Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Waterpunge : Samolus valerandi

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de kleine, witte, 5-tallige, onopvallende bloemetjes en
– de bladeren in rozet én verspreid en
– natte, liefst brakke standplaatsen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Waterpunge is een onbehaard, tweejarig of overblijvend, geelgroen plantje van 5 tot 50 cm hoog. Ze groeit op open plaatsen met matig voedselrijke, natte, liefst brakke grond in duinvalleien, laagveenmoerassen, aan greppelranden en op drassige kapvlakten. Het zijn plekken, die vaak ’s winters onder water staan en zomers droogvallen. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Waterpunge bloeit vanaf juni tot in de herfst met weinig opvallende, kleine, witte bloemetjes, die 5 vergroeide, soms licht uitgerande kroonbladen hebben. De bloemen staan in een eindelingse tros, die zich tijdens de bloei verlengd. De bloemstelen zijn licht geknikt en hebben bij de knik een klein steelblaadje. De kelkbladen zijn vergroeid en ze omsluiten en groeien mee met de ronde doosvrucht.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren vormen een rozet. Vaak hebben ze een iets omgerolde rand. In dichte vegetatie verdwijnt het rozet meestal; op meer open plekken blijft het aanwezig. Langs de stengel staan verspreid een aantal stengelbladeren. Zowel rozet- als stengelbladeren zijn spatelvormig, iets vlezig met een wasachtig laagje en hebben een in een steel aflopende voet. De steel van van de onderste bladeren is langer dan van de bovenste. De stengels zijn niet of weinig vertakt.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

De niet bloeiende rozetten lijken op de rozetten van madeliefje. De bladrand van de bladeren van madeliefje is gekarteld, die van waterpunge is gaaf. En de bladeren van waterpunge zijn wat vlezig, die van madeliefje niet.

Verder zijn er vele planten met kleine witte bloemetjes, zoals herderstasjevroegeling, verschillende soorten muur,  hoornbloemen en kleine- en bosveldkers. Van deze soorten is waterpunge eenvoudig te onderscheiden door haar standplaats en door het iets vlezige uiterlijk.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– tweejarig of overblijvend
– plaatselijk vrij algemeen tot zeer
zeldzaam
– 5 tot 50 cm

Bloem
– wit
– vanaf juni tot in de herfst
– pluimvormige tros
– stervormig
– 3 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– spatelvormig
– top stomp, soms met spitsje
– rand gaaf
– veernervig
– iets vlezig met wasachtig laagje

Stengel
– rechtop
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Waterkruiskruid : Jacobaea aquatica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de voor kruiskruid kenmerkende gele bloemhoofdjes en
– de liervormige middelste stengelbladeren met grote eindslip

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Waterkruiskruid is een 1- of 2-jarige plant van 0,3 tot 1,20 meter hoog. Ze groeit op natte, matig voedselrijke grond in wei- en hooilanden, in bermen, aan waterkanten, in lichte loofbossen en grienden. Ze is algemeen voor komend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Waterkruiskruid bloeit vanaf juni tot en met augustus met de voor kruiskruid bekende gele bloemhoofdjes. De kleur van de straalbloemen is mat dooier-geel, warmer van kleur dan van vergelijkbare kruiskruiden als jakobskruiskruid en viltig kruiskruid. De hoofdjes staan aan het einde van de stengels in losse pluimen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn kaal of bovenaan en in de bloeiwijze spinnenwebachtig behaard, onderaan vaak rood aangelopen en meestal al onder het midden vertakt. De zijtakken staan redelijk wijd uit, waardoor waterkruiskruid een omgekeerd pyramidevormig uiterlijk heeft, vaak niet zichtbaar omdat ze tussen andere vegetatie staat.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Waterkruiskruid is van alle andere soorten binnen de geslachten Jacobaea en Senecio (jakobskruid en kruiskruid) te onderscheiden door de naar verhouding grote eindslip van de bladeren, die bij de middelste stengelbladeren ongeveer gelijk is aan de helft van de bladlengte.

 

 

 

 

 

 

Herkennen vergelijkbare kruiskruiden
blad (dubbel) geveerd

 

 

blad langwerpig

bezemkruiskruid

1 jakobskruiskruid
2 viltig kruiskruid
3 duinkruiskruid
4 waterkruiskruid

 

5schaduwkruiskr.
6 rivierkruiskruid
7moeraskruiskruid

blad vlezig en zeer smal

1 omwindselbladen met zwarte punt
2 omwindselbladen zonder zwarte punt
3 zonder straalbloemen
4 blad met grote eindslip (ongeveer de helft van het blad)

 

5 tanden bladrand opzij gericht
6 tanden bladrand naar de top gericht
7 onderkant grijs viltig behaard, bladeren staan ook vaak omhoog gericht

 

 

 

bezemkruiskruid

 

 

 

jacobskruiskruid

 

 

 

viltig kruiskruid

 

 

 

duinkruiskruid

 

 

 

schaduwkruiskruid

 

 

 

Rivierkruiskruid

 

 

 

moeraskruiskruid

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– 1- of 2-jarig
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– hoofdje
– buis- en straalbloemen
– 25 tot 30 mm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– geveerd of liervormig
– top stomp
– rand gekarteld, gezaagd of gelobd
– voet gevleugeld
– veernervig

Stengel
– rechtop
– sterk vertakt
– kaal of
– bovenaan spinnenwebachtig behaard
– onderaan vaak rood aangelopen
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Vlasbekje : Linaria vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de lichtgele bloemen, die lijken op de bloemen van leeuwenbekjes
– en de opvallend lange spoor aan de bloemen gevuld met nectar

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vlasbekje is zeer algemeen voorkomende overblijvende plant van 30-90 cm hoog, die bloeit vanaf juni tot de herfst. De bloemen staan in dichte trossen aan het einde van de rechtop groeiende stengel. Ze groeit in pollen, meestal in omgewerkte grond op droge tot voedselrijke grond op grazige plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen zijn lichtgeel, uitgezonderd de donkergeel tot oranje gekleurde verdikkingen op de onderlip. De onderlip wordt door een soort gewricht tegen de bovenlip gedrukt, zodat alleen zware insecten, zoals hommels en bijen, toegang hebben tot de bloem.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Vlasbekje heeft wortels die wel een meter diep de grond in gaan. Als de plant verwijderd wordt, blijft er vaak een deel van de wortel achter, waaruit zich een nieuwe plant kan ontwikkelen. Daarnaast produceert een plant een groot aantal zaden. Dat aantal kan oplopen tot 32.000 per plant!

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde werd de plant gebruikt als laxeermiddel. In de middeleeuwen werd zij beschouwd als afweer tegen ziekten, die door tovenarij waren veroorzaakt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel met geel tot oranje   verdikkingen
– vanaf juni tot de herfst
– aarvormige tros
– gespoorde lipbloem
– 2 tot 3 cm lang
– kroon vergroeid
– kroon langer dan kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid, onderste kransstandig
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– 1-nervig

Stengel
– rechtop
– glad of met weinig klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Watermuur : Myosoton aquaticum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– 5 bijna geheel gespleten witte kroonbladen (het lijken er 10) en
– 5 stijlen (andere muursoorten hebben 3 stijlen) en
– slappe stengels, die bovenaan kleverig zijn door klierharen en
– haar vochtige standplaats

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Watermuur is een overblijvende (soms eenjarige) plant op natte tot vrij vochtige plaatsen aan waterkanten, in lichte loofbossen en langs heggen. Ze is algemeen voor komend in de rivierengebieden van de Lage Landen, met uitzondering van de stedelijke- en de duingebieden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Watermuur bloeit vanaf juni t/m augustus. In een zachte herfst kan ze doorbloeien tot in oktober. Ze bloeit met witte bloemen, vergelijkbaar met de bloemen van vogelmuur, maar dan groter. De bloemen lijken 10 kroon- bladen te hebben, maar het zijn er 5 die bijna geheel gespleten zijn en duidelijk langer dan de kelkbladen. In tegenstelling tot de andere muursoorten heeft watermuur 5 stijlen en niet 3.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn slap; ze liggen of steunen op andere planten. De stengelbladeren, kelkbladeren en de bovenste delen van de stengels zijn behaard met klierharen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten 

 

zie hiervoor de pagina “Sleutel muursoorten“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend, soms eenjarig
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf juni t/m augustus (oktober)
– los bijscherm
– stervormig
– 15 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet hartvormig of afgerond
– veernervig
– behaard met klierharen

Stengel
– liggend
– kaal
– vierkantig
– behaard met klierharen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vlasbekje : Linaria vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de lichtgele bloemen, die lijken op de bloemen van leeuwenbekjes
– en de opvallend lange spoor aan de bloemen gevuld met nectar

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vlasbekje is zeer algemeen voorkomende overblijvende plant van 30-90 cm hoog, die bloeit vanaf juni tot de herfst. De bloemen staan in dichte trossen aan het einde van de rechtop groeiende stengel. Ze groeit in pollen, meestal in omgewerkte grond op droge tot voedselrijke grond op grazige plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen zijn lichtgeel, uitgezonderd de donkergeel tot oranje gekleurde verdikkingen op de onderlip. De onderlip wordt door een soort gewricht tegen de bovenlip gedrukt, zodat alleen zware insecten, zoals hommels en bijen, toegang hebben tot de bloem.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Vlasbekje heeft wortels die wel een meter diep de grond in gaan. Als de plant verwijderd wordt, blijft er vaak een deel van de wortel achter, waaruit zich een nieuwe plant kan ontwikkelen. Daarnaast produceert een plant een groot aantal zaden. Dat aantal kan oplopen tot 32.000 per plant!

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde werd de plant gebruikt als laxeermiddel. In de middeleeuwen werd zij beschouwd als afweer tegen ziekten, die door tovenarij waren veroorzaakt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel met geel tot oranje   verdikkingen
– vanaf juni tot de herfst
– aarvormige tros
– gespoorde lipbloem
– 2 tot 3 cm lang
– kroon vergroeid
– kroon langer dan kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid, onderste kransstandig
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– 1-nervig

Stengel
– rechtop
– glad of met weinig klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloeiend in juli in de Lage Landen : deel 2

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in juli in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

aardaker

.

.

baluwe monnikskap

.

.

akkerwortel

.

.

akkerdistel

.

.

akkerkers

.

.

akkerwinde

.

.

akkermelkdistel

.

.

basterdwederik

.

.

beenbreek

.

.

berganie

.

.

bezemkruiskruid

.

.

rode ogentroost

.

.

reuzenbalsemien

.

.

boekweit

.

.

blauwe zeedistel

.

.

bont boonkruid

.

.

bolderik

.

.

bosrank

.

.

brede lathyrus

.

.

duizendblad

.

.

roze vetkruid

.

.

echte valeriaan

.

.

franjekelk

.

.

gekroesde melkdistel

.

.

geel hartje

.

.

ruig klokje

.

.

gele ganzenbloem

.

.

gele maskerbloem

.

.

gele kamille

.

.

gewone agrimonie

.

.

gele monnikskap

.

.

gewone bereklauw

.

.

gewone melkdistel

.

.

grijskruid

.

.

gewoon biggenkruid

.

.

groot spiegelklokje

.

.

groot kaasjeskruid

.

.

grote egelskop

.

.

grote centaurie

.

.

grote pimpernel

.

.

grote engelwortel

.

.

grote wederik

.

.

grote teunisbloem

.

.

harig knopkruid

.

.

haagwinde

.

.

harig wilgenroosje

.

.

hokjespeul

.

.

jacobskruiskruid

.

.

hondsroos

.

.

kartuizer anjer

.

.

kale jonker

.

.

kikkerbeet

.

.

kattendoorn

.

.

klein springzaad

.

.

klein kaasjeskruid

.

.

klimopbremraap

.

.

klein streepzaad

.

.

knopig helmkruid

.

.

knoopkruid

.

.

korenbloem

.

.

koekruid

.

.

moederkruid

.

.

luzerne

.

.

moeraskers

.

.

moeraskruiskruid

.

.

moerasspirea

.

.

moerasrolklaver

.

.

muurpeper

.

.

moeraswespenorchis

.

.

oranje havikskruid

.

.

oostenrijkse kers

.

.

peen

.

.

penningkruid

.

.

puntwederik

.

.

poelruit

.

.

reuzenbereklauw

.

.

rechte ganzerik

.

.

schijfkamille

.

.

rimpelroos

.

.

stijve klaverzuring

.

.

steenanjer

.

.

tripmadam

.

.

teer guichelheil

.

.

tuinbingelkruid

.

.

trosglidkruid

.

.

vijfvingerkruid

.

.

veldlathyrus

.

.

vlas

.

.

vildganzerik

.

.

vlasbekje

.

.

vogelwikke

.

.

watermuur

.

.

waterkruiskruid

.

.

wilde kamperfoelie

.

.

waterpunge

.

.

wilde weit

.

.

wilgenroosje

.

.

wit vetkruid

.

.

wilde klaver

.

.

zandblauwtje

.

.

wouw

.

.

zeeaster

.

.

zeeraket

.

.

zwarte toorts

.

.

zwarte mosterd

.

.

schermhavikskruid

.

.

speerdistel

.

.

tweekleurig springzaad

.

.

struikhei

.

.

vertakte leeuwentand

.

.

viltig kruiskruid

.

.

watergentiaan

.

.

watermunt

.

.

wegdistel

.

.

wilde bertram

.

.

wilde cichorei

.

.

wilde marjolein

.

.

wolfspoot

.

.

witte honingklaver

.

.

zegekruid

.

.

zeepkruid

.

.

zomerfijnstraal

.

.

gewone zandraket

.

.

.

.

Bloeiend in juli in de Lage Landen : deel 1

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in juli in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

 herderstasje

 .

.

boerenwormkruid 

.

.                                                                                                                                                                

bleke droogbloem

.

.   

  paardenbloem

.

.                                                           

   paarse dovenetel

.

.

slanke sleutelbloem

.

.

winterpostelein

.

.

klein kruiskruid

.

.

kluwenhoornbloem

.

.

madeliefje

 .

.

vogelmuur    

 

.

.

akkerhoornbloem

.

.

kleine veldkers

 

.

.

canadese fijnstraal

.

.

duinreigersbek

 

.

.      

duinviooltje

.

.

gehoornde klaverzuring

.

.

gewone hoornbloem

.

.

gewone engelwortel

.

.

gewone reigersbek

.

.

gewone smeerwortel

.

.

grote ereprijs

.

.

grote kaardebol

.

.

grote muur

.

.

gulden sleutelbloem

.

.

hoenderbeet

.

.

hondsdraf

.

.

hazenpootje

.

.                                                             

hopklaver

.

.

klein vlooienkruid

.

.

heelblaadje

.

.

knikkende distel

.

.

koninginnekruid

.

.

korenbloem

.

.

overblijvende ossetong

.

.

ronde ooievaarsbek

.

.

raapzaad

.

.

scherpe boterbloem

.

.

tijmereprijs

.

.

kruisdistel

.

.

witte dovenetel

.

.

late guldenroede

.

.

lange ereprijs

.

.

liggende asperge

.

.

engelwortel

.

.

akker vergeet me nietje

.

.

akkerviooltje

.

.

avondkoekoeksbloem

.

.

basterdklaver

.

.

beekpunge

.

.

bermooievaarsbek

.

.

bittere veldkers

.

.

blaartrekkende boterbloem

.

.

blauwe waterereprijs

.

.

bleke klaproos

.

.

boksdoorn

.

.

brem

.

.

bonte wikke

.

.

dagkoekoeksbloem

.

.

donkere ooievaarsbek

.

.

echte koekoeksbloem

.

.

drienerfmuur

.

.

moerasandoorn

.

.

geel nagelkruid

.

.

muskuskaasjeskruid

.

.

gele helmbloem

.

.

gele morgenster

.

.

gele plomp

.

.

gewone brunel

.

.

gevlekt longkruid

.

.

gewone duivenkervel

.

.

gewone margriet

.

.

gewone ossentong

.

.

gewone rolklaver

.

.

.

gewone vogelmelk

.

.

speenkruid

.

.

glad walstro

.

.

groot streepzaad

.

.

grote klaproos

.

.

grote ratelaar

.

.

heggenwikke

 

 

hengel

.

.

herik

.

.

inkarnaatklaver

.

.

kleine ooievaarsbek

.

.

kleine klaver

.

.

.

kleine ratelaar

.

.

kleine pimpernel

.

.

knolsteenbreek

.

.

kromhals

.

.

liggende klaver

.

.

oranje springzaad

.

.

mannetjesereprijs

.

.

melkkruid

.

.

moerasvergeet me nietje

.

.

middelste duivenkervel

.

.

parnassia

.

.

muizenoor

.

.                                                                                                                                             

muurleeuwenbek

.

.

muurbloem

.

.

oosterse morgenster

.

.

phacelia

.

.

wilde wikke

.

.

pastinaak

.

.

rode klaver

.

.

robertskruid

.

.

roze winterpostelein

.

.

schijnpapaver

.

.

schijnaardbei

.

.

slibbladige ooievaarsbek

.

.

slangenkruid

.

.

smalle weegbree

.

.

smalle wikke

.

.

veldhondstong

.

.

stinkende gouwe

.

.

vergeten wikke

.

.

veldsalie

.

.

viltige hoornbloem

.

.

vingerhoedskruid

.

.

waterviolier

.

.

wede

.

.

weegbreezonnebloem

.

.

wilde akelei

.

.

wilde reseda

.

.

witte klaver

.

.

witte engbloem

.

.

witte waterlelie

.

.

witte krodde

.

.

zompvergeetme nietje

.

.

zachte ooievaarsbek

.

.

zwanebloem

.

.

zilverschoon

.

.

.

.

De Gladiool

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

 De gladiool

.

De dood of de gladiolen (overwinnen of ten onder gaan) > uitdrukking

.

Algemeen

.

Gladiolen zijn van april tot november verkrijgbaar. De maanden juni, juli, augustus en september zijn echter de topmaanden. ,”De dood of de gladiolen” is een uitdrukking die nogal eens in de wielersport wordt gebruikt, maar toch vooral ook verbonden is aan de Nijmeegse Vierdaagse. De laatste etappe van dit jaarlijkse wandelspektakel wordt terplekke omgedoopt tot “Via Gladiola”, de “Weg van de Gladiolen”. Daar lopen betekent dat de finish in zicht is. Op deze Via Gladiola worden de wandelaars overladen met gladiolen als teken dat ze het volbracht hebben.

.

.

Gladiolen

.

.

De bloemen en de daaraan gekoppelde uitspraak zijn niet willekeurig gekozen of bij toeval gekozen. In de tijd van de Romeinen werden de roemruchte Gladiatoren gevechten gehouden. Twee zwaardvechters vochten in een arena letterlijk om de dood of de gladiolen. De overwinnaar werd na afloop bedolven onder gladiolen. Gladiool komt namelijk van het Latijnse woord Gladius en dat betekent zwaard. De bloem heeft ook een zwaardvormig uiterlijk en heet dan ook wel zwaardlelie. Sindsdien symboliseren gladiolen kracht en overwinning. In andere landen is de gladiool in gebruik als grafbloem. Dan betekent de bloem zoveel als “Jij bent mijn ware liefde” en “We zullen je missen”.
.

Soorten

.

De gladiool behoort tot het plantengeslacht Gladiolus. Er bestaan grootbloemige en kleinbloemige gladio- lensoorten. Het aantal kleuren is enorm, maar rood is de populairste kleur bij de consument. Bekende en veel verkochte grootbloemige soorten zijn:

.

.

Gladiolus Chinon (rood)

chinon
.
.
                                                                            Super Star (wit)
superstar
.

Sancerre (wit met lila hart)

GladiolusSancerre1
.
.

Hunting Song

179497_main_large hunting song
.
.
.

Van de kleinbloemige soorten zijn dit populaire rassen:

.

Gladiolus tubergenii Charming Beauty

10431tubergenii

.

.

Gladiolus Elvira (zalmroze met rode vlekken)

gladioluselvira

.

.

Colvillei Alba (wit)

gladiolus_hybrid_x_the_bride_colvillei_2004_1
.
.
.

Kenmerken

.

De bloemen van de gladiool bloeien symmetrisch aan weerszijden van de stengel. De bloemen groeien in aren en hebben twee schutbladeren. In het midden van de bloem zitten opvallende, rozerode meeldraden. De groot- bloemige soort haalt een stengellengte van 150 centimeter, de kleinbloemige komt tot 50 centimeter.

.

Bijzonderheden

.

De gladiool komt van oorsprong uit Afrika. Door de knollen te roosteren voorzag men zich van voedsel met een kastanjeachtige smaak. Geitenmelk vermengd met gedroogde en gemalen knollen werd tegen buikkrampen gebruikt. Een papje van gladiolenmeel werd op de huid gesmeerd om splinters uit de huid te laten trekken.

In ons eigen land kennen we allemaal wel de redelijk onvriendelijke uitroep “Achterlijke gladiool”. Het scheldwoord betekent dat iemand een ongelooflijke stomkop is. In 1984 werd het voor het eerst opgenomen in het Nationaal Scheldwoordenboek en ondertussen heeft ook Van Dale gladiool als scheldwoord opgenomen.

.

Verzorgingstips

.

  • Het is niet nodig om snijbloemenvoedsel te gebruiken.
  • Door de top van de aar weg te breken, ontstaat een gelijkmatiger bloei van de knoppen. Ook het doorbuigen van de steel kan zo worden voorkomen. De sierwaarde is hierdoor wel minder.
  • Vermijd rijpend fruit vanwege het vrijkomende ethyleengas dat bloemen snel doet verwelken.
  • gebruik schoon water.

 

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Vlas : Linum usitatissimum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lichtblauwe (soms witte), 5 tallige, tere bloemen,
– waarvan de kroonbladen donker geaderd zijn én
– de slanke, alleen bovenaan vertakte stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vlas is een oud cultuurgewas, dat soms verwilderd voorkomt in omgewerkte bermen. Ze wordt 30 tot 120 hoog. In de Lage landen wordt vlas voornamelijk verbouwd. Samen met wol is vlas lange tijd de belangrijkste grondstof voor textiel geweest. Vanaf de 19de eeuw is men meer katoen gaan verwerken in textiel en is de teelt van vlas aanzienlijk terug gelopen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vlas bloeit in juni en juli. De tere bloemen zijn lichtblauw (soms wit), donker geaderd, bloeien maar een paar dagen en alleen in de ochtend.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn maximaal 4 cm lang en slechts 3 tot 5 mm breed. Ze hebben drie nerven in de lengte. De stengels van de soorten die gekweekt worden voor de vezels zijn vaak langer dan de stengels van de soorten die vanwege de zaden gekweekt worden.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vlas wordt al meer dan 8000 jaar gekweekt. Van de vezels wordt linnen gemaakt. Geperst vlas is een zeer veelzijdig product, waarvan bijvoorbeeld verkeersborden en tennisrackets gemaakt kunnen worden. Het zaad van vlas heet lijnzaad. Lijnolie wordt gebruikt in de voedings- en farmaceutische industrie. Lijnzaad heeft een licht laxerende werking. Daarnaast kan het een gunstige invloed hebben op de cholesterol- en bloedsuikerspiegel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlasfamilie (Linaceae)
– eenjarig
– cultuurgewas
– 30 tot 120 cm hoog

Bloem
– lichtblauw
– juni en juli
– alleenstaand
– stervormig
– 16 tot 24 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– 3-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Viltganzerik : Potentilla argentea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– een wijd, rijkbloemig bijscherm
– met gele, 5-tallige, 1 tot 1,5 cm grote bloemen en
– de handvormige samengestelde bladeren, onderkant wit viltig

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Viltganzerik is een overblijvende plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze is vrij algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit op min of meer open, droge, meestal kalkarme, vaak omgewerkte zandgrond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Viltganzerik bloeit in juni en juli met gele, 5-tallige bloemen, die een wijd vertakt, rijkbloemig scherm vormen aan het einde van de stengel en in de oksels van de bladeren. De kroonbladen zijn iets uitgerand, langer dan de kelkbladen en bij een volledig geopende bloem raken ze elkaar niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn handvormig samengesteld, meestal 5-tallig. Aan de bovenkant zijn ze groen, de onderkant is wit viltig. De deelblaadjes zijn gelobd met hooguit 9 lobjes. Evenals de bladeren zijn ook de kelk- en bijkelkbladen, de bloemstelen en de stengel wit viltig. De wit viltige beharing kan na verloop van tijd wat slijten. De stengel is opstijgend, op betreden terrein liggend.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Het geslacht Potentilla kent ongeveer 500 soorten. In de Lage Landen komen 12 soorten voor, om ze van elkaar te kunnen onderscheiden zie “Sleutel ganzerik“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– geel
– juni en juli
– wijd vertakt eindelings bijscherm
– 1 tot 1,5 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– meestal 5-tallig
– top spits
– rand getand of gelobd
– voet wigvormig
– handnervig
– onderkant wit viltig behaard
– bovenkant groen
– bladrand soms iets omlaag gebogen

Stengel
– opstijgend of liggend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen