Auteursarchief: tornado1961

Onbekend's avatar

Over tornado1961

Ik ben reikimaster en heb interesse voor religie, spiritualiteit, dieren, planten, techniek enz. Ik ben auteur van het boek " De Openbaring" waarin ik op een begrijpelijke manier de eindtijden uitleg.

Prediker 1 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

 

 

Wat is dit voor boek?

 

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

 

 

Het leven is niet te begrijpen

 

1 Dit zijn de woorden van Prediker, de zoon van David. Prediker was koning in Jeruzalem.
2 Alles is maar lucht en leegte, zegt Prediker. Niets heeft werkelijk zin! Het hele leven is maar lucht en iets onbegrijpelijks! 3 Wat heeft een mens aan al zijn harde werken en zwoegen onder de zon? 4 Mensen worden geboren en sterven, maar de aarde blijft altijd bestaan. 5 De zon komt op en de zon gaat onder en haast zich hijgend naar de plaats waar ze weer moet opkomen.

6 De wind waait naar het zuiden en draait naar het noorden. Aldoor draaiend en waaiend gaat hij verder en komt steeds weer terug. 7 Alle rivieren stromen naar de zee, maar toch raakt de zee niet vol. Aldoor keert het water terug naar de bronnen van waaruit de rivieren ontstaan. 8 Alles is verschrikkelijk vermoeiend. De ogen zijn nooit klaar met kijken, de oren zijn nooit klaar met horen.

9 Alles wat er gebeurd is, zal steeds weer gebeuren. En alles wat er gedaan is, zal weer worden gedaan. Er is nooit iets nieuws onder de zon. 10 Soms gebeurt er iets waarvan de mensen zeggen: “Kijk, dit is iets nieuws.” Maar dan is het lang geleden ook al gebeurd, voordat wij er waren. 11 De mensen weten niets meer van wat er lang geleden gebeurde. En ook van wat er later gebeuren zal, zullen de mensen die nóg weer later leven, niets meer weten.

 

 

 

Wijsheid brengt verdriet met zich mee

 

12 Ik, Prediker, was koning van Israël en regeerde in Jeruzalem. 13 Ik wilde graag alles weten en wijs worden. Ik wilde ontdekken wat voor zin alles heeft wat er onder de hemel gebeurt. Dat is een moeilijke bezigheid die God aan de mensen heeft gegeven. Je wordt er alleen maar moe van. 14 Ik keek naar alles wat onder de zon wordt gedaan. En ik ontdekte: alles is lucht en onbegrijpelijk. 15 Wat krom is, kan niet recht worden. En wat ontbreekt, is ontelbaar.

16 Ik zei bij mezelf: “Ik ben wijzer dan alle mensen die vóór mij in Jeruzalem hebben geregeerd. Ik heb heel veel wijsheid en kennis opgedaan. 17 Daarom wil ik graag het verschil leren tussen wijsheid en dwaasheid, tussen verstandig en onverstandig.” Maar ik heb begrepen dat ook dat teleurstellend is. 18 Want met veel wijsheid komt veel verdriet. Hoe meer je weet, hoe groter je verdriet.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De geschiedenis van de kledij deel 2 : van de middeleeuwen tot de 16e eeuw

Standaard

 categorie : mode en kledij    

 

   

Kleding in de Middeleeuwen

 

Iedereen heeft wel een bepaald beeld over de kleding en mode uit de Middeleeuwen met zijn lange jurken en dure opzichtige stoffen. In werkelijkheid was er maar een beperkte groep van de bevolking, die zich dit soort kleding kon permitteren. Het gewone volk moest improviseren om zichzelf te kunnen kleden en hun kleding bestond dan ook vaak uit enkele lappen.

 

Toch bestond er in de hogere sociale lagen van de samenleving een modebeeld. In het begin van de middeleeuwen, rond de 11e en 12e eeuw, leek de kleding nog erg op die van de Romeinse tijd. Er werd gebruik gemaakt van grof en eenvoudig materiaal, maar door de groeiende handel met het Oosten ontstonden er nieuwe technieken en patronen om in de kleding te verwerken. Er werden weefsels gemaakt met Chinese patronen en de stoffen werden lichter van kleur en ingeweven met gouddraad.

 

 

.

De kleding tussen 900 -1200

.

Dit is de tijd in de Middeleeuwen die we kennen van de ridders, kerken, jonkvrouwen en kastelen. De kleding van zowel de mannen als de vrouwen was wijd en viel in plooien tot op de grond. In de hogere sociale standen werden cotte, bliaud en een cape in felle kleuren gedragen. Waarschijnlijk was de kleding van het gewone volk korter en minder wijd, omdat zij moesten werken. Zij droegen hun kleding af totdat het versleten was. In deze periode werd er veel gebruik gemaakt van materialen als wol,linnen en bont.

Zijde, katoen en fluweel droegen de hogere klassen omdat deze materialen erg kostbaar waren omdat ze uit het Verre Oosten moesten worden gehaald. In de loop van de Middeleeuwen kwamen er door kruistochten contacten tussen Europa en het Oosten, waardoor deze stoffen makkelijker verkrijgbaar waren. Over de kleding van het gewone volk en de rijke mensen hebben wij, via afbeeldingen op schilderijen, een goed idee over het uitzicht. Een korte beschrijving van de kleding in de hogere sociale lagen.

 

 

De kleding van de vrouw

 

Cotte

 

Dit is een onderkleed tot op de grond

 

.

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

Dit is een overkleed met wijde mouwen en soms met lange stroken. Deze waren vaak voor het gemak opgeknoopt. De kleding was lang in die tijd en dus sleepte de Bliaud over de grond. Het accent lag op de boezem en de taille, doordat het deel rond het middel gesmokt was.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De Middeleeuwse vrouwen droegen een soort schoenen. Deze worden trippen genoemd. Trippen bestonden uit houten zolen met leren of zijden riemen. Soms waren deze versierd met gouddraad.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De haardracht gaf informatie over de burgerlijke staat van de vrouw. Getrouwde vrouwen droegen een sluier of een haarband. Als versiering konden hier juwelen op verwerkt zijn. Ongetrouwde vrouwen vlochten hun haar met of zonder linten.

 

 

MIddeleeuwen

 

 

 

 

Kleding van de man

 

 

Cotte

 

Dit kledingstuk was vrijwel hetzelfde als bij de vrouwen. Het enige verschil is dat de cotte van een man tot aan de enkels kwam.

 

 

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Braies

 

Dit is een lap, die tussen de benen door werd geslagen. Hij werd omhooggehouden door een gordel. Braies diende als onderbroek.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

De bliaud van de man had veel plooien en sleept niet over de grond. Er is dus een verschil met de bliaud van de vrouw. Ook droeg de man dit kledingstuk anders. Hij draagt de bliaud zo, dat hij door de gordel opgetrokken wordt, waardoor een groot deel van de cotte te zien is.

 

 

 

 

 

cape

 

Een Middeleeuwse man droeg een cape. Deze had de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Een cape was een simpel kledingstuk, dat met een sierspeld op de schouder werd vastgezet. Vaak had de cape felle kleuren.

 

 

 

Schoeisel

 

Als schoenen droegen de mannen estivaux. Dit zijn korte leren laarsjes of perkamenten schoenen.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

Het haar van de man werd halflang gedragen en vaak hadden de mannen een baard en/of snor.

.

.

.

Accessoires

 

Ook de mannen kenden accessoires. Zij droegen een gordel, net zoals de vrouwen, en een kaproen. Dit is een hoofddeksel, dat gedragen werd door het gewone volk.

 

 

 

 

 

 

De kleding tussen 1400-1440

.

Toen de Middeleeuwen ten einde liepen was er een duidelijke ontwikkeling te zien in de kleding en het modebeeld. Dit had ook te maken met het schoonheidsideaal van die tijd, dat erg bepaald werd door de opvallende kleding van de hertogen van Bourgondië. De vrouwen leken altijd zwanger te zijn, want dikke buiken en een hoge taille waren in.

