Dagelijks archief: mei 14, 2025

Waarom vraagt Maria de kinderen van Fatima te lijden voor zondaars?

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

 

Verschijning aan de herderskinderen

 

Op 13 mei 1917 verschijnt in Fátima, Portugal, een hemelse vrouw aan drie herderskinderen: Francisco Marto, zijn zusje Jacinta, respectievelijk negen en zeven jaar en hun tienjarige nichtje Lucia dos Santos. Ze staat met de voeten op een wolk in de kruin van een eikenboompje, omstraald door een aureool van licht. Dan zegt de vrouw: ‘Wees niet bang. Ik doe je geen kwaad.” Lucia waagt het erop: “Waar komt u vandaan, mevrouw?”
“Ik kom uit de hemel en Ik zal elke maand op de 13e terugkomen. In oktober zal ik zeggen wie ik ben en wat ik verlang.” Een stukje verder in het gesprek vraagt de verschijning:

 

Wil je pijn verdragen voor de bekering van de zondaars om goed te maken wat Onze Lieve Heer en het onbevlekt Hart van Maria allemaal wordt aangedaan?”

De kinderen zeggen dat ze daartoe bereid zijn. “Dan zul je nog heel wat pijn te doorstaan hebben,” zegt de verschijning.

 

Bij het afscheid zegt zij: “Bid elke dag een rozenhoedje voor de vrede op de wereld en de bekering van de zondaars.”

De kleine Francisco Marto zal reeds sterven op 4 april 1919; zijn jongere zusje niet lang daarna: 20 februari 1920. Lucia trad in 1921 in bij de zusters karmelietessen van St-Dorothea als zuster Lúcia de Jesus Santos en in 1948 bij de Karmel van St-Theresia in Coimbra. Zij was in 1982 en 1997 gids van paus Johannes Paulus II bij zijn bezoek aan Fátima.

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het lijden van de Heer Jezus Christus

 

 

De Heer Jezus stierf als een Martelaar

 

Jezus’ dood betekent veel meer dan dat. Het woord ‘martelaar’ betekent ‘getuige’ en wordt normaal gesproken gebruikt voor een trouwe getuige die sterft om zijn of haar getuigenis. Dit geldt zeker voor Christus. Hij was de ‘getrouwe en waarachtige Getuige’ (Openb. 3:14) en was ‘gehoorzaam geworden, tot de dood van het kruis’ (Fil. 2:8). Zijn dood had ook een fundamentele betekenis voor anderen, en was veel meer dan alleen de dood van een trouwe Martelaar.

 

 

Werd Hij ter dood gebracht of legde Hij Zijn leven af?

 

Beide zijn  waar. De mensen deden al het nodige om Hem ter dood te brengen; ze kruisigden Hem, wat hen tot Zijn moordenaars maakte (Hand. 2:23). Dit is de kant van de verantwoordelijkheid van de mens. Tegelijkertijd echter legde Christus Zijn leven vrijwillig af (Joh. 10:11, 15, 17, 18). We lezen ook: ‘Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest’ (of: gaf de geest over; Joh. 19:30). Dit is de kant van Zijn goddelijke macht en liefde.

 

 

Waarom is de Heer Jezus gestorven?

 

Dit thema is zo wonderbaarlijk dat een kort antwoord bijna onmogelijk is. Christus stierf om Zijn uiterste gehoorzaamheid aan God te laten zien, om God te verheerlijken met betrekking tot de zonde, om de Vader te verheerlijken door Zijn liefde bekend te maken, om de mensheid te redden van de erfzonde, om Satan definitief te verslaan en om God in staat te stellen de goddelozen te rechtvaardigen na bekering. Hij stierf om redding en geluk te brengen aan de mensheid, die van God was weggelopen.

 

 

Heeft de Heer Jezus mijn zonden gedragen?

 

Dat hangt ervan af. Als u in Hem gelooft, als u met uw zonden bij Hem bent gekomen en als u Hem als uw persoonlijke Verlosser heeft aangenomen, dan is het antwoord ‘ja’. Anders ie het neen! Er is geen tussenoplossing! De Heer Jezus heeft ‘onze’ zonden gedragen; dat wil zeggen, de zonden van allen die in Hem geloven (1 Petr. 2:24). Er staat nergens in de Bijbel dat Hij de zonden ‘van iedereen’ heeft gedragen, maar dat Hij de zonden ‘van velen’ heeft gedragen (Jes. 53:12).

 

 

Is de dood van Jezus Christus voldoende voor iedereen om vergeving te ontvangen?

 

Ja. De dood van Christus is voldoende voor iedereen om bij Hem te komen, maar alleen degenen die dat ook daadwerkelijk doen zullen daar baat bij hebben (zie vraag 2.6). Het aanbod geldt voor iedereen:

 ‘…God, onze Heiland, Die wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de
waarheid komen’ (1 Tim. 2:3-4)
 ‘Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken!’ (Joh. 7:37)
 ‘…en laat hij die wil, het water van het leven nemen om niet’ (Op. 22:17).

 

 

Krijgt iedereen vergeving?

 

Vergeving is voor iedereen beschikbaar, maar niet iedereen zal vergeven worden. De voorwaarde voor vergeving is persoonlijk geloven in Christus. In de Bijbel staat:
 ‘… opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’ (Joh. 3:16)
 ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem’ (Joh. 3:36).

 

 

Wat is verzoening?

 

Het woord ‘verzoening’ of ‘zoenoffer’  komt voor in 1 Johannes 2:2: ‘En Hij is het Zoenoffer voor onze zonden; en niet voor onze zonden alleen, maar ook voor de hele wereld’. Nu, Zijn offer is zo groot en is zo waardevol in de ogen van God, dat Hij op basis hiervan aan iedereen redding kan aanbieden, hoewel niet iedereen dit offer aanneemt.

Onthoud dat God heilig en rechtvaardig is. Om die reden zou elke zondaar geoordeeld en schuldig verklaard worden door Hem. Zonder het werk van Christus aan het kruis zou dit de enig mogelijke uitkomst zijn. Maar dank aan God! Christus is gestorven en werd het Zoenoffer, zodat God in staat is om onbeperkt redding aan te bieden aan iedereen. In dit opzicht heeft Christus Zichzelf gegeven ‘voor allen’ (1 Tim. 2:6). Dat wil zeggen: Zijn genadeaanbod strekt zich uit tot allen die dat wensen!

In Romeinen 3:25 staat een woord dat hieraan gerelateerd is; in deze tekst staat dat God Christus heeft voorgesteld als een ‘middel tot verzoening’ door het geloof in Zijn bloed. Deze term zinspeelt op het deksel van de ark, dat ‘het verzoendeksel’ werd genoemd (Ex. 25-27). De ark stond in de tabernakel, in het heilige der heiligen, en werd een keer per jaar besprenkeld met bloed (Lev. 16:14). Dit illustreert het feit dat de dood van Christus heeft voldaan aan de heilige eisen van God.

 

In het kort: het verzoenende offer van Christus stelt God in staat om onbeperkt redding te
bieden aan alle mensen. Maar het wordt alleen van kracht voor degenen die het in geloof
aannemen.

 

 

Wat betekent plaatsvervanging?

 

Een plaatsvervanger is iemand die uw plaats inneemt. Aan het kruis heeft Christus de plaats ingenomen van degenen die in Hem geloven. De Rechtvaardige heeft geleden voor de onrechtvaardigen (1 Petr. 3:18). Hij heeft ‘onze’ zonden gedragen (Jes. 53:12 en 1 Petr. 2:24). Door Zijn striemen zijn wij genezen (1 Petr. 2:24).

 

 

 

 

 

Waarom vraagt Maria de kinderen van Fatima te lijden voor zondaars

 

Enkel wie gelooft in het zoenoffer van Christus, de Zoon van God, op het kruis te Golgotha en wie daarbij aan Hem vergiffenis vraagt van zijn zonden is gered. Door te bidden voor de zonden van anderen kan een persoon nooit gered worden van de hel. Een mens kan enkel zichzelf redden door te geloven in het vergoten bloed van Jezus Christus, niemand kan dat in zijn plaats doen. Geen mens kan door bidden iemand anders eeuwig leven geven. Toch Vraagt Maria aan de kinderen en aan ons om te bidden voor de bekeringen van zondaars.

 

 In Lucas 17: 19 zei Jezus:

UW GELOOF HEEFT U GERED

 

De reden dat Maria opofferingen vraagt aan de kinderen en ons is dat God niet wil dat zielen verloren gaan. Het is een gave die God aan Maria gaf om de maximale redding van de zielen te bekomen. Door het bidden voor zondaars krijgt de Heilige Geest de kans om hun bezoedelde harten binnen te dringen, waardoor er licht voor hen komt in de duisternis. Onschuldige kinderen van hart, die bidden voor de zielen van zondaars, zijn een marteling voor Satan de duivel. Des te meer wij bidden voor de zielen voor schijnbaar verloren zondaars, des te meer kracht de heilige Geest mag aanwenden om Satan en zijn demonen in iemands hart af te blokken. Ten slotte moet die persoon de voorwaarden om eeuwig te verwerven aanvaarden. Wie het niet doet is onherroepelijk verdoemd tot de eeuwige vuurpoel.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

Jezus Christus : een geschapen wezen of is Hij eeuwig?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

Het denkbeeld, dat Jezus door God de Vader werd geschapen wordt vaak ontleend aan de zeer beperkte uitleg van Kolossenzen 1: 15 – 17 en Openbaring 3: 14 en door het gemis van het begrip van Gods Plan, zoals het op de mensheid van toepassing is.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 17

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde gemaakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem.

 

 

Openbaring 3:14

 

14 De Heer zei tegen Johannes: “Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen (=’ja, zo is het’), de Getuige die de waarheid spreekt en die te vertrouwen is. Dit zegt Hij die het Begin is van alles wat God heeft gemaakt.

 

 

De Bijbel laat echter zien dat zowel de Vader en de Zoon eeuwig op zichzelf bestaand zijn. Ofschoon “er maar één God is” (1 Korintiërs 8: 4; Deuteronomium 6: 4), laat de Bijbel zien, dat God een goddelijk Gezin is, bestaande uit meer dan één Wezen. (Genesis 1: 26; Efeze 2: 19)

 

 

1 Korintiërs 8: 4

 

4 Ik wil jullie het volgende zeggen over het eten van vlees dat aan de afgoden is geofferd. We weten dat er eigenlijk geen andere goden bestaan. Want er is maar één God.

 

 

Deuteronomium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén.

 

 

Genesis 1: 26

 

26 En God zei: “Laten We mensen maken, mensen die op Ons lijken. Ze zullen heel erg op Ons lijken. Ze moeten zorgen voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht, het vee, de kruipende dieren en voor de hele aarde.”

 

 

Efeze 2: 19

 

19 Zo zijn jullie nu dus niet langer vreemdelingen en buitenstaanders. Jullie horen nu bij het volk van God en bij het gezin van God.

 

 

Volgens de Bijbel was Jezus Christus de God van het Oude Testament, het “Woord” (Logos), door wie de Vader alle dingen schiep. (Johannes 1: 1-3; Efeze 3: 9; Hebreeën 1: 1 – 3)

 

 

Johannes 1: 1-3

 

1 We willen jullie vertellen over het Levende Woord. Het Levende Woord was er al vanaf het begin. We hebben Hem gehoord, met onze eigen ogen gezien en met onze eigen handen gevoeld. 2 In Hem is het Leven Zelf zichtbaar geworden. Dat eeuwige Leven was bij de Vader, en de Vader heeft het zichtbaar gemaakt zodat wij het konden zien. 3 We willen jullie vertellen wat we hebben gezien en gehoord, zodat we één met elkaar zullen zijn. En wíj zijn één met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.

 

 

Efeze 3: 9

 

9 God, die alle dingen door Jezus Christus heeft gemaakt, heeft eeuwenlang zijn plannen verborgen gehouden. En nu mag ík aan de mensen zijn plan bekend maken!

 

 

Hebreeën 1: 1 – 3

 

1 God heeft vroeger vaak en op veel verschillende manieren tegen onze voorouders gesproken. Dat deed Hij door de profeten. Maar nu, aan het eind van de tijd, heeft Hij tegen óns gesproken door zijn Zoon. 2 Door zijn Zoon heeft Hij de wereld gemaakt. En Hij heeft Hem ook alles gegeven wat bestaat. 3 De Zoon is de ‘afbeelding’ van God Zelf. In Hem zien we wie God is. In Hem zien we de macht en majesteit van God en het karakter van God. De Zoon zorgt ervoor dat alle dingen bestaan. Want alle dingen bestaan door zijn woord dat één en al kracht is.

 

 

Nadat Hij “Zichzelf ledigde” van Zijn goddelijke macht (Filippenzen 2: 5 – 8) om te sterven en de straf voor onze zonden te betalen (Romeinen 6: 23) werd Jezus de “eniggeborene des Vaders”, (Johannes 1: 14 – 18; 3: 16 – 18), de Verlosser van de mensheid (1 Johannes 4: 14 – 16) en Degene, die voor onze zonden stierf en uit de doden is opgestaan, zodat wij verlost zouden worden van de eeuwige dood. (Handelingen 4: 10-12)

 

 

Filippenzen 2: 5 – 8

 

5 Wees net zo bescheiden als Jezus Christus was. 6 Hij was God. Maar Hij vond dat niet zó belangrijk, dat Hij het niet los kon laten. 7 Nee, Hij heeft zelfs al zijn goddelijkheid opgegeven. Hij kwam naar de aarde om een dienaar te worden. Hij werd helemaal mens. 8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis.

 

 

Romeinen 6: 23

 

23 Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.

 

 

Johannes 1: 14 –  18 

 

14 Het Woord werd een mens en Hij heeft bij ons gewoond. We hebben gezien hoe geweldig en machtig Hij is: Hij, Gods enige Zoon, met dezelfde macht als de Vader, liefdevol, vriendelijk, en vol van waarheid. 15 Johannes de Doper zei van Hem: “Dit is de man over wie ik het had. Hém bedoelde ik toen ik zei: ‘De man die na mij komt, is belangrijker dan ik,’ want Hij was er al voordat ik werd geboren.” 16 Hij is één en al liefde, vriendelijkheid en goedheid. Daarom is Hij ook eindeloos liefdevol, vriendelijk en goed voor ons allemaal. 17 Door Mozes hebben we de wet gekregen, die ons leert wat God van ons vraagt. Door Jezus Christus zijn Gods liefde, vriendelijkheid, goedheid en waarheid naar ons toe gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien. Maar zijn Enige Zoon, die helemaal één met Hem is, heeft ons laten zien wie God is.

.

 

Johannes 3: 16 – 18

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.

 

.

1 Johannes 4: 14 – 16

 

14 Wij hebben met eigen ogen gezien dat de Vader de Zoon heeft gestuurd als Redder van de mensen. En dat is wat wij aan de mensen vertellen. 15 Als iemand hardop erkent dat Jezus de Zoon van God is, mag hij er zeker van zijn dat God in hem woont en dat hij in God is. 16 We hebben gezien en geloofd dat God heel veel van ons houdt. God is liefde. En als jullie net als God van elkaar houden, blijven jullie in God en blijft God in jullie.

.

 

Handelingen 4: 10-12

 

10 Ik wil dat u en het hele volk van Israël weten dat wij dat hebben gedaan namens Jezus Christus uit Nazaret. U heeft Hem gekruisigd, maar God heeft Hem teruggeroepen uit de dood en weer levend gemaakt. Door deze Jezus staat deze man nu gezond vóór u. 11 Jezus is de steen die u, de bouwers, niet goed genoeg vond. Toch is hij de belangrijkste bouwsteen van het gebouw geworden. 12 Niemand anders dan Hij kan de mensen redden. Er is op aarde niemand anders door wie de mensen gered kunnen worden.”

 

Sommigen verwijzen naar de Statenvertaling van Openbaring 3: 14 als bewijs, dat Jezus Christus een geschapen wezen is, omdat het Hem beschrijft als “het begin der schepping Gods”. Het probleem ligt in de vertaling van het woord “het begin”. (In het Grieks, arche)

 

 

Openbaring 3: 14 > zie boven

.

 

De Drievuldigheid en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe vertalen andere vertalingen deze zin?

 

Christus is “de oorsprong van de schepping Gods”. (Prof. Brouwer, zie ook de Moffatt of NIV vertaling) “Het Begin” zou beter vertaald zijn met “de Beginner” of de “Bewerker”, of de “Schepper” van de schepping. Zoals deze vertalingen duidelijk maken betekent Openbaring 3: 14 niet, dat Jezus het eerste geschapen wezen was; integendeel, Hij is Degene, die schiep en geldt als de oorzaak van die schepping.

Sommigen halen ten onrechte Kolossenzen 1: 15 aan en zeggen dat dit vers betekent, dat Christus als “de eerstgeborene der ganse schepping”, Zelf een deel van die schepping was. Het Griekse woord dat hier vertaald wordt met “eerstgeborene” -prototokos (van proto, “eerste” en tikto, “verwekken”) – geeft niet aan, dat Jezus geschapen was.

Integendeel, het herinnert ons er aan dat door Zijn opstanding Hij de “superioriteit” als “de eerstgeborene uit de doden” had. (Kolossenzen 1: 18; Openbaring 1: 4 – 6) Bovendien –  zoals juist opgemerkt in Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words – is Kolossenzen 1: 15 een vers “waar Christus’ relatie met de Vader zichtbaar is en deze zin betekent zowel dat Hij de Eerstgeborene was voor de hele schepping en dat Hij Zelf de schepping produceerde. Het is de tweede voorwerpsnaamval, zoals vers 16 duidelijk maakt. Hij schiep Zichzelf niet.

 

 

Kolossenzen 1: 18

 

18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opgestaan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen. 20 Door Jezus’ dood aan het kruis heeft God vrede met ons gesloten. Door Jezus heeft Hij de vriendschap hersteld tussen Hemzelf en alles wat leeft op de aarde en in de hemel.

 

 

Openbaring 1: 4 – 6

 

4 Johannes schrijft dit aan de zeven gemeenten in Asia (= Turkije): Ik bid dat God in alles goed voor jullie zal zijn. En dat jullie vol zullen zijn van de vrede van Hem die is en die was en die komt, de vrede van de zeven Geesten die voor zijn troon staan, 5 en de vrede van Jezus Christus. Hij heeft ons de hele waarheid bekend gemaakt en Hij is te vertrouwen. Hij is de eerste die uit de dood opstond. Hij is de hoogste Koning op aarde. Hij houdt zoveel van ons, dat Hij ons door zijn bloed heeft schoongewassen van onze ongehoorzaamheid aan God. 6 Daarom moeten we Hem alle eer geven! Hij heeft koningen van ons gemaakt en priesters voor zijn God en Vader. Hij regeert voor altijd en eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

Een andere belangrijke sleutel om de leerstelling van Paulus te begrijpen vindt U in Hebreeën 7. In de dagen van Abraham was Melchisedek de koning van Jeruzalem en “een priester van God, de Allerhoogste” (Genesis 14: 18 – 20).

 

Genesis 14: 18 – 20

 

18 Ook Melchizédek, de koning van Salem, kwam Abram tegemoet. Hij gaf hem en zijn mannen brood en wijn. Melchizédek was een priester van de Allerhoogste God. 19 Hij zegende Abram en zei: “Ik zegen je met de zegen van de Allerhoogste God, de Eigenaar van de hemel en de aarde. 20 En ik dank de Allerhoogste God, die ervoor zorgde dat je al je vijanden hebt overwonnen.” Toen gaf Abram aan Melchizédek een tiende deel van de hele buit.

 

 

Paulus schrijft dat Melchisedek bestond van eeuwigheid “zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos”. (Hebreeën 7: 3)

 

 

Hebreeën 7: 3

 

3 Verder wordt er niets over hem gezegd. Zo is hij zonder vader, zonder moeder, zonder voorouders of kinderen, zonder begin van zijn leven en zonder eind van zijn leven. Hij is daarmee gelijk aan de Zoon van God en blijft voor altijd priester.

 

Melchisedek was “als de Zoon van God en bleef altijd een Hoge Priester. Als Jezus Christus nu onze Hoge Priester is (Hebreeën 5: 10), dan zijn Melchisedek en Jezus Christus één en hetzelfde eeuwige Wezen

 

 

Hebreeën 5: 10

 

10 Zo maakte God Jezus tot net zo’n Hogepriester als Melchizédek.

 

 

Religies, die Jezus Christus als een geschapen wezen beschouwen begrijpen Gods plan van behoud niet.

Jezus Christus is het “Woord”, die “God was” en “met God” was, eeuwig vanaf het begin (Johannes 1: 1-4), vòòr de schepping, die zal terugkomen als “Koning der koningen en Here der heren” (Openbaring 19: 13-16) om duurzame vrede te vestigen op de aarde. (Jesaja 2: 2-4).

 

 

Johannes 1: 1-4

 

1 In het begin was het Woord er. Het Woord was bij God, en het Woord was God Zelf. 2 In het begin was het Woord bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt. Werkelijk alles wat er is, bestaat doordat het Woord het heeft gemaakt. 4 In het Woord was het leven, en het leven was het licht voor de mensen.

 

 

Openbaring 19: 13-16

 

3 Zijn kleren waren in bloed geverfd. Zijn naam is: ‘Het Woord van God’. 14 En de hemelse legers, gekleed in schone, witte, linnen kleren, volgden Hem op witte paarden. 15 Uit zijn mond kwam een scherp zwaard, waarmee Hij de ongelovigen verslaat. Hij zal streng over de volken heersen, als met een ijzeren staf. Hij zal Zelf de druiven uitpersen in de druivenpers van de straf van de Almachtige God. 16 Op zijn kleding staat bij zijn bovenbeen zijn naam geschreven: ‘Hoogste Koning en machtigste Heer.’

 

 

Jesaja 2: 2-4

 

2 Als het eind van de tijd is gekomen, zal de berg waarop de tempel van de Heer staat de hoogste berg zijn. Hij zal hoger zijn dan de hoogste bergen, indrukwekkender dan de hoogste heuvels. Alle volken zullen daarheen gaan. 3 Ze zullen zeggen: ‘Kom, laten we naar de berg van de Heer gaan, naar de tempel van de God van Jakob. Want we willen van Hem leren hoe we moeten leven. We willen leven zoals Hij het wil. Want vanuit Jeruzalem zal de Heer zijn wil bekend maken.’ 4 Hij zal rechtspreken over de landen en volken. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegen. En hun speren zullen ze omsmeden tot snoeischaren. De volken zullen niet meer tegen elkaar strijden. Ze zullen hun bewoners niet meer leren oorlogvoeren.

.

 

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

Droomkwarts

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Droomkwarts is een verzamelnaam die wordt gegevens aan kwarts met insluitsels van epidoot en/of actinoliet. Hierdoor kunnen gele, groene, bruine en roze kleuren worden waargenomen in de kwarts. De droomkwarts kan ook melkgroen van kleur zijn.

 

 

 

Vindplaats

 

Droomkwarts wordt gevonden in Colombia.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: [Ca2Al2(Fe3+;Al)(SiO4)(Si2O7)O(OH)],

hardheid: 7

dichtheid: 2,6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Epidoot

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Epidoot is geelgroen, pistachegroen of donkergroen. De steen is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige glans. De steen heeft een grijswitte streepkleur en de splijting is perfect volgens het kristalvlak [001]. Het kristalstelsel is monoklien. Epidoot is niet radioactief.

.

.

.

.

Etymologie

.

Epidoot is afgeleid van het Griekse woord  epidosis = toevoeging.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: Ca2(Al,Fe3+)3(SiO4)3(OH)

hardheid: 6-7

dichtheid: 3,3-3,5

.

.

.

.

Epidoot
Epidote Oisans.jpg
Mineraal
Chemische formule Ca2(Fe3+,Al)Al2(SiO4)(Si2O7)O(OH)
Kleur Geelgroen, bruingroen, zwart, geel of grijs
Streepkleur Grijswit
Hardheid 7
Gemiddelde dichtheid 3,45 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig, doorschijnend tot opaak
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien

 

 


.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

bergkristal met epidoot

.

.

.

.

Klein streepzaad : Crepis capillaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine paardenbloem-achtige hoofdjes met vuilgele stijlen en
– de smalle stengelbladeren, die met oortjes de stengel gedeeltelijk omvatten

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Klein streepzaad is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige plant van 30 tot 90 cm hoog. Ze groeit op vochtige tot droge, voedselrijke, vaak omgewerkte, grazige grond in bermen, op braakliggende terreinen, tussen straatstenen, op dijken en langs akkers.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode loopt vanaf juni tot en met november. Ze bloeit met gele bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit lintbloemen. In het midden aan de onderkant van de buitenste lintbloemen loopt een brede streep, die eerst roodachtig is en naar het midden toe lichter wordt. De stijlen zijn vuilgeel.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn variabel van vorm. De vele rozetbladeren zijn glanzend, langwerpig en diep, bochtig getand tot veerspletig. De stengelbladeren zijn kleiner, de bovenste lijnvormig, ook diep, bochtig getand tot veerspletig of met gave rand en de middelste met twee oortjes de stengel half omvattend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

groot streepzaad : onderkant buitenste lintbloemen geel, stijlen geel, omwindselblaadjes afstaand.

klein streepzaad : onderkant buitenste lintbloemen roodachtig, stijlen vuilgeel, omwindselblaadjes tegen het hoofdje aangedrukt en middelste stengelbladeren met (kleine) oortjes.

paardenbloemstreepzaad : onderkant buitenste lintbloemen paarsrood aangelopen.

 

 

groot streepzaad

 

 

 

paardenbloemstreepzaad

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m november
– hoofdje in losse pluim
– alleen lintbloemen
– 10 tot 15 mm
– stijlen vuilgeel

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot lijnvormig
– top stomp of spits
– rand getand, gaaf of veervormig
– voet half stengelomvattend
– veernervig
– kaal of weinig behaard

Stengel
– rechtop
– weinig behaard
– gegroefd

zie wilde bloemen