Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Grote klaproos : Papaver rhoeas

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_1695-m-grote-klaproos

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, scharlakenrode, tere kroonbladen, die elkaar overlappen
– en de afstaand behaarde stengels
– en de omgekeerd eironde kale vruchtdozen met (6-)8-13 stempelstralen

 

 

papaver_rhoeas

 

 

 

Algemeen

 

De grote of gewone klaproos (Papaver rhoeas) is een plant uit de papaverfamilie. Het is een eenjarige plant, die 20 tot 60 cm hoog wordt. Ze komt overal algemeen voor. Ze groeit op open plaatsen met omgewerkte, vochtige tot vrij droge, voedselrijke grond in akkers, bermen, op bouwterreinen en langs spoorwegen. Ze wordt ook uitgezaaid langs wegen.

Vroeger werd gedacht dat de plant groeide op de plaats waar iemand vermoord was en dat het bloed door de plant werd opgenomen en bewaard in de bloembladen. Daarom dacht men dat dit de oorzaak was van de vele klaprozen op het slagveld. In werkelijkheid is de oorzaak dat de zaden pas kiemen als ze aan licht worden blootgesteld. Doordat het slagveld omgewoeld werd, kwamen de zaden aan het licht en kiemden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is van eind mei tot en met juli. De knoppen worden omsloten door twee kelkbladen, die afvallen zodra de knop zich opent. De bloemen staan op lange stelen, worden 7 tot 10 cm breed en zijn scharlakenrood. De vliesdunne kroonbladen overlappen elkaar en vallen vaak al na één dag af.

Bloemstelen, bladeren en knoppen zijn borstelig behaard. De kale doosvrucht is omgekeerd eirond met (6-)8-13 zwart-paarse stempelstralen, die elkaar in het midden van de schijfvormige stempel overlappen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De zaden worden door de wind uit de vruchtdozen geschud. Jarenlang kunnen ze in de grond blijven liggen zonder hun kiemkracht te verliezen. Zodra ze aan licht worden blootgesteld gaan ze kiemen. Vandaar dat klaprozen soms massaal voorkomen op omgewerkte grond.

Klaprozen danken hun naam aan een oud kinderspelletje. Je kunt een kroonblad tot een bolletje vouwen. Het zo ontstane zakje kun je op de rug van je hand of tegen je voorhoofd kapot slaan. Het knapt dan met een klap uit elkaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– eenjarig
– algemeen tot minder algemeen
– 20 tot 60 cm

Bloem
– scharlakenrood
– vanaf mei t/m juli
– gesteeld alleenstaand
– 7 tot 10 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– (6-)8-13 stempelstralen

Blad
– verspreid
– veerdelig met duidelijke eindlob
– top spits
– rand gezaagd
– veernervig
– borstelig afstaand behaard

Stengel
– rechtop
– borstelig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Glad walstro : Galium mollugo

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

walstroglad-110519-217

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte losse pluimen en
– de in kransen geplaatste smalle bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Glad walstro is een overblijvende plant, die groeit op vrij droge tot vrij natte, meer of minder voedselrijke grond in graslanden, in bermen, op dijken, in struikgewas, aan bosranden en in de zeeduinen. Ze is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met september met opvallende witte losse pluimen en kan tot 1,2 meter hoog worden. Ze heeft een aangename geur en wordt dan ook graag door bijen bezocht. De bloemen zijn klein en de bloemdekbladen hebben een toegespitst topje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan met 6 tot 8 in een krans om de stengel. De stengels zijn slap, kaal of weinig behaard, vierkantig en opstijgend of liggend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m september
– bijscherm
– 2 tot 5 mm
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid en
met 0,2 tot 0,3 mm lang topspitsje
– 4 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top toegespitst
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– 1-nervig

Stengel
– opstijgend of liggend
– niet of weinig behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone vogelmelk : Ornithogalum umbellatum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

gewone-vogelmelk-bloem

 

 

Goed te herkennen aan
– de schermvormige tros grote, witte bloemen en
– de zeer smalle bladeren met witte middenstreep

 

 

vogelmelk_01

 

 

 

Algemeen

 

Gewone vogelmelk is een overblijvende plant van 10 tot 30 cm hoog en groeit op vrij open, vochtige, matig voedselrijke grond in graslanden, bermen en loofbossen. Ze is wettelijk beschermd en wordt ook als tuinplant aangeboden.

De meeste soorten komen van nature voor in Zuid-Europa en Klein-Azië, al zijn er ook een aantal soorten die van nature voorkomen in Zuid-Afrika. In de Lage landen komen vier soorten voor:

  • Bosvogelmelk : (Ornithogalum pyrenaicum), ook wel Pruisische asperge of Pyrenese vogelmelk genoemd. De bloemstengel wordt 1 m hoog, de bloemtrossen worden 30-50 cm groot. Na de bloei blijven de bloemen geopend.
  • Gewone vogelmelk : (Ornithogalum umbellatum)
  • Knikkende vogelmelk : (Ornithogalum nutans)
  • Piramidevogelmelk : (Ornithogalum piramidale) (in Noordwest-Europa voorkomend) is 40-80 cm hoog en afkomstig uit Zuid-Europa en Klein-Azië. De witte bloemen verschijnen in juni-juli in rijke trossen, die in het begin van de bloei piramidevormig zijn. De bloemblaadjes draaien na de bloei ineen.

 

 

bosvogelmelk

bosvogelmelk

 

 

 

knikkende vogelmelk

knikkende vogelmelk

 

 

 

piramidevogelmelk

piramidevogelmelk

 

 

 

Bloem

 

Gewone vogelmelk bloeit in mei en juni met opvallend grote (3 tot 5 cm) witte bloemen, die bij bewolkt weer sluiten. Ook bij mooi weer gaan ze meestal ’s middags dicht. De bloeiwijze is een schermvormige tros van 3 tot 20 bloemen. De onderste bloemstelen in een tros zijn sterk verlengd. De bloemdekbladen zijn aan de binnenkant wit, aan de buitenkant groen met een witte rand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn erg smal (2 – 8 mm) en hebben in het midden een witte streep.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Alle delen van gewone vogelmelk zijn giftig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 30 cm
– wettelijk beschermd

Bloem
– wit
– mei en juni
– schermvormige tros
– 3 tot 5 cm
– stervormig
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– parallelnervig
– witte middenstreep

Stengel
– rechtop
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

gewone-vogelmelk1

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

mijne kop a4

Bermooievaarsbek : Geranium pyrenaicum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_9617-gr-bermooievaarsbek

 

 

Goed te herkennen aan
– de in paren staande, helder roze tot lila , donker geaderde bloemen  met ingesneden kroonbladen en
– de behaarde, handvormig ingesneden bladeren

 

 

geranium-pyrenaicum-bermooievaarsbek-02

 

 

 

Algemeen

 

Bermooievaarsbek is een overblijvende, behaarde plant van 20 tot 60 cm hoog, oorspronkelijk afkomstig uit de bergstreken van Zuid-Europa, het Zwarte Zeegebied en het Atlasgebied.

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, het rivierengebied, de kustprovincies en in stedelijke omgeving. Elders zeer zeldzaam. Niet op de Waddeneilanden.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Leemstreek, het Maasgebied en het kustgebied. Elders vrij zeldzaam, maar zeldzaam in de Kempen.

Wallonië: Vrij algemeen in de Leemstreek, het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders vrij zeldzaam en zeer zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Je vindt bermooievaarsbek op open, min of meer vochtige, voedselrijke grond in bermen en op rivier- en spoordijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen van bermooievaarsbek zijn eerst helder roze, oudere bloemen neigen meer naar het paars. Zelden zijn ze wit. De bloemen staan in paren en hebben 5 voor een kwart ingesneden kroonbladen, die 2 tot 3 keer zo lang zijn als de kelkbladen. Bloemen in de knop hangen, geopende bloemen staan rechtop, de vruchten staan rechtop op terug gebogen steeltjes.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel is behaard met witte afstaande haren en naar boven toe met een toenemend aantal klierharen, die aanzienlijk korter zijn dan de overige haren. Ook de bladeren zijn behaard, in omtrek rond en voor 1/2 tot 2/3 handvormig ingesneden in 5 tot 9 slippen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot ontbrekend
– 20 tot 60 cm

Bloem
– helder roze tot paarsroze, zelden wit
– vanaf mei tot de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– 15 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig
– top stomp
– rand top van de slippen getand
– voet hartvormig
– handnervig
– zachte behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

geranium-pyrenaicum

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

 

Gele helmbloem : Pseudofumaria lutea

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

pseudofumaria-lutea-gele-helmbloem-02

 

 

Goed te herkennen aan
– dicht bebladerde tere plant met
– trossen gele lipbloemen en
– dubbel geveerde bladeren met toegespitst topje

 

 

25-gele-helmbloem

 

 

 

Algemeen

 

Gele helmbloem is een dicht bebladerde, overblijvende, tere plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit in pollen op zonnige tot licht beschaduwde stenige plaatsen, zoals op oude muren (van kastelen, kaden of tuin), rotswanden, puinhellingen en tussen stoeptegels. Gele helmbloem wordt in tuinen aangeplant, waar ze zich sterk kan uitbreiden. Vanuit tuinen kan ze ook verwilderen. In het wild is ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot de herfst met 1 tot 2 cm grote gele bloemen, die in trossen van 5 tot 16 bloemen bij elkaar staan. Ze staan horizontaal of schuin omhoog op rechte steeltjes, die aan de bovenkant afgeplat zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam in stedelijke gebieden
– wettelijk beschermd
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf mei tot de herfst
– tros
– 10 tot 20 mm
– gespoord
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top stomp met een klein puntje
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop of (over)hangend
– sterk vertakt
– glad en kaal
– bovenkant afgeplat, verder rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone hoornbloem : Cerastium fontanum subsp. vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

zijkant-bloem-gewone-hoornbloem

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met 5 tot ongeveer de helft ingesneden kroonbladen en
– de 5 stijlen per bloem en
– de behaarde, maar niet kleverige stengels

 

 

11608

 

 

.

Algemeen

 

Gewone hoornbloem is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende (soms eenjarige), geheel behaarde plant van vochtige, voedselrijke, grazige grond.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Ze wordt 4 tot 45 cm hoog en bloeit vanaf april tot in de herfst met kleine witte bloemetjes, die in een losse tros staan en 5 tot de helft ingesneden kroonbladen hebben. De kroonbladen zijn iets korter tot iets langer dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Het blad is donkergroen, langwerpig en aan beide zijden behaard. Ook de vaak paarsachtige stengel is behaard, maar niet met klierharen, zoals de stengel van een aantal andere soorten hoornbloemen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend, soms eenjarig
– zeer algemeen
– 4 tot 45 cm

Bloem
– wit
– vanaf april tot in de herfst
– losse tros
– stervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top stomp
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– aan beide zijden zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond
– vaak paarsachtig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Gewone rolklaver : Lotus corniculatus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

lotus-corniculatusg-gewone-rolklaver-05

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, schermachtige trossen dooiergele vlinderbloemen,
– in de knop meestal rood en
– het samengestelde blad,
– waarvan 1 paar blaadjes aan de basis van de bladsteel zit en
– de deelblaadjes, waarvan de zij-nerven niet goed zichtbaar zijn

 

 

lotus-corniculatusg-gewone-rolklaver-01

 

 

 

Algemeen

 

Gewone rolklaver is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige tot droge, matige voedselrijke grond in lage graslanden ; de plant komt voor in de duinen en in laag grasland. De plant komt van nature voor in Eurazië en Noord-Afrika en is geïmporteerd in Noord-Amerika en wordt daar ook voor het winnen van veevoer gebruikt. De naam rolklaver verwijst naar de rechte, rolronde peulen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gewone rolklaver bloeit vanaf mei tot in de herfst met schermachtige trossen van 3-8 dooier-gele vlinderbloemen. In de knop zijn ze meestal rood. Gewone rolklaver is een belangrijke voedselplant voor het vee en schijnt een gunstige invloed te hebben op de smaak van de melk.

 

 

 

 

 

Blad

 

Kenmerkend voor de rolklavers is het blad, dat bestaat uit 5 deelblaadjes, waarvan het onderste paar direct aan de basis van de bladsteel staat, een eind verwijderd van de overige drie. Ze lijken op steunblaadjes, maar zijn het niet.

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot minder algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– dooier-geel
– vanaf mei tot in de herfst
– schermachtige tros
– vlinderbloem
– vlag 10 tot 16 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– vaak behaard

Stengel
– opstijgend of liggend
– kaal of behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone duivenkervel : Fumaria officinalis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

134533791-iigmp43v-2011041301gewoneduivenkervel

 

 

Goed te herkennen aan
– de rijkbloemige trossen donkerroze of rozerode bloemen,
– die een donkerrode top met groene verdikking hebben

 

 

519915736

 

 

 

Algemeen

 

Gewone duivenkervel is eenjarig, teer plantje van 10 tot 50 cm hoog. Ze is vrij algemeen, maar zeldzaam in het zuiden van Groningen en Friesland, in Drenthe, Overijssel, de IJsselmeerpolders, Zeeland en grote delen van Utrecht en Gelderland. Ze groeit op omgewerkte, vochtig tot droge, voedselrijke grond, vooral op akkers en (moes)tuinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gewone duivenkervel bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemen zijn donkerroze tot rozerood en staan met meer dan 15 bij elkaar in een tros. Ze hebben een donkerrode top met groene verdikking. De 2 kelkbladen (eerst doorzichtig wit, later roze) zijn 2 tot 3 mm lang en bedekken niet de hele breedte van de bloem. De kelkbladen van middelste duivenkervel zijn breder en bedekken vaak wel de hele breedte van de kroon.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Gewone duivenkervel heeft tonische, bloedzuiverende, eetlustopwekkende en vochtafdrijvende eigenschappen. In de fytotherapie wordt ze gebruikt bij lever- en galaandoeningen en ter bevordering van de spijsvertering. In de volksgeneeskunde en homeopathie bij chronische huidaandoeningen. In de reguliere geneeskunde wordt gewone duivenkervel gebruikt bij de vervaardiging van een geneesmiddel tegen psoriasis.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– eenjarig
– vrij algemeen tot zeldzaam
– 10 tot 50 cm

Bloem
– donkerroze tot rozerood
– vanaf mei tot in de herfst
– tros
– gespoord
– 7 tot 8 (9) mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top met spitsje
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig
– blauwgroen

Stengel
– rechtop of opstijgend
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

De Yucca : een makkelijke huisplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

Yucca (palmlely); de makkelijke huisplant

 

 

yucca_filamentosa

 

 

De Yucca is een prachtige plant met een tropische look. Deze plant is zeer gewild vanwege het mooie, vaak robuuste uiterlijk en de simpele verzorging. Er bestaan verschillende soorten, met ieder hun eigen look. De meest bekende is de Yucca met de dikke stam en palm achtige bladeren die aan de top wijd uit staan.

 

 

 

 De verzorging

 

De Yucca is een huisplant die het liefst niet al te veel verzorging behoeft. Hierdoor is het een ideale plant voor mensen met weinig tijd of die wel eens vergeten om planten water te geven. De plant gedijt het beste in de huiskamer op een plek waar het niet te warm is, maar wel veel zonlicht komt.

De plant kan prima in een pot gehouden worden, met de juiste potgrond. Dit kan op verschillende manieren gerealiseerd worden. Er kan gekozen om als bodem hydrokorrels te gebruiken daarop wat potgrond en de kluit vast te zetten met potgrond. Ook kan er gekozen worden om de plant (voorlopig) met binnenpot en al in een mooie pot te zetten en deze later over te planten of de plant direct in potgrond te zetten.

Er wordt geadviseerd om de plant van april tot augustus normaal te bemesten en hem elk voorjaar te verpotten. Hierbij geldt dat dit beter te weinig, dan te veel kan gebeuren. De plant kun je het beste een keer in de twee weken water geven, zonder dat deze “natte voeten” krijgt.

Ook hierbij geldt beter te weinig, dan te veel. Het wordt wel geadviseerd om een keer in de drie maanden de bladeren nat te spuiten met een plantenspuit. Soms willen de bladeren nog wel eens bruin worden, deze kunnen gerust verwijderd worden zonder dat de plant hieronder lijdt.

De plant groeit niet veel in de lengte. Wel wordt het bladerdek groter en voller. Ook kunnen er uit de stam nieuwe scheuten ontstaan. Dit gebeurd meestal pas na een tijdje als de Yucca goed verzorgd wordt. Deze scheuten zijn ook uitermate geschikt om gestekt te worden.

 

 

yucca-filamentosa-9

 

 

Ziektes

 

De Yucca is een redelijk sterke plant, helaas is hij wel gevoelig voor dop-, schilt-, en wolluizen. Deze kun je voornamelijk vinden op de bladoksel en op de jonge bladeren. Dit kun je het beste behandelen met een zachte doek. Hiermee kun je de luizen wegvegen of platdrukken.

Daarna kun je met een kwast gedoopt in een sterke alcoholische drank of (blad)spiritus de aangedane plekken en de overige luizen insmeren. Deze behandeling kun je het beste nog meerdere malen herhalen, om er zeker van te zijn dat de luizen niet meer terug komen. Behandeling met insekticiden wordt afgeraden, omdat hiermee de hele plant wordt vergiftigd.

 

 

 

 

 

Verschillende soorten

 

Elke Yucca soort heeft een brede, grove houten stam waaruit lange, speervormige bladeren groeien. Deze plant kan 40 centimeter tot ongeveer 2 meter hoog worden. De breedte van de stam en van het bladeren dek kan variëren. Er zijn vier soorten die gebruikt worden als kamerplant.

Dat zijn de twee bonte rassen Quadricolor en Tricolor. Die zoals de naam al doet vermoeden uit vier en drie kleuren bestaan. Hiernaast zijn ook twee groene rassen; de Yucca Aloifolia en de Yucca Elephantipes. De Y. Aloifolia heeft lange, speervormige bladeren met een scherpe punt. De Y. Elephantipes heeft een breder en slapper blad.

 

 

quadricolor

 

 

tricolor

 

 

aloifolia

 

 

 

elephantines

 

 

rostrata

 

 

rigida

 

 

gloriosa

 

 

 

Stekken

 

Wanneer je van je oude Yucca een paar “nieuwe” wilt maken is stekken een mooie manier. Dit kan op verschillende manieren. De eerste is als je een yucca hebt met één palm top. Deze kun je netjes de stam doormidden zagen, op hoogte die je zelf mooi vindt. De wond hoeft niet perse geseald te worden.

De palmtop kan in vochtige aarde worden gezet en kan na verloop van tijd weer wortel schieten. Aan de stam komen er op een gegeven moment allemaal mooie scheuten aan de zijkant.
De tweede manier is om een aantal zij scheuten los te snijden en deze in vochtige grond te steken. Onthoud hierbij dat de oorsprong van de yucca een woestijngebied is en dus niet van natte voeten houdt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Gele lis.

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

32-gele-lis

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote gele bloemen en
– haar groeiplaats : aan de waterkant

 

 

9200000011470843

 

 

 

Algemeen

 

Gele lis is een zeer algemeen voorkomende overblijvende oeverplant, die groeit in stilstaand of langzaam stromend, zoet, ondiep water in moerassen, broekbossen en langs waterkanten. Ze kan tot 1,20 meter hoog worden. De plant heeft een forse ondergronds vertakkende wortelstok, waardoor ze grote bestanden kan vormen.
Vermeerdering vindt plaats via de wortelstok of via zaden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf mei tot en met juli. De grote gele bloemen zijn opvallend van bouw. Ze hebben 6 bloemdekbladen. De 3 grote buitenste bladen zijn eirond, hebben een honingmerk en hangen naar beneden.

Ze dienen als landingsplaats voor bezoekende insecten. De 3 binnenste bloemdekbladen vallen nauwelijks op. Ze zijn veel kleiner en staan omhoog, maar komen niet boven de stijlen uit. De 3 stijlen hebben zich kroonbladachtig ontwikkeld, staan (schuin) omhoog en hebben een top met 2 lobben.

 

 

 

 

 

Blad en vrucht

 

De bladeren zijn zwaardvormig, iets blauwgroen van kleur en ruiken niet onaangenaam bij doorbreken. De schijfvormige zaden zijn bruin en komen in de herfst vrij. Ze blijven goed drijven en kunnen daarom ver verspreid worden door het water.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Gele lis is in staat om afvalwater schoon te filteren. Ook handig voor de tuinvijver. De wortel werd vroeger in combinatie met ijzerzouten gebruikt om stoffen zwart te kleuren. Alle delen van de plant zijn giftig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

lissenfamilie (Iridaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 40 tot 120 cm

Bloem
– geel
– mei en juni
– alleenstaand
– 5 tot 12 cm
– 6 bloemdekbladen, vergroeid
– 3 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– in twee rijen
– enkelvoudig
– zwaardvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– parallelnervig
– iets blauwgroen

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

gele-lis

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

John Astria