Mannen moesten er stoer en breed uitzien, daarom droegen zij wijde gewaden met extra lange mouwen. Het schoeisel werden tootschoenen. Dit waren schoenen met lange punten die vrijwel alleen gedragen werden in de hogere kringen. In deze tijd werd nog veel gebruik gemaakt van de materialen wol en linnen. Men begon ook steeds zwaardere en duurdere stoffen te gebruiken zoals brokaat, gouddraad en zijde.

Gouddraad en zijde waren al bekend, maar ze waren erg kostbaar. In deze periode begon men  stoffen uit Italië in te voeren, wat er voor zorgde dat ze beter betaalbaar werden. Men ontdekte in deze tijd de printen en versieringen op de stof. De stoffen werden bedrukt door houten blokken, waarin kleine motieven gesneden waren, zoals bloemen. De belangrijkste kleuren waren groen, rood en blauw.

.

 

 

Kleding van de vrouw

 

.

Houppelande

 

Een houppelande is een lang overkleed met wijde mouwen afgezet met bont. Een houppelande is wijduitlopend. Door de hoge taille lijkt het of de vrouw zwanger is. Bij de mouwen is de cotte te zien.

 

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

Tootschoenen van stof of leer. Buiten werden ter bescherming trippen gedragen.

 

 

Haardracht

 

Het haar werd in deze periode nog steeds ingevlochten en werden als ‘torentjes’ boven de oren gedragen. Deze torentjes werden verstevigd met metaaldraad. Een vrouw had de gewoonte de haargrens en wenkbrauwen weg te scheren.

 

 

Accessoires

 

De rijkere middeleeuwse vrouwen droegen een atour. Dit is een hoge punthoed met een sluier. Verder waren handschoenen en veel sieraden gebruikelijk zoals ringen, broches en kettingen.

 

 

.

 

 

 

Kleding van de man

 

Houppelande

 

Deze droeg de man tot op de knieën. Doordat het schoonheidsideaal voor een man ‘stoer en breed’ was, was de houppelande zeer wijd. De mouwen waren ook wijd en lang. Om de taille werd een gordel gedragen.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De schoenen waren gelijk aan die van de vrouw.

 

 

Haardracht

 

De Middeleeuwse mannen hadden een typisch opgeschoren kapsel, de pagekapsel . Oudere mannen hadden vaak lang haar en een baard.

 

 

Accessoires

 

Naast juwelen en de gordel hadden mannen ook nog andere accessoires. De kaproen, maar deze werd anders gedragen dan in het begin van de Middeleeuwen. De kaproen had in deze periode een gezichtsopening op het hoofd. Ook hadden de mannen een misericorde. Dit was een kleine dolk, die aan de riem of met een koord aan de hals werd gedragen. De onderkleding uit deze periode was vrijwel gelijk gebleven aan die van het begin van de Middeleeuwen. Soms was de bevestiging iets anders, maar de kledingstukken waren hetzelfde.

 

 

.

Renaissance

.

Rond 1500 begint een nieuw tijdperk dat de Renaissance wordt genoemd. Renaissance is het Franse woord voor wedergeboorte.In Italië wordt de Klassieke Oudheid herontdekt. Mensen bestuderen nauwkeurig de overblijfselen uit de Romeinse tijd. De kennis verspreidt zich iets later snel over Europa. Naast de kerk ontstaat er aandacht voor de mens en het leven op aarde. Het humanisme ontstaat. Mensen denken meer aan zichzelf en vinden het leven op aarde belangrijk.

Ze worden zelfbewuster en gaan genieten van het leven. Omdat de mensen meer aandacht aan hun uiterlijk besteden wordt de kleding opvallender. Er ontstond een scheuring in de Rooms-katholieke- en protestantse kerk onder invloed van Maarten Luther. De reformatie is tegen rijkdom en uitbundigheid. Kleding moet daarom netjes en onopvallend zijn. De calvinisten in Nederland dragen daarom eenvoudige kleding.

 

 

 

Kleding in de 1e helft van de 16e eeuw

.

De mens van de renaissance was de nauwe, strakke kleding van de middeleeuwen zat. Mensen wilde zich vrijer kunnen bewegen in hun kleding. Ze knipten de kleding open en maakten ze wijder. Dit was voor het eerst zichtbaar bij de Zwitserse en Duitse soldaten rond 1500 die hun mouwen doorknipten. Hiermee begint de spletenmode die de gehele 16e eeuw duurde.

Alle onderdelen zoals mouwen, broekspijpen, hoeden en schoenen werden van spleten voorzien. Bij rijken werden deze weer vastgemaakt met sieraden. Landsknechten droegen een broek die zo erg gespleten was dat hij vaak uit banden bestond. De onderbroek was tussen de spleten door zichtbaar. Deze broek werd ‘Plunderhose’ genoemd. Zij gingen nog verder met de spletenmode.

Ze knipten namelijk de rand van hun baretvormige hoed in. Ook versierde ze de hoed met een wilde bos struisveren. Vooral in Duitsland vond deze “landsknechtenmode”navolging. De mode werd bepaald door de rijke kooplieden. De kleding werd aangepast aan het volk waadoor in ieder land de kleding een beetje verschilde. In Nederland was de kleding bijvoorbeeld eenvoudiger dan in andere landen.

Duitsland maakte in de eerste helft van de 16e eeuw een bloeiperiode door. Rijk geworden burgers bepaalde hierdoor de mode in Duitsland. Deze burgerlijke mode was behoorlijk lomp. In Frankrijk was de kleding fijn, kleurrijk en smaakvol. In Spanje was de kleding stijf, somber en vooral zedig. De kleding in de Renaissance was opzichtig en pronkerig. Er werden veel kleuren gebruikt, waardoor de kleding opviel. Veel gebruikte stoffen waren fluweel, damast, zijde en brokaat. Sieraden zoals gouden kettingen en ringen werden zowel door vrouwen als door mannen gedragen.

.

 

 

Kleding van de Vrouw

 

.
Vrouwen droegen ijzeren korsetten. Hierdoor was het bovenstuk van de jurk erg strak. Rokken waren juist heel wijd en werden gesteund door hoepels. De hoepels werden gemaakt van wilgeroeden. De rokken werden ‘verdugado’genoemd. De wijde rok had geen sleep meer. De kegelvormige rok is van voren opengespleten, zodat een driehoek van de onderrok te zien is. De mouwen plooien.

Het decolleté van de jurk van de vrouwen was vierkant. Door een korset werden de borsten platgedrukt. Vaak werd een mooi borstsieraad gedragen en een gordel. De hoofdbedekking bestaat uit een laag kapje, waardoor een gedeelte van het haar zichtbaar was. In Nederland droegen de vrouwen vaak een molensteenkraag. Deze kraag was heel mooi geplooid.

 

 

 

 

 

Kleding van de man

 

Voor de man waren er in de Renaissance twee verschillende soorten kleding. In Engeland en Duitsland was de mannenkleding erg breed, bijna vierkant. De brede jassen waren vaak gevoerd met bond. In de mouwen zaten spleten, waardoor de voering zichtbaar was. De jassen hebben een grote kraag en reiken tot de knieën. De jas wordt ook wel ‘Schaube”genoemd. In Spanje droegen mannen korte ballonbroekjes met spleten. Onder deze broeken droegen ze strakke kousen.

Hierbij werd meestal een stijve molensteenkraag gedragen met een korte cape. De mannen droegen een baret met veren. Om het bovenlichaam draagt de man een buis met lange mouwen. Deze mouwen zijn ook versierd met spleten. Ook de schoenen veranderden. In plaats van snavelschoenen komen er nu plompe koeienmuilen. De man draagt een braguette, een verstevigd kruisstuk. Door het breder worden van de kleding lijken de mensen kort en breed.

 

 

 

 

 

Hygiëne

 

In de Renaissance wordt hygiëne steeds belangrijker. De mensen wassen zich niet vaak, maar proberen nare luchtjes te voorkomen. Dit doen ze door kruiden mee te dragen in een pommander, een soort zakje. Ook droegen de mensen een vlooienbandje over hun schouders. Alle vlooien kwamen op het stukje bond af, waardoor de rest van de kleding en de persoon zelf schoon bleven.

 

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweekleurig springzaad : Impatiens balfourii

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan 
tweekleurige (wit en roze/lila), hangende, typische balsemien-bloemen met nagenoeg recht spoor langer dan 1 cm.

 

 

 

 

.

Algemeen

 

Tweekleurig springzaad is eenjarige tuinplant, oorspronkelijk afkomstig uit de Himalaya. Ze ontsnapt regelmatig uit tuinen en kan zich dan goed handhaven. Op dit moment mag ze als ingeburgerd beschouwd worden in stedelijke gebieden en een aantal duingebieden. Ze word 40 tot 80 cm hoog en groeit het liefst in vochtige grond op beschaduwde plekken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Tweekleurig springzaad bloeit vanaf juni tot in de herfst. De bloeiwijze is een tros van 4 tot 8 bij elkaar staande tweekleurige bloemen. Ze zijn wit en roze of lila. Ze hebben een nagenoeg recht spoor, dat aan het onderste kelkblad zit. Dat kelkblad is zakvormig vergroeid en is wit/roze van kleur. De overige 2 kelkbladen zijn kleiner en wit en zitten bovenop aan de zijkant van de bloem. Het bovenste kroonblad is wit.

De middelste twee (veel kleinere) kroonbladen zijn ook wit en de onderste twee zijn roze of lila. Op de twee onderste kroonbladen en wat dieper in de bloem zitten donkergele vlekken en streepjes (honingmerk). De spoor van de knoppen is nog terug gekromd, maar strekt zich later bijna recht uit.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn eirond tot langwerpig en hebben een regelmatig fijn gezaagde rand. Ze staan verspreid aan de stengel.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Net als de andere springzaad soorten zaait tweekleurig springzaad zich heel gemakkelijk uit. Bij aanraking van de plant springen de rijpe zaaddozen open en worden de zaden er met kracht uitgeslingerd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

klein springzaad : ichtgele kleine bloemen, nagenoeg recht spoor (niet teruggekromd), rechtopstaande bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

 

groot springzaad : gele bloemen, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

 

oranje springzaad : oranje bloemen met roodachtige vlekken, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

 

reuzenbalsemien : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, krom spoor.

 

 

 

 

 

 

 

tweekleurig springzaad : bloemkleur is een combinatie van roze/lila en wit, nagenoeg recht spoor, recent ingeburgerd in stedelijke gebieden.

 

 

 

 

Algemeen

 

– balsemienfamilie (Balsaminaceae)
– eenjarig
– recent ingeburgerd
– 40 tot 80 cm

Bloem
– wit en roze of lila
– vanaf juli tot in de herfst
– tros, 4 tot 8 bloemen
– gespoord
– incl. spoor tot 3 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 3 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top toegespits
– rand fijn gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– kantig

zie wildebloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Bikinilijn waxen verhoogt kans op soa

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Bikinilijn waxen verhoogt kans op soa

 

 

Vrouwen hebben meer kans op een seksueel overdraagbare aandoening (soa) wanneer zij (hun bikinilijn) waxen. Dat blijkt uit een recente studie in het vakblad JAMA Dermatology.

Tijdens het waxen ontstaan vaak kleine huidwondjes waarlangs bacteriën en virussen, het lichaam kunnen binnendringen. Hierdoor zouden allerlei infecties, waaronder seksueel overdraagbare infecties, vrij gemakkelijk overgedragen kunnen worden. Bovendien blijkt uit de studie ook dat vrouwen die zich waxen, doorgaans meer seksuele partners hebben en dus ook meer risico lopen op het krijgen van een soa. Wanneer vrouwen geen sekspartner hebben, zijn ze eerder geneigd te stoppen met ontharen.

Waxen heeft ook voordelen. Zo blijkt uit sommige studies bijvoorbeeld dat het de kans op schaamluizen vermindert. De onderzoekers benadrukken dat waxen op een professionele manier en in hygiënische omstandigheden moet uitgevoerd worden om de kans op wondjes zo klein mogelijk te houden.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De Carneool

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Kenmerken van carneool

 

Carneool is een doorzichtige kwartssoort die meerdere tinten kan hebben, van geel tot oranje tot bruin. Eenkleu-rige carneool is moeilijk te vinden. Zie je steentjes van een paar centimeter of groter met één kleur, dan is de kans groot dat het gaat om geverfde of gebrande chalcedoon.

.

.

.

.

 

Door de eeuwen heen

 

Carneool werd bij de Oude Egyptenaren (vanaf ongeveer 3300 v.Chr.) zeer gewaardeerd en gebruikt als be-schermsteen en als helende steen, een steen die zou helpen tegen bloedarmoede en hevig bloedende wonden zou stelpen. Door het warme Egyptische klimaat werd carneool vaak erg rood, waardoor hij nog meer met bloed werd geassocieerd. Men noemde carneool ‘Bloed van Isis’. Isis is de Egyptische godin van vruchtbaarheid, leven en de dood. Zij heeft een gordel van carneool. Kleine amuletten van carneool, meegegeven aan de doden, zouden helpen om de ziel van de dode veilig te laten reizen naar het dodenrijk.

In het Oude Mesopotamië (ongeveer gelijktijdig met het Oude Egypte) werd carneool gebruikt als helende steen bij klachten aan bloed en spieren, en bij ontstekingen. Carneool was geliefd in zegelringen of zegelrollen, omdat was gemakkelijk loslaat van deze steen. Er zijn vele zegelringen en zegelrollen teruggevonden, in zowel Egypte en Mesopotamië als het Oude Griekenland en het Romeinse Rijk. Op de foto links een schitterende intaglio met carneool uit de 1ste eeuw v. Chr.

De Oude Grieken en Romeinen hielden erg van ringen met carneool. Ze verwerkten liefst de wit-oranje en wit-bruine exemplaren – dat is carneool die overgaat in zuiver kwarts – tot fraaie cameeën (steen met verhoogde afbeelding) en intaglio’s (steen met verzonken afbeelding). Een sieraad of zegelring met carneool zou bescher-men tegen pech en ongelukken. De vrouwen vlochten carneolen kralen in hun haar of droegen haarbanden met carneool. Rode stenen zoals carneool zouden goed helpen bij bloedende wonden en ontstekingen. Men zag rode carneool als zinnebeeld voor de helende en verwarmende werking van de zon. De verschillende tinten carneool werden geïmporteerd uit Mesopotamië, Sri Lanka en India.

In het islamitische Midden-Oosten werden gebeden vanouds in carneool gegraveerd; dat zou een krachtige be-scherming bieden tegen elk mogelijk onheil. Al eeuwen gebruiken boeddhistische monniken in Tibet carneool als helende steen tegen hoofdpijn. De Duitse mystica Hildegard van Bingen (1098-1179) maakte de carneool bekend in Europa. Ze gebruikte trouwens de naam sarder. In de Middeleeuwen gebruikten Europeanen de steen niet al-leen als amulet tegen onheil en ongelukken. Ze gebruikten carneool ook als helende steen bij hoofdpijnen en neusbloedingen, en om het bloeden van gapende wonden te stelpen.

In de 18e eeuw meende men dat een man die een ring met carneool droeg, onweerstaanbaar zou zijn voor vrouwen. De oranjerode variant van carneool is het bekendst. De naam sarder wordt wel gebruikt voor de wat minder doorzichtige, bruinere variant van carneool. De steen wordt ook wel kornalijn genoemd, naar de bruinrode Kornoelje kers. Andere namen zijn bloedagaat en vleesagaat. Een handelsnaam voor oranjerode carneool is sardoliet.

Carneool is een geliefde sier- en heelsteen. Er worden cabochons, kralen en fraaie hangers van gemaakt.
Carneool (vooral de oranje) is een opwekkende en vrolijk makende steen. De vermoeiden krijgen meer energie met carneool. De steen maakt pragmatisch en praktisch, en is goed voor mensen met concentratieproblemen.

.

.

.

.

ruw

.

.

Spiritueel

 

* Carneool heelt de aura. Stress kan gaten slaan in de aura, maar carneool lost stress en problemen op.
* Carneool maakt kalm, doelbewust en pragmatisch. Eenmaal iets begonnen, wordt afgemaakt en tot een goed einde gebracht.
* Je voelt je dankzij carneool onderdeel van een groter geheel en verantwoordelijk voor de gemeenschap. Idealisme en goede doelen worden heel normaal.
* Carneool helpt je leven en dood te accepteren zoals die komen. Carneool laat je angst voor de dood verdwijnen.
* De rode carneool geeft energie, maakt actief, flexibel en verdraagzaam.
* De oranje carneool geeft – nog sterker dan de andere tinten carneool – levensvreugde en plezier, maakt luchtiger en vrolijk, geeft een gevoel van eigenwaarde.
* De gele carneool heeft de sterkste werking op familiebanden en het gevoel bij elkaar te horen.

.

.

carnelian

.

.

.

.

ruw

.

.

Chemische samenstelling

 

Carneool kan verschillende kleuren hebben: geel, oranjerood, donkerrood, bruinrood, donkerbruin. De verschil-lende kleuren zijn afhankelijk van de temperatuur waaronder de steen ontstaat en hoeveelheid ingesloten water. De pure carneool is een geel tot oranje kwarts die water bevat (hydroxide), en die ontstaat bij lagere temperatu-ren. Bij hogere temperaturen verdwijnt het water en wordt de kleur roodbruin tot bruin (oxide), Dit proces van vochtverlies (door verhitting) kan natuurlijk ook kunstmatig een hydroxide in een oxide veranderen. De kleur varieert afhankelijk van de oxidatietoestand van het ijzer.

Vaak toont de steen ook witte lijnen of vlakken. Op die plekken gaat carneool over in zuivere kwarts (chalcedoon). Soms bevat carneool ook zwarte vlekken. Dat is onyx, kwarts met ingesloten koolstof. De steen is duidelijk ver-want met agaat; houd je carneool tegen het licht, dan zie je vaak de randen en banden die zo kenmerkend zijn voor agaat.

.

.

Samenstelling: Ca SiO2 + (Fe, O, OH) + Fe2+ (geel), SiO2 + (Fe, O, OH) + Fe3+ (oranje, rood tot bruin)
Hardheid: 7
Glans: glasglans
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend
Breuk: ruw, schelpvormig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,65
Kristalstelsel: trigonaal

.

.

.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

 

My God, my God, why have you forsaken me/Mijn God, waarom heb je me verlaten

Standaard

Category / categorie: video

 

 

Why did Jesus say, “My God, my God, why have you forsaken me?”

 

Waarom zei Jezus, ”Mijn God, mijn God waarom heb je me verlaten?”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Mystieke levitatie of bedrog

Standaard

categorie : religie

.

.

Verschijnselen van levitatie

Levitatie is een bovennatuurlijk fenomeen van het omhoog zweven van wezens of mensen, zonder dat daad een wetenschappelijke verklaring voor de geven is. Dit verschijnsel wordt door zowel Oosterse Mystici als moderne mediums geclaimd. In vroeger tijden zijn er al gevallen van levitatie gerapporteerd. Slachtoffers van bezetenheid, heiligen, slachtoffers van bezetenheid en heksen zouden de zwaartekracht hebben overwonnen in een bijzondere bewustzijnstoestand.

.

.

.

.

Welles – nietes

.

Wetenschappers beschouwen levitatie meestal als bedrog, dan wel ontkennen het bestaan van dergelijke fenomenen. Spiritualisten zien levitatie als een manifestatie van psychische krachten of als een vorm van extase. In verschillende occulte stromingen gaat men er vanuit dat levitatie kan worden bereikt door middel van meditatietechnieken. Toen het spritisme in de 19e eeuw een hype was, behoorde levitatie tot het vaste repertoire van mediums. Toen onderzoekers van “psychische fenomenen” hun technieken verbeterd hadden, zijn veel van deze  mediums op bedrog betrapt.

.

.

bedrog

.

.

Levitatie van een kind door hekserij, 1681

.

.

Levitatie in het Oosten

.

Vasco Da Gama schreef in zijn dagboek dat hij getuige is geweest van het ‘in de lucht zweven’ van boeddhistische lama’s. Van taoïstische monniken wordt gezegd dat zij door middel van diepe meditatie kunnen leviteren. Zo wordt dit ook gezegd van boeddhistische monniken.

.

Een aantal bekende gevallen van mystieke levitatie uit het Christendom:

.

Jozef van Cupertino

.

Jozef van Cupertino (1603-1663) was een Italiaanse monnik en mysticus. Als kind had hij al epilepsie. Hij wijdde zijn jeugd aan zelfkastijding, uithongering en het dragen van boetekleden. Ondanks dat hij niet bijster slim was werd hij in 1628 tot priester gewijd. In het Italiaans staat de man bekend als Giuseppe da Copertino.

In de Acta Sanctorum werden van hem tot 70 ‘vluchten’ in heel Italië geregistreerd, waarbij hij in één geval in een boom vloog en daar op een dunne tak bleef zitten wiegen. Vaak keken hele menigten toe. Er zijn meer dan 150 ooggetuigenverslagen gepubliceerd over de ‘vluchten’ van Cupertino, die ook wel de vliegende heilige werd genoemd. Hij kon zich voor lange tijd van de grond opheffen.

Het verhaal gaat dat hij regelmatig in extase raakte en dan begon te zweven en voorspellingen deed. Ook hoorde hij hemelse muziek. Er werd druk over gesproken. De inquisitie bevond hem onschuldig aan tovenarij, maar stuurde hem eerst naar Assisi en later naar meer afgelegen kloosters om de volkstoeloop en de jaloezie van medebroeders te ontgaan.

Op 24 februari 1753 werd Cupertino zalig verklaard door paus Benedictus XIV en op 16 juli 1767 volgde de heiligverklaring door Clemens XIII. Cupertino werd in Rome op hetzelfde moment als Galileo Galilei onder een soort huisarrest geplaatst. De één was een mysticus, de ander de grondlegger van de moderne wetenschap.

.

.

Jozef van Cupertino

.

.

Theresia van Ávila

.

Theresia van Ávila (1515—1582) was een mystica die later heilig is verklaard. Samen met Johannes van het Kruis heeft zij in de zestiende eeuw de orde van de Karmel hervormd. In 1970 werd zij als eerste vrouwelijke heilige uitgeroepen tot kerkleraar door Paulus VI. In de volksmond wordt zij ook wel de “grote Theresia” genoemd.

In 1538 werd ze ziek en werd naar een genezeres in Becedas gestuurd. Zij las daarr een boek, waardoor zij haar eerste mystieke genaden ontving. De behandeling had geen effect en in 1539 werd ze doodziek teruggebracht naar Ávila gebracht. Nadat ze op de dag van Maria-Tenhemelopneming gebiecht had, geraakte ze in de toestand van schijndood.

Ze bleef zo gedurende drie jaar. In 1542 genas ze uiteindelijk zonder dat daar een aanwijsbare natuurlijke oorzaak voor was. Theresia van Ávila  leviteerde ongeveer 30 centimeter boven de grond voor een periode van iets korter dan een uur in een mystieke extase. Zij noemde de ervaring een ‘spirituele visitatie’. Dit wordt bevestigd door de “Catholic Encyclopedia”.  St.Teresa van Avila zou geleviteerd hebben in Madrid in 1640.

.

.

Theresia van Avila en Johannes van het kruis

.

.

Gemma Galgani

.

Maria Gemma Umberta Pia Galgani (1878-1903) is een Italiaanse rooms-katholieke heilige. Zij leed aan een slechte gezondheid en ze leefde als een asceet. Eten deed ze nauwelijks en weinige slaap deed ze op de koude grond. Er waren ook tijden dat zij zichzelf verwondde. Zij werd in een visioen toegesproken door de Heilige Gabriël van de Moeder van Smarten (overleden 1862) die haar postuum genas van haar tuberculose.

Gemma ervoer veel bovennatuurlijke ervaringen en extases waarin zij dan leviteerde. Vanaf 1899 vertoonde stigmata die ze elke week terug kreeg. In 1900 kwamen hier wonden van de doornenkroon bij. In 1940 werd zij heilig verklaard en vervolgens kwam haar verering razendsnel op gang.

.

.

Gemma Galgani

.

Andere geclaimde gevallen van levitatie in het christendom:

.

 

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.