Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Zeeraket : Cakile maritima

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lila tot witte bloemen en vlezige bladeren en
– de plaats waar ze groeit; op het strand en in de duinen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Zeeraket is een eenjarige plant van 10 tot 60 cm. Ze komt voor langs de kusten van bijna heel Europa. Ze is bij ons vrij algemeen en groeit op het strand, in de zeereep (de eerste rij duinen na het strand) en in de binnen- duinen. Kom je haar elders tegen dan is ze vrijwel zeker aangevoerd met duinzand.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf juni tot en met oktober en ze bloeit met lila tot witte, naar nectar ruikende, 4-tallige bloemen, die doen denken aan pinksterbloemen.

 

 

 

 

 

Blad, stengel en vrucht

 

De bladeren staan verspreid langs de stengel en zijn vlezig. De vruchten zijn gedrongen en staan op een korte, dikke steel. De zaden hebben een kurkachtige wand, blijven daardoor drijven en worden door getijde- en zeestromingen verspreid.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– vrij algemeen in de duinen
– 10 tot 60 cm

Bloem
– lila tot wit
– vanaf juni t/m oktober
– tros
– 10 tot 15 mm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn/lancet- tot veervormig
– top stomp
– rand gaaf of getand
– voet gevleugeld
– veernervig
– vlezig

Stengel
– opstijgend
– glad en kaal
– rolrond of meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wouw : Reseda luteola

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de smalle, zeer lange, aarvormige bloeiwijze
– met kleine, lichtgele, 4-tallige bloemen en
– de ongedeelde lijn- tot lancetvormige bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wouw is een overblijvende plant van 50 tot 100 cm hoog die vrij algemeen voorkomt. Ze groeit op open, droge, omgewerkte, vaak kalkhoudende grond langs spoorwegen, op dijken, in bermen en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met zeer lange smalle aarvormige trossen. De licht gele kort gesteelde bloemen hebben 4 kroonbladen en 4 kelkbladen.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn allemaal lijn- tot lancetvormig.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Wouw bevat de kleurstoffen luteoline en apigenine die de plant geschikt maken voor gele verfstof. Al ver voor het begin van onze jaartelling was wouw daarvoor de belangrijkste leverancier. Mogelijk is het gebruik van wouw in textiel al ouder dan dat van meekrap (voor rood) en wede (voor blauw).

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort 

 

Een vergelijkbare soort is de wilde reseda. Wilde reseda heeft bloemetjes met 6 (soms 7) kroonbladen, bloeit eerder en met bredere aarvormige trossen, heeft gedeelde bladeren en wordt minder hoog.

 

 

wilde reseda

 

 

 

Algemeen

 

– resedafamilie (Resedaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 0,5 tot 1 m

Bloem
– lichtgeel
– vanaf juni t/m september
– smalle, zeer lange, aarvormige tros
– stervormig
– 6 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– meer dan 12 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of gegolfd
– voet gevleugeld
– 1-nervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend

Stengel
– rechtop
– niet of weinig vertakt
– kaal
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Witte dovenetel : Lamium album

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de brandnetelachtige bladeren, die niet prikken en
– de witte, behaarde, in een schijnkrans staande lipbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Witte dovenetel is een rechtopstaande, zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant van 30 tot 60 cm. Ze groeit op vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond in bemeste weilanden, in bermen, aan bosranden en langs muren en hekken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De plant bloeit vanaf april tot in de herfst, bij zacht weer soms tot het begin van de winter. De witte, soms roomwitte, zeer zelden roze bloemen staan in schijnkransen van 5 tot 8 bloemen in de bladoksels van het bovenste deel van de plant. Ze zijn rijk aan nectar.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zien eruit als bladeren van de brandnetel maar dan zonder de brandharen, vandaar de naam dove- netel. De stengel is vierkant en afstaand behaard.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 60 cm

Bloem
– (room)wit, zeer zelden roze
– vanaf april tot in de herfst
– schijnkrans
– lipbloem
– 2 tot 2,5 cm
– 5-tandige kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– hartvormig tot meer langwerpig
– top spits
– rand gezaagd
– voet hartvormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop, bovengronds liggend, opstijgend
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wit vetkruid : Sedum album

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de rolronde, groene tot rode, verspreid staande bladeren en
– de trossen 5-tallige kleine witte tot rozeachtige bloemetjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wit vetkruid is een overblijvende vrij zeldzaam voorkomende plant, die 15 tot 20 cm hoog wordt. Van nature komt ze voor in de rivierengebieden, elders is ze uit tuinen verwilderd. Je vindt haar op open, droge, voedselarme, meestal stenige plaatsen, ook in bermen en op omgewerkte grond. Recent wordt ze veel als dakbedekking aangeplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wit vetkruid bloeit in juni en juli met rijkbloemige, sterk vertakte, schermvormige bloeiwijzen van kleine witte, soms roze-achtige bloemetjes. De kroonbladen hebben vaak een rode middennerf.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn groen tot rood, rolrond, lijnvomig en blijven in de winter ook aan de plant. Ze heeft opgerichte bloeiende stengels en kruipende liggende stengels. Ze is zodevormend, dus een goede bodembedekker.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vetplantenfamilie (Crassulaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam, deels verwilderd
– 15 tot 20 cm

– wit, soms rozeachtig
– juni en juli
– schermvormige tros
– stervormig
– tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– rolrond, lijnvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond

Stengel
– opstijgend of liggend
– glad en kaal
– rolrond

 

 

 

 

 

 

 

 

De roos, symbool van de liefde

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De roos

 

A rose is a rose is a rose is a rose

 

Gertrude Stein

 

 

 

Algemeen

 

Rozen spreken tot de verbeelding. Het is de bloem die symbool staat voor de liefde. Talrijke gedichten en essays zijn er aan gewijd. Gertrude Stein, een Amerikaanse schrijfster, bedoelde met het citaat bovenaan deze pagina eigenlijk te zeggen dat een roos in zichzelf zo zuiver en mooi is, dat de bloem geen nadere uitleg behoeft en dus voor zichzelf spreekt als we deze ontvangen, geven of laten bezorgen. Een roos is dus de ultieme bloem om bepaalde gevoelens mee uit te drukken, zonder dat er woorden bij nodig zijn.

 

 

Rozen

 

 

 

Soorten

 

Rozen behoren tot het plantengeslacht Rosaceae. Als snijbloem worden ze gekweekt in grootbloemige rozen, kleinbloemige rozen en trosrozen. Als snijbloem bestaan er rond de 2500 soorten rozen, variërend in lengte, grootte, kleur en geur. Kwekers en veredelaars brengen echter ieder jaar veel nieuwe soorten op de markt, zodat het exacte aantal soorten voortdurend verandert.

 

 

1390813999Rosa_Dame_De_Coeur__Peace__Waltztime grtootblo  grootbloemige rozen

 

 

 

 

tara_HR_4_tcm53-140929 kleinbl  kleinbloemige rozen

 

 

 

 

BONICA_427(1)tros  trosrozen

 

 

 

Kenmerken

 

De bloemen van een roos groeien en bloeien zowel in groepen als los van elkaar. Elke bloem bevat veel meeldraden. Het blad van de roos is samengesteld uit meerdere kleinere blaadjes, die veersgewijs aan de stengel zijn verbonden. De stengels en takken van de roos bevatten doorns.

 

 

Pink rose.

 

 

 

Bijzonderheden

 

Rozen komen over de gehele wereld voor en zijn waarschijnlijk de beroemdste en meest geliefde bloemen die er bestaan. De symbolische waarde versterkt bovendien de populariteit van deze veelzijdige bloemensoort. Zo weet ook iedereen wat er bedoeld wordt wanneer een leven niet over rozen is gegaan, kent de hele wereld Doornroosje en is zelfs het geven van één enkele roos al een waardevol gebaar van liefde of dank. Om die reden laten talloze mensen ieder jaar weer rozen bezorgen op Valentijnsdag.

Ook in de muziek doet de roos het goed. Een mooi voorbeeld daarvan is het lied dat Elton John maakte voor de begrafenis van prinses Diana van Engeland, Candle in the wind. Diana wordt in het lied de “roos van Engeland” genoemd. De woorden uit het lied maken van Diana een haast mystieke legende: “May you ever grow in our hearts, the stars spell out your name, our nation’s golden child”. Het nummer werd één van de best verkochte singles aller tijden, niet in de laatste plaats vanwege de sterke symboliek.

 

 

regenboogroos

 

 

 

Verzorgingstips

 

  • Zet rozen na aankoop zo snel mogelijk in het water in een goed schoongemaakte vaas.
  • Snijd voordat de rozen in de vaas gaan de stelen schuin af met een scherp mes.
  • Zorg ervoor dat de vaas goed schoon is en dat er geen restjes meer in kleven van een vorig boeket.
  • Haal de bladeren die onder water komen te staan weg, zodat er geen vervuiling van het water ontstaat.
  • Voeg snijbloemenvoedsel toe voor een krachtiger bloei en voor water dat langer schoon blijft.
  • Rijpend fruit is niet bevorderlijk voor rozen omdat de vrijkomende gassen de bloemen snel laten verleppen.
  • Meng nooit nieuwe met oude rozen.
  • Vervang verontreinigd water tijdig en gebruik daarom bij voorkeur een glazen vaas, zodat vervuiling duidelijker zichtbaar is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “:

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

   

Wilgenroosje : Chamerion angustifolium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de aarvormige bloeiwijze met grote 4-tallige helder roze
(zelden witte) bloemen en
– de donker bruinrode kelkbladen, die tussen de kroonbladen
naar voren buigen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilgenroosje is een overblijvende plant van 30 tot 150 cm hoog. Ze komt zeer algemeen en groeit op zonnige tot half beschaduwde plaatsen met vochtige tot droge, omgewerkte zandgrond op kapvlakten, brandplekken en aan bos- en struikgewasranden. Op kap-, brand- en door storm geteisterde plaatsen kan wilgenroosje plotseling massaal voorkomen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilgenroosje bloeit vanaf juni tot en met september met lange aarvormige trossen. De helder roze bloemen zijn 4-tallig en hebben donker bruinrode kelkbladen. De meeldraden en de stijl steken duidelijk buiten de bloem en gaan later hangen.

De vier kroonbladen zijn niet gelijk. De bovenste twee zijn iets groter dan de onderste, waardoor de kroonbladen wat weg lijken te hebben van de vleugels van een vlinder.

De bloemen lijken op lange stengels te staan, maar die “stengel” is het vruchtbeginsel, dat zich na de bloei ontwikkelt tot een doosvrucht met talrijke pluizige zaden, die door de wind makkelijk verspreid worden.

Naast uitbreiding door middel van zaden, breidt wilgenroosje zich ook uit door middel van de kruipende wortelstok. Op die manier kan de plant grote bestanden vormen, waarin andere planten geen kans krijgen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Wilgenroosje draagt smalle lancetvormige bladeren, die verspreid langs de stengel staan. De bladeren lijken op de bladeren van de wilg, vandaar de naam.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bladeren van wilgenroosje kunnen gedroogd worden in de zon om er daarna thee van te trekken. Werkt goed bij darmproblemen. Jonge bladeren en jonge scheuten kunnen als groente gegeten worden of in soep gebruikt worden.

 

 

harig wilgenroosje

 

 

 

Algemeen

 

– teunisbloemfamilie (Onagraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 0,3 tot 1,5 m

Bloem
– helder roze (zelden wit)
– vanaf juni t/m september
– aarvormige, zeer lange tros
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 4 kroonbladen, iets uitgerand
– niet vergroeid
– 4 donker bruinrode kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- lancetvormig
– zittend
– top spits
– rand gaaf of iets getand
– voet afgerond of wigvormig
– onderkant blauw/groen

Stengel
– rechtop
– niet vertakt
– kaal
– rolrond
– vaak roodachtig aangelopen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilde weit : Melampyrum arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de prachtige helder roze aarvormige bloeiwijzen met paars/gele bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde weit is een eenjarig plantje, dat helaas zeer sterk in aantal is afgenomen en op de rode lijst staat als ernstig bedreigd. Ze groeit op droge, enigszins omgewerkte kalkrijke grond. Wilde weit is een halfparasiet net als de ratelaars. Ze is voor water en mineralen afhankelijk van andere planten. Daardoor kan ze in een paar weken volledig uitgroeien en zich handhaven in droge milieus.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met augustus met prachtige bloemen die schuin omhoog gericht in dichte trossen bij elkaar staan en ze wordt 15 tot 50 cm hoog. De bloemen zijn aan de top paars met daar onder een geel of geel/witte rand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn lancetvormig, de bovenste bladeren hebben priemvormige tanden. De helder roze schutbladen hebben lijnvormige tanden en donkere klierpuntjes aan de onderkant. Ze verkleuren naar groen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– bremraapfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– 15 tot 50 cm

Bloem
– helder roze met geel/wit
– vanaf juni t/m augustus
– aarvormige tros
– lipbloem
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lijnlancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– kort behaard

Stengel
– rechtop
– vierkant
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Iris, een regenboogbloem

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

May flowers always line your path and sunshine light your day.
May songbirds serenade you every step along the way.
May a rainbow run beside you in a sky that’s always blue.
And may happiness fill your heart each day your whole life through

 

 

Algemeen

 

De iris is een bloem die zich kan meten aan de regenboog. De bloem komt namelijk in bijna alle kleuren van de regenboog voor, op echt rood na. De connectie met de regenboog komt ook voort uit de Griekse mythologie. De godin Iris was daar een boodschapper tussen goden en mensen. Met haar gouden vleugels en soms gevleugelde voeten daalde zij geregeld af van de hemel naar de aarde. Zij koos dan altijd de weg langs de regenboog, waarbij de wind haar daarlangs voort blies.

 

 

Blauwe iris

 

 

De gevleugeldheid van Iris en haar kleurrijke tocht heeft de Iris waarschijnlijk haar naam doen bekomen. De iris staat te boek als een bloem met een uitbundig karakter.

 

 

 

Soorten

 

De iris behoort tot het gelijknamige plantengeslacht Iris. De enige wilde soort in ons land is de Iris pseudacorus, ook wel Gele lis genoemd. De bloem wordt bedreigd met uitsterven en is beschermd. De irissen die als snijbloemen worden aangeboden zijn vaak blauw maar dat heeft meer met traditie dan met iets anders te maken. Bekende soorten zijn:

 

 

 

Blue Magic

 

3565680166_2ff8b636b8 blue magic

 

 

 

 

 

Professor Blauw

 

C27256professor blauw

 

 

 

 

Blue Diamond

 

35121blue dialmond

 

 

 

 

Apollo (witgeel)

 

Iris-Apollo-2

 

 

 

 

Madonna (wit)

 

9324madonna

 

 

 

 

Kenmerken

 

De iris kent zoals gezegd een rijke variatie aan kleuren. De bloemen hebben een doorsnee van 5 tot 12 centimeter. Drie grote afhangende bloembladen (slippen) vormen het uiterlijk beeld van de bloem die erg sierlijk is. Dit specifieke uiterlijk maakt de iris uniek. De bloem lijkt nog het meest op een lelie of orchidee, twee andere grootheden in sierlijkheid.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De symbolische betekenis van de iris luidt: “Ik heb een boodschap voor jou”, geheel in lijn van de connectie met de eerder genoemde godin Iris.

Louis XVII liet in de twaalfde eeuw de fleur-de-lys in al zijn wapens zetten omdat deze bloem hem deed ontsnappen aan de dood. De bloem die aan de waterkant van de rivier de Lys bloeide, liet hem namelijk zien op welke plek hij veilig door het water naar de overkant kon waden zonder te verdrinken

Een lis (lys) groeit namelijk alleen in ondiep water. De bloem wordt in de volksmond overigens de Franse lelie genoemd, maar de bloem die later werd afgebeeld is eigenlijk een gestileerde lis oftewel een iris. Het symbool is tot op de dag van vandaag nog terug te vinden op onder andere vlaggen en voorwerpen.

Kunstenaars vereeuwigden de iris op hun eigen wijze. In de 15de eeuw werd de blauwe lis of Iris Germanica geschilderd door Hugo van der Goes. Natuurlijk is ook het schilderij Vaas met irissen van Vincent van Gogh bij iedereen wel bekend.

 

 

 

 

 

Verzorgingstips

 

Een schone vaas met schoon water.

Snijbloemenvoedsel toevoegen

Niet teveel water in de vaas, ongeveer 5 cm is voldoende

Stengels schuin afsnijden.

Een lichte standplaats.

Niet in de nabijheid plaatsen van rijpend fruit om vroegtijdige veroudering te voorkomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

wilde iris

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Vogelwikke : Vicia cracca

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de lange trossen blauwpaarse bloemen
– boven een wir-war van stengels en bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vogelwikke is een snelgroeiende, overblijvende plant met klimmende of liggende, vertakte, behaarde, vierkantige, slappe stengels van 30 tot 200 cm lang. Ze is zeer algemeen voorkomend en groeit op vochtige, voedselrijke grond in graslanden, bermen, aan bosranden en waterkanten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vogelwikke bloeit vanaf juni tot en met september. De bloeiwijze is een rijk-bloemige, dichte tros, die bestaat uit (soms wel 40) blauw-paarse, kort gesteelde, hangende vlinderbloemen, die naar 1 kant staan. De tros is ongeveer even lang als het draagblad.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn samengesteld uit 8 tot 12 paar deelblaadjes en eindigt in een vertakte rank, waarmee vogelwikke zich aan andere planten vastzet en zo omhoog klimt tot wel 2 meter.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Om de elf in de Lage Landen voorkomende wikkesoorten van elkaar te kunnen onderscheiden, zie “Sleutel Wikke Vicia“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 30 tot 200 cm

Bloem
– blauw-paars
– vanaf juni t/m september
– rijk-bloemige tros
– vlinderbloem
– 8 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– lijnvormig tot langwerpig
– top rond met een stekelpuntje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– klimmend of liggend
– vertakt
– kort aanliggend behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilde kamperfoelie : Lonicera periclymenum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de trossen lange, smalle bloemen met ver uitstekende meeldraden,
– roze, (room)wit en geel gekleurd (of een combinatie hiervan),
– aan een klimmende plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde kamperfoelie is een overblijvende plant, die algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op natte tot droge, vrij zure, matig voedselrijke grond in bossen, struikgewas, moerassen en aan slootwallen, in de duinen vaak op de grond liggend. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilde kamperfoelie bloeit vanaf juni tot en met oktober. De bloemen vormen een gesteelde, hoofdjes-achtige bloeiwijze; het zijn een aantal kransen dicht op elkaar, gescheiden door kleine schutbladen. Vooral in de avond verspreiden de bloemen een heerlijke, zoete geur. Jonge bloemen zijn (room)wit, oudere bloemen worden geel. Bloemen en knoppen in de zon lopen vaak rozerood aan.

De bloemen hebben een lange kroonbuis, waarin zich de nectar bevindt. De ongedeelde onderlip en de bredere, 4-spletige bovenlip krommen zich ver achterwaarts, waardoor de bloemen een landingsplaats voor insecten missen. Ze worden daarom voornamelijk bezocht door nachtvlinders, die voor de bloem in de lucht blijven hangen en met hun lange tong de nectar uit de kroonbuis opzuigen.,De kelkbladen, de schutbladen, de jonge takken en de buitenkant van de bloemen zijn met klierharen behaard.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn eirond en kortgesteeld, bovenzijde groen, onderzijde grijs-groen. De stengel windt zich om de takken van struiken als meidoorn en duinroosje of draaien om elkaar. Bij gebrek aan steun liggen de stengels op de grond. Ze kunnen tot 10 meter lang worden. Vaak zijn ze rood-paars verkleurd. Jonge bladeren en takken hebben een lichte beharing, die na verloop van tijd verdwijnt.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De bessen verkleuren van groen naar prachtig, mat glanzend rood. Ze dragen de resten van de kelk als een donker kroontje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

Tartaarse kamperfoelie : 2 bloemen op 1 steel in de bladoksels, bloemen roze, rood of wit, buitenkant bloemkroon kaal.

 

 

 

 

 

 

Rode kamperfoelie : 2 bloemen op 1 steel in de bladoksels, bloemen geelwit, buitenkant bloemkroon viltig behaard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tuinkamperfoelie : ongesteelde bloeiwijze, bladeren van bloeiende takken aan de voet tot een schoteltje vergroeid, geurend, zelden verwilderd.

 

 

 

 

 

 

Wilde kamperfoelie : gesteelde bloeiwijze, bladeren van bloeiende takken aan de voet niet vergroeid, geurend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot zeldzaam
– tot 3,00 meter

Bloem
– wit, geel, roze, rood
– vanaf juni t/m oktober
– gesteeld hoofdje
– 4 tot 5 cm
– buisvormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– neer- of overhangend, windend
– glad en kaal

zie wilde bloemen