Categorie: mode en kledij
.
Christian Dior-2002-fall-ready to wear





















































.





















































.
.
.
.
.
Hildegard von Bingen was een opmerkelijke vrouw en schrijfster wat uitzonderlijk was voor die tijd. Zij schreef belangrijke theologische werken en ze schreef ook over de natuur en de geneeskundige eigenschappen van planten, dieren en mineralen.
Bisschoppen, pausen, koningen en zelfs de keizer Frederik Barbarossas vroegen haar om advies. Veel hedendaagse uitgaven over kruiden en mineralen met geneeskundige krachten en esoterische eigenschappen zijn gebaseerd op haar werken.
Ze was de stichteres van het beroemde klooster Rupertsberg. Ze schreef en componeerde veel liederen en hield visionaire, soms apocalyptische preken die haar grote faam bezorgden.
De “arme, domme vrouw uit de Rijn” sprak ze over zichzelf maar toch was ze een van de belangrijkste morele pijlers die het geloof in die tijd voor de kerk herstelde. Volgens velen was zij het het beeld van een heilige en zuivere maagd sinds de Maagd Maria.
Nederigheid, bescheidenheid en ondergeschiktheid in het traditionele hiërarchisch systeem waren haar doelstellingen. Op basis van geloof moesten onderwijs en wetenschappelijk studie samen gaan voor het welzijn van iedereen. Zelfs tijdens haar leven werd zij als een heilige vereerd. Dit is terug te vinden in geschriften van katholieke kerk over martelaren en heiligen. Officieel is ze zalig maar nooit heilig verklaard.
Haar bijnaam was de Sibille van de Rijn.
.
.
De abdij in Eibingen vandaag
.
.
Hildegard von Bingen
.
.
Bernard van Clairvaux
.
.
.
Hildegard Van Bingen werd geboren in Bermersheim ( Midden- Duitsland ) in de zomer van 1098. Zij was het tiende kind van een adellijke familie die zeer toegewijd was aan God wat gebruikelijk was in die tijd. Drie van haar broers en zussen hebben ook hun leven gewijd aan de Kerk: één broer was deken in de kathedraal van Mainz, één broer was kanunnik in Tholey en haar zuster was non in hetzelfde klooster van Hildegard.
Op de leeftijd van drie jaar had Hildegard al visioenen met lichtverschijnselen die anderen niet zagen. Daarom verbergde ze haar gaven de daarop volgende jaren. Op achtjarige leeftijd stuurde haar familie Hildegard naar het Benedictijns klooster Disibodenberg nabij Bingen. Aan de buitenkant van het klooster was een soort gebouw met cellen opgetrokken en eenmaal dat men toetrad tot de gemeenschap werd de ingang dichtgemetseld.
In het klooster leidde men een streng religieus bestaan met een grote toewijding aan god. De kluizenares Jutta von Sponheim, een tante van Hildegard, was het hoofd van deze gemeenschap. Ook zij werd later heilig verklaard. Via een klein raam verbonden met het klooster bracht men hen eten en drinken en ook de ontlasting werd hierdoor verwijderd. De kloosterlingen mochten luisteren naar de dienst en de gezangen in de kerk. In hun simpele vertrekken besteedde men de tijd aan gebed en meditatie.
Onder het toeziende oog van Jutta werd Hildegard ingewijd in het kloosterleven. Haar eigenlijke titel was gravin. Jutta leerde haar lezen en schrijven in het latijn om Bijbelse teksten te interpreteren en de liturgie te bestuderen. In 1141 kreeg Hildegard ( 43 jaar )een visioen dat haar leven compleet zou veranderen.
Bij dit goddelijk visioen werd haar gevraagd notities te nemen van alles wat ze waarnam en die op papier te zetten. Hierdoor kreeg zij een opmerkelijk inzicht over geneeskundige krachten via het gebruik van kruiden en mineralen. In de jaren die daarop volgden vertelde Hildegard aan de monnik Volmar over haar visioenen en het goddelijke inzicht. Die monnik zou haar in het verdere leven steunen en begeleiden.
Hoewel Hildegard door haar eigen nederigheid nooit twijfelde over de goddelijke natuur van haar visioenen waren zij en Volmar bang om het aan de christelijke kerk mede te delen. Zij dachten dat het bezwarende geschriften konden zijn door het schisma uit die tijd. In plaats daarvan schreef ze een brief aan Bernard van Clairvaux om haar te adviseren waarop zij een wantrouwig antwoord terug kreeg.
Door de wonderbaarlijke genezing van Hildegard van een ernstige ziekte kregen haar visioenen plotseling een andere weerklank. Hildegard vertelde dat dit de wil van God was en plots werd er veel geloof gehecht aan wat zij schreef.
Bernhard van Clairvaux rapporteerde de geschriften aan paus Eugenius III op een synode (1145-1153). De paus toonde grote interesse voor de visioenen en geschriften van Hildegard. Hij riep Hildegard op om haar werk voort te zetten. Met deze pauselijke zegen heeft Hildegard haar eerste visionaire werk Scivias afgewerkt ( ken de wegen van de Heer ) wat haar een grote bekendheid bracht tot ver buiten de Duitse grenzen.
.
.
Het reinigende vuur kom uit de hemel en omvat Hildegard’s gedachten en ziel.
Hildegard schrijft haar visioen op en haar secretaris en vertrouweling Volmar maakt kopijen.
.
.
.
In 1150 Hildegard richtte zij met 30 andere nonnen een nieuw klooster op in de buurt van Bingen. Dit tot ergernis van de monniken van Disibodenberg die teleurgesteld waren door het verlies van een belangrijke bron van inkomen en roem. Later stichtte Hildegard aan de andere kant van de Rijn een klooster in Eibingen wat nu de huidige Abdij van St. Hildegard is.
Deze abdij verkeert in een goede staat maar het het klooster in de buurt van Bingen werd in de 30-jarige oorlog vernietigd. In de volgende jaren was Hildegard zeer productief. Na haar beroemde boek Scivias schreef ze twee boeken van profetische aard:
Liber vitae meritorum > Boek van de verdiensten van het leven(1150–1163)
Liber Divinorum Operum > Boek van Goddelijke werken (1163.)
Ook zijn 300 brieven bijzonder goed bewaard gebleven. Deze waren aan haar gericht door pausen, abten, koningen, eenvoudige monniken, nonnen en doodgewone mensen. Dit gaf de historici de kans om een nauwkeurig beeld van haar leven en doelstellingen te bestuderen.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

.
.
.
Hildegard was de eerste vrouw die op een algemeen positieve manier schreef over seksuele relaties. Van haar is ook een geschrift overgeleverd wat zou kunnen gelden als de vroegst bekende beschrijving van het vrouwelijk orgasme:
Het was verwonderlijk hoe zij als maagdelijke vrouw met geen seksuele ervaring een bijzondere visie had op seksualiteit. Volgens haar moest men het seksuele genot als positiefs ervaren en dat seks niet het werk van de duivel was. Zij beschreef hoe de kracht van het zaad het geslacht van het kind bepaalt door het belangrijke liefdespel van het koppel.
Als de vrouw tijdens de paring innig verbonden is met de man volgt er een totale eenmaking. Tijdens het gezamenlijke orgasme en zaadlozing komt een sterke warmte naar de hersenen die het paren beïnvloedt wat een zalig gevoel van totale harmonie geeft. Haar duidelijk antwoord werd haar niet altijd in dank afgenomen. Daardoor kwam zij enkele keren in aanvaring met het kerkelijke gezag.
.
.
.
Hildegard is overleden op 81 jarige leeftijd in het klooster van Rupertberg nabij Bingen op 17 September 1179. Zij werd begraven op het kloosterkerkhof van de Parochiekerk in Eibingen. Toen Hildegard stierf meldden de aanwezigen dat op dat moment vanuit de hemel een helder licht op haar sponde viel, zoals ze zelf in een visioen had waargenomen:”Mijn ziel gloeit als omringd door een vlammenzee. De jeugdige kracht, vulkanische uitbarsting van lenteachtige gratie.” Haar relieken werden in 1642 overgebracht naar de parochiekerk in Eibingen.
Hildegard van Bingen was de eerste vrouw die in Rome voorgesteld werd voor een heiligverklaring (1228). Ze werd al vereerd als een heilige tijdens haar leven. De Heilige Hildegard wordt gevierd op 17 september in het bisdom Speyer, Mainz, Trier en Limburg en de abdij Solesmes. Tegen het einde van de 16e Eeuw werd zij opgenomen in het Romeinse martelaren boek.
Haar heiligverklaring dateert van 10 mei 2012. Op 7 oktober 2012 werd zij als kerklerares erkend. Beide verklaringen werden door Paus Benedictus XVI uitgevoerd.
.
.
.
.
De tekening toont Hildegard tijdens het opnemen van een visie.
.
.
.
In het boek “Die Heilsteine der Hildegard von Bingen” beschrijft Hildegard het nut van mineralen voor meditatie en de heilzame eigenschappen op de moderne mens. 850 jaar geleden is het voor het eerst gedrukt en de hedendaagse herdrukte versie is voor vele mensen nog steeds relevant.
.
.
Hildegard beschrijft in haar boek de mineralen agaat, amethist, barnsteen (ligiriussteen), bergkristal calciet (kalksteen), carneool, chalcedoon, chrysoberyl, chrysopraas, diamant, gips (alabast) kalkolieth, (margariten ), magnetiet (magneetsteen), granaat (karbunkel), onyx, jaspis (heliotroop), peridoot, parel, prasemkwarts, sardonix, kwartsvarieteit, smaragd, topaas en zirkoon (hyacintsteen).
.
.
.
.
.
.

Pasteltekening van John Astria


Eén van de meest mysterieuze en intrigerende aspecten van Jezus is de manier waarop Hij bad. We hebben slechts de beschikking over kleine gedeelten van Zijn gebeden, zoals deze in de Evangelies zijn vastgelegd.
Het staat geschreven dat Hij soms de hele nacht lang bad. De Bijbel vertelt ons dat Hij in de hof van Getsemane bloed zweette, zo groots was Zijn gesprek met Zijn Vader.
Zijn laatste vastgelegde gebed zijn de bekende woorden: “Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.” Deze uitdrukking van volkomen onderwerping aan wat er zou gaan gebeuren staat in schril contrast met onze menselijke neiging om confrontaties en de dood te ontwijken.
Er is niet vastgelegd dat Jezus ooit in het openbaar bad. Hij leerde Zijn volgelingen om hun geestelijkheid niet te gebruiken om de aandacht op zichzelf te vestigen, zoals de priesters in die tijd gewoonlijk deden.
Hij bad in afzondering. Om precies te zijn, Hij trok zich op een eenzame plek terug zodat hij niet door anderen zou worden afgeleid. We kunnen Zijn voorbeeld volgen door een stille plek voor onszelf te reserveren en ons gebed op een dusdanig tijdstip te plannen dat we minder snel door familie, vrienden of andere afleidingen worden gestoord. Je op God concentreren is de voornaamste gedachte, zodat we Zijn antwoord kunnen horen.
De Bijbel leert ons dat we ten alle tijde een “biddende houding” moeten aannemen. Eén van de prachtigste aspecten van bidden is dat we zelfs kunnen bidden als we aan het werk zijn, als we thuis zijn, of op andere plaatsen. We kunnen zelfs bidden als we in de auto rijden. Een biddende houding betekent dat we ons steeds bewust moeten zijn van de aanwezigheid van God en dat Hij altijd luistert.
“Het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet” (Jakobus 5:16). Dit betekent dat de kleinste vurige verzoeken met dezelfde kracht door God worden ontvangen als een lang gebed: “Ik geloof” heeft de macht om jouw leven te veranderen.
Toen Zijn discipelen Hem vroegen om hen te leren bidden, leerde Hij hen het “Onze Vader”. Dit gebed leerde hen om God te eren, om Zijn perfecte wil voor hun levens na te streven, om Hem te vragen in hun behoeften te voorzien, om Zijn voorzieningen te verwachten en om zichzelf in dienstbaarheid op te offeren.
Een aardige manier om te onthouden welke dingen jij in je gebed kunt opnemen is :
God prijzen,
vreugdevol zijn,
vraag wat je zou willen, en
geef je aan Hem over.
Deze vier eenvoudige dingen vormen een geweldige fundering waar jij je gebeden op kunt bouwen.
Bidden is tweerichtingsverkeer. Onze vader in de Hemel verlangt ernaar om met ons te communiceren. Wij hebben deze wonderbaarlijke mogelijkheid gekregen om “tweerichtingsgesprekken” met onze Schepper te voeren. Hij kent onze harten en gedachten al, maar als we deze aan Hem verwoorden, dan laten we onze lasten en onze verlangens los.
Wanneer wij God in vertrouwen nemen, dan maakt Hij Zijn antwoorden aan ons bekend. We bidden niet alleen om onszelf te horen denken of praten. Bidden bouwt aan de relatie die we met Hem hebben. Bidden bouwt aan ons geloof.
God reageert op ons geloof, niet op onze behoeften. Bidden is de handeling waarmee ons geloof wordt uitgezonden. Ook wij kunnen bidden zoals Jezus dat deed.
Ieder van ons verlangt naar een verbinding met iemand die zich kan identificeren met onze omstandigheden en met wie we ons dagelijkse leven kunnen delen. En dat is precies wat een gebed is: een persoonlijke ervaring en een intieme verbinding met onze liefdevolle Hemelse Vader.
1 Johannes 5:14-15
“Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we hem gevraagd hebben.”
God wordt op vele manieren beschreven: van een onpersoonlijke levenskracht tot een welwillende, persoonlijke, almachtige Schepper. Hij is ook al bij vele namen genoemd, zoals “Zeus”, “Jupiter”, “Brahma”, “Allah”, “Ra”, “Odin”, “Ashur”, “Izanagi”, “Viracocha”, “Ahura Mazda” en “de Grote Geest”. Hij wordt door sommigen gezien als “Moeder Natuur”, door anderen als “Vader God”. Maar wie beweert Hij zelf te zijn?
Wat heeft God over Zichzelf aan ons geopenbaard? Allereerst noemt Hij zichzelf “Vader”, nooit “Moeder”, wanneer Hij over Zichzelf spreekt in de context van ouderschap. Hij noemt Zichzelf “een Vader voor Israël” en in één geval, toen zijn “kinderen” bijzonder oneerbiedig tegen Hem waren, zei Hij tegen hen:
“Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer. Als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij; als ik jullie heer ben – zegt de Heer van de hemelse machten –, waar is dan je ontzag voor mij?”
Zijn profeten erkenden Hem als Vader door te zeggen: “Toch, Heer, bent u onze vader, wij zijn de klei, door u gevormd, wij zijn het werk van uw handen.”
En: “Hebben wij niet allemaal dezelfde vader, heeft niet een en dezelfde God ons geschapen?” Nooit noemt God Zichzelf “Moeder” en nooit wordt Hij zo door de profeten beschouwd. God “Moeder Natuur” noemen is vergelijkbaar met je aardse vader “mama” noemen.
Pasteltekening van John Astria
Wie is God wat betreft Zijn morele eigenschappen? Hij zegt dat Hij geniet van rechtvaardigheid en oprechtheid:
“… De wijze moet zich niet beroemen op zijn wijsheid, de sterke niet op zijn kracht, de rijke niet op zijn rijkdom. Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich erop beroemen dat hij mij kent, inziet dat ik, de Heer, dit land liefde schenk, rechtvaardigheid en recht, want daar schep ik behagen in.”
“Want ik, de Heer, heb het recht lief, ik haat offers van roofgoed…”
Rechtvaardigheid en onpartijdigheid zijn erg belangrijk voor God. Maar net zozeer erbarmen en genade. Dus terwijl God iedereen verantwoordelijk houdt, ieder voor zijn eigen leven, reikt Hij met Zijn genade uit naar de berouwvolle zondaar. Hij belooft:
“Wie goddeloos leeft, maar zich afkeert van de zonden die hij heeft begaan, zich houdt aan al mijn geboden, mij trouw is en het goede doet, zal zeker in leven blijven en niet sterven. De misdaden die hij heeft begaan zullen hem niet worden aangerekend; door zijn rechtvaardige daden zal hij in leven blijven. Denken jullie dat ik het toejuich als een slecht mens sterven moet? Nee, ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft. Want de dood van een mens geeft me geen vreugde. Kom tot inkeer en leef!”
Met dood bedoelt God niet echt de lichamelijke dood, waar wij meteen aan zouden denken. In plaats daarvan verwijst God naar een gebeurtenis in de eeuwigheid, na onze lichamelijke dood. De Schriftteksten verwijzen naar deze gebeurtenis als de “tweede dood”.
De eerste dood scheidt ons van onze lichamen en verwijdert ons uit deze wereld. De tweede dood is anders. Deze is ook een scheiding, maar in dit geval de scheiding van de éne groep mensen van de andere: mensen die gerechtvaardigd en vergeven zijn aan de ene kant, en mensen die boosaardig en zonder berouw zijn aan de andere kant. Over deze twee groepen zal afzonderlijk worden geoordeeld.
De ene groep zal beloond worden op basis van de goede dingen die zij gedaan hebben. Hun slechte daden zullen hierin niet in beschouwing worden genomen, maar door God vergeven worden. De andere groep zal beoordeeld worden op basis van het kwaad dat zij hebben gedaan, en hun goede daden zullen hen niet redden van hun straf.
God zegt:
“Iemand die rechtvaardig was maar dat niet langer is en onrecht begaat, sterft omdat hij onrecht heeft begaan. Iemand die goddeloos leefde maar dat niet langer doet, mij trouw is en het goede doet, zal in leven blijven. Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker blijven leven en niet hoeven sterven. Kom tot inkeer en leef!”
Op deze manier ziet God er op toe dat gerechtigheid uiteindelijk zegeviert, maar dat genade wordt verleend aan mensen die nederig en berouwvol zijn.
God heeft een voorziening gemaakt voor mensen die berouw willen tonen. Het is een voorziening die mensen redt van hun zonden, als zij op goede voet met Hem willen staan. Hij stuurde een Messias, een Dienaar die vrijwillig leed en een plaatsvervangende dood stierf om de prijs te betalen voor de zonden van de mensen die tot inkeer willen komen en op Hem willen vertrouwen.
De Bijbel zegt:
“Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard? Maar Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, Zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op zich neerkomen.
.
.
De blauwe chalcedoon is licht tot helder blauw, soms met een streeppatroon, soms juist effen van kleur. Het is een zeer zuivere kwarts die eigenlijk wit is. De mooie blauwe kleur is een gevolg van een natuurkundig verschijn- sel dat ontstaat door de microkristallijne structuur van de steen (Tyndall-effect). De microscopisch kleine kristallen verstrooien het invallende licht: het blauwe deel van het kleurenspectrum worden veel meer verstrooid dan het rode deel. Het gevolg: wij zien de witte steen als blauw.
Chalcedoon wordt veel gevonden bij holtes en breuken in gesteente. Een streeppatroon ontstaat als de steen uit stromend kiezelzuur ontstaat. Wordt hij in stilstaand kiezelzuur gevormd, dan is hij gelijkmatig doorschijnend en zonder bandering. Chalcedoon is als het ware een opvulmiddel in holle ruimtes van gesteente. Zijn energetische werking is vergelijkbaar: helend en vullend. Het is dé steen voor mensen die driftig, snel geraakt of snel beledigd zijn. Chalcedoon leert je beter naar je eigen lichaam te luisteren en hierop te reageren.
Chalcedoon maakt ook welsprekend en diplomatiek.
.
De blauwe chalcedoon dankt zijn naam aan de oude stad Chalcedon, die in de Oudheid in Klein-Azië aan de Bosporus was gelegen, tegenover Byzantium. Zijn de streeppatronen fijn en kantachtig, dan wordt dit kristal ook wel blue lace agaat (‘blauw kant agaat’) genoemd.
Een andere naam is avaloniet, naar het legendarische land Avalon. Naar dat eiland reisde de mythische koning Arthur toen hij in het jaar 537 dodelijk gewond raakte. Avalon werd geregeerd door de tovenares Morgan le Fay en haar acht zusters. Zij waren zeer bedreven in het verzorgen van gewonden en het helen van ziekten.
.
Chalcedoon is al meer dan 8000 jaar bekend en geliefd. Aanvankelijk diende het als grondstof voor het vervaardigen van werktuigen, zoals messen. Pas later werd het ook als siersteen gewaardeerd.
De Oude Egyptenarenmaakten van chalcedoon onder andere scarabeeën, meestal doorboord en voorzien van hiërogliefen, en andere siervoorwerpen.
Bij de Romeinen werd hij als amulet tegen vergiftiging gedragen.
In Tibet is de witte chalcedoon symbool van de reine Lotusbloem.
De Arabieren dachten dat de chalcedoon moed en kracht schonk.
De befaamde Duitse mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) noemt de steen een goed hulpmiddel voor redenaars, om beter in het openbaar te spreken.
.
.
* Chalcedoon is dé steen van de communicatie. Met deze steen in je hand of zak kan je (leren) luisteren naar je gesprekspartner. Daarnaast laat de blauwe chalcedoon je begrijpen wat de andere partij eigenlijk zegt; je doorziet verborgen boodschappen.
* De blauwe chalcedoon laat je rustig spreken, helder formuleren. Het maakt je welsprekend.
* Het mineraal geeft plezier in communicatie in alle mogelijke vormen en met alle mogelijke gesprekspartners: mensen, engelen, planten en dieren, met wie je maar wilt. Creatieve uitingen zoals het maken van tekeningen, schilderijen, muziek of dans worden met blauwe chalcedoon gemakkelijker.
* Het mineraal helpt bruggen te slaan, en in moeilijke situaties oplossingen te zien en toe te passen. Het helpt dat je te allen tijden jezelf blijft.
* De blauwe chalcedoon heelt innerlijke wonden, zoals jeugdtraumata, gevoelens van niet geaccepteerd worden, gekwetstheid. Het mineraal geeft letterlijk en figuurlijk de ruimte om de weggedrukte emoties vorm te geven, waardoor oude patronen doorbroken kunnen worden.
* Chalcedoon helpt je om vreemde talen te leren. Je wordt gevoeliger voor de fijne nuances van de taal. buitenlandse talen zijn gemakkelijker te leren. Blauwe chalcedoon is de steen van de diplomatie.
* Het leert je beter naar je eigen lichaam en behoeftes te luisteren en hiernaar te handelen.
.
.
Blauwe chalcedoon ontstaat door snelle afkoeling bij lage temperaturen en geringe druk en heeft daardoor geen zichtbare kristallen. Blauwe chalcedoon is een kwarts en dus familie van de bergkristal. Bergkristal is zuiver siliciumdioxide; chalcedoon is siliciumdioxide plus ingesloten water. Agaat, carneool, chrysopaas, mosagaat en muggensteen zijn familie van de chalcedoon. Deze stenen hebben ook nog andere insluitsels, zoals ijzer of calcium.
Samenstelling: SiO2 + H2O
Hardheid: 6,5 – 7
Glans: glasglans, mat, zijdeglans, wasglans
Transparantie: meest doorschijnend, ook halfdoorzichtig, opaak
Breuk: ruw, schelpvormig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,64
Kristalstelsel:microkristallijn, trigonaal






Satyaloka Azeztuliet wordt gewonnen door monniken uit de heilige Himalaya in Satyaloka, India. Deze transparante maar toch wazige, licht onzuivere steen wordt vaak gezien als een mysterieus kristal. Soms wordt de steen ook blauw opaal genoemd. De blauwe gloed komt door de aanwezigheid van het metaal aluminium. Satyaloka kwarts komt voor in heldere vorm, maar ook in gele en roze kleuren.













Goed te herkennen aan
– de lange trossen blauwpaarse bloemen
– boven een wir-war van stengels en bladeren
Algemeen
Vogelwikke is een snelgroeiende, overblijvende plant met klimmende of liggende, vertakte, behaarde, vierkantige, slappe stengels van 30 tot 200 cm lang. Ze is zeer algemeen voorkomend en groeit op vochtige, voedselrijke grond in graslanden, bermen, aan bosranden en waterkanten.

Bloem
Vogelwikke bloeit vanaf juni tot en met september. De bloeiwijze is een rijk-bloemige, dichte tros, die bestaat uit (soms wel 40) blauw-paarse, kort gesteelde, hangende vlinderbloemen, die naar 1 kant staan. De tros is ongeveer even lang als het draagblad.

Blad
De bladeren zijn samengesteld uit 8 tot 12 paar deelblaadjes en eindigt in een vertakte rank, waarmee vogelwikke zich aan andere planten vastzet en zo omhoog klimt tot wel 2 meter.

Vergelijkbare soorten
Om de elf in de Lage Landen voorkomende wikkesoorten van elkaar te kunnen onderscheiden, zie “Sleutel Wikke Vicia“.

Algemeen
– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 30 tot 200 cm
Bloem
– blauw-paars
– vanaf juni t/m september
– rijk-bloemige tros
– vlinderbloem
– 8 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– lijnvormig tot langwerpig
– top rond met een stekelpuntje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
Stengel
– klimmend of liggend
– vertakt
– kort aanliggend behaard
– stomp vierkantig
zie wilde bloemen
