd.

 

 

 Wie zal nog met Christus regeren zoals we in Johannes’ visioen kunnen zien?

 

Nu satan, zijn demonen en alle zondaren die God afgewezen hebben, weg zijn, zal het duizendjarig rij van vrede en rechtvaardigheid gevestigd worden. De soevereine Heerser in dat koninkrijk is natuurlijk de Here Jezus Christus. Maar Christus had ook Zijn heiligen beloofd om met Hem te regeren. (Dan.7:27;Matt.19:28; 1 Kor.6:2; 2 Tim.2:12; Op.2:26; 3:21; 5:10). Deze belofte wordt duidelijk gezien in de rest van Johannes’ visioen. Johannes ziet Gods kinderen (i.e. gelovigen) als herrezen, beloonde en regerende met Christus.

 

 

 Wie zal deel hebben aan de eerste opstanding?

 

Degenen die deel hebben aan de eerste opstanding, zullen degene zijn die geloofd hebben en ware verlossing hebben ontvangen door Jezus Christus. Deze individuen zijn getrouw gebleven, sommigen zelfs tot de dood. Omdat ze bewijs van ware verlossing hebben gegeven, zullen ze ook tot leven komen en met Christus voor duizend jaar regeren. Ze worden als gezegend beschouwd, omdat de “tweede dood geen macht” over hen heeft (20:6). Deze tweede dood is “de poel van vuur”, welke de hel is. Omdat ze Gods kinderen zijn, zullen ze nooit Gods eeuwige toorn onder ogen zien.

 

 

 Wie zal deel hebben aan de tweede opstanding?

 

Degene die deel hebben aan de tweede opstanding, zullen degene zijn die gefaald hebben om in hun leven te geloven in en zich te onderwerpen aan Christus. Deze individuen zullen uit de dood voortgebracht worden om niets anders dan oordeel en veroordeling te treffen. Hun einde zal hetzelfde zijn als die van satan en de rest van Gods vijanden.

 

 

 Wat zal er aan het einde van Christus’ duizendjarige regering op aarde plaatsvinden?

 

Als de duizend jaar om zijn, zal satan vrijgelaten worden uit de afgrond, om de laatste rebellie van de zondaren te leiden. Degene die op aarde zijn en hun zonden blijven liefhebben en Christus afwijzen tijdens Zijn duizendjarig heersen (wat een groot aantal zal zijn), zullen verleid en gelokt worden om satan te volgen in zijn laatste en definitieve rebellie tegen God.

 

 

 Op welke manier zullen de vijanden van God plannen om tegen Hem rebelleren?

 

Als alle opstandelingen zich rond de hoofdvijand satan verzamelen, zal hij hen in een strijd tegen God en Zijn volk leiden. Alle goddelozen zullen de heiligen insluiten, die dan verzameld zijn in de “geliefde stad” van Jeruzalem. Alle heiligen zullen hier verzameld zijn, omdat het een plaats van de Messias’ troon zal zijn en het middelpunt van het duizendjarig rijk.

 

 

 Hoe zal God de rebellie eindigen?

 

Volgens Johannes’ visioen zal er, als de opstandelingen zich verplaatsen voor de aanval, vuur uit de hemel neerdalen en hen verslinden (20:9). Ze zullen snel, direct en volledig uitgeroeid worden, wat vaak de manier is waarop God zondaren oordeelt. Alle strijdkrachten van satan zullen fysiek gedood worden.

 

 

 Hoe zal God tenslotte op het einde met satan afrekenen?

 

Johannes vermeldt ook dat hun slechte leider zijn lot niet zal kunnen ontlopen. “En de duivel, die hen misleidde” zal “in de poel van vuur en zwavel geworpen” worden (20:11). Daar zal hij zich bij de rest van Gods vijanden voegen. Eenmaal naar die vreselijke plaats geleid te zijn, zullen ze “dag en nacht gepijnigd worden” (20:10). Daar zal geen moment van verlichting zijn “in alle eeuwigheid” (20:10); want de hel is een eeuwige plaats van onuitblusbaar vuur.

 

 

 Nadat God de rebellie beëindigt, waar worden de opstandigen onmiddellijk heengebracht?

 

Na getuige geweest te zijn van het eeuwige einde van satan, samen met het inluiden van Christus’ duizendjarig rijk, ontvangt Johannes een visioen van een grote witte troon. De apostel krijgt de Rechter te zien die op Zijn troon van oordeel zit en alle beschuldigden staan voor Hem. Deze Rechter is niemand minder dan de verhoogde Here Jezus Christus. Op deze dag zal elke ongelovige die ooit geleefd heeft, voor Christus moeten staan – de Grote Rechter.

 

 

 Wat zal er in de laatste dagen met de aarde gebeuren?

 

Johannes schrijft dat van de Rechters’ “aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg” en dat “er geen plaats meer voor hen te vinden was” (20:11). Dit is niets anders dan de plotselinge, hevige beëindiging van het universum. Hoewel de aarde herstelt zal zijn tijdens Christus’ duizendjarig rijk, zal hij nog steeds besmet zijn met zonde en daarom onderworpen aan de gevolgen van verval en dood. Vandaar dat hij vernietigd moet worden, aangezien er niets wat bedorven is door zonde toegestaan kan worden om in de eeuwige staat te blijven bestaan. Dit is waarom God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal maken.

 

 

 Waardoor zullen ongelovigen veroordeeld worden?

 

De boeken die geopend voor de grote witte troon liggen, bevatten de vermelding van iedere gedachte, woord en daad van iedere niet verloste persoon die ooit geleefd heeft. God heeft een perfecte en nauwkeurige vermelding van het leven van iedere persoon. Aangezien Gods rechtvaardigheid een betaling vereist voor elke zonde van iedereen, zal elke persoon die Gods volmaakte heilige standaard niet haalt, geoordeeld worden “overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken” (20:12-13). Terwijl Christus de straf voor gelovigen betaald heeft (en daarmee hen van oordeel bevrijd heeft), zullen ongelovigen, die Christus’ gerechtigheid niet hebben, zelf de straf moeten betalen voor het schenden van Gods wet. Deze straf is eeuwige vernietiging in de hel.

 

 

 Wat zal er uiteindelijk gebeuren met degene wiens naam

niet in het boek des levens geschreven staan?

 

Nadat het boek met de slechte daden van de gevangenen geopend was, werd “nog een ander boek geopend, namelijk het boek des levens” (20:12). Dit boek bevat de namen van al degene die hun “burgerschap … in de hemelen” hebben (Fil.3:20). Zo is het boek des levens een verslag van degene die geloof in Christus hebben  en berouw getoond hebben van hun zonden en zich hebben bekeerd. Degene die weigeren om in deze wereld van hun zonden schuld te bekennen, berouw tonen en God om vergeving te vragen, zullen niet in het boek des levens gevonden worden. Deze individuen zullen schuldig verklaard worden op de dag van het oordeel en zullen in alle eeuwigheid lijden voor hun zonden. Deze straf zal snel uitgevoerd worden, want alle ongelovigen zullen onmiddellijk in de poel van het vuur geworpen worden (i.e., de hel).

 

 

SAMENVATTING

 

In Johannes’ visioen zag hij een engel vanuit de hemel komen die een sleutel en een grote ketting in zijn hand vasthield. De engel nam satan en bond hem vast en wierp hem in de afgrond en deed het op slot. Satan werd daar voor duizend jaar gebonden, zodat hij niemand meer kon misleiden. Johannes zag ook tronen en de zielen van mensen die voor hun geloof onthoofd waren. Deze mannen en vrouwen zullen voor duizend jaar met Christus regeren. Na de duizend jaar zal satan voor een korte tijd bevrijdt worden. Gedurende deze tijd zal satan een opstand tegen God en Gods volk houden. God zal deze opstandelingen verslinden en zal satan in de poel van het vuur werpen. Daarna zag Johannes een grote witte troon waar God met grote, geopende boeken
zat. De doden die voor God stonden, werden vanwege hun daden veroordeeld en als hun namen niet in het boek des levens stonden, werden ze in de poel van het vuur geworpen.

Dit tekstgedeelte dient als een grote waarschuwing voor een ieder die blijft rebelleren tegen God. Degene die falen om hun zonden te belijden, om God om vergeving te vragen en aan Christus te onderwerpen, zullen een hevige straf ondervinden. Daarom zou iedere gelovige bezorgd moeten zijn om te zien of zijn of haar leven blijk geeft van ware verlossing. Terwijl we nog op deze aarde zijn, zouden we een groot verlangen moeten hebben om de reddende genade te brengen aan degene die in ongeloof wandelen en tegen God in opstand komen.

 

 

Chronologie Johannes’ visioen

 

Johannes zit nog steeds op het eiland Patmos. God wil hem daar meer vertellen over wat er in de toekomst gaat gebeuren. Hij geeft Johannes een droom waarin Hij hem meeneemt naar die tijd die nog moet komen. In deze droom ziet Johannes een hele sterke engel uit de hemel neerdalen. Hij heeft een sleutel en een ketting vast. De engel komt om satan gevangen te nemen. Hij neemt satan beet en maakt hem met de ketting vast. Daarna gooit hij satan in een put waar hij zelf niet uit kan. Duizend jaar zal hij in die put moeten blijven. Maar wat ziet Johannes nu? Op de troon in Jeruzalem zit een man die hij heel goed kent. Het is Jezus! Hij zit op een troon. Ziet hij dat goed? Er staan nog heel veel tronen met mensen erop. Het lijken wel allemaal koningen. Dit zijn alle mensen die in Jezus hebben geloofd. Zij mogen nu samen met Hem als koningen regeren over de aarde voor wel duizend jaar.

Tijdens die duizend jaar is bijna iedereen gelukkig want Jezus is de grote Koning. Na de duizend jaar wordt satan weer losgelaten. Hij vlucht vliegensvlug naar de aarde. Heel veel mensen kiezen om met hem te gaan vechten tegen Jezus en Zijn leger. Maar God laat dit niet gebeuren. Wanneer de troepen van satan bijeen komen laat God vuur uit de hemel komen om hen allemaal te doden. Satan wordt nu voorgoed in de hel geworpen. Johannes zijn droom gaat verder. Nu ziet hij een grote witte troon staan met een hele strenge Rechter erop. Voor de troon staan een heleboel mensen. Het zijn alle mensen die niet hebben geloofd in God en niet vertrouwden op Jezus. Ze dachten: “Ik heb Jezus niet nodig, ik zorg wel voor mezelf!” Hier staan ze nu, niemand om hun te helpen. De Grote Rechter, die eigenlijk Jezus is, doet een heel dik boek open.

In dit boek staat alles wat iedereen heeft gedacht, gezegd en gedaan. Een heleboel dingen. De Rechter kijkt naar het boek en wanneer hij één zonde vindt, spreekt Hij daarover de straf uit. Alle mensen voor de troon blijken schuldig te zijn. Niemand staat er zonder zonden. Ze hebben allemaal gezondigd en gedaan wat God slecht vindt. De Rechter schudt met Zijn hoofd en zegt tegen elk van hen: “Je hebt niet gedaan wat Ik wilde, je verdient
straf. Je zult voor eeuwig in de hel blijven en daar gestraft worden omwille van je zonden.” Dit is de meest triestige dag van de geschiedenis, want die dag zullen er heel veel mensen zijn die voorgoed in de hel zullen blijven. Jezus, de Rechter, doet dit niet graag. Maar Hij moet het doen, want bij zonde hoort straf. Daarom geeft Jezus nu nog iedereen de kans om op Hem te vertrouwen. Vraag God vergeving van je zonden en vertrouw erop dat Jezus de straf voor jouw zonden droeg aan het kruis! Haat zonden en vecht ertegen! En vertel ander mensen over Jezus die van hen houdt en voor zonden stierf aan het kruis.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

 

 

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

 

 

 

De voorstelling van de miniatuur

 

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

 

 

 

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

 

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

 

 

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

 

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

 

 

 

De deugden in Scivias

 

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Waarom zijn er processies in de kerk?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Waarom houdt de Katholieke Kerk processies?

 

 

.
.
.
.

Een processie is vanouds een plechtige omgang van geestelijken en gelovigen binnen of buiten het kerkgebouw. Men zingt liederen en hymnen en bidt litanieën en andere gebeden.

.

 

Het eerste moment

.

We beginnen bij de Joodse traditie, het Loofhuttenfeest. Bij het Loofhuttenfeest wordt aan de doortocht van het bevrijde volk door de woestijn gedacht. Daarom moet men tijdens dit feest zeven dagen in een hut van bladeren wonen. Bij dit feest wordt een palmtak in de hand gehouden (Lev. 23: 40). Tijdens de dagelijkse rondgangen om het spreekgestoelte en tijdens het reciteren van de Hallel (de lofpsalmen 113-118).

Vóór de verwoesting van de Tempel, vond de dagelijkse rondgang plaats om het brandoffer altaar. De laatste dag liep men dan zevenmaal om het altaar. Er werden op die dag veel offers gebracht, Levitische gezangen gezongen en overal werd het plechtige geschal van de zilveren trompetten van de priesters gehoord.

’s Avonds werd het indrukwekkende schouwspel van de Tempel, met zijn drommen pelgrims, schitterend verlicht door de grote kandelaars in de voorhof der vrouwen en door de gloed van talloze fakkels die rondom in de voorhoven van de Tempel waren geplaatst.

Daarmee was het Loofhuttenfeest ook een echt lichtfeest. In later tijden is in Jeruzalem een uitbundig ‘waterschepfeest’ aan het Loofhuttenfeest toegevoegd. In een plechtige processie werd water, dat uit de Siloam-bron geschept was, naar het tempelplein gebracht om daar uitgegoten te worden. Dat ging gepaard met zeer grote vreugde. In de gebeden werd God gevraagd om Zijn zegen en om regen in het nieuwe seizoen.

 

 

Het tweede moment 

.

Later in de Bijbel lezen we ook over een processie. De ark van God was drie maanden in het huis van Obed-Edom geweest, tot David de ark feestelijk overbracht naar Jeruzalem. We lezen hierover in 2 Sam. 6:

“zo ging David heen en haalde de ark Gods uit het huis van Obed-Edom opwaarts in de stad Davids, met vreugde. En het geschiedde, als zij, die de ark des Heren droegen, zes treden voortgetreden waren, dat hij ossen en gemest vee offerde. En David huppelde met alle macht voor het aangezicht des Heren.  Alzo brachten David en het ganse huis Israëls de ark des Heren op, met gejuich en met geluid der bazuin.”

De bedoeling van de processie is duidelijk, God de eer brengen. De ingrediënten van Davids’ processie zijn hetzelfde als bij de huidige processies: muziek, offeren, plechtige optocht, speciale kleding, dansen en bidden. Op die wijze publiekelijk je geloof belijden en aan iedereen laten zien dat je God lief hebt kan aanstoot geven. zo kreeg David commentaar van zijn vrouw Michal:

“Als nu David wederkwam, om zijn huis te zegenen, ging Michal, Sauls dochter, uit, David tegemoet, en zeide: Hoe is heden de koning van Israël verheerlijkt, die zich heden voor de ogen van de dienstmaagden zijner dienstknechten heeft ontbloot, gelijk een van de ijdele lieden zich onbeschaamdelijk ontbloot? Maar David zeide tot Michal: Voor het aangezicht des Heren, Die mij verkoren heeft voor uw vader en voor zijn ganse huis, mij instellende tot een voorganger over het volk des Heren, over Israël; ja, ik zal spelen voor het aangezicht des Heren.”

Davids geloof was ook een publieke zaak. Heel het volk was erin betrokken en de intocht van de ark was een publieke gebeurtenis.

 

 

De 10 geboden voor de eeuwigheid

De 10 geboden voor de eeuwigheid op de arc van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Het derde moment

.

 

Het derde moment is de plechtige intocht van Christus in Jeruzalem. In Joh. 12 lezen we:

“Des anderen daags, een grote schare, die tot het feest gekomen was, horende, dat Jezus naar Jeruzalem kwam, namen de takken van palmbomen, en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: Hosanna! Gezegend Hij, Die komt in den Naam des Heeren, Hij, Die is de Koning Israëls!”

Ook hier een publieke optocht, midden door de stad, met gezang, feest, palmtakken en kleren op de weg.

Die palmtakken komen nog eens terug in Openbaringen 7:

“Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen. En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam.”

 

 

04-03_palm_2

 

.

 

Het huidige moment

.

Het Katholieke Paasfeest begint met Palmzondag waar de intocht van Jezus in Jeruzalem centraal staat. Op Palmzondag vervulde Jezus wat in het Oude Testament wordt voorspeld:

” Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.”(Zach. 9: 9).

Christus koningschap en zijn vorstelijke onthaal in Jeruzalem moeten gezien worden in het licht van het koninkrijk Gods, dat door Lijden en Opstanding nabij wordt gebracht. Christus intocht in Jeruzalem wordt in de christelijke traditie gevierd met een Processie. Uit pelgrim verslagen blijkt dat dit in Jeruzalem al in de 4e eeuw ingeburgerd was.

De Palmpasen processie vond langzaam maar zeker ook in het Westen ingang, het eerst in Spanje in de 7e eeuw, en stond tot aan de Reformatie in hoog aanzien. Tijdens de Palmpasen processie zwaaien de Katholieke gelovigen met een palmtak. Ze blijven dat doen, tot de tijd waarover Openbaringen schrijft, waarbij de schare zwaait met palmtakken gekleed in lange witte gewaden.

 

 

 

Processies voor heiligen

.

Een processie is ook een plechtige optocht van geestelijken en gelovigen, waarbij de godsvrucht, boetedoening en het richten van dank- of smeekbede tot God of een heilige versterkt wordt. Een belangrijk element van processies is dat een heilige of God vereerd wordt.

Een voorbeeld is de sacramentsprocessie waarbij het Allerheiligste in een monstrans op plechtige wijze door de priester door de straten van een stad of dorp gedragen wordt. Bij deze vorm is het doel de verering en aanbidding van God.

 

 

image

 

 

 

 Mogen we ook relikwieën ronddragen en vereren (NB niet aanbidden)

.

Allereerst is het belangrijk om bij heiligen, waarvan de relikwieën soms rondgedragen worden, te bedenken dat zij navolgers waren van Christus. In de verering van de heilige vereer je dus eigenlijk Christus die de heilige zo vroom navolgde. Verder is het lichaam een tempel van de Heilige Geest, geheiligd door de Geest die in ons woont, en daarmee alle eerbied en verering waardig.

Tenslotte is het vele malen zo geweest dat God wonderen gedaan heeft, waarbij Hij de relikwieën van heiligen gebruikte. Denk aan de botten van Elia (2 Kon 13), het kleed van Jezus (Matt. 9) en de zweetdoeken van Paulus (Hand. 19). Daarmee bezitten die relikwieën geen magische kracht, maar bedient God zich wel van materie die Hij zelf geschapen en geheiligd heeft.

Een processie is ook een publieke daad en getuigenis van ons geloof in God. Het is een teken dat er geen neutraal terrein bestaat. Het geloof is niet alleen iets van de binnenkamer, maar ook van de straat, alles behoort Hem toe.

Alle uiterlijkheden hebben hierbij een diepere betekenis. De lichaamshouding die vroomheid, eerbied, vreugde, of nederigheid uitdrukt. De kleding die past bij een feestelijke gebeurtenis of bij boetedoening. De muziek en het gezang. De palmtakken die verwijzen naar Christus Koninklijke intocht. Zo kan heel het volk de hulde zien die wij brengen aan onze Koning, zoals je een belangrijk koning groots inhaalt, met alle egards met muziek en vlaggen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

Matteüs 24: 3-14; tekenen van de eindtijden

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Tekenen van de eindtijd in de Bijbel: Jezus, Matteüs 24:3-14

 

Eindtijd en de Bijbel: wat zijn tekenen van de eindtijd en is de eindtijd al begonnen? De Bijbel geeft vele voorbeelden van tekenen die gelovigen moeten waarschuwen voor het einde der tijden. Zes van deze tekenen des tijds worden door Jezus gegeven (Matteüs 24:3-14), twee kenmerken worden gegeven door Paulus (2 Timoteüs 3:1-9 en 1 Timoteüs 4:1) en vele andere tekenen worden gegeven door de profeten uit het Oude Testament (Tenach). God heeft in de Bijbel tekenen gegeven om te laten zien in wat voor tijd we leven, onder meer in het Oude Testament. Jezus geeft zes tekenen.

 

 

De dag van de Heer komt niet onverwachts voor hen die hem volgen

 

De meeste christenen zijn bekend met de zinsnede: “Jezus komt terug als een dief in de nacht“. Dat wil zeggen dat hij onverwachts zal komen. Maar daar hoort wel wat achteraan:

Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk. Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis, zodat de dag van de Heer u zou kunnen overvallen als een dief, want u bent allen kinderen van het licht en van de dag… (1 Tessalonicenzen 5:3-5).

 

De Eindtijd wordt afgesloten met de Wederkomst van Jezus. De Eindtijd is de dramatische slotfase van de menselijke heerschappij, die onder de verderfelijke heerschappij staat van satan, die de heerser of god van deze wereld wordt genoemd (Johannes 14:30 en 2 Korinthiërs 4:4). Voor degenen die Jezus volgen en verwachten, zal de dag van de Heer niet onverwachts komen! Jezus zal bij zijn terugkomst een einde maken aan de alle wereldse macht en vervolgens zijn Rijk van vrede en gerechtigheid stichten. Wat zijn de tekenen van het naderen van de eindtijd?

De Apostel Paulus waarschuwt de gelovigen dat er mensen zullen zijn in de laatste dagen die het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren (1 Timoteüs 4:1). Deze toekomstige afval van het geloof komt voort uit dwaalleringen van binnen de gemeente (vgl. Handelingen 20:30; 2 Petrus 2:1; 1 Johannes 2:19). Ook komt er volgens Paulus een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels (2 Timoteüs 4:3-4). Ook houdt Paulus ons voor dat de laatste dagen zwaar zullen zijn, vanwege de toenemende negatieve karaktertrekken van de mensen (2 Timoteüs 3:1-9; zie ook 2 Tessalonicenzen 2:3).

 

 

Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels…
.
Op 24 september 2015 werd tijdens een symposium op de Evangelische Hogeschool (EH) in Amersfoort het door Jongbloed uitgegeven kinderboek ‘Het geheime logboek van topnerd Tycho‘ gepresenteerd. Het is geschreven door kinderboekenschrijver en theoloog Corien Oranje met medewerking van Cees Dekker, als natuurkundige en universiteitshoogleraar verbonden aan de Technische Universiteit Delft. Het duo wil met het boek de boodschap overbrengen dat geloof in God als Schepper en evolutie prima bij elkaar passen en door kinderen dit al jong voor te houden, is de kans kleiner dat ze later, als ze in de collegebanken plaatsnemen, van hun geloof vallen. Ze brengen echter twee onverenigbare geloofssystemen bij elkaar en het resultaat is een conflicterend mengelmoesje. Of noem het syncretisme: een poging om twee verschillende geloven of denkkaders met elkaar te combineren.
.
.
.

Zes tekenen van de eindtijd die Jezus geeft (Matteüs 24: 3-14)

 

In Matteüs 24:3 vragen de leerlingen aan Jezus: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’ Jezus somt zes tekenen op die wijzen op het einde der tijden.

 

Matteüs 24:3-14

 

3 Op de Olijfberg ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen, en nu ze onder elkaar waren vroegen ze: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’ 4 Jezus antwoordde hun: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt. 5 Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias,” en ze zullen veel mensen misleiden. 6 Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen. 7 Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er hongersnoden uitbreken en zal de aarde beven: 8 dat alles is het begin van de weeën. 9 Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van mijn naam. 10 Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. 11 Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden. 12 En doordat de wetteloosheid toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelen. 13 Maar wie standhoudt tot het einde, zal worden gered. 14 Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.

.

.

1. Valse profeten en messiassen

 

  • Er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias,” en ze zullen veel mensen misleiden. (Matteüs 24:5)
  • Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden. (Matteüs 24:11)
  • Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. (Matteüs 24:24-25)

Christus waarschuwde voor de schijn-messiassen. Het woord Messias betekent ‘Gezalfde’, dat is de naam die is gegeven aan de beloofde Verlosser, die op een dag zal komen om Israël te verlossen. Hij is de gezalfde Koning van Israël. Een valse Messias of Christus – het Griekse woord ‘Christos’ is het equivalent van het Hebreeuwse woord ‘Mashiach’ – doet zich voor als de Messias, maar is het niet. Het zijn pseudo-christussen en veel mensen zullen door deze valse messiassen misleid worden.

Een profeet is een echte man van God, maar een valse profeet is een valse man van God. Hij is een religieuze bedrieger, een charlatan, die velen van de juiste weg aftrekt. Zijn boodschap gaat in tegen het Woord van God (de Bijbel) en de Heer Jezus Christus. Maar let op: veel valse profeten spreken positief over Christus. We zullen dus moeten bepalen of een boodschap of lering vanuit de geestelijke wereld van God of satan komt. Dit vereist een scherp onderscheidingsvermogen, wat in de Bijbel onderscheiding van geesten wordt genoemd (1 Korinthiërs 12:10). Geen enkele christen moet een verkondiging voor zoete koek slikken.

Valse profeten zijn mensen die beweren een profeet van God te zijn, maar in werkelijkheid zijn ze niet door God gezonden. Ze komen voort uit de wereld en niet uit God. Mohammed is zo’n valse profeet die tot op de dag van vandaag – 1400 jaar na zijn dood – vele miljoenen mensen op een dwaalspoor brengt en gevangen houdt in een totalitair antichristelijk systeem. Mohammed behoort onmiskenbaar tot de categorie van de ‘antichristen’ (in de zin van antimessias) die volgens het Schriftgedeelte 1 Johannes 2:22 ontkennen dat Jezus de Christus is en die de Vader en de Zoon niet erkennen.
In 638 verovert de islam het heilige land en op de plek waar eens de tempel stond, verrijst usurpistisch de Rotskoepel, de moskee van Omar, waarvan het koepeldak is bedekt met bladgoud en alzo in het panorama de blikvanger van de stad Jeruzalem is. Op de moskee staat triomfantelijk een citaat uit de Koran, het heilige boek van de moslims: ‘Allah heeft geen zoon’ naar soera 17:111. Dit statement is duidelijk gericht tegen het christendom en de proclamatie in Johannes 3:16, waar geschreven staat:
.

Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Er zijn ook veel valse profeten in het lichaam van Christus actief. Veel gelovigen worden vandaag de dag misleid door zeer getalenteerde ‘christelijke’ valse profeten. Dat er valse profeten binnen de kerk actief zijn behoeft ons niet te verbazen: “Want niemand minder dan Satan vermomt zich als een engel van het licht. Het ligt dus voor de hand dat ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren van de gerechtigheid” (2 Korinthiërs 11:14-15). Voorbeelden van zulke figuren zijn de gebedsgenezer uit de Word of Faith beweging Benny Hinn, Todd Bentley van Fresh Fire Ministries en de evangelische voorganger Rob Bell die het homo-‘huwelijk’ omarmt, om er een paar te noemen.

Maar vergeet niet dat de verkondiging van een moderne theoloog als Harry Kuitert en de ‘atheïstische dominee’ Klaas Hendrikse, bekend van het spraakmakende boek ‘Geloven in een God die niet bestaat’, in geestelijke zin net zo fnuikend is als de bediening van dwalende opwekkingspredikers. Zij strooien mensen zand in de ogen en houden ze af van de weg die ten leven leidt. Deze dwaalleraren komen met verderfelijke ketterijen en loochenen zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht (2 Petrus 2:1).

 

 

Openbaring hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

2. Oorlogen en oorlogsdreiging

 

Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen. (Matteüs 24:6)

Er zijn veel conflicthaarden in de wereld en met alle moderne media- en communicatietechnieken van tegenwoordig kan een oorlog zich niet aan het oog van het publiek onttrekken. Ook zijn er vaak wel beelden voorhanden. Zelfs al wordt in een land waar een conflict is de persvrijheid aan banden gelegd en worden buitenlandse journalisten de toegang tot het land geweigerd, dan is er altijd wel enige vorm van filmapparatuur aanwezig, al is het maar een mobieltje met camera, om de gebeurtenissen vast te leggen.

 

Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere… (Matteüs 24:7).

Er waren in de gehele geschiedenis van het mensdom vele conflicten en oorlogen, maar het staat buiten kijf dat er in de twintigste eeuw meer mensen zijn gedood in oorlogen en conflicten dan op enig ander moment in de geschiedenis. In de voorbije eeuwen droegen oorlogen een meer lokaal karakter. De laatste beide grote wereldoorlogen in de vorige eeuw voerden het tot een dramatisch hoogtepunt van wereldomvattende betekenis. Telde de Eerste Wereldoorlog nog ongeveer 35 miljoen slachtoffers, de verliezen in mensenlevens als gevolg van de Tweede-Wereldoorlog wordt geschat op ongeveer 72 miljoen, waaronder ongeveer 47 miljoen burgerslachtoffers. De vermaarde historicus Johan Huizinga noemde in 1945 de 20e eeuw de ‘bitterste aller eeuwen’.

In de 32e Huizinga-lezing van 2003 zei prof. dr. A. de Swaan: “Randolph J. Rummel heeft het precies uitgerekend. Honderdzeventig miljoen mensen werden er in de vorige eeuw vermoord in opdracht van een staat.” Dat is maar liefst vijf keer meer dan het dodental door oorlogshandelingen tegen gewapende tegenstanders, welke 34 miljoen mensen bedraagt. Vier regiems spannen de kroon met elk meer dan tien miljoen moorden op burgers:

  • Tussen 1917 en 1987 zijn in de Sovjet-Unie 62 miljoen mensen omgebracht door executie, mishandeling, foltering, uitputting of uithongering.
  • Communistisch China heeft ruim 35 miljoen burgers vermoord tussen 1949 en 1987.
  • Het naziregime heeft 21 miljoen moorden op weerloze mensen op haar naam staan.
  • Nationalistisch China onder Chang Kai-shek heeft 10 miljoen ongewapende mensen gedood tussen 1928 en 1949.[6]

De aantallen slachtoffers onder weerloze burgers in de twintigste eeuw is ongeëvenaard.

.

.

Openbaring hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

3. Hongersnoden

 

En overal zullen er hongersnoden uitbreken… (Matteüs 24:7)

Hongersnoden zijn aan de orde van de dag. Een groot deel van de wereldbevolking lijdt dagelijks honger. Het aantal mensen dat honger lijdt is volgens Amnesty International tussen 1990 en 2008 met 80 miljoen gestegen tot 923 miljoen. Het percentage mensen met honger daalde wereldwijd van 37% in 1970 tot 17% in 2007.

Julian Cribb, een wetenschapsjournalist uit Australië, waarschuwt voor een wereldwijde voedselcrisis in zijn boek The Coming Famine, The Global Food Crisis and What We Can Do to Avoid It. Er zijn volgens hem twee hoofdproblemen, de groei van de wereldbevolking en overconsumptie:

Most important are what he calls “the two elephants in the kitchen”: population growth and overconsumption. A projected 33 percent growth in population in the next 20 years, combined with increased consumption of meat as the global middle class grows larger, means that food production must grow by at least 50 percent in that same period.[9]

Sinds 2005 stijgen de prijzen van basisvoedsel, zoals rijst, tarwe en maïs. Dit hangt onder meer samen met de toenemende welvaart in China en India, welke een grotere vleesconsumptie tot gevolg heeft. Veel mensen weten niet dat voor één kilo vlees tien kilo graan nodig is. Graan is het basisbestanddeel voor veevoeder. Door een grotere vraag naar vlees stijgt de vraag naar graan en dit doet de prijzen stijgen.

Klimaatsverandering speelt ook een rol. Door toenemende droogtes en overstromingen die oogsten vernietigen, slinken de graanvoorraden. Dit drijft de voedselprijzen op. De prijzen worden voorts de hoogte in gestuwd door de alsmaar stijgende vraag naar biobrandstof, waar men onder meer de plantaardige gewassen maïs en suiker voor gebruikt.

.

.

Openbaring hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

4. Aardbevingen

 

En overal … zal de aarde beven. (Matteüs 24:7)

De aardbevingen die Jezus noemt zijn een teken van het begin van de eindtijd, want in vers 8 staat: “Dat alles is het begin van de weeën.” Dat overal de wereld zal beven, is een aankondiging van Jezus’ terugkomst. Er wordt door Jezus een vergelijking gemaakt met weeën. De bevalling kan zich op verschillende manieren aankondigen en één ervan is het begin van de weeën. De weeën nemen voorafgaande de geboorte in aantal en in heftigheid toe. Evenzo zullen aan de wederkomst aardbevingen voorafgaan die in aantal en heftigheid zullen toenemen.

De zwaarste geregistreerde aardbevingen in de geschiedenis zijn tot dusverre:

  • 1952: Rusland: Kamchatka (kracht van 9,0 op de schaal van Richter) – geen slachtoffers.
  • 1960: Chili (9,5) – 5000 doden, twee miljoen daklozen.
  • 1964: Alaska: Prince William Sound (9,2) – deze aardbeving eistte 125 mensenlevens.
  • 2004: Indonesië: Sumatra (9,1) – honderden mensen kwamen om het leven, de schade was groot.
  • 2011: Japan (9,0) – de aardbeving en tsunami hebben ongeveer 19.000 doden geëist.

Op de website Christipedia wordt het volgende hierover opgemerkt:

Het lijkt erop dat het aantal grote aardbevingen (6 of hoger op de schaal van Richter) beduidend toeneemt. In de jaren negentig waren er 37% meer aardbevingen met een kracht van 6 of hoger dan in de jaren tachtig. In 1995 was er een piek: 203 bevingen met een kracht van 6.0 of hoger, in 2009 was dat aantal 158. In het eerste decennium (2000-2009) van deze eeuw waren er 46% meer grote aardbevingen dan in de jaren tachtig. Deze stijging kan een fluctuatie zijn in een langere periode, maar ook een voorbode zijn van de geboorteweeën van de eindtijd.

.

.

Openbaring hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

5. Beproevingen

 

Dat alles is het begin van de weeën. Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van mijn naam. Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. (Matteüs 24:8-10)

Christenen worden in heel veel landen onderdrukt. In het Westen kunnen christenen (nog steeds) genieten van de vrijheid om God te aanbidden zonder vervolgd, bespot, gehaat of gediscrimineerd te worden, thuis, op werk en op school. Maar in veel andere landen, zoals China, Soedan, Saoedi-Arabië, Eritrea, Pakistan, Iran, Noord-Korea en talloze andere landen, lijden christenen onder vervolging en velen moeten het met de dood bekopen. De vervolging van christenen zal mettertijd toenemen in intensiteit en ernst, net als de barensweeën van een zwangere vrouw verergeren als de bevalling naderbij komt.

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

6. Het evangelie zal over de hele wereld worden gepredikt

 

Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen. (Mattheüs 24:14)

Dit woord gaat voor onze ogen in vervulling. Tot in alle uithoeken van de wereld wordt het evangelie van Christus verkondigd. Mensen over de hele wereld horen de boodschap van Christus van zendelingen ter plaatse, maar ook via mediums als radio, televisie en internet. Op de wereld worden om en nabij 6500 talen gesproken. Uit cijfers van de United Bible Societies (UBS) blijkt dat in 459 talen een complete Bijbelvertaling voorhanden is en het aantal gedeeltelijke Bijbelvertalingen bedraagt 2049.

 

 

 

Jezus haakt in op het Oude Testament

 

Een aantal tekenen die Jezus aanhaalt werden reeds in het Oude Testament voorzegd:

  • Oorlog: Ik zal de Egyptenaren tegen elkaar ophitsen: ze raken onderling in gevecht, man tegen man, vriend tegen vriend, stad tegen stad, rijk tegen rijk (Jesaja 19:2).
  • Aardbeving: Ik zal de hemel doen wankelen, de aarde raakt bevend van haar plaats op de dag van de HEER van de hemelse machten, de grimmige dag van zijn brandende toorn (Jesaja 13:13); Want dit zegt de HEER van de hemelse machten: Nog een korte tijd, een ogenblik slechts, en ik zal de hemel en de aarde, de zee en het land doen beven (Haggai 2:6).
  • Hongersnood: De kinderen van de armen zullen veilig leven, de zwakken vlijen zich rustig neer, maar jullie nazaten laat ik verhongeren en wie er nog over is, wordt omgebracht (Jesaja 14:30, vgl. Openbaring 18:8).

.

.

Openbaring hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Andere belangrijke profetieën over de wederkomst van Christus

 

De terugkeer van de Joden naar Israël

 

Maar, bergen van Israël, jullie bomen zullen weer uitlopen en vrucht dragen voor mijn volk Israël, want dat zal spoedig terugkeren. Ik zal mij naar jullie toewenden, en jullie zullen weer worden bewerkt en ingezaaid. Ik zal veel mensen op je laten wonen, heel het volk van Israël, en de steden zullen weer worden bewoond, de puinhopen weer worden opgebouwd. Er zullen veel mensen en dieren op je wonen, ze zullen talrijk en vruchtbaar zijn, en jullie zullen weer even dichtbevolkt zijn als in het verleden. Ik zal zorgen dat het jullie beter gaat dan vroeger, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben. Er zullen weer mensen over je paden gaan: mijn volk Israël zal jullie weer in bezit nemen, jullie worden voorgoed hun eigendom en jullie zullen hen nooit meer van hun kinderen beroven. (Ezechiël 36:8-12).

Dit zegt God, de HEER: Ik haal de Israëlieten weg bij de volken waar ze terechtgekomen zijn, ik zal ze overal vandaan bijeenbrengen en ze naar hun land laten terugkeren. (Ezechiël 37:21).

 

Ofschoon Ezechiël deze woorden schreef terwijl de Israëlieten in Babylon waren, werden ze niet vervuld door de terugkeer uit de Babylonische ballingschap. Ezechiël sprak over de tweede en definitieve terugkeer. In 1948 vond na bijna 2000 jaar verstrooiing van de Joden over de wereld, de wedergeboorte van de natie van Israël plaats. De terugkeer van Israël is de belangrijkste Bijbels voorspelde gebeurtenis van de laatste 2000 jaar. Jezus zei: “Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren” (Matteüs 24:34). Nog in deze generatie, rekenend vanaf de terugkeer van de Joden naar het beloofde land in 1948, zullen al die dingen gebeuren die in Matteüs 24 staan vermeld en hierboven zijn besproken. Een Bijbelse generatie telt honderd jaar.

Zacharia voorspelde dat de Joden ‘in den vreemde’ in God bleven geloven, voorspoed zouden hebben en vervolgens zouden terugkeren. “Ik zal hen bij Mij fluiten en hen samenbrengen, want ik heb hen vrijgekocht. Ze zullen weer even talrijk worden als vroeger. In den vreemde zal Ik hen vrucht laten dragen, in verre streken zullen ze Mij gedenken en hun kinderen grootbrengen, en dan zullen ze terugkeren” (Zacharia 10:8-9).

Het een algemeen bekend gegeven dat Joden op alle terreinen van wetenschap, literatuur, kunst en muziek, verhoudingsgewijs enorm veel hebben bereikt. De Joodse bijdrage aan de wereldcultuur is enorm groot. Geoffrey Wigoder schrijf in het boek ‘Joodse cultuur – Oorsprong en bloei’:

Het verhaal van de joodse cultuur en de joodse bijdrage is indrukwekkend, vooral als men bedenkt dat dit alles is voortgekomen uit een heel klein volk, dat regelmatig vervolging en discriminatie heeft moeten ondergaan.[13]

 

Geen ander volk in de geschiedenis der mensheid heeft zo succesvol een eigen cultuur, identiteit en taal in stand kunnen houden na bijna 2000 jaar verbannen te zijn geweest uit hun land. Ze woonden te midden van andere volken, maar ze gingen daar niet in op. Vandaag de dag keren steeds meer Joden terug naar Israël. God brengt Zijn volk terug naar het land dat Hij hen heeft beloofd. Deze voorspelling bewijst dat de Bijbel geen sprookjesboek is.

.

 

Openbaring hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Jeruzalem zal weer in Joodse handen komen

 

De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is. (Lucas 21:24)

Ook deze eindtijdprofetie is deels werkelijkheid geworden door de bevrijding van de oude stad van Jeruzalem in juni 1967. Jeruzalem is de ondeelbare en eeuwige hoofdstad van Israël. Veel (seculiere) wereldleiders denken daar anders over en willen dat Israël Jeruzalem opsplitst en een deel aan de Palestijnse Arabieren afstaat waar ze dan de hoofdstad van hun toekomstige staat Palestina van kunnen maken. Ik denk dat Jeruzalem niet echt vrij zal zijn heidenen die deze stad vertrappen totdat Jezus terugkomt. Lees bijvoorbeeld Daniël 2:36-45, waarin staat dat de overheersing van de heidenen zal voortduren totdat God Zijn koninkrijk zal vestigen. Maar denk ook aan Zacharia’s profetie over Jeruzalem: “De stad zal worden ingenomen, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen verkracht. De helft van de inwoners wordt in ballingschap weggevoerd, maar het deel dat overblijft zal niet worden uitgeroeid” (Zacharia 14:2). En in Openbaring 11:2 staat dat de heidenen ‘de heilige stad tweeënveertig maanden lang zullen vertrappen’. Desalniettemin is het feit dat Jeruzalem weer in Joodse handen is, een teken dat de wederkomst van Jezus nabij is.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

In de toekomst zal heel Israël worden gered

 

Het wordt steeds duidelijker dat Jezus’ terugkomst naderbij komt. We leven in profetische tijden. Voor onze ogen zien we de vervulling van Bijbelse profetie en in een sneller tempo dan ooit tevoren.

Gods heilsplan kent twee opeenvolgende fasen. Wanneer de woorden van Jezus uit Matteüs 24:14 vervuld zijn en het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen. Tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden, dat wil zeggen totdat het laatste lid uit de volken is toegevoegd aan de gemeente van Christus, is een deel van Israël onbuigzaam (Romeinen 11:25). Paulus spreekt hier over een goddelijk geheim: “Zij zijn naar het evangelie vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil” (Romeinen 11:28, NBG vertaling). Er ligt een sluier over hun hart telkens als de wet van Mozes wordt voorgelezen (2 Korinthiërs 3:14-16). Daarna worden de ogen van Israël geopend voor hun Messias Jezus. In de toekomst zal “heel Israël worden gered” (vs. 25-26). Als de tijd van de heidenen is voltooid, zal God zijn aandacht volledig richten op het overblijfsel van Israël en zich aan hen openbaren. Deze openbaring van de Heer aan Israël wordt profetisch voorzegd in Zacharia 12:10:

Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem echter zal ik vervullen met een geest van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar mij wenden, en over degene die ze hebben doorstoken, zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind; hun verdriet zal zo bitter zijn als het verdriet om een oudste zoon.

God heeft niet afgedaan met de Joden, zoals in het verleden door (een deel van) de christenheid werd verkondigd. God heeft ook niet afgedaan met de Joden die Jezus niet aanvaarden als hun Messias. ‘God blijft hen liefhebben’ (Romeinen 11:28)! ‘Want de genade die God schenkt neemt Hij nooit terug, wanneer Hij iemand roept maakt Hij dat niet ongedaan’ (Romeinen 11:29).

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Meditatie en religie.

Standaard

 categorie : religie

 

MeditationLightTunnelBlue

 

 

Meditatie betekent volgens het woordenboek: overpeinzing, bespiegeling. In kerkelijke kringen betekent “een meditatie verzorgen”: sprekend tot toehoorders een overdenking houden over een Bijbelgedeelte. In Engelse bijbels is sprake van “meditation”, waar de Nederlandse Bijbels spreken van: overdenking, overpeinzing, betrachting.

De woorden ‘meditatie’ of ‘mediteren’ worden ook gebruikt voor oosterse, mystieke en new-age-achtige vormen van meditatie. Deze meditatie onderscheidt zich onder meer door:

 

  • Gebruik van een mantra, een woord dat vaak de naam van een hindoeïstische god is
  • Herhaling van de mantra
  • Tot rust komen
  • Zijn hoofd leegmaken, gedachteloosheid

 

Deze meditatie is vreemd aan de Schrift. Meditatie is goed voor de geest en het lichaam, maar kan een zondige ziel die geen berouw heeft nooit redden. Er staat duidelijk geschreven in Johannes 11:24-26 dat geloof in het zoenoffer van Christus onvermijdelijk is voor eeuwig te leven te bekomen. Meditatie is een techniek om tot rust te komen maar kan de Blijde Boodschap niet vervangen.

 

 

High-quality-church-religion-marble-the-buddha

 

 

Gelovigen zoeken hun innerlijke rust vooral bij de Heer Jezus en bij God hun Vader. Hun bezorgdheid mogen ze op Hem werpen. Als een herder leidt God zijn schaap aan rustige wateren (Psalm 23).

Het hoofd helemaal leegmakenhoeft niet en is zelfs geestelijk gevaarlijk.Het kan goed zijn onze gedachte stroom tot bedaren te brengen, gedachten opzij te zetten, maar gedachteloosheid als een zekere bewustzijnstoestand, leegheid van gedachten, kan een venster openen voor invloeden van boze geesten.

Sommige christenen propageren eenmengvorm van Bijbelse overpeinzing en oosters geïnspireerde meditatie. Dan worden bijvoorbeeld geestelijke woorden aldoor herhaald, zoals een Hindoeïstische mantra. Vergelijk:

Mt 6:7 En als u bidt, gebruikt dan geen omhaal van woorden zoals de volken; want zij menen dat zij door hun veelheid van woorden zullen worden verhoogd

Oosterse meditatie herhaalt woorden om in een zekere bewustzijnstoestand te geraken. In plaats van het ver-stand uit te schakelen en gedachteloosheid of innerlijke leegheid na te streven, mogen gelovigen de werken, daden, eigenschappen en woorden van hun God overdenken.

 

 

mijnhemel4 kopie

 

Ps 77:11  (77–12) Ik zal de daden des Heren gedenken; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;

Ps 77:12 (77–13) En zal al Uw werken overdenken, en van Uw daden spreken.

Ps 77:13 (77–14) O God! Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?

Ps 77:14 (77–15) Gij zijt die God, Die wonder doet; Gij hebt Uw sterkte bekend gemaakt onder de volken.

Ps 77:15 (77–16) Gij hebt Uw volk door [Uw] arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. 

Ps 77:16 (77–17) De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd.

Ps 77:17 (77–18) De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen.

Ps 77:18 (77–19) Het geluid Uws donders was in het ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde.

Ps 77:19 (77–20) Uw weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend.

Ps 77:20 (77–21) Gij leiddet Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aaron.

Ps 119:97  Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijnbetrachtingden gansen dag.

Ps 119:98  Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.

Ps 119:99 Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.

.

Goddelijke levenskracht

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

 John Astria

John Astria

De opname voor de verdrukking?

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

De opname voor de verdrukking?

 

In een boek over ‘De totaalcontrole’, geschreven door br. Wim Malgo las ik dat de gemeente vóór de grote verdrukking wegenomen zal worden. In Openbaring 20:4 lees ik echter over hen die het teken van de antichrist geweigerd hebben en als gevolg daarvan gedood werden, maar bij de wederkomst van Christus op aarde uit de dood op zullen staan. Zijn er dan toch ook gelovigen die vóór de grote verdrukking niet opgenomen worden? 

 

 

Antwoord:

 

Het gaat hier om de ‘grote schare’ die na de opname van de gemeente nog tot bekering komt, maar hun bekering met de martelaarsdood moeten bekopen (Openbaring 7:9-17). Ook zij behoren tot de ‘eerste opstanding’, waarover we in Openbaring 20: 6 kunnen lezen. Deze eerste opstanding voltrekt zich in een aangegeven volgorde (1 Korintiërs 15:23). Christus Zelf is de eersteling, de gemeente vormt de groep van eerstelingen en de gelovigen uit de grote verdrukking vormen de laatste schare die aan deze eerste opstanding deel heeft.

  • De eerste opstanding begon dus met Christus bij Zijn opstanding uit de dood.
  • De tweede fase van de eerste opstanding vindt plaats bij de opname van de gemeente, waarbij alle gelovigen uit de dood op zullen staan.
  • De derde en tevens laatste fase van de eerste opstanding, vind plaats aan het einde van de grote verdrukking waarbij ook de martelaren, die door de antichrist omgebracht zijn, uit de dood op zullen staan om met Christus duizend jaar te regeren.

De eerste opstanding wordt in de Bijbel ook wel de ‘opstanding vanuit de doden’, letterlijk: ‘de opstanding van tussenuit de doden’ genoemd.

  • Bij de eerste opstanding blijven de ongelovigen achter in het graf, zij zullen pas opstaan bij het laatste oordeel, waarover we kunnen lezen in Openbaring 20:11-15. Hier lezen we: ‘En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in het waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken’ (vers 13).

De ongelovige doden worden dus bewaard tot het laatste oordeel, pas dan zullen ook zij opstaan om voor de grote witte oordeelstroon veroordeeld te worden. Zij worden geoordeeld op grond van hun werken. Wat mogen we de Here Jezus toch dankbaar zijn, dat wij niet op grond van onze eigen werken geoordeeld zullen worden, maar dat het werk van Christus doorslaggevend is voor onze rechtvaardiging en vrijspraak!

In Johannes 5 wordt ook over twee opstandingen gesproken: ‘de opstanding ten leven en de opstanding ten oordeel’ (vers 29). Zo vinden we in de Bijbel dus de ‘eerste en de tweede opstanding’, de ‘opstanding uit de doden en de opstanding van de doden’ en ten slotte ook nog de ‘opstanding ten leven en de opstanding ten oordeel’.

 

 

 

De Bijbel leert ons dat de gemeente vóór de grote verdrukking opgenomen zal worden. Hieronder volgen enkele Bijbelse argumenten die de opname vóór de grote verdrukking bevestigen:

 

1. In Openbaring 20:4 worden alleen de martelaren uit de grote verdrukking opgewekt (‘zij werden weder levend’). De opstanding van de overige gelovigen moet dus al op een eerder tijdstip plaats gevonden hebben.

2. Openbaring 3:10 leert ons dat Hij de gemeente wil bewaren ‘vóór de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.’

3. In Openbaring 6:16 wordt de grote verdrukking de ‘Toorn van het Lam’ genoemd. De hoop voor gemeente is niet de toorn van het Lam, maar de liefhebbende Bruidegom die zijn bruid tot Zich zal nemen.

4. In 1 Petrus 4:17 lezen we dat het oordeel met het huis Gods begint, zodat we niet met de wereld geoordeeld zullen worden.

5. In Lucas 21:28 lezen we: ‘Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt.’ Hoe zouden we ons kunnen verheugen in de grote verdrukking? Het is juist onze verlossing die ons deze vreugde geeft.

6. In Lucas 21:36 worden we opgeroepen te waken en te bidden om aan deze vreselijke dingen te ontkomen.

7. In 2 Tessalonicenzen 2:6-8 lezen we dat de komst van de antichrist tegengehouden wordt. Uit de samenhang blijkt duidelijk dat Paulus het hier heeft over de Heilige Geest die door middel van de gemeente op aarde werkt en woont. Wanneer de gemeente opgenomen zal worden, dan wordt daarmee ook de tempel van de Heilige Geest van de aarde weggenomen en zal de antichrist alle ruimte krijgen om zich te openbaring. Dan is het zout der aarde weg en zal het verderf toeslaan, dan is het licht der wereld weggenomen en zal de vorst der duisternis zich openbaren.

8. We lezen in Zacharia 14:4-5 en Kolossenzen 3:4 dat de Here Jezus aan het einde van de grote verdrukking met al zijn heiligen op aarde terug zal komen. Dit kan alleen wanneer we vóór de grote verdrukking opgenomen zijn, zodat we ook weer met Hem terug zullen keren.

9. Vóór de opwekking van de martelaren uit de grote verdrukking lezen we al over de tronen in de hemel waar de heiligen op zitten om te oordelen (Openbaring 20:4a). In 1 Korintiërs 6:2-3 lezen we dat de heiligen de wereld zullen oordelen. Dit vindt dus ook al plaats vóór de opwekking van deze martelaren!

 

 

Openbaring hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

10. De opname van de gemeente wordt verschillende keren in verband gebracht met de tijd van Lot in Sodom en Noach. Zowel Lot als Noach werden eerst in veiligheid gebracht voordat het oordeel losbrak. Zo zal de gemeente ook eerst geëvacueerd worden, voordat de grote verdrukking losbarst. Zo werd ook Henoch weggenomen voordat de Here de aarde oordeelde.

11. De roeping en uitverkiezing van de gemeente is een geheimenis (Efeziërs 3:3-10) een ‘tussentijd’ in Gods plan met de wereld. Deze tussentijd eindigt met het geheimenis van de opname van de gemeente, waarna de Here God de draad met Zijn verbondsvolk Israël opneemt en voleindigt.

12. De grote verdrukking wordt ook wel ‘een tijd van benauwdheid voor Jakob’ genoemd (Jeremia 30:4-7). Een periode die God bepaald heeft om Zijn volk Israël tot bekering en wedergeboorte te leiden. Uit deze ‘geboorteweeën’ zal Israël als een nieuw volk tevoorschijn komen.

13. In Daniël 9:27 wordt de zevenjarige grote verdrukking beschreven als de laatste jaarweek die de Here God over Zijn verbondsvolk Israël bepaald heeft. Deze week zal uiteindelijk leiden tot het afsluiten van de zonde en het brengen van eeuwige gerechtigheid voor Israël (vers 24). Zo moeten we Gods plan met Zijn verbondsvolk Israël niet verwarren met Zijn plan met de gemeente en afstand nemen van de wijdverbreide vervangingsleer, waarin Israël plaats moet maken voor de kerk.

14. Het valt op dat geen enkel gedeelte uit de Bijbel de gemeente voorbereidt of waarschuwt voor de grote verdrukking. Hieruit blijkt dat de grote verdrukking niet voor de gemeente bedoeld is.

15. Zolang de gemeente bestaat, wordt de gemeente verdrukt (‘In de wereld leidt gij verdrukking…’ Johannes 16:33). Vooral in de eerste drie eeuwen werd de gemeente heftig vervolgd, maar ook nu. Denk maar aan de christenen in moslimlanden en de vele christenen die nu door ISIS verdreven en vermoord worden. Ook in Noord-Korea worden de christenen vreselijk behandeld. Voor de vervolgde christenen is de gedachte dat de gemeente door de grote verdrukking moet gaan onbegrijpelijk!

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget