Tagarchief: atmosfeer

Koper.

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Koper is een roodachtig metaal met het scheikundig element  Cu als symbool en atoomnummer 29. Het is een rood/geel overgangsmetaal dat in ongelegeerde vorm ook als roodkoper bekendstaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ontdekking

 

Opgravingen in het noorden van  Irak, hebben aangetoond dat koper al werd gebruikt rond 8700 v. Chr. Andere opgravingen wijzen uit dat men in 5000 v. Chr. al koper smolt en isoleerde uit koperhoudende mineralen zoals malachiet en azuriet. Van de Sumeriërs en Egyptenaren is bekend dat zij rond 3000 v. Chr. koper smolten en ge-bruikten om brons te maken. Ook in China was het gebruik van koper bekend en zijn er zeer hoogwaardige bron-zen voorwerpen uit 1200 v. Chr. gevonden. De in 1991 in de Oostenrijks/Italiaanse Alpen gevonden mummie Ötzi, die vermoedelijk omstreeks 3300 v. Chr. is gestorven, droeg gereedschap dat uit 99,7% zuiver koper bestond.

 

 

 

 

Toepassingen

 

Omdat koper buigzaam is, eenvoudig te vervormen is en een zeer groot geleidingsvermogen heeft voor elektri- citeit en warmte, wordt het op grote schaal in de industrie gebruikt. Ook legeringen met koper, zoals messing en brons, worden veelvuldig gebruikt.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Koper neemt in ionaire vorm vrijwel altijd een oxidatietoestand aan. Koperionen worden in een waterige oplos-sing blauw. Onder invloed van de atmosfeer krijgt koper een groene oxidatielaag. Het element komt als zodanig in de natuur voor, hoewel het meer in gebonden toestand als sulfide of als oxide aangetroffen wordt. Koperhou-dende mineralen  zijn o.a. covelliet en malachiet. Op het veel duurdere zilver na, is koper de beste geleider van elektriciteit. Om die reden wordt het veel gebruikt in elektronische componenten.

 

 

 

 

 

Verschijning

 

Chuquicamata in Chili is de grootste dagbouw kopermijn. In Chili wordt ongeveer een-derde van alle koper ge-mijnd. De belangrijkste bronnen van koper zijn de mineralen chalcopyriet, chalcociet, covelliet, azuriet, malachiet en borniet. Deze worden in ruime mate in de aardkorst aangetroffen. Belangrijke vindplaatsen van kopererts bevinden zich nog in China, Peru en de Verenigde Staten.

 

 

 

 

 

Toxicologie en veiligheid

 

Het metaal is brandbaar in poedervorm. Vrijwel alle koperverbindingen moeten als giftig worden beschouwd. Toch is koper van levensbelang voor dieren en hogere planten. Een teveel aan koper in het lichaam komt voor bij de ziekte van Wilson. Voedingsmiddelen rijk zijn aan koper vindt men in o.a. oesters, soyalecithine, noten en lever. Koper beschikt over antibacteriële eigenschappen. Het gebruik van koper in sanitaire installaties en leidingen remt de bacteriegroei, waardoor onder meer legionella  minder makkelijk voorkomt.

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

 

Algemeen
Naam Koper / Cuprum
Symbool Cu
Atoomnummer      29
Groep Kopergroep

 

Smeltpunt (K) 1357
Kookpunt (K) 2843
Aggregatietoestand    Vast

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De betrouwbaarheid van de C-14 dateringsmethode

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De betrouwbaarheid van de C-14 dateringsmethode

 

 

Eén van de meest gehoorde argumenten tegen een jonge aarde is dat radiometrische dateringsmethoden bewijzen dat de aarde wel miljoenen jaren oud moet zijn. Het vaakst wordt de C-14 dateringsmethode genoemd. Maar dat is nog steeds aanzienlijk meer dan de 6000 jaar waar Bijbelgetrouwe creationisten in geloven, dus hoe zit dat?

 

 

C14work1_L

 

 

 

Hoe werkt de C-14 dateringsmethode?

 

Van de meeste elementen bestaan meerdere versies, isotopen genoemd. Van het koolstofatoom bestaan vijf isotopen. Het meest voorkomende ‘normale’ koolstofisotoop is C-12 (of 12C). Dat heeft een atoommassa van 12, omdat de kern 6 protonen en 6 neutronen bevat. Dit is een stabiele isotoop, dat wil zeggen dat het niet vervalt. Een andere isotoop is C-14 (of koolstof-14, of 14C).

Dat is iets zwaarder, omdat de kern niet 6 maar 8 neutronen bevat. Omdat het 6 protonen en 6 elektronen heeft, gedraagt het zich echter precies hetzelfde als de andere koolstofisotopen. Het enige verschil (naast dat het iets zwaarder is) is dat het radioactief is en dus langzaam vervalt. Het vervalt met een halfwaardetijd van 5730 jaar, dus na die periode is er nog de helft van het oorspronkelijke C-14 over.

Koolstof-14 wordt hoog in de atmosfeer door kosmische straling gevormd uit stikstof-14. Zo ontstaat er in de atmosfeer een bepaalde verhouding tussen het radioactieve C-14 en het ‘gewone’ C-12. Dit noemen we de C-14/C verhouding. Momenteel is één op de 1,17 biljoen koolstofatomen in de atmosfeer een koolstof-14 atoom. Planten, die CO2 (en dus koolstofatomen) opnemen uit de lucht, bevatten dezelfde C-14/C ratio als de atmosfeer, en hetzelfde geldt voor dieren, die immers planten eten.

Wanneer het organisme sterft neemt het geen koolstof meer op. Maar het radioactieve koolstof vervalt langzaam terug tot stikstof. Dus verandert langzaam maar zeker de C-14/C verhouding in het stoffelijk overschot van dit organisme. Hoe langer geleden het organisme is gestorven, hoe lager de C-14/C ratio. Wanneer men een organisch sample test met de koolstofdateringsmethode, denkt men uit de waargenomen C-14/C verhouding te kunnen berekenen wanneer het organisme is doodgegaan.

Op het moment dat een organisme sterft, houdt de koolstofflux door zijn lichaam op. Het C-14 vervalt langzaam maar zeker, waardoor de C-14/C verhouding in het stoffelijk overschot van dit organisme afneemt. We weten de snelheid waarmee C-14 vervalt (de hoeveelheid halveert iedere 5730 jaar). Als we weten wat de oorspronkelijke C-14/C verhouding ten tijde van overlijden was, kunnen we vanuit de huidige verhouding berekenen hoe lang geleden het organisme overleed.

 

 

 

De C-14/C verhouding in de atmosfeer

 

Zoals bij alle dateringsmethoden moeten er ook bij deze ouderdomsbepaling een aantal aannames worden gedaan om tot een ‘leeftijd’ van iets te kunnen komen. Iedere dateringsmethode maakt gebruik van de volgende drie uitgangspunten:

  • Een constant proces. Bij radiometrische dateringsmethoden houdt dat in dat men ervan uitgaat dat het verval altijd met dezelfde snelheid heeft plaatsgevonden. Dus dat C-14 altijd een halveringstijd van 5730 jaar heeft gehad.

 

  • Een gesloten systeem. Er mag in de tussenliggende jaren geen uitwisseling hebben plaatsgevonden tussen de relevante stoffen (in dit geval koolstof) in het sample en stoffen uit de omgeving.

 

  • Een bekende beginsituatie. Er moet een aanname worden gedaan over de verhoudingen of hoeveelheden zoals ze in het begin waren. In het geval van de C-14 methode gaat men er vanuit dat de C-14/C verhouding in de atmosfeer altijd ongeveer gelijk is gebleven. Men neemt dus aan dat de C-14/C verhouding in de atmosfeer 5000 jaar geleden niet heel erg anders was dan tegenwoordig.

 

Vooral over de laatste aanname kan veel gezegd worden. Men kan er bijvoorbeeld niet zonder meer van uitgaan dat de C-14 in de atmosfeer homogeen verdeelt is over de hele biosfeer. Er zijn gevallen bekend waarbij organismen in een C-14-arm milieu leven en dus nog vóór ze sterven een lagere hoeveelheid C-14 bevatten. Wanneer men uitgaat van een beginsituatie waarbij de C-14/C verhouding gelijk is aan die in de atmosfeer, zullen deze organismen te oud gedateerd worden.

Riggs rapporteerde een geval waarbij een levende slak een C-14-gehalte had van 3,3 +/- 0,2 procent van het atmosferische gehalte, wat normaal gesproken een ‘leeftijd’ van 27.000 jaar impliceert. Wakefield rapporteerde gevallen waarbij recentelijk gestorven zeehonden C-14 ‘leeftijden’ hadden van 615 en 1.300 jaar. Dit soort gevallen worden veroorzaakt door het zogenaamde ‘reservoir effect’, waarbij organismen ‘oud’ koolstof binnen krijgen vanuit reservoirs (diep zeewater, of kalksteen) met een lage C-14/C verhouding.

Dit illustreert hoe belangrijk de beginsituatie is voor de betrouwbaarheid van de methode. Als hier de onjuiste aanname gedaan wordt, rolt er een compleet verkeerde leeftijd uit. En zoals zo vaak bepaalt het paradigma ( zienswijze,model ) welke aannames er gedaan worden.

