Maandelijks archief: januari 2025

Boodschap 241 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

.

.

Aartsengel Michaël verslaat Satan

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

SATAN KENT ALLEEN DE TOEKOMST VAN ZICHZELF,

.

GOD KENT DE TOEKOMST VAN ELKE ZIEL

.

.

 

SATAN ONLY KNOWS THE FUTURE OF HIMSELF,

.

GOD KNOWS THE FUTURE OF EVERY SOUL

.

.

.

.

Is de Koolstofdatering een feit of fictie?

Standaard

categorie : religie

 

Is de Koolstofdatering een feit of fictie?

 

 

Koolstofdatering: Feit of fictie?

 

De koolstofdatering datering wordt al tientallen jaren gebruikt om de leeftijd van allerlei materialen en organismen vast te stellen. De methode staat echter ter discussie. Waarom is dat zo en is dat terecht?

 

 

Aannames

 

De koolstofdatering is controversieel. Dat is niet onterecht want er worden vele aannames gedaan in de theorie. Hoewel de theorie in de basis aannemelijk is, is de uitwerking daarvan dat niet. Er worden te veel aannames gedaan. Welke aannames zijn dat?

 

 

1. De aarde is miljarden jaren oud

 

Dit is vastgesteld door radiometrische dateringsmethoden (zoals de koolstofdatering dat ook is). Zoals verderop te lezen is, is de koolstofdatering verre van betrouwbaar. De vraag is of andere dateringsmethoden dat wel zijn. Radiometrische datering is namelijk niet uitvoerbaar zonder de geologische kolom. De geologische kolom is gebaseerd op het feit dat de aarde miljarden jaren oud is. De gebruikte dateringsmethode kan dus alleen een uitkomst geven die past binnen de theorie. De uitkomst is daarmee niet wetenschappelijk en niet objectief. De methode is aangepast op de uitkomst die men wilde zien. Wetenschap wordt hier omgekeerd. In plaats van de uitkomst van een meting als basis te nemen voor een theorie wordt het andersom gedaan. Dat de aarde miljarden jaren oud is, is dan ook geen wetenschappelijk feit, maar een aanname.

 

 

2. Het evenwichtsprobleem kan genegeerd worden

 

Het evenwichtsprobleem luidt als volgt: Het radioactieve koolstof C 14, dat gemeten wordt bij koolstofdatering, ontstaat in de atmosfeer, maar vervalt ook. Op een bepaald moment moet dit met elkaar in evenwicht komen. Dan ontstaat er net zo veel C14 als er vervalt en blijft de hoeveelheid C14 gelijk. De vraag is wanneer dit moment is voor C14. Dit is noodzakelijk om te weten omdat zonder dit evenwicht de start hoeveelheid van C14 niet bekend is bij een meting. Dan kan er geen datering worden gedaan.
Wetenschappers hebben bepaald dat dit 30.000 jaar zou duren. Vervolgens hebben zij gezegd dat het evenwichtsprobleem genegeerd kan worden. Dit komt voort uit de aanname dat de aarde miljarden jaren oud is. De aarde is in dat geval ouder dan 30.000 jaar en C14 is al lang in evenwicht.

Het probleem is echter dat er later is ontdekt dat er nog steeds geen stadium van evenwicht is bereikt voor C14! C14 wordt op dit moment 28 tot 37 procent sneller gevormd dan het vervalt. Dat betekent dat de hoeveelheid C14 in de atmosfeer nog steeds verandert.

 

 

Conclusie hier uit is dat:

 

1: De aarde minder dan 30.000 jaar oud is. Dit moet bellen doen rinkelen bij de wetenschappers. In de wetenschap is het normaal dat er een aanname wordt gedaan. Als echter ergens uit blijkt dat een aanname niet klopt, moet deze opnieuw worden onderzocht en bijgesteld worden. Dit is helaas niet gedaan bij de methode van de koolstofdatering. De onderzoeksresultaten werden aangepast op de aanname dat de aarde miljarden jaren oud is in plaats van dat aannames werden aangepast aan de onderzoeksresultaten. Zo handelen heeft niets met wetenschap te maken, maar meer met de religie van een miljarden jaren oude aarde.

 

2: Er nergens koolstofdatering op toe kan worden gepast. Er moet namelijk bekend zijn hoeveel C14 het onderzochte organisme opnam toen het leefde. Dit is echter niet mogelijk want de hoeveelheid C14 in de atmosfeer verandert nog steeds. Aangezien we niet weten wanneer een fossiel of plant geleefd heeft, kunnen we ook niet vaststellen hoeveel C14 er in die tijd was. Daardoor is het onmogelijk om vast te stellen wat het verval in het materiaal van het dateringsobject voor leeftijd aangeeft. Er zijn te veel variabelen om een betrouwbare, wetenschappelijke berekening te kunnen doen.

 

 

 

 

 

Een dateringsvoorbeeld

 

Laten we de feiten en onzekerheden van de koolstofdatering nu eens toepassen op een voorbeeld.

Stel, we vinden een fossiel. We bepalen de hoeveelheid C14 in het fossiel en we hebben de vervalsnelheid van C14. Daarmee hebben we twee feiten. Aan de hand van deze feiten kunnen we nog niet bepalen hoe oud het fossiel is. Er blijven namelijk veel vragen open:

  • Hoeveel C14 zat erin de fossiel toen het leefde?
  • Verviel de C14 altijd met dezelfde snelheid?
  • Is het besmet met nog meer C14 toen het al die jaren in de grond zat?

Al deze dingen weten we niet en we kunnen er ook niet achter komen. Ze zijn echter zeer bepalend voor de uitkomst van de datering.

 

 

 

Cijfers en feiten vanuit koolstofdatering

 

De uitkomsten die koolstofdatering geven, zijn niet hoopgevend voor het voortbestaan van deze dateringsmethode getuige onderstaande cijfers:

  1. In 1949 ontdekt men koolstofdatering. Men ging meteen testen. De poot van en mammoet bleek 15.000 jaar oud te zijn. De huid bleek echter 21.000 jaar oud. Hoe kunnen twee delen van één dier van verschillende leeftijd zijn? Dat kan niet dus er is in ieder geval één uitkomst verkeerd. Maar hoe weten we of één van beide wel klopt? En als er één klopt, hoe weten ze dan welke dat is? Er is geen manier om dat te bepalen.
  2. 1963: Er werd een levende mossel getest. Hij bleek 2300 jaar oud te zijn. Levend en wel!
  3. 1971:Een pas gedode zeehond werd koolstofgedateerd op 1300 jaar oud.
  4. 1977: Eén lichaamsdeel van Dima, een beroemde baby-mammoet die in dit jaar werd ontdekt, bleek 40.000 jaren oud te zijn na koolstofdatering. Een ander lichaamsdeel was echter 26.000 jaren oud. Hout dat in de onmiddellijke omgeving van het karkas werd gevonden bleek 9000 tot 10.000 jaar oud.
  5. 1984: Levende slakken worden koolstofgedateerd op 27.000 jaar oud.
  6. 1992: Van twee naast elkaar gevonden mammoeten is de één 22.000 jaar oud en de ander 16.000 jaar oud. Welke is juist? Of zijn ze allebei juist of allebei fout? Dit is onmogelijk te zeggen.
  7. Een lijst van koolstofdateringen uit Alaska bevat enkele interessante details. Monster nummer SI454 werd gedateerd als 17.210 jaar oud. Monster SI455 werd gedateerd als 24.410 jaar. Wanneer we de lijst goed bekijken dan zien we dat het hier om dezelfde monsters gaat!
  8. Levende pinguïns werden koolstofgedateerd op 8000 jaar oud.
  9. Koolstofdateringen van aardlagen waarin Dinobotten zijn gevonden zeggen 34.000 jaar. Maar dinosaurussen worden volgens de theorie geacht 70 miljoen jaren oud te zijn. Iemand liet een bot koolstofdateren en de uitkomst was 20.000 jaar oud. Toen vertelde hij dat het om een dinobot ging. De onderzoeker zei: Dan kan het geen 20.000 zijn want dinosaurussen zijn 70 miljoen jaar oud. Als u dat verteld had aan ons hadden we het bot niet gedateerd….. dat is geen wetenschappelijke aanpak.
  10. Een archeoloog groef in een put en vond daar verbrand hout. Hij nam er twee monsters van op verschillende diepte, deed ze in een zakje en liet ze koolstofdateren. Zakje A werd gedateerd op 3000 jaar en zakje B op 4000. Daarna wachtte hij een half jaar, verwisselde de labels van de zakje en liet opnieuw een koolstofdatering doen bij hetzelfde laboratorium. Hij kreeg dezelfde resultaten terug. Zakje A was nog steeds 3000 jaar oud alleen zat het andere monster erin! Met zakje B idem.
  11. Stenen van de maan werden vele malen onderzocht. Ze vonden in één steen een stuk van 10.000 jaar oud en van miljarden jaren oud. Hoe kan één steen twee leeftijden hebben? Hoe kan bovendien vastgesteld worden dat iets ouder is dan 60.000 jaar met koolstofdatering? Dat is onmogelijk want na miljarden jaren is de C14 al lang vervallen.
  12. Volgens het theorieboek werd kool 250 miljoen jaar geleden gevormd in de Carboon periode. Wanneer zij kool testen, heeft dit toch C14. Hoe kan dat? Als alle C14 verdwijnt in 50.000 jaar, waarom bevat kool dan nog C14? Dat toont aan dat de aarde niet miljarden jaren oud is.
  13. Ook diamanten zouden miljoenen jaren geleden gevormd zijn. Zij bevatten echter ook C14. Het is niet mogelijk om een diamant te besmetten met C14 want het is de hardste substantie die we kennen. Dat is een sterk bewijs dat de aarde geen miljoenen jaren oud is, maar duizenden.
  14. Na 60.000 jaar kan C14 niet meer gemeten worden. Toch is bewezen dat men onmogelijk natuurlijke bronnen van koolstof onder de ijstijdlagen kan vinden zonder een flinke hoeveelheid C14. Hoewel zulke lagen worden verondersteld miljarden jaren oud te zijn, zijn conventionele C14 laboratoria op de hoogte van deze onregelmatigheid sinds begin jaren 80. Ze hebben geprobeerd het te elimineren, maar kunnen het niet verklaren. Dit bewijst wederom dat de aarde niet miljarden jaren oud is.

En zo zijn er nog veel meer feiten te noemen. Hieruit blijkt dat problemen met de koolstofdatering niet te ontkennen zijn. Het is een methode die verre van exact is. De cijfers vanaf het ontdekken van de methode tot nu toe laten geen enkele vooruitgang zien. Dat geeft de methode geen recht van bestaan.

 

 

 

 

 

Cijfers aanpassen aan de theorie

 

In 1970 zei men op het Nobel Symposium: Als het resultaat van een koolstofdatering onze theorie ondersteunt dan komt het in de hoofdtekst. Als het niet geheel tegenstrijdig is dan zetten we het in een voetnoot. Als het volledig tegenstrijdig is, dan laten we het weg.

Deze uitspraak weerspiegelt de manier waarop er in het algemeen met koolstofdatering wordt om gegaan. Er blijkt uit dat men zomaar getallen kan kiezen die aan de verwachting voldoen. Getallen die niet aan de verwachtingen voldoen kan men weg laten. Dit is geen wetenschap.

In de praktijk betekent dit dat ongeveer de helft van alle resultaten wordt weg gelaten omdat deze niet passen in de theorie! Iedereen zal het er mee eens zijn dat een methode waarvan de helft van de uitkomsten niet klopt, niet betrouwbaar is. Toch worden cijfers van koolstofdatering als volledig wetenschappelijk en betrouwbaar gepresenteerd.

Wanneer cijfers echter iets anders aangeven dan de theorie, moet de theorie aangepast worden. De cijfers moeten niet aangepast worden aan de theorie. Als een testresultaat van koolstofdatering echter niet past bij de theorie, wordt er nogmaals getest totdat er een bevredigend getal uitkomt. Hieruit blijkt dat de theorie belangrijk is, maar de feiten niet.

Bovendien roept dit enorm veel vragen op.

  • Welke resultaten worden weggelaten?
  • Hoe weet men dat die niet goed zijn?
  • Hoe weet men eigenlijk dat de andere resultaten wel goed zijn?
  • Waarom zijn ze niet beiden fout of beiden goed?
  • Op welke basis wordt een keus gemaakt voor goed of fout?

Zo kunnen we wel vragen blijven bedenken bij deze dubieuze handelswijze.

 

 

 

 

 

Aanpassingen van de theorie

 

Inmiddels is de wetenschap er wel achter dat een aantal zaken niet houdbaar zijn. Zo erkent men nu dat koolstofdatering niet nauwkeurig is indien het organisme in water heeft geleefd of in water bewaard is gebleven (een aantal van bovengenoemde voorbeelden zou dus niet meer gelden).

De wetenschap is begonnen met de brede aanname dat koolstofdatering werkt omdat het past binnen andere bestaande aannames. Gaandeweg komen er bewijzen die het ontkrachten. Die worden eerst weggemoffeld totdat dit niet meer houdbaar blijkt. Dan wordt gezegd dat er nieuwe onderzoeken zijn gedaan en nieuwe bewijzen zijn gevonden waarmee de aangenomen theorie wordt beperkt. Zo wil de wetenschap zichzelf en hun theorieën groot houden en mensen aan het lijntje houden. Terwijl hieruit blijkt dat zij zelf niet nauwkeurig weten hoe één en ander werkt. Hieruit blijkt dus juist hun onkunde en beperkte kennis. Deze aanpassingen zijn er namelijk telkens weer!

Desondanks wordt er vastgehouden aan de originele theorie (met talloze aanpassingen) en wordt de theorie niet verworpen, wat wel de logische conclusie zou moeten zijn.

 

 

 

Kalibratie

 

Koolstofdatering is geen exacte wetenschap. Vaak kloppen uitkomsten niet. Dit wordt voor zover mogelijk recht gebreid door besmetting en kalibratie toe te staan. Kalibratie is het vergelijken van de methode met een standaard. Deze standaard bestaat in dit geval uit het vergelijken met kalibratiecurves. Deze zijn echter opgesteld aan de hand van metingen met andere dateringsmethoden waarvan de meesten net zo min nauwkeurig zijn als de koolstofdatering en waarbij ook wordt uit gegaan van verkeerde aannames. Dit maakt koolstofdatering niet betrouwbaarder.

 

 

 

Geen wetenschap

 

Op deze manier datering toepassen heeft niets meer met wetenschap te maken. Het nare is dat het wel als wetenschap wordt gepresenteerd. Ook worden er allerlei theorieën aan opgehangen die gepresenteerd worden als waar. Wanneer we echter onderzoeken hoe het echt zit, komen we er al gauw achter dat de koolstofdatering en bijbehorende theorieën als een miljarden jaren oude aarde op losse schroeven staan. Nog even en het stort als een kaartenhuis in elkaar.

Neem een monster waarvan bekend is hoe oud het is. Dan blijkt koolstofdatering niet te werken. Neem een monster waarvan de leeftijd niet bekend is en dan wordt ineens aangenomen dat het wel werkt. Dat is geen wetenschap maar een sprookje!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De acacia in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bomen komen niet veelvuldig voor in de woestijn, maar in de Sinaï is de acacia een bekend verschijnsel; het is zelfs de meest voorkomende boom in dat gebied. De acacia behoort tot een van de talrijkste bomenfamilies ter wereld en groeit tot in Australië toe. En wie kent ook niet de beelden van Afrikaanse savanne’s met hun paraplu-vormige acacia’s, als karakteristiek element in het landschap?

 

 

 

.

Wanneer wij dan in het boek Exodus lezen dat de tabernakel grotendeels uit acaciahout gemaakt moest worden, is dat te begrijpen. De Israëlieten legerden zich toen aan de voet van de berg Sinaï, en God riep hen op acaciahout te brengen, wat zij deden (Exodus 25:5; 35:24). De door God aangestelde vaklieden, Besaleël en Oholiab, hebben daarmee de ark van het Verbond, de tafel voor de toonbroden, het reukofferaltaar en het brandofferaltaar, alle met hun draagstokken, gemaakt (Exodus 25-27:30).

Het hout moest duurzaam maar niet te zwaar zijn. Daarom denkt men dat de wanden van de tabernakel niet van massieve planken werden gemaakt, zoals in de NBV staat, maar van een soort raamwerk, waar slanke staanders door dwarslatten met elkaar verbonden werden. Het Hebreeuwse woord in Exodus 26:15 qeresh is anders dan b.v. in Exodus 27:8, waar het woord luach iets massiefs beschrijft.

.

 

De Arc van het Verbond met de 10 geboden

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

De tabernakel was de ontmoetingsplaats tussen God en Zijn volk. Van tussen de cherubs op het verzoendeksel van de ark sprak Hij met Mozes (Exodus 25:21-22). Het woord tabernakel betekent tent of woonplaats en in de tabernakel zou God onder Zijn volk wonen. In de proloog van zijn evangelie schreef Johannes: “Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond (lett. getabernakeld)” – Johannes 1:14. God heeft met ons gesproken door Zijn Zoon, zodat wij met Hem verzoend mogen worden.

Een tweede beeld van de Here Jezus zien wij in de acaciaboom zelf, want Jesaja schreef over Hem: “Als een loot schoot Hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond” (Jesaja 53:2). Jezus groeide op als een levende, en levengevende, boom in een geestelijke woestenij. Doordat Hij diep geworteld was in Gods Woord, kon Hij de hitte van vijandschap en nijd weerstaan. De schaduwrijke acacia is dus een passend symbool van onze Verlosser.

.

 

 

.

.

.

 

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

Bronziet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Bronziet is een bruine enstatiet variant met een bronskleurige glans

.

.

ruw

.

.

.

Vindplaats

.

Bronziet wordt gevonden in Noorwegen, Tjechië en Brazilië.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

Samenstelling: Mg2Si2O6
Hardheid: 5,5-6
Dichtheid: 3,3-3,6

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Shattuckiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Het mineraal shattuckiet is een koper-silicaat met de chemische formule  Cu5Si4O12(OH)2. Het mineraal behoort tot de inosilicaten.

.

.

ruw

.

.

.

Eigenschappen

.

Het doorzichtig tot doorschijnend (donker)blauwe of groene shattuckiet heeft een glasglans, een blauwe streep- kleur en de splijting is perfect volgens de kristalvlakken [100] en [010]. De gemiddelde dichtheid is 3,8, het kristalstelsel is orthorombisch en het mineraal is niet radioactief.

.

.

ruw

.

gepolijste chattuckiet

.

.

Etymologie

.

Shattuckiet is vernoemd naar de Shattuck mijn in Bisbee, Arizona in de Verenigde Staten.

.

.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Shattuckiet wordt o.a. gevonden in de Verenigde Staten, Argentinië, Duitsland, Oostenrijk en Zuid-Afrika.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Pijpbloem : Aristolochia clematitis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

dsc01267uit2

 

 

Goed te herkennen aan
de bundels lichtgele, buisvormige bloemen in de bladoksels

 

 

pijpbloem3

 

 

 

Algemeen

 

Pijpbloem is een overblijvende, lichtgroene, onbehaarde, licht geurende, giftige plant, die groeit op droge, voedselrijke, kalkrijke grond aan heggen en bosranden en op omgewerkte zandgrond, ook op dijkhellingen. Ze heeft een kruipende wortelstok en groeit daardoor meestal in groepen. Ze wordt 30 tot 90 cm hoog. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit het Middellandse Zeegebied.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Pijpbloem bloeit in mei en juni met lichtgele, 2 tot 3 cm lange, buisvormige bloemen. Ze staan met 2 tot 8 in de bladoksels op korte stelen. Aan de binnenkant zitten naar beneden gerichte haren, die voorkomen dat een insect uit de bloem klimt, voordat bevruchting heeft plaats gevonden. Na bevruchting gaat de bloem hangen en verslappen de haren, waarna het insect, dat inmiddels vol zit met het stuifmeel, eruit kruipt en een jongere bloem bezoekt, die bevrucht wordt met het stuifmeel van de vorige bloem.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn groot, breed eirond (6-10 cm), lang gesteeld en hebben een diep hartvormige voet. De stengels zijn onvertakt, zigzag gebogen, rond en geribd.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

pijpbloemfamilie (Aristolochiaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– 20 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel
– mei en juni
– bundel
– buisvormig
– 2 tot 3 cm
– 1 bloemdek
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top stomp
– rand gaaf
– voet hartvormig
– netnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– niet vertakt
– rond en geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Landen met een overwegend islamitische bevolking

Standaard

categorie : religie

 

 

 

51XynHo7mQL._SX258_BO1,204,203,200_ cia

 

 

Het overzicht hierna, waarvan de gegevens afkomstig zijn van het CIA World Factbook, toont aan dat in veruit de meeste landen met een overwegend islamitische bevolking, de wettelijke basis bestaat uit:

  • ofwel een burgerlijke wet
  • ofwel een gemengd stelsel van burgerlijk recht met koloniale wetten en met aspecten uit de islamitische wet.
  • Het handvol landen waar een plaatselijke versie van de shariahgeldt zijn geen theocratiën. Zo is bijvoorbeeld Iran een theocratische republiek – dwz dat ook daar de staatsleider (i.c. president) verkozen wordt.

 

Noteer dat een‘islamitische staat”niet een staat is waarin de shariah geldt omdat het concept ‘islamitische staat’ immers niet bestaat in de islam. Iran of Saoedi-Arabië is dan ook niet minder of niet meer een islamitische staat dan bv Turkije of Maleisië.

Deshariahis een theoretisch model. Wanneer men dat in een wet wil gieten, seculariseert men dus de shari’ah die daardoor ook een door mensen gemaakte wet is. Niets in de islam verplicht moslims echter tot het invoeren van de shariah vermits de islam geen blauwdruk bevat van een staatsvorm (met dien verstande dat de koran een dictatuur en een theocratie uitsluit).

Moslims hebben de opdracht een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen voor iedereen, moslims en niet-moslims. Het staat hen vrij de staatsvorm te kiezen die zij daarvoor best passend achten.

.

 

 

Bron van onderstaande informatie: CIA World Factbook

 

.

 

World_Muslim_Population_Map

 

.

 

Afghanistan (Islamitische Republiek van Afghanistan)

  • onafhankelijkheid: 1919 (van controle van Verenigd Koninkrijk over buitenlandse zaken)
  • regeringstype: islamitische republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd system van burgerlijk recht, gewoonterecht en islamitisch recht
  • religies: soenni moslim 80%, shia muslim 19%, andere 1%

 

 

Albanië

  • onafhankelijkheid: 1912 (van het Ottomaans Rijk)
  • staatsvorm: parlementaire democratie
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht behalve in noordelijke rurale gebieden waar gewoonterecht geldt
  • religies: moslim 70%, Albaans orthodox 20%, Rooms Katholiek 10%

 

 

Algerije

  • onafhankelijkheid: 1962 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van Frans burgerlijk recht en islamitisch recht
  • religies: soenni moslims (staatsgodsdienst) 99%, christenen en joden 1%

 

 

Azerbeidzjan

  • onafhankelijkheid: 1991 (van de Sovjetunie)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht
  • religies: (nominaal) moslim 94.3%, russisch orthodox 2.5%, armeens orthodox 2.3%, andere (1.8%)

 

 

 

Bahrein

  • onafhankelijkheid: 1971 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: grondwettelijke monarchie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van islamitisch recht, Engels gewoonterecht, Egyptische burgerlijke, criminele en commericiële wetten, gewoonterecht
  • religies: (shia en soenni) moslim 81.2%, christenen 9%, andere 9.8% (2001)

 

 

 

Bangladesh

  • onafhankelijkheid: 1971 (van West-Pakistan)
  • staatsvorm: parlementaire democratie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van grotendeels Engels gewoonterecht en islamitisch recht
  • religies: moslim 89.5%, hindoe 9.6%, ander 0.9% (2004)

 

 

 

Comoren

  • onafhankelijkheid: 1975 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van islamitisch religieus recht, Frans burgerlijk recht van 1975 en gewoonterecht
  • religies: soenni moslim 98%, Rooms katholiek 2%

 

 

 

Djibouti

  • onafhankelijkheid: 1977 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel hoofdzakelijk gebaseerd op Frans burgerlijk recht, islamitisch religieus recht (voor familierecht en successierecht) en gewoonterecht
  • religies: moslim 94%, christelijk 6%

 

 

 

Egypte

  • onafhankelijkheid: 1922 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel gebaseerd op Napoleontisch burgerlijk recht en islamitisch religieus recht
  • religies: moslim (grotendeels soenni) 90%, 9% koptisch, 1% andere christenen

 

 

 

Eritrea

  • onafhankelijkheid: 1993 (van Ethiopië)
  • staatsvorm: overgangsregering
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an burgerlijk recht, gewoonterecht en islamitisch religieus recht
  • religies: moslim, Koptische christenen, Rooms katholiek, protestant

 

 

 

Gambia

  • onafhankelijkheid: 1965 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van Engels gewoonterecht, islamitisch recht en gewoonterecht
  • religies: moslim 90%, Christian 8%, indigenous beliefs 2%

 

 

 

Guinea

  • onafhankelijkheid: 1958 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht gebaseerd op het Frans model
  • religies: moslim 85%, christenen 8%, inheemse religies 7%

 

 

 

Indonesië

  • onafhankelijkheid: 1945
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: brugerlijk recht gebaseerd op het Rooms (‘Roman’)-Nederlands model, beïnvloed door gewoonterecht
  • religies: moslim 86.1%, protestant 5.7%, rooms katholiek 3%, hindoe 1.8%, ander of onbepaald 3.4% (2000 census)

 

 

 

Iran

  • onafhankelijkheid: 1979
  • staatsvorm: theocratische republiek
  • wettelijk stelsel: religieuze wet gebaseerd op de shari’a
  • religies: moslim (officieel) 98% (shia 89%, soenni 9%), andere (waaronder zoroaster, joods, christelijk en baha’i) 2%

 

 

 

Irak

  • onafhankelijkheid: 1932 (van Brits mandaatgebied)
  • staatsvorm: parlementaire democratie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an burgerlijk recht en islamitisch recht
  • religies: moslim (officieel) 97% (shia 60%-65%, soenni 32%-37%), christen en anderen 3%

 

 

 

Jemen

  • onafhankelijkheid: 1990
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd wettelijk stelsel van islamitisch recht, engels gewoonterecht en gewoonterecht
  • religies: moslim (islam – officieel) waaronder shaf’i (soenni) en Zaydi (shia), kleine aantalen joden, christenen en hindoes

 

 

 

Jordanië

  • onafhankelijkheid: 1946 (van Brits mandaatgebied)
  • staatsvorm: grondwettelijke monarchie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerlijk recht en islamitisch religieus recht
  • religies: soenni moslim 92% (officieel), christenen 6% (overwegend Grieks-orthodox, maar ook een aantal Griekse en Rooms katholieken, Syrisch orthodox, Koptisch orthodox, Armeens orthodox en protestantse denominaties), ander 2% (kleine shia moslim en druzen populaties)(2001)

 

 

 

Kirgizië

  • onafhankelijkheid: 1991 (van Sovjetunie)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht dat aspecten van Frans burgerijk recht en Russisch federaal recht bevat
  • religies: moslim 75%, Russisch orthodox 20%, ander 5%

 

 

 

Koeweit

  • onafhankelijkheid: 1961 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: grondwettelijk emiraat
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van Engels gewoonterecht, Frans burgerlijk recht en islamitisch religieus recht
  • religies: moslim (officieel) 85% (soenni 70%, shia 30%), andere (waaronder christen, hindoe, parsi) 15%

 

 

 

Libië

  • onafhankelijkheid: 1951 (van VN trusteeship)
  • staatsvorm: overgangsregering
  • wettelijk stelsel: post-revolutionair systeem in beweging, gedreven door statelijke en niet-statelijke entiteiten
  • religies:soenni moslim (officieel) 97%, andere 3%

 

 

 

Libanon

  • onafhankelijkheid: 1943 (van Frans mandaatgebied)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerlijk recht gebaseerd op Frans burgerrecht, Ottomaanse wettelijke traditie en religieus recht mbt persoonlijke status, huwelijk, echtscheiding en andere familiale relaties van de joodse, islamitische en christelijke gemeenschappen
  • religies: moslim 59.7% (shia, sunni, druze, isma’iliet, alawiet of nusayriet), christen 39% (maroniet katholiek, grieks-orthodox, melkiet katholiek, armeens katholiek, syrisch orthodox, rooms-katholiek, chaldeens, assyrisch, coptisch, protestant), ander 1.3% (Opm: 17 religies erkend)

 

 

 

Malaisië

  • onafhankelijkheid: 1957 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: grondwettelijke monarchie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van Engels gewoonterecht, islamitische wet en gewoonterecht
  • religies: moslim (of islam – officieel) 60.4%, boeddhist 19.2%, christen 9.1%, hindoe 6.3%, confucianisme, Taoïsme en andere traditionele chinese religies 2.6%, andere en onbekend 1.5%, geen 0.8% (2000 census)

 

 

 

Mali

  • onafhankelijkheid: 1960 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht gebaseerd op Frans burgerrecht, beïvloed door gewoonterecht
  • religies: moslim 94.8%, christen 2.4%, animist 2%, geen 0.5%, niet-gespecificeerd 0.3% (2009 Census)

 

 

 

Marokko

  • onafhankelijkheid: 1956 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: grondwettelijke monarchie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerrecht gebaseerd op Frans en islamitisch recht
  • religies: moslim 99% (officieel), christen 1%, ongeveer 6000 joden

 

 

 

Mauretanië

  • onafhankelijkheid: 1960 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: militaire junta
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an islamitisch en Frans burgerrecht
  • religies: mosilm (officieel) 100%

 

 

 

Niger

  • onafhankelijkheid: 1960 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an burgerlijk recht (gebaseerd op Frans burgerrecht), islamitisch recht en gewoonterecht
  • religies: moslim 80%, ander (waaronder inheemse geloven en christenen) 20%

 

 

 

Nigeria

  • onafhankelijkheid: 1960 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: federale republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an Engels gewoonterecht, islamitisch recht (in 12 noordelijke staten) en traditioneel recht
  • religies: moslim 50%, christen 40%, inheemse geloven 10%

 

 

 

Oman

  • onafhankelijkheid: 1650 (verdrijven van de Portugezen)
  • staatsvorm: monarchie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van anglo-saksische wet en islamitische wet
  • religies: Ibadhi moslim (officieel) 75%, ander (waaronder soenni muslim, shia muslim en hindoe) 25%

 

 

 

Pakistan

  • onafhankelijkheid: in 1947 (van Brits Indië)
  • staatsvorm: federale republiek
  • wettelijk stelsel: gewoonterecht (common law) met invloeden uit islamitisch recht
  • religies: moslim (officieel) 96,4%; andere (o.a. christenen en hindoes) 3,6%

 

 

 

Qatar (Katar)

  • onafhankelijkheid: 1971 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: emiraat
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an burgerlijk recht en islamitisch recht (in familiale en persoonlijke aangelegenheden)
  • religies: moslim 77.5%, christen 8.5%, ander 14% (2004 census)

 

 

 

Saoedi-Arabië

  • onafhankelijkheid: 1932 (eenmaking van het koninkrijk)
  • staatsvorm: monarchie
  • wettelijk stelsel: islamitisch (sharia) wettelijk stelsel met sommige elemente van Egyptisch, Frans en gewoonterecht – meerdere seculiere wetten werden ingevoerd, commerciëe geschillen worden door speciale committees behandeld
  • religies: moslim (officieel) 100%

 

 

 

Sierra Leone

  • onafhankelijkheid: 1961 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: grondwettelijke democratie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van Engels gewoonterecht en gewoonterecht
  • religies: moslim 60%, christen 10%, inheemse geloven 30%

 

 

 

Soedan

  • onafhankelijkheid: 1956 (van Egypte en het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: federale republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van islamitisch recht en Engels gewoonterecht
  • religies: soenni moslim, met een kleine christelijke minderheid

 

 

 

Somalië

  • onafhankelijkheid: 1960 (van voormalig Brits en Italiaans Somaliland
  • staatsvorm: bezig met het opbouwen van een gefedereerde parlementaire democratie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerlijk recht, islamitisch recht en gewoontrecht
  • religies: Soenni moslim (officieel)

 

 

 

Syrië

  • onafhankelijkheid: 1946 (van Frans mandaatgebied)
  • staatsvorm: republiek onder autoritair regime
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerlijk en islamtisch recht (voor familierechtbanken)
  • religies: soenni moslim (islam – officieel) 74%, andere muslims (o.a. alawieten en druzen) 16%, christen (meerdere denominaties) 10%, joods (kleine gemeenschappen in in Damascus, Al Qamishli, and Aleppo)

 

 

 

Tadzjikistan

  • onafhankelijkheid: 1991 (van de Sovjetunie)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht
  • religies: soenni moslim 85%, shia moslim 5%, andere 10% (2003 schatting)

 

 

 

Tanzania

  • onafhankelijkheid: 1964 (van eerder mandaatgebied van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: Engels gewoonterecht
  • religies: vasteland – christen 30%, moslim 35%, inheemse geloven 35%; Zanzibar – meer dan 99% moslim

 

 

 

Tunesië

  • onafhankelijkheid: 1956 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerlijk recht gebaseerd op Frans burgerrecht en islamitisch recht
  • religies: moslim (islam – officieel) 98%, christien 1%, joods en ander 1%

 

 

 

Turkije

  • onafhankelijkheid: 1923 (opvolgstaat van het Ottomaans Rijk)
  • staatsvorm: republikeinse parlementaire democratie
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht gebaseerd op diverse europese rechtssystemen, oa het Zwitsers burgerrecht
  • religies: moslim 99.8% (meestendeels soenni), ander 0.2% (grotendeels christelijk en joods)

 

 

 

Turkmenistan

  • onafhankelijkheid: 1991 (van de Sovjet Unie)
  • staatsvorm: noemt zichzelf een seculiere democratie en presidentiële republiek, maar vertoont in werkelijkheid een autoritair presidentieel bewind waarbij de macht geconcentreerd is in de presidentiële administratie)
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht met islamitische invloeden
  • religies:moslim 89%, oosters-orthodox 9%, onbekend 2%

 

 

 

Verenigde Arabische Emiraten

  • onafhankelijkheid: 1971 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: federatie met delegatie van bepaalde machten aan de federale regering en andere machten gereserveerd voor de leden emiraten
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van islamitisch recht en burgerlijk recht
  • religies: moslim (islam – officieel) 96% (shia 16%), ander (waaronder christen en hindoe) 4%

 

 

 

Oezbekistan

  • onafhankelijkheid: 1991 (van de Sovjet Unie)
  • staatsvorm: republiek, autoritair presidentieel bewind met weinig macht buiten de uitvoerende tak
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht
  • religies: moslim 88% (meestal Soenni), oosters-orthodox 9%, ander 3%

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 John Astria

John Astria