Binnen het evolutionistische paradigma is het logisch om ervan uit te gaan dat de verhouding tussen gewoon koolstof en radioactief koolstof in de atmosfeer de afgelopen honderdduizend jaar ongeveer gelijk is gebleven. Maar binnen het scheppings/zondvloedparadigma moeten hele andere aannames worden gedaan.

 

 

Noahs%20Ark2

 

 

 

Een lage C-14/C verhouding vóór de zondvloed

 

Zoals gezegd ontstaat C-14 hoog in de atmosfeer door secundaire kosmische straling, en vervalt het weer door radioactief verval. De totale hoeveelheid C-14 is in evenwicht wanneer er per tijdseenheid evenveel C-14 wordt aangemaakt als er vervalt. Dit is een stabiel evenwicht , d.w.z. de totale hoeveelheid C-14 neigt toe of af te nemen totdat het evenwicht is bereikt. De hoeveelheid C-14 atomen is onafhankelijk van de hoeveelheid C-12, de C-14/C ratio is dat natuurlijk niet.

Als de totale hoeveelheid C-14 vóór de zondvloed in evenwicht was, zal deze hoeveelheid niet extreem verschillend zijn geweest van de hoeveelheid C-14 die zich tegenwoordig in de biosfeer bevindt. We weten echter dat de totale hoeveelheid C-12 voor de zondvloed wel veel groter was dan tegenwoordig. Dit weten we omdat we in de aardlagen dikke lagen steenkool vinden, die uit bijna alleen maar koolstof bestaan.

Al het steenkool van de hele wereld vormt een enorme hoeveelheid koolstof: de totale hoeveelheid koolstof in steenkoollagen is ruim 100 maal zo groot dan de totale hoeveelheid koolstof in de hele huidige biosfeer! Deze steenkoollagen zijn overblijfselen van plantenmateriaal dat tijdens de zondvloed bedolven is. Voor de zondvloed moet deze enorme hoeveelheid koolstof zich dus in de biosfeer bevonden hebben.

Aangezien de hoeveelheid C-14 voor de vloed niet heel erg anders was dan tegenwoordig, maar er wel ruim 100 keer zoveel C-12 was, moet de C-14/C verhouding in de biosfeer voor de zondvloed dus véél lager hebben gelegen. Dit betekent dat organismen die voor de zondvloed leefden reeds tijdens hun leven een hele lage C-14/C verhouding hadden.

Als we deze organismen zouden datering met de koolstofdateringsmethoden, zouden er dus véél te hoge leeftijden uitkomen, net zoals slak en de zeehonden die hierboven genoemd werden. Binnen het scheppingsmodel moeten er dus hele andere aannames worden gedaan over de C-14/C verhoudingen in het verleden. En het is logisch dat evolutionistische onderzoekers, die hier geen rekening mee houden wanneer ze dateringen uitvoeren, op leeftijden van meer dan 6000 jaar uitkomen.

 

 

 

 

 

De opbouw van een nieuw C-14/C evenwicht na de zondvloed

 

We kunnen dus verklaren hoe het komt dat organismen die voor de zondvloed leefden veel ouder lijken te zijn wanneer ze met de koolstofdateringsmethode gedateerd worden. Maar hetzelfde geldt voor de organismen die in de eerste eeuwen na de zondvloed leefden.

Tijdens de zondvloed werd het merendeel van het koolstof dus bedolven. Dat geldt dus ook voor het merendeel van het C-14 dat zich immers met het gewone koolstof vermengd had. Vlak na de zondvloed was de hoeveelheid C-14 in de biosfeer dus kleiner dan de evenwichtshoeveelheid. Dus begon de hoeveelheid C-14 toe te nemen, totdat het evenwicht opnieuw bereikt werd.

Dat betekent dat de C-14/C ratio na de zondvloed langzaam begon te stijgen, totdat de huidige verhouding werd bereikt. Maar voordat het nieuwe evenwicht bereikt werd, leefden organismen nog in een omgeving met relatief weinig C-14, waardoor ook de organismen die de eerste eeuwen na de zondvloed leefden veel ouder lijken te zijn dan in werkelijkheid.

De C-14/C verhouding in de biosfeer gedurende de geschiedenis. De grijze lijn geeft de evolutionistische aanname weer dat de C-14/C verhouding in het verleden altijd ongeveer hetzelfde was als tegenwoordig (met variaties die hier niet weergegeven zijn). De rode lijn geeft de aanname weer die we moeten doen binnen het scheppingsverhaal.

Het is duidelijk dat een organisme dat voor of vlak na de zondvloed leefde een hele lage C-14 concentratie had. Een evolutionistische onderzoeker die deze lage C-14/C ratio waarneemt, zou onterecht concluderen dat deze lage waarde het gevolg is van tienduizenden jaren radioactief verval van C-14, terwijl het in feite gewoon het gevolg was van een lage C-14/C verhouding in de biosfeer van die tijd.

 

 

 

Consistent gebruik van de radiometrische dateringsmethoden binnen het evolutieraamwerk?

 

Hoe komt het dat de meeste gepubliceerde dateringen mooi passen binnen het evolutionistische plaatje? Het is niet bekend in hoeverre de gepubliceerde dateringen een representatieve afspiegeling zijn van de vele dateringen die in feite worden gedaan. Wanneer wetenschappers hun onderzoeksobjecten laten dateren, hebben ze al een bepaalde verwachting over de leeftijd die deze zullen hebben. De laboratoria die de dateringen uitvoeren willen deze verwachtingen van tevoren weten, en dit speelt een rol bij de uitslag.

Vallen de dateringen anders uit dan verwacht, dan zijn er allerlei ‘redenen’ te bedenken waarom de uitslagen niet kloppen (bijvoorbeeld het reservoir effect, of dat er contaminatie heeft plaatsgevonden). Uiteindelijk worden bijna alleen ‘kloppende’ dateringen gepubliceerd.

Af en toe wordt het selectief omgaan met dateringen door de wetenschappers zelf toegegeven. Neem bijvoorbeeld deze uitspraak van R. L. Kauger (in een paper waarin kalium-argon dateringen worden besproken, maar het gaat om de mentaliteit, en dat is dus op alle dateringsmethoden toepasbaar):

In general, dates in the ‘correct ball park’ are assumed to be correct and are published, but those in disagreement with other data are seldom published nor are discrepancies fully explained. De gepubliceerde dateringen zijn dus in feite geselecteerde dateringen, hetgeen het lastig maakt te bepalen hoe vaak dateringsmethoden nou eigenlijk ‘goede’ dateringen opleveren.

 

 

Conclusie

 

De betrouwbaarheid van de C-14 dateringsmethode is zo goed als de betrouwbaarheid van de aannames. Aannames die binnen het evolutionistische raamwerk logisch zijn (de C-14/C verhouding is altijd ongeveer gelijk gebleven), leveren hoge leeftijden op. Aannames die binnen het creationistische raamwerk logisch zijn (de C-14/C verhouding moet vroeger veel lager hebben gelegen), leveren veel lagere leeftijden op. Een conclusie die alleen geldig is binnen het ene paradigma, vormt geen argument tegen het andere paradigma, dus de C-14 dateringsmethode levert geen doorslaggevend argument tegen een jonge aarde.

 

 

 

Referenties

 

  1. Riggs, A. C., 1984, Major carbon-14 deficiency in modern snail shells from southern Nevada springs, Science, 224, pp. 58-61 2. Wakefield, Dort, Jr., 1971, Mummified seals of southern Victoria Land, Antarctic Journal, vol. 6, no. 5, pp. 210-211 3. R. L. Kauger, 1977, K-Ar ages of biotites from tuffs in Eocene rocks of the Green River, Washakie, and Uinta basins, Utah, Wyoming, and Colorado, Rocky Mountain Geology, vol. 15, no. 1, p. 17-41

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Citroen: etherische olie.

Standaard

categorie :   Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

Citroen etherische olie is een belangrijke olie die het lichaam helpt bij het afvoeren van afvalstoffen en daarnaast een krachtige bron is van vitamine C.

De zo belangrijke vitamine voor je weerstand.

Door zijn reinigende werking is citroen etherische olie ook erg geliefd in huishoudproducten.

 

 

 

 

De etherische olie wordt gewonnen door uitpersing van het buitenste gedeelte van de verse schil. 200 kilo citroenschillen leveren 1 kilo olie.

De olie is stimulerend, verfrissend en desinfecterend, in de verdamper zorgen een paar druppels al voor een frisse, schone atmosfeer.

Citroen is een belangrijke essentiële olie omdat hij zoveel positieve eigenschappen heeft. Het is één van de beste oliën bij griep en verkoudheid, zijn sterke antibacteriële en antivirale werking maakt hem tot een ideaal middel om de atmosfeer in bijv.een ziekenkamer te desinfecteren.

Citroenolie beschermt het lichaam tegen alle mogelijke infecties.

Citroen etherische olie (citrus lemon) wordt tegenwoordig erkend voor zijn krachtige antioxidatieve werking  en voor zijn verfrissende en levendige geur.

Citroen bevat 68 procent d-limonene, een krachtige anti-oxidant, het heeft een reinigende werking en bevat stoffen die onderzocht zijn op hun functies voor het immuunsysteem.

 

 

 

Wat kan citroenolie allemaal voor je doen?

 

  • Citroen etherische olie is heel goed bij de ondersteuning van spijsverteringsproblemen.  Het kan helpen bij brandend maagzuur, gasvorming, verstopping.
  • Regelmatig water met citroenolie drinken helpt de darmen om afvalstoffen te verwijderen en het bloed te zuiveren. Het kan ook de lever ondersteunen bij de verwerking van onze afvalstoffen.
  • Het helpt bij keel infecties door de antibacteriële werking.
  • Ondersteunt bij het afslanken
  • Helpt bij ontstoken tandvlees, eenvoudigweg een druppeltje olie op het tandvlees inmasseren of gorgelen met citroenwater. Dit laatste helpt ook bij mondgeurtjes.
  • Citroenolie werkt ook als een reiniger van het bloed en kan daardoor bij vele problemen ingezet worden.
  • In het huishouden kan citroenolie ook veelzijdig ingezet worden:
  • Met 1-2 druppels citroenolie kan men kauwgum, olie, vetvlekken, lijm en potloodvlekken van de meeste oppervlakken verwijderen.
  • Gebruik citroenolie i.p.v. citroensap of citroenessences om vis/zeevruchten, groenten, dranken en desserts op smaak te brengen.
  • Breng een druppel olie aan op een vette huid of kleine puistjes/vlekjes om de talgklieren tot rust te brengen en de talgproductie te verminderen.
  • Verminder of voorkomt eksterogen en eelt aan de voeten door iedere ochtend en avond een beetje citroenolie op deze plekken in te masseren.
  • Vul een kom met koud water, voeg 2-3 druppels citroenolie toe en laat hier je fruit even in liggen om de houdbaarheid te verlengen.
  • Doe een druppel citroenolie in de vaatwasser bij het begin van het programma voor een vlekkeloze vaat.
  • Masseer de olie op de huid bij cellulite om de circulatie te ondersteunen en de afvalstoffen uit de cellen af te voeren.
  • Doe 10-15 druppels in 5 liter tapijtreiniger om vlekken te verwijderen, het tapijt op te frissen en de kamer een frisse geur te geven.

Let op: citroen olie niet op de huid aanbrengen die binnen 12 uur blootgesteld wordt aan direct zon- of uv- licht. Dan kunnen pigmentvlekken ontstaan.

 

 

 

Voor de emotionele balans

 

Combineer citroen met pepermunt in water of rijstmelk voor een verfrissende belevenis.

Let bij inname van etherische olie goed op de zuiverheid van de olie*.

Een etherische olie die niet zuiver is kan ook veel schade aanrichten in plaats van goed doen.

 

 

 

 

 

Is de Koolstofdatering een feit of fictie?

Standaard

categorie : religie

 

Is de Koolstofdatering een feit of fictie?

 

 

Koolstofdatering: Feit of fictie?

 

De koolstofdatering datering wordt al tientallen jaren gebruikt om de leeftijd van allerlei materialen en organismen vast te stellen. De methode staat echter ter discussie. Waarom is dat zo en is dat terecht?

 

 

Aannames

 

De koolstofdatering is controversieel. Dat is niet onterecht want er worden vele aannames gedaan in de theorie. Hoewel de theorie in de basis aannemelijk is, is de uitwerking daarvan dat niet. Er worden te veel aannames gedaan. Welke aannames zijn dat?

 

 

1. De aarde is miljarden jaren oud

 

Dit is vastgesteld door radiometrische dateringsmethoden (zoals de koolstofdatering dat ook is). Zoals verderop te lezen is, is de koolstofdatering verre van betrouwbaar. De vraag is of andere dateringsmethoden dat wel zijn. Radiometrische datering is namelijk niet uitvoerbaar zonder de geologische kolom. De geologische kolom is gebaseerd op het feit dat de aarde miljarden jaren oud is. De gebruikte dateringsmethode kan dus alleen een uitkomst geven die past binnen de theorie. De uitkomst is daarmee niet wetenschappelijk en niet objectief. De methode is aangepast op de uitkomst die men wilde zien. Wetenschap wordt hier omgekeerd. In plaats van de uitkomst van een meting als basis te nemen voor een theorie wordt het andersom gedaan. Dat de aarde miljarden jaren oud is, is dan ook geen wetenschappelijk feit, maar een aanname.

 

 

2. Het evenwichtsprobleem kan genegeerd worden

 

Het evenwichtsprobleem luidt als volgt: Het radioactieve koolstof C 14, dat gemeten wordt bij koolstofdatering, ontstaat in de atmosfeer, maar vervalt ook. Op een bepaald moment moet dit met elkaar in evenwicht komen. Dan ontstaat er net zo veel C14 als er vervalt en blijft de hoeveelheid C14 gelijk. De vraag is wanneer dit moment is voor C14. Dit is noodzakelijk om te weten omdat zonder dit evenwicht de start hoeveelheid van C14 niet bekend is bij een meting. Dan kan er geen datering worden gedaan.
Wetenschappers hebben bepaald dat dit 30.000 jaar zou duren. Vervolgens hebben zij gezegd dat het evenwichtsprobleem genegeerd kan worden. Dit komt voort uit de aanname dat de aarde miljarden jaren oud is. De aarde is in dat geval ouder dan 30.000 jaar en C14 is al lang in evenwicht.

Het probleem is echter dat er later is ontdekt dat er nog steeds geen stadium van evenwicht is bereikt voor C14! C14 wordt op dit moment 28 tot 37 procent sneller gevormd dan het vervalt. Dat betekent dat de hoeveelheid C14 in de atmosfeer nog steeds verandert.

 

 

Conclusie hier uit is dat:

 

1: De aarde minder dan 30.000 jaar oud is. Dit moet bellen doen rinkelen bij de wetenschappers. In de wetenschap is het normaal dat er een aanname wordt gedaan. Als echter ergens uit blijkt dat een aanname niet klopt, moet deze opnieuw worden onderzocht en bijgesteld worden. Dit is helaas niet gedaan bij de methode van de koolstofdatering. De onderzoeksresultaten werden aangepast op de aanname dat de aarde miljarden jaren oud is in plaats van dat aannames werden aangepast aan de onderzoeksresultaten. Zo handelen heeft niets met wetenschap te maken, maar meer met de religie van een miljarden jaren oude aarde.

 

2: Er nergens koolstofdatering op toe kan worden gepast. Er moet namelijk bekend zijn hoeveel C14 het onderzochte organisme opnam toen het leefde. Dit is echter niet mogelijk want de hoeveelheid C14 in de atmosfeer verandert nog steeds. Aangezien we niet weten wanneer een fossiel of plant geleefd heeft, kunnen we ook niet vaststellen hoeveel C14 er in die tijd was. Daardoor is het onmogelijk om vast te stellen wat het verval in het materiaal van het dateringsobject voor leeftijd aangeeft. Er zijn te veel variabelen om een betrouwbare, wetenschappelijke berekening te kunnen doen.

 

 

 

 

 

Een dateringsvoorbeeld

 

Laten we de feiten en onzekerheden van de koolstofdatering nu eens toepassen op een voorbeeld.

Stel, we vinden een fossiel. We bepalen de hoeveelheid C14 in het fossiel en we hebben de vervalsnelheid van C14. Daarmee hebben we twee feiten. Aan de hand van deze feiten kunnen we nog niet bepalen hoe oud het fossiel is. Er blijven namelijk veel vragen open:

  • Hoeveel C14 zat erin de fossiel toen het leefde?
  • Verviel de C14 altijd met dezelfde snelheid?
  • Is het besmet met nog meer C14 toen het al die jaren in de grond zat?

Al deze dingen weten we niet en we kunnen er ook niet achter komen. Ze zijn echter zeer bepalend voor de uitkomst van de datering.

 

 

 

Cijfers en feiten vanuit koolstofdatering

 

De uitkomsten die koolstofdatering geven, zijn niet hoopgevend voor het voortbestaan van deze dateringsmethode getuige onderstaande cijfers:

  1. In 1949 ontdekt men koolstofdatering. Men ging meteen testen. De poot van en mammoet bleek 15.000 jaar oud te zijn. De huid bleek echter 21.000 jaar oud. Hoe kunnen twee delen van één dier van verschillende leeftijd zijn? Dat kan niet dus er is in ieder geval één uitkomst verkeerd. Maar hoe weten we of één van beide wel klopt? En als er één klopt, hoe weten ze dan welke dat is? Er is geen manier om dat te bepalen.
  2. 1963: Er werd een levende mossel getest. Hij bleek 2300 jaar oud te zijn. Levend en wel!
  3. 1971:Een pas gedode zeehond werd koolstofgedateerd op 1300 jaar oud.
  4. 1977: Eén lichaamsdeel van Dima, een beroemde baby-mammoet die in dit jaar werd ontdekt, bleek 40.000 jaren oud te zijn na koolstofdatering. Een ander lichaamsdeel was echter 26.000 jaren oud. Hout dat in de onmiddellijke omgeving van het karkas werd gevonden bleek 9000 tot 10.000 jaar oud.
  5. 1984: Levende slakken worden koolstofgedateerd op 27.000 jaar oud.
  6. 1992: Van twee naast elkaar gevonden mammoeten is de één 22.000 jaar oud en de ander 16.000 jaar oud. Welke is juist? Of zijn ze allebei juist of allebei fout? Dit is onmogelijk te zeggen.
  7. Een lijst van koolstofdateringen uit Alaska bevat enkele interessante details. Monster nummer SI454 werd gedateerd als 17.210 jaar oud. Monster SI455 werd gedateerd als 24.410 jaar. Wanneer we de lijst goed bekijken dan zien we dat het hier om dezelfde monsters gaat!
  8. Levende pinguïns werden koolstofgedateerd op 8000 jaar oud.
  9. Koolstofdateringen van aardlagen waarin Dinobotten zijn gevonden zeggen 34.000 jaar. Maar dinosaurussen worden volgens de theorie geacht 70 miljoen jaren oud te zijn. Iemand liet een bot koolstofdateren en de uitkomst was 20.000 jaar oud. Toen vertelde hij dat het om een dinobot ging. De onderzoeker zei: Dan kan het geen 20.000 zijn want dinosaurussen zijn 70 miljoen jaar oud. Als u dat verteld had aan ons hadden we het bot niet gedateerd….. dat is geen wetenschappelijke aanpak.
  10. Een archeoloog groef in een put en vond daar verbrand hout. Hij nam er twee monsters van op verschillende diepte, deed ze in een zakje en liet ze koolstofdateren. Zakje A werd gedateerd op 3000 jaar en zakje B op 4000. Daarna wachtte hij een half jaar, verwisselde de labels van de zakje en liet opnieuw een koolstofdatering doen bij hetzelfde laboratorium. Hij kreeg dezelfde resultaten terug. Zakje A was nog steeds 3000 jaar oud alleen zat het andere monster erin! Met zakje B idem.
  11. Stenen van de maan werden vele malen onderzocht. Ze vonden in één steen een stuk van 10.000 jaar oud en van miljarden jaren oud. Hoe kan één steen twee leeftijden hebben? Hoe kan bovendien vastgesteld worden dat iets ouder is dan 60.000 jaar met koolstofdatering? Dat is onmogelijk want na miljarden jaren is de C14 al lang vervallen.
  12. Volgens het theorieboek werd kool 250 miljoen jaar geleden gevormd in de Carboon periode. Wanneer zij kool testen, heeft dit toch C14. Hoe kan dat? Als alle C14 verdwijnt in 50.000 jaar, waarom bevat kool dan nog C14? Dat toont aan dat de aarde niet miljarden jaren oud is.
  13. Ook diamanten zouden miljoenen jaren geleden gevormd zijn. Zij bevatten echter ook C14. Het is niet mogelijk om een diamant te besmetten met C14 want het is de hardste substantie die we kennen. Dat is een sterk bewijs dat de aarde geen miljoenen jaren oud is, maar duizenden.
  14. Na 60.000 jaar kan C14 niet meer gemeten worden. Toch is bewezen dat men onmogelijk natuurlijke bronnen van koolstof onder de ijstijdlagen kan vinden zonder een flinke hoeveelheid C14. Hoewel zulke lagen worden verondersteld miljarden jaren oud te zijn, zijn conventionele C14 laboratoria op de hoogte van deze onregelmatigheid sinds begin jaren 80. Ze hebben geprobeerd het te elimineren, maar kunnen het niet verklaren. Dit bewijst wederom dat de aarde niet miljarden jaren oud is.

En zo zijn er nog veel meer feiten te noemen. Hieruit blijkt dat problemen met de koolstofdatering niet te ontkennen zijn. Het is een methode die verre van exact is. De cijfers vanaf het ontdekken van de methode tot nu toe laten geen enkele vooruitgang zien. Dat geeft de methode geen recht van bestaan.

 

 

 

 

 

Cijfers aanpassen aan de theorie

 

In 1970 zei men op het Nobel Symposium: Als het resultaat van een koolstofdatering onze theorie ondersteunt dan komt het in de hoofdtekst. Als het niet geheel tegenstrijdig is dan zetten we het in een voetnoot. Als het volledig tegenstrijdig is, dan laten we het weg.

Deze uitspraak weerspiegelt de manier waarop er in het algemeen met koolstofdatering wordt om gegaan. Er blijkt uit dat men zomaar getallen kan kiezen die aan de verwachting voldoen. Getallen die niet aan de verwachtingen voldoen kan men weg laten. Dit is geen wetenschap.

In de praktijk betekent dit dat ongeveer de helft van alle resultaten wordt weg gelaten omdat deze niet passen in de theorie! Iedereen zal het er mee eens zijn dat een methode waarvan de helft van de uitkomsten niet klopt, niet betrouwbaar is. Toch worden cijfers van koolstofdatering als volledig wetenschappelijk en betrouwbaar gepresenteerd.

Wanneer cijfers echter iets anders aangeven dan de theorie, moet de theorie aangepast worden. De cijfers moeten niet aangepast worden aan de theorie. Als een testresultaat van koolstofdatering echter niet past bij de theorie, wordt er nogmaals getest totdat er een bevredigend getal uitkomt. Hieruit blijkt dat de theorie belangrijk is, maar de feiten niet.

Bovendien roept dit enorm veel vragen op.

  • Welke resultaten worden weggelaten?
  • Hoe weet men dat die niet goed zijn?
  • Hoe weet men eigenlijk dat de andere resultaten wel goed zijn?
  • Waarom zijn ze niet beiden fout of beiden goed?
  • Op welke basis wordt een keus gemaakt voor goed of fout?

Zo kunnen we wel vragen blijven bedenken bij deze dubieuze handelswijze.

 

 

 

 

 

Aanpassingen van de theorie

 

Inmiddels is de wetenschap er wel achter dat een aantal zaken niet houdbaar zijn. Zo erkent men nu dat koolstofdatering niet nauwkeurig is indien het organisme in water heeft geleefd of in water bewaard is gebleven (een aantal van bovengenoemde voorbeelden zou dus niet meer gelden).

De wetenschap is begonnen met de brede aanname dat koolstofdatering werkt omdat het past binnen andere bestaande aannames. Gaandeweg komen er bewijzen die het ontkrachten. Die worden eerst weggemoffeld totdat dit niet meer houdbaar blijkt. Dan wordt gezegd dat er nieuwe onderzoeken zijn gedaan en nieuwe bewijzen zijn gevonden waarmee de aangenomen theorie wordt beperkt. Zo wil de wetenschap zichzelf en hun theorieën groot houden en mensen aan het lijntje houden. Terwijl hieruit blijkt dat zij zelf niet nauwkeurig weten hoe één en ander werkt. Hieruit blijkt dus juist hun onkunde en beperkte kennis. Deze aanpassingen zijn er namelijk telkens weer!

Desondanks wordt er vastgehouden aan de originele theorie (met talloze aanpassingen) en wordt de theorie niet verworpen, wat wel de logische conclusie zou moeten zijn.

 

 

 

Kalibratie

 

Koolstofdatering is geen exacte wetenschap. Vaak kloppen uitkomsten niet. Dit wordt voor zover mogelijk recht gebreid door besmetting en kalibratie toe te staan. Kalibratie is het vergelijken van de methode met een standaard. Deze standaard bestaat in dit geval uit het vergelijken met kalibratiecurves. Deze zijn echter opgesteld aan de hand van metingen met andere dateringsmethoden waarvan de meesten net zo min nauwkeurig zijn als de koolstofdatering en waarbij ook wordt uit gegaan van verkeerde aannames. Dit maakt koolstofdatering niet betrouwbaarder.

 

 

 

Geen wetenschap

 

Op deze manier datering toepassen heeft niets meer met wetenschap te maken. Het nare is dat het wel als wetenschap wordt gepresenteerd. Ook worden er allerlei theorieën aan opgehangen die gepresenteerd worden als waar. Wanneer we echter onderzoeken hoe het echt zit, komen we er al gauw achter dat de koolstofdatering en bijbehorende theorieën als een miljarden jaren oude aarde op losse schroeven staan. Nog even en het stort als een kaartenhuis in elkaar.

Neem een monster waarvan bekend is hoe oud het is. Dan blijkt koolstofdatering niet te werken. Neem een monster waarvan de leeftijd niet bekend is en dan wordt ineens aangenomen dat het wel werkt. Dat is geen wetenschap maar een sprookje!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Koolstofdatering

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

.

Wat is de koolstofdatering en hoe werkt het?

 

Hoe werkt koolstofdatering, ook wel C14-datering genoemd? Koolstof (C14) is een natuurlijk element dat in overvloed voorkomt in de atmosfeer, in de aarde, in de oceanen en in elk levend wezen. C12 is veruit het meest voorkomende isotoop, terwijl slechts één op elke triljoen koolstofatomen een C14-atoom is. C14 wordt in de hogere atmosfeer geproduceerd wanneer stikstof-14 (N14) onder de invloed van kosmische straling wordt veranderd; een proton wordt door een neutron vervangen en het netto resultaat is een transformatie van het stikstofatoom tot een koolstofisotoop.

Het nieuwe isotoop wordt “radioactieve koolstof” genoemd omdat het, zoals de naam zegt, radioactief is (maar ongevaarlijk). C14 is instabiel en zal daarom na verloop van tijd spontaan weer vervallen tot N14. Het duurt ongeveer 5730 jaar voordat de helft van een bepaalde hoeveelheid radioactieve koolstof tot stikstof is vervallen. Het duurt vervolgens weer 5730 jaar voordat de helft van de resterende koolstof is vervallen, en dan weer 5730 voor de helft van dat restant, enzovoorts. De tijdsduur die nodig is om de helft van een hoeveelheid koolstof te laten vervallen wordt de “halfwaardetijd” genoemd.

Radioactieve koolstof oxideert (dat wil zeggen, verbindt zich met zuurstof) en komt de biosfeer binnen via natuurlijke processen zoals ademhaling en voeding. Planten en dieren nemen zowel het overvloedige C-12 en het veel zeldzamer C-14 in hun weefsel op, in ongeveer dezelfde verhouding als de C14/C12 verhouding in de atmosfeer. Wanneer een dier sterft, wordt er geen radioactieve koolstof meer opgenomen, maar de C14 die reeds in het lichaam aanwezig was blijft vervallen tot stikstof.

Als we dus de resten van een dood wezen vinden waarin de verhouding tussen C12 en C14 de helft is van wat het zou moeten zijn (dat wil zeggen één C14 atoom op elke twee triljoen C12 atomen in plaats van één op elke triljoen), dan kunnen we aannemen dat het dier al ongeveer 5730 jaar dood is (omdat de helft van de radioactieve koolstof ontbreekt en het ongeveer 5730 jaar duurt voordat de helft van de radioactieve koolstof tot stikstof vervalt). Als de verhouding een kwart is van wat het zou moeten zijn (één op vier triljoen), dan kunnen we aannemen dat het dier al zo’n 11.460 jaar dood is (twee keer de halfwaardetijd).

Na tien keer de halfwaardetijd is de resterende hoeveelheid radioactieve koolstof niet meer meetbaar. Deze techniek is daarom niet bruikbaar voor de datering van dieren die meer dan 60.000 jaar geleden stierven. Een andere beperking is dat deze techniek alleen toegepast kan worden op organisch materiaal zoals botten, vlees of hout. De techniek kan niet gebruikt worden om gesteente rechtstreeks te dateren.

 

 

 Het uitgangspunt van de koolstofdatering

 

Koolstofdatering is een dateringsmethode die afhankelijk is van de volgende drie zaken:

  • De snelheid waarmee het onstabiele radioactieve C14 tot de stabiele niet-radioactieve N14 isotoop vervalt,
  • De verhouding tussen C12 en C14 die in het monster wordt aangetroffen,
  • En de verhouding tussen C12 en C14 die in de atmosfeer wordt aangetroffen ten tijde van de dood van het monster.

 

 

 De controverse van de koolstofdatering

 

Koolstofdatering is controversieel om verschillende redenen. Ten eerste is de methode afhankelijk van enkele twijfelachtige aannames. We moeten bijvoorbeeld aannemen dat de vervalsnelheid (dat wil zeggen, de halfwaardetijd van 5730 jaar) in het verleden altijd constant is gebleven. Maar dat kan niet gemeten worden. Er bestaat zelfs krachtig bewijs voor een sterke toename van de radioactieve vervalsnelheid in het verleden.1 We moeten bovendien aannemen dat de verhouding tussen C12 en C14 in de atmosfeer in het verleden altijd constant is gebleven (zodat we kunnen weten wat deze verhouding was op het moment van de dood van het monster).

En toch weten we dat “radioactieve koolstof 28-37% sneller wordt gevormd dan het vervalt”2. Dat betekent dat er nog geen evenwicht is bereikt; deze verhouding is vandaag de dag dus groter dan in het niet-waarneembare verleden. We weten ook dat deze verhouding drastisch steeg ten tijde van de industriële revolutie, als gevolg van de drastische toename van CO2 dat door de fabrieken werd geproduceerd. Deze door de mens veroorzaakte fluctuatie was geen natuurlijk verschijnsel, maar het toont aan dat fluctuaties mogelijk zijn en dat ook natuurlijke verstoringen deze verhouding sterk zouden kunnen beïnvloeden.

Vulkanen stoten CO2 uit, wat zou kunnen leiden tot een afname van deze verhouding. Dieren die in een periode van hoge vulkanische activiteit leefden en stierven, zouden ouder lijken dan ze werkelijk waren als we hun leeftijd met deze techniek zouden bepalen. De verhouding kan verder worden beïnvloed door de productiesnelheid van C14 in de atmosfeer, die op zijn beurt weer wordt beïnvloed door de hoeveelheid kosmische straling die de atmosfeer van de aarde binnendringt. En deze hoeveelheid straling is zelf weer afhankelijk van factoren zoals het magnetische veld van de aarde (dat kosmische straling kan doen afbuigen).

Nauwkeurige metingen die over de afgelopen 140 jaar hebben plaatsgevonden, hebben aangetoond dat de sterkte van het magnetische veld van de aarde gestaag afneemt. Dit betekent dat er een gestage toename van de productie van radioactieve koolstof heeft plaatsgevonden (wat de verhouding zou doen toenemen).

Tenslotte kunnen we zeggen dat deze dateringsmethode controversieel is omdat de data die hiermee bepaald worden vaak gruwelijk inconsequent zijn. Bijvoorbeeld: “Eén lichaamsdeel van Dima [een beroemde babymammoet die in 1977 werd ontdekt] was 40.000 RCY [radioactieve koolstofjaren] oud, maar een ander was 26.000 RCY, en ‘hout dat in de onmiddellijke omgeving van het kadaver werd gevonden’ bleek 9000-10.000 RCY jaar oud te zijn.” (Walt Brown, In the Beginning, oftewel “In het begin”, 2001, p. 176)

 

  1. D. R. Humphreys, J. R. Baumgardner, S. A. Austin, en A. A., Snelling, “Helium diffusion rates support accelerated nuclear decay”, oftewel Helium diffusiesnelheden ondersteunen een versneld nucleair verval, in Proceedings of the Fifth International Conference on Creationism, R. Ivey, Ed., Creation Science Fellowship, Pittsburgh, PA, 2003. Zie ook: Walt Brown, In the Beginning, oftewel In Het Begin, 2001, p. 75, onder “Constant Verval?”
  2. Brown, Idem, p. 246.

 

 

 

 

Koolstofdatering – Dendrochronologie

 

Om de C14-datering te kunnen gebruiken , moeten we – zoals we reeds gezien hebben – weten wat de verhouding tussen C12 en C14 is op het moment van de dood van het monster. Als deze verhouding in het (niet-waarneembare) verleden gefluctueerd heeft (en we kunnen er zeker van zijn dat dit het geval is geweest), hoe kunnen we dan bepalen wat deze verhouding was tijdens het leven van een organisch proefdier, dat leefde en stierf vóórdat we deze verhouding konden meten?

Voorstanders van de C14-dateringsmethode hebben zich tot de “dendrochronologie” (“jaarringenonderzoek” genoemd) gewend om hun tijdschaal te kalibreren (door geschatte fluctuaties van de verhouding tussen C12 en C14 hierin te verwerken). Wanneer de leeftijd van een stuk hout op twee manieren bepaald wordt, enerzijds met koolstofdatering en anderzijds door de jaarringen te tellen, kunnen wetenschappers een tabel opstellen waarmee zij de twijfelachtige C14-jaren naar werkelijke kalenderjaren kunnen omzetten.

Dit werkt als volgt: wetenschappers beginnen met een levende boom of een proefstuk van dood hout waarvan de leeftijd met betrouwbare methoden kan worden vastgesteld. Vervolgens gaan zij op zoek naar stukken dood hout die ouder zijn dan dat eerste proefstuk, maar met overeenkomstige, overlappende jaarringen (jaarringen kunnen onder invloed van verschillende omgevingsfactoren een grote variatie in breedte vertonen en zo een patroon vormen waarmee we proefstukken uit dezelfde omgeving kunnen vergelijken). De wetenschappers gaan vervolgens op zoek naar nog meer stukken dood hout die met dit tweede proefstuk overlappen, enzovoorts.

En tenslotte worden alle jaarringen geteld, waarbij de overlappende patronen worden gebruikt om alle stukken met elkaar te verbinden. Op deze manier wordt uiteindelijk de leeftijd van het oudste stuk hout bepaald. Dit wordt een “lange chronologie” genoemd. Het oudste stuk hout wordt dan ook gedateerd met de koolstofdateringsmethode. Door de twee data te vergelijken, kunnen wetenschappers de noodzakelijke bijstellingen in hun berekeningen maken.

Helaas heeft het gebruik van jaarringenonderzoek als kalibratiemiddel van de C14-dateringsmethode  zijn eigen tekortkomingen. Dr Walt Brown legt dit uit: “…verbanden worden gelegd op basis van het oordeel van een jaarringspecialist. Soms worden ‘ontbrekende’ ringen toegevoegd.1… Eenvoudige statistische berekeningen zouden kunnen vaststellen in welke mate het dozijn overlappende jaarringen werkelijk met elkaar overeenkomen. Maar jaarringspecialisten weigerden om hun bevindingen aan dergelijk statistisch onderzoek te onderwerpen en wilden hun data niet vrijgeven zodat anderen deze statistische proeven zouden kunnen uitvoeren” (Walt Brown, In the Beginning,, oftewel “In het begin”, 2001, p. 246).

Deze weigering om medewerking te verlenen aan verder onderzoek is reden genoeg voor scepticisme, vooral in het licht van de duidelijke cirkelredenering die door de onderzoekers wordt toegepast. “De leeftijd van houten proefstukken die voor ‘lange chronologieën’ worden gebruikt, wordt eerst met behulp van koolstofdatering bepaald. Als die leeftijd hoog genoeg genoeg is (mogelijk door een verkeerde aflezing), dan kijken jaarringspecialisten naar de breedte van de ringen om te kijken of de ‘lange chronologie’ verder kan worden doorgetrokken. Deze chronologie wordt vervolgens gebruikt als garantie dat de koolstofdatering gekalibreerd is met een ononderbroken reeks jaarringen.”

[Deze praktijk wordt ook beschreven door Henry N. Michael en Elizabeth K. Ralph, “Quickee” 14C Dates, Radiocarbon, Vol. 23 No. 1, 1981, pp. 165-166].” (Brown, idem, p. 246; Zie ook Gerald E. Aardsma, “Myths Regarding Radiocarbon Dating”, oftewel Mythen over de koolstofdateringImpact, No. 189, maart 1989)

 

 

 

 

 

Wat zeggen de experts?

 

Robert Lee gaf in zijn artikel “Radiocarbon, Ages in Error” (oftewel Radioactieve koolstof; verkeerde leeftijden) in het Anthropological Journal of Canada een samenvatting van de controverse rond de koolstofdatering: “De problemen van de koolstofdateringsmethode zijn onmiskenbaar diepgaand en ernstig. Ondanks 35 jaar technische verfijning en toenemend begrip worden de onderliggende aannames  sterk in twijfel getrokken. Men waarschuwt dat de radioactieve koolstofdatering zich binnenkort wel eens in een crisistoestand zou kunnen bevinden.

Een verder gebruik van de methode is afhankelijk van een benadering die feitelijk stelt: ‘we lossen problemen wel op wanneer we ze tegenkomen’; een benadering die open staat voor afwijkingen, gesleutel met factoren, en kalibratie wanneer het ook maar mogelijk is. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat maar liefst de helft van de verkregen data wordt afgewezen. Maar er moet toch zeker wel verwondering bestaan over het feit dat de andere helft wél aanvaard wordt. Maar ongeacht hoe ‘bruikbaar’ de radioactieve koolstofmethode is, ze is nog steeds niet in staat om nauwkeurige en betrouwbare resultaten te geven.

Er bestaan aanzienlijke discrepanties, de chronologie is ongelijkmatig en relatief, en de aanvaarde data zijn eigenlijk geselecteerde data” (Robert E. Lee, “Radiocarbon, Ages in Error”, oftewel Radioactieve koolstof; verkeerde leeftijdenAnthropological Journal of Canada, Vol. 19, No.3, 1981, pp. 9, 29).

 

  1. Zie Harold S. Gladwin, “Dendrochronology, Radiocarbon and Bristlecones,” Anthropological Journal of Canada, Vol. 14, No. 4, 1976, pp. 2-7.)

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Wierook : etherische olie

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

.

Wierook etherische olie

 

 

.

 

Wierookhars en wierook etherische olie waren in de oudheid  „het goud van de karavanen “ en het is de hars die komt van de wierook bomen (het zijn kleine bomen die eigenlijk lijken meer op doornstruiken lijken) waarvan de Boswellia frerana en Boswellia carterii de bekendste soorten zijn. De boom groeit in rotsachtige- en droge gebieden.

 

 

Wierook etherische olie wordt gewonnen  uit de hars van de Boswelia boom. De hars bevat slechts 3-5% olie die door stoom distillatie gewonnen wordt, het is een lichtgele olie. Wierook heeft een zeer aangename kruidige, houtachtige geur en het zoete, warme balsamico aroma stimuleert en verlevendigt de geest.

 

 

 

.

Wierookolie heeft een krachtige zuiverende werking, zowel op atmosfeer, lichaam en geest.

Er zijn verschillende soorten wierook.

De beste en meest werkzame wierook komt uit het Sultanaat van  Oman, van de Boswelia Sacra boom: de Heilige Wierook ofwel Sacred Frankincense.

 

Wierook etherische olie beschikt ook over kalmerende eigenschappen die ons weer in evenwicht kunnen brengen en helpen om stress en wanhoop te overwinnen. Wierook wordt gebruikt voor het visualiseren en helpt bij het zoeken naar het eigen centrum en is daarom ook zeer geschikt als hulp bij meditatie en yoga.

Het zorgt voor een effectieve verlichting van pijn die geassocieerd wordt met spierpijn of reuma. Maar het werkt ook ontstekingsremmend en verkleint daardoor de kans op infectie.

Wierook kan ook bij ontstekingen en veranderingen van het weefsel in de celkern doordringen en kan behulpzaam zijn om de celinformatie weer te herstellen. Daarom wordt wierook ook ingezet bij kankertherapie. Hier wordt op dit moment veel onderzoek naar gedaan.

In de oudheid werd wierook al gebruikt voor meditatie en als algemeen geneesmiddel. Maar het meest bekend is wierook van het balsemen en natuurlijk uit de kerk. Wierook is ook een perfect middel voor de huidverzorging want het fungeert als een effectieve skin tonic, die niet alleen geneest maar ook een uitgekiend anti-aging product is. Wierook is een zeer veelzijdige etherische olie die eigenlijk in geen enkel huishouden mag ontbreken.

 

 

 

.

 

Wierook etherische olie in het dagelijks gebruik

.

  • Geschikt om te inhaleren of verstuiven, of breng plaatselijk op het lichaam aan voor een diepere ademhaling en rustgevend gevoel.
  • Breng een paar druppels op de huid aan als hulp om littekens en striae te minimaliseren.
  • 1-2 druppels aangebracht op een insectenbeet helpt jeuk en zwelling te verminderen.
  • Vernevel in de ruimte voor een diepere ervaring van gebed en meditatie.
  • Druppel op kleine snijwondjes, krassen en blauwe plekken om roodheid en pijn te verminderen.
  • Wrijf  over kauwgom-, lijmvlekken of andere hardnekkige vlekken van kleefstoffen om die van huid of huishoudoppervlakken te verwijderen.
  • Breng dagelijks 1-2 druppels wierook aan op gezicht en nek om schade van de zon te voorkomen en de huid te helpen zich te vernieuwen.
  • Masseer een paar druppels op uw slapen of in uw nek om stress te verminderen.
  • Druppel in een capsule en neem in om het immuunsysteem te versterken*.
  • Gebruik wierook op het gezicht om de talgproductie te verminderen en zo puistjes te voorkomen.
  • Masseer de voeten of nek van overactieve kinderen met een paar druppels wierook om rust te geven.

 

.

 

 

 

 

De scheppingsdagen en hun symboliek

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

Symboliek van de scheppingsdagen

 

“De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed…” (Genesis 1:2)

God heeft in zes dagen deze mistroostig uitziende aarde van Genesis 1:2 tot een prachtige, volmaakte schepping gemaakt.

“God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was.” (Genesis 1:31)

De zes scheppingsdagen, zoals beschreven in Genesis 1, vertonen een bepaalde structuur.

 

.

 

voorbereiding vervulling
1 licht 4 zon (+ maan + sterren)
2a atmosfeer 5a vogels
2b zeeën 5b vissen
3a vasteland 6a landdieren
3b eerste leven: planten 6b hoogste leven: mens

 

 

Scheppingsdagen

 

  1. De eerste drie dagen hebben te maken met het wegdoen van de duisternis en het opruimen van de chaos, kortom met het klaarmaken van de aarde om bewoond te worden.
  2. Tijdens de tweede serie van drie dagen wordt het land, de zee en de lucht gevuld met allerlei soorten levende wezens.

 

De manier waarop God de puinhoop aarde van Genesis 1:2 in zes dagen tot iets moois heeft geschapen of herschapen, is een afbeelding van de manier waarop God een ontluisterd mensenleven wil herscheppen tot een nieuwe schepping.

 

1 : De voorbereidingfase (scheppingsdagen 1-3) kan worden vergeleken met de beginfase van het        christenleven: wedergeboorte, de eerste leerperiode en een begin van geloofsgroei en vruchtdragen.

2 : De vervullingfase (scheppingsdagen 4-6) kan worden vergeleken met groeiende geestelijke volwassenheid. In de geestelijke betekenis van de begrippen is er natuurlijk een geleidelijke overgang van de eerste naar de tweede fase.

.

 

plaat2 (1)

 

.

 

Scheppingsdag 1 – licht

 

Het licht van scheppingsdag 1 wijst op de komst van Jezus, die zichzelf terecht het licht voor de wereld noemde.

“Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht hebben.” (Johannes 8:12)

Evenals licht de belangrijkste energiebron is voor de aarde en de belangrijkste voorwaarde voor leven, zo heeft het licht in geestelijke zin alles te maken met het nieuwe leven. God wil dit leven geven aan ieder mens die het van Hem wil ontvangen. Zodoende is de doorbraak van het licht op de eerste scheppingsdag een beeld van bekering en wedergeboorte, het begin van de wandel in het licht:

“Dezelfde God die gesproken heeft: Uit de duisternis zal het licht schijnen, heeft zijn licht doen schijnen in ons hart…” (2 Korintiërs 4:6)

Daarna gaat God verder met zijn herscheppingswerk in de mens. Onder invloed van het licht van de eerste scheppingsdag volgt een levenslang proces van geloofsgroei en vernieuwing. Door de zegenrijke werk van Gods Geest in het hart van de gelovige dringt dit licht steeds verder door tot in alle aspecten van het leven.

 

 

Scheppingsdag 2a – atmosfeer (verstand)

 

Het geschikt maken van de atmosfeer is een illustratie van het verstandsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofszekerheid. De nadruk ligt daarbij op de nieuwe inzichten die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest in je verstand.

Gezonde lucht is de eerste levensbehoefte van de mens. Zo heeft de gelovige het nodig dat hij zich dagelijks laat inspireren door de Bijbel om een krachtig fundament van waarheid te ontwikkelen en een gezonde manier van denken. Hoe meer de gelovige zijn verstand laat verlichten door de ‘adem van Gods Geest’, hoe beter zicht hij heeft op God en zijn bedoelingen met zijn leven.

De wind zorgt voor zuivering van de atmosfeer, doordat schadelijke dampen en gassen worden weggevoerd en verspreid. De Heilige Geest wil ons helpen de leugens van de wereld te ontmaskeren en af te wijzen, zodat onze gedachten er niet door vergiftigd worden. Zodoende is de atmosfeer ook een beeld van ons geweten dat ons bovendien helpt om rein te leven volgens Gods leefregels.

 

 

Scheppingsdag 2b – water (gevoel)

 

Het scheiden van het water is een illustratie van het gevoelsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofsvertrouwen. De nadruk ligt daarbij op de geloofsbeleving die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest in je gevoelsleven. Behalve lucht is ook water noodzakelijk voor leven op aarde. Water is het beeld van het beweeglijke element in de mens, zijn gevoelsleven.

Op scheppingsdag 2 ontstaat er een evenwicht tussen de atmosfeer (boven) en de watermassa’s (beneden). Evenzo moet je verstand in evenwicht komen met het gevoel, waarvan water een beeld is. Hoe meer je verstand zich laat verlichten door het Woord van God, hoe beter je als gelovige leert om te gaan met beproevingen en verleidingen. Hierdoor en door je persoonlijke omgang met God en wat je leert door omgang met medegelovigen leer je steeds meer op God te vertrouwen. Zo leer je te genieten van een gelukkig leven vanuit de verbondenheid met God, ook onder moeilijke omstandigheden.

Het leerproces van scheppingsdag 2 gaat vaak gepaard met veel innerlijke strijd en dat wordt eigenlijk pas op scheppingsdag 3 afgerond, als het vasteland tevoorschijn komt, ofwel als de overwinning in die innerlijke strijd zich begint af te tekenen. Dit heeft ook te maken met het feit dat het verslag van scheppingsdag 2 niet wordt afgesloten met de gebruikelijke woorden: “God zag dat het goed was”. Aan het einde van scheppingsdag 2 is er immers nog geen ‘eindproduct’. De strijd is nog niet geheel gestreden…

 

 

Scheppingsdag 3a – vasteland (wil)

 

Het ontstaan van het vasteland is een illustratie van het wilsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofskracht. Daarbij gaat het vooral om je toewijding aan Jezus en de nieuwe kracht die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest ten opzichte van je wil. Het oprijzen van vaste grond boven het wateroppervlak, doet denken aan de opstanding van Jezus. Zoals het vasteland het heeft gewonnen van de zee, zo heeft Jezus aan het kruis de grootste overwinning van alle tijden behaald. Het leven heeft eens en voorgoed gewonnen van de dood.

“… Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven …” (Johannes 11:25)

Het ontstaan van het vasteland symboliseert ook de overwinning in de innerlijke strijd van scheppingsdag 2, tegen leugens, overweldigende levensomstandigheden, zondige verlangens, enzovoort. Die overwinning komt tot stand doordat je met je wil kiest om te doen wat God in zijn woord zegt (geloofsgehoorzaamheid). Dan krijg je in geestelijke zin vaste grond onder je voeten. Je leert bouwen op God, de Rots, waardoor je niet meer zo snel wankelt. Telkens wanneer je gedurende de innerlijke strijd tot overwinning komt, ontstaat er geestelijk gezien een stuk vasteland.

“En dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.” (1 Johannes 5:4)

Tijdens scheppingsdag 2 PROBEER je uit geloof te leven; op scheppingsdag 3a LEEF je uit geloof.

 

 

Scheppingsdag 3b – plantengroei (gedrag)

 

Het ontstaan van plantengroei is een illustratie van het gedragsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofspraktijk. De nadruk ligt daarbij op de nieuwe levensstijl die je als gelovige ontwikkelt door de werking van de Heilige Geest ten opzichte van je gedrag.

Plantengroei is de eerste geschapen levensvorm op aarde. Een levend geloof is een vruchtdragend geloof ofwel een geloof dat zich uit in de praktijk van het dagelijks leven. Geestelijke vrucht is wat God wil doen in en door elke wedergeboren gelovige. Evenals vruchten aan een boom groeien door het sap dat via wortels en takken wordt aangevoerd, zo groeien geestelijke vruchten in de gelovige door het levende water. Dat is de Heilige Geest die door en uit de gelovige stroomt.

“De Schrift zegt over wie in mij gelooft: Zijn hart zal een bron zijn waaruit stromen levend water vloeien.” (Johannes 7:38)

De meeste planten groeien op de vaste grond. Eerst ontwikkelt zich het gedeelte ONDER de grond en vervolgens het bovengrondse deel. Het wortelgestel zorgt onder meer voor de stabiliteit van de plant en de opname van voedingsstoffen uit de grond. Het zorgt ervoor dat de boom onder alle weersomstandigheden kan overleven en vrucht dragen. Dat voorbeeld wordt uitgewerkt in Psalm 1, waarin een gehoorzame gelovige wordt vergeleken met een boom die bij het water geplant is. Daardoor is die boom in staat om vrucht te dragen, terwijl zelfs de bladeren bij droogte niet verpieteren.

 

 

Scheppingsdag 4 – zon, maan en sterren (vol van Jezus)

 

Met scheppingsdag 4 begint de vervullingsfase van de schepping en die staat symbool voor het volwassen stadium van de gelovige. Het gaat daarbij om een verdere, diepere uitwerking van wat er tijdens het jeugdstadium is geleerd. In de normale betekenis van het woord betekent volwassen worden dat je leven niet meer alleen om jezelf draait, maar dat je ook verantwoordelijkheid neemt voor anderen. Geestelijke volwassenheid betekent in de eerste plaats: niet zozeer eigen welzijn en zegeningen nastreven, maar gericht zijn op Jezus (de zon) en op het zegenen van je medemensen.

De zon kunnen we zien als een beeld van Jezus, die op de aarde is gekomen om het licht van God te laten schijnen in de harten van de mensen als het ‘licht van de wereld’. De maan kan gezien worden als het beeld van zijn Gemeente, terwijl individuele gelovigen kunnen worden vergeleken met sterren.

“opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel.” (Filippenzen 2:15)

Zon en maan hebben beide als taak licht te geven op aarde. De maan en de sterren verrichten hun taak wanneer de zon onzichtbaar is, ofwel in de nacht, in afwachting van de wederkomst van de Heer. Daarom heeft de Gemeente als geheel en afzonderlijk de opdracht om licht in de wereld te verspreiden. Jezus zei:Ik ben het licht der wereld (Johannes 8:12) maar ook: jullie zijn het licht der wereld (Johannes 5:13) om Jezus te laten zien.

 

.

Scheppingsdagen 5-6 – steeds meer op Jezus gaan lijken

 

Op scheppingsdag 5a, 5b en 6a heeft God de dieren geschapen die een beeld zijn van een verdere vervulling van je verstand, gevoel en wil: verdieping van inzicht, geloofsbeleving en geloofskracht.

Op scheppingsdag 6b heeft God de mens geschapen als de hoogste scheppingsvorm en het meest op God gelijkende evenbeeld. Deze scheppingsdag is een overduidelijk beeld van wat er gebeurt als iemand met God wandelt: er groeit een levensstijl van zegenen , echte liefde en offerbereidheid in navolging van Jezus. Als een gevolg van het proces van geloofsgroei gaat het karakter van de gelovige steeds meer op dat van Jezus lijken. En dat is het hoogste doel voor de mens tijdens zijn leven op aarde.

 

 

Scheppingsdag 7: rusten in Jezus

 

De diepere bedoeling van deze dag is dat mensen de rust ontdekken die bij Jezus te vinden is: rust om je geestelijke bestemming te vinden bij de wedergeboorte, rust om tijdens het leven te blijven vertrouwen op Gods hulp, en de rust in het hiernamaals als je aardse taak als gelovige is afgelopen en je Jezus op een nieuwe manier zal mogen dienen in het hiernamaals.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

God prijzen!

Standaard

categorie : religie

 

 

 

God prijzen

 

 

 

 

De eerste stap

 

Ben jij je ervan bewust dat het altijd het beste is om het prijzen van God de eerste stap te maken? Heb jij wel eens in een situatie verkeerd waarin jij je helemaal alleen voelde? Of heb je wel eens met een moeilijke situatie in je leven te maken gehad waarin je niet wist wat te doen. Als we God prijzen, dan wordt elke omstandigheid in ons leven compleet, wezenlijk, voortreffelijk en de moeite waard.

Het woordenboek definieert prijzen als iemands lof zingen of bewondering uiten voor iemand. Het is een synoniem voor woorden als bewonderen, loven, eren en aanbidden. Een definitie van christelijke lofprijzing is het vreugdevol danken en loven van God, de viering van Zijn goedheid en genade. Dit impliceert dat lofprijzing alleen aan God toekomt.

 

 

Waarom God prijzen?

 

Op de eerste plaats verdient God het om geprezen te worden. Hij is onze lofprijzing waardig:

  • “Groot is de Heer, hem komt alle lof toe, geducht is hij, meer dan alle goden” (Psalm 96:4).
  • “Groot is de Heer, hem komt alle lof toe, zijn grootheid is niet te doorgronden” (Psalm 145:3).
  • “Geloofd zij de Heer, want ik ben van mijn vijanden verlost” (2 Samuël 22:4).
  • “U komen alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is” (Openbaring 4:11).

Op de tweede plaats is het prijzen van God nuttig en voordelig voor ons. Door God te prijzen worden wij herinnerd aan de grootheid van God. Zijn macht en aanwezigheid in onze levens wordt in ons begrip versterkt.

  • “Loof de Heer, want hij is goed, bezing zijn naam, zo lieflijk van klank” (Psalm 135:3).

Op de derde plaats wordt door lofprijzing kracht in jouw geloof ontladen, wat er toe leidt dat God voor jou in actie komt.

  • “Met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt u een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken” (Psalm 8:).

Het prijzen van God transformeert ook de geestelijke omgeving waarin we ons bevinden. 2 Kronieken 5:13-14 illustreert duidelijk de wijziging die plaatsvond toen de Levieten Hem eerden en dankten en de tempel gevuld werd met een wolk die de glorie van God uitdrukte.

  • “Op dat moment moesten de blazers en zangers samen muziek ten gehore brengen ter ere van de Heer. Zodra het geluid van de trompetten, cimbalen en andere instrumenten opklonk en de zangers de lofzang aanhieven: ‘De Heer is goed, eeuwig duurt zijn trouw’, vulde de tempel, het huis van de Heer, zich met een wolk. De priesters konden hun dienst niet meer verrichten, want de majesteit van God vulde de hele tempel.”

Op de vierde plaats huist God in de atmosfeer van de lofprijzing. Psalm 22:3 zegt:

  • “Doch Gij zijt heilig, wonende onder de lofzangen Israëls”.

Als we een duidelijke manifestatie van Gods zegeningen en genade willen zien, dan hoeven we Hem alleen maar te prijzen, met heel ons hart, verstand en ziel.

 

 

 

 

 

Wie en wanneer?

 

Wie hoort God te prijzen? “Alles wat adem heeft, loof de Heer” zegt Psalm 150:6.

  • “De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof” (Psalm 34:2).
  • “Uw liefde is meer dan het leven, mijn lippen zingen uw lof. U wil ik prijzen, mijn leven lang, roepend uw naam, de handen geheven” (Psalm 63:4-5).
  • “Zegen de Heer, u allen die de dienst van de Heer verricht en in het huis van de Heer staat, nacht aan nacht. Hef uw handen op naar het heiligdom en zegen de Heer” (Psalm 134:1-2).

We kunnen de ware vreugde en de voordelen van het prijzen van God niet ontvangen, tenzij we Jezus Christus als onze Heer en Redder hebben ontvangen. Dan zijn we kinderen van God en leeft Hij in onze lichamen door middel van de Heilige Geest. Dit betekent dat God geprezen moet worden, waar we ons ook bevinden. 1 Korintiërs 6:19-20 stelt:

  • “Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam.”

 

 

 Matth. 22:36-37.

 

 

 

Hoe God prijzen en aanbidden?

 

Door liedjes en hymnes te zingen, door te klappen, zelfs door uit vreugde te springen… de lijst van mogelijkheden is eindeloos. We kunnen God eren en prijzen met onze lichamen, met onze harten en gedachten of met de dingen die we doen. Er zijn vele manieren waarop we God kunnen prijzen! Ongeacht hoe je God prijst en aanbidt, het zou altijd moeten leiden tot een ontzag voor Gods macht, liefde en genade voor ons allemaal.

 

 

 

 WAT DENK JIJ? 

 

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: “Jezus is Heer“, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

Saint Germain, de houder van de violette vlam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Wie mij kent, kent zichzelf.

 

 

Saint_20Germain_20kaart

 

 

 

IK BEN uw broeder Saint Germain. IK BEN wie IK BEN. En wie IK BEN is wie u bent in waarheid.

 

 

Wie mij kent, kent zichzelf. Ten Hemel gevaren door verlichting en verheffing te brengen. Wie ik was is niet zo belangrijk als wie IK BEN. Maar om u als ziel in een mensenleven te tonen hoe de menselijke evolutie beweegt door de tijden heen, zal ik de sluier oplichten en u een beeld geven van enkele van mijn levens en hoe ik ben gekomen tot wie IK BEN.

Vele van mijn levens, mijn stoffelijke levens, heb ik in onbekendheid en stilte doorgebracht. In stilte, ter voorbereiding van de levens in openbaarheid. Reeds ver voordat deze jaartelling haar intrede deed, verbleef mijn ziel in een stoffelijk lichaam op de Aarde. Stille levens heb ik geleefd, maar ook levens waarin ik heb mogen meewerken aan de evolutie van de mensheid. Als hogepriester, als zonnekoning, als discipel van de toen in aardse trilling verblijvende Heer Sanat Kumara, heb ik de beschaving van Atlantis en Lemuria tot hun hoogtepunten zien groeien.

Als discipel en als ingewijde heb ik ook de reden voor het vallen van deze tijdperken aanschouwd. Mijn hart en mijn ziel hebben intens verdriet gekend, maar ook intense vreugde. Als Samuel heb ik, vanuit dit weten, profetieën mogen geven over de komst van Christus op Aarde. Om door het leren kennen van Christus en de Christusenergie, de hoogmoed en het verval, gekend in vorige tijden, in het bewustzijn van de mensheid te brengen ter voorkoming van een herhaling.

Als Jozef, de timmerman, heb ik het Christuskind in mijn armen mogen ontvangen. Gezien, geleerd in stilte. Mijn ziel kwam weder op Aarde en gaf gestalte aan het leven van Constantijn de Grote. Samen met Keizerin Helena, die de Heilige Graal uit de handen van Jozef Van Arimathea mocht ontvangen, kon ik er wederom aan bijdragen om de Christusenergie verder in de trilling van de Aarde te brengen ter openbaring van de Heilige Graal en ter bescherming hiervan.

Als zevendestraalwezen kwam mijn leven als Merlijn de tovenaar tot stand, samen met Koning Arthur hebben wij het verbond van de Ronde Tafel en de Ridders van de Heilige Graal opgericht. Maar helaas was de mensheid toen nog niet klaar om de volledige kracht van de Heilige Graal te ontvangen en te begrijpen. Veel van de wijsheid die toen aanwezig was, is weder naar het onbewuste teruggekeerd, om op de juiste plaats op en het juiste moment terug te keren.

Mijn leven als Christopher Columbus bracht mij naar een nieuwe wereld en mijn zielenroep was aanhoord. Dankbaar en intens vreugdevol heb ik meegewerkt aan de totstandkoming van deze nieuwe wereld en van de vrijheid en gelijkheid die hieraan ten grondslag lagen, hoewel dit soms in deze tijden in de vergetelheid geraakt. De werken van William Shakespeare zijn via mijn hand uit mijn pen gevloeid; vele mysteriën worden hierin opgeheven. Vele leringen over het leven als leerschool worden hierin tot uitdrukking gebracht.

Als Saint Germain heb ik in de 17e eeuw mijn Hemelvaart volbracht na het nemen van 7x7x7x7x7x7x7000 beslissingen, juiste beslissingen. Nemende de naam die ik mijzelf heb toegeschreven Saint Gerrnain of Sanctus Germanus. Ook na mijn hemelvaart ben ik in de trilling van de Aarde gebleven en heb getracht om openheid te brengen en nog immer tracht ik om de magische werking en de magische schoonheid van de trilling van het Universum aan u als mensheid bekend te maken. Om u te tonen hoeveel zaken in uw leven overbodig zijn en hoe ze eenvoudig te verwijderen, te overwinnen, te transformeren en zelfs te transmuteren in uw leven. Als uw broeder blijf ik aanwezig in de atmosfeer van de Aarde en zal dit blijven doen tot u allen zich in deze trilling van het Universum bevindt, allen als broeders en zusters in de Verheven staat, in wijsheid en in onvoorwaardelijke liefde want hiervoor ben ik.

Uw Broeder Saint Germain.